Bijlage toelichting 5 b_NL_IMRO_0321_0680ASVSCHALKWIJK-VSBP_SOB010581_BOConcept (756884) (1).pdf
Tekst van het document
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek Lange Uitweg ong. Schalkwijk
Opdrachtgever: gemeente Houten
Lievense Milieu B.V.
Documentcode:
SOB010581-B.RAP002
KvK
Telefoon
Versie
30152124
088 - 9102000
1.0
Adres
Internet
Datum
Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein
Lievense.com
8 april 2020
Colofon Opdrachtgever Gemeente Houten Postbus 30 3990 DA Houten Contactpersoon opdrachtgever Mevr. S. Seyman Contactpersonen Lievense Dhr. R.N. van Rijnsoever Dhr. S. Kunst
Autorisatie Documentnummer
Versie
Status
SOB010581-B.RAP002
1.0
Concept
Paraaf
Opgesteld door
Functie
Datum
Dhr. R.N. van Rijnsoever
Senior adviseur en projectleider BRL 2001, 2002, 2003 en 2018
08-04-2020
Geverifieerd door
Functie
Datum
Dhr. S. Kunst
Senior adviseur en projectleider BRL 2001, 2002 en 2018
08-04-2020
Akkoord projectleider
Functie
Datum
Dhr. S. Kunst
Senior adviseur en projectleider BRL 2001, 2002 en 2018
08-04-2020
Paraaf
Paraaf
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
2
Achtergronden
2
2.1 Locatiegegevens 2.2 Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken 2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 2.4 Bodembeleid 2.5 Puin in relatie tot asbest 2.6 PFAS 2.7 Hypotheses en onderzoeksstrategieën Uitgevoerd onderzoek 3.1 Onderzoeksopzet 3.2 Veldonderzoek en laboratoriumonderzoek Resultaten
2 3 4 4 5 5 6 8 8 10 12
4.1 4.2
Veldonderzoek Laboratoriumonderzoek 4.2.1 Algemeen 4.2.2 Grond 4.2.3 Grondwater 4.2.4 Asbest 4.2.5 Waterbodem Evaluatie onderzoeksresultaten 5.1 Voormalige boomgaard 5.2 Indicatief onderzoek gehele locatie incl. OCB 5.3 Potentieel woningbouwvlak 5.4 Pad1-B 5.5 Dammen 5.6 Inrit1-B 5.7 Slootdempingen SD4 en SD7 5.8 Storten ST1 en ST2 5.9 Depot1 5.10 Watergangen Conclusies en aanbevelingen
12 12 12 15 20 20 22 23 23 23 23 24 24 25 25 26 27 27 28
6.1 6.2
28 29
3
4
5
6
Conclusies Aanbevelingen
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
Overzicht bijlagen Bijlage 1 – Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2 – Situatietekening onderzoekslocatie Bijlage 3 – Profielbeschrijvingen en veldverslag Bijlage 4 – Zintuiglijke waarnemingen en analyseprogramma Bijlage 5 – Toetsingstabellen grond Bijlage 6 – Toetsingstabellen grondwater Bijlage 7 – Berekeningen asbestgehalten Bijlage 8 – Toetsingstabellen waterbodem Bijlage 9 – Analysecertificaten grond Bijlage 10 – Analysecertificaten grondwater Bijlage 11 – Analysecertificaten asbest Bijlage 12 – Analysecertificaten waterbodem Bijlage 13 – Grondverzet, sloop en asbest Bijlage 14 – Afkortingen en begrippen Bijlage 15 – Foto’s van de locatie
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
1 Inleiding In opdracht van de gemeente Houten heeft Lievense Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek, asbestonderzoek en waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Lange Uitweg te Schalkwijk. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De aanleiding voor deze onderzoeken betreft de voorgenomen eigendomsoverdracht en herontwikkeling van de locatie en de resultaten van eerder uitgevoerd vooronderzoek (Lievense projectnummer SOB010581-B; 30 maart 2020). Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is het vaststellen of de bovengrond (actuele contactzone) verdacht is voor een verontreiniging met asbest. Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is het bepalen van de bodemopbouw en het vaststellen van de kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van de waterbodem. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit: een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 57401; een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 57072. een verkennend waterbodemonderzoek conform de NEN 57203. In hoofdstuk 2 worden de achtergronden van de onderzoekslocatie weergegeven, evenals de resultaten van het vooronderzoek en de daaruit voortvloeiende onderzoeksstrategie.
In hoofdstuk 3 worden de uitgevoerde werkzaamheden, de certificering en de kwaliteitsborging besproken. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de onderzoeksresultaten weergegeven, die in hoofdstuk 5 worden geëvalueerd. Hoofdstuk 6 sluit af met de conclusies en aanbevelingen. Voor een uitleg van de in dit rapport gebruikte begrippen en afkortingen wordt verwezen naar bijlage 14.
1
NEN 5740:2009+A1:2016 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. 2 NEN 5707+C2:2017 – Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond 3 NEN 5720:2017 – Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
1 / 29
2 Achtergronden Eind 2019 – begin 2020 heeft reeds een vooronderzoek conform de NEN 57254 plaatsgevonden, zie ook § 2.2. De resultaten van dit vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen. 2.1
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Lange Uitweg te Schalkwijk en omvat de kadastrale percelen gemeente Houten, I 712, I 1650 en I 1651. In onderstaand overzicht zijn de algemene gegevens van de locatie opgenomen: Oppervlakte:
160.930 m2
Kadastrale gegevens:
Gemeente Houten, Sectie I, Nr. ’s 712, 1650 en 1651
Voormalige gebruik:
Boomgaard en agrarisch
Huidig gebruik:
Agrarisch
Toekomstig gebruik:
Grasland en wonen met tuin
Aanwezige bebouwing:
Geheel onbebouwd
Aanwezige verharding:
Grotendeels onverhard
Bekende aanwezigheid paden:
Op de locatie zijn 2 paden aanwezig; Pad1-B betreft een betonpad; Pad2-B is verhard met stelconplaten
Bekende aanwezigheid dammen:
Op de locatie zijn 12 dammen en 1 inrit aanwezig
Bekende aanwezigheid gedempte sloten:
Op de locatie zijn 7 voormalige sloten aanwezig
Bekende aanwezigheid tanks:
Op de locatie zijn voor zover bekend geen (ondergrondse) tanks aanwezig (geweest)
Bekende aanwezigheid asbest:
Onbekend
Bekende aanwezigheid
Onbekend
verontreinigingen:
De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door de openbare weg Lange Uitweg en aan de westzijde door de openbare weg Achterdijk. In figuur 1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.
