Bijlage 8 - Notitie_Windpark-Goyerbrug-besluit_2022-08-15 DEF
Tekst van het document
Datum
15-08-2022
Aan Onderwerp
Contactpersoon Telefoonnummer
Notitie procedure Windpark Goyerbrug, nadere informatie.
E-mailadres Bijlage(n)
NOTITIE PROCEDURE WINDPARK GOYERBRUG (NADERE INFORMATIE) Inleiding Voor Windpark Goyerbrug is het besluit (vergunning) in voorbereiding. Dit besluit wordt opgesteld als een integrale vergunning met als belangrijkste onderdelen milieu (OBM1) en planologie. Voor het planologisch deel van de vergunning is een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) nodig. Het milieudeel wordt vastgesteld door het College. Het planologische deel wordt via de verklaring van geen bedenkingen vastgesteld door de Raad. Inhoud milieudeel <> Inhoud planologisch deel (VVGB) Wetgeving stelt dat in het milieudeel van de vergunning enkel de mitigerende maatregelen mogen worden voorgeschreven die door de aanvrager genoemd zijn in de aanvraag (mer-aanmeldnotitie)2. Naast de maatregelen die de aanvrager zelf voorstelt, willen wij als gemeente Houten extra maatregelen voorschrijven. Die maatregelen geven extra bescherming aan de omgeving in de zin dat ze mogelijke overlast verder beperken. Omdat deze extra voorschriften niet opgenomen mogen worden in het milieudeel, worden ze opgenomen in het planologische deel. Dit betekent dat de VVGB niet enkel gaat over toestemming met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan voor de realisatie van het windpark, maar ook over het vaststellen van een aantal normen en maatregelen waaraan het windpark moet voldoen.
Geluid, slagschaduw, externe veiligheid Achtergrond In de uitspraak van 15 mei 2022, waarin de Raad van State aangeeft dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen, geeft zij ook aan dat het voornamelijk gaat om de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid. De overige aspecten kunnen feitelijk hergebruikt worden uit de oude vergunning van oktober 2019. Voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid moet de gemeente echter zelf met een goed onderbouwde norm komen, omdat de normen hiervoor opgenomen in het Activiteitenbesluit tijdelijk niet gebruikt mogen worden.
1 2
omgevingsvergunning beperkte milieutoets artikel 5.13a van het Besluit Omgevingsrecht en artikel 7.20a van de Wet milieubeheer.
Geluid Voor geluid adviseren wij om een norm voor te schrijven van: 47 dB Lden en 41 dB Lnight voor woningen derden; 53 dB Lden en 46 dB Lnight voor Zuwedijk 6 en; 51 dB Lden en 45 dB Lnight voor Beusichemseweg 146, De norm van 47 dB Lden is ook opgenomen in de vorige vergunning en werd gehanteerd in het Activiteitenbesluit (rijksregels). De norm geldt voor woningen derden en is een goede balans tussen bescherming van de omgeving enerzijds en het belang van het opwekken van duurzame elektriciteit met windturbines anderzijds. De en zijn zogenaamde molenaarswoningen. Deze woningen maken onderdeel uit van het windpark als bedrijfswoningen en hoeven daarom niet regulier beschermd te worden. Om toch te borgen dat ook binnen deze woningen sprake is van een gezond woonklimaat, adviseren wij om hier toch een norm voor op te nemen die de maximale geluidsbelasting begrenst. De norm van 47 dB wordt in de aanmeldnotitie aangemerkt als mitigerende maatregel. Deze norm wordt dus opgenomen (als voorschrift) in het milieudeel van de vergunning. De normen voor Zuwedijk en Beusichemseweg worden niet genoemd als mitigerende maatregel in de aanmeldnotitie. Deze normen zijn dus opgenomen in het planologische deel van de vergunning. Voor de volledigheid is de norm van 47 dB ook opgenomen in het planologische deel. Deze staat dan zowel in het milieudeel als in het planologische deel.
Reden is dat beide delen zelfstandig leesbaar moeten zijn. Slagschaduw Voor mitigatie van overlast door slagschaduw wordt in de aanmeldnotitie een stilstandvoorziening genoemd, gekoppelt aan een norm van maximaal 14 uur per jaar en 20 minuten per dag. Als gemeente willen wij de mogelijke hinder van slagschaduw voor omwonenden graag verder beperken. Wij adviseren hier om een blootstellingsduur van maximaal 6 uur per jaar en 20 minuten per dag als norm voor te schrijven. De norm van maximaal 14 uur per jaar en 20 minuten per dag wordt als mitigerende maatregel genoemd in de aanmeldnotitie en moeten wij daarom opnemen in het milieudeel van de vergunning. De norm van maximaal 6 uur per jaar en 20 minuten per dag mogen wij niet opnemen in het milieudeel, dus dit nemen we op in het planologische deel. In de uitvoering geldt vervolgens de strengste norm. Externe veiligheid Voor externe veiligheid wordt in de aanmeldnotitie als mitigerende maatregel een norm genoemd van: PR10-5 voor beperkt kwetsbare objecten en PR10-6 voor kwetsbare objecten. Dit is een zeer gangbare norm in Nederland die ook gebruikt wordt voor activiteiten met een hoger risicoprofiel dan een windmolenpark. Denk aan: opslag gevaarlijke stoffen en tankstations. Omdat de norm genoemd is in de aanmeldnotitie wordt deze opgenomen in het milieudeel van de vergunning.
