CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2026

Gemeenteraad 15 juli 2025, gemeente HoutenBij agendapunt: Perspectiefnota 202624.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De kosten voor deze manager zijn € 125.000 op jaarbasis op basis van schaal 11. De formatie is voor de reguliere werkzaamheden op niveau binnen het team. Gezien de omvang en looptijd van de verduurzamingsopgave is deze extra formatie noodzakelijk om dit uit te kunnen voeren. Dit past niet binnen huidige formatie. Om de pandspecifieke onderzoeken op te kunnen starten, is er voorfinanciering in de vorm van een voorbereidingskrediet nodig. Deze ramen wij op € 175.000, - voor de periode tot aan 2030. Per pand kost een vooronderzoek met advies voor verduurzamingsmaatregelen gemiddeld € 35.000, -(N.B.: bij uitvoering van de projecten verduurzaming voegen wij dit voorbereidingskrediet toe aan de kredieten voor de uitvoeringen en deze zal daarom gedurende de afschrijvingstermijn leiden tot kapitaallasten). In de routekaart is tevens de verduurzaming van het huidige gemeentehuis opgenomen en financieel geraamd. Mocht er in de toekomst anders worden besloten over de toekomst van het gemeentehuis dan wordt deze raming uiteraard financieel bijgesteld. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Krediet (bedragen x 1.000) Verduurzamingsmanager Krediet voor investeringen 37.000 Kapitaallasten investeringen

2026 125

2027 125

2028 125

2029 2030 ev 125 125

200

250

300

350

400

Kapitaallasten voorbereidingskrediet Subtotaal lasten

10 335

10 385

10 435

10 485

10 535

Inzet beschikbare stelpost verduurzaming Totale lasten

-57 278

-69 316

-69 366

-69 416

-69 466

Voorbereidingskrediet voor pandspecifieke kosten (voor onderzoek etc.)

175

44

7. Programmaoverzicht In dit hoofdstuk worden de mutaties per programma beknopt weergeven. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van het financiële effect per programma. In de volgende paragrafen wordt per programma een (beknopte) toelichting op deze financiële effecten gegeven. Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Saldo voor perspectiefnota

-7.509

-8.011

-8.435

-8.058

36

36

36

36

-1.917

-1.410

-786

-730

Mutaties Duurzame leefomgeving

-900

-819

-695

-693

Mutaties Goede bereikbaarheid

190

190

190

190

Mutaties Integrale Veilige

115

115

115

115

Mutaties Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie

7.705

9.897

8.187

7.966

Mutaties perspectiefnota

5.229

8.009

7.047

6.884

Saldo na perspectiefnota

-2.280

0

-1.388

-1.174

Mutaties Voor en met inwoners Mutaties Samen Leven

Tabel 7.1: Overzicht mutaties programma's

45

7.1 Programma Voor en met inwoners 7.1.1. Financiële ontwikkeling Omschrijving (Bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Saldo voor perspectiefnota

-4.735

-4.790

-4.691

-4.823

Ontwikkelingen binnen bestaand beleid

8

8

8

8

Bezuinigingsmaatregelen

28

28

28

28

Totaal mutatie ex. reserves Voor en met inwoners

36

36

36

36

Totaal mutatie reserves

0

0

0

0

Totaal mutatie Voor en met inwoners

36

36

36

36

-4.699

-4.754

-4.655

-4.787

Saldo Perspectiefnota Tabel 7.1.1: Mutaties perspectiefnota

7.1.2 Toelichting Ontwikkelingen binnen bestaand beleid Correctie jeugdparticipatie In de 2e bestuursrapportage 2024 is de dekking van de uitgaven met ingang van 2026 ten laste van het inwonersfonds gekomen. Dit had echter het initiatievenbudget moeten zijn en wordt nu gecorrigeerd. Bezuinigingsmaatregelen In totaal bedraagt de voorgestelde bezuiniging op het programma Voor en met Inwoner € 28.000. Voor een toelichting op de individuele bezuinigingsmaatregelen zie hoofdstuk 5.

46

7.2 Programma Samen Leven 7.2.1. Financiële ontwikkeling Omschrijving (Bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Saldo voor perspectiefnota

-58.356

-58.215

-58.684

-58.901

1e Bestuursrapportage 2025

-3.031

-3.461

-3.490

-3.720

Nieuw beleid

-866

-884

-706

-416

Ontwikkelingen binnen bestaand beleid

-308

-308

-308

-308

Ontwikkelingen uit verbonden partijen

-105

-69

-69

-69

Bezuinigingsmaatregelen

1.806

2.744

3.448

3.784

Totaal mutatie ex. reserves Samen Leven

-2.505

-1.978

-1.126

-730

470

450

340

0

118

118

0

0

588

568

340

0

Totaal mutatie Samen Leven

-1.917

-1.410

-786

-730

Saldo Perspectiefnota

-60.273

-59.625

-59.470

-59.630

Reservemutatie Transformatiebudget versterken gemeenschap (sociale basis) Reservemutatie Transformatiebudget Versterken gemeenschap (stimulans bewonersinitiatieven) Totaal mutatie reserves

Tabel 7.2.1: Mutaties perspectiefnota

7.2.2 Toelichting 1e Bestuursrapportage 2025 Correctie kapitaallasten 'herstellen constructiefout in verdiepte speellokaal van OBS de Plantage' In het collegevoorstel was in het beslispunt € 230.000 als krediet opgenomen, terwijl in het raadsvoorstel € 215.000 was opgenomen. Dit heeft lagere kapitaallasten tot gevolg. Huisvesting onderwijs De aanpassing van de budgetten onderwijshuisvesting in de begroting 2025 behelzen voornamelijk de vaststelling en opname in de begroting van de OZB-lasten voor de nieuwbouw van de Montessorischool, de aanpassing van de rente op de geheel afgeloste lening van VMBO Houtens en de aanpassing van de huurinkomsten Kinderopvang in De Velduil in afwachting van de uitgestelde oplevering naar 2026. Bovendien is de nog openstaande stelpost nieuw beleid in het kader van het Integraal Huisvestingplan structureel afgeboekt Bijstelling WMO 2026 en 2027 op basis van T3 rapportage 2024 We kunnen de kosten voor de WMO bijstellen op basis van de RBL T3 2024 en het WMO-voorspelmodel waaruit blijkt dat de groei iets achterblijft ten opzichten van het WMO voorspelmodel van 2024. Septembercirculaire 2024 Zie voor toelichting de raadsinformatiebrief over de 'septembercirculaire 2024 gemeentefonds' met kenmerk 853804 d.d. 25-10-2024.

