CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Integraal overzicht zienswijzen gemeenten op begroting 2026 definitieve versie

Gemeenteraad 30 september 2025, gemeente HoutenBij agendapunt: Tweede begrotingswijziging WIL 20257.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integraal overzicht van de zienswijzen van de Lekstroomgemeenten op de ontwerp begroting 2026 De deelnemende raden en de Cliëntenraad WIL hebben een zienswijze op de ontwerp Begroting 2026 ingediend. Voor de raden van Houten en IJsselstein geldt dat de behandeling medio juli plaatsvindt, dus na de beoogde vaststelling van de Begroting 2026 in het AB WIL. Daarom is de concept zienswijze gehanteerd voor het voorliggende Integrale Overzicht van de zienswijzen zoals die door beide colleges zijn voorbereid. Mocht de definitieve vaststelling in de raad tot wijzigingen leiden, dan zal het bestuur na de zomer moeten beoordelen of dit moet leiden tot een aanpassing van de begroting. De zienswijzen ondersteunen op hoofdlijnen de gekozen richting en insteek qua beleid en uitvoering die WIL schetst in de begroting. Ook over de Ontwikkelagenda is de algemene reactie positief met daarbij een wel aantal aandachtspunten en kanttekeningen. De opmerkingen van de raden passen vooral wat betreft de Ontwikkelagenda bij de fase van verdere uitwerking waarin we zitten; meer snelheid en informatie is gewenst. De opmerkingen hierover nemen we in het vervolgproces mee; de urgentie achter de boodschap is overgekomen. In mei zijn de raadsleden op een Raadsinformatieavond bij WIL meegenomen in de ontwikkelingen rondom Actielijn 5 uit de Ontwikkelagenda ‘de harmonisering minimaregelingen’.

Uiteraard wordt op deze actielijn in de zienswijzen ook bij stilgestaan; ook is hier snel meer helderheid over de consequenties en concrete keuzes de belangrijkste kritische noot en wens die naar voren komt. Een deel van de zienswijzen betreft de opzet van de begroting, de wijze van verantwoording en de timing. Het zou op onderdelen anders moeten. Deze opmerkingen passen wat ons betreft in de doorontwikkeling van onze P&C stukken en nemen we hierin mee. Overall is de toon van de zienswijzen op dit punt kritisch te noemen. De boodschap is overgekomen. In de voorliggende reactie kunt u, zoals gebruikelijk, per onderdeel van de ontvangen zienswijzen de reactie van het bestuur terugvinden. Hierbij geeft zij aan hoe zij omgaat met de zienswijzen en op welke onderdelen eventueel nog een aanpassing volgt. De lijn van de zienswijzen leidt niet tot een aanpassing van de Begroting 2026 zoals die in concept aan de raden is voorgelegd. Ten slotte merken wij op dat de raad van Houten in de zienswijze ook een reactie op de Jaarrekening 2024 opgenomen. Met dank en waardering hiervoor. Hierop geven wij geen reactie in dit Integrale overzicht. Uiteraard nemen wij de gemaakte opmerkingen tot ons en kijken wij hoe wij hier naar de toekomst toe het beste mee om kunnen gaan; een deel van de zienswijze komt overigens terug (in andere woorden) in de zienswijze op de begroting.

1

1

Gemeente

Zienswijze/wens gemeenten

Hoe wordt deze zienswijze verwerkt?

Houten

De raad wil graag voorafgaand aan de Turap een overzicht van de kosten 2025 die voortvloeien uit het vaststellen van deze begroting (en andere ontwikkelingen). De begroting van WIL dient als input voor de Perspectiefnota / Begroting van de gemeente, waarbij het belangrijk is het volledige bedrag waarover de gemeenteraad moet besluiten inzichtelijk te hebben. In eerdere zienswijzen heeft de raad al aangegeven dat een begrotingswijziging WIL na vaststelling van de Perspectiefnota / Begroting met kosten die eerder bekend waren voor ons niet wenselijk is in het licht van de kaderstellende rol van de raad, waarbij bij de perspectiefnota politieke afwegingen worden gemaakt op basis van alle voorstellen en financiële middelen. De raad verzoekt WIL met klem om voor 1 augustus 2025 inzicht te geven in eventuele extra kosten voor 2025 en eventuele kosten voor 2026 boven op de begroting met toelichting (in het kader van de ontwikkelagenda, businesscase bewindvoering), voor zover dan bekend, zodat wij als raadsleden in de gemeentebegroting een afweging kunnen maken. De raad heeft al meerdere keren aangegeven dat een eerste begrotingswijziging 2026 die conform planning in november / december 2025 voorligt te laat is om nog wijzigingen voor het jaar 2026 door te voeren.

De gemeentelijke begroting 2026 wordt op 14 november 2025 vastgesteld en daarin moeten keuzes worden gemaakt in het licht van het negatieve meerjarenperspectief. In de begroting willen wij alle plannen en financiën integraal afwegen. Naar verwachting is er daarna geen financiële ruimte meer. Vandaar bovenstaande verzoek. Dat geldt niet voor budget neutrale wijzigingen.

De Turap is het moment dat ook een eventuele 2de begrotingswijziging ter zienwijze aan de raden wordt voorgelegd. Indien er uit de Begroting 2026 gevolgen zijn die zich ook in 2025 al voordoen, dan worden die opgenomen en verklaard in de 2de Begrotingswijziging 2025 die aan de Turap verbonden is. Los van de Turap iets delen is niet wenselijk en haalbaar. Dat het moment van de 2de begrotingswijziging slecht past bij de planning van de gemeentelijke begrotingscyclus is een bekend nadeel en is dus ook herkenbaar. Dit is echter gekoppeld aan de werking van onze GR en heeft ook te maken met de regels hierover in de Gemeenschappelijke Regeling WIL. Zoals bekend is de Gr door uw raad zelf vastgesteld. Het verder naar voren opleveren van de 1ste begrotingswijzing gaat het proces rondom de vaststelling van de begroting doorkruisen. Meer specifiek, dan wordt de begrotingswijziging jaar T al opgesteld op het moment dat de begroting jaar T nog moet worden vastgesteld. Het opstellen van de begroting verder naar voren halen zou inhouden dat de P&C Cyclus al ruim anderhalf jaar voor het betreffende jaar moet starten. Dat is onwenselijk door de onzekerheden die dan gelden, maar ook onhaalbaar. Derhalve wordt de bestaande werkwijze gehandhaafd. WIL poogt in een zo vroeg mogelijk stadium de gemeenten mee te nemen in de te verwachten aanpassingen in de begrotingswijziging.

