Bijlage 2b HOUTEN_Prins Bernhardweg 40_QS-Geanonimiseerd Quick Scan Flora en Fauna
Tekst van het document
Quick Scan Flora & Fauna Rapportage beschermde planten- en dieren
Onderzoekslocatie Prins Bernhardweg 40 3991 DE Houten In opdracht van JME Vastgoed B.V., Houten
De groene oplossing voor uw bouw- en boomprojecten
Rapport QS-102-2024
© Grofalex, Houten 2024 Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier onderhavige onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving van de Omgevingswet. Het onderzoek is een momentopname en geeft een deskundige inschatting van de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Grofalex accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek neemt. Grofalex kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, opgenomen in deze rapportage. De opdrachtgever vrijwaart Grofalex voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
2
Gegevens Opdrachtgever Naam: Adres: Plaats:
JME Vastgoed B.V. Het Kant 49 3995 DZ Houten
Dossiergegevens Dossiernummer: Referentie: Datum rapportage: Titel:
QS-102-2024 Prins Bernhardweg 40, Houten 01-10-2024 Quick Scan Flora en Fauna -Prins Bernhardweg 40, Houten
Projectteam Projectverantwoordelijke: Vakspecialist(en): Controle: Redactie:
De groene oplossing voor uw bouw- en boomprojecten
Koningin Emmaweg 94, 3991 BL Houten | info@grofalex.nl | +31 6 21807063 | www.grofalex.nl KVK Utrecht 30250921 | Btwnr. | IBAN NL52ABNA0603929966 3
Inhoudsopgave 1. Inleiding..........................................................................................................
6
2. Bescherming flora en fauna............................................................................
7
3. Situatie en plannen.........................................................................................
9
4. Werkwijze...................................................................................................... y Vleermuizen........................................................................................ y Bescherming vogelsoorten..................................................................
11 13 14
5. Beschermde gebieden.................................................................................... y Natura 2000........................................................................................ y Natuurnetwerk Nederland..................................................................
15 15 16
6. Mogelijk aanwezige soorten..........................................................................
17
7. Uitgesloten soorten........................................................................................
23
8. Conclusie.......................................................................................................
24
9. Contact..........................................................................................................
26
10. Algemene voorwaarden...............................................................................
27
11. Geraadpleegde bronnen................................................................................
28 4
12. Verboden Omgevingswet | flora & fauna......................................................
29
13. Foto’s locatie.................................................................................................
30
5
1. Inleiding Aanleiding en doel In opdracht van JME Vastgoed B.V. heeft ecologisch adviesbureau Grofalex een Quickscan Flora & Fauna uitgevoerd aan het plangebied Prins Bernhardweg 40 (zie pag. 9 voor globale ligging). Dit onderzoek is aangevraagd in verband met het voornemen om aanpassingen te doen aan het gebouw. Voor aanvang van bouw-, renovatie- of sloopwerkzaamheden is het van belang rekening te houden met de wettelijke vereisten die voortvloeien uit de Omgevingswet met betrekking tot beschermde planten- en dierensoorten. Initiatiefnemers moeten bij ruimtelijke ingrepen o.a. rekening houden met deze aanwezige natuurwaarden. Voordat dergelijke ingrepen gepland en uitgevoerd worden is het noodzakelijk om te achterhalen welke beschermde flora en fauna (potentieel) voorkomen in het plangebied. Het doel van deze Quickscan is te onderzoeken of er mogelijk wettelijke beschermde soorten op bovengestelde locatie aanwezig kunnen zijn. Zo wordt duidelijk of er door de voorgenomen werkzaamheden (negatieve) effecten kunnen optreden op beschermde soorten en hoe er gehandeld dient te worden zonder de bepalingen van de Omgevingswet te overtreden. Grofalex heeft het veldwerk op de planlocatie uitgevoerd op 19-08-2024 en op 27-09-2024. De aanleiding voor dit extra bezoek is uitgevoerd om een duidelijker beeld van de bestaande situatie weer te geven. Dit op verzoek van RUD Utrecht.
