Bijlage 5 - Overzicht afwijkingen van model VNG
Tekst van het document
VERSCHILLEN TUSSEN REFERENDUMVERORDENING HOUTEN 2023 EN HET LANDELIJKE VNG-MODEL REFERENDUMVERORDENING (2019) Het landelijke model voor een gemeentelijke Referendumverordening (december 2019, zie bijlage) heeft mede als leidraad gediend bij het vormgeven van de ontwerp-Referendumverordening die wij u aanbieden. Op diverse plaatsen hebben wij echter gekozen voor een andere opzet. Die is gebaseerd op onze bestaande verordening maar ook op de ervaringen die wij met het gehouden referendum hebben opgedaan. Sommige afwijkingen komen ons beter voor. Hieronder geven wij een kort overzicht van de verschillen tussen het VNG-model en ons voorstel. Het gaat daarbij niet om één of enkele woorden of zinswendingen die afwijken, maar om de hoofdlijnen. Het model kent ook enkele keuzes zoals u in de bijlage kunt zien, daar weergegeven in cursieve tekst met de woorden “EN/OF” of “OF/OF”. Waar wij het model geheel volgen is geen artikel vermeld. De nummering hieronder is die van het model van de VNG.
-artikel 2: bij de uitzondering van besluiten van de referendummogelijkheid hebben wij een tweetal toegevoegd ten opzichte van het landelijke model, namelijk: *waarbij het belang van een referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving; *waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen. -artikel 3: het model kent als zittingsduur van de leden van de referendumcommissie een periode van 6 jaar. Wij hebben gekozen voor 4 jaar. De herbenoeming laat het model geheel vrij. Wij stellen voor – net zoals in onze huidige verordening - een herbenoeming éénmaal mogelijk te maken. -artikel 4: wij hebben een lid 5 toegevoegd, waarin staat bepaald dat ingediende klachten en de reactie daarop van de referendumcommissie, na hoor en wederhoor, geanonimiseerd openbaar worden gemaakt. Dit biedt transparantie en zorgvuldigheid en sluit tegelijk aan bij de privacyvoorschriften (AVG). -artikel 5: het aantal ondersteuningsverklaringen bij het inleidend verzoek. Op diverse punten hebben wij gekozen voor een afwijking van het model van de VNG: -in plaats van een vast aantal ondertekenaars stellen wij voor een percentage van het aantal kiesgerechtigden (voor de gemeenteraad), zoals dat in onze huidige verordening ook het geval is.
Wij stellen voor dat op 1% te stellen. -per 1 januari van het betreffende jaar; dit getal zal elk jaar anders zijn en wordt elk jaar gecommuniceerd, zodat voor iedereen duidelijk is hoeveel handtekeningen verzameld moeten worden. (Het gaat hier om het aantal , de persoon die ondertekent moet uiteraard op dat moment ook kiesgerechtigd zijn, maar hoeft dat niet per 1 januari te zijn geweest). Het aantal per 1 januari blijft zo het gehele jaar een duidelijke norm en hoeft niet in de loop van het jaar te worden berekend, zoals in het model. -de digitale weg: wij stellen voor om, anders dan het model, ook hier de mogelijkheid van een digitale ondersteuningsverklaring in te voeren (via de website van de gemeente en met DigiD). Het model spreekt daarover alleen bij het definitieve verzoek (zie hierna). Wij zien geen aanleiding om dit daartoe te beperken. Onze huidige verordening kent deze mogelijkheid nog in het geheel niet.
-artikel 6: het aantal ondersteuningsverklaringen bij het definitieve verzoek. Wij stellen voor om hiervoor, net zoals de huidige verordening, een percentage te hanteren en wel van 7% van het aantal kiesgerechtigden voor de gemeenteraad per 1 januari van het betreffende jaar. Dit laatste wijkt af van het model, dat 5% suggereert, en de datum van inwilliging van het inleidend verzoek als peildatum neemt. Dit komt ons nodeloos gecompliceerd voor. In het verlengde van het gestelde bij artikel 5 om een vast aantal te hanteren dat een jaar lang hetzelfde blijft, stellen wij u deze redactie voor. 7% is in lijn met onze huidige verordening. -artikel 7: initiatief vanuit de raad. Het model noemt dit als een mogelijkheid (en/of-keus). Onze huidige verordening kent deze mogelijkheid ook en wij zouden dit zeker willen continueren. Vandaar dat wij u voorstellen hier inderdaad voor te kiezen: initiatief vanuit de bevolking en/of de raad. -artikel 9: vraagstelling. Ook hier noemt het model een en/of-keus, namelijk over het punt of de mogelijkheid moet bestaan om de vraagstelling op afzonderlijke beslispunten betrekking te laten hebben of alleen een voor/tegen-optie. Wij stellen voor om ook afzonderlijke beslispunten in het referendum te kunnen betrekken en hebben de redactie daarop aangepast. Dat wil uiteraard niet zeggen dat dit altijd aan de orde zal zijn. -artikel 10: subsidie.
Wij stellen voor om de uitvoerige bepalingen uit het model over subsidieplafonds, deelplafonds, en van subsidie uit te sluiten activiteiten niet over te nemen. In de nadere subsidieregels (door ons college vastgesteld en zonodig aan te passen) kunnen hier eventueel nadere bepalingen over worden gesteld. Datzelfde kan worden gezegd van de zeer gedetailleerde bepalingen van artikel 11 van het model, dat wij uit ons voorstel hebben weggelaten. -artikel 13: uitslag. Wij hebben hier, net zoals de huidige verordening dat kent, een minimum opkomstpercentage van 30% toegevoegd wil het referendum geldig zijn. Dit om te voorkomen dat, bij een kleine opkomst, de mening van een kleine minderheid van de kiezers beslissend zou zijn. Ook hebben wij aan de tekst van het model een lid 6 toegevoegd waarin wordt bepaald dat de raad binnen 2 maanden na de datum van het referendum een beslissing neemt over het raadsbesluit waarover het referendum heeft plaatsgevonden. Het is goed om een termijn vast te leggen waarbinnen duidelijkheid wordt gegeven over wat met de uitslag wordt gedaan.