2

Concreet: de 2de Begrotingswijzing 2025 ontvangt u voor de zomer; dus voor uw deadline van 1 augustus. De 1ste Begrotingswijziging 2026 ontvangt u pas in december; dit is later dan u wenst. Net als afgelopen jaar kunt u wel voor 14 november een indicatie ontvangen. 2

Houten

De raad geeft aan dat de KPI’s / acties en streefwaarden overzichtelijker gepresenteerd kunnen worden en van meer duiding kunnen worden voorzien.

Uw zienswijze bevat een aantal heldere en specifieke suggesties voor verbetering van de begrotingsteksten. De andere raden hebben hierover geen opmerkingen opgenomen in de zienswijzen. In de wandelgangen hebben we evenwel ook eenzelfde type geluiden van andere gemeenten gehoord. WIL herkent en erkent dat er mogelijkheden zijn om de P&C producten qua inhoud en vormgeving te verbeteren. Conform onze eerdere toezegging hiervoor, willen we bij dit woord ook een daad voegen. Wij nemen ons voor – met een start in het najaar- hiervoor een ambtelijk/bestuurlijke Lekstroom brede werkgroep in 2026 in te stellen die met voorstel ter zake zal komen. Daarmee kunnen we ook garanderen dat de opzet, wijze van verantwoording en timing van onze P&C stukken passend is voor alle Lekstroom gemeenten. Ons DB-lid uit Houten zal in deze de portefeuillehouder zijn.

3

Houten

De raad wenst dat WIL in de begroting 2027 een duidelijke grafiek opneemt waarin de stijging door de jaren heen inzichtelijk wordt gemaakt. Volgens de eigen berekeningen van de raad valt de stijging mee als 2026 wordt vergeleken met de herziene begroting 2025 (3,1%) maar is er sprake van 19% stijging t.o.v. realisatie 2023.

Deze vraag willen we meenemen in de uitwerking zoals hiervoor onder 2 beschreven.

4

Houten

De raad constateert dat de begroting van de WIL hem niet in staat stelt zijn kaderstellende rol goed vorm te geven. De raad vraagt daarom WIL om een

Wij verwijzen hier naar punt 2. Met de toevoeging dat we de werkgroep dan de titel en

3

project “verbetering Begroting” (en in het verlengde daarvan de Jaarrekening) te starten waarbij aandacht is voor onder andere: - Compleetheid: Hoe krijgt u als organisatie alle voorzienbare kosten voor het begrotingsjaar (en eventueel het lopende jaar) in uw begroting inzichtelijk, zodat de raad in de perspectiefnota beschikt over alle plannen en het juiste financiële kader - Presentatie: hoe presenteert u inhoudelijke plannen en financiële afwijkingen voor WIL als geheel en voor afzonderlijke gemeenten op een compacte manier - Inzicht: hoe geeft u kernachtig inzicht in meerjarige ontwikkelingen - Tijdslijn: zodat in het voortraject het ambtelijk en DB-perspectief voldoende kan worden meegenomen

focus ‘Herziening P&C stukken en proces WIL’ noemen.

5

Houten

De Ontwikkelagenda is niet een opsomming van projecten, maar een combinatie van projecten die moet leiden tot een WIL-organisatie die meer in lijn handelt met het meerjarig beleidskader in een nieuw financieel perspectief. Het meer handelen in die lijn vraagt: een Poort, waarbij wordt aangesloten bij de leefwereld van mensen en zo snel mogelijk op meerdere leefgebieden de juiste ondersteuning wordt ingezet. Meer lokale aanwezigheid en samenwerking met lokale partners. Een ander minimabeleid. Processen die uitgaan van vertrouwen en waarbij een transitie wordt gemaakt van complexiteit naar eenvoud. We verwachten dat u in de toekomst deze samenhang meer benadrukt.

Uw punt is terecht en onderschrijven we. De Ontwikkelagenda WIL is beweging die tot een meer eigentijdse en toekomstgerichte WIL leidt. Het is jammer dat u een ander beeld heeft overgehouden aan wat u leest. Tegelijk is de beweging die u schetst ook weer niet zo ‘dramatisch’; we hebben zaken door te ontwikkelen. Dat is iets anders dan een 180 graden draai. En op de domeinen waar we door te ontwikkelen hebben, hebben we concrete actielijnen geformuleerd. Met elkaar zorgen die voor de WIL die we graag willen en nodig is om samen met u en andere stakeholders de maatschappelijke uitdagingen en opgaven n de Lekstroom op te kunnen pakken. De samenhang is er dus wel degelijk en we zullen deze in toekomstige P&C stukken nog beter proberen te beschrijven.

6

Houten

U heeft de juiste items gekozen, maar we zien nu vooral een planning en een geschatte financiële impact. Als raad verwachten wij inhoudelijk wel een beter onderbouwd verhaal, zoals dat wel is gedaan voor de harmonisatie / herontwerp van minimaregelingen. Dat geldt zeker voor het item terecht in de uitkering. Wij vragen u om een beeld van de items in de ontwikkelagenda conform de pijlers (leefwereld, beperkte zelfredzaamheid en financiële

In de Begroting hebben wij aangegeven dat wij stapsgewijs de actielijnen verder uitwerken en u werkendeweg meer inzicht kunnen en zullen gaan geven. Dat gaan we ook doen. In het Gesprek met de Raad in oktober kunt u een eerste stap qua nadere uitwerking verwachten; in 4

bestaanszekerheid centraal) en bewegingen (eenvoud, vertrouwen en maatwerk / minder mensen in de uitkering) uit het Meerjarenbeleidsplan. Wij zien graag in de kwartaalrapportages de inhoudelijke en cijfermatige voortgang terug.

de 1ste Begrotingswijziging 2026 een tweede (en waarschijnlijk grotere) stap. We delen uw beeld niet, dat de huidige uitwerking vooral financieel en procesmatig van aard is. De bijlage Ontwikkelagenda in de Begroting bevat al veel van de informatie waarom u vraagt. Voor wat betreft de voortgang hebben we eerder ook al aangegeven dat we uitwerken hoe we de raden op de hoogte houden van de voortgang in de Ontwikkelagenda. Uiteraard zal zich dit zich niet beperken tot alleen de financiële stand van zaken. De effecten van de actielijnen zullen in lijn met het Meerjarenbeleidsplan en Ontwikkelagenda worden beschreven. P&C producten lijken hiervoor geschikte momenten. Zoals gezegd, dit zijn we nog aan het uitwerken. Aan uw wens komen we dus tegemoet.