De foto’s en onderbouwing zijn verduidelijkt. Onderzoeksvragen y y y
Zijn beschermde soorten mogelijk aanwezig in het plangebied? Wat is de waarde van het plangebied voor beschermde soorten? Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om overtreding van de Omgevingswet te voorkomen? 6
2. Bescherming flora en fauna Omgevingswet De Omgevingswet (OW) brengt regelgeving over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water samen in een wettelijk stelsel. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb), waarin beschermde planten- en dierensoorten die in Nederland voorkomen worden beschermd, in het stelsel van de Omgevingswet opgegaan. Ten tijde van de aanvraag van het onderzoek was de Wnb nog van kracht. Het onderzoek zelf heeft plaatsgevonden in 2024 en daardoor is het rapport geschreven naar de bepalingen van de OW. De bepalingen van o.a. voorheen de Wet natuurbescherming zijn beleidsneutraal overgegaan in de Omgevingswet, het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Onder het nieuwe stelsel kunnen geen vrijstellingen en ontheffingen meer worden verleend. Voor al deze activiteiten dient nu, in beginsel, een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Het verlenen van een omgevingsvergunning mag alleen als: y de activiteit nodig is vanwege bepaalde belangen; y geen andere bevredigende oplossing mogelijk is; y de activiteit niet nadelig is voor de gunstige staat van instandhouding van populaties.
Het omgevingsrecht kent ten aanzien van de bescherming van soorten drie verschillende beschermingsregimes: y soorten als aangemerkt in de Vogelrichtlijn; y soorten als aangemerkt in de Habitatrichtlijn; en y soorten aangemerkt in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) De Omgevingswet kent, in het kader van de soortenbescherming, een vergunningstelsel. In afdeling 11.2 van het BAL is bepaald welke flora- en fauna-activiteiten vergunningplichtig zijn. Initiatiefnemers dienen hun projecten of activiteiten uit te voeren met een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit, tenzij is bepaald dat de activiteit vergunningvrij mag worden uitgevoerd. De bevoegdheid tot vergunningverlening komt over het algemeen toe aan de Provincie, of in gevallen van nationaal belang, aan de Minister van Natuur & Stikstof. Initiatiefnemers van een ruimtelijke ingreep of een andersoortige activiteit dienen steeds te beoordelen of voor de gewenste activiteit een omgevingsvergunning vereist is, of deze vergunningvrij kan worden uitgevoerd, al dan niet gebruikmakend van een gedragscode. Is de voorgenomen activiteit vergunningplichtig, dienen initiatiefnemers een omgevingsvergunning aan te vragen. Indien ze deze omgevingsvergunning niet aanvragen of deze bij aanvraag niet verkrijgen, dan zullen voorgenomen activiteiten niet uitgevoerd kunnen worden. 7
2. Wettelijke bescherming - vervolg Zorgplicht In artikel 11.27 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL), is de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren vastgelegd: “Diegene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht, en weet of redelijkerwijs kan vermoeden, dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: y alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; y voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en y als gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt; deze specifieke activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.” Bovenstaand verplicht initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen of andersoortige activiteiten, om voorafgaand aan de uitvoering of realisatie, zich op de hoogte te stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid van die natuurwaarden en de mogelijke gevolgen van hun handelen op deze natuurwaarden.
