CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage b 20220103_regels_NL.IMRO.0321.0680ASVSCHALKWIJK-VSBP.pdf

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Agrarische Structuurversterking Schalkwijk14.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Agrarische structuurversterking Kanaaldijk Zuid en Lagedijk 1/Lange Uitweg op Eiland van Schalkwijk Gemeente Houten

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.0321.0680ASVSCHALKWIJK-VSBP

Datum:

2022-01-03

Contactpersoon Buro SRO:

J. van Nuland

Kenmerk Buro SRO:

SR190050

Opdrachtgever:

Hogendoorn bouw en montage

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ..................................................................................................................................... 5 Artikel 1 Begrippen ................................................................................................................................................... 5 Artikel 2 Wijze van meten ....................................................................................................................................... 17

2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 18 Artikel 3 Agrarisch ................................................................................................................................................... 18 Artikel 4 Groen ........................................................................................................................................................ 25 Artikel 5 Maatschappelijk........................................................................................................................................ 26 Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied .......................................................................................................................... 28 Artikel 7 Wonen - Gestapeld ................................................................................................................................... 29 Artikel 8 Wonen - Twee-aaneen ............................................................................................................................. 31 Artikel 9 Wonen - Vrijstaand ...................................................................................................................................

33 Artikel 10 Waarde - Archeologie 1 .......................................................................................................................... 35 Artikel 11 Waarde - Landschap 1 ............................................................................................................................ 37 Artikel 12 Waarde - Landschap 3 ............................................................................................................................ 39 Artikel 13 Waarde - Nieuwe hollandse waterlinie................................................................................................... 42 Artikel 14 Waterstaat - Waterkering ....................................................................................................................... 44

3 Algemene regels .................................................................................................................................... 45 Artikel 15 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................. 45 Artikel 16 Algemene bouwregels ............................................................................................................................ 45 Artikel 17 Algemene gebruiksregels ........................................................................................................................ 46 Artikel 18 Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................................... 47 Artikel 19 Algemene wijzigingsregels ...................................................................................................................... 48

4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................................................... 49 Artikel 20 Overgangsrecht....................................................................................................................................... 49 Artikel 21 Slotregel .................................................................................................................................................. 49

Bijlage 1. Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2. Staat van horeca-activiteiten Bijlage 3. Beeldkwaliteitsplan Bijlage 4: Overzicht te slopen bebouwing

3

4

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan "Agrarische structuurversterking Kanaaldijk Zuid en Lagedijk 1/Lange Uitweg op Eiland van Schalkwijk " met identificatienummer NL.IMRO.0321.0680ASVSCHALKWIJK-VSBP van de gemeente Houten; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels (en bijlagen) als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0321.0680ASVSCHALKWIJK-VSBP met bijgehorende regels (en bijlagen); 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwd bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd; 1.6 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. b. c. d. e. f. g. h.

akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond; daaronder niet begrepen een paardenfokkerij; intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; glastuinbouw: de teelt van gewassen geheel met behulp van kassen; sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen; fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) zonder gebruik te maken van daglicht; paardenfokkerij: het fokken van paarden en pony's, het africhten c.q. trainen/dresseren alsmede de verkoop van gefokte paarden en pony's en het houden van paarden en pony's ten behoeve van de fokkerij;

1.7 agrarische deskundige een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van landen tuinbouw;

5

1.8 agrarisch medegebruik activiteiten gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, op gronden die niet primair bedoeld zijn voor agrarische doeleinden; 1.9 agrarische nevenactiviteit een agrarische activiteit die mag worden uitgeoefend, mits de activiteit ondergeschikt blijft aan de hoofdbestemming; 1.10 archeologische begeleiding proces waarbij de uitvoering van niet-archeologische werkzaamheden door een archeoloog wordt begeleid en waarbij in het Programma van Eisen (PvE) de onderzoeksvra(a)g(en) en de te behalen onderzoeksdoelstellingen worden verwoord; 1.11 archeologisch onderzoek onderzoek dat wordt verricht door een dienst, bedrijf of instelling dat werkt conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); 1.12 archeologische verwachting het vermoeden over het voorkomen van (de aard, omvang en kwaliteit van) archeologische waarden in het onderzoeksgebied; 1.13 archeologische waarde oudheidkundige waarde, vooral in de vorm van archeologische relicten in hun oorspronkelijke context.

Zowel grote complexen/structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid; 1.14 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.15 bebouwingspercentage een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel (danwel bouwvlak of bestemmingsvlak) dat is of mag worden bebouwd; 1.16 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten; 1.17 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.18 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

6

1.19 beroep en bedrijf aan huis beroep of bedrijf dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie verenigbaar is; hieronder wordt in ieder geval niet verstaan het voeren van een:

• • •

horecabedrijf, prostitutiebedrijf, en detailhandelvestiging, m.u.v. een webwinkel en/of verkoop van behandeling gerelateerde producten gelijktijdig bij een behandeling;

1.20 beschermd monument een beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.21 bestaand a.

b.

