Bijlage a-2-a Ruimtelijke_Onderbouwing_Kindcentrum_De_Velduil v4.pdf
Tekst van het document
Doel van het onderzoek was het verkrijgen van inzicht in zowel de bodemopbouw als de (actuele) grondwaterstand, het bepalen of de bodem geschikt is voor de infiltratie van hemelwater, alsmede het verkrijgen van k-waarden. De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is onder andere afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van stoorlagen (klei en leem). De doorlatendheid van de bodem van de toplaag van zand wordt over het algemeen geclassificeerd als goed doorlatend, waarbij k-waarden van 1,7 en 4,6 m/dag zijn aangetoond. De doorlatendheid van de onderliggende kleilagen wordt als slecht getypeerd. Vanwege de geringe dikte van het aanwezige zandpakket zullen de infiltratiemogelijkheden dan ook beperkt zijn. Door de aanwezigheid van storende lagen in de ondergrond is de faalkans als gevolg van een onjuiste dimensionering van een hemelwater(infiltratie)systeem daarnaast significant. Daarnaast kan als gevolg van een horizontale afstroming elders (water)overlast of problemen ontstaan. Bij het ontwerp en de keuze voor het type (infiltratie)voorziening dient voldoende rekening gehouden te worden met de slecht doorlatende lagen. Geadviseerd wordt een afkoppelplan op te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de Gemiddelde Hoogste grondwaterstand (GHG), het afstromend verhard oppervlak en het beleid van het
32
Kindcentrum De Velduil
bevoegd gezag. Hiermee wordt voorkomen dat een niet naar behoren werkend systeem wordt gerealiseerd. Conclusie Op basis van de watertoets geeft het waterschap aan dat er een beperkt waterbelang is bij het planvoornemen. Bij het ontwerp en de keuze voor het type (infiltratie)voorziening dient voldoende rekening gehouden te worden met de slecht doorlatende lagen.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
4.9.1
Archeologie
Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Bij het archeologiebeleid is ook een beleidskaart opgesteld die de zonering van de verschillende archeologische verwachtingswaarden aangeeft. Aan de verschillende verwachtingswaarden zijn voorwaarden gekoppeld wanneer bij bouw- en grondwerkzaamheden archeologisch onderzoek vereist wordt. Situatie plangebied Het initiatief voorziet in de realisatie van een nieuw kindcentrum. Op de archeologische beleidskaart is het plangebied aangemerkt met een lage tot geen archeologische verwachtingswaarde.
Op basis hiervan hoeft er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden bij grondroerende ontwikkelingen. Bij voorliggend initiatief kan nader archeologisch onderzoek achterwege blijven. 4.9.2
Cultuurhistorie
Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of er cultureel erfgoed wordt geraakt. Situatie plangebied In het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Tevens zijn er geen landschappelijke waarden aanwezig welke gewaarborgd dienen te worden. Qua uitstraling wordt het gebouw aangesloten op de aanwezige bebouwing in de omgeving. 4.9.3
Conclusie
Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het initiatief.
4.10 Duurzaamheid Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. De vastgestelde niveau's voor onderwijsgebouwen gelden als volgt:
33
Kindcentrum De Velduil
Een maximaal energiebehoefte van 190 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak Een maximaal primair fossiel energiegebruik, eveneens in 70 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak Een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 40%. Deze regels gelden niet voor restauratie. Bij de renovatie van de gebouwen zal zoveel mogelijk worden geanticipeerd op deze nieuwe regelgeving. In de wet voortgang energietransitie (VET) is bepaald dat per 1 juli 2018 nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het gasnet. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente, bij zwaarwegende redenen van algemeen belang, een ontheffing verlenen. De omgevingsvergunning voor nieuwe bouwwerken wordt afgekeurd als in de bouwaanvraag geen rekening is gehouden met aardgasvrij bouwen. Deze regels gelden niet voor restauratie, desondanks wil de eigenaar onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn zodat geanticipeerd kan worden op deze nieuwe regelgeving. Wettelijk kader Bouwbesluit 2012 De wettelijke eisen volgen uit het bouwbesluit van 2012. Per 1 januari 2021 zijn de eisen ten aanzien duurzaamheid en isolatie aangepast i.v.m. de invoering van de BENG-eisen en NTA8800-rekensystematiek. De volgende eisen zijn wettelijk van toepassing: Minimale isolatiewaarden (Rc): 1. Rc=4,7 m2 .K/W voor gevels, 2. Rc=6,3 m2 .K/W voor daken, 3. Rc=3,7 m2 .K/W voor vloeren; Maximale warmtedoorgangscoëfficiënten (Uw): 1.
Gemiddelde Uw=1,65 W/m2 .K voor alle ramen, deuren en kozijnen, 2. Maximale Uw=2,2 W/m2 .K voor afzonderlijke ramen, deuren en kozijnen; Van de samenstelling van constructieonderdelen van een gebouw met uitsluitend kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 100 m² is de uitstoot van broeikasgassen en de uitputting van grondstoffen gekwantificeerd volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken; Een soortgelijke bepaling geldt ook voor onderwijsgebouwen. In het kort: de milieuprestatie van het materiaalgebruik dient berekend te worden en dient toegevoegd te worden aan de omgevingsvergunning. Gemeentelijk beleid De gemeente Houten hecht veel belang aan duurzaamheid. Hiertoe heeft zij ook beleid opgesteld. Dit beleid is reeds uitgewerkt in paragraaf 3.3.2. Situatie plangebied Dit initiatief wordt particulier ontwikkeld. Het initiatief wordt in nauwe samenwerking met de gemeente en volgens het geldende gemeentelijke beleid voor nieuwbouw gerealiseerd. Voorts wordt het gasloos gerealiseerd. Duurzaamheid vormt een belangrijke kernwaarde van het bestuur van het nieuw te realiseren kindcentrum. Dit blijkt onder meer uit het strategisch beleidsplan van stichting Openbaar Onderwijs Houten. Conclusie Het initiatief wordt gerealiseerd conform de door het rijk en door de gemeente gestelde eisen aan duurzaamheid.
Het uitgangspunt is om een hoger niveau van duurzaamheid te behalen dan door het rijk en de gemeente geëist wordt. Het initiatief is in lijn met het beleid voor duurzaamheid.