Verhoging bijdrage Houten aan Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) RBL heeft voor 2025 een uitvoeringsbegroting opgesteld, waarin ook de bijdrage vanuit Houten is opgenomen. Op basis hiervan wordt voorgesteld om onze begroting met € 34.000 op te hogen Zorg In Natura (ZIN) en persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp De prognose in de T3-rapportage 2024 zorg in natura (ZIN) jeugd en het meest recente overzicht van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over de uitgaven 2024 van de persoonsgebonden budgetten (PGB's) zijn als uitgangspunt genomen om een doorrekening te maken voor de meerjarenraming. Dit levert een forse verhoging van de meerjarenbegroting voor jeugd op. Het effect voor 2025 wordt voorgelegd in de 1e bestuursrapportage 2025 en het structurele effect voor 2026 en verder wordt meegenomen in de Perspectiefnota 2026. 47

In 2024 is er op meerdere inkoopsegmenten (Ambulant en Gezinsvormen) meer zorg beschikt en gedeclareerd dan er op basis van cliëntaantallen en zorgomvang vooraf begroot was. Er is een enorme toename aan kosten per cliënt gemaakt op de Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg (SGGZ) en op de Begeleiding Midden en Zwaar. Dit heeft te maken met de complexiteit van problematiek bij cliënten, grotere inzet van ambulante hulpverlening om thuiszitters richting onderwijs te krijgen, maar ook om cliënten langer thuis te laten wonen. Daarnaast heeft de vierkant financiering van Gezinsvormen onvoldoende begroot voor de grotere inzet ambulante zorginzet (denk aan GGZ-behandeling of begeleiding om crisis te voorkomen) die de cliënten binnen dit segment nodig hadden. Nieuw beleid In programma Samen Leven wordt voor totaal € 866.000 in 2026 aan nieuw beleid voorgesteld. Zie voor een uitwerking van deze voorstellen Hoofdstuk 4 Transformatie en Hoofdstuk 6 Nieuw beleidsvoorstellen. Ontwikkelingen binnen bestaand beleid Correctie jeugdparticipatie Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.1 Onderhoudsbeleid gemeentelijke gebouwen (incl. MJOP) In de in juli 2023 vastgestelde 'visie op maatschappelijk vastgoed' is aangegeven dat het noodzakelijk is om ook onderhoudsbeleid te formuleren voor het gemeentelijk vastgoed.

In het onderhoudsbeleid is vastgelegd op welke wijze gemeente Houten onderhoud plant, voorbereid en uitvoert aan de gebouwen die de gemeente in eigendom heeft. Dit onderhoud wordt afgestemd op de toekomststrategie per gebouw. Hierdoor gaan we werken met verschillende kwaliteitsniveaus. Uitgangspunt hierbij is, dat alle gebouwen minimaal moeten voldoen aan de wet- en regelgeving, wat we omschrijven als minimaal een ‘veilig en gezond’ gebouw. In het raadsvoorstel wordt de raad gevraagd akkoord te gaan met het onderhoudsbeleid en de uitgaven voor groot onderhoud voor de komende vijf jaar (2025-2029) conform het MJOP 2025-2034. De totale storting in de voorziening groot onderhoud aan accommodaties wordt vanaf 1 januari 2025 vastgesteld op gemiddeld € 1.300.000. Het structurele negatieve effect van € 300.000 wordt verwerkt in de meerjarenbegroting 2025-2030 en voor de jaren vanaf 2026 opgenomen in de Perspectiefnota 2026. Ontwikkelingen uit verbonden partijen Begroting 2026 - Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) De gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) heeft de (ontwerp)begroting 2026 aangeboden voor zienswijzen. De begroting 2026, inclusief zienswijze zullen apart aan uw raad worden aangeboden.

De financiële effecten zijn verwerkt in de Perspectiefnota 2026 Bezuinigingsmaatregelen In totaal bedraagt de voorgestelde bezuiniging op het programma Samen Leven € 1.806.000 in 2026 oplopend naar € 3.784.000 in 2029. Voor een toelichting op de individuele bezuinigingsmaatregelen zie hoofdstuk 5.

48

7.3 Programma Duurzame leefomgeving 7.3.1. Financiële ontwikkeling Omschrijving (Bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Saldo voor perspectiefnota

-11.031

-10.342

-10.598

-10.259

1e Bestuursrapportage 2025

-76

-245

-242

-240

-1.214

-1.094

-1.056

-1.031

208

458

578

578

-1.082

-881

-720

93

Reservemutatie Transformatiebudget Versterken gemeenschap (stimulans bewonersinitiatieven) Reservemutatie Transformatiebudget Versterken gemeenschap (tijd.invest.ruimte) Totaal mutatie reserves

158

38

0

0

25

25

25

0

183

63

25

0

Totaal mutatie Duurzame leefomgeving

-900

-819

-695

-693

-11.931

-11.161

-11.294

-10.952

Nieuw beleid Bezuinigingsmaatregelen Totaal mutatie ex. reserves Duurzame leefomgeving