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van vaststelling is ingediend; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan legaal bestaat;

1.22 bestaande ammoniak emissie bestaande aantal dierplaatsen voor de bestaande diersoorten, vermenigvuldigd met de emissiefactoren van het bestaande stalsysteem, waarbij geldt: a. b. c.

bestaand stalsysteem: het stalsysteem ten tijde van de vaststelling van het plan; bestaande aantal dierplaatsen: het aantal legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan; bestaande diersoorten: de diersoorten waarvoor de legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan zijn gebouwd.

1.23 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.24 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.25 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit t.a.v. een aanvraag om een omgevingsvergunning of t.a.v. een verleend vergunning; 1.26 BEVI-inrichting inrichting zoals bedoeld in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (27-05-04); 1.27 bezorgdienst horeca-activiteit die gericht is op het bedrijfsmatig bereiden van dranken en/of etenswaren, niet voor gebruik ter plaatse, die door middel van een persoon bij de eindgebruiker worden bezorgd;

7

1.28 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.29 bodemingreep/bodemverstoring alle grondwerkzaamheden/activiteiten die een effect hebben op het voortbestaan van (archeologische) waarden of verwachtingen in de bodem; 1.30 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.31 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.32 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en gedeeltelijke ondergrondse bouwdelen, maar met uitsluiting van geheel ondergrondse bouwdelen en zolders; 1.33 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.34 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.35 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten; 1.36 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct steun vindt in of op de

grond; 1.37 (commerciële) zaalverhuur het al dan niet voor betaling verhuren van een ruimte in een gebouw aan derden; 1.38 cultuurhistorische waarde waarden van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.39 dagrecreatie vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf;

8

1.40 deskundige op het terrein van de archeologie de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het terrein van de archeologie; 1.41 deskundige op het terrein van de cultuurhistorie de erfgoedcommissie of een andere persoon of instelling die door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen en deskundig is op het gebied van cultuurhistorie; 1.42 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.43 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van milieuvergunningsplichtige bedrijven en instellingen en een seksinrichting; 1.44 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.45 ensemble ensemble (het geheel) van bestaande bebouwing en bijbehorende omgeving met daar aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerken; 1.46 erfbebouwing bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.47 erfgoedcommissie de op basis van de Erfgoedwet ingestelde

commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid; 1.48 evenement een verplaatsbare georganiseerde verrichting van vermaak, gebeurtenis, (openlucht)manifestatie of (thema)dag op het gebied van kunst, cultuur, muziek, sport, religie, wetenschap en/of huishouden. Evenementen zijn te onderscheiden in 3 categorieën: a. b. c.

categorie A: evenementen met laag risico, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en een geringe capaciteit van hulpdiensten is vereist; categorie B: evenementen met een verhoogd risico, waarbij sprake is van een verhoogde impact op de omgeving en extra capaciteit van de hulpdiensten is vereist; categorie C: risicovolle evenementen, waarbij sprake is van een grote impact op de omgeving en extra capaciteit van de hulpdiensten is vereist.

Een evenement kan meerdaags zijn, waarbij de tijd ten behoeve van de op- en afbouw wordt meegerekend.

9

1.49 extensief recreatief medegebruik vorm van recreatie die in hoofdzaak is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen, waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is, maar waarvoor kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes; 1.50 extensieve dagrecreatie die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen; 1.51 fruitboomgaard een geheel van meerdere doelbewust aangeplante bomen, gericht op het bedrijfsmatig of in een vorm als zijnde bedrijfsmatig voortbrengen van fruit; 1.52 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.53 gemeentelijk monument een overeenkomstig de verordening van 31 augustus 2010 (Monumentenverordening) van de gemeente Houten als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. 2.

zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1;

1.54 geluidgevoelige objecten woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.55 geluidzoneringsplichtige inrichting een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.56 gevellijn de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; 1.57 gevoelige functie Gronden en/of gebouwen waar mensen langdurig verblijven en daarmee een groter risico lopen op blootstelling aan (drift van) gewasbeschermingsmiddelen door toepassing daarvan in een naastgelegen fruitboomgaard. Hieronder worden in ieder geval begrepen:

• • •

(recreatie)woningen met bijbehorende tuin(en); bedrijfsgebouwen waar men langdurig verblijft, zoals detailhandel en kantoren; de volgende gebouwen met bijbehorende terreinen: scholen, kinderdagverblijven, zorginstellingen, recreatieverblijven en andere in aard daarmee gelijk te stellen functies;

10

1.58 gezinshuis een kleinschalige woongelegenheid voor niet-permanente bewoning waar huisvesting wordt geboden aan naaste familie van cliënten die woonachtig zijn binnen de zorginstelling; 1.59 grondgebonden landbouw agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Het betreft akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt en boomteelt en rundvee-, paarden-, schapen- of geitenhouderij voor zover bij deze veebedrijven het benodigde ruwvoer (gras, snijmaïs) geheel of vrijwel geheel afkomstig is van de structureel bij het bedrijf behorende gronden; 1.60 grondgebonden veehouderij agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.