4 NEN 5725 – Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygienisch vooronderzoek, oktober 2017.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
2 / 29
Figuur 1 Onderzoekslocatie
In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen. In bijlage 15 zijn enkele foto’s van de locatie opgenomen. 2.2
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken
Eind 2019 – begin 2020 heeft op de locatie het volgende vooronderzoek plaatsgevonden. 1. Vooronderzoek bodem Lange Uitweg ong. Schalkwijk (Lievense; projectnummer SOB010581-B; 30 maart 2020). Uit het vooronderzoek kwamen de volgende voor bodemverontreiniging en/of voor asbest verdachte deellocaties naar voren: Pad1-B vanwege bijmenging met puin in de bodem. 10 dammen (DA1-B t/m DA3-B, DA6-B, DA7-B, DA9-B t/m DA12) en 1 inrit; vanwege bijmenging met puin in de bodem; ter plaatse van dam DA11-B is ook asbestverdacht materiaal in de bodem aangetroffen. Storten ST1 en ST2; vanwege bijmenging met puin in de bodem en asbestverdacht materiaal op het maaiveld. Slootdempingen SD4-B en SD7-B; vanwege bijmenging met baksteen en puin in de bodem. Overige slootdempingen; de aanwezigheid van bodemvreemd (demping)materiaal kan op basis van het vooronderzoek niet worden uitgesloten. De slootdempingen zijn niet altijd even goed waarneembaar in het veld en de verrichte proefboringen betreffen slechts een steekproef. Depot 1 (circa 10 m3); vanwege bijmenging met puin in de grond. De bodemlaag 0,0-0,3 m-mv op het noordoostelijk gelegen perceel is verdacht voor de aanwezigheid van organochloorbestrijdingsmiddelen, zoals DDT, DDD en DDE. Dit vanwege het voormalige gebruik boomgaard.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
3 / 29
De overige deellocaties werden beschouwd als onverdacht voor bodemverontreiniging en aanwezigheid van asbest. 2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De navolgende gegevens zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland, blad Utrecht (TNO-Dienst Grondwaterverkenning, 1978). De maaiveldhoogte in de gemeente Houten varieert van 1 tot 2 m+NAP en bedraagt gemiddeld circa 1,5 m+NAP. De maaiveldhoogte van onderhavige onderzoekslocatie is gelegen op circa 0,9 m+NAP (bron: AHN). De regionale bodemopbouw in Houten kan globaal als volgt worden geschematiseerd: Tabel 2.1 Meters
Regionale bodemopbouw Geologische omschrijving
Lithostratigrafie
Bodemsoort
2 tot -4
Slecht doorlatende deklaag
Westlandformatie
Klei
-4 tot -55
1e watervoerend pakket
-55 tot -70
1e slecht doorlatende laag
t.o.v. NAP
Vanaf -70
Formaties van Twente, Kreftenheije, Urk en Sterksel Formaties van Sterksel en Kedichem
e
2 watervoerend pakket
(matig) grof zand Klei (matig) grof zand
Het eerste watervoerend pakket heeft een doorlaatvermogen (transmissiviteit) van circa 3000 m2/dag. De locatie ligt in een gebied waar regionaal infiltratie optreedt. Het ondiepe grondwater staat op circa 0,5 tot 1,5 m-mv. Houten vormt een hydrologisch geïsoleerd gebied. Vanuit Houtencentrum stroomt het grondwater in het eerste watervoerend pakket radiaal in alle windrichtingen af. In Houten worden geen grote hoeveelheden grondwater onttrokken. De stromingsrichting in het eerste watervoerend pakket wordt hierdoor derhalve niet beïnvloed. Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied is 'Tull en 't Waal'. De afstand van de locatie tot het puttenveld (waterwingebied) bedraagt circa 6,1 km. 2.4
Bodembeleid
De bodemkwaliteit binnen de gemeente Houten staat beschreven in het volgende document: Bodemkwaliteitskaart bebouwd gebied gemeente Houten (LievenseCSO; projectnummer 16M1136; 3 februari 2017). Onderhavige locatie is gelegen binnen de zone ‘Buitengebied’ voor de bovengrond en de ondergrond. De locatie heeft de bodemfunctie Wonen en Overig (landbouw/natuur). De bovengrond en de ondergrond in het buitengebied zijn niet gezoneerd in de Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
4 / 29
bodemkwaliteitskaart. Volgens de boomgaardenkaart is de locatie in het verleden in gebruik geweest als boomgaard. Recentelijk is de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Houten aangevuld voor PFAS-verbindingen: Aanvulling bodemkwaliteitskaart gemeente Houten voor PFAS-verbindingen en grondstromenbeleid PFAS-houdende grond (Lievense; projectnummer SOB009137; 3 januari 2020). 2.5
Puin in relatie tot asbest
Op 16 november 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over de relatie tussen puin en asbest. De Raad van State oordeelt dat wanneer op een locatie puin(resten) aanwezig zijn, de locatie conform de NEN 5707 als asbestverdacht dient te worden beschouwd. Ook oordeelt de Raad van State dat wanneer sprake is van een asbestverdachte locatie, onderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd dient te worden (uitspraak van ABRvS 16 november 2016, kenmerk ECLI:NL:RVS:2016:3064). Dit betekent dat wanneer tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem (bijmengingen met) puin worden aangetroffen, er een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd dient te worden. Alleen als aangetoond kan worden wat de herkomst is van het puin en dat het puin niet asbestverdacht is, hoeft geen verkennend asbestonderzoek uitgevoerd te worden (zie bijlage A van de NEN 5725:2017). Vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval is de kans groot dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat. Ook in betonpuin (vooral funderingspuin) komt incidenteel asbestcement voor. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht.
Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht (zie bijlage A van de NEN 5725:2017). 2.6
PFAS
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Van sommige PFAS is al aangetoond dat ze toxisch zijn. De stoffen PFOS en PFOA behoren tot de zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). PFAS kunnen door de aanwezigheid van een
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
5 / 29
puntbron of door luchtdepositie in de bodem terechtgekomen zijn. Bekende bronnen van PFAS zijn Schiphol, Chemours-fabriek in Dordrecht en oefenterreinen voor brandweer. Beleid, risicogrenzen en grondverzet Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld. Op 29 november 2019 is dit tijdelijk handelingskader aangepast5. Rijkswaterstaat Bodem+ heeft op 12 juli 2019 een advieslijst met PFAS-verbindingen gepubliceerd die moet worden aangehouden als onderzoek naar PFAS wordt gedaan. Er hoeft alleen op GenX onderzocht te worden als sprake is van een directe bron of lozing van GenX. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat op onderhavige onderzoekslocatie hoge gehalten aan PFAS in de grond aanwezig zijn. Er is geen puntbron in de directe omgeving bekend. De aanwezigheid van PFAS in de bodem door atmosferische depositie kan echter niet worden uitgesloten. Omdat de gemeente Houten beschikt over een bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen, wordt op onderhavige onderzoekslocatie geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS-verbindingen in grond. 2.7
Hypotheses en onderzoeksstrategieën
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn meerdere deellocaties beschouwd als verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging en verontreiniging met asbest in grond. Verkennend bodemonderzoek Voor het verkennend bodemonderzoek zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740:2009+A1:2016 gehanteerd: strategie ONV-NL (strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie) ter plaatse van het toekomstige woningbouwvlak; strategie VED-HE-L (strategie voor een lijnvormige verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming) ter plaatse van Pad1-B en slootdempingen SD4 en SD7; strategie VEP (strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern) ter plaatse van de voor bodemverontreiniging verdachte dammen en Inrit1-B; strategie VED-HO-NL (strategie voor een niet-lijnvormige verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming) ter plaatse van de voormalige boomgaard. Bekend is dat een deel van de locatie in het verleden in gebruik is geweest als boomgaard. De grond (0,0-0,3 m-mv) ter plaatse dient daarom beschouwd te worden als verdacht voor de
5
Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie van 29
november 2019); kenmerk IENW/BSK-2019/253533, 1 december 2019. Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
6 / 29
aanwezigheid van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). In overleg met de opdrachtgever is besloten om de voormalige boomgaard te onderzoeken conform strategie VED-HO-NL uit de NEN 5740, waarbij boringen tot 0,5 m-mv worden geplaatst en de bovenste 30 cm van de bodem wordt geanalyseerd op een standaardpakket grond inclusief OCB. De opdrachtgever heeft aangegeven meer inzicht te willen in de mogelijke slootdempingen ter plaatse van het toekomstig woningbouwvlak. Om deze reden wordt ter plaatse van iedere voormalige sloot op het toekomstig woningbouwvlak een raai van 4 boringen tot 1,5 m-mv geplaatst, waarbij de boringen haaks op de lijn van de demping komen te staan. Ter plaatse van de verdachte deellocaties zoals paden, dammen, gedempte sloten en voormalige boomgaard wordt geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van deze deellocaties worden alleen immobiele verontreinigingen verwacht. De peilbuizen die volgens de bovengenoemde strategieën zouden moeten worden geplaatst komen te vervallen (en worden niet in alle gevallen vervangen door een boring). Ter plaatse van de onverdachte deellocaties (zoals het toekomstige woningbouwvlak) wordt wel grondwateronderzoek uitgevoerd.