7

Houten

Het is een logische stap dat SILW niet meer in de Ontwikkelagenda is opgenomen, maar dat hier in aparte raadsinformatiebrieven vanuit de ketenregisseur op verantwoord wordt

Wij zijn blij dat u, net als wij, deze keuze in lijn met SILW ziet.

8

Houten

Op pagina 20 en pagina 76-83 wordt een toelichting gegeven op herontwerp minima-regelingen. In dit proces, waarover de raad op verschillende momenten is geïnformeerd wordt gekeken naar een eenvoudiger stelsel met een hoger bereik, dat goedkoper is in de uitvoering en waarmee een substantiële bijdrage wordt geleverd aan financiële bestaanszekerheid voor de mensen die dit het hardste nodig hebben.

Wij zijn blij dat de raad de kernpunten van de actielijn Harmonisatie Minimaregelingen omarmt. Wij zijn samen met u en de andere gemeenten ondertussen al een aantal zaken verder aan het uitwerken om, naar verwachting, in oktober met de raad verder hierover te kunnen spreken. Daarbij zal onder andere verder zijn uitgewerkt wat precies de effecten voor inwoners zijn, om welke aantallen inwoners het gaat met een actuele en meer gedetailleerde inschatting van kosten en baten. Voor fase 2 vraagt u hier ook specifiek om. Wij werken dit verder uit zodat besluitvorming in de raden met voldoende onderbouwing kan plaatsvinden.

Als raad omarmen we de vier kernpunten: - Ambtshalve toekennen van de individuele inkomenstoeslag op jaarbasis aan alle mensen in de uitkering, die meer dan drie jaar leven op een minimumniveau (tot 110%) - We stellen voor de vergoeding voor woninginrichting binnen de bijzondere bijstand te verlagen van 60% naar 40% van de Nibudrichtprijzen, omdat de Nibud-richtprijzen zijn gebaseerd op gemiddelde nieuwprijzen, terwijl de bijzondere bijstand bedoeld is voor de een verantwoorde basisinrichting. Bovendien is er een groeiend aanbod

5

-

van betaalbare, circulaire meubels, waardoor een verantwoorde basisinrichting tegen lagere kosten mogelijk is. Tot slot voeren we dit gelijktijdig met ambtshalve IIT in, waarmee een vast bedrag ontvangen die ze voor de woning kunnen inzetten. Inkomensgrens bijzondere bijstand aan de onderkant verhogen en aanvragen begrenzen tot 150%. Minder administratie bij toekenning collectieve zorgverzekering minima (CZM). Met deze aanpassing volstaat de huidige dienstverleningsovereenkomst niet meer. Voor 2026 verwachten we dat deze wordt aangepast.

Als raad kunnen we ons vinden in de denklijn van fase 2 voor het herontwerp van de minimaregelingen. We verwachten echter een verdere uitwerking op deze onderdelen. 9

Hoiuten

In 2023 is WIL gestart met de business case bewindvoering om de kosten van bewindvoering voor zowel gemeente als klanten te verlagen. Een medewerker van WIL voerde in dit kader zelf de noodzakelijke taken uit om 50 klanten succesvol uit de bewindvoering te helpen en financieel zelfredzaam te maken. Blijkens de begroting van WIL (p. 45) wordt de bewindvoering structureel ingericht en worden de consequenties in de 2e begrotingswijziging 2026 opgenomen. Zo is opgenomen in de WIL begroting. Een dergelijke manier van werken is voor de raad onprettig. Zaken die bekend zijn moeten in de begroting worden opgenomen. Inhoudelijk is de raad enthousiast over dit project. In de evaluatie leest de raad dat het is gelukt om de beoogde 25 personen uit de bewindvoering te krijgen (en daarmee dus kosten zijn bespaard voor bijzondere bijstand (op jaarbasis 45.000, over 5 jaar 225.000). Er wordt voorgesteld om 100.000 jaarlijks en structureel in te zetten voor de BC. Dat levert bij de raad nog wel drie vragen op: i. Waarom jaarlijks € 100.000 en niet over 2 jaar verspreiden (wat in de pilotfase het geval was). ii. In hoeverre is hier sprake van een BC als we jaarlijks meer moeten investeren dan dat het oplevert (los van de maatschappelijke impact)? iii.

Voor een reële meerjarige businesscase: in hoeverre lukt het om ieder jaar 25 personen uit de bijzondere bijstand uit te laten stromen? Dit is in het begin makkelijker dan in het vijfde jaar. De raad verwacht een jaarlijkse evaluatie.

We begrijpen elkaar denken we niet goed. In de Begroting 2026 is inderdaad al in het vooruit de Businesscase Bewindvoering structureel verwerkt; omdat we u niet willen verrassen en wij een positief besluit over continuering waarschijnlijk achten. Dit is precies wat u wenst denken we. Maar ... er moet nog een formeel besluit genomen worden en daarvan gaven we aan u dit besluit/voorstel in de 2de begrotingswijziging 2025 (!) (niet 2026!) wilden voorleggen. Afhankelijk van dit besluit (en de kosten) stellen we de begroting 2026 vervolgens wel/niet hierop bij. De 100 k in de Begroting 2026 is dus te beschouwen als een soort reservering. Helaas heeft in het DB WIL besluitvorming over de businesscase bewindvoering nog niet plaatsgevonden en kunnen we u dus geen voorstel doen hierover in de 2de Begrotingswijziging 2025. We zoeken nog naar een manier om dit op een later moment wel te doen.