Het betreft een rundveehouderij voor zover bij deze veebedrijven het benodigde ruwvoer (gras, snijmaïs) geheel of vrijwel geheel afkomstig is van de structureel bij het bedrijf behorende gronden; 1.61 hobbymatige agrarische activiteiten het niet bedrijfsmatig gebruiken van gronden voor het hobbymatig houden van vee en/of telen van agrarische producten; 1.62 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.63 horeca bedrijfsactiviteiten zoals aangegeven in de Staat van Horeca-activiteiten, welke als bijlage 3 deel uit maakt van de regels van dit bestemmingsplan, nader onderverdeeld in categorieën; 1.64 huishouden een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren; 1.65 kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.66 kap een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30 graden en minder 65 graden; 1.67 kinderopvang het opvangen van kinderen op locatie, al dan

niet tegen betaling, waarbij de volgende indeling wordt aangehouden:

• • •

kleinschalig: maximaal 6 kinderen; middelgroot: 7 tot en met 30 kinderen; grootschalig: meer dan 31 kinderen;

11

1.68 kleinschalig kamperen een standplaats voor ten hoogste 15 kampeermiddelen, met uitzondering van stacaravans, met dien verstande dat de standplaats uitsluitend in de periode van 1 maart tot en met 31 oktober mag worden gebruikt; 1.69 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) hierin staan de minimale vereisten waaraan een organisatie moet voldoen bij het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van de archeologische monumentenzorg, zowel onderzoekstechnisch als wat betreft het personeel; 1.70 landelijke functies functies bij een agrarisch bedrijf die zijn gericht op behoud en ontwikkeling van extensieve recreatie, natuur, landschap, water en cultuurhistorie; 1.71 locatiespecifiek onderzoek Een door een deskundig bureau opgesteld onderzoek ten behoeve van de onderbouwing voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van omliggende functies van fruitboomgaarden, ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in die fruitboomgaarden. 1.72 loonbedrijf een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het verlenen van civieltechnische diensten en/of cultuurtechnische diensten of het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van werktuigen; 1.73 maaiveld

•

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

•

in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein.

1.74 maatschappelijke activiteiten educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke activiteiten en activiteiten ten behoeve van openbare dienstverlening; 1.75 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, met uitzondering van kinderdagverblijven; 1.76 niet-grondgebonden veehouderij agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden veehouderij; 1.77 ondergeschikte detailhandel niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie, waarbij de detailhandelsfunctie qua oppervlak en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan die andere functie;

12

1.78 ondersteunende horeca alle vormen van inrichtingen van niet-zelfstandige horeca, zoals bedoeld in categorie 4 van de Staat van Horeca-activiteiten welke als bijlage 3 deel uit maakt van de regels van dit bestemmingsplan; 1.79 onzelfstandige woonruimte woonruimte met een eigen toegang die door een huishouden kan worden bewoond, waarbij het huishouden afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; 1.80 opgraven/opgraving het opgraven van een vindplaats door een partij, die beschikt over een opgravingvergunning op grond van de Erfgoedwet, met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen (PvE) verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen; 1.81 opslag het in bewaring houden van goederen; 1.82 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.83 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een (gesloten) dak, zonder eigen wanden; 1.84 peil a.

niveau van het maaiveld;

b.

voor zover blijkt uit de betreffende bestemmingsregeling;

of

1.85 perifere detailhandel detailhandelsvestiging, die vanwege zijn omvang en/of branchering niet in een woon- of centrumgebied thuishoort en waaronder in ieder geval wordt begrepen detailhandel in volumineuze goederen, die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten en caravans, tuininrichtingsartikelen, (grove) bouwmaterialen, keukens en sanitair; 1.86 perceelgrens de grens van een perceel; 1.87 plattelandswoning een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, die door een derde bewoond mag worden en die niet wordt beschermd tegen de milieugevolgen van het (voorheen) bijbehorend agrarisch bedrijf; e.e.a. zoals bedoeld in artikel 1.1a van de Wabo. 1.88 productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