Indicatief onderzoek onverdachte terreindelen In overleg met de opdrachtgever is besloten om de overige onverdachte delen van de onderzoekslocatie (buiten het toekomstig woningbouwvlak) indicatief te onderzoeken door middel van het plaatsen van 4 boringen per hectare en het uitvoeren van 1 analyse op een standaardpakket grond inclusief OCB per hectare. Indicatie onderzoek (grond)depot locatie B Op noordoostelijk deel van de locatie is een depotje grond (circa 10 m3) aanwezig. Het depot wordt indicatief bemonsterd met 10 grepen, waarbij 1 analyse op een standaardpakket grond en 1 analyse op asbest in grond worden uitgevoerd. Opgemerkt dient te worden dat dit geen partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit betreft. Verkennend asbestonderzoek Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5707+C2:2017 gehanteerd: strategie VEP (strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern); strategie VED-HE (strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming). Het asbestonderzoek omvat tevens een maaiveldinspectie van de te onderzoeken deellocaties. Verkennend waterbodemonderzoek Het verkennend waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd op basis van de NEN 5720:2017.
De hierbij horende onderzoeksstrategie is: Strategie LN (lintvormig water, normale onderzoeksinspanning). In de navolgende hoofdstukken worden de uitgevoerde werkzaamheden en de onderzoeksresultaten besproken.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
7 / 29
3 Uitgevoerd onderzoek 3.1
Onderzoeksopzet
Op basis van de vastgestelde onderzoeksstrategieën is voor het bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek het volgende onderzoeksprogramma uitgevoerd: Tabel 3.1 Onderzoeksprogramma bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek Strategie Deellocatie
NEN 5740 / NEN 5707
Pad1-B (lengte ca. 350 m; opp. ca. 525 m2)
10 dammen
Veldwerk Boring
Analyses Proefgat asbest
VED-HE-L /
1x 2,0
6x incl. boring
VED-HE
m-mv
1,0 m-mv
VEP / VEP
-
Peilbuis
Grond
Grondwater
-
3x STAP1
-
20x incl.
10x
boring 1,0 m-
STAP1
mv
-
(2 per dam) 1 inrit (dam t.h.v. openbare weg)
VEP / VEP
2x incl. boring -
Stort ST1 (opp. ca. 25 m2;
VEP / VEP
-
5 x 10 m) Stort ST2 (maisveld; opp. ca. 5.520 m2; 460 x 12 m) Slootdemping SD4 (lengte 750 meter)
VED-HENL / VED-HE
1x 2,0 m-mv1
VED-HE-L /
17x
-
2,0 m-mv
1,0 m-mv 2x incl. boring 1,0 m-mv
VED-HE-L /
meter; opp. ca.
VED-HE
-
1x STAP1
-
-
1x STAP1
-
-1
3x STAP1
-
mv
Watergangen binnen locatie (lengte 4.200 m.) Boomgaard perceel (opp. circa 1,5 ha)
10 steken
LN uit
90x
NEN 5720
slibsteek
VED-HONL
9x 0,5 m-mv
8x asbest in
1x asbest in grond 1x asbest in grond
3x asbest in grond
4x STAP1 -
-
2x bg; 2x
-
-
og) 3x incl. boring 1,0 m-mv
2x STAP1 -
(1x bg; 1x
-
og)
100 m ) Indicatief
grond
grond
-
2
Depot 1
-
18x incl. boring 1,0 m-
1x asbest in
2x asbest in puin
dam)
Slootdemping SD7 (lengte 35
(1 per
Asbest
-
-
-
-
-
-
1x STAP1 + OCB -
3x STAP1 + OCB
-
-
-
1x asbest in grond 1x asbest in grond 9x waterbodem A + OCB
-
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
8 / 29
Strategie Deellocatie
NEN 5740 / NEN 5707
Veldwerk Boring
Analyses Proefgat asbest
Peilbuis
Grond
Grondwater
Asbest
-
-
3x STAPW
-
Indicatief onderzoek
52x
inclusief OCB (opp. ca. 13 ha;
Indicatief
gehele locatie
0,5 m-mv (4 per
13x -
-
OCB
hectare)
minus bouwvlak
STAP1 +
en boomgaard) Potentieel woningbouwvlak (opp. 18.700 m2);
4x STAP1
20x ONV-NL / -
incl. raai
0,5 m-mv 6x 1,0 m-mv
+ OCB -
3x
3x STAP1
4x 1,5 m-mv
gedempte sloot
(bg) (og)
81x 0,5 m-mv 6x 1,0 mmv Totaal Locatie B Lange Uitweg
-
Schalkwijk
2x asbest in
21x
4x 1,5 m-
51x incl.
mv
boring 1,0 m-
19x
mv
2,0 m-mv
puin
STAP1 + 3x
OCB
3x STAPW
27x STAP1
10 steken
16x asbest in grond 9x waterbodem A + OCB
90x slibsteek Toelichting tabel: Proefgat asbest:
proefgat met afmeting 0,3 x 0,3 x 0,5 meter ten behoeve van verkennend asbestonderzoek
m-mv:
meter beneden maaiveld
STAP1 / standaardpakket grond:
9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink),
OCB:
PAK, PCB, minerale olie, organisch stof en lutum (organochloor)bestrijdingsmiddelen
waterbodem A:
9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel,
zink), PAK, PCB, minerale olie, organisch stof- en lutumpercentage; STAPW / standaardpakket grondwater: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie bg:
bovengrond
og:
ondergrond
1
ter vervanging van de peilbuis is een boring tot 2 m-mv geplaatst
:
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
9 / 29
3.2
Veldonderzoek en laboratoriumonderzoek
Lievense Milieu B.V. is door Normec Certification gecertificeerd voor de ISO 9001- en 14001normen, VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo is Lievense Milieu B.V. ook gecertificeerd voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Ten slotte is Lievense Milieu B.V. te door Normec Certification ook gecertificeerd voor de CO2-prestatieladder trede 5 en voor het uitvoeren van asbestinventarisaties conform de Arbeidsomstandighedenregeling bijlage XIIIa. Lievense Milieu B.V. heeft een deel van het veldwerk voor dit project uitbesteed aan Poelsema Veldwerkbureau en veldwerkbedrijf Sialtech B.V. Poelsema Veldwerkbureau is door Normec Certification gecertificeerd voor de ISO 9001-norm, VCA* en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000, 2100 en 6000. Sialtech is door SGS Intron gecertificeerd voor de ISO 9001-norm, VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000, 2100 en 6000. De grondmonstername is uitgevoerd op 13 februari t/m 21 februari 2020 door Poelsema Veldwerkbureau onder het BRL SIKB 2000-certificaat (protocol 2001, 2003, 2018) door de erkende veldwerkers K. Naberman, T. van Zwieten en H. Wals. De plaatsing van de peilbuizen is uitgevoerd op 26 november 2019 door Lievense Milieu B.V. onder het BRL SIKB 2000certificaat (protocol 2001) door de erkende veldwerker S.V. Corton.
De bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 12 december 2019 door Lievense Milieu B.V. onder het BRL SIKB 2000-certificaat (protocol 2002) door de erkende veldwerker S.V. Corton. Fase 2 Vanwege het aantreffen van een sterke verontreiniging met lood in de grond ter plaatse van boring ST2-19, zijn in fase 2 de boringen 101 t/m 105 geplaatst, voor het bepalen van de omvang van de sterke verontreiniging. De grondmonstername in fase 2 is uitgevoerd op 16 maart 2020 door Sialtech B.V. onder het BRL SIKB 2000-certificaat (protocol 2001) door de erkende veldwerker D. Lichtendahl. Aangezien de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lievense Milieu B.V., Poelsema Veldwerkbureau en Sialtech B.V. of daaraan gelieerde ondernemingen, is voldaan aan de eisen van onafhankelijkheid uit de BRL SIKB 2000. Voor asbestonderzoek geldt dat bij meer dan 50 volumeprocent bodemvreemd materiaal het BRL SIKB protocol 2018 niet van toepassing is en het asbestonderzoek niet onder het BRL SIKB 2000 certificaat kan worden uitgevoerd. Voor onderhavig onderzoek is dat het geval ter plaatse van de proefgaten DA1-B-2, DA2-B-2, DA12-B-1, DA12-B-2 en Pad1-B-4. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. De verrichte meetpunten zijn ingemeten ten opzichte van een vast punt en op de tekening van bijlage 2 weergegeven.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
10 / 29
De chemische analyses zijn uitgevoerd door de IEC 17025-geaccrediteerde en AS3000erkende laboratorium SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. De monsters in dit onderzoek zijn zover van toepassing geanalyseerd conform de AS3000 (zie de analysecertificaten in de bijlage). De selectie van de monsters voor analyse heeft plaatsgevonden op basis van zintuiglijke waarnemingen en herkomst. De geanalyseerde monsters en de samenstelling daarvan zijn weergegeven in de tabellen 2 t/m 5 in bijlage 4.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
11 / 29
4 Resultaten 4.1
Veldonderzoek
Het opgeboorde en opgegraven materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging en eventuele bijzonderheden. De profielbeschrijvingen en het veldverslag zijn opgenomen in bijlage 3. De gegevens die dit heeft opgeleverd bevestigen in grote lijnen het geohydrologische profiel van de bodem, zoals beschreven in§ 2.3. In het opgeboorde materiaal zijn op diverse plaatsen bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn weergeven in tabel 1 in bijlage 4. In navolgende Tabel 4.1 zijn de veldmetingen weergegeven zoals gedaan tijdens de watermonstername. Tabel 4.1 Veldmetingen watermonstername Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
(m-mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(NTU)
01-B
1,50 - 2,50
0,40
6,9
970
11
02-B
1,20 - 2,20
0,25
7,0
930
7,87
03-B
1,20 - 2,20
0,30
6,1
1180
1,97
04-B
1,30 - 2,30
0,55
7,2
900
212
05-B
1,50 - 2,50
0,45
7,2
1180
47,88
06-B
1,70 - 2,70
0,40
7,1
1120
8,97
Peilbuis
De in het veld gemeten zuurgraad en geleidbaarheid van het grondwater zijn niet afwijkend voor de regio. 4.2
Laboratoriumonderzoek
4.2.1
Algemeen
Landbodem (grond en grondwater) Wet bodembescherming (BoToVa-toetsing T12) De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het (voormalig) Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond (AW2000) zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
12 / 29
De betekenis van deze waarden is als volgt: Achtergrondwaarde grond/streefwaarde grondwater: bij een gehalte lager dan de achtergrondwaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater wordt gesproken over niet verontreinigde bodem. Wanneer een gemeten gehalte de achtergrondwaarde of de streefwaarde overschrijdt, wordt gesproken over een licht verhoogd gehalte of een lichte verontreiniging. Interventiewaarde: wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde wordt gesproken over een sterke verontreiniging of sterk verhoogd gehalte. De achtergrond- en interventiewaarden gelden voor een zogenaamde standaardbodem: bodem met een lutumgehalte van 25% en een organisch stofgehalte van 10%. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst. Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in bijlage 5. Ook de toetsingswaarden zijn hierin opgenomen. Naast de achtergrond-, streef- en interventiewaarde is er een zogenaamde tussenwaarde. Dit is het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Overschrijding van de tussenwaarde wordt een matig verhoogd gehalte of matige verontreiniging genoemd.
Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Besluit bodemkwaliteit De resultaten van de grondanalyses zijn in onderhavig onderzoek (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Binnen het Besluit bodemkwaliteit worden de volgende kwaliteitsklassen voor grond onderscheiden: AW2000 (landbouw/natuur); Wonen; Industrie; Niet Toepasbaar. Ernst en spoed Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten gehalte van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij overschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
13 / 29
Asbest De interventiewaarde voor asbest is in de Circulaire bodemsanering vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Dit is gelijk aan de hergebruikswaarde volgens de Regeling bodemkwaliteit. Zorgplicht Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987 geldt het zorgplichtartikel (artikel 13 Wet bodembescherming). Hierin is bepaald dat een ieder die op of in de bodem handelingen verricht (als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming) en die weet of had kunnen weten dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd om de bodem te saneren en de gevolgen van verontreiniging te beperken of zo veel mogelijk ongedaan te maken. De saneringsnoodzaak bij zorgplichtsaneringen is in principe onafhankelijk van de ernst van de verontreiniging of de spoedeisendheid. Waterbodem De analyseresultaten voor waterbodem zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde normwaarden zoals vastgelegd in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit.
Voor waterbodem wordt hierbij onderscheid gemaakt in het toepassen van baggerspecie op landbodems, in oppervlaktewater (op waterbodem) en in grootschalige toepassingen en het verspreiden van baggerspecie in oppervlaktewater en over aangrenzend perceel. Voor ieder toetsingskader gelden specifieke normwaarden die hieronder kort worden toegelicht. Toepassen op landbodem (BoToVa-toetsing T1) Voor het toepassen van baggerspecie op de landbodem dient de kwaliteit van vrijkomende baggerspecie te worden getoetst aan de bodemkwaliteits- en functieklasse van de bodem waarop de baggerspecie wordt toegepast (de ontvangende bodem). De 'strengste' van deze twee is maatgevend. De normwaarden die hierbij gehanteerd worden zijn AW2000 (landbouw/natuur); Wonen; Industrie; Niet Toepasbaar. Gemeenten kunnen gebiedsspecifiek beleid hebben vastgesteld en Lokale Maximale Waarden gedefinieerd. Onder bepaalde voorwaarden gelden in die situatie gelden de vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Toepassen op waterbodem (BoToVa-toetsing T3) Voor het toepassen van baggerspecie op de waterbodem dient de kwaliteit van vrijkomende baggerspecie te worden getoetst aan de bodemkwaliteitsklasse van de bodem waarop de baggerspecie wordt toegepast (de ontvangende bodem). In tegenstelling tot toepassingen op landbodem wordt hierbij niet getoetst aan de bodemfunctieklasse.
De normwaarden die hierbij gehanteerd worden zijn de achtergrondwaarden, de Maximale Waarden voor de klasse A en de
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
14 / 29
Maximale Waarden voor de klasse B. De Maximale Waarde voor de klasse A is afgeleid van het herverontreinigingsniveau van de Rijntakken. De Maximale Waarde voor de klasse B is afhankelijk van het toe te passen materiaal: bij toepassing van grond geldt hiervoor de Maximale Waarde voor de klasse Industrie en bij toepassing van baggerspecie geldt hierbij de Interventiewaarde voor waterbodems. Verspreiden in oppervlaktewater (toetsing T6) Voor het verspreiden van baggerspecie in het oppervlaktewater wordt onderscheid gemaakt in zoet en zout oppervlaktewater. De Maximale Waarden voor het verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater zijn afgeleid van het herverontreinigingsniveau van de Rijntakken. De Maximale Waarden voor het verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater zijn gebaseerd op de zoute baggertoets. Verspreiden over aangrenzend perceel (BoToVa-toetsing T5) Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel geldt al van oudsher een apart toetsingskader en een ontvangstplicht. De bovengrens voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel is gebaseerd op de mispak-toets, een toets waarbij ecologische risico's worden bepaald en rekening gehouden wordt met het effect van meerdere stoffen tegelijk. Daarnaast mag de te verspreiden baggerspecie de Interventiewaarde voor landbodems niet overschrijden.