34
Kindcentrum De Velduil
4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een nieuw schoolgebouw en een gymzaal. De oppervlaktedrempel van 100 hectare wordt door deze ontwikkeling niet overschreden. Bovendien betreft het vervanging van een bestaand schoolgebouw en gymzaal. Gelet op de aard van het project en de plaats van het project is geoordeeld dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten, zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor dit planvoornemen is dan ook geen m.e.r.-procedure noodzakelijk op grond van het Besluit m.e.r.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling geen m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten mogelijk maakt. Ten behoeve van het plan hoeft dan ook geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Evenmin blijkt uit de analyse van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dat de realisatie van het kindcentrum grote nadelige effecten heeft op de leefomgeving. De effecten zijn alleen ter plaatse te verwachten. Deze effecten zijn gezien het gebruik van de gronden aansluitend op het plangebied te verwaarlozen. Er bestaat om deze reden geen noodzaak of aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordeling.
35
Kindcentrum De Velduil
36
Kindcentrum De Velduil
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een plan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid Wro of naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, 3°van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek Het bouwdeel school en gymzaal worden bekostigd door de gemeente Houten op grond van haar zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Het bouwdeel kinderopvang wordt ook bekostigd door de gemeente en zal tegen een marktconforme huur worden verhuurd aan een kinderopvangorganisatie.
Op grond van haar zorgplicht voor onderwijshuisvesting dient de gemeente zorg te dragen voor het ter beschikking stellen van bouwrijpe (in technische en juridische zin) grond aan een schoolbestuur. Om deze reden is geen anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Het uitvoeren van het project heeft financiële gevolgen voor de gemeente. De realisatie van het nieuwe schoolgebouw is voorzien in de gemeentelijke begroting en voorziet niet in een onverwachte kostenpost. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee verzekerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De vergunningsaanvraag doorloopt de procedure zoals vastgelegd in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Door het voeren van de genoemde procedure, wordt eenieder in de gelegenheid gesteld voor het indienen van zienswijzen. Er wordt geen vooroverleg gevoerd over dit plan met het rijk, provincie of waterschap, omdat er geen Rijks-, provinciale of waterschapsbelangen in het geding zijn. De vergunningsaanvraag wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Het initiatief is tevens voorgelegd aan de omwonenden, de ouders van de leerlingen op de school en verenigingen welke gebruik maken van de sporthal ter plaatse. Daarbij zijn ook de wensen van deze belanghebbenden geïnventariseerd, en daar waar mogelijk meegenomen in het ontwerp. De verslagen van deze bijeenkomsten zijn bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen in Bijlage 10. In de presentaties is voornamelijk het ontwerp en de voortgang daaromheen besproken. Vanuit het publiek kwamen op een aantal aspecten vragen naar voren. Het betreft hier vooral de plaatsing van gebouwen op het perceel en het behoud van bestaande voorzieningen, het behoud van groen op het perceel en de verkeerssituatie ter plaatse.
Met de vragen, opmerkingen en suggesties welke bij de presentatie door de belanghebbenden zijn aangedragen is zoveel mogelijk rekening gehouden in het ontwerp. Het initiatief is ook voorgelegd aan de gebruikers en beheerders van de moestuin. Zij hebben ook enkele ontwerpsuggesties gedaan, met name rondom de inpassing van de moestuin en bijhorende faciliteiten. Met
37
Kindcentrum De Velduil
deze suggesties is zoveel mogelijk rekening gehouden.
38
Kindcentrum De Velduil
Bijlagen
39
Kindcentrum De Velduil
40
Kindcentrum De Velduil
Bijlage 1 Ontwerptekening school
41
Eggeveld
Egge ve
ld
6750
20000 8 pp
Eggeveld
Zwanenweide
12 pp
6700
boom-N-03
spelen-Nspeelboom
28900
6710
30000
heg B-01
17500
heg N-02
2800
6750
heg N-01
heg N-02
heg N-02 heg B-02
heg B-01
Entree
7 pp
Luchtalarm
afval berging 7,5m2
boom-N-04
60 fietsen
Verlichting
Kavel = 8.045m2 12 fietsen berging KC & BSO 44m2
totaal 264 fietsen
Kunstwerk
Vluchtdeur sporthal
spelen-Bzandbak
boom-N-04 52 fietsen Verhard = 1.740m2 Schoolplein = 1.200m2
heg v-01
heg N-02 84 fietsen
2 01 2563 fietsen
Zwerfkei Zitbankjes
2
01
23
pweide
Roerdom
50000
boom-N-04 20 pp
heg B-02 spelen-Nklim-klauterbos
spelen-Nstelten
heg v-02
heg N-01 Peuterplein 120m2
0 2360
heg N-01
Hekwerk
opstelplaats brandweer
Sporthal
Plangrens Voetpad
23
18 40 0
spelen-Nklim-klauterbos
Entree groep 1/2
Entree sporthal
2 01 26900
heg B-02
Heg
heg N-02
heg N-01 Hoofdentree school
34
spelen-Bduo schommel
53
2
Renbaan
2
1 30
2
boom-N-04
32
13
2
spelen-Nstappaaltjes
438
Zand
00
Wadi
wadi 25m2
Entree groep 7/8
0
50
10
Gras boom-N-04
Kindcentrum
Betonsteen schoolplein/fietsenplein Meerjarige bloemen en hoge grassen mix
Roerdompweide
heg N-02
10775 Ge
erp ad
Moestuin
13 34
32
27200
2
Entree groep 5/6
18 fietsen
2
spelen-Nklim-klauterbos
16 fietsen
spelen-Nklim-klauterbos
wadi 55m2
53
Entree groep 3/4
spelen-Nduo schommel
heg N-01
0
5
10
20
50m
boom-N-01
spelen-Nklimpalen moestuin 250m2
heg N-02
boom-N-02 spelen-Nspeelboom
projectnaam heg N-01
projectnummer
KC de Velduil
2019004
omschrijving
getekend
Nieuwe situatie datum
30-07-2021 Jeanne Papenstraat Dekkers 7 2611 Architectuur JB 215 Delft T 015 215 2969 015 2960 info@jeannedekkers.nl www.jeannedekkers.nl
fase
TO
OD
schaal
1:500
formaat
tekeningnummer
A3
800
aanvullen bestaande opening Rondom nieuwe bekleding in -regelwerk horizontaal 28mm (h.o.h. 600mm) bevestigd geimpregneerd naaldhout zwart gelakt, -verticale gevellatten, thermisch gemodificeerd populieren hout, (27x52mm) h.o.h. 66mm
4310
1100
4310
1550
12710
nieuwe opening 1550
aanvullen bestaande opening
aanzicht-2
5920
2200
4480
12710
nieuwe opening
aanzicht-1
+3200
+3200
+2300
+2300 Rondom nieuwe bekleding in verticale gevellatten, thermisch gemodificeerd populieren hout, (27x52mm) h.o.h. 66mm
aanzicht-1
aanzicht-2
Buitenberging Kindcentrum
1994 2049
1994 2049
rest 127x84x117
00 25 8 3 26
aanzicht-2
rest 127x84x117
papier 58x73x108
papier 58x73x108
10270 10041
0 932
1100 3066
952