13

1.89 programma van eisen het Programma van Eisen (PvE) is een door een bevoegde overheid opgesteld of bekrachtigd document dat de probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden geeft en de daaruit af te leiden eisen formuleert met betrekking tot het uit te voeren werk; 1.90 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.91 prostitutiebedrijf prostitutie in een daarvoor ingerichte ruimte en in dienstverband (seksclub, bordelen, privé-huizen), niet zijnde sekswinkels, seksbioscopen, sekstheaters en daarmee gelijk te stellen bedrijfstypen; 1.92 relatie een figuur op de verbeelding dat twee afzonderlijk weergegeven bestemmingsvlakken met elkaar verbindt, zodanig dat voor toepassing van de regels sprake is van één bestemmingsvlak; 1.93 rijksmonument een ingevolge de Erfgoedwet aangewezen beschermd monument; 1.94 rode contour een op een kaart opgenomen contour welke de begrenzing van het stedelijk gebied met het buitengebied weergeeft; 1.95 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.96 Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten welke als bijlage 4 deel uit maakt van de regels van dit bestemmingsplan; 1.97 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten welke als bijlage 3 deel uit maakt van de regels van dit bestemmingsplan; 1.98 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om weersinvloeden te matigen, arbeidsomstandigheden te verbeteren, de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen te verbeteren of de kwaliteit van de producten te verbeteren, te onderscheiden in: a.

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie zijn toegestaan zo lang de teelt dit vereist met een maximum van 6 maanden per jaar, binnen de periode 1 maart tot en met 31 oktober, te onderscheiden in: 1. lage tijdelijke voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 1,2 meter, zoals afdekfolies, insectengaas, acryldoek, lage tunnels;

14

2.

b.

c.

hoge tijdelijke voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van minimaal 1,2 meter, zoals hagelnetten, schaduwhallen, wandelkappen. permanente teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 6 maanden per jaar op dezelfde locatie zijn toegestaan, te onderscheiden in: 1. lage permanente voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 1,2 meter, zoals containervelden; 2. hoge permanente voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van minimaal 1,2 meter, zoals bakken op stellingen (met regenkappen) en teeltondersteunende kassen. overige teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen anders dan de bovenstaande teeltondersteunende voorzieningen, zoals stellages met en voor regenkappen bij de grondgebonden teelt van (zacht)fruit, beregeningspalen, boomteelthekken, geleidingspalen en vraatnetten met een maximale hoogte van 10 meter.

tijdelijk of permanent Tijdelijk (maximaal 6 maanden per jaar)

Permanent (minimaal 6 maanden per jaar)

laag of hoog

voorbeeld

laag: < 1,2 m

afdekfolies, insectengaas, acryldoek, lage tunnel- of boogkassen

hoog: > 1,2 m

hagelnetten, schaduwhallen, wandelkappen

laag: < 1,2 m

containervelden

hoog: > 1,2 m Overig

bakken op stellingen (met regenkappen), teeltondersteunende kassen, hoge tunnel- of boogkassen stellages met en voor regenkappen bij grondgebonden teelt van zacht fruit, boomteelthekken, vraatnetten, palen en masten voor gewasbescherming, beregeningspalen en geleidingspalen

1.99 tijdelijke opslag opslag voor een periode van maximaal 8 weken per kalenderjaar en noodzakelijk ten behoeve van het agrarisch perceel waarop de opslag plaats vindt; 1.100 verblijfsrecreatie recreatieve activiteiten waarbij overnachting(en) plaatsvinden. 1.101 verkoopvloeroppervlakte de oppervlakte van alle toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.102 volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf met een omvang van ten minste één volledige arbeidskracht of een bedrijf met een aannemelijk perspectief op volwaardigheid; 1.103 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.104 voorgevelrooilijn de lijn in het verlengde van de voorgevel;

15

1.105 voorkeursgrenswaarde de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder; 1.106 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van de op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.107 webwinkel een detailhandelvestiging waar goederen via het internet of via de telefoon worden besteld en betaald; 1.108 wettelijk beschermd archeologisch monument terrein dat op basis van de Erfgoedwet is aangewezen als beschermd archeologisch monument en als zodanig is ingeschreven bij het Kadaster; 1.109 woning een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één zelfstandig huishouden; 1.110 zacht fruit bessen, bramen, frambozen, blauwe- of bosbessen, aardbeien en daarmee gelijk te stellen fruit; 1.111 zendmast een bouwwerk ten behoeve van draadloze (mobiele) (tele-) communicatie, hoofdzakelijk bestaande uit een apparatuurkast, een mast en één of meerdere antennes; 1.112 zelfstandig wonen het bewonen van een zelfstandige woonruimte; 1.113 zelfstandige woonruimte woonruimte met een eigen toegang, die door één huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.

1.114 woonzorgvoorziening een voorziening, dat dient voor de huisvesting van personen, waarbij gebruik gemaakt kan worden van collectieve voorzieningen gericht op de verzorging, op medisch, therapeutisch of daarmee gelijk te stellen gebied.