6

Inhoudelijk gezien zijn we blij dat u op voorhand enthousiast en positief bent. Uw vragen nemen we uiteraard mee in ons voorstel voor continuering. En als het nodig is stellen we zoals gezegd de Begroting 2026 hierop bij. 10 IJsselstein

De raad stemt in met de ontwerp Begroting WIL 2026 met de kanttekening dat de financiële uitwerking van de businesscases uit de Ontwikkelagenda volgt in de 1e Begrotingswijziging 2026. De inhoudelijke uitgangspunten van de ontwerpbegroting zijn in lijn met inhoudelijke kaders geschetst in de Kaderbrief WIL 2026. In de zienswijze op het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 en de Kaderbrief WIL 2026 heeft de raad aangegeven hiermee akkoord te zijn. De financiële uitgangspunten zijn begrijpelijk en voor een deel onvermijdelijk. De raad waardeert dat WIL de Ontwikkelagenda proactief inzet op een meer kostenbewuste uitvoering en het behouden en/of verbeteren van de balans tussen opdracht, dienstverlening en financiën. In de bovengenoemde zienswijze heeft de raad de zorg uitgesproken dat de investeringen die hiervoor moeten worden gedaan zeker zijn, maar de besparingen onzeker zijn. De uitwerking van de Ontwikkelagenda in de ontwerpbegroting neemt deze zorgen nog niet weg. De raad wil de verwerking van de maatregelen en de financiële effecten terugzien in de eerste begrotingswijziging 2026. In de volgende alinea gaat de raad hier verder op in. Voor volgende jaren vraagt de raad WIL u dringend om een kortere begroting en geschreven in duidelijke taal.

Dank voor uw bevestiging dat we samen op de goede weg zijn en de goede dingen doen. WIL begrijpt uw behoefte aan meer inzicht in de investeringen, kosten en baten. De verwachting is dat wij in de 1ste Begrotingswijzing 2026 tegemoet kunnen komen aan uw wens. Zie hiervoor ook punt 6. Voor wat uw wens een beknoptere begroting te willen zien verwijzen u naar onze eerdere reactie om in het najaar een ambtelijk/bestuurlijke Lekstroom brede werkgroep in te stellen die met een voorstel ter zake zal komen waar alle gemeenten achter kunnen staan.

11 IJsselstein

De raad waardeert de meer uitgewerkte versie van de Ontwikkelagenda als bijlage van de ontwerpbegroting WIL 2026. De raad waardeert met name de uitwerking van actielijn 5 (harmonisatie regelingen) waarin de gemeenten en WIL intensief hebben samengewerkt om zoveel mogelijk informatie te verzamelen om tot gezamenlijke voorstellen te komen. De raad staat nog steeds achter de voorstellen die worden gedaan omdat zij zowel gericht zijn op een verbetering van de dienstverlening aan inwoners, een efficiëntere uitvoering en kostenbesparingen voor de gemeenten. De uitwerking is echter wel anders dan de raad zich had voorgesteld: − In de zienswijze op het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, Kaderbrief WIL 2026 en de 1e Begrotingswijziging WIL 2025 heeft de raad aangegeven van alle actielijnen uit de Ontwikkelagenda een nadere uitwerking in de vorm van businesscases als opties bij de

Zoals ook hiervoor al gesteld hebben wij in de Begroting aangegeven dat wij stapsgewijs de actielijnen verder uitwerken en u werkendeweg meer inzicht kunnen en zullen gaan geven. Dat gaan we ook doen. Dat betekent dat er in het najaar een verdere uitwerking aan de raden wordt voorgelegd in de 1ste Begrotingswijziging 2026 (i.i.g. in termen van kosten en opbrengsten). Voor een aantal actielijnen doen we dat in de vorm van een businesscase, voor de actielijnen 1, 2, 6, en 7 slechts op hoofdlijnen. Een eerste

7

12 IJsselstein

conceptbegroting WIL 2026 te willen zien. Zodat raad in de zienswijze op de conceptbegroting per businesscase kan instemmen of niet. Ook had de raad gevraagd om: - een duidelijke onderbouwing van de te maken investeringen en de verwachte besparingen per businesscase. - duidelijkheid over de manier van monitoring van het effect van de investeringen op de regelingskosten, uitvoeringskosten en de kwaliteit van de dienstverlening. - duidelijkheid over de manier waarop de raad hierover periodiek wordt geïnformeerd zodat, als de investeringen niet het gewenste effect hebben, deze kunnen worden heroverwogen. In de uitwerking van de Ontwikkelagenda ziet de raad bovenstaande punten onvoldoende terug. WIL geeft aan dat de actielijnen 1, 2, 6, en 7 zelfstandig door WIL kunnen worden opgepakt en daarom niet als businesscase worden voorgelegd. De actielijnen 3 (businesscase voor het bestuur), 5, 8 en 9 ziet WIL wel als businesscases. Actielijn 4 (sociale infrastructuur Lekstroom werkt) vervalt en actielijn 10 (versobering minimaregelingen) is niet uitgewerkt omdat er geen 100% draagvlak is.

voortgangsrapportage mag u dan ook verwachten. Zie verder punt 6.

Hieronder gaat de raad kort in op elke actielijn: 1. Brede toegang: akkoord, want eens met de inhoudelijke bedoeling en de beoogde impact voor de inwoner. Het is in de ogen van de raad noodzakelijk inhoud en planning nauwkeurig af te stemmen met het traject Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. 2. Meer lokale en afgestemde dienstverlening: akkoord, want eens met de inhoudelijke bedoeling en de beoogde impact voor de inwoner. De raad maakt een kanttekening bij de voorgestelde investering in de vorm van externe ondersteuning. Gegeven de aard van deze actielijn lijkt reguliere inzet vanuit WIL of de gemeenten effectiever dan externe expertise. 3. Digitalisering en automatiseren dienstverlening: akkoord, want eens met de inhoudelijke bedoeling en de beoogde impact voor de inwoner. Ook hier maakt de raad een kanttekening bij de benodigde investering. In de ogen van de raad is digitalisering en automatisering een specialistisch en complex traject met (grote) risico's op uitloop. Het is in de ogen van de raad noodzakelijk dat hiervoor voldoende expertise (kwalitatief en kwantitatief) beschikbaar zijn om deze risico's te