De vereiste onderzoeksplicht en daarbij zorgvuldigheid ligt bij de initiatiefnemer(s). Zij dienen ook reeds bij de voorbereiding van geplande activiteiten oog te hebben voor de bescherming van de natuurwaarden en tijdens de uitvoering scherp te letten op voorkoming of ongedaan making van nadelige effecten op aanwezige natuurwaarden. Als er een activiteit voorgenomen is of plaatsvindt, dient onderzoek te worden uitgevoerd om vast te kunnen stellen of er sprake is of kan zijn van een overtreding van een van de verboden uit de beschermingsregimes. De grondslag daarvan is gelegen in de zorgplicht, vastgelegd in artikel 11.27 van het BAL. Een Quickscan geeft een goed indicatie van de mogelijk aanwezige (beschermde) dier- en plantensoorten in het plangebied in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden. De Quickscan is een eerste verkennende inventarisatie, waarbij de meest recente beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten worden verzameld uit (natuur)databanken. Daarnaast wordt een veldbezoek op het plangebied uitgevoerd, waarbij gelet wordt op potentieel aanwezig habitat voor soorten. Er wordt gekeken of de plannen mogelijk in overtreding zijn met de bepalingen van de Omgevingswet, bijv. doordat negatieve effecten optreden op beschermde flora- en faunasoorten. Ook wordt duidelijk of een aanvullend onderzoek op het plangebied noodzakelijk is. 8
3. Situatie en plannen Plangebied In de buurt van het oude dorpscentrum in Houten bevindt zich het plangebied van Prins Bernhardweg 40. Het betreft een vrijstaande woning van 275 m2 met een perceeloppervlakte van 848 m2. De tuin bestaat hoofdzakelijk uit een grasperk met enkele struwelen als struiken en hagen. De stenen oprit vormt een weg richting de opslagschuur en het stenen terras rondom de woning. De woning zelf heeft een spouwmuur met een zadeldak die aan de achterzijde kort afloopt.
9
3. Situatie en plannen | vervolg Voorgenomen plannen De opdrachtgever heeft het voornemen om de woning in zijn geheel te slopen en hiervoor vijf nieuwe woningen terug te bouwen.
10
4. Werkwijze Verkennend onderzoek De Quick Scan is een verkennend onderzoek naar het voorkomen van beschermde flora en fauna en de ligging van beschermde gebieden ten opzichte van het plangebied. Het onderzoek bestaat uit twee delen: y Bronnenonderzoek: Onderzoek naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden, alsmede de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, waarop het project van invloed kan zijn. y Veldonderzoek: Bezoek van de locatie (in het veld) om vast te stellen of er mogelijk beschermde soorten en/of geschikt habitatgebied aanwezig kunnen zijn. Beide delen worden in deze rapportage uiteengezet.
11
4. Werkwijze | vervolg Bronnenonderzoek In het bronnenonderzoek (ook wel bureauonderzoek) wordt gekeken naar soorten die vallen onder de bescherming van de Omgevingswet en gebiedslijsten met doelsoorten. De soorten zijn nationaal beschermd of hebben een bescherming binnen de Europese Unie. Treden door het werk negatieve effecten op, of worden verbodsbepalingen van de Omgevingswet overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, te verzachten of te compenseren, om zo binnen de kaders van de Wet te blijven. Bronnen Er worden diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding van de beschermde soorten in en rond het plangebied. Afhankelijk van het project worden specifieke databanken geraadpleegd en wordt nagegaan of in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen in, of zeer dichtbij het plangebied. Hierbij wordt gebruik gemaakt van atlasblokken. Deze gegevens hebben veelal betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied.
Aan de hand van de resultaten van het bronnenonderzoek wordt een inschatting gemaakt of, en welke soorten in het plangebied mogelijk kunnen voorkomen. Deze gegevens worden meegewogen tijdens het veldbezoek. Daarnaast worden ook de databases van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provinciale websites geraadpleegd die de ligging van beschermde gebieden ten opzichte van de onderzoekslocatie weergeven. Veldonderzoek Het veldonderzoek is een momentopname. Naar aanleiding van de uitkomsten van de bureaustudie is bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat in het plangebied. Het bezoek aan het plangebied is uitgevoerd om te bepalen in hoeverre de soorten vanuit de bureaustudie kunnen voorkomen in relatie tot het beschikbare habitat. Verder wordt het habitat van het plangebied beoordeeld op beschermde soorten die er eventueel zouden kunnen voorkomen. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). De hierna beschreven groepen zijn gewogen en opgetekend.