16

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 Meetmethode 2.1.1 bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen. 2.1.2 lengte, breedte en diepte van bouwwerken tussen de verst van elkaar gelegen punten van die werken, horizontaal gemeten; 2.1.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk , met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de (fictieve) buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een gebouw of van een overig bouwwerk; 2.1.7 onderlinge afstanden afstanden tussen bouwwerken onderling en ook afstanden van bouwwerken tot erfscheidingen worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 Uitzonderingen 2.2.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde

ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

17

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

het uitoefenen van grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in artikel 1.6 onder a en b; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, bestaande uit de openheid van het gebied, het verkavelingspatroon en de ligging binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie;

met daaraan ondergeschikt; f.

g. h. i.

j. k.

ter plaatse van de aanduiding 'recreatieve nevenactiviteiten': tevens het uitoefenen van een bedrijfsactiviteiten uit categorie 1a zoals aangegeven in Staat van Horeca-activiteiten, welke als bijlage 2 deel uit maakt van de regels van dit bestemmingsplan; extensieve dagrecreatie en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; mestverwerking ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering; de in tabel 3.1 genoemde nevenfuncties met de daarbij behorende maximaal in gebruik te nemen oppervlaktes voor bebouwing en gronden; bij een combinatie van nevenfuncties mag ten hoogste 300 m² aan bebouwing en 4.000 m2 aan gronden worden gebruikt, tenzij in tabel 3.1 is bepaald dat alle bij het bedrijf behorende gronden in gebruik genomen mogen worden; zelfstandig wonen, daaronder begrepen beroepen- en bedrijven-aan-huis, uitsluitend in de bedrijfswoning; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kuilvoerplaten, sleufsilo's, teeltondersteunende voorzieningen, mestvoorzieningen, paardenbakken, groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, ontsluitingswegen, kavelpaden en voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, bruggen, dammen, duikers, gemalen, waterberging en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; tevens natuurvriendelijke oevers, helofytenfilters, vispaaiplaatsen en voorzieningen ten behoeve van de verbetering van de waterkwaliteit.

Tabel 3.1 Rechtstreeks toegestane nevenfuncties

nevenfunctie verkoop aan huis van streekeigen agrarische producten inpandige opslag en stalling van agrarische producten (meer dan reguliere opslag ten behoeve van eigen bedrijfsvoering) ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) inpandige statische volumineuze opslag en stalling van niet-agrarische producten/werktuigen/ voertuigen in bestaande gebouwen behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, geen detailhandel

max. m² aan bestaande bebouwing in gebruik 100

-

100

100

300

-

100

18

100

300

rondleidingen op het agrarische bedrijf kano-, boot of fietsenverhuur sport- en speeltuin

max. m² aan gronden in gebruik

alle bij het bedrijf behorende gronden 100 500???

3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b.

c. d. e. f.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; het gezamenlijk oppervlak aan hoofdgebouwen (inclusief bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken) binnen het bouwvlak mag ten hoogste 1,5 ha bedragen, ook indien sprake is van een gecombineerd bedrijf met meerdere productietakken; voor hoofdgebouwen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 m; de onderlinge afstand tussen hoofdgebouwen mag ten hoogste 20 m bedragen; voor de voorgevelrooilijn mag niet worden gebouwd; voor de bedrijfswoning geldt een maximale inhoudsmaat (exclusief bijbehorende bouwwerken) van 800 m3 met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,2 en 8,5 m.

3.2.2 Erfbebouwing 3.2.2.1 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.

bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; buiten het bouwvlak is 1 schuilstal per bedrijf mogelijk met een maximale oppervlakte van 20 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 m.

3.2.2.2 Bijbehorende bouwwerken behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. b. c. d.

bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van een bedrijfswoning worden gebouwd; de oppervlakte bedraagt maximaal 50% van de oppervlakte van het bouwvlak, met een maximum van 50 m²; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,2 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 6 m;

3.2.2.3 Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b.

c. d. e. f.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en buiten het bouwvlak maximaal 1 m bedraagt; de bouwhoogte van silo's bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en lichtmasten bedraagt maximaal 5 m; de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 5 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

19

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering en/of afmetingen van bebouwing, indien dit noodzakelijk is in verband met: a. b. c. d. e.

een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing; een goede verkeerskundige inpassing; een goede inpassing van de cultuurhistorische waarden; een goede hydrologische inpassing; een goede brandveiligheid en rampenbestrijding;

voor het stellen van nadere eisen is het beeldkwaliteitsplan, zoals deze onderdeel uitmaakt van deze regels, het uitgangspunt. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b.

c.

d. e. f. g.

mestopslag buiten het bouwvlak is niet toegestaan; tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het gebruik van gebouwen en overkappingen ten behoeve van de uitbreiding of wijziging van de bestaande veestapel waarbij een toename plaatsvindt van de bestaande ammoniakemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf; ten behoeve van de in tabel 3.1 genoemde nevenfuncties gelden de volgende gebruiksregels: 1. het oprichten van lichtmasten, lichtbakken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; 2. voor de nevenfunctie kleinschalig kamperen gelden de volgende regels: i. kampeermiddelen mogen uitsluitend worden geplaatst in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; ii. de kampeermiddelen dienen op of aansluitend aan het betreffende bouwvlak geplaatst te worden; iii. het plaatsen van stacaravans is niet toegestaan; iv. ten behoeve van het kleinschalig kamperen mogen binnen het bouwvlak sanitaire voorzieningen worden gebouwd; v.