Saldo Perspectiefnota Tabel 7.3.1: Mutaties perspectiefnota

7.3.2. Toelichting 1e Bestuursrapportage 2025 Droom van Schalkwijk Van het bouwproject “Droom van Schalkwijk - Buitenkans” is de woonomgeving door de ontwikkelaar E.M. Hogendoorn gerealiseerd. Het projectgebied is nu gereed en daarom kan dit gebied door team Infrabeheer in beheer en onderhoud worden genomen. De ontwikkeling betreft een gebied met 29 woningen (11 woningen, 12 appartementen, 2 woningen aan de Lagedijk en 4 woongebouwen op het terrein van de Droom van Schalkwijk). In deze overdracht wordt de openbare ruimte van de “Droom van Schalkwijk - Buitenkans” met betrekking tot de woonstraat Valderik overgedragen van het projectgebied van team Ruimtelijke Ontwikkeling aan team Infrabeheer. Het bijbehorende onderhoudsbudget wordt met een bedrag van € 6.043,-- structureel vanaf 2025 verhoogd en gedekt uit de stelpost Beheerkosten VOB/UB (in- /uitbreiding). Het betreft een budgetneutrale, technische wijziging, maar is wel programma-overstijgend. Overdracht Werklandschap Meerpaal/De Meerpaal/De Schaft De openbare ruimte is binnen de bedrijventerreinen De Meerpaal, Werklandschap Meerpaal en De Schaft afgelopen jaren gefaseerd gerealiseerd. Dit in samenhang met de uitgifte van de bedrijfskavels. In juli 2021 is de openbare ruimte van de fases De Meerpaal 3 en 4 en het Werklandschap Meerpaal (inclusief de fietsbrug tussen de weg Brede Hoon) overgedragen aan de beheerteams.

De openbare ruimte van De Schaft (inclusief Boemerang en Eikenhout) is in augustus 2023 overgedragen aan de beheerteams. Ondertussen is de ontwikkeling op de bedrijventerreinen verder gevorderd en hebben diverse bedrijven zich binnen dit gebied gevestigd. Bij de ontwikkelingen op deze kavels is ook de openbare ruimte aangepast. De werkzaamheden zijn nu gereed en daarom kan het gebied rondom de betreffende kavels door de beheerteams in beheer en onderhoud worden genomen. Deze overdracht betreft de volgende kavels waar in 2024 mutaties hebben plaatsgevonden: • De Meerpaal: kavels 44 en 65. • Werklandschap Meerpaal: kavels 5 en 6. • De Schaft: kavel Lange Schaft 12 In deze overdracht worden de mutaties aan de openbare ruimte van de “Mutaties bedrijventerrein De 49

Meerpaal, Werklandschap Meerpaal en De Schaft na realisatie diverse kavels 2024” met betrekking tot de woonstraat Valderik overgedragen van het projectgebied van team Ruimtelijke Ontwikkeling aan de teams Infra Beheer (IB)/ Groen Afval en Buitendienst (GAB). Het bijbehorende onderhoudsbudget wordt met een bedrag van - € 49,-- structureel vanaf 2025 verhoogd en gedekt uit de stelpost Beheerkosten VOB/UB (in- /uitbreiding). Het betreft een budgetneutrale, technische wijziging, maar is wel programma-overstijgend. Septembercirculaire 2024 Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2. Structurele bijstelling groenbestek Moree De bijstelling op basis van indexering en contractuele verplichtingen in 2025 dient eveneens doorgevoerd te worden in 2026. Daarnaast loopt het huidige contract af in 2026, waardoor vanaf 2027 het budget terugzakt in de begroting naar origineel niveau. Graag akkoord om de huidige begroting structureel door te voeren. Het is noodzakelijk om zowel de indexering van kosten als de hogere onderhoudskosten door omvorming vast te leggen voor toekomstige budgetten. Alleen dan kan het groenbeheer blijven aansluiten bij vastgesteld beleid en bijbehorende ambities. Nieuw beleid In programma Duurzame Leefomgeving wordt in 2026 voor totaal € 1.214.000 aan nieuw beleid voorgesteld.

Zie voor een uitwerking van deze voorstellen Hoofdstuk 4 Transformatie en Hoofdstuk 6 Nieuw beleidsvoorstellen. Bezuinigingsmaatregelen In totaal bedraagt de voorgestelde bezuiniging op het programma Duurzame leefomgeving € 208.000 in 2026 oplopend naar € 578.000 in 2029. Voor een toelichting op de individuele bezuinigingsmaatregelen zie hoofdstuk 5.

50

7.4 Programma Goede bereikbaarheid 7.4.1. Financiële ontwikkeling Omschrijving (Bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Saldo voor perspectiefnota

-5.321

-5.439

-5.312

-4.908

1e Bestuursrapportage 2025

-12

-12

-12

-12

Nieuw beleid

-25

-25

-25

0

Bezuinigingsmaatregelen

202

202

202

202

Totaal mutatie ex. reserves Goede bereikbaarheid

165

165

165

190

Reservemutatie Transformatiebudget Versterken gemeenschap (tijd.invest.ruimte) Totaal mutatie reserves

25

25

25

0

25

25

25

0

Totaal mutatie Goede bereikbaarheid

190

190

190

190

-5.131

-5.250

-5.122

-4.719

Saldo Perspectiefnota Tabel 7.4.1: Mutaties perspectiefnota

7.4.2. Toelichting 1e Bestuursrapportage 2025 Beheer, onderhoud en vernieuwing van de spoorkruisende objecten: Brug Vijfwal De spoorverdubbeling en realisatie van Houten Vinex hebben ertoe geleid dat er verschillende spoorkruisende objecten tussen het gemeentelijk wegennet en de spoorlijn Utrecht-Den Bosch zijn aangepast en bijgekomen. Voor de start van de uitvoering van deze projecten hebben Prorail en de gemeente verschillende projectovereenkomsten gesloten. Hierin is afgesproken dat wanneer Prorail klaar is met de uitvoering, het gemeentelijk aandeel via beheerovereenkomsten wordt overgedragen. Om de bereikbaarheid van het wisselcomplex van het spoortraject tussen Lunetten en Geldermalsen te borgen, is afgesproken om een erfdienstbaarheid te vestigen. Hiervoor is een aparte overeenkomst opgesteld die nodig is voor de notariële akte op basis waarvan het recht wordt gevestigd. De gemeente heeft de ruimte onder de Noordertunnel in het centrum in gebruik genomen. Hierover zijn nog geen afspraken vastgelegd. Dit wordt nu alsnog geregeld in de bijgevoegde bruikleenovereenkomst . Deze overeenkomst is een uitwerking van de beheerovereenkomst Centrumviaduct. Met de ondertekening van de beheerovereenkomsten zijn de projectovereenkomsten afgerond en komen deze te vervallen.