Gevelopbouw verticale open gevelbekleding -regelwerk horizontaal 28mm (h.o.h. 600mm) bevestigd geimpregneerd naaldhout zwart gelakt, -verticale gevellatten, thermisch gemodificeerd populieren hout, (27x52mm) h.o.h. 66mm
1
2
3
4
5
10 m
80x80 koker
aanzicht-1
projectnaam 80x80 koker regelwerk horizontaal 28mm (h.o.h. 600mm)
+2850 +2350
projectnummer
KC de Velduil +2850
2019004
+2850 +2350
+2300
verticale gevellatten, thermisch gemodificeerd populieren hout, (27x52mm) h.o.h. 66mm
omschrijving
getekend
Buiten bergingen
OD
schaal
1:100
+0.00
aanzicht-1
Vuilberging + Fietsenstalling
aanzicht-2
datum
30-07-2021
fase
TO
formaat
tekeningnummer
A3
B-100
Kindcentrum De Velduil
Bijlage 2 Watertoets
45
datum 31-3-2021 dossiercode 20210331-14-26000 BETREFT RO-PLAN: IKC de Velduil Aanvrager:BügelHajema Adviseurs Geachte heer/mevrouw R. de Groot, U heeft via de website www.dewatertoets.nleen watertoetsproces gestart. De watertoets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Door het starten van een watertoetsproces via deze website, zorgt u er voor dat het waterschap alle relevante informatie krijgt om een goed advies te kunnen geven. Bij geen of weinig gevolgen voor water, kunt u snel door in uw procedure, zonder dat u hoeft te wachten op een reactie van het waterschap. Deze email is automatisch gegenereerd naar aanleiding van uw ingevoerde gegevens. In dit document leest u de conclusie en krijgt u informatie over het vervolgproces voor uw ruimtelijke procedure. Onze conclusie Op basis van de digitale procedure concluderen wij dat uw plan IKC de Velduil geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). U kunt volstaan met een standaard wateradviesvan het waterschap. Argumentatie: Op basis van uw ingevoerde gegevens blijkt dat uw ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan onze belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.
De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Graag de volgende actie uitvoeren: ● Bovenstaande conclusie betekent dat u geen verdere watertoetsproces met het waterschap hoeft door te lopen. ● Voor uw ruimtelijke plan kunt u gebruik maken van een standaard tekst. Wij verzoeken u onderstaande standaard waterparagraaf op te
nemen in de toelichting of onderbouwing van uw plan. ● U dient de standaard waterparagraaf nog wel aan te vullen met uw eigen water- en rioleringsbeleid (indien van toepassing).
Vervolgproces ● Via www.dewatertoets.nlhebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij gaan deze melding archiveren. ● U hoeft met het waterschap geen (informeel) vooroverleg te hebben bij verdere planvorming, tenzij u dat zelf wenst of tenzij het plan
verandert. ● Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw RO-plan zal het waterschap alleen een controle doen of de
conclusies kloppen. Indien u tijdens de ter inzage termijn van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel willen/moeten reageren, zullen wij met u contact opnemen. Contact Indien u dat wenst, kunt u nadere informatie toesturen naar emailadres: watertoets@hdsr.nl. Per gemeente hebben wij een contactpersoon RO-plannen en rioleringsplannen. Een overzicht van de contactpersonen vindt u op onze website http://www.hdsr.nl/watertoets Geen verlening Watervergunning LET OP: Dit formulier en deze watertoetsprocedure is geenaanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de planvormingsfase. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoetsprocedure geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het waterschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te maken in het kader van
vergunningverlening. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op http://www.hdsr.nl/vergunningen --------------------------------------------------------------------------------------Standaard waterparagraaf: Paragraaf X.X Water In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening is voor dit ruimtelijke plan een watertoetsproces doorlopen. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren.Het watertoetsproces voor het project IKC de Velduil is op ...(*aub datum invullen*)digitaal doorlopen via www.dewatertoets.nl. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is via deze weg door de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen. Uit de digitale analyse blijkt dat er geen grote waterbelangen zijn. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel".
Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden adviseert positief over het ruimtelijk plan. Wel vragen wij u om uw plan te beoordelen op de mate van klimaatbestendigheid. Is uw omgeving bestand tegen wateroverlast, droogte of hitte? Relevant beleid Bij de planvorming zijn er verschillende partijen betrokken met betrekking tot water. ● Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (belangrijkste beleidsnota's: Waterbeheerplan 'waterkoers 2016-2021' en
Waterstructuurvisie, Keur en Legger) ● Provincie Utrecht of de Provincie Zuid-Holland (aub invullen)(Provinciaal waterplan, Grondwaterplan, provinciale milieuverordening) ● Gemeente (Waterplan, GRP, Milieuplan (aub zelf invullen).
Basisprincipes omgaan met water: ● Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) ● Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) ● Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)
Beleid hemel- en afvalwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Bij het infiltreren van schoon hemelwater in de bodem (afkoppelen) kan het afvalwater worden afgevoerd naar het vuilwaterriool/DWA. Water in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling De ruimtelijke ontwikkelingen hebben weinig tot geen gevolgen voor het huidige watersysteem. In het kort gaat het om: ● Het verhard oppervlak neemt gering toe (Zie de Keur bepalingen voor de grenswaarden). Deze geringe toename van verhard oppervlak
heeft weinig gevolgen voor het watersysteem. Het bestaande watersysteem kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak verwerken en bergen ● Het bestaande oppervlaktewater wordt niet aangepast. ● Water wordt niet buiten het plangebied geborgen. ● Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater. ● Het plangebied ligt niet op of nabij een waterkering of belangrijke watergang. ● Het plangebied ligt niet nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding.
Afvoer hemelwater Hemelwater wordt geinfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Afvalwater kan worden afgevoerd naar vuilwaterriool/DWA-riool.
Afvalwater Afvalwater wordt als volgt afgevoerd: Via een gescheiden stelsel (aub checken of dit conform gemeentelijk rioleringsbeleid is).