Dank voor de reactie per actielijn, dit maakt helder hoe de raad tegen de actielijnen aankijkt. Wij zijn blij dat de raad akkoord gaat met de actielijnen zodat wij deze verder kunnen uitwerken richting het Gesprek met de Raad in oktober 2025 en de 1ste begrotingswijziging 2026. Bij een aantal actielijnen benoemt u dat dat interne inzet meer voor de hand ligt dan externe inhuur. Uw advies nemen we mee; wat we doen is echter een uitvoeringsvraagstuk en de afweging hoe dit in te vullen is aan WIL zelf. Verder delen wij de mening van de raad dat er goede afstemming tussen de ontwikkelingen SILW en een aantal actielijnen moet plaatsvinden, zeker nu SILW uit de Ontwikkelagenda wordt gehaald en niet meer de verantwoordelijkheid van WIL is. Hierop wordt door WIL al samen met de ketenregisseur SILW ingezet. In de Turap 2025 treft u een passage

8

beheersen. De raad vraagt zich af of de voorgestelde investering voldoende is. 4. Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt: terecht dat dit vervalt als actielijn van de Ontwikkelagenda WIL. Het is een apart traject dat wordt gedragen door de 4 Lekstroomgemeenten, WIL en WerkwIJSS samen. 5. Harmonisering minimaregelingen: De raad steunt de inzet om de minimaregelingen eenvoudiger, toegankelijker en kosteneffectiever te maken. De voorgestelde harmonisatie ziet de raad als een eerste stap. De raad wil toewerken naar verbeterde samenhang van de minimaregelingen die door WIL worden uitgevoerd, uniform voor de gehele Lekstroom. Dit moet worden verwerkt in het voorstel voor integraal herontwerp. Complimenten voor het werk dat al is verricht en voor de voorstellen ten aanzien van monitoring. 6. Meer eenvoud in de uitvoering: akkoord, want eens met de inhoudelijke bedoeling en de beoogde impact voor de inwoner. De raad ziet dit als een essentiële actielijn. De raad maakt een kanttekening bij de voorgestelde investering in de vorm van externe ondersteuning. Gegeven de aard van deze actielijn lijkt reguliere inzet vanuit WIL of de gemeenten effectiever dan externe expertise. 7. Verbrede inzet op terecht in de uitkering: akkoord, want eens met de inhoudelijke bedoeling en de beoogde impact voor de inwoner. 8.

Verbrede inzet op parttime werken: akkoord, want eens met de inhoudelijke bedoeling en de beoogde impact voor de inwoner. Het is in de ogen van de raad noodzakelijk inhoud en planning nauwkeurig af te stemmen met het traject Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. SILW is leidend, deze actielijn volgt. 9. Verbrede inzet op economische participatie: akkoord, want eens met de inhoudelijke bedoeling en de beoogde impact voor de inwoner. Het is in de ogen van de raad noodzakelijk inhoud en planning nauwkeurig af te stemmen met het traject Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt. SILW is leidend, deze actielijn volgt. 10. Versoberen minimaregelingen (optioneel): we ontvangen hiervoor graag alsnog een businesscase, zodat er een integrale afweging kan worden gemaakt. We gaan mee in uw voorstel om eerst de harmonisatie minimaregelingen in 2026 uit te voeren en als vervolgstap de effecten van versobering te onderzoeken. Meer principieel is ons standpunt dat versoberen van minimaregelingen geen doel op zich mag zijn.

over deze verwevenheid en de beoogde afstemming al aan. Dat SILW een hoge prioriteit heeft onderschrijven we. De Ontwikkelagenda gaat echter over alle programma’s en heeft eigen doelstellingen, inclusief financiële effecten. In onze ogen is geen van beide leidend, maar is het zaak dat beide bewegingen elkaar versterken.

9

13 IJsselstein

We verzoeken WIL dringend om voor alle actielijnen waar dat nog niet is gebeurd zo snel mogelijk meer duidelijkheid te geven over: Onderbouwing bij de aard en de omvang van de investeringen. Het moment waarop structurele kosten en baten in beeld kunnen zijn. De manier van monitoring van de effecten op

Zoals hiervoor al beschreven zeggen wij toe rond de 1ste begrotingswijziging 2026 met een verdere doorrekening van investeringen, kosten en baten te komen over de actielijnen. Bij punt 6 hebben wij al aangegeven dat we ook uitwerken op welke wijzen monitoring en rapportages zullen worden vormgegeven.

14 IJsselstein

Voor de actielijnen 1, 8 en 9 hangen inhoud, planning en uitvoering nauw samen met het traject Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt (SILW). SILW is leidend, want draagt bij aan de noodzakelijke randvoorwaarden, de actielijnen volgen. We verzoeken WIL om hierover actief af te stemmen met de ketenregisseur en de stuurgroep SILW.

Bij punt 12 hebben we aangegeven dat in onze ogen SILW niet leidend kan zijn, maar er sprake is van parallelle sporen en verantwoordelijkheden en we gezamenlijk er voor te zorgen hebben dat beide sporen elkaar versterken.

15 Lopik

Allereerst wil de raad de organisatie en met name het team inkomensondersteuning complimenteren met de inhaalslag van de opgelopen achterstanden. De doorlooptijden zijn in het laatste kwartaal aanzienlijk terug gelopen de raad hoopt dat deze trend wordt voortgezet in 2025.

Dank voor de complimenten voor de inhaalslag bij Inkomensondersteuning. In het kader van de Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL is hier ook intensief op ingezet.

16 Lopik

Met betrekking tot de hele begroting zien wij graag een kortere en meer leesbare versie van de begroting. Inhoudelijk en financieel stemmen wij in met de opgestelde begroting.

Wij constateren met de raden dat het wenslijk is dat de begroting korter wordt in de toekomst. Hiervoor hebben wij al aangegeven dat wij hier in de toekomst naar gaan kijken; zie punt 2.