Voor de jaarlijkse inspectiekosten wordt het onderhoudsbudget voor civieltechnische kunstwerken structureel verhoogd met € 10.000 per jaar. Dit wordt ten laste van de meerjarenbegroting 2025-2028 gebracht. (BW 3-12-2024, zaaknr. 857664). Droom van Schalkwijk Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.3.2 Overdracht Werklandschap Meerpaal/De Meerpaal/De Schaft Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.3.2 Nieuw beleid In programma Goede bereikbaarheid wordt in 2026 voor totaal € 25.000 aan nieuw beleid voorgesteld. Zie voor een uitwerking van deze voorstellen Hoofdstuk 4 Transformatie en Hoofdstuk 6 Nieuw beleidsvoorstellen. Bezuinigingsmaatregelen In totaal bedraagt de voorgestelde bezuiniging op het programma Goede bereikbaarheid € 202.000. Voor een toelichting op de individuele bezuinigingsmaatregelen zie hoofdstuk 5. 51

7.5 Programma Integrale veiligheid 7.5.1. Financiële ontwikkeling Omschrijving (Bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Saldo voor perspectiefnota

-4.992

-4.990

-4.979

-4.979

1e Bestuursrapportage 2025

0

0

0

0

Bezuinigingsmaatregelen

115

115

115

115

Totaal mutatie ex. reserves Integrale veiligheid

115

115

115

115

0

0

0

0

115

115

115

115

-4.877

-4.875

-4.864

-4.863

Totaal mutatie reserves Totaal mutatie Integrale veiligheid Saldo Perspectiefnota Tabel 7.5.1: Mutaties perspectiefnota

7.5.2. Toelichting 1e Bestuursrapportage 2025 Uitvoeringscapaciteit op Bibob-onderzoeken over naar VHT (CP 2022-2026 2.5.1) Extra toetsing op grond van de wet Bibob betekent een extra onderzoek en daarmee extra formatieve inspanning. Zoals bij activiteit 49 beschreven, nemen we in de Omgevingsvisie ook het beleid voor leegstaande schuren in het buitengebied mee. Deze wordt naar verwachting in 2024 opgeleverd. Daarom is het logisch om het inzetten van de Bibob procedure bij aanvragen in het buitengebied en de extra kosten die hiermee gepaard gaan vanaf 2025 in te zetten. Bezuinigingsmaatregelen In totaal bedraagt de voorgestelde bezuiniging op het programma Integrale Veiligheid € 115.000. Voor een toelichting op de individuele bezuinigingsmaatregelen zie hoofdstuk 5.

52

7.6 Programma Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie 7.6.1. Financiële ontwikkeling Omschrijving (Bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Saldo voor Perspectiefnota

76.909

75.748

75.811

75.794

1e Bestuursrapportage 2025

2.103

2.195

1.898

1.647

Nieuw beleid

-1.890

-970

-300

0

-7

-2

-22

-43

Bezuinigingsmaatregelen

3.507

6.363

6.611

6.362

Totaal mutatie ex. reserves Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie Inzet Algemene reserve ter dekking van saldo

3.713

7.586

8.187

7.966

2.402

1.641

0

0

Reservemutatie Transformatiebudget Bouwen voor Houten Reservemutatie Transformatiebudget Toekomstbestendige organisatie Reservemutatei Transformatiebudget Voorbereiding financiële verkenningen Totaal mutatie reserves

750

375

0

0

790

295

0

0

50

0

0

0

3.992

2.311

0

0

Totaal mutatie Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie

7.705

9.897

8.187

7.966

Saldo Perspectiefnota

84.614

85.645

83.999

83.760

Ontwikkelingen uit verbonden partijen

Tabel 7.6.1: Mutaties perspectiefnota

7.6.2. Toelichting 1e Bestuursrapportage 2025 Beheer, onderhoud en vernieuwing van de spoorkruisende objecten: Brug Vijfwal, Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.4.2 Correctie kapitaallasten 'herstellen constructiefout in verdiepte speellokaal van OBS de Plantage' Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2 Decembercirculaire 2024 In de raadsinformatiebrief van 14 februari 2025 met onderwerp 'decembercirculaire gemeentefonds 2024' worden de effecten van de circulaire nader toegelicht. Huisvesting onderwijs Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2 Bijstelling WMO 2026 en 2027 op basis van T3 rapportage 2024 Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2 Septembercirculaire 2024 Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2. Structurele bijstelling groenbestek Moree Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.3.2 verhoging bijdrage Houten aan Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2 Zorg In Natura (ZIN) en persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2 53

Nieuw beleid In programma Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie wordt in 2026 voor totaal € 1.890.000 aan nieuw beleid voorgesteld. Zie voor een uitwerking van deze voorstellen Hoofdstuk 4 Transformatie en Hoofdstuk 6 Nieuw beleidsvoorstellen. Ontwikkelingen binnen bestaand beleid Onderhoudsbeleid gemeentelijke gebouwen (incl. MJOP) Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2 Bezuinigingsmaatregelen In totaal bedraagt de voorgestelde bezuiniging op het programma Algemene Dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie € 3.507.000 in 2026 oplopend tot € 6.362.000 in 2029. Voor een toelichting op de individuele bezuinigingsmaatregelen zie hoofdstuk 5. Ontwikkelingen uit verbonden partijen Begroting 2026 - Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) Heeft effect op meerdere programma’s. Zie voor toelichting paragraaf 7.2.2 BghU begroting 2025 (struct.) en begroting 2026 Betreft de bijstelling van onze begroting naar aanleiding van de structurele effecten uit de Begroting 2025 van BghU en de effecten uit de Begroting 2026 van BghU.