Er hoeft hierbij niet te worden getoetst aan de ontvangende bodem. 4.2.2
Grond
De getoetste analyseresultaten van de grondmonsters zijn opgenomen in bijlage 5. Een samenvatting hiervan is opgenomen in navolgende Tabel 4.2. De analysecertificaten van de grondmonsters zijn opgenomen in bijlage 9. Tabel 4.2 Analyseresultaten grond (samenvatting) Monsternummer
Boring
Traject
Zintuiglijke
Stoffen
Stoffen
Stoffen
Indicatieve
(m-mv)
waarneming
> AW
>T
>I
toetsing Bbk*
0,00 - 0,30
Sporen
-
-
-
AW2000
-
-
-
AW2000
Cd
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Boomgaardperceel MM01
B-01, B-02, B-04
baksteen
MM02
B-03, B-05
0,00 - 0,30
MM03
B-06, B-07,
0,00 - 0,30
B-08, B-09
Sporen baksteen
AW2000
Indicatief onderzoek gehele locatie incl. OCB MM04
B-10, B-11,
0,00 - 0,30
-
0,00 - 0,30
-
0,00 - 0,30
-
0,00 - 0,30
-
B-12, B-13 MM05
B-14, B-15, B-16, B-17
MM06
B-18, B-19,
MM07
B-22, B-23,
B-20, B-21 B-24, B-25
AW2000 AW2000 AW2000
AW2000
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
15 / 29
Monsternummer MM08
Boring B-26, B-27,
Traject
Zintuiglijke
Stoffen
Stoffen
Stoffen
Indicatieve
(m-mv)
waarneming
> AW
>T
>I
toetsing Bbk*
0,00 - 0,30
-
-
-
-
0,00 - 0,30
-
-
-
-
0,00 - 0,30
-
-
-
-
0,00 - 0,30
Sporen
Pb
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
AW2000
Cd, Hg, Zn
-
-
AW2000
B-28, B-29 MM09
B-30, B-31,
MM10
B-35, B-40,
MM11
B-34, B-36,
MM12
B-42, B-43,
B-32, B-33 B-41 B-37
baksteen 0,00 - 0,30
-
0,00 - 0,30
-
0,00 - 0,30
-
0,00 - 0,30
-
B-44, B-45 MM13
B-46, B-47, B-48, B-49
MM14
B-50, B-51, B-52, B-53
MM15
B-54, B-55, B-56, B-57
MM16
B-38, B-39,
0,00 - 0,30
B-59, B-60
Sporen baksteen
AW2000 AW2000 AW2000 AW2000 AW2000 AW2000 AW2000 AW2000 AW2000
Toekomstig woningbouwvlak MM17
B-70, B-79,
0,00 - 0,30
B-80, B-84,
Sporenresten
B-91
baksteen,
MM18
B-89
0,00 - 0,40
Sporen
MM19
B-67, B-68,
0,00 - 0,30
-
Cd
-
-
AW2000
0,00 - 0,40
-
-
-
-
AW2000
0,30 - 1,00
-
Ni
-
-
AW2000
0,30 - 1,00
-
-
-
-
AW2000
1,30 - 1,80
-
Ni
-
-
AW2000
-
-
-
AW2000
baksteen B-69, B-74, B-83, B-85, B-87 MM20
B-71, B-73, B-77, B-78, B-81, B-82, B-90
MM21
B-63, B-65, B-66, B-86
MM22
B-71, B-76, B-81, B-89
MM23
B-62, B-63, B-64, B-65
Pad1-B Pad1-B-MM1
Pad1-B-2,
0,00 - 0,50
Sporen
Pad1-B-4,
baksteen,
Pad1-B-6,
beton
Pad1-B-7
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
16 / 29
Monsternummer Pad1-B-MM2
Boring Pad1-B-1,
Traject
Zintuiglijke
Stoffen
Stoffen
Stoffen
Indicatieve
(m-mv)
waarneming
> AW
>T
>I
toetsing Bbk*
0,00 - 0,50
Cd
-
-
AW2000
Ni
-
-
AW2000
-
-
-
AW2000
-
-
Industrie
Pb, Zn, PAK
-
-
Wonen
-
-
-
AW2000
Hg, Pb
-
-
AW2000
Cd, Hg, Pb, Zn
-
-
Wonen
Ni
-
-
AW2000
Pb
-
Industrie
-
-
Pb
-
-
Pb
-
-
Pb
-
-
-
Pad1-B-3, Pad1-B-5 Pad1-B-MM3
Pad1-B-7,
1,00 - 1,80
Sporen slib
0,15 - 1,00
Sporen
Pad1-B-7 Dammen DA1-B-MM1
DA1-B-1, DA1-B-2
DA2-MM1
DA2-B-1,
baksteen 0,10 - 0,70
Sterk puin
DA2-B-2 DA3-MM1
DA3-B-1,
Cu, Pb, Ni, PAK
0,00 - 0,50
DA3-B-2
Sporenresten baksteen, puin, beton
DA6-MM1
DA6-B-1,
0,00 - 0,50
DA6-B-2
Sporenresten baksteen
DA7-MM1
DA7-B-1,
0,00 - 0,50
DA7-B-2
Laagjes puingranulaat, resten beton
DA9-B-MM1
DA9-B-1,
0,00 - 0,50
DA9-B-2
Sporenresten baksteen, puin, glas
DA10-MM1
DA10-B-1,
0,00 - 0,50
DA10-B-2 DA11-1-1
DA11-1-3
DA11-1
DA11-1
Resten baksteen
0,00 - 0,50
0,70 - 1,10
Sterk
Cd, Co, Cu,
baksteen,
Hg, Ni, Zn,
beton, puin
PAK
Resten baksteen
DA11-1-4
DA11-1
1,10 - 1,50
-
DA11-2-1
DA11-2
0,00 - 0,50
Resten baksteen, sporen puin
DA12-B-MM1
DA12-B-1,
0,50 - 1,00
DA12-B-2 DA12-B-1-3
DA12-B-1
Sterk puin, baksteen
0,50 - 1,00
Sterk puin, baksteen
DA12-B-2-3
DA12-B-1
0,50 - 1,00
Pb
Minerale olie
Minerale olie
-
-
-
Sterk puin, baksteen
PAK PAK
Niet Toepasbaar -
PAK, minerale
-
olie
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
17 / 29
Monsternummer DA12-B-MM2
Boring DA12-B-1,
Traject
Zintuiglijke
Stoffen
Stoffen
Stoffen
Indicatieve
(m-mv)
waarneming
> AW
>T
>I
toetsing Bbk*
1,00 - 1,50
-
-
-
PAK
DA12-B-2
Niet Toepasbaar
Inrit1-B Inrit1-B-MM1
Inrit1-B-1,
0,00 - 0,50
Inrit1-B-2
Brokken beton, resten puin,
PAK
-
-
AW2000
Cd, Pb, PAK
-
-
Wonen
-
-
-
AW2000
Cd, Zn
-
Pb
-
-
-
-
Pb
-
-
-
-
-
Pb
-
-
-
-
-
PAK
-
-
Wonen
-
-
Pb
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
baksteen, zwak asbest Stort ST1 ST1-MM1
ST1-B-1,
0,70 - 1,00
ST1-B-2
-
Stort ST2 ST2-MM1
ST2-B-01,
0,00 - 0,50
Sporen-
ST2-B-03,
resten beton,
ST2-B-05,
puin
St2-B-09 ST2-MM2
ST2-16,
0,00 - 0,50
ST2-18,
Sporen baksteen
ST2-19 ST2-16-1
ST2-16
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
ST2-18-1
ST2-18
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
ST2-19-1
ST2-19
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
ST2-19-2 ST2-MM3
ST2-19
0,50 - 1,00
-
ST2-B-04,
0,00 - 0,50
-
ST-B-08, ST2-11,
Niet Toepasbaar
ST2-14 Uitkartering loodverontreiniging boring ST2-19 101-1
101
0,00 - 0,40
Sporen baksteen
101-2
101
0,40 - 0,90
-
102-1
102
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
103-1
103
0,00 - 0,40
Sporen baksteen
104-1
104
0,00 - 0,40
Sporen baksteen
105-1
105
0,00 - 0,20
-
Pb Pb Pb
-
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
18 / 29
Monster-
Boring
nummer
Traject
Zintuiglijke
Stoffen
Stoffen
Stoffen
Indicatieve
(m-mv)
waarneming
> AW
>T
>I
toetsing Bbk*
0,00 - 0,50
-
-
-
-
AW2000
0,00 - 0,40
-
-
-
-
AW2000
0,80 - 1,70
-
Ni
-
-
AW2000
0,70 - 1,20
-
Ni
-
-
AW2000
0,00 - 0,50
Resten
-
-
Industrie
Hg, Pb, Mo, Zn
Cu
-
Industrie
Slootdemping SD4 SD4-MM1
SD4-B-02, SD4-B-04, SD4-B-06, SD4-B-08
SD4-MM2
SD4-B-10, SD4-B-12, SD4-B-14, SD4-B-16
SD4-MM3
SD4-B-02, SD4-B-04, SD4-B-06, SD4-B-08
SD4-MM4
SD4-B-10, SD4-B-12, SD4-B-14, SD4-B-16
Slootdemping SD7 SD7-B-MM1
SD7-B-01, SD7-B-02,
baksteen,
SD7-B-03 SD7-B-MM2
beton Matig slib
SD7-B-01
1,70 - 2,00
Matig slib
-
-
-
-
SD7-B-03
1,70 - 2,00
Matig slib
-
-
-
-
Depot
0,00 - 1,00
Resten -
-
Industrie
SD7-B-03
SD7-B-03-5
Zn, PAK
1,70 - 2,00
SD7-B-01,
SD7-B-01-5
Cd, Cu, Hg, Pb,
Depot 1 Depot1-MM1
*: –: >AW: >T: >I:
6
baksteen,
Kwik, PAK,
brokken