de agrarische uitstraling van de bedrijfsgebouwen en het erf dient behouden te worden en waar mogelijk te worden versterkt; opslag van stoffen en producten die gevaar of milieuoverlast kunnen opleveren, is in geen geval toegestaan; buitenopslag buiten het bouwvlak niet is toegestaan met uitzondering van tijdelijke opslag; er mag geen detailhandel ontstaan met een verkoopvloeroppervlak van meer dan 100 m²; tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: 1. prostitutiebedrijven; 2. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevelrooilijn; 3. wonen, behoudens bedrijfswoningen, plattelandswoningen en de huisvesting van seizoenarbeiders; 4. commerciële zaalverhuur; 5. zelfstandige horeca, anders dan genoemd in tabel 3.2.

20

3.4.2 Voorwaardelijke verplichting - aanleggen water Hoofdgebouwen zoals bedoeld artikel 3 lid 1 kunnen niet eerder in gebruik genomen worden dan dat de benodigde watercompensatie zoals beschreven in de plantoelichting is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in artikel 3 lid 1 sub i, teneinde de in tabel 3.2 genoemde nevenfuncties met de daarbij behorende maximaal in gebruik te nemen oppervlaktes voor bebouwing en gronden toe te staan, met inachtneming van het volgende: a.

b. c. d.

e.

f. g. h. i. j.

nevenfuncties dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande burgerwoningen, andere gevoelige objecten en (agrarische) bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); nieuwbouw ten behoeve van de nevenfunctie is uitsluitend toegestaan indien een zelfde hoeveelheid aan oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel wordt afgebroken; er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking; bij een combinatie van nevenfuncties mag niet meer dan 300 m² aan gebouwen en 4.000 m² aan onbebouwde gronden in gebruik worden genomen, tenzij in de tabel is bepaald dat alle bij het bedrijf behorende gronden in gebruik genomen mogen worden; ten behoeve van de nevenfunctie kleinschalig kamperen gelden de volgende regels: 1. kampeermiddelen mogen uitsluitend worden geplaatst in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober met een maximum van 25; 2. de kampeermiddelen dienen op of aansluitend aan het betreffende bouwvlak geplaatst te worden; 3. het plaatsen van stacaravans is niet toegestaan; 4. ten behoeve van het kleinschalig kamperen mogen op het bouwvlak sanitaire voorzieningen worden gebouwd; 5.

de agrarische uitstraling van de bedrijfsgebouwen en het erf dient behouden te worden en waar mogelijk te worden versterkt; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden binnen het bouwvlak; het oprichten van lichtmasten, lichtbakken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; opslag van stoffen en producten die gevaar of milieuoverlast kunnen opleveren, is niet toegestaan; buitenopslag buiten het bouwvlak is niet toegestaan; er mag geen detailhandel ontstaat met een verkoopvloeroppervlak van meer dan 100 m².

21

Tabel 3.3 Toegestane nevenfuncties via afwijking nevenfunctie veehandelsbedrijf, foeragehandel agrarisch loonbedrijf behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten hoveniersbedrijf behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten overige bedrijven behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten dierenpension semi bedrijfsmatige gebruiksgerichte paardenhouderij

max. m² aan bebouwing 300

max. m² aan gronden 500

300

500

300

500

100

100

200 300

agrarisch verwante sociale functies (resocialisatie, therapie, zorgboerderij)

200

bed & breakfast / gastenverblijf recreatief nachtverblijf/ kampeerboerderij

100 100

kleinschalig kamperen tot maximaal 25 kampeermiddelen

200

middelgrote kinderopvang galerie/atelier/museum/tentoonstellingsruimte horeca-activiteiten voor zover ten dienste aan de hoofdactiviteit en deze behoren tot de categorieën 1 en 4 van de van deze regels deel uitmakende 'Staat van Horeca-activiteiten'

200 100

500 2000 alle bij het bedrijf behorende gronden 100 100 2500 binnen het bouwvlak 200 500

100

500

3.5.2 Algemene bevoegdheid tot afwijken ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de categorieën nevenfuncties zoals genoemd in de tabel 3.1 en 3.2 teneinde nevenfuncties toe te staan die naar aard, omvang en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de ingevolge de tabellen 3.1 en 3.2 toelaatbare nevenfuncties met inachtneming van de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3 lid 5.1. 3.5.3 Ten behoeve van groter oppervlak voor nevenfunties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het maximaal aantal m² aan bebouwing dat in gebruik mag worden genomen voor de nevenfuncties in tabel 3.1 en 3.2 en het bepaalde in artikel 3 lid 5.1 sub d ,teneinde een groter aantal m² toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. b. c. d. e. f.