54

8. Begrotingsrichtlijnen Inleiding In dit hoofdstuk werken wij de richtlijnen bij de begroting 2026 uit. Allereerst lichten wij de begrotingsrichtlijnen toe. Vervolgens beschrijven wij de actualiteiten . In bijlage "Begrotingsrichtlijnen" hebben wij een aantal algemene begrotingsrichtlijnen als naslagwerk opgenomen, naast wat meer gedetailleerde informatie over de toepassing van indexatie.

8.1 Begrotingsrichtlijnen Sluitende begroting Gemeenten zijn wettelijk verplicht een reële en structureel sluitende begroting te presenteren. Als het niet lukt om een structureel sluitende begroting te presenteren, moet minimaal het eerste begrotingsjaar (2026) structureel sluitend zijn. Met het project Ronde van Houten is beoogd om voldoende bezuinigingen te presenteren om in ieder geval de jaren 2026 en 2027 structureel sluitend te maken. Daarnaast bouwen wij meet het project aan een toekomstbestendige begroting, waarbij wij ook de beweging in gang zetten om de jaren 2028 en verder weer in evenwicht te brengen. Indexatie De gemeente Houten kent verschillende indexatiemethodes voor diverse onderdelen uit de begroting. Hieronder gaan wij verder in op deze indexatiemethodes, te weten: indexatie prijsgevoelige budgetten en indexatie salarissen. In het kader van de Ronde van Houten stellen wij voor de wijze van indexeren aan te passen om daarmee meer financiële ruimte te creëren. Dit doen wij door de baten te indexeren conform het consumentenprijs binnenlands product (cbbp) en door de lasten in principe niet te indexeren, tenzij er een contractueel vastgestelde indexatie is. Voor de salarissen houden wij rekening met de CAO 2025-2027 (intern) en een loonindex (extern). Prijsindexatie We stellen voor om de prijsindexatie op de lasten eenmalig op 0% vast te stellen.

Dat betekent dat zowel onze gemeentelijke budgetten als uitgaande subsidies niet bijgesteld worden voor prijsontwikkelingen. Uitzondering hierop zijn de contractueel vastgestelde indexeringen (zie ook Bijlage 2) We nemen een beperkte stelpost op voor onverwachte, substantiële prijseffecten in 2026. Als aan het einde van 2026 blijkt dat wij (of onze subsidiepartners) geld tekort komen vanwege substantiële prijseffecten, kan een beroep worden gedaan op deze stelpost. Wij zullen dit via de 2e bestuursrapportage 2026 aan uw raad voorleggen. Het prijsindexcijfer dat wij hanteren voor de budgetten aan de batenkant bedraagt 4%. Dit indexcijfer is berekend op basis van het consumentenprijs bruto binnenlands product (cbbp) voor 2026 en een correctie op 2025, op basis van de cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP) februari 2025, van het Centraal Planbureau, zie ook tabel 8.1.1. Deze methode is gelijk aan voorgaande jaren. CEP februari CEP februari 2024 2025 Verschil 2025 2,30% 3,60% 1,30% 2026 2,70% 2,70% Totaal 4,00% Tabel 8.1.1: Berekening prijsindexcijfer Jaar

Loonindexatie Het loonindexcijfer bedraagt 5%. Dit indexcijfer is berekend op basis van de Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (%), uit het Centraal Economisch Plan (CEP) februari 2025 van het Centraal Planbureau. Het loonindexcijfer wordt toegepast op de salarissen van de gemeente. Ten tijde van het opstellen van deze Perspectiefnota zijn de uitkomsten van de onderhandelingen over de CAO nog niet definitief. Er zal daarom een stelpost opgenomen worden op basis van de nieuwe CAO, die bij het opstellen van de begroting aan de salarisbudgetten wordt toebedeeld. Mocht de CAO bij het opstellen van de begroting onverwacht nog niet definitief zijn, dan zullen wij de CPB-index toepassen. De begrote salarislasten zijn gebaseerd op het maximum van de functieschaal, verminderd met € 200.000 (bezuiniging bij collegeprogramma 2023-2026 en Begroting 2025). De sociale lasten worden begroot op basis van de gegevens die per 31 mei 2025 beschikbaar zijn. 55

De personeel gerelateerde budgetten zijn gerelateerd aan de loonsom en daarom werden ze voorheen altijd verhoogd met de loonontwikkeling. In het kader van de bezuinigingen stellen wij voor geen indexatie toe te passen op de personeel gerelateerde kosten. Overhead In 2025 vond een actualisatie van de toebedeling van de formatie aan de verschillende taakvelden plaats. Hiermee sluit de verdeling aan op de wettelijke kaders en is daardoor actueel. Naast deze actualisatie passen wij met ingang van 2026 een nieuwe rekenmethode voor het overheadpercentage toe. Bij deze verbeterde methode, die bijna alle gemeenten toepassen, wordt de opslag bepaald als een percentage van de overheadkosten op de directe loonkosten. Tot slot wordt bij uitbreiding van formatie gerekend met een eenmalige opslag voor overhead ter hoogte van € 10.000 per fte. Algemene Uitkering Voor de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 moet voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds uitgegaan worden van de meicirculaire 2025 en de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Voor de berekening van de algemene uitkering hanteren wij het systeem van constante prijzen (het jaar 2026 is lopend en de jaren 2027-2029 zijn constant). Kerngegevens Voor het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 is een aantal gegevens van belang.