DDE
beton getoetst als Toepassen op Landbodem van Besluit bodemkwaliteit6 alle geanalyseerde parameters lager dan de toetsingswaarde hoger dan achtergrondwaarde, lager dan of gelijk aan tussenwaarde hoger dan tussenwaarde, lager dan of gelijk aan interventiewaarde hoger dan interventiewaarde
Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
19 / 29
4.2.3
Grondwater
De getoetste analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Een samenvatting hiervan is opgenomen in navolgende Tabel 4.3. De analysecertificaten van de grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 10. Tabel 4.3 Analyseresultaten grondwater (samenvatting) Peilbuisnummer
Filtertraject
01-B
Analyseprogramma
Stoffen > S
Stoffen > T
Stoffen > I
1,50 - 2,50
Standaardpakket grondwater
Ba
-
-
02-B
1,20 - 2,20
Standaardpakket grondwater
Ba, Hg
-
-
03-B
1,20 - 2,20
Standaardpakket grondwater
Ba, Hg
-
-
04-B
1,30 - 2,30
Standaardpakket grondwater
Ba
-
-
05-B
1,50 - 2,50
Standaardpakket grondwater
Ba
-
-
06-B
1,70 - 2,70
Standaardpakket grondwater
Ba, Hg
-
-
(m-mv)
–: alle geanalyseerde parameters lager dan de toetsingswaarde >S: hoger dan streefwaarde, lager dan of gelijk aan tussenwaarde >T: hoger dan tussenwaarde, lager dan of gelijk aan interventiewaarde >I: hoger dan interventiewaarde
4.2.4
Asbest
De analysecertificaten van de asbestanalyses zijn opgenomen in bijlage 11. De berekeningen van de asbestgehalten zijn opgenomen in bijlage 7. Een samenvatting van de resultaten is opgenomen in navolgende tabellen 4.4 en 4.5. Tabel 4.4 MonsterCode
Analyseresultaten asbest in materiaalmonsters Proefgat
Traject (m-mv)
Materiaal
Binding
Plaat
Hechtgebonden
Gewicht
Concentratie asbest
(g)
(% m/m)
2,3
10-15% chrysotiel
Inrit1-B AV-Inrit1-B2 m-mv
Inrit1-B-2
0,00 - 0,50
= meter beneden maaiveld
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
20 / 29
Tabel 4.5
Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek (samenvatting) Concentratie asbest (mg/kg) Grove
Monstercode
Traject
Grond /
(m-mv)
puin
Proefgat
Fijne fractie (< 20 mm) lab
fractie (> 20
Gemeten
mm)
in lab
veld
Na correctie
Totaal (fijn +
afgezeefd
grof) mg/kg 1)
puin in veld
Pad1-B Pad1-B-
0,00 - 0,50
Grond
MMA1
Pad1 MM B1t/m B-6
-
<2
<2
<2
-
2,83
2,83
2,83
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
33,62
28,43
24,45
58,07
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
-
<2
<2
<2
Dammen DA1-B-MMA1
0,00 - 0,50
Puin
DA1-B-2, DA1-B-2
DA2-MMA1
0,00 - 0,50
Puin
DA2-B-1
DA3-MMA1
0,00 - 0,50
Grond
DA3-B-1, DA3-B-2
DA6-MMA1
0,00 - 0,50
Grond
DA6-B-1, DA6-B-2
DA7-MMA1
0,00 - 0,50
Grond
DA7-B-1, DA7-B-2
DA9-B-MMA1
0,00 - 0,50
Grond
DA9-B-1, DA9-B-2
DA10-MMA1
0,00 - 0,50
Grond
DA10-B-1, DA10-B-2
DA11-MMA1
0,10 - 0,60
Grond
MM DA11
DA12-B-
0,05 - 0,50
Puin
DA12-B-1,
MMA1
DA12-B-2
Inrit1-B MMA-Inrit1-B-
0,00 - 0,50
Grond
Inrit1-B-2
0,00 - 0,70
Puin
ST1-B-1,
2 Stort ST1 ST1-MMA1_1
ST1-B-2 Stort ST2 ST2-MMA1
0,00 - 0,50
Grond
Tt2-B-01 t/m St2-B-05
ST2-MMA2
0,00 - 0,50
Grond
ST2-B-06 t/m ST2-B-10
ST2-MMA3
0,00 - 0,50
Grond
MM ST2-16 t/m ST2-19
Slootdemping SD7 SD7-B-MMA1
0,00 - 0,50
Grond
SD7-B-01, SD7-B-02, SD7-B-03
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
21 / 29
Concentratie asbest (mg/kg) Grove Monstercode
Traject
Grond /
(m-mv)
puin
Proefgat
Fijne fractie (< 20 mm) lab
fractie (> 20
Gemeten
mm)
in lab
Na correctie
Totaal (fijn +
afgezeefd
grof) mg/kg 1)
puin in veld
veld Depot 1 Depot1-MMA1
0,00 - 1,00
Grond
Depot
-
<1
m-mv
= meter beneden maaiveld
–
= niet aantoonbaar
1)
[gewogen asbestconcentratie] = [grove fractie] + [fijne fractie]
4.2.5
Waterbodem
<1
<1
De getoetste analyseresultaten van de waterbodemmonsters zijn opgenomen in bijlage 8. Een samenvatting hiervan is opgenomen in navolgende tabel 4.6. De analysecertificaten van de waterbodemmonsters zijn opgenomen in bijlage 12. Tabel 4.6
Analyseresultaten waterbodem (samenvatting) Toepassen
Monster-
Traject
nummer
(m-wb)
Boring
Grondsoort
Beoordeling
Verspreiden T5: op
T1:
T3:
T6:
Op land-
Op water-
In zoet
bodem
bodem
opp.water
Geen stoffen > AW
Klasse
Klasse A
Verspreidbaar
Verspreidbaar
Geen stoffen > AW
Altijd
Altijd
Verspreidbaar
Verspreidbaar
toepasbaar
toepasbaar
Klasse
Klasse A
Verspreidbaar
Verspreidbaar
Klasse A
Verspreidbaar
Verspreidbaar
Altijd
Altijd
Verspreidbaar
Verspreidbaar
toepasbaar
toepasbaar
Geen stoffen > AW
Altijd
Altijd
Verspreidbaar
Verspreidbaar
toepasbaar
toepasbaar
Geen stoffen > AW
Altijd
Altijd
Verspreidbaar
Verspreidbaar
toepasbaar
toepasbaar
Geen stoffen
Altijd
Altijd
Verspreidbaar
Verspreidbaar
> AW
toepasbaar
toepasbaar
Geen stoffen
Altijd
Altijd
Verspreidbaar
Verspreidbaar
> AW
toepasbaar
toepasbaar
grond Wbb (toetsing T12)
aangrenzend perceel (landbodem)
Watergangen binnen locatie S-MM01
0,00 - 0,25
S-MM02
0,00 - 0,20
S-MM03
0,00 - 0,25
S-MM04
0,00 - 0,40
S-MM05
0,00 - 0,50
S2-01 t/m S2-10 S2-11 t/m
Slib Slib
S2-20 S2-21 t/m
Slib
S2-30 S2-31 t/m
Slib
S2-40 S2-41 t/m
Slib
S2-50 S-MM06
0,00 - 0,30
S2-51 t/m
Slib
S2-60 S-MM07
0,00 - 0,30
S2-61 t/m
Slib
S2-70 S-MM08
0,00 - 0,30
S2-71 t/m
Slib
S2-80 S-MM09
0,00 - 0,50
S2-81 t/m S2-90
Slib
Ni > AW Geen stoffen > AW Ni > AW
industrie
industrie Klasse industrie
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
22 / 29
5 Evaluatie onderzoeksresultaten 5.1
Voormalige boomgaard
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem plaatselijk sporen baksteen aangetroffen. In de toplaag (0,0-0,3 m-mv) ter plaatse van de voormalige boomgaard (mengmonsters MM01 t/m MM03) is maximaal een licht verhoogd gehalte aan cadmium aangetroffen. In de grond is geen verhoogd gehalte aan OCB aangetroffen. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De toplaag (0,0-0,3 m-mv) valt binnen klasse AW2000. 5.2
Indicatief onderzoek gehele locatie incl. OCB