de nevenfunctie dient plaats te vinden in een gebouw dat een groter oppervlak betreft dan de maatvoering in tabel 3.1 en 3.2; afwijking wordt uitsluitend toegepast indien het niet reëel is dat slechts een gedeelte van het gebouw gebruikt kan worden; na verlening van afwijking mag het gehele gebouw voor de nevenfunctie in gebruik genomen worden; nieuwbouw ten behoeve van de nevenfunctie is uitsluitend toegestaan indien een zelfde hoeveeldheid aan oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel wordt afgebroken; de uitbreiding van het toegestaan oppervlak mag geen nadelige effecten hebben op de ruimtelijke uitstraling van het perceel; de uitbreiding dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen beperkingen voor omliggende, bestaande burgerwoningen, andere gevoelige objecten en (agrarische) bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden).

3.5.4 Ten behoeve van een uitbreiding van de veestapel Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 4.1 sub b en een toename van ammoniakemissie als gevolg van wijziging van aanwezige dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen toestaan indien dit noodzakelijk is in verband met een duurzame bedrijfsvoering en geen afbreuk wordt gedaan aan bestaande natuurwaarden.

22

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch voor zover gelegen buiten een bouwvlak zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a.

b. c. d. e. f.

het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel, het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen en het aanbrengen van drainage; het aanleggen of verharden van wegen of paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; ophogen, egaliseren, afgraven, afschuiven en ontgronden; het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen voor zover deze zijn gelegen buiten de bekend zijnde kabeltracés; het (nieuw) aanplanten van een fruitboomgaard voor zover gelegen binnen 50 meter van een gevoelige functie; het herplanten van een fruitboomgaard voor zover dit niet binnen 1 jaar na het rooien heeft plaatsgevonden en niet herplant wordt op exact dezelfde locatie.

3.6.2 Uitzonderingen Van het vereiste van een omgevingsvergunning zijn uitgezonderd werken en werkzaamheden die: a. b. c. d.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. voor zover er sprake is van een bestaande fruitboomgaard zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels, tenzij er sprake is van de herplant conform artikel 3 lid 6.1 sub f.

3.6.3 Toelaatbaarheid De genoemde omgevingsvergunning in artikel 3 lid 6.1 kan slechts worden verleend, indien: a. b. c. d. e. f. g.

geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de aanwezige hydrologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de waterhuishoudkundige functie van de gronden; het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies inwint van de betreffende waterbeheerder; geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de aanwezige landschappelijke waarden; het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies inwint bij een deskundige op het gebied van landschap; geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de aanwezige cultuurhistorische waarden; het bevoegd gezag vooraf schriftelijk advies inwint bij een deskundige op het gebied van cultuurhistorie.

3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Aanpassen vorm bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen de vorm van het agrarische bouwvlak wijzigingen, met inachtneming van het volgende: a. b.

c.

de oppervlakte van het agrarische bouwvlak dient per saldo gelijk te blijven; van de wijziging mag uitsluitend gebruikgemaakt worden, indien de uitbreiding voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is en indien het niet mogelijk is om in de ruimtebehoefte te voorzien door een meer efficiënte inrichting van de gronden binnen het bestaande bouwvlak dan wel door transformatie van bestaande gebouwen; van de wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend gebruikgemaakt indien sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf;

23

d. e. f. g.

met een schriftelijke advies van een agrarisch deskundige dient aangetoond te worden dat aan het gestelde onder b en c wordt voldaan; het bouwvlak dient voor ten minste 50% van de oppervlakte van de daarin begrepen gronden, dezelfde gronden te omvatten als ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan; door het wijzigen van het bouwvlak mag geen gebouw buiten het bouwvlak komen te liggen; de vormaanpassing dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen beperkingen voor omliggende, bestaande burgerwoningen, andere gevoelige objecten en (agrarische) bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden).

24

Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

groenvoorzieningen;

met de daarbij behorende: b. c. d. e. f.

nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; beeldende kunst; verkeer en verblijf (niet zijnde parkeren) in de vorm van voet- en fietspaden, kunstwerken en straatmeubilair; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.2 Bouwregels Uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan: a. b.

terreinafscheidingen tot een maximale bouwhoogte van 2,0 m; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een maximale bouwhoogte van 2,0 m.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering en/of afmetingen van bebouwing, indien dit noodzakelijk is in verband met: a. b. c. d. e.

een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing; een goede verkeerskundige inpassing; een goede inpassing van de cultuurhistorische waarden; een goede hydrologische inpassing; een goede brandveiligheid en rampenbestrijding.

4.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik geldt de volgende regel:

•

ondergrondse afvalsystemen zijn niet toegestaan buiten de rode contour van Schalkwijk en Tull en 't Waal.

•

parkeerplaatsen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan.

