Perspectiefnota 2024.docx
Tekst van het document
➢ ➢
De indicatie van het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 in de perspectiefnota 2024 is het uitgangspunt voor de uitwerking van de begroting 2024. Financiële effecten van raadsbesluiten tot en met 6 juli 2023 worden in de begroting 2024 verwerkt.
Kerngegevens Voor het opstellen van de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027 is een aantal gegevens van belang. Het gaat hierbij om de kerngegevens die van invloed zijn op de berekening van de groei-gerelateerde budgetten, dus die Q (hoeveelheid) afhankelijk zijn, en een aantal andere specifieke posten zoals de algemene uitkering. In onderstaande tabel is een aantal van toepassing zijnde kerngegevens per 1 januari van het betreffende jaar opgenomen. Begrotingsrichtlijnen 2024 Gegeven Totaal aantal woningen
2024
2025
2026
2027
21.215
21.455
21.763
22.110
Prognose woningbouwproductie
240
308
347
406
Gemiddelde woningbezetting
2,40
2,36
2,36
2,34
Aantal inwoners, totaal
50.878
51.099
51.539
51.684
Aantal inwoners 0 t/m 17 jaar
11.088
10.951
10.842
10.761
Aantal inwoners, 18 t/m 59 jaar
26.481
26.487
26.502
26.611
Aantal inwoners 60 jaar en ouder
13.309
13.661
14.015
14.312
Aantal éénpersoonshuishoudens
6.026
6.133
6.249
6.381
Aantal meerpersoonshuishoudens
15.094
15.209
15.327
15.458
Toelichting op bovenstaande tabel: 1. Uitgangspunt voor het aantal woningen en inwoners is de stand per 1 januari 2022 volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Houten. 2. De woonvisie 2021-2030 (vastgesteld december 2021) geeft richting aan het gewenste woningbouwprogramma van 4.750 woningen in de periode tot 2040. Voor ongeveer 1.000 woningen zijn al meer of minder concrete plannen. 3. Bron voor de gemiddelde woningbezetting is de bevolkingsprognose gemeente Houten van Pronexus (mei 2022). 4. Het verschil tussen het aantal woningen en de som van de één- en meerpersoonshuishoudens betreft vooral de incidentele leegstand van woningen.
5.4
Prijsontwikkelingen
Algemeen Het algemene uitgangspunt is dat het verhogen van budgetten niet is toegestaan. Er is een klein aantal uitzonderingen, genoemd onder 3.4.3., waarbij een specifieke aanpassing toegepast wordt. Indexering prijsgevoelige budgetten Het indexeringspercentage dat meerjarig wordt toegepast op de prijsgevoelige budgetten (inclusief subsidiebudgetten) is de prijs bruto binnenlands product voor 2024 volgens de korte-termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2023 (Centraal Economisch Plan (CEP) 2023, raming maart 2023). Voor 2024 is dit 3,0%. Een aanvullende correctie vindt plaats als de actuele CPB raming voor het lopende jaar 2023 meer dan 0,5% afwijkt van de prijsmutatie waarop de lopende begroting 2023 is gebaseerd. De afwijking is 3,2% (begrote indexatie voor 2022 3,0%, nu 6,2%) zodat een bijstelling over 2023 plaatsvindt. Hiermee bedraagt het toe te passen prijsindexcijfer voor 2024 6,2%.