17 Lopik

De raad waardeert de mogelijkheid om op diverse actielijnen onze zienswijzen te geven voordat de businesscases worden verwerkt in de begroting. Een aantal businesscases moeten verder uitgewerkt en voorgelegd worden aan het DB. - Actielijn 2: meer lokaal afgestemde dienstverlening De raad steunt de actielijn meer lokaal afgestemde dienstverlening maar vragen ons af of externe expertise noodzakelijk is waarvoor investering van €25.000,- nodig is. De raad denkt dat er voldoende expertise aanwezig is, denk aan regio beleidsadviseurs en in de uitvoering van de sociale teams. De raad ziet liever een investering voor de uitvoering, denk aan uitbreiding van fte in de sociale teams dan in de rol van projectleider. De raad vraagt WIL nogmaals te kijken naar de businesscase en deze te herzien. - Actielijn 3: digitalisering/automatisering dienstverlening

Wij zijn blij dat de raad akkoord gaat met de actielijnen zodat wij deze verder kunnen uitwerken richting het gesprek met de raad in oktober 2025 en de 1ste begrotingswijziging 2026 Bij de actielijnen 2 en 6 benoemt de raad dat zij van mening is dat interne inzet meer voor de hand ligt dan externe inhuur. Zoals ook al richting IJsselstein is geantwoord, betreft dit in onze ogen een uitvoeringsvraagstuk en de afweging hoe dit in te vullen is aan WIL zelf. Zie ook onder punt 12. Voor actielijn 5 geldt dat wij hiervoor reeds hebben beschreven dat de uitwerking reeds in volle gang is gezet, inclusief meer cijfermatige

10

Zoals in de zienswijze aangegeven is de raad voorstander van digitalisering en is dit noodzakelijk om efficiënt en lean te kunnen werken. Daarbij wordt aangegeven dat de expertise nu niet in huis is, De raad vraagt zich dan ook af of een projectleider / procesondersteuner van €25.000,- voldoende is. De raad ziet hier graag een grotere investering waardoor de raad niet voorzichtig maar daadkrachtig en efficiënt stappen kan maken. De raad vraagt WIL nogmaals te kijken naar de businesscase en deze te herzien. - Actielijn 5: harmonisatie van de minimaregelingen De raad steunt de inzet om de minimaregelingen eenvoudiger, toegankelijker en kosteneffectiever te maken. De voorgestelde harmonisatie de raad als een eerste stap. Graag ziet de raad dat op korte termijn wordt toegewerkt naar een verbeterde samenhang de minimaregelingen die door WIL worden uitgevoerd, uniform voor de gehele Lekstroom.

onderbouwing zodat de raden ondersteund worden bij de besluitvorming. De wens voor meer inzet op parttime werken en meer participatie leeft al langer bij de lokale werkteams en WIL. De urgentie is dan ook duidelijk. En die pakken we samen op de komende periode, in nauwe afstemming met de ketenregisseur SILW. Ten slotte hebben wij hiervoor al op meerdere plekken beschreven dat de afstemming tussen de actielijnen en SILW noodzakelijk is en in de praktijk al gerealiseerd wordt.

Daarbij vraagt de raad aandacht voor de financiële effecten voor Lopik. Daarnaast vindt de raad het belangrijk dat ruimte blijft voor maatwerk, zodat bijzondere situaties individueel kunnen worden beoordeeld. Daarnaast vinden wij duidelijke communicatie richting inwoners noodzakelijk, zodat zij goed geïnformeerd zijn over wat verandert en waar zij recht op hebben. De verdere uitwerking van de businesscases wacht de raad af. Op basis daarvan behoudt de raad zich het recht voor om aanvullende wensen of bedenkingen te formuleren. - Actielijn 6: meer eenvoud en vertrouwen in de uitvoering Zoals aangegeven in de zienswijze is de raad voor meer eenvoud en vertrouwen in de uitvoering. Daarbij blijft de raad aandacht vragen voor lean werken binnen de organisatie. - Actielijn 8: verbrede inzet op parttime werken Zoals in onze zienswijze aangegeven is de raad voorstander van het stimuleren van parttime werk. Dit is een van de speerpunten van het jaarplan in het lokaal werkteam IJsselstein-Lopik. De raad verwachten dan ook dat dit op kortere termijn kan plaatsvinden. - Actielijn 9: verbrede inzet op economische participatie Ook hier staat de raad volledig achter en wij kijken uit naar de businesscase. Naar ons idee kan dit niet los gezien worden van het traject Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt, wij zien dan ook graag een duidelijke samenhang in de uitgewerkte businesscase.

11

18 Nieuwegein

De raad kan instemmen met uw begroting. De raad is vooral tevreden over de verbetering van de financiële voordelen binnen de Ontwikkelagenda, met behoud van een kwalitatief goede en menswaardige dienstverlening. De raad kijkt uit naar verdere financiële verbetermogelijkheden. Hierbij plaatst de raad wel de kanttekening dat hij wenst dat WIL meer spoed maakt met het realiseren van haar plannen, dit in verband met ons project Sluitende Meerjarenbegroting, waar ook WIL onderdeel van is. Concreet wil de raad de verwerking van de maatregelen en de financiële effecten zien in de eerste of tweede begrotingswijziging 2026.

Wij zijn blij dat de raad kan instemmen met de begroting. Wij werken toe naar verwerking van de gehele Ontwikkelagenda in de 1ste of 2de Begrotingswijziging 2026 (dat laatste uiteraard alleen i.g.v. er nog zaken niet eerder meegenomen kunnen worden of te voorzien zijn). De urgentie tot snel handelen delen wij met de raad. Wat betreft de spoed die u vraagt zijn wij wel deels afhankelijk van het samenspel met uw eigen gemeente (lokale werkteam, beleidsteams werk en inkomen, armoede en schulden) en uw eigen besluitvormingsprocessen. We doen wat we kunnen, aan alle kanten. En we hebben er vertrouwen in dat we ver kunnen en zullen komen.

19 Nieuwegein

In datzelfde verband herhaalt de raad zijn verzoek in zijn zienswijze op uw Meerjarenbeleidsplan 2026-2028. De raad heeft WIL toen verzocht om aanvullende, kostenbesparende scenario’s, waaronder opties voor versobering van de minimaregelingen, ter bespreking voor te leggen aan de raad. In de reactie op de zienswijzen concludeert WIL dat er geen draagvlak is bij de raden om te komen tot een besluit over versobering (p. 107). Dit klopt, maar het verzoek aan WIL was om versoberingsopties te onderzoeken, niet om tot een besluit te komen. Het verzoek van de raad is niet in tegenspraak met de zienswijzen van de andere raden (van de vier raden hebben trouwens drie expliciet gevraagd om de uitwerking van besparings- en versoberingsopties). De raad herhaalt daarom -nu dringender- zijn verzoek aan WIL om kostenbesparende opties uit te werken en ter bespreking voor te leggen, zodat hij zich tijdig kan beraden over eventuele aanvullende besparingsopties.