12
4. Werkwijze | vervolg Vleermuizen Alle vleermuizen en hun verblijven zijn strikt beschermd. Het is verboden de dieren te vangen, doden of verstoren en hun vaste rusten voortplantingsplaatsen ontoegankelijk te maken of te vernielen. Wanneer een soort of verblijfplaats op de locatie van een bouwproject voorkomt, is vrijwel altijd een Omgevingsvergunning nodig. In de Quickscan wordt in eerste instantie vooral gekeken naar de potenties voor vleermuizen, zoals spouwmuren, mogelijkheden om in spouwmuren te komen, via open stootvoegen, de aanwezigheid van dakbeschot, type dak, daktrimmen met openingen, toegang tot zolders, achter roosters, luiken, achter gevelbeplating of boeidelen, in balkonvloeren, etc. Dergelijke locaties kunnen worden gebruikt als kraamverblijf, balts-/paar-verblijf en/of overwinteringsplaats voor verschillende soorten vleermuizen. Daarnaast wordt onderzocht wordt of er holten, spleten en losse schors van bomen op het plangebied zijn, die als verblijfplaats kunnen dienen. Tevens wordt gekeken naar de mogelijkheden van gebouwen of gebied met functionaliteit voor foerageergebied of belangrijke vliegroutes voor vleermuizen. 13
4. Werkwijze | vervolg Bescherming vogelsoorten Alle van nature in het wild levende vogels, hun eieren, nesten en rustplaatsen zijn beschermd. Het is verboden de dieren te vangen, doden of verstoren en hun eieren, nesten en rustplaatsen weg te nemen of vernielen. De Omgevingswet Vogelrichtlijn maakt onderscheid tussen vogelsoorten waarvan de nestlocaties het gehele jaar door beschermd zijn of alleen tijdens het (actieve) broedseizoen van de soort. Bijv. vanwege de mogelijkheid van een vogel om zelf een nest te kunnen maken, maar ook met de staat van de instandhouding van de soort. De wet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond Jaarrond beschermd: Binnen de soortgroep broedvogels wordt in eerste instantie gekeken naar de mogelijkheden die het gebouw of plangebied biedt, of kan bieden, aan jaarrond beschermde vogelsoorten en hun nesten. Veel voorkomende soorten in huizen/gebouwen uit deze groep zijn de huismus, gierzwaluw, kerkuil en steenuil. In sommige plangebieden kunnen dit soms ook o.a. de ooievaar, buizerd, havik, torenvalk, ransuil, bosuil en grote gele kwikstaart zijn.
Voor werkzaamheden die negatieve effecten geven op vogelsoorten waarvan de nestplaatsen jaarrond zijn beschermd is een Vergunning vereist.
Niet jaarrond beschermd: Daarnaast wordt er met name gekeken naar de mogelijkheden voor algemene broedvogelsoorten als voortplantingsplaats en mogelijk foerageergebied. Algemene broedvogelsoorten zijn alleen beschermd in dit verband wanneer er sprake van een nest met eieren en/of jongen binnen het plangebied. Als richtdata voor het broedseizoen wordt aangegeven 15 maart tot 15 augustus. Buiten het broedseizoen zijn de nesten voor deze soorten niet beschermd, aangezien deze soorten goed in staat zijn zelf opnieuw een nest te bouwen. Voor het broedseizoen staat echter in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Vogelsoorten zoals de blauwe reiger en de bosuil beginnen al in februari te broeden en bepaalde (zang)vogels broeden nog in augustus. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Moerasvogels en andere watervogels broeden meestal tussen 1 april en 15 augustus. Nesten en eieren zijn gedurende de hele broedperiode wettelijk beschermd, vanaf het eerste takje, tot het uitvliegen van het laatste jong. Het is vooral van belang of er daadwerkelijk gevallen van voortplanting binnen het plangebied aanwezig zijn of niet. Overtreding van de Omgevingswet mbt vogelrichtlijn bij bouw- en renovatiewerkzaamheden kan deels worden voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.