23 / 27
Tabel: Ontwikkeling Inflatie
Opgenomen in Begroting 2023
CEP maart’23
Verschil
2023
3,0%
6,2%
3,2%
2024
-
3,0%
3,0%
TOTAAL
6,2%
Specifieke aanpassingen budgetten Bij onderstaande budgetten wordt een specifieke aanpassing gedaan: a. Budgetten (baten en lasten) afhankelijk van kerngegevens Voor een aantal budgetten geldt dat er een directe relatie is tussen de hoogte van het budget en de kerngegevens. Dit wordt autonome groei genoemd. In dat geval moet er een duidelijke onderbouwing van de voorgestelde budgetaanpassing worden aangeleverd. Deze onderbouwing moet gebaseerd zijn op de formule: P (prijs) x Q (hoeveelheid), waarbij de P voor de begroting 2023 alleen mag stijgen op basis van het indexeringspercentage (6,2%) in § 3.4.2 en Q moet aansluiten op de kerngegevens in § 6.3. De inwonersaantallen hebben bijvoorbeeld invloed op de legesopbrengsten van burgerzaken, kosten van verkiezingen, de bijdragen aan onder andere de VNG en kosten van verzekeringen. De ontwikkeling van de leeftijdsopbouw van de Houtense inwoners heeft invloed op de kosten van jeugd en wmo. b. Budgetten (lasten) gerelateerd aan specifieke contracten op gebied van jeugdhulp en Wmo Op een aantal budgetten met betrekking tot jeugdhulp en Wmo is een afwijkend indexeringspercentage van toepassing. Het gaat hierbij om budgetten waar een specifiek contract aan ten grondslag ligt. Voor deze budgetten wordt uitgegaan van de opgenomen indexeringsafspraken in het desbetreffende contract.
Omdat de peildata na het opstellen van de (primitieve) begroting liggen, zullen deze budgetten in de loop van 2023 en 2024 verhoogd worden. Voor de dekking hiervan kan (deels) gebruik worden gemaakt van middelen uit de meicirculaire 2023 die voor loon- en prijsindexatie gereserveerd zijn, zie § 6.6. Onderwerp Maatwerk ZIN Wmo Huishoudelijke Hulp Wmo Hulpmiddelen Wmo Individuele voorzieningen Jeugd PGB's SAVE Essentiële functies Jeugd Leerlingenvervoer 1. 2. 3.
Grondslag indexering Overheidsbijdrage in de arbeidskosten-ontwikkeling (OVA-index) 1 OVA-index Consumenten Prijs Index (CPI)) 2 OVA-index OVA-index OVA-index 80% OVA en 20% PPC 3 NEA-index (Panteia)
OVA: https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten CPI: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83131ned/table?fromstatweb Er wordt aangesloten bij de indexeringssystematiek van het LTA.
c. Verhuur accommodaties (baten) De tarieven van de sport- en welzijnsaccommodaties worden jaarlijks per 1 augustus geïndexeerd. Dit betekent dat de tarieven van sport- en welzijnsaccommodaties met ingang van 1 augustus 2023 met 6,2% worden geïndexeerd. d. Begroting derden op basis van een gemeenschappelijke regeling (lasten) Een aantal budgetten is gerelateerd aan de begrotingen van derden op basis van een gemeenschappelijke regeling. Bij het opstellen van de begroting 2024 worden de meest actuele gegevens van de gemeenschappelijke regeling als uitgangspunt gehanteerd. Zoals eerder gemeld in raadsvoorstel over inflatie dd 4 april 2023 zijn er ook andere prijsstijgingen in 2024 te verwachten. De gestegen kosten voor de verbonden partijen is daar een belangrijke component van. Op dit moment hebben we daar nog geen exact financieel beeld bij. De verbonden 24 / 27
partijen leveren vaak rond dit tijdstip de nieuwe begroting 2024 aan voor zienswijze. Deze worden via aparte raadsvoorstellen gecommuniceerd en later in het jaar vastgesteld. Deze kosten worden natuurlijk meegenomen in onze begroting 2024. Onder voorbehoud kunnen we de volgende ontwikkelingen delen e. Te verstrekken subsidies (lasten) De te verstrekken subsidies worden met 6,2% geïndexeerd. Uitzondering hierop zijn te verstrekken subsidies waar een substantiële ‘looncomponent’ onderdeel van is. In die gevallen wordt de indexering van te verstrekken subsidies opgesplitst in: - 6,2% over het prijsgevoelige gedeelte - 11,1% over de looncomponent In deze looncomponent is een extra compensatie toegepast voor de uitzonderlijke situatie in afgelopen jaren. De begrote loonindex was aanzienlijk lager dan de werkelijke indexatie. In de volgende tabel staat de toegepaste loonindex ten opzichte van de werkelijke index. Tabel: Loonontwikkeling
Opgenomen in Begroting 2023
CEP maart’23
Verschil
2022
1,2%
7,4%
6,2%
2023
3,3%
3,5%
0,2%
2024
-
4,7%
4,7%
TOTAAL
f.
