CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Geamendeerd Raadsvoorstel Bindend adviesrecht van de raad in de Omgevingswet

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente HoutenBij agendapunt: Bindend adviesrecht van de raad in de Omgevingswet1.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstelnummer: 659483 Zaaknummer: 816893

Houten, 7 november 2023

Onderwerp: Bindend adviesrecht van de raad in de Omgevingswet

Beslispunten: 1. Het bindend adviesrecht in te stellen voor de gemeenteraad bij inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. De criteria voor het bindend advies te baseren op de huidige criteria voor de Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) en daarvoor; a. Het criterium voor de bouwkosten te indexeren van € 500.000,- naar € 750.000,-; b. In te stemmen met het toepassen van de in bijlage 1 beschreven geactualiseerde Procedure Snel. 3. De werkwijze voor de toepassing van het bindend advies na één jaar te evalueren.

Samenvatting Met de komst van de Omgevingswet (Ow) per 1 januari 2024 ontstaat er een nieuwe bevoegdheid voor de raad, namelijk het bindend adviesrecht bij bepaalde besluiten over initiatieven om af te wijken van het omgevingsplan. Onder de huidige wetgeving werd deze bevoegdheid geregeld met de verklaring van geen bedenkingen (VVGB). Voorgesteld wordt in te stemmen met de criteria voor het instellen van dit bindend adviesrecht. Voor een (zoveel mogelijke) beleids- en bevoegdheidsneutrale overgang naar de nieuwe regeling, is hierbij zoveel mogelijk aangesloten bij de criteria voor de huidige regeling. Het criterium voor de bouwkosten wordt hierbij geïndexeerd van € 500.000,(prijspeil 2010) naar € 750.000,- (prijspeil 2024). De (nieuwe) criteria voor het vragen van een bindend advies aan de raad luiden als volgt: 1.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in 16.15a lid b onder 1 Ow en;

2.

Bouwkosten hoger of gelijk dan €750.000,- of;

3.

Door college verwachte maatschappelijke impact of gevoeligheid, waardoor de raad toch om advies wordt gevraagd.

Tenslotte wordt voorgesteld om een jaar na inwerkingtreding van de wet de toepassing van het bindend advies te evalueren

Aanleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat er een nieuwe bevoegdheid voor de raad: het adviesrecht. Onder de huidige wetgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, hierna Wabo) kennen we een soortgelijke bevoegdheid, namelijk de verklaring van geen bedenkingen (VVGB). Het adviesrecht is alleen aan de orde bij initiatieven die strijdig zijn met het omgevingsplan: de zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Bopa’s). Het college is bevoegd om hierover te besluiten. Dit voorstel beschrijft in welke gevallen de raad een bindend advies wordt gevraagd. In die gevallen waar dit adviesrecht geldt, mag het college niet afwijken van het advies van de raad. Een zoveel mogelijk beleids- en bevoegdheidsneutrale overgang naar de Omgevingswet is gewenst. Dit is de reden om in dit voorstel zoveel mogelijk aan te sluiten bij de criteria die hiervoor onder de huidige regeling gelden, met uitzondering van de bouwkostendrempel die we hebben geïndexeerd van € 500.000 (peil 2010) naar € 750.000. Hoewel een zoveel mogelijk beleids- en bevoegdheidsneutrale overgang naar de Omgevingswet gewenst is, is dit niet voor 100% mogelijk te maken. Waar voorheen een

*656639* 656639

2-5 VVGB alleen noodzakelijk was bij een uitgebreide procedure, maar niet bij een reguliere procedure, vervalt onder de Omgevingswet dit onderscheid. Dit kan tot gevolg hebben dat meer zaken naar de raad gebracht moeten worden dan voorheen. Als voorbeeld: Een kleine aanpassing aan een school die vroeger onder de kruimelgevalregeling zou vallen, moet nu toch naar de raad omdat de oorspronkelijke bouwsom van de school de € 750.000,overstijgt. Nu we te maken krijgen met een nieuw wettelijk kader en nog niet exact bekend is welk impact dit besluit heeft in de uitvoeringspraktijk, wordt voorgesteld de toepassing van het bindend advies na een jaar na inwerkingtreding van de wet te evalueren.

Beoogd effect De raad het bindend adviesrecht toe te kennen voor initiatieven die hiervoor in aanmerking komen gelet op de criteria.