Toekomstige ontwikkelingen Indien in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, waarbij het verhard oppervlak uitbreidt met meer dan 500m2 in stedelijk gebied en/of 1000m2 in landelijk gebied, heeft dit tot gevolg dat het hemelwater van dit oppervlak versneld tot afvoer komt. Om de waterhuishouding niet te verslechteren, moet deze versnelde afvoer worden voorkomen of gecompenseerd. Toekomstige ontwikkelingen zullen klimaatbestendig worden gerealiseerd. ADVIESPUNTEN WATERSCHAP U kunt er voor kiezen om onderstaande adviespunten van het waterschap (deels) op te nemen in het plan, naast bovenstaande standaard waterparagraaf. Kansen pakken Aandachtspunten U kunt er voor kiezen om onderstaande aandachtspunten van het waterschap (deels) op te nemen in het plan, naast bovenstaande standaard waterparagraaf. Ondanks dat de ruimtelijke ontwikkeling weinig gevolgen heeft voor het huidige watersysteem, kan het zijn dat er kansen zijn om verbeteringen door te voeren ten behoeve van duurzaam waterbeheer en het klimaatbestendig maken van de leefomgeving (omgaan met extremen als wateroverlast, hitte en droogte). Wij adviseren bijvoorbeeld om bij alle nieuwbouw goed te kijken naar het juiste vloerpeil om wateroverlast te voorkomen, groene daken aan te leggen om hittestress te voorkomen en de juiste beplanting te kiezen afhankelijk van de grondwaterstand tijdens droge perioden.
Conform gemeentelijk beleid dient u schoon hemelwater niet af te voeren naar een gemengd rioolstelsel maar te infiltreren in de bodem of af te voeren naar oppervlaktewater (eventueel via een gescheiden rioolstelsel). Voor straten of parkeerplaatsen kunt u halfverharding aanleggen of groenvoorzieningen gebruiken voor tijdelijke waterberging. Meer informatie op ruimtelijkeadaptatie.nl Aanleghoogte Wij adviseren om de nieuwbouw aan te leggen met een ontwateringsdiepte van minimaal 80 centimeter, en bij voorkeur 1 meter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Grondwater Grondwateroverlast als gevolg van afwijkende aanleghoogten is voor de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Om wateroverlast en -schade in woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Waterketen Het plan heeft gevolgen voor de rioleringssituatie. Wij adviseren om een lokaal rioleringsplan op te stellen. Het waterschap zal dit plan
vervolgens goedkeuren. Basisprincipes omgaan met water: ● Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) ● Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) ● Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)
Disclaimer Dit wateradvies is maximaal 1 jaar geldig. Indien u graag deze termijn wilt verlengen, dan kunt u contact met ons opnemen. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden streeft naar correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Hoogheemraadschap aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
Kindcentrum De Velduil
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
51
AKOESTISCH ONDERZOEK BASISSCHOOL DE VELDUIL EGGEVELD 4 TE HOUTEN
Akoestisch onderzoek Basisschool De Velduil Eggeveld 4 te Houten Opdrachtgever
BügelHajema Amersfoort Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort
Rapportnummer Versienummer
15041.005 D4
Status
Eindrapportage
Datum
8 oktober 2021
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
De heer M.D.Y. Burgmans, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. R.A.F. Smeets, BASc BEd
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001.
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 2
2
TOETSINGSKADER ................................................................................................................... 3 2.1 2.2 2.3
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 5 3.1 3.2 3.3
4
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau .......................................................................... 10 Maximale geluidniveau ................................................................................................... 10 Indirecte hinder ............................................................................................................... 11 4.3.1 Activiteitenbesluit .............................................................................................. 11 4.3.2 VNG-publicatie ................................................................................................. 11
MAATREGELEN ....................................................................................................................... 12 5.1 5.2
6
Ligging van de inrichting ................................................................................................... 5 Bedrijfssituatie basisschool De Velduil ............................................................................. 5 Overdrachtsmodel ............................................................................................................ 9
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ...................................................................... 10 4.1 4.2 4.3
5
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................. 3 Grenswaarden VNG-publicatie ......................................................................................... 3 Activiteitenbesluit .............................................................................................................. 4
Cumulatieve geluidsbelasting ......................................................................................... 14 Motivering acceptabel geluidsniveau ............................................................................. 14
CONCLUSIE ............................................................................................................................. 14
BIJLAGEN: 1. 2. 3.
4. 5.
Invoergegevens akoestisch overdrachtsmodel Berekeningsresultaten Berekeningsresultaten na maatregel Berekeningsresultaten situatie huidige school
Beoogde activiteiten gymzaal 15041.005
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema Amersfoort een akoestisch onderzoek voor de herontwikkeling van de basisschool ‘De Velduil’ aan Eggeveld 4 te Houten. Het akoestisch onderzoek heeft als doel het bepalen van de geluidsbelasting op de omgeving en deze te toetsen aan de grenswaarden uit de VNG-publicatie. Bij de herontwikkeling van de school wordt het huidige gebouw geamoveerd en komt er een nieuw schoolgebouw en een gymgebouw voor in de plaats. Ook zal het schoolplein worden uitgebreid. Op circa 10 meter van het beoogde schoolplein liggen ten noorden woningen (geluidsgevoelige bestemmingen). In het onderzoek wordt de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van de beoogde basisschool inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor de inpasbaarheid in relatie tot de activiteiten en geluidbelastingen afkomstig van de beoogde basisschool kan de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ worden gehanteerd. Voor de basisschool gelden conform de VNG-publicatie in beginsel de grenswaarden volgens stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), het maximale geluidniveau (LAmax) en de verkeersaantrekkende werking (Lih). Ook wordt er getoetst aan het Activiteitenbesluit. De geluidsbelastingen op omliggende woningen is eerst getoetst aan de VNG-publicatie.
Het maximale geluidsniveau in de dagperiode wordt met maximaal 7 dB(A) overschreden. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt met 5 dB(A) overschreden. De grenswaarden uit het Activiteitenbesluit worden niet overschreden. De overschrijdingen treden enkel in de dagperiode op. Hierbij zal er geen sprake zijn van slaapverstoring voor omwonenden. Om volledig te voldoen aan de VNG-norm zou er een geluidsscherm van 70 meter lang en 4 meter hoog gerealiseerd moeten worden, dit is niet realistisch. Verder zou er kunnen worden voldaan aan de VNG-norm door het schoolplein fors te verkleinen, echter is dit gezien het aantal leerlingen en het effectief gebruik maken van de ruimte niet wenselijk. De grootte van het schoolplein zal dermate beperkt worden dat (bij een geluidswering van 20 dB) een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van de omliggende woningen wordt gegarandeerd. Hiermee zal de geluidsbelasting op omliggende woningen niet toenemen in vergelijking met de huidige situering van de school. De geluidsbelastingen kunnen met de aanvullende motivatie acceptabel worden geacht.
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 1 van 14
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema Amersfoort een akoestisch onderzoek voor de herontwikkeling van de basisschool ‘De Velduil’ aan Eggeveld 4 te Houten. Het akoestisch onderzoek heeft als doel het bepalen van de geluidsbelasting op de omgeving en deze te toetsen aan de grenswaarden uit de VNG-publicatie. In figuur 1.1 is de situering van de huidige inrichting weergegeven.
Figuur 1.1 Plangebied
Bij de herontwikkeling van de school wordt het huidige gebouw geamoveerd en komt er een nieuw schoolgebouw en een gymgebouw voor in de plaats. Ook zal het schoolplein worden uitgebreid. Op circa 10 meter van het beoogde schoolplein liggen ten noorden woningen (geluidsgevoelige bestemmingen). In het onderzoek wordt de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van de beoogde basisschool inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader.
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 2 van 14
2
TOETSINGSKADER
Voor de inpasbaarheid in relatie tot de activiteiten en geluidbelastingen afkomstig van de beoogde basisschool kan de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ worden gehanteerd. Voor de basisschool gelden conform de VNG-publicatie in beginsel de grenswaarden volgens stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), het maximale geluidsniveau (LAmax) en de verkeersaantrekkende werking (Lih). Ook wordt er getoetst aan het Activiteitenbesluit. Het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders van gemeente Houten, heeft een geluidbeleid opgesteld. In dit geluidbeleid komen echter alléén de geluidsthema’s weg- en railverkeer aan bod. Voor industrielawaai heeft gemeente Houten geen specifiek geluidbeleid. 2.1 Bedrijven en milieuzonering In de VNG-publicatie zijn 2 omgevingstyperingen opgenomen voor de omgevingskwaliteit: ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.“ ‘gemengd gebied’ “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.“ In het geluidbeleid wordt het gebied getypeerd als “woongebied”, ook liggen er in de directe omgeving weinig maatschappelijke bestemmingen. Deze omgeving heeft geen sterke functiemenging en wordt aangeduid met ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’. 2.2 Grenswaarden VNG-publicatie Voor de basisschool gelden conform de VNG-publicatie in beginsel de grenswaarden volgens stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), het maximale geluidniveau (LAmax) en de verkeersaantrekkende werking (Lih). Indien de grenswaarden uit stap 2 niet toereikend zijn, kan het bevoegd gezag na motivatie de grenswaarden van stap 3 hanteren. Het plangebied ligt in een woongebied en wordt daarom getoetst aan de grenswaarden van een ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’. Tabel 2.1 Overzicht grenswaarden ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ [dB(A)] dag avond nacht LAr,LT (stap 2) 45 40 35 LAmax (stap 2) 65 60 55 Lih (stap 2) 50 45 40 LAr,LT (stap 3) 50 45 40 LAmax (stap 3)* 70 65 60 Lih (stap 3) 50 45 40
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 3 van 14
2.3 Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit zijn grenswaarden opgenomen voor type A en B inrichtingen. De voor de inrichting relevante grenswaarden zijn opgenomen in artikel 2.17. Samengevat gelden de in tabel 2.2 opgenomen grenswaarden op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LA,max) voor inrichtingen. Tabel 2.2 Toetsingskader Activiteitenbesluit[dB(A)] dag avond LAr,LT 50 45 LAmax 70 65 Lih 50 45
nacht 40 60 40
In het Activiteitenbesluit wordt het stemgeluid van mensen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting buiten beschouwing gelaten. Bij het toetsen aan een school betekend dit dat het stemgeluid van kinderen buiten beschouwing wordt gelaten. De reikwijdte van de indirecte hinder is afhankelijk van een aantal lokale aspecten en blijft beperkt tot een gebied waarin het verkeer: nog in redelijkheid kan worden teruggevoerd op de inrichting wat betreft bestemming; voor het gehoor nog herkenbaar is ten opzichte van overig voertuigen op de openbare weg; nog niet is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, bijvoorbeeld tot de eerste kruising of een afstand van 250 meter tot de toegang van de inrichting; akoestisch herkenbaar is ten opzichte van het heersend verkeer (2 dB criterium zoals ook bij de reconstructies in de zin van de Wet geluidhinder wordt toegepast); nog niet op een voor meerdere bedrijven functionerende ontsluitingsroute rijdt.
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 4 van 14
3
UITGANGSPUNTEN
3.1 Ligging van de inrichting De beoogde basisschool is gelegen aan Eggeveld 4 in een woonwijk tussen geluidsgevoelige bestemmingen. Ten noorden van het speelplein liggen woningen op circa 13 meter afstand, ten oosten liggen woningen op circa 36 meter afstand en ten westen op circa 17 meter afstand. Nader onderzoek naar de geluidbelastingen ten gevolge van de basisschool dient plaats te vinden. De situering van de beoogde school en de omliggende woningen is in figuur 3.1 weergegeven.
Figuur 3.1
Indeling De Velduil
3.2 Bedrijfssituatie basisschool De Velduil De representatieve bedrijfssituatie van De Velduil is in overleg met de opdrachtgever en de basisschool De Velduil vastgesteld. Het schoolgebouw is ontworpen voor maximaal 356 kinderen. Het aantal leerlingen kan worden opgedeeld in 3 groepen: 16 peuters, 81 kleuters (tussen de 4 en de 5 jaar) en 259 kinderen (tussen de 6 en de 13 jaar). Er vind tijdens een schooldag één pauzemoment van een kwartier plaats. Nagenoeg alle kinderen maken gebruik van de tussen schoolse opvang van één uur. De peuters bevinden zich in totaal maximaal 4 uur en één kwartier op hun schoolplein. Deze is in figuur 3.2 in het blauw aangegeven. Op een dag bevinden de kleuters en de kinderen zich in totaal één uur en 3 kwartier op het in het rood aangegeven schoolplein. Het is niet realistisch dat de leerlingen zich langer dan dit op het schoolplein bevinden.
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 5 van 14
De gymzaal zal gebruikt worden voor gymlessen voor leerlingen en diverse zaalsporten. Hierbij zal geen harde muziek worden gedraaid. Omdat deze activiteiten inpandig optreden hebben deze geen significante invloed op de geluidsbelasting op omliggende woningen en worden deze in het onderhavig onderzoek niet meegenomen. De beoogde activiteiten waarvoor de gymzaal gebruikt zullen worden zijn in bijlage 5 opgenomen. De school beschikt ook over een buitenschoolse opvang. De buitenschoolse opvang vind slechts plaats na schooltijden (naschoolse opvang), waarbij maximaal 50 kinderen zich 3,5 uur op het schoolplein (rood) bevinden.
Figuur 3.2
verdeling leerlingen op het schoolplein
De meeste leerlingen worden met de auto gebracht en opgehaald. Er heeft tevens een onderzoek naar de verkeersgeneratie van de school plaatsgevonden 1. In het onderzoek wordt gesteld dat de verkeersgeneratie die samenhangt met een school van 16 klassen resulteert in gemiddeld 430 voertuigbewegingen per dag. In het onderhavig onderzoek is er uitgegaan van een maximaal aantal verkeersbewegingen van 712 per dag voor het ophalen en brengen van de kinderen (2 per kind). Echter wordt het aantal verkeersbewegingen in praktijk lager geschat omdat een aantal van deze kinderen dezelfde ouders hebben waardoor ze samen naar school worden gebracht en niet alle kinderen met de auto worden gebracht. De verkeersbewegingen zijn gelijk verdeeld over de 3 ontsluitingen (Roerdompweide, Ploegveld en Eggeveld).
1 notitie ‘Kindcentrum De Velduil, verkeersaspecten’; Goudappel
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 6 van 14
Verder bevinden zich op het dak twee luchtbehandelingsinstallaties en 3 warmtepompen. De posities van deze installaties op het dak van het schoolgebouw zijn in figuur 3.3 weergegeven. De warmtepompen hebben voor in de avond- en nachtperiode een low-noise schakeling waarbij de geluidsniveau naar de omgeving met 7 dB(A) wordt gereduceerd. De luchtbehandelingsinstallaties hebben geen aangepast bedrijfsduurcorrectie voor de avond- en nachtperiode.
Figuur 3.3
installaties op schoolgebouw
Verder komen er een luchtbehandelingsinstallatie en twee warmtepompen op het dak van de gymgebouw te liggen. De posities van de installaties op het dak van het gymgebouw is te zien in figuur 3.4. De installaties komen te liggen in een verlaagd gedeelte op het dak (3,20 meter lager), waardoor een deel van het geluidbelasting wordt afgeschermd. Ook deze warmtepompen hebben voor in de avonden nachtperiode een low-noise schakeling waarbij de geluidsniveau naar de omgeving met 7 dB(A) wordt gereduceerd. De luchtbehandelingsinstallatie heeft geen reductie in geluidsniveau in avond- en nachtperiode.
Figuur 3.4
installaties op gymgebouw
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 7 van 14
Het langtijdsgemiddeld beoordelingsniveau wordt veroorzaakt door de stemgeluiden van de kinderen, de luchtbehandelingsinstallaties en de warmtepompen. Het maximale geluidsniveau wordt veroorzaakt door het schreeuwen van de kinderen en het dichtslaan van portieren bij het brengen en ophalen van kinderen door de ouders. De indirecte hinder wordt veroorzaakt door het ophalen en brengen van kinderen door de ouders. De gehanteerde bronvermogens zijn tevens gebaseerd op beschikbare kentallen2. In tabel 3.1 zijn de bronvermogens en de duur van relevante activiteiten van de basisschool weergegeven. Tabel 3.1. Gegevens geluidsbronnen activiteit hoogte [m]
aantal
bedrijfsduur [uur] dag avond nacht
Lwr dag [dB(A)]
Lwr avond/nacht [dB(A)]
langtijdsgemiddeld beoordelingsniveau stemgeluid kinderen
1,2
259
1,75
0,00
0,00
85+10log(259)
--
stemgeluid kinderen bso
1,2
50
3,50
0,00
0,00
85+10log(50)
--
stemgeluid kleuters
0,9
81
1,75
0,00
0,00
75+10log(81)
--
stemgeluid peuters
0,8
16
4,25
0,00
0,00
75+10log(16)
--
luchtbehandelingsinstallatie schoolgebouw links luchtbehandelingsinstallatie schoolgebouw rechts luchtbehandelingsinstallatie gymgebouw links warmtepompen
9,0
1
12
4
8
71
71
9,0
1
12
4
8
71
71
4,2
1
12
4
8
51
51
9,0
4
12
4
8
81
74
schreeuwen kinderen
1,2
-
✔
✖
✖
110
--
dichtslaan portieren
1,0
-
✔
✖
✖
100
--
1,0
712
✔
✖
✖
90
--
maximale geluidsniveau
indirecte hinder ophalen en brengen leerlingen
2 Journaal Geluid december 2009, nr. 10, Martin Tennekes
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 8 van 14
3.3 Overdrachtsmodel De berekeningen zijn uitgevoerd conform methode II.8 van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999) met behulp van het softwarepakket Geomilieu versie 2021.1. In het model is de inrichting en de directe omgeving opgebouwd door middel van gebouwen, bodemgebieden, geluidsbronnen en toetspunten. In bijlage 1 zijn de invoergegevens van het overdrachtsmodel opgenomen. Op elke maatgevende gevel van de omliggende woningen (geluidsgevoelige bestemmingen) zijn toetspunten ten behoeve van het aantal bouwlagen geplaatst, deze zijn in figuur 3.5 weergegeven.
Figuur 3.5: Planindeling school en toetspunten
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 9 van 14
4
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING
In tegenstelling tot de beoordeling volgens de VNG-publicatie blijft bij toetsing aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit het stemgeluid van de leerlingen buiten beschouwing. In de resultaten zijn het langtijdsgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau afzonderlijk getoetst op de VNG-publicatie (VNG) en op het Activiteitenbesluit (Ab). De volledige berekeningsresultaten zijn in bijlage 2 opgenomen. Volgens de systematiek van de Handreiking wordt in de dagperiode enkel op beganegrondniveau getoetst, terwijl in de avond- en nachtperiode enkel op bovengelegen verdiepingen wordt getoetst. 4.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau In tabel 4.1 is het berekend langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van de toetspunten weergegeven. De geluidsbelastingen die zijn getoetst aan de VNG publicatie en het Activiteitenbesluit zijn apart weergegeven. Tabel 4.1. Berekend langtijdgemiddeld beoordelingsniveau [dB(A)] toetspunt VNG dag VNG avond VNG nacht 1 (Roerdompweide 39) 54 31 31 2-9 (Roerdompweide 18-32) 52 31 31 10-11 (Zwanenweide 12) 49 27 27 12-17 (Eggeveld 61-71) 56 31 31 18-27 (Eggeveld 41-59) 56 34 34 28-33 (Baarssloot 39-45) 44 27 27 34-46 (Snoeksloot 176-200) 50 30 30
Ab dag 24 29 29 33 35 30 31
Ab avond 31 31 27 31 34 27 30
Ab nacht 31 31 27 31 34 27 30
4.2 Maximale geluidniveau In tabel 4.2 is het berekend maximale geluidniveau ter plaatse van de toetspunten weergegeven. De geluidsbelastingen die zijn getoetst aan de VNG publicatie en het Activiteitenbesluit zijn apart weergegeven. Tabel 4.2 Berekend maximale geluidniveau [dB(A)] toetspunt VNG dag VNG avond 1 (Roerdompweide 39) 74 -2-9 (Roerdompweide 18-32) 72 -10-11 (Zwanenweide 12) 69 -12-17 (Eggeveld 61-71) 77 -18-27 (Eggeveld 41-59) 76 -28-33 (Baarssloot 39-45) 59 -34-46 (Snoeksloot 176-200) 68 --
Rapport 15041.005 versie D4
VNG nacht --------
Ab dag 59 61 60 66 64 56 55
Ab avond --------
Ab nacht --------
Pagina 10 van 14
4.3 Indirecte hinder In tabel 4.3 is de geluidsbelasting in het kader van indirecte hinder ter plaatse van de toetspunten weergegeven. Tabel 4.3 Indirecte hinder [dB(A)] toetspunt dag 1 (Roerdompweide 39) 39 2-9 (Roerdompweide 18-32) 43 10-11 (Zwanenweide 12) 42 12-17 (Eggeveld 61-71) 47 18-27 (Eggeveld 41-59) 46 28-33 (Baarssloot 39-45) 36 34-46 (Snoeksloot 176-200) 34
avond --------
nacht --------
Het hoogst berekende geluidniveau van de indirecte hinder op de woningen bedraagt 47 dB(A). Hiermee wordt de richtwaarde van de indirecte hinder van 50 dB(A) van de VNG-publicatie (stap 2) en het Activiteitenbesluit niet overschreden. 4.4 Activiteitenbesluit Bij de toetsing aan het Activiteitenbesluit wordt het stemgeluid van de kinderen niet meegenomen. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau het maximale geluidsniveau en de indirecte hinder in de dag, avond- en nachtperiode voldoen hierbij aan de grenswaarden van het activiteitenbesluit. 4.5 VNG-publicatie Het langtijdsgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode op de woningen bedraagt ten hoogste 56 dB(A). Hierbij wordt de grenswaarde van stap 2 (45 dB(A)) en stap 3 (50 dB(A)) van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau overschreden. De grenswaarde van het langtijdsgemiddeld beoordelingsniveau (stap 2) worden in de avond- en nachtperiode niet overschreden. Het maximale geluidsniveau bedraagt ten hoogste 77 dB(A) op de woningen. Het maximale geluidsniveau (stap 3) wordt met maximaal 7 dB overschreden. Een afweging van geluidsreducerende maatregelen is noodzakelijk.
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 11 van 14
5
MAATREGELEN
Het stemgeluid van de leerlingen kan niet worden gereduceerd. Voor een effectieve afscherming van het stemgeluid waarbij geen grenswaardes worden overschreven (ten gevolge van het stemgeluid) dient aan de een lengte van circa 70 meter een 4 meter hoge overdrachtsmaatregel te worden gerealiseerd. De totale kosten voor de overdrachtsmaatregel bedragen circa € 112.000,-. Een dergelijke overdrachtsmaatregel wordt financieel niet doelmatig geacht. Tevens gelden tegen een dergelijk scherm overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard. 5.1 Maatregelen zonder overschrijdingen (stap 3) Een andere optie is het verkleinen van het schoolplein zodat geen grenswaarden van stap 3 van de VNG publicatie worden overschreden. In figuur 5.1 is deze grens van het schoolplein in het roodweergegeven. In het blauw is het originele schoolplein weergegeven.
Figuur 5.1: beperkt schoolplein zonder overschrijdingen (stap 3) van VNG-publicatie
Echter is het beperken van de ruimte gezien het aantal leerlingen en het effectief gebruik maken van de ruimte niet wenselijk. 5.2 Geluidsbelastingen huidige school Ook is er gekeken naar de geluidsbelastingen ten gevolge van de huidige school. Hierbij is het stemgeluid van de kinderen meegenomen. Het maximale geluidsniveau op omliggende woningen bedraagt ten hoogste 75 dB(A). Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van de huidige school op omliggende woningen bedraagt ten hoogste 57 dB(A). Het model en de volledige resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 4.
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 12 van 14
5.3 Geadviseerde maatregelen Door het maximale geluidsniveau ten gevolge van de beoogde school te beperken tot 75 dB(A) zal de school geen hogere geluidsbelastingen leveren op omliggende woningen ten opzichte van de huidige situatie. Verder dient het binnenniveau bij aansluiting op de grenswaarde voor maximale geluidniveaus bij aanpandige gevoelige gebouwen ten hoogste 55 dB(A) te bedragen. Het woon- en leefklimaat wordt bij een geluidwering van de gevels van minimaal 20 dB gegarandeerd. Ingevolge de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening mag ervan worden uitgegaan dat bij een goed onderhouden woning de geluidwering tenminste 20 dB bedraagt 3. Om dit te realiseren wordt een klein deel schoolplein aan de noordzijde verkleind zoals is weergegeven in figuur 5.2. In het blauw is hier het originele schoolplein weergegeven.
Figuur 5.2: maatregel beperken van het schoolplein
Met het realiseren van het schoolplein dat in het rood is weergegeven in figuur 5.2 bedraagt het maximale geluidsniveau ten gevolge van de school op omliggende woningen 75 dB(A). Het langtijdsgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt ten hoogste 55 dB(A). Het model en de volledige resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 3.
3 Uitspraak Raad van State: 201201146/1/A4
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 13 van 14
5.4 Cumulatieve geluidsbelasting Bij een relevante blootstelling door meerdere geluidsbronnen dient onderzoek te worden gedaan naar de effecten van de samenloop van verschillende geluidsbronnen (cumulatie). Het verkeer op de omliggende wegen is voornamelijk afkomstig van het verkeer ten gevolge van de school. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt na het beperken van het schoolplein (figuur 5.2) ten hoogste 55 dB(A) in de dagperiode en 33 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Hierbij is bij de bepaling van de cumulatieve geluidsbelasting voor de woningen in de dagperiode enkel op beganegrondniveau bepaald, terwijl in de avond- en nachtperiode enkel op bovengelegen verdiepingen is bepaald. Voor de bepaling van cumulatieve effecten van de verschillende geluidsoorten is aangesloten bij de Miedema methode4. Hieruit volgt dat de omliggende woningen een redelijk woon- en leefklimaat hebben in de dagperiode en een goed woon- en leefklimaat hebben in de avond- en nachtperiode. 5.5 Motivering acceptabel geluidsniveau Na het verkleinen van het schoolplein zoals is weergegeven in figuur 5.2 kan de geluidsbelasting na aanvullende motivatie acceptabel worden geacht. Hiervoor zijn er een aantal punten opgesteld die hierin kunnen worden meegenomen.
De geluidsbelasting van de indirecte hinder en de geluidsniveaus (maximale geluidsniveau en langtijdsgemiddeld beoordelingsniveau) in de avond en nachtperiode voldoen aan de VNG-publicatie. De overschrijdingen van de richtwaarden uit de VNG-publicatie vinden slechts tijdens dagperiode plaats. In de avond- en nachtperiode vinden er geen overschrijdingen van de richtwaarden plaats. Er zal geen sprake van slaapverstoring zijn. Het maximale geluidsniveau van de huidige school op omliggende woningen bedraagt ten hoogste 75 dB(A). Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op omliggende woningen bedraagt ten hoogste 57 dB(A). De beoogde school zal deze geluidsbelasting niet vergroten ten opzichte van de huidige basisschool. Met een geluidswering bij een goed onderhouden woning (20 dB) wordt in het kader van de milieuwetgeving een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Het binnenniveau ten gevolge van de school bedraagt hierbij 55 dB(A) ten gevolge van maximale geluidniveaus in de dagperiode en bedraagt ten hoogste 35 dB(A) ten gevolge van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau.
6 CONCLUSIE Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema Amersfoort een akoestisch onderzoek voor de herontwikkeling van de basisschool ‘De Velduil’. De geluidsbelastingen ten gevolge van de beoogde school zijn getoetst aan de VNG-publicatie. Hierbij wordt het maximale geluidsniveau en het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau enkel in de dagperiode overschreden. Hierbij zal er geen sprake zijn van slaapverstoring voor omwonenden. Om volledig te voldoen aan de VNG-norm zou er een geluidsscherm van 70 meter lang en 4 meter hoog gerealiseerd moeten worden, dit is niet realistisch. Verder zou er kunnen worden voldaan aan de VNG-norm door het schoolplein fors te verkleinen, echter is dit gezien het aantal leerlingen en het effectief gebruik maken van de ruimte niet wenselijk. De grootte van het schoolplein zal dermate beperkt worden dat (bij een geluidswering van 20 dB) een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van de omliggende woningen wordt gegarandeerd. Hiermee zal de geluidsbelasting op omliggende woningen niet toenemen in vergelijking met de huidige situering van de school. De geluidsbelastingen kunnen met de aanvullende motivatie acceptabel worden geacht. 4 H.M.E. Miedema, TNO-NIPG, sept.1992, ‘response functions for environmental noise in residential areas
Rapport 15041.005 versie D4
Pagina 14 van 14
BIJLAGE 1. INVOERGEGEVENS AKOESTISCH OVERDRACHTSMODEL
Rapport: Model:
Lijst van model eigenschappen plan
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
plan Michael Burgmans #2|Industrielawaai|HMRI, industrie|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
Michael Burgmans op 17-5-2021 Michael Burgmans op 22-9-2021 Geomilieu V2020.2
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Meteorologische correctie Standaard bodemfactor Absorptiestandaarden Dynamische foutmarge Clusteren gebouwen Verwijderen binnenwanden Max.refl.afstand Max.refl.diepte
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Etmaalwaarde Max(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Bronresultaten Groepsresultaten Toepassen standaard, 5,0 1,0 HMRI-II.8 -Ja Ja -1
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Econsultancy
22-9-2021 16:47:16
Commentaar
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Econsultancy
22-9-2021 16:47:16
Model: Groep:
plan Eggeveld 4 te Houten - 15041.005 (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 9 4 3 2 1
Omschr. schreeuwen kinderen dichtslaan portier dichtslaan portier dichtslaan portier dichtslaan portier
Groep Lmx VNG-publicatie Lmx Activiteitenbesluit Lmx Activiteitenbesluit Lmx Activiteitenbesluit Lmx Activiteitenbesluit
ISO_H 1,20 1,00 1,00 1,00 1,00
Gem.snelheid 10 30 30 30 30
Aantal(D) 1 1 1 1 1
Aantal(A) ------
8 7 5 6
Ophalen en brengen ouders Ophalen en brengen ouders Ophalen en brengen ouders Ophalen en brengen ouders
Lih Lih Lih Lih
1,00 1,00 1,00 1,00
30 30 30 30
712 237 238 237
-----
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Econsultancy
22-9-2021 16:47:54
Model: Groep:
Naam 9 4 3 2 1 8 7 5 6
plan Eggeveld 4 te Houten - 15041.005 (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Aantal(N) ------
Cb(D) 43,83 49,03 49,01 48,61 48,60
Cb(A) ------
Cb(N) ------
Lwr 31 -68,80 68,80 68,80 68,80
Lwr 63 -79,30 79,30 79,30 79,30
Lwr 125 53,30 83,20 83,20 83,20 83,20
Lwr 250 85,60 86,10 86,10 86,10 86,10
Lwr 500 100,40 96,10 96,10 96,10 96,10
Lwr 1k 107,10 95,90 95,90 95,90 95,90
Lwr 2k 105,10 88,60 88,60 88,60 88,60
Lwr 4k 97,40 87,90 87,90 87,90 87,90
-----
17,14 21,86 22,00 21,93
-----
-----
0,00 0,00 0,00 0,00
65,00 65,00 65,00 65,00
72,00 72,00 72,00 72,00
77,00 77,00 77,00 77,00
83,00 83,00 83,00 83,00
85,00 85,00 85,00 85,00
84,00 84,00 84,00 84,00
78,00 78,00 78,00 78,00
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Econsultancy
22-9-2021 16:47:54
Model: Groep:
plan Eggeveld 4 te Houten - 15041.005 (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 9 4 3 2 1
Lwr 8k -78,00 78,00 78,00 78,00
Lwr Totaal 110,02 100,03 100,03 100,03 100,03
8 7 5 6
68,00 68,00 68,00 68,00
89,57 89,57 89,57 89,57
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Econsultancy
22-9-2021 16:47:54
Model: Groep:
Naam 10 10 11 12
plan Eggeveld 4 te Houten - 15041.005 (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. stemgeluid kinderen bso stemgeluid kinderen stemgeluid kleuters stemgeluid peuters
Groep -Ltg VNG-publicatie Ltg VNG-publicatie Ltg VNG-publicatie
Hoogte 1,20 1,20 0,90 0,80
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Econsultancy
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Oppervlak 7321,11 7308,31 7314,33 292,21
TypeLw True True True True
22-9-2021 16:47:54
Model: Groep:
Naam 10 10 11 12
plan Eggeveld 4 te Houten - 15041.005 (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Cb(%)(D) 29,174 14,588 14,588 35,400
Cb(%)(A) -----
Cb(%)(N) -----
DeltaL 5,0 5,0 5,0 5,0
DeltaH 5,0 5,0 5,0 5,0
Negeer obj. Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Econsultancy
Lwr 31 -----