Memo uitspraak VVGB nav RTG bindend advies
Tekst van het document
Memo aan het college P Van: CC: Onderwerp: Datum collegevergadering
Marellie Schreurs Toelichting uitspraak RvS over VVGB n.a.v. RTG bindend advies van 14-112023 5 december 2023
In het memo ‘raad en omgevingswet’ van de griffie over het bindend advies werd verwezen naar de volgende uitspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RVS:2015:1655&showbutton=true&keyword=E CLI%253aNL%253aRVS%253a2015%253a1655&idx=1 In deze uitspraak (ECLI:NL:RVS:2015:1655 van 27 mei 2015) vond de Raad van State het aanwijzingsbesluit waarin de raad van Den Haag het college de vrije hand gaf om al dan niet een VVGB aan de raad te vragen, in strijd met de rechtszekerheid en daarmee onverbindend. De griffie is van mening dat ons criterium: ‘Door college verwachte maatschappelijke impact of gevoeligheid, waardoor de raad toch om advies wordt gevraagd’ in strijd is met de rechtszekerheid, omdat het college hiermee de vrije hand zou krijgen om te bepalen wat er naar de raad gaat. Wij zijn van mening dat deze uitspraak niet van toepassing is op het nu voorliggende voorstel voor bindend advies, omdat: 1. De Omgevingswet in basis geen adviesrecht voor omgevingsvergunningen toebedeelt aan de raad. Onder de Wabo was dat wel zo. De huidige Waboregeling gaat uit van ‘VVGB bij de uitgebreide procedure, tenzij …’ en de nieuwe Omgevingswetregeling gaat uit van ‘geen adviesrecht, tenzij …’. Het adviesrecht is daardoor niet verplicht. De VVGB was dat wel.
In de huidige regeling (waar de uitspraak over gaat) betreft het een verplichte adviesbevoegdheid van de raad (VVGB) die rechtstreeks uit de wet volgt (artikel 2.27 Wabo jo. artikel 6.5 Bor). Deze raadsbevoegdheid geldt voor alle omgevingsvergunningen waar voor het planologische deel de uitgebreide procedure van toepassing is. De raadsbevoegdheid kan beperkt worden door categorieën aan te wijzen waarvoor geen VVGB vereist is. Een te ruime aanwijzing leidt tot een verkapte verschuiving van bevoegdheden (het college gaat dan te veel op de stoel van de raad zitten) en is daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De raad is onder de Omgevingswet in beginsel niet betrokken bij de besluitvorming op aanvragen voor buitenplanse omgevingsvergunningen. De raad kan wel zelf bepalen in hoeverre hij betrokken wil zijn door categorieën aan te wijzen waarop hij adviesrecht wil hebben. De wetgever gaat er hierbij vanuit dat de raad via de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan voldoende kaders aan het college heeft kunnen meegeven. De raad kan categorieën aanwijzen, maar dat hoeft dus niet. Wanneer er een aanwijzingsbesluit is gemaakt waarmee de raad vrijwel nooit adviesrecht heeft, gaat dat niet tegen het rechtszekerheidsbeginsel in. Beslissen op een buitenplanse omgevingsvergunning is immers een collegebevoegdheid. Andersom wel.
Een te ruime invulling van de adviesbevoegdheid leidt wel tot een verkapte verschuiving van bevoegdheden (de raad gaat dan te veel op de stoel van het college zitten). Dat is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat er dan nog nauwelijks onderscheidende betekenis valt toe te kennen aan de bevoegdheid van het college.
Pagina 1 van 2
2. Ons eerste criterium om te bepalen of er bindend advies vereist is, is een concreet criterium is dat geen beslisruimte voor het college laat. Er is bindend advies vereist voor buitenplanse omgevingsvergunningen met een bouwsom van € 750.000 of meer. De beslissing om de bouwsom als criterium voor bindend advies te nemen, zal er overigens naar verwachting toe leiden dat meer omgevingsvergunningen voor bouwplannen aan de raad voorgelegd zullen worden. Bouwplannen die de afgelopen jaren onder de Wabo via een bestemmingsplan of via een VVGB langs de raad komen, betreffen bijna allemaal aanvragen met een bouwsom van € 500.000 of meer, met inflatiecorrectie € 750.000 of meer. Onder de Omgevingswet zullen door toepassing van dit criterium meer bouwplannen aan de raad voorgelegd worden via het bindend adviesrecht, omdat de aanwijzing voor alle buitenplanse omgevingsvergunningen gaat gelden. Niet meer alleen de bouwplannen waarvoor de uitgebreide procedure doorlopen moet worden, maar ook kruimelgevallen met een bouwsom van € 750.000 of meer. Voor een bouwplan, zoals de bouw van een grote loods binnen de bebouwde kom, zal dan ook bindend advies vereist zijn. Onder Wabo was hier geen VVGB nodig, omdat op aanvragen voor bijgebouwen binnen de bebouwde kom meestal de kruimelregeling van toepassing was.
Pagina 2 van 2