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem plaatselijk sporen baksteen aangetroffen. In de toplaag (0,0-0,3 m-mv) op de gehele locatie (mengmonsters MM04 t/m MM16) is maximaal een licht verhoogd gehalte aan lood aangetroffen. In de grond is geen verhoogd gehalte aan OCB aangetroffen. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De toplaag (0,0-0,3 m-mv) valt binnen klasse AW2000. 5.3
Toekomstig woningbouwvlak
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem plaatselijk sporen/resten baksteen aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van het toekomstig woningbouwvlak (mengmonsters MM17 t/m MM20) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik en/of zink aangetroffen. In de ondergrond (mengmonsters MM21 t/m MM23) is maximaal een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetroffen. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De bovengrond en de ondergrond vallen binnen klasse AW2000. In het grondwater is maximaal een licht verhoogde concentratie barium en/of kwik aangetroffen. Licht verhoogde concentraties barium en kwik worden vaker aangetroffen in het grondwater in de regio en kunnen wordt beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
23 / 29
5.4
Pad1-B
Pad1-B betreft een betonpad. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn proefgaten langs de verharding geplaatst. Hierbij zijn in de bodem plaatselijk sporen baksteen en beton aangetroffen. Ter plaatse van boring Pad1-B-7 zijn in de ondergrond tevens sporen slib waargenomen. Boring Pad1-B-4 is gestaakt op 0,5 m-mv vanwege de aanwezigheid van beton in de bodem. In de bovengrond ter plaatse van Pad1-B is maximaal een licht verhoogd gehalte aan cadmium aangetroffen. In de sporen slibhoudende ondergrond ter plaatse van boring Pad1-B-7 is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetroffen. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De bovengrond en de ondergrond vallen binnen klasse AW2000. In de bovengrond ter plaatse van Pad1-B is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. 5.5
Dammen
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem ter plaatse van de dammen DA1, DA2, DA3, DA6, DA7 , DA9, DA10, DA11 en DA12 bijmengingen met puin, baksteen, beton, glas, kolengruis en asfalt aangetroffen. Ter plaatse van de boringen/proefgaten DA1-B-2, DA2-B-2, DA12-B-1 en DA12-B-2 is een laag aangetroffen die meer dan 50% puin/bijmenging van bodemvreemd materiaal bevat. Bij meer dan 50% puin/bijmenging van bodemvreemd materiaal is volgens jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter geen sprake van bodem in de zin van de Wet bodembescherming, zodat deze wet niet van toepassing is7. Ter plaatse van de dammen DA1, DA2, DA3, DA6, DA7, DA9 en DA10 zijn in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink en/of PAK aangetroffen. Ter plaatse van boring DA11-1 bij dam DA11 is in de grondlaag 0,7-1,1 m-mv een sterke verontreiniging met lood aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van boring DA11-1 is een matige verontreiniging met lood aangetoond, tezamen met licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen en PAK. In de grondlaag 1,1-1,5 m-mv is ook een matige verontreiniging met lood aangetroffen. De omvang van de matige tot sterke verontreiniging met lood ter plaatse van dam DA11 wordt geschat op 8 m3 (helft van de dam; 0,5 x 16 m2; diepte tot circa 1,1 m-mv).
Hiermee is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Het omvangscriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond wordt niet overschreden. Ter plaatse van dam DA12 zijn in de sterk puinhoudende ondergrond (0,5-1,0 m-mv) sterke verontreinigingen met PAK en minerale olie aangetoond. In de zintuiglijke schone ondergrond (1,0-1,5 m-mv; mengmonster DA12-B-MM2) is ook een sterke verontreiniging met PAK 7 Zie ook de uitspraken van de Afdeling van de Raad van State van 9 januari 2008
(nr. 200700610/1) en 11 maart 2009 (nr. 200802326/1/M2). Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
24 / 29
aangetroffen. De omvang van de sterke verontreiniging met PAK en minerale olie ter plaatse van dam DA12 wordt geschat op 16 m3 (16 m2; dieptetraject minimaal 0,5-1,5 m-mv). Hiermee is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Het omvangscriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond wordt niet overschreden. Wel moet worden opgemerkt dat de sterke verontreiniging met PAK verticaal nog niet is begrensd, waardoor het volume sterk verontreinigde grond mogelijk iets meer bedraagt. In de puinlaag ter plaatse van dam DA1 is maximaal een gewogen gehalte aan asbest van 2,83 mg/kg aangetoond. In de puinlaag ter plaatse van dam DA12 en in de bovengrond ter plaatse van de overige dammen is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. De grenswaarde voor nader asbestonderzoek van 50 mg/kg gewogen asbest wordt niet overschreden. 5.6
Inrit1-B
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem ter plaatse van Inrit1-B bijmengingen met beton, puin en baksteen aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van boring/proefgat Inrit1B-2 is tevens asbesthoudend materiaal (plaat; 2,3 gram; hechtgebonden; 10-15% chrysotiel) aangetroffen. In de puin, baksteen- en asbesthoudende bovengrond ter plaatse van Inrit1-B is maximaal een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De bovengrond valt binnen klasse AW2000. Het gewogen gehalte aan asbest in de bovengrond ter plaatse van proefgat Inrit1-B-2 is bepaald op 58,07 mg/kg. In zowel de grove fractie als de fijne fractie is asbesthoudend materiaal aangetroffen. De grenswaarde voor nader onderzoek van 50 mg/kg gewogen asbest wordt hiermee overschreden. Een voorlopige inschatting van de omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging bedraagt circa 8 m3 (opp. 16 m2; diepte 0,5 m). Middels een nader onderzoek kan worden nagegaan of daadwerkelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest en kan de omvang nader worden bepaald. In de huidige situatie bestaan er geen onaanvaardbare humane risico’s.