25

Artikel 5 Maatschappelijk 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

maatschappelijke voorzieningen met inbegrip van een woonzorgvoorziening en een gezinshuis; verkeer-wegverkeer; groen;

Met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h. i.

erven en terreinen; voorzieningen van algemeen nut; paden; waterlopen en waterpartijen; parkeervoorzieningen; groen- en speelvoorzieningen.

5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; voor hoofdgebouwen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 m; het maximale bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangeduid.

5.2.2 Erfbebouwing 5.2.2.1 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b.

c.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en buiten het bouwvlak maximaal 1 m bedraagt; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering en/of afmetingen van bebouwing, indien dit noodzakelijk is in verband met: a. b. c. d. e.

een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing; een goede verkeerskundige inpassing; een goede inpassing van de cultuurhistorische waarden; een goede hydrologische inpassing; een goede brandveiligheid en rampenbestrijding;

voor het stellen van nadere eisen is het beeldkwaliteitsplan, zoals deze onderdeel uitmaakt van deze regels, het uitgangspunt.

26

5.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2, indien de op te richten bebouwing naar zijn bestemming en gebruik, alsmede naar zijn afwijking en plaats binnen het plangebied in overeenstemming zal zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kan worden ingepast in een reeds vastgesteld uitwerkingsplan of een daarvoor ter inzage gelegd ontwerp. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.

tot strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: 1. prostitutiebedrijven; 2. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevelrooilijn; 3. wonen; 4. commerciële zaalverhuur; 5. zelfstandige horeca.

5.5.2 Voorwaardelijke verplichting - sloopverplichting Hoofdgebouwen zoals bedoeld artikel 5 lid 2.1 kunnen niet eerder in gebruik genomen worden dan dat alle agrarische opstallen zoals opgenomen in de bijlage bij deze regels zijn gesloopt en hiervoor de benodigde ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is verkregen. 5.5.3 Voorwaardelijke verplichting - aanleggen water Hoofdgebouwen zoals bedoeld artikel 5 lid 1 kunnen niet eerder in gebruik genomen worden dan dat de benodigde watercompensatie zoals beschreven in de plantoelichting is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

27

Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

wegen, alsmede voet- en fietspaden; het behoud van cultuurhistorische waarden;

met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h. i. j. k.

geluidswerende voorzieningen; groenvoorziening; nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; standplaatsen; ondergrondse afvalsystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m.

6.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik geldt de volgende regel:

•

ondergrondse afvalsystemen zijn niet toegestaan buiten de rode contour van Schalkwijk en Tull en 't Waal.

28

Artikel 7 Wonen - Gestapeld 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

zelfstandig wonen, daaronder begrepen beroepen- en bedrijven-aan-huis; tuinen, erven en terreinen; (ondergrondse) parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeren; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 7.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; hoofdgebouwen moeten in gestapelde vorm worden gebouwd; de goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 6 m; de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 11 m; het aantal appartementen per hoofdgebouw mag ten hoogste 6 bedragen.

7.2.2 Erfbebouwing 7.2.2.1 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b.

c.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en buiten het bouwvlak maximaal 1 m bedraagt; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering en/of afmetingen van bebouwing, indien dit noodzakelijk is in verband met: a. b. c. d. e.

een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing; een goede verkeerskundige inpassing; een goede inpassing van de cultuurhistorische waarden; een goede hydrologische inpassing; een goede brandveiligheid en rampenbestrijding;

voor het stellen van nadere eisen is het beeldkwaliteitsplan, zoals deze onderdeel uitmaakt van deze regels, het uitgangspunt.

29

7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Voorwaardelijke verplichting - bouwfasering Een omgevingsvergunning voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 lid 2.1 kan niet eerder afgeven worden dan dat: a. b.

de bedrijfsbebouwing op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 2.1 gerealiseerd is; aan de Kanaaldijk-Zuid een kanoroute is gerealiseerd en deze instand gehouden wordt.

7.4.2 Voorwaardelijke verplichting - aanleggen water Hoofdgebouwen zoals bedoeld artikel 7 lid 1 kunnen niet eerder in gebruik genomen worden dan dat de benodigde watercompensatie zoals beschreven in de plantoelichting is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

30

Artikel 8 Wonen - Twee-aaneen 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Twee-aaneen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

zelfstandig wonen, daaronder begrepen beroepen en bedrijven aan huis; tuinen, erven en terreinen; nutsvoorzieningen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeren; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

8.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 8.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; hoofdgebouwen moeten in de twee-aan-eengebouwde vorm worden gebouwd; het aantal woningen binnen een bouwvlak mag niet meer dan 2; de goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 6 m; de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 11 m

8.2.2 Erfbebouwing 8.2.2.1 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.

bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; de oppervlakte bedraagt maximaal 50% van de oppervlakte van het bouwperceel met een maximum van 50 m²; de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,2 m; de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 6 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=7120c54a-c172-45c8-8436-2918e26b4503