14
5. Beschermde gebieden Natura 2000 Natura 2000 is het samenhangende netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie, aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. De meest dichtbijgelegen gebieden zijn de Oostelijke Vechtplassen [A] en de Uiterwaarden van de Lek [B], hemelsbreed op zo’n 12,5 km afstand van het plangebied. Kolland & Overlangbroek [C] ligt op 14,5 km afstand van het plangebied. Er is geen sprake van aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door mogelijk negatieve effecten van voorgenomen werkzaamheden.
A
B C Ligging t.o.v. natura 2000
15
5. Beschermde gebieden | vervolg Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (groen op kaart) is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Het plangebied ligt niet in NNN-gebied. Het meest dichtbijgelegen natuurnetwerk is hemelsbreed zo’n 1,6 km verwijderd van het plangebied. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op dit gebied. De gebruiksfunctie en intensiviteit van het gebruik van het plangebied verandert niet en de benodigde werkzaamheden vinden plaats binnen bestaande bebouwing en verharding. Voorgenomen werkzaamheden in dit stedelijk gebied leiden niet tot aantasting van de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden van enig beschermd gebied.
Ligging t.o.v. NNN gebied
16
6. Mogelijk aanwezige soorten huismussen Huismussen en hun nestlocaties zijn het gehele jaar rond beschermd. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen (foerageergelegenheid) zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is. Ongeveer 70% van de huismussen broedt in stedelijk gebied en de overige 30% in agrarisch gebied. Behoud van kolonies in stedelijk gebied is essentieel voor het behoud van de huismus. Uit bronnenonderzoek is naar voren gekomen dat de huismus voorkomt in de omgeving van de onderzoekslocatie. Huismussen zijn koloniebroeders, waardoor er op één locatie meerdere nestplaatsen aanwezig zullen zijn. Het zijn uitgesproken standvogels, die zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. De habitat van de huismus moet voldoen aan een combinatie van een aantal belangrijke elementen, die ook nog eens binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbronnen) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbronnen) van elkaar moeten liggen. De habitat moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en
juveniele huismussen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop, bamboe), plekken voor stofbaden en drinkwater. Ontbreekt één van deze functie’s of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt voor huismussen. Huismussen zijn sociale dieren: broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden. De huismus broedt in kolonieverband onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus. Soms meerdere legsels per seizoen. Nestbouw begint al in maart. Ook buiten de broedperiode wordt het nest gebruikt als rustplaats. Huismussen zijn beschermd in de Omgevingswet onder de Vogelrichtlijn. Ook de nestlocaties van huismussen zijn het gehele jaar beschermd. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Het is verboden nesten van huismussen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Ook mogen aanwezige nestlocatie’s niet ontoegankelijk gemaakt worden. Er is in de directe omgeving voldoende groen aanwezig (leef- en foerageergebied) waarin de huismus naar voedsel kan zoeken en kan rusten of schuilen. 17
6. Mogelijk aanwezige soorten | vervolg De woning heeft een zadeldak bedekt met holle dakpannen. Onder de goot aan de voor- en achterzijde is vogelwering aangebracht; huismussen kunnen hierdoor niet op de goot hippen en onder de dakpannen kruipen. Er worden hier geen (kolonie) huismussen met vaste rust- en voortplantingsplaatsen onder pannen of op dakbeschot verwacht. Tijdens het veldbezoek zijn er geen huismussen in de dakgoten gezien in het plangebied en de nabije omgeving. Door de vogelwering is het niet mogelijk voor de soort om te nestelen onder de dakpannen. Met de voorgenomen plannen worden geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van huismussen verstoord en/of vernietigd. Er is hier geen overtreding van de Vogelrichtlijn (Omgevingswet) m.b.t. huismussen.