Beschermen versus Benutten In de vergunning en de VVGB die ter besluitvorming bij respectievelijk college en raad voorgelegd worden, geven wij vanuit team VTH en RUD Utrecht een advies over de toe te passen normen voor Windpark Goyerbrug. Om te komen tot dit advies hebben wij een afweging gemaakt tussen de bescherming van de omgeving (aanvaardbaar niveau van hinder) en het belang van het opwekken van duurzame energie middels Windpark Goyerbrug 3. Uiteraard is het aan het bestuur om iets te vinden van onze afweging: is volgens het bestuur nu de juiste balans tussen beschermen en benutten gekozen? Hierbij zijn de volgende afwegingen belangrijk: 1. Het weigeren van een vergunning kan alleen op weigeringsgronden die vastgelegd zijn in de wet. 2. Het stellen van normen of maatregelen die dusdanig belastend zijn dat het aangevraagde initiatief niet langer mogelijk is, wordt gezien als “verkapte weigering”. De wet zegt dat voorschriften in een vergunning géén verkapte weigering mogen zijn van die vergunning. De rechter zal een besluit met een verkapte weigering (deels) vernietigen. 3. De normen en maatregelen die als voorschrift opgenomen worden in de vergunning, moeten onderbouwd worden. Met die reden is dit een acceptabele norm voor die activiteit. Dit heeft Houten in het besluit van oktober 2019 al een keer gedaan.
Als we nu tot strengere normen komen moet er iets veranderd zijn aan de situatie waardoor we rechtmatig kunnen onderbouwen dat we nu tot een andere afweging komen dan in 2019. 4. Die onderbouwing zal zeker aangevochten worden door de initiatiefnemer en zijn adviseurs en dus uiteindelijk voorgelegd worden aan de Raad van State. Voorbeeld • Voor slagschaduw vraagt de initiatiefnemer een norm van maximaal 14 uur per jaar en 20 minuten per dag, bij een geluidsnorm van 47 lden. Deze beperking ten opzichte van geen beperking betekent een opbrengstverlies per jaar van 0,62 GWh, wat zich vertaalt in een bedrag van ca. € 43.400 en stroom voor ca. 180 huishoudens. • Het opleggen van een norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar betekent een additioneel opbrengstverlies van 0,2%. Dat vertaalt zich in een extra verlies van 0,12 GWh per jaar (ca. €8.400 en stroom voor ca. 60 huishoudens). • Het opleggen van een slagschaduwnorm van 0 uur betekent een additioneel opbrenstverlies van 0,31 GWh (ca. €21.700 en ca. 88 huishoudens). Het opleggen van een norm van 0 uur slagschaduw bij een geluidsnorm van 47 lden betekent voor het park dus een totaal jaarlijks opbrengstverlies van € 73.500 en 1,05 GWh (is stroom voor meer dan 300 huishoudens). Over de looptijd van het park (25 jaar) betekent dit een opbrengstverlies van ca. €1.837.500 en 26,25 GWh.
Het opleggen van een norm van 0 uur slagschaduw, in combinatie met een geluidsnorm van bijvoorbeeld 45 lden, betekent een opbrengstverlies van 10,18 GWh per jaar. Wat zich vertaalt in zo’n € 712.000 per jaar en stroom voor ca. 3000 huishoudens.
3 Het ontwerpbesluit Windpark Goyerbrug bevat een toelichting van de gemaakte afwegingen.
In onderstaand tabel zijn de gecombineerde opbrengstverliezen weergegeven.
Dit is ook inclusief de verliezen door de stilstandvoorziening voor vleermuizen/vogels (ca. 2,9%) en wat algemene operationele verliezen. Beide zijn in alle situaties van toepassing. Het voorbeeld laat zien dat het aanscherpen van de normen boven de maximaal 6 uur per jaar bij 47 lden, onevenredig veel kost terwijl het relatief weinig extra bescherming biedt voor de omgeving. Daarnaast moet de afweging gemaakt worden dat het weinig efficient is om binnen de RES energieprojecten uit te voeren die dusdanig weinig duurzame energie opleveren dat dit noodzaakt tot meer projecten om aan de RES te kunnen voldoen en in 2040 een klimaatneutraal Houten te hebben.