Wij nemen nogmaals kennis van de wens van uw raad. Met de opmerking dat er eerder geen draagvlak was voor besluitvorming hebben wij niet bedoeld te zeggen dat de optie in de toekomst ook niet zou worden verkend. Gezien echter de opgave die bij WIL is belegd, ligt de prioriteit op dit moment bij het uitwerken van de door iedereen omarmde actielijnen uit de Ontwikkelagenda en SILW. Op een later moment verwachten wij ook de verkenning van de actielijn over de versobering op te kunnen pakken. Wat betreft uw laatste punt mag u van ons -als vanouds- verwachten dat wij blijven kijken op welke wijze WIL verder mee kan werken aan mogelijke besparingen in de balans met de opdracht en dienstverlening. Het is geenszins de bedoeling dat de Ontwikkelagenda het sluitstuk vormt. De hoogste prioriteit heeft momenteel echter waar te maken wat we samen

12

afgesproken hebben en nu voorligt in de Ontwikkelagenda WIL. 20 Nieuwegein

De raad ziet dat onze bijstandskosten stijgen, terwijl het aantal klanten daalt. Ook waren de afgelopen jaren de prognoses van het bijstandsvolume vrij ruim. De raad begrijpt dat de prognoses wellicht kloppen voor de andere gemeenten, maar voor Nieuwegein lijken ze niet passend. De raad verzoekt WIL daarom om -zo lang de prognoses in onze regio uiteenlopen- maatwerk toe te passen voor gemeente Nieuwegein bij het prognosticeren van de bijstandslasten, om zo grote verschillen tussen de begroting en de realisatie in het jaarverslag te voorkomen.

Wij streven naar een begroting die zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid aansluit. Ook wij hebben gezien dat dit recentelijk niet altijd zo is. Op grond van wat wij denken dat de oorzaak was/is, zijn we bezig met een herijking van ons begrotingsfundament. In de Turap 2025 verwachten wij in deze al een eerste stap te kunnen doorvoeren. Wij proberen dit voor alle 4 gemeenten te realiseren en niet alleen voor de gemeente Nieuwegein. Uw conclusie dat de kosten stijgen en het volume daalt en dat dat tegenstrijdig is/lijkt, is iets te kort door de bocht. We komen hier op een later tijdstip graag bij u op terug.

21 Nieuwegein

Voorts is de raad WIL erkentelijk voor het faciliteren van de gesprekken over de harmonisatie van de minimaregelingen middels onderzoeken en regionale raadsbijeenkomsten. De inhoudelijke reactie van de raad op dit onderwerp kan WIL in de nabije toekomst tegemoet zien, doch niet in deze zienswijze.

Graag gedaan. Wij zijn benieuwd naar uw zienswijze op dit onderdeel.

22 Nieuwegein

In de risicoparagraaf (p. 60) geeft WIL aan dat er een gemiddeld risico is dat er onvoldoende tijd zal zijn voor de voorbereiding en opvolging van Participatiewet in Balans. WIL verwacht daarentegen dat de overlap met de Ontwikkelagenda kansen biedt om dit risico te beheersen. Graag wordt de raad hiervan op de hoogte gehouden.

Uiteraard houden wij de raden op de hoogte van de wijze waarop wij de voorbereiding en implementatie van de Participatiewet in Balans aanpakken.

Conceptreactie op de zienswijze van de cliëntenraad op de ontwerp begroting 2026 Het bestuur stelt het op prijs dat de cliëntenraad weer een brede zienswijze op de ontwerp Begroting 2026 heeft opgesteld. Het bestuur heeft kennisgenomen van deze zienswijze. De zienswijze is in het reguliere overleg tussen Cliëntenraad en WIL besproken. De zienswijze van de cliëntenraad vormt voor nu geen aanleiding om begroting 2026 aan te passen. De Cliëntenraad adviseert positief over de begroting 2026 en onderschrijft de opdracht aan WIL voor 2026 en de jaren daarna. De kernwaarden van dienstverlening – vertrouwen, eenvoud en waar nodig maatwerk- blijven voor de Cliëntenraad leidend en worden van harte ondersteund. De eindconclusie van de Cliëntenraad is dan ook dat zij in de begroting 2026 duidelijke ambitie sen noodzakelijke stappen ziet om de dienstverlening toekomstbestendig te maken en de bestaanszekerheid van inwoners te versterken 13

Tegelijkertijd vraagt de Cliëntenraad aandacht voor: • de betaalbaarheid op de langere termijn • het borgen van maatwerk • het versterken van de uitvoeringskracht Wij waarderen de positieve en constructieve zienswijze van de Cliëntenraad; ook de aandacht voor een aantal gedeelde punten Het bestuur gaat hierover dan ook graag met de Clientenraad in gesprek in het najaar. Zienswijze/wens Cliëntenraad

Reactie Bestuur

A

Economische participatie en financiële urgentie Investeren in economische participatie, zowel binnen WIL als organisatie breed binnen WerkwIJSS, is essentieel om cliënten perspectief te bieden op een financieel gezondere toekomst. De procentuele toename (2%) van de financiële programmalijnen in de periode tot en met 2029 ten opzichte van 2025 vraagt echter om een urgentiebesef en kostenbeheersing. Ook de toenemende aantallen cliënten en toenemende gemiddelde uitkeringsbedragen zijn zorgelijk. Hoe verklaarbaar ook, deze structurele stijging zet het systeem op langere termijn onder druk en kan leiden tot een onhoudbare situatie De Cliëntenraad benadrukt daarom het belang van effectieve bemiddeling naar werk en het ruimhartig inzetten van loonkostensubsidies en is dus een grote supporter van SILW. De spinnenwebben van Berenschot laten zien dat er in de cliëntenportefeuille nog aanzienlijke bemiddelbare potentie zit.

Wij zien in de opmerkingen van de Cliëntenraad een ondersteuning van de inzet die we met deze Begroting schetsen.

B

Maatschappelijke opdracht en harmonisatie De maatschappelijke opdracht van de Lekstroom gemeenten om bestaanszekerheid van inwoners te versterken wordt onderschreven. De Cliëntenraad ziet kansen in de harmonisatie van minimaregelingen, wat op termijn tot kostenbesparing leidt. Ook roept de Cliëntenraad op tot versnelde implementatie van de ICT-toepassingen. De initiële investeringen resulteren op termijn in een meer doelmatige en efficiënte dienstverlening.

Wij zien dat de Cliëntenraad de inzet van onze Begroting op de maatschappelijke opdracht deelt. Dat is geen verrassing na de gesprekken die wij met de Cliëntenraad hierover hebben gevoerd.