Argumenten per beslispunt 1.1 Om de raad dit adviesrecht toe te kennen, moet vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet (vooralsnog per 1 januari 2024) aparte besluitvorming plaatsvinden. Onder de huidige wet- en regelgeving (Wabo) kan de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen (VVGB) afgeven. Om dit werkbaar te houden heeft de raad gevallen aangewezen waarin die verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de raad gevallen aan waarin een bindend advies nodig is van de raad als het college activiteiten wil vergunnen die afwijken van het omgevingsplan (het toetsingskader voor vergunningverlening en toezicht en handhaving). Voor niet aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht. Daar gaat de raad dan niet (meer) over. Het adviesrecht is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college mag daar niet van afwijken en bij een negatief bindend advies de omgevingsvergunning niet verlenen. 1.2 De raad dient aan te geven in welke gevallen de raad gebruik wil maken van het bindend adviesrecht (art.16.15a lid b onder 1 Omgevingswet). Met de inwerkintreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 komt de VVGB van rechtswege te vervallen. De mogelijkheid van een bindend adviesrecht van de raad komt hiervoor in de plaats.

Om de raad dit adviesrecht toe te kennen, moet vóór 1 januari 2024 aparte besluitvorming plaatsvinden. Regelt de raad niets, dan hoeft het college niet naar de raad als zij activiteiten wil vergunnen die in strijd zijn met het omgevingsplan. 2.1 Het prijspeil voor het vaststellen van de bouwkosten onder de oude/huidige regeling is verouderd en dient te worden geïndexeerd. Voorgesteld wordt om de raad een bindend adviesrecht toe te kennen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, als bedoeld in artikel 16.15a lid b onder 1 Omgevingswet die in combinatie plaatsvindt met bouwactiviteiten waarvan de bouwkosten hoger dan € 750.000,zijn. Onder de oude (huidige) regeling was de hoogte van de bouwkosten vastgesteld op € 500.000,-. Dit was nog gebaseerd op een berekening van 2010. Nadien is de hoogte niet meer gecorrigeerd. Gezien de huidige stijging van bouw- en aanneemkosten, wordt voorgesteld om deze drempel te verhogen tot € 750.000,-. (op basis van een doorberekende indexatie van het CBS). Dit brengt de drempel dichter bij het prijspeil van de huidige markt. Naast voornoemd criterium kunnen zich initiatieven voordoen die we op dit moment niet kunnen inschatten, maar waarbij het college toch graag het advies van de raad inwint. In die gevallen kan naar beoordeling van het college de raad om bindend advies worden gevraagd.

Dit is voortzetting van het huidige beleid, waarbij de raad door het college betrokken wordt bij complexe en/of gevoelige dossiers met bouwkosten lager dan de drempelwaarde. Versie datum: 13-12-2023 16:15:09

3-5 De (nieuwe) criteria voor het vragen van een bindend advies aan de raad worden dan als volgt: 1.) Buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in 16.15a lid b onder 1 Ow en; 2.) Bouwkosten hoger of gelijk dan € 750.000,- of; 3.) Door college verwachte maatschappelijke impact of gevoeligheid, waardoor de raad toch om advies wordt gevraagd. 3.1

Het evalueren of de toepassing van de nieuwe wet- en regelgeving werkbaar en doelmatig is.

Aangezien sprake is van nieuwe wet- en regelgeving wordt voorgesteld om deze toepassing na een jaar na inwerkingtreding van de wet te evalueren. Dan kan worden bepaald of en in hoeverre de toepassing van het bindend advies en de criteria voor alle betrokken partijen werkbaar en doelmatig is.

Kanttekeningen 1.1 De toepassing van de nieuwe wet- en regelgeving brengt nog onduidelijkheden en/of onzekerheden met zich mee die zich nog in de praktijk moeten uitwijzen. Met de Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 deels ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze wet brengt met zich mee dat voor een groot deel van de bouwactiviteiten geen omgevingsvergunning meer nodig is. Omdat een beleids- en bevoegheidsneutrale overgang gewenst is, zetten we de huidige criteria voort. De praktijk zal echter nog uit moeten wijzen hoe we om kunnen gaan met die gevallen die volgens de Wkb omgevingsvergunningvrij zijn voor het bouwen, maar waarvoor we wel een vergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit moeten verlenen. Aangezien dat nieuwe situaties zal opleveren, zal de praktijk moeten uitwijzen of de huidige criteria werkbaar en doelmatig zijn. Dit komt dan bij de evaluatie (beslispunt 1.3) aan de orde. 1.2 Het bindend advies moet worden gevraagd aan de raad en die moet tijdig kunnen besluiten De termijn voor het verlenen van een vergunning onder de Omgevingswet valt veelal terug van 26 weken naar 8 weken. Binnen deze termijn zal ook advies aan de raad moeten worden gevraagd. De inzet vanuit het college is om het eerste jaar te proberen dit mogelijk te maken binnen de bestaande vergadercyclus.