Het gaat hierbij om de kerngegevens die van invloed zijn op de berekening van de groeigerelateerde budgetten, dus die Q (hoeveelheid) afhankelijk zijn, en een aantal andere specifieke posten zoals de algemene uitkering. In onderstaande tabel hebben wij een aantal van toepassing zijnde kerngegevens per 1 januari van het betreffende jaar opgenomen. Begrotingsrichtlijnen 2026 Gegeven Totaal aantal woningen

2025

2026

2027

2028

22.061

22.361

22.661

22.961

Prognose woningbouwproductie

300

300

300

300

Gemiddelde woningbezetting

2,33

2,32

2,28

2,29

Aantal inwoners, totaal

51.361

51.790

52.468

53.153

Aantal éénpersoonshuishoudens

6.152

6.302

6.480

6.653

Aantal meerpersoonshuishoudens Tabel 8.1.2: Kerngegevens

15.674

15.840

16.065

16.299

Toelichting op bovenstaande tabel: 1. Uitgangspunt voor het aantal woningen en inwoners is de stand per 1 januari 2025 volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Houten. 2. De woonvisie 2021-2030 (vastgesteld december 2021) geeft richting aan het gewenste woningbouwprogramma van 4.750 woningen in de periode tot 2040. 3. Bron voor de gemiddelde woningbezetting is de bevolkingsprognose van gemeente Houten van Pronexus 4. Het verschil tussen het aantal woningen en de som van de één- en meerpersoonshuishoudens betreft vooral de incidentele leegstand van woningen.

8.2 Actualiteiten In deze paragraaf gaan wij in op de actuele onderwerpen die van invloed zijn op de begroting 2026 – 2029. Allereerst lichten wij de ontwikkelingen rondom het Gemeentefonds uitgebreid toe. Het gaat dan om de korting op de Algemene Uitkering, herijking gemeentefonds, middelen en besparingen op de Jeugdzorg en de uitkomsten van de Voorjaarsnota. Vervolgens lichten wij de overige actuele onderwerpen kort toe. Hierbij gaan wij in op de eigen bijdrage WMO en het klimaat- en energiebeleid. Gemeentefonds Het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. De Rijksoverheid bepaalt de hoogte van het Gemeentefonds. Er zijn diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op de hoogte van het Gemeentefonds. Deze lichten wij hieronder één voor één nader toe. Terugloop Algemene Uitkering uit Gemeentefonds vanaf 2026 (Ravijnjaren) Gemeenten ontvangen vanaf 2026 structureel minder geld uit het Gemeentefonds van de Rijksoverheid. Dit heeft te maken met de overgang van de oude naar de nieuwe financieringssystematiek van het 56

Gemeentefonds. De verwachting is dat deze overgang leidt tot een terugloop van € 2,3 miljard aan inkomsten voor gemeenten. In de Voorjaarsnota stelt het kabinet voor om de effecten van deze terugloop te dempen en trekt hiervoor landelijk jaarlijks € 400 miljoen uit. De precieze uitkomsten hiervan voor gemeente Houten zullen bij de meicirculaire bekend en middels een Raadsinformatiebrief aan uw raad worden toegezonden. Deze maatregel zal naar verwachting een structureel, (fors) positief effect hebben op het begrotingssaldo. Herijking Gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het Gemeentefonds herzien, met als doel te komen tot een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk aansluit bij de kosten van de gemeenten. Een ‘ingroeipad’ zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening stapsgewijs zichtbaar worden. Daarvoor krijgen ‘nadeelgemeenten’ een suppletie-uitkering, die de hoogte van de herverdeeleffecten beperkt. Gemeente Houten is zo’n nadeelgemeente, waarbij het nadeel oploopt tot € 103,- per inwoner. Het ingroeipad en de daarbij horende hoogte van de suppletie uitkering worden herzien. De bedragen voor 2026 en verder zijn daarom afhankelijk van verdere besluitvorming door het Rijk. Vooralsnog gaan wij in de begroting 2026 uit van het ingroeipad en de suppletie uitkering op basis van de huidige informatie.

Jeugd Gemeenten kampen met oplopende tekorten bij de uitvoering op het gebied van Jeugd(zorg). Na onderzoek heeft de Commissie van Ark het rapport ‘Groeipijn’ gepubliceerd. In lijn met de adviezen compenseert het Rijk gemeenten voor 50% van de tekorten. Tegelijkertijd boekt het Rijk via de Voorjaarsnota bezuinigingen op Jeugd in, die naar verwachting grotendeels wegvallen tegen de compensatie. Eigen bijdrage WMO Het kabinet is van plan om voor een aantal voorzieningen binnen de Wmo 2015, namelijk de voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Het Rijk verwacht dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage de druk op het gebruik van Wmo-voorzieningen verlaagt. Daardoor zou de Wmo voor gemeenten langer betaalbaar blijven. Het kabinet heeft aangekondigd de ingangsdatum verder te verschuiven naar 1 januari 2027. Klimaat- en energiebeleid Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld uit de CDOKE-regeling, zodat gemeenten extra personeel kunnen aantrekken en kennis en expertise kunnen verwerven. De Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) heeft in maart 2024 een advies gegeven over het vervolg van deze middelen. Hierin benadrukt de ROB dat het van belang is dat gemeenten voor langere tijd zeker zijn van middelen.

Er wordt gewerkt aan een nieuwe regeling voor na 2025.

57

9. Bijlagen

58

a. Bijlage 1: Reservelijst Bezuinigingen Nr Maatregel Samen leven

2026

2027

2028

2029

5 Uitstroom jeugdhulp met verblijf

100

200

200

200

Jaarlijks plafond begeleidingsproducten 6 jeugdhulp

-

150

150

150

39

39

39

8 Sluiten buitenwedstrijdbad Optisport

39

9 Stopzetten bijdragen kleine scholen kernen

20

20

20

20

Extra bezuiniging sociale basis boven op de bezuiniging/korting bij actualiseren 10 subsidieregeling/fondsen Ruimte

500

500

500

500

11 Fietspad Goyerbrug

100

100

100

100

Ontvangstruimte begraafplaats Oud-Wulven 12 niet realiseren

17

17

17

17

13 Graffiti bestrijding

10

10

10

10

Toelichting Uitstroom van jeugdigen richting een meer zelfstandige woonvorm leidt tot lagere kosten. Randvoorwaarde is de beschikbaarheid van een passende locatie en sluitende afspraken met zorgaanbieders. Betekent dat we bij een vooraf vastgestelde grens van te verwachten uitgaven, geen indicaties meer gaan afgeven. Zeer grote negatieve impact. Voor jongeren zelf verergering van de problematiek doordat ze op de wachtlijst blijven staan. Zal leiden tot bezwaren van ouders. Het wedstrijdbuitenbad is een aanvulling op het basiscontract (inwonersinitiatief). Sluiting zal ook gevolgen hebben voor huidige afspraken met eigenaar.