11,1%
Te ontvangen subsidies (baten)
Voor te ontvangen subsidies en rijksbijdragen wordt uitgegaan van de (voorlopige) beschikking voor het betreffende begrotingsjaar (indien deze al aanwezig is). Als de beschikking voor het begrotingsjaar (nog) niet is afgegeven, wordt vooralsnog uitgegaan van de meest recente inzichten waarbij lasten en baten verhoogd worden met het indexeringspercentage van 6,2%. g. Personeel gerelateerde kosten (lasten) Een aantal budgetten is gerelateerd aan de loonsom en bedraagt concernbreed 6,2% van de loonsom. Dit percentage is als volgt verdeeld over de diverse loongerelateerde budgetten: Persoonlijke toelagen Forensenvergoeding Jubilea Gratificaties Opslagpercentage genormeerd schaalbedrag
0,40% 1,25% 0,15% 0,20% 2,00%
Loopbaanoriëntatie
1,00%
Opleidingskosten Werving en selectie Arbo en vitaliteit Dienstreizen Overige personeelskosten Totaal % overige formatie-gerelateerde budgetten
1,80% 0,20% 0,60% 0,20% 0,40% 3,20%
Omdat deze budgetten gerelateerd zijn aan de loonsom worden ze verhoogd met de loonontwikkeling van 4,7%.
25 / 27
h. Verzekeringen (lasten) Voor lopende verzekeringen geldt de grondslag voor de premieberekening. Bij verzekeringen waarbij de premie wordt berekend op basis van het aantal inwoners, wordt rekening gehouden met de vastgestelde inwoneraantallen uit de kerngegevens (zie § 6.3). De prijs per inwoner mag stijgen met een indexering van 6,2%. Bij verzekeringen waarvan de premie wordt berekend aan de hand van een percentage van de verzekerde waarde wordt de verzekerde waarde geïndexeerd met 6,2%. i.
Onvoorzien én onuitstelbaar én onontkoombaar
In een beperkt aantal gevallen kan sprake zijn van onvermijdbare budgetaanpassingen. Dit zijn aanpassingen die onvoorzien én onuitstelbaar én onontkoombaar (3xO) zijn. ➢ ➢ ➢ ➢
5.5
Alle prijsgevoelige budgetten (inclusief subsidiebudgetten) worden meerjarig met 6,2% geïndexeerd. Budgetten gerelateerd aan specifieke contracten op het gebied van jeugdhulp en Wmo hebben een afwijkend (anders dan 6,2%) indexeringspercentage. De looncomponent in de te verstrekken subsidies wordt met 11,1% (in plaats van 6,2%) geïndexeerd. Afwijkingen hiervan in een aantal specifieke gevallen.
Loonontwikkeling
De begrote salarislasten zijn gebaseerd op het maximum van de functieschaal. De sociale lasten worden begroot op basis van de gegevens die per 31 mei 2023 beschikbaar zijn. Het ABP stelt elk jaar rond 1 december de hoogte van de verschillende premies (pensioenpremies en sociale lasten) voor het volgend jaar definitief vast. Bij het opstellen van de begrotingsrichtlijnen 2024 zijn de premies dus nog niet bekend en worden gehandhaafd op het niveau van 2023. Indien het ABP medio dit jaar een voorlopige inschatting afgeeft van de verschillende premies over 2024, wordt het effect hiervan verwerkt in de begroting 2024. De Cao voor gemeenteambtenaren geldt tot 1 januari 2024. Indien de nieuwe Cao voor 1 september 2023 afgesloten wordt, worden de loonontwikkelingen hiervan meegenomen in de begroting 2024. Indien er nog geen nieuwe Cao afgesloten is, zal met betrekking tot de loonontwikkeling na 1 januari 2024 worden aangesloten bij de verwachte ontwikkelingen (Centraal economisch plan (CEP) 2023, raming maart 2023https://www.cpb.nl/raming-3mrt2020-cep-2020-mlt) van het CPB. Voor de indexering wordt aangesloten bij de parameter ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. Op basis hiervan wordt uitgegaan van een structurele verhoging van de loonkosten met 4,7% om hiermee tenminste de verwachte koopkrachtontwikkeling te kunnen compenseren.