Mocht blijken dat dit niet werkbaar is, dan kan dit aanpassing van de raadscyclus noodzakelijk maken. Vanzelfsprekend is dit ook sterk afhankelijk van de criteria die de raad stelt voor het vereisen van bindend advies. Immers, hoe eerder de raad bindend advies verplicht stelt, hoe meer aanvragen door de raad beoordeelt moeten worden. Om de kans op tijdige afhandeling te maximaliseren wordt onmiddellijk bij binnenkomst van een aanvraag een check gedaan op noodzaak tot bindend advies. In overleg met de griffie zal bewaakt worden dat stukken ook zo snel mogelijk naar de raad komen en er tijdig een advies door de raad wordt verstrekt. Hiertoe wordt de "procedure snel" geactualiseerd, deze is als bijlage bijgevoegd.

Participatie n.v.t.

Financiën en formatie n.v.t.

Communicatie n.v.t. Versie datum: 13-12-2023 16:15:09

4-5

Voortgang Na besluitvorming van de raad en inwerkingtreding van de Omgevingswet kan het bindend adviesrecht van de raad onder de geactualiseerde criteria opgepakt worden.

Evaluatie De toepassing van het bindend adviesrecht wordt na 1 jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd. Met de evaluatie kan worden bepaald of en in hoeverre de criteria voor alle betrokken partijen werkbaar en doelmatig zijn.

Houten, 7 november 2023 het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de secretaris, de burgemeester,

A.J. Barink

G.P. Isabella

Bijlagen 1. Geactualiseerde Procedure Snel Verantwoordelijke portefeuillehouders college 1e PoHo: Paul van Ruitenbeek 2e PoHo: Wouter van den Berg

Versie datum: 13-12-2023 16:15:09

Gewijzigd Raadsbesluit Voorstelnummer: 659483 Onderwerp Bindend adviesrecht van de raad in de Omgevingswet De raad van de gemeente Houten heeft het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023 gelezen en besluit: “1. Het bindend adviesrecht als bedoeld in artikel 16.15a, onderdeel b, van de Omgevingswet in te stellen voor de gemeenteraad bij inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. De criteria voor het bindend advies voor buitenplanse omgevingsactiviteiten als bedoeld in artikel 16.15a, onderdeel b, van de Omgevingswet als volgt vast te stellen: a. Bouwkosten hoger dan of gelijk aan €750.000,- of b. Een omgevingsactiviteit waarvan minimaal één vijfde van de leden van de raad een bindend advies wenst uit te brengen en dat schriftelijk aan de voorzitter van de raad laat weten, uiterlijk twee weken na melding van de binnengekomen voorgenomen buitenplanse activiteiten door het college aan de raad of; c. Door college verwachte maatschappelijke impact of gevoeligheid, waardoor de raad toch om advies wordt gevraagd; 3. In te stemmen met het toepassen van de in bijlage 1 beschreven geactualiseerde Procedure Snel bij buitenplanse omgevingsactiviteiten waarvoor een bindend advies van de raad vereist is; 4.

De werkwijze voor de toepassing van het bindend advies te evalueren zodra de bindend adviesrecht-procedure vijf maal is doorlopen in verband met verschillende soorten activiteiten (zie art. 1.2 lid 1b Omgevingswet) dan wel uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025. 5. Dat het college de raad informeert over buitenplanse initiatieven, waarop participatieroute 3 van de Leidraad Omgevingsinitiatieven & Participatie van toepassing is, zodra deel 1 van die route goed is doorlopen en het initiatief doorgaat van deel 1 naar deel 2 van participatieroute 3. Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 12 december 2023. De raad van de gemeente Houten, de griffier,

de voorzitter,

C.M.S. Visser

G.P. Isabella

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=9a2adfb2-ae28-4b3e-a6d2-d7038b0d3bcc