Pas bij een gewogen gehalte aan hechtgebonden asbest boven de 1.000 mg/kg of een gewogen gehalte aan niet-hechtgebonden asbest boven de 100 mg/kg is mogelijk sprake van onaanvaardbare humane risico’s. 5.7
Slootdempingen SD4 en SD7
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem ter plaatse van slootdemping SD4 geen bodemvreemde materialen aangetroffen. In de boven- en ondergrond ter plaatse van slootdemping SD4 zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan nikkel aangetroffen. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De boven- en ondergrond vallen binnen klasse AW2000.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
25 / 29
Ter plaatse van slootdemping SD7 zijn in de toplaag sporen/resten baksteen en beton aangetroffen. Ter plaatse van de boringen SD7-B-01 en SD7-B-03 zijn in de ondergrond tevens matige bijmengingen met slib waargenomen. In de baksteen- en betonhoudende bovengrond ter plaatse van slootdemping SD7 (mengmonster SD7-B-MM1) zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK aangetoond. In de matig slibhoudende ondergrond (mengmonster SD7-B-MM2) is een matige verontreiniging met koper aangetroffen, tezamen met licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, molybdeen en zink. De individuele grondmonsters van mengmonster SD7-B-MM2 zijn geanalyseerd op koper. De matige verontreiniging met koper is hierbij niet meer aangetroffen. Bij de uitsplitsing zijn de gehalten aan koper beneden de achtergrondwaarde aangetroffen. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Zowel de baksteen- en betonhoudende bovengrond als de slibhoudende ondergrond valt binnen klasse Industrie. In de bovengrond ter plaatse van slootdemping SD7 is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. 5.8
Storten ST1 en ST2
Ter plaatse van ST1 is tijdens de veldwerkzaamheden een laag ballast (niet zijnde bodem) van maximaal 0,7 meter dik aangetroffen. In de zintuiglijk schone grond onder de laag ballast (mengmonster ST1-MM1) zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, lood en PAK aangetoond. De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Mengmonster ST1-MM1 valt in binnen klasse Wonen. In de laag ballast is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem ter plaatse van ST2 plaatselijk sporen/resten baksteen, beton, puin en slib aangetroffen. In de zintuiglijk schone bovengrond (mengmonster ST-MM3) en in de sporen beton- en baksteenhoudende bovengrond op zuidwestelijk deel (mengmonster ST-MM1) is maximaal een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. In de sporen baksteenhoudende bovengrond op noordoostelijk deel (mengmonster ST-MM2) is een sterke verontreiniging met lood aangetroffen, tezamen net licht verhoogde gehalten aan cadmium en zink. Bij het analyseren van de individuele grondmonsters is een sterke verontreiniging met lood ter plaatse van boring ST-19 naar voren gekomen. In fase 2 is door middel van boring 101 de sterke verontreiniging met lood ter plaatse van boring ST2-19 bevestigd.
In de ondergrond ter plaatse van boring 101 en in de bovengrond ter plaatse van omliggende boringen 101 en 102 is geen verhoogd gehalte aan lood aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van omliggende boringen 103 en 104 zijn licht verhoogde gehalten aan lood aangetroffen. De omvang van de sterke verontreiniging met lood ter plaatse van boringen ST2-19 en 101 betreft circa 20 m3 (opp. circa 40 m2; diepte circa 0,5 m). Het betreft hiermee geen geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Het omvangscriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond wordt niet overschreden. Het is onbekend wat de bron is van de sterke verontreiniging met lood.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
26 / 29
De resultaten van de grondanalyses zijn (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De bovengrond valt in het algemeen binnen klasse AW2000 en klasse Wonen. De bovengrond ter plaatse van boringen ST2-19 en 101 valt binnen klasse Niet Toepasbaar. In de bovengrond ter plaatse van ST2 is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. 5.9
Depot1
Tijdens de veldwerkzaamheden is naar voren gekomen dat depot1 bestaat uit zwak zandige klei met sporen/resten puin en baksteen en brokken beton. De kwaliteit van de grond van depot1 is indicatief bepaald op klasse Industrie. In het gronddepot zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, PAK en DDE aangetroffen. In depot1 is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. 5.10
Watergangen
Ter plaatse van de watergangen is een sliblaag aangetroffen met een dikte variërend tussen 15 en 50 cm. Al het slib is verspreidbaar op aangrenzend perceel en is verspreidbaar in zoet oppervlaktewater. Opgemerkt dient te worden dat de gehalten aan alpha-endosulfan beneden de detectielimiet gelegen zijn. De detectielimiet voor de stof alpha-endosulfan is echter verhoogd van 1,0 μg/kg naar 1,1 μg/kg voor de mengmonsters S-MM01, S-MM03 en S-MM04. De BoToVa-toetsingen T1 en T3 vallen hiermee binnen klasse Industrie en Klasse A.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek | Lange Uitweg ong. Schalkwijk | Documentcode: SOB010581-B.RAP002 | Status: Concept | Versiedatum: 8 april 2020
27 / 29
6 Conclusies en aanbevelingen 6.1
Conclusies
In opdracht van de gemeente Houten heeft Lievense Milieu B.V. een verkennend bodem-, asbest en waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Lange Uitweg te Schalkwijk. De aanleiding voor deze onderzoeken betreft de voorgenomen eigendomsoverdracht en herontwikkeling van de locatie en de resultaten van eerder uitgevoerd vooronderzoek (Lievense projectnummer SOB010581-B; 30 maart 2020). De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn hieronder weergegeven: Tijdens het veldonderzoek zijn in de bodem plaatselijk bijmengingen met baksteen, beton, puin, kolengruis, slib en glas aangetroffen. Tevens is ter plaatse van proefgat Inrit1-B-2 asbesthoudend materiaal (hechtgebonden; 10-15% chrysotiel) aangetroffen. Ter plaatse van de boringen/proefgaten DA1-B-2, DA2-B-2, DA12-B-1, DA12-B-2, ST1-B-1 en ST1-B-2 zijn lagen puin of ballast (niet zijnde bodem) aangetroffen. Ter plaatse van dam DA11 zijn bij boring DA11-1 in de grond tot 1,5 m-mv matige tot sterke verontreinigingen met lood aangetroffen. De omvang van de matige tot sterke verontreiniging met lood ter plaatse van dam DA11 wordt geschat op 8 m3. Ter plaatse van dam DA12 zijn in de sterk puinhoudende ondergrond (0,5-1,0 m-mv) sterke verontreinigingen met PAK en minerale olie aangetroffen. De omvang van de sterke verontreiniging met PAK en minerale olie ter plaatse van dam DA12 wordt geschat op 16 m3.
Ter plaatse van stort ST2 (maisperceel met asbesthoudend materiaal op het maaiveld) is bij boringen ST2-19 en 101 een sterke verontreiniging met lood aangetroffen, welke in een aanvullend onderzoek is begrensd. De omvang van de sterke verontreiniging met lood betreft circa 20 m3. Ter plaatse van de overige voor bodemverontreiniging verdachte deellocaties (voormalige boomgaard, overige dammen, slootdempingen, stort ST1 en depot) zijn in de grond maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen. Op de onverdachte delen van de locatie zijn in het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen en zijn geen verhoogde gehalten aan OCB aangetroffen. In de bovengrond en in de puinlagen ter plaatse van de verdachte deellocaties is, uitgezonderd bij Inrit1-B, niet of nauwelijks asbest aangetroffen. Ter plaatse van Inrit1-B is bij proefgat Inrit1-B-2 een gewogen gehalte aan asbest van 58,07 mg/kg aangetroffen. Een voorlopige inschatting van de omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging bedraagt circa 8 m3. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium en/of kwik aangetroffen. In de watergangen is een sliblaag aanwezig met een dikte variërend tussen 15 en 50 cm. Al het slib is verspreidbaar op aangrenzend perceel en in zoet oppervlaktewater.