Vogelwering onder dakpan
18
6. Mogelijk aanwezige soorten | vervolg gierzwaluwen Uit bronnenonderzoek blijkt dat de gierzwaluw voorkomt in het plangebied. Gierzwaluwen brengen het grootste deel van hun leven door in de lucht, maar maken in bebouwing hun nest tijdens het broedseizoen. Gierzwaluwen zijn koloniebroeders, afhankelijk van het aanbod van nestgelegenheid. Ze leven met meerdere koppels samen en gebruiken vaak jaren achtereen dezelfde nestplaats. De soort broedt onder dak- of nokpannen, in donkere holten of achter dakgoten. Gierzwaluwen mogen niet worden gedood, gevangen of opzettelijk worden verjaagd. Hun nestlocaties zijn jaarrond beschermd. De kant- en nokpannen liggen dicht gesloten tegen de zijgevels aan en grotendeels in het cement, waardoor er geen holtes voor gierzwaluwen zijn om onder te nestelen. Gaten die zijn ontstaan door kapotte kantpannen of afgebrokkeld cement, zijn opgevuld met foam. Daarnaast is onlangs bekend geworden dat de Houtense brandweer de woning wekelijks gebruikt voor trainingen. Deze overlast maakt dat de aanwezigheid van gierzwaluwen niet wordt verwacht. Met het slopen van de woning en dus het verwijderen van het pannendak kunnen geen negatieve effecten op de vaste rust- en voortplantingsplaatsen van gierzwaluwen optreden, omdat deze niet aanwezig zijn. Er is dan ook geen overtreding van de Vogelrichtlijn van de Omgevingswet, voor gierzwaluwen. 19
6. Mogelijk aanwezige soorten | vervolg vleermuizen Uit het bronnenonderzoek kwam naar voren dat er een aantal soorten vleermuizen voorkomen in en rondom het plangebied, namelijk n gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baard- of brandtsvleermuis en de rosse vleermuis. Al deze soorten kunnen in bebouwing en boomholtes vaste plaatsen hebben om te rusten of zich voort te planten. Bomen en omliggend groen kan dienst doen als vliegroute en/of foerageergebied. Vleermuizen en verblijfplaatsen zijn beschermd in de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming) onder de habitatrichtlijn. De woning heeft aan de rechterzijde vanaf voor gezien een viertal open stootvoegen boven het raamkozijn. De open stootvoegen zijn visueel gecontroleerd met een zaklamp. Vleermuizen kunnen deze echter niet binnengaan, aangezien deze ontoegankelijk zijn door een foam dat in de spouw aanwezig is, oud bouwvuil en cementresten. Ook het dak is niet toegankelijk via de goot of dakpannen, vanwege vogelwering. Verder zijn er geen andere kieren en gaten in het dak waargenomen waar vleermuizen onder kunnen kruipen. Zoals benoemd is onlangs bekend geworden dat de Houtense brandweer de woning wekelijks gebruikt voor trainingen. Bij de trainingen wordt gebruik gemaakt van oefenrook, vuur simulatie en soundboxen.
Met het oog op deze trainingen kan gesteld worden dat de woning intensiever gebruikt wordt dan bij normaal woongebruik en dus voor meer overlast zorg in de vorm van geluid en beweging. Deze overlast maakt dat de dieren niet gauw zoeken naar een verblijfplaats in de woning. De sloopwerkzaamheden geven geen negatieve effecten (verstoring/vernietiging) op vleermuizen en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen, omdat deze plekken niet in de woning aanwezig zijn. Er is geen overtreding van de Habitatrichtlijn (OW) m.b.t. vleermuizen. 20
6. Mogelijk aanwezige soorten | vervolg Foerageergebied
Verblijfplaatsen in bomen
De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden als foerageergebied door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. De voorgenomen plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk of essentieel foerageerhabitat vormen. In de directe omgeving is gelijkwaardig of meer geschikt foerageergebied in voldoende mate voor vleermuