Bijlage 8 - Verordeningen 2022 was-wordt overzicht.docx
Tekst van het document
Verordeningen 2022
-
gemeente Houten
Was wordt overzicht belasting- en legesverordeningen, wijzigingen in 2022 t.o.v. 2021 Verordening onroerendezaakbelastingen • Geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Verordening reinigingsheffingen Aanpassingen conform VNG-modelverordening • Er is een nieuw artikel (4) opgenomen, waarin het voorwerp van de belasting (perceel) wordt gedefinieerd. • Met ingang van 2020 heeft de VNG de modelverordening gewijzigd en bij het voorwerp van de belasting aangesloten bij de WOZ-objectafbakening ingeval sprake is van een onroerende zaak. (Handleiding uniformering objectafbakening gemeentelijke belastingen (VNG, oktober 2019)). o Uit de toelichting op de modelverordening reinigingsheffingen van de VNG: “ Voor de objectafbakening van het perceel is aangesloten bij de afbakening van de Wet WOZ voor onroerende zaken. Voor de afbakening van roerende percelen is aangesloten bij de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten. Een toelichting op de afbakening van onroerende zaken (WOZ-objectafbakening) en roerende zaken is opgenomen in de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Voorwerp van de belasting. Daarin staat voor beide een stappenplan voor de objectafbakening.” o “De uniformering van de afbakening heeft gevolgen voor de uitvoering. Het is eenvoudiger om de percelen af te bakenen, omdat die uit de WOZ-administratie overgenomen worden.
Er is ook minder uitleg nodig aan belastingplichtigen omdat er minder verschil is tussen de verschillende belastingen. Het aantal belastingobjecten kan kleiner worden dan zonder aansluiting bij de WOZ-objectafbakening. Zo verdwijnen kamers in verpleeg- en verzorgingshuizen als percelen omdat het tehuis in het geheel als perceel wordt afgebakend of als die worden uitgezonderd van de inzamelplicht.” • BghU heeft vooraf onderzocht welke gevolgen deze wijziging op het aantal heffingsobjecten zou hebben. Aangezien voor onroerende zaken in de praktijk in bijna alle gevallen reeds bij de WOZ-objectafbakening werd aangesloten, is het effect hiervan praktisch nihil. Dat geldt ook voor de het effect op de tariefstelling. Er wordt bij de bepaling van het tarief er wel vanuit gegaan dat er rekening wordt gehouden met een nieuwbouw van 225. • Aanpassingen BghU Toegevoegd • Nieuw artikel 4 (zie aanpassingen conform VNG-modelverordening en hiervoor) Aangepast • Artikel 5 (was 4): omschrijving van de belastingplicht.
o Was: “De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.” o Wordt: “De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.” o Tweede deel staat al in artikel 2 lid 2. Aanpassing ook conform VNG-model. • Door toevoeging van het nieuwe artikel 3 zijn de daarop volgende artikelen vernummerd. Verordening rioolheffing Aanpassingen conform VNG-modelverordening • Met ingang van 2020 heeft de VNG de modelverordening gewijzigd en bij het voorwerp van de belasting aangesloten bij de WOZ-objectafbakening ingeval sprake is van een onroerende zaak. (Handleiding uniformering objectafbakening gemeentelijke belastingen (VNG, oktober 2019)). o Artikel 1 a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan. d. Woning: perceel dat in hoofdzaak tot woning dient en e. niet-woning: alle overige percelen, niet zijnde een woning, daarbij inbegrepen (zorg-)instellingen” zijn komen te vervallen. De etikettering van een perceel als woning of niet-woning gebeurt 1
•
vanuit de WOZ-administratie. Aangezien dat al gebeurde verandert er feitelijk niets. Zie nieuw artikel 4. o Artikel 4 (voorwerp van belasting) is gewijzigd waardoor nu is aangesloten bij de WOZobjectafbakening. BghU heeft vooraf onderzocht welke gevolgen deze wijziging op het aantal heffingsobjecten zou hebben. Aangezien voor onroerende zaken in alle gevallen in de praktijk reeds bij de WOZobjectafbakening werd aangesloten, is het effect hiervan nihil. Er zijn geen andere heffingsobjecten dan WOZ-objecten betrokken in de rioolheffing. Deze wijziging heeft op zichzelf op de tariefstelling geen effect. Er worden geen financieel nadelige gevolgen verwacht. Er wordt bij de bepaling van het tarief er wel vanuit gegaan dat er rekening wordt gehouden met een nieuwbouw van 225.
Aanpassingen BghU • Artikel 3, tweede lid, onder a, is aangepast omdat de heffingsambtenaar van BghU dit bepaalt Verordening hondenbelasting • Geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Verordening toeristenbelasting • Geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Verordening lijkbezorgingsrechten • Geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Verordening leges Aanpassingen conform VNG-modelverordening In 2021 is de VNG-modelverordening gewijzigd: • Wijziging artikelen 6 en 7 i.v.m. kennisgeving en betaling langs elektronische weg, actualisering in verband met gewijzigde leges akten burgerlijke stand, wettelijke maximumtarieven (reisdocumenten en rijbewijzen), 1.7.1.4 gewijzigd (afschrift gemeenteblad, toegevoegd per pagina), 1.8.2.5 geschrapt i.v.m. vervallen beperkingenregister, toelichting artikel 4 (vrijstelling, verwijzing naar Wet langdurige zorg), toelichting 2.3.1.4 (achteraf ingediende aanvraag). V.w.b. de tarieventabel geldt dat de producten en bijbehorende tariefstelling aan de gemeente is om te bepalen. VNG heeft de modelverordening vervolgens medio 2021 nogmaals gewijzigd, zie ledenbrief van 3 juni 2021 met kenmerk: TFI/U202100456 Lbr. 21/046. Een deel hiervan is door BghU in de verordening voor 2022 meegenomen. Ook hier geldt dat de producten en bijbehorende tariefstelling aan de gemeente is om te bepalen.
De wetswijzigingen die tot aanpassing van de modelverordening leges leiden als ook de redactionele verbeteringen zijn verwerkt voor zover van toepassing. Aanpassingen vanuit de modelverordening • Artikel 2 Belastbaar feit o Het bestaande tweede lid over de vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod is geschrapt. In onderdeel 1.2.6 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel is daarvoor een (maximum)tarief opgenomen. Dat is hetzelfde (maximum)tarief als voor een Nederlandse identiteitskaart voor personen jonger dan 18 jaar zoals dat vanaf 1 januari 2021 geldt. • Artikel 6 Wijze van heffing o Toegevoegd is: “ (…), of een kennisgeving langs elektronische weg.” ▪ Of gebruik gemaakt wordt van een kennisgeving langs elektronische weg is ons niet bekend. Als dat niet zo niet kan dit weggelaten worden. Zie ook artikel 7 hierna. • Artikel 7 Termijnen van betaling o I.v.m. voornoemde toevoeging in artikel 6 zijn onder lid 1 onderdeel c en d toegevoegd.
Als geen sprake is van een kennisgeving langs elektronische weg kan dit weggelaten worden. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf o Omdat dit artikel twee zaken regelt te weten zowel vermindering als teruggaaf, is dat in de benaming van het artikel opgenomen. Betreft geen inhoudelijke wijziging. Artikel 10 Overgangsrecht o Het tweede lid bepaalt: ▪ De in titel 2, hoofdstuk 1, van de Tarieventabel behorende bij deze Legesverordening genoemde normbladen NEN 2699:2013, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd, en UAV worden bekendgemaakt door terinzagelegging in het Gemeentekantoor, Onderdoor 25 te Houten alsmede ten kantore van de BghU, Stadsplateau 1 te Utrecht ▪
• •