Verschraling onderwijskwaliteit in kwetsbare kleine kernen. Grote impact op Sociale Koers. Voorgestelde bezuinigingen worden moeilijker door grote impact op verschraling sociale basis. Fonds Houten Samen (nieuwe samengevoegde Fonds) wordt dan opgeheven, naast een extra korting op institutionele partners. Geen ondersteuning van initiatieven van inwoners en vrijwilligers met subsidie voor sociale basis meer. Niet realiseren ambitie collegeprogramma 2022-2026 (nr. 72) Fietspad ’t Goy naar Goyerbrug. Doel was een vrij liggend fietspad tussen ’t Goy en de Goyerbrug aan te leggen, als verlengstuk van het bestaande fietspad tussen Houten en ’t Goy. Met deze maatregel komen de begrote kapitaallasten te vervallen. In het coalitie programma is het creëren van een beperkte ontvangstruimte op begraafsplaats Oud-Wulven opgenomen, zodat mensen bij slecht weer binnen kunnen wachten. Als dit niet wordt gerealiseerd zijn er geen structurele kapitaallasten en beheerskosten. Het budget graffitibestrijding wordt sterk verlaagd. Alleen kwetsende graffiti wordt voortaan nog verwijderd. Er blijft 59

14 Invoeren betaald fiets parkeren Bedrijfsvoering

488

Structureel halveren telefonische 15 bereikbaarheid

488

-

75

75

75

16 Versoberen van de overige personeelskosten

40

40

40

40

17 Versoberen van het opleidingsbudget

30 53

30 53

30 53

30 53

Versoberen budgetten A&O (juza, 18 communicatie en veiligheid) Financiële maatregelen

19 Prijsindexatie 0%, muv subsidiepartners

750.

750

750

750

20 Invoeren hondenbelasting

pm

pm

pm

pm

21 Invoeren terras-, reclame-, precariobelasting

pm

pm

pm

pm

door heel de gemeente graffiti zichtbaar, alleen inhoudelijk aanstootgevende teksten en symbolen worden verwijderd. Voor het parkeren van fietsen in de twee fietstransferia (het Rond en Castellum) brengen we kosten in rekening aan de fietsparkeerders. We gaan uit van een tarief van €1 per fiets per dag. De maatregel is naar verwachting pas in te voeren vanaf 2028 in verband met het benodigde intensieve voorbereidingstraject. Deze maatregel staat haaks op het beleid van de NS om de eerste 24 uur stallen van fietsen gratis te maken. De telefonische bereikbaarheid halveren (uitsluitend in de ochtend) dwingt inwoners meer gebruik te maken van e-diensten ofwel van het fysieke contact aan de balie van het gemeentehuis. Vanuit het budget Overige personele kosten worden o.a. Houten op Stap en de kerstpakketten bekostigd. Belangrijk budget in het licht van binden en behouden personeel tegen de achtergrond van krappe arbeidsmarkt. Dit budget wordt gebruikt voor het bekostigen van trainingen, opleidingen, coaching, etc., zowel collectief als individueel. Belangrijk budget in het licht van binden en behouden personeel + op orde hebben/houden kennis & vaardigheden. Mede ook tegen de achtergrond van krappe arbeidsmarkt. Dit zijn adviesbudgetten die worden gebruikt binnen de domeinen veiligheid, communicatie en juridische zaken. Bijvoorbeeld voor grote juridische zaken.

In dit scenario wordt er een prijsindex van 0% toegepast, maar worden onze subsidiepartners uitgezonderd. Als voor dit scenario gekozen wordt, dan komt dit in de plaats van de maatregel over prijsindexatie die onder Hoofdstuk 5.4 is opgenomen. De bezuiniging is dan dus € 750.000 in plaats van € 900.000 Hondenbelasting kan opnieuw ingevoerd worden, maar is 2 jaar geleden al afgeschaft. Het invoeren en uitvoeren van deze belastingen zijn niet rendabel te krijgen voor gemeente Houten.

60

22 Invoeren parkeerbelasting

23 Verhogen toeristenbelasting

pm

40.000

pm

40.000

pm

40.000

pm

40.000

Het invoeren van parkeerbelastingen vraagt hoge initiële investeringen ook het toezicht en handhaving kost geld,daardoor duurt diverse jaren voor het terug te verdienen is. De toeristenbelasting is in voorgaande jaren al vaak verhoogd. Houten staat inmiddels de in top 10 van gemeenten met de hoogste toeristenbelasting, daarom is verdere verhoging niet voorgesteld.

61

b. Bijlage 2: Begrotingsrichtlijnen In deze bijlage presenteren wij nadere detailinformatie over algemene begrotingsregels en de toepassing van de indexatie op specifieke budgetten.

Algemene begrotingsregels Repressief of preventief toezicht Repressief toezicht betekent dat de begroting direct kan worden uitgevoerd. Wanneer de begroting niet aan de wettelijke criteria voldoet, kan preventief toezicht worden ingesteld. Preventief toezicht betekent dat de begroting en de daaropvolgende begrotingswijzigingen eerst moeten worden goedgekeurd door de provincie voordat deze kunnen worden uitgevoerd. Begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn Structureel evenwicht = de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Reëel evenwicht = de geraamde bedragen moeten volledig, realistisch en haalbaar zijn. Indien de begroting meerjarig niet structureel sluitend is, dan moet in ieder geval het eerste jaar (2026) wel structureel sluitend zijn. Dit houdt in dat structurele lasten niet gedekt mogen worden door incidentele baten. Met ingang van 2024 is er in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) een regeling opgenomen voor de inzet van een surplus binnen de algemene reserve ter dekking van structurele lasten. Dit is alleen mogelijk bij voldoende solvabiliteit en afdekking van risico’s. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten.

Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn. Dit betekent dat het n gebaseerd moet zijn op een adequate risico-inventarisatie. De structurele onttrekkingen aan de algemene reserve moeten worden opgenomen in het overzicht van structurele reservemutaties. Opschuivend sluitend financieel meerjarenperspectief Er mag geen sprake zijn van opschuivend sluitend financieel meerjarenperspectief. Hiermee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren-) begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is.

Indexatie van specifieke budgetten Budgetten (baten en lasten) afhankelijk van kerngegevens Voor een aantal budgetten geldt dat er een directe relatie is tussen de hoogte van het budget en de kerngegevens. Dit wordt autonome groei genoemd. In dat geval moet er een duidelijke onderbouwing van de voorgestelde budgetaanpassing worden aangeleverd. Deze onderbouwing moet gebaseerd zijn op de formule: P (prijs) x Q (hoeveelheid), waarbij de P voor de begroting 2026 niet mag stijgen (0% indexatie) en Q moet aansluiten op de kerngegevens (zie tabel 8.1.2). De inwonersaantallen hebben bijvoorbeeld invloed op de legesopbrengsten van burgerzaken, op de kosten van verkiezingen, op de bijdragen aan onder andere de VNG en de kosten van verzekeringen. De ontwikkeling van de leeftijdsopbouw van de Houtense inwoners heeft invloed op de kosten van jeugd en Wmo. Budgetten gerelateerd aan specifieke contracten op gebied van jeugdhulp en Wmo Op een aantal budgetten met betrekking tot jeugdhulp en Wmo is een afwijkend indexeringspercentage van toepassing. Het gaat hierbij om budgetten waar een specifiek contract aan ten grondslag ligt. Voor deze budgetten wordt uitgegaan van de opgenomen indexeringsafspraken in het desbetreffende contract. Omdat de peildata na het opstellen van de (primitieve) begroting 2026 liggen, zullen deze budgetten in de loop van 2025 en 2026 verhoogd worden.

Op basis van de indexen tijdens het opstellen van de begroting worden middelen voor latere indexering gereserveerd op een stelpost.

62

Onderwerp Maatwerk ZIN Wmo Huishoudelijke Hulp Wmo Hulpmiddelen Wmo Individuele voorzieningen Jeugd PGB's SAVE Essentiële functies Jeugd Leerlingenvervoer Regiotaxi 1. 2. 3.

Grondslag indexering Overheidsbijdrage in de arbeidskosten-ontwikkeling (OVA-index) 1 OVA-index Consumenten Prijs Index (CPI)) 2 OVA-index OVA-index OVA-index 80% OVA en 20% PPC 3 NEA-index (Panteia) NEA-index (Panteia)

OVA: https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten CPI: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83131ned/table?fromstatweb Er wordt aangesloten bij de indexeringssystematiek van het LTA.

Verhuur accommodaties (baten) De tarieven van de sport- en welzijnsaccommodaties worden jaarlijks per 1 augustus geïndexeerd. Dit betekent dat de tarieven van sport- en welzijnsaccommodaties met ingang van 1 augustus 2026 met 4% worden geïndexeerd. Begroting derden op basis van een gemeenschappelijke regeling (lasten) Een aantal budgetten is gerelateerd aan de begrotingen van derden op basis van een gemeenschappelijke regeling. Bij het opstellen van de begroting 2026 worden de meest actuele gegevens van de gemeenschappelijke regeling als uitgangspunt gehanteerd. Te verstrekken subsidies (lasten) De te verstrekken subsidies worden met 0% geïndexeerd. Uitzondering hierop zijn te verstrekken subsidies waar een substantiële ‘looncomponent’ onderdeel van is. In die gevallen wordt de indexering van te verstrekken subsidies opgesplitst in: - 0% over het prijsgevoelige gedeelte - 1,8% over de looncomponent Te ontvangen subsidies (baten) Voor te ontvangen subsidies en rijksbijdragen wordt uitgegaan van de (voorlopige) beschikking voor het betreffende begrotingsjaar (indien deze al aanwezig is). Als de beschikking voor het begrotingsjaar (nog) niet is afgegeven, wordt vooralsnog uitgegaan van de meest recente inzichten waarbij baten verhoogd worden met het indexeringspercentage van 4%. Verzekeringen Voor lopende verzekeringen geldt de grondslag voor de premieberekening.

Bij verzekeringen waarbij de premie wordt berekend op basis van het aantal inwoners, wordt rekening gehouden met de vastgestelde inwoneraantallen uit de kerngegevens. De prijs per inwoner mag stijgen met een indexering van 0%. Bij verzekeringen waarvan de premie wordt berekend aan de hand van een percentage van de verzekerde waarde wordt de verzekerde waarde geïndexeerd met 0%. Investeringen die zijn opgenomen in het IHP Op de investeringen uit het integraal huisvestingsplan onderwijs is een afwijkend percentage van toepassing. Voor deze investeringen wordt uitgegaan van de bouwkosten data (BDB-index). Omdat de peildatum na het opstellen van de (primitieve) begroting 2026 ligt, zullen deze investeringsbudgetten in de loop van 2025 en 2026 verhoogd worden. Gemeentelijke belastingen en heffingen Uitgangspunt voor de toeristenbelasting is een trendmatige aanpassing (4%) van de begrote opbrengst. De tarieven van de overige belastingen en heffingen worden op basis van kostendekkendheid vastgesteld. Hierbij geldt als uitgangspunt dat deze kostendekkend in de begroting worden verwerkt.

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=455a0c5c-8149-44ee-9adc-dbe49a6e60bb