C

Drie pijlers onder de dienstverlening De Cliëntenraad staat volledig achter de 3 pijlers in de huidige en toekomstige dienstverlening 1. De leefwereld van de client staat centraal, niet het systeem 2. Er is sprake van een hybride klantbeeld, met beperkte zelfredzaamheid en vaak multiproblematiek. 3. Financiële bestaanszekerheid is het belangrijkste uitgangspunt.

We lezen een bevestiging van het belang van de pijlers die we met het Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 hebben ingezet.

14

D

Ontwikkelagenda WIL 2026 De voorgestelde ontwikkelagenda wordt door de Cliëntenraad volledig onderschreven. De financiële impact voor 2026 wordt al logische en realistisch beschouwd, mede gezien de positieve effecten voor cliënten. Een goed voorbeeld is de ambtshalve toekenning van de IIT-toeslag. Hierdoor kunnen cliënten zelf een buffer opbouwen en worden aanvragen voor Bijzondere Bijstand voor duurzame goederen mogelijk overbodig. Dit stelt gemeenten in staat om het beroep op Bijzondere Bijstand en andere voorzieningen af te bouwen zonder dat cliënten er op achter uitgaan. Wel blijft maatwerk altijd noodzakelijk.

Dat de Cliëntenraad de Ontwikkelagenda WIL onderschrijft is een bevestiging dat we inzetten op de goede zaken die de inwoner, dienstverlening en financiën in een betere balans gaan brengen.

E

Programma Inkomen De maatschappelijke opdracht wordt onderschreven. De Cliëntenraad constateert in de praktijk dat inwoners vaak niet weten waar ze terecht kunnen met vragen en/of problemen. Intensievere samenwerking met ketenpartners binnen de vier gemeenten is daarom cruciaal. De voorgestelde actiepunten in 2026 kunnen op volledige steun van de Cliëntenraad rekenen. De aanpassingen ten opzichte van de meerjarenbegroting 2026-2028 en Kaderbrief worden als realistisch beschouwd.

Wij delen met de Cliëntenraad dat een belangrijke opgave is om te zorgen dat onze inwoners weten waar zij terecht kunnen met vragen of voor ondersteuning. Wij zoeken hiervoor inderdaad de samenwerking met onze (lokale) samenwerkingspartners.

F

Programma Werk De Cliëntenraad ziet hier de grootste maatschappelijke opgave. Er is nog veel onbenut arbeidspotentieel, met name in parttime werk en beschut werk. De inzet van ICT-toepassingen zoals mijn WIL, ruimere toepassing van loonkostensubsidie en intensivering van beschut werk zijn naar de mening van de Cliëntenraad onmisbaar. Daarbij is het van belang dat de financiële voordelen van werken ook daadwerkelijk merkbaar zijn voor de client. Dit vraagt aandacht voor het wegvallen van aanvullende regelingen zoals de IIT-toeslag of vrijstellingen van lokale lasten of lager uitvallen van de toeslagen. De Cliëntenraad pleit dan ook voor een overgangsregeling . De mogelijkheden tot ontheffing van de sollicitatieverplichting bij lokale werkteams wordt gesteund, mits dit gebeurt op basis van een doordacht plan en in samenwerking met andere teams en in afstemming met de client.

Net als de Cliëntenraad zien wij een grote opgave bij het programma Werk. De ontwikkelingen rondom SILW en de ontwikkelagenda komen doen naar onze mening recht aan het belang van dit programma. Uiteraard hebben wij oog voor de armoedeval als een client aan het werk gaat. Dit vindt ook deels zijn plek in de Ontwikkelagenda bij bijvoorbeeld de actielijn parttime inkomen.

G

Programma Inkomensondersteuning De Cliëntenraad herkent de problematiek van armoede en schulden, die vaak samengaan met werkloosheid. Maatwerk, aanvullende regelingen, schuldhulpverlening en ondersteuning bij budgetbeheer zijn essentieel. De Cliëntenraad pleit voor voortzetting en uitbreiding van de businesscase rondom bewindvoering binnen WIL zelf. In de huidige praktijk buiten WIL ontstaan namelijk steeds meer excessen, waarbij clienten niet adequaat geholpen worden en

Wij werken aan de opvolging/verlenging van de businesscase bewindvoering. Dit krijgt in het najaar van 2025 een vervolg met besluitvorming over de mogelijke voortzetting.

15

bewindvoering soms commercieel wordt ingezet zonder oog voor het welzijn van de client. Daarnaast roept de Cliëntenraad op tot meer transparantie rondom het gebruik van Bijzondere Bijstand en minimaregelingen per gemeente. De huidige cijfers laten opvallende verschillen zien in gemiddelde uitgaven per persoon. De Cliëntenraad verzoekt deze grote verschillentussen de Lekstroomgemeenten mee te nemen in de harmonisatie minimaregelingen. H

Paragraaf financien De cliëntenraad begrijpt dat WIL geen eigen vermogenspositie kan of mag opbouwen. Tegelijkertijd vraagt de Cliëntenraad zich af of het mogelijk is om binnen wettelijke kaders een beperkte reserve op te bouwen. Sterker nog, het is verstandig om voldoende financiele ruimte te reserveren voor onvoorziene ontwikkelingen en die zijn er zoals bekend meer dan genoeg. Lees de verschillende begrotingswijzigingen gedurende de afgelopen jaren. Dit zou kunnen bijdragen aan het opvangen van jaarlijkse begrotingswijzigingen en het beperken van administratieve lasten en besluitvorming. Een stabieler financieel profiel kan bovendien bijdragen aan het vertrouwen van de vier gemeenteraden in de uitvoeringsorganisatie.

Wij denken dat met de harmonisering en , vooral, het herontwerp minimaregelingen het geschetste verschil tussen gemeenten grotendeels zal verdwijnen. En misschien nog belangrijker, dat we daardoor werken aan een gebalanceerd en toekomstbestendig minimabeleid. Het bestuur onderzoekt op dit moment de mogelijkheden en wenselijkheid van een reservevorming. Afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning zal het bestuur mogelijk met een voorstel hiervoor komen. Dit kan mogelijk een plek krijgen in de Kaderbrief 2027 en daaropvolgend de Begroting 2027.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=033bb198-eeb9-4814-a04d-6a5999e4284d