Deze indexatie wordt dus ook toegepast op de personeel gerelateerde kosten (zie § 6.4.g). ➢ ➢ ➢ ➢
5.6
Begrote salarislasten zijn gebaseerd op het maximum van de functieschalen. Salarislasten worden vanaf 2024 met 4,7% geïndexeerd. Werkgeversgedeelte van de pensioenpremies en sociale lasten worden gehandhaafd op basis van de vastgestelde premies voor 2023. Voorlopige inschatting premies 2023 door het ABP verwerken we in de begroting 2024.
Algemene uitkering
De algemene uitkering in de begroting 2024 wordt gebaseerd op de meicirculaire 2023. Voor de berekening van de algemene uitkering wordt het systeem van constante prijzen gehanteerd (het jaar 2024 is lopend en de jaren 2025-2027 zijn constant). In de meicirculaire worden de prognoses voor de maatstaven binnen de algemene uitkering geactualiseerd. Voor de berekening van de stelpost voor de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds wordt het gemiddelde van de afrekeningen van de laatste jaren gehanteerd, conform de richtlijn van de Provincie/BZK. Voor de berekening van de stelpost nog te ontvangen rijksmiddelen voor jeugdzorg wordt uitgegaan van de richtlijn van de Provincie/BNZK. 26 / 27
➢ ➢ ➢ ➢ ➢
5.7
De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald aan de hand van de meicirculaire 2023. Voor de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2027 wordt het systeem van constante prijzen gehanteerd (het jaar 2024 is lopend en de jaren 2025-2027 constant). Actualisatie prognoses maatstaven t.b.v. meicirculaire. Stelpost ruimte onder het plafond BCF o.b.v. gemiddelde afrekeningen laatste jaren. Stelpost nog te ontvangen rijksmiddelen voor jeugdzorg conform richtlijn Provincie/BZK.
Gemeentelijke belastingen en heffingen
Uitgangspunt voor de onroerendzaakbelasting (ozb) en de toeristenbelasting is een trendmatige aanpassing (6,2%) van de begrote opbrengst. Bij de berekening van het tarief voor de ozb wordt deze verhoging als gevolg van de inflatie gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling van de woningen en de niet-woningen. De tarieven van de overige belastingen en heffingen worden op basis van kostendekkendheid vastgesteld. Hierbij geldt als uitgangspunt dat deze kostendekkend in de begroting worden verwerkt. ➢ ➢
5.8
Uitgangspunt voor de bepaling van de begrote opbrengst van ozb en toeristenbelasting is een trendmatige verhoging van 6,2%. De tarieven voor de overige belastingen en heffingen worden op basis van kostendekkendheid vastgesteld.
Effect- en prestatie-indicatoren
De raad heeft (stuur)informatie nodig om zijn kaderstellende rol (bij de begroting) en controlerende rol (bij de jaarstukken) te kunnen vervullen. Effect- en prestatie-indicatoren zijn hierbij van belang. Op landelijk niveau zijn hiervoor de zogenaamde BBV-indicatoren ontwikkeld. Daarnaast heeft de raad de ruimte om haar eigen gewenste effect- en prestatie-indicatoren in de begroting hieraan toe te voegen. ➢
In opvolging van het rekenkameronderzoek en de motie m.b.t. indicatoren in de begroting is de organisatie in 2023 een project gestart om een goede basis set aan indicatoren in de begroting te krijgen. In 2023 zullen deze via een werksessie in Juni en besluitvorming bij de tweede berap 2023 cq begroting 2024 weer in de begroting opgenomen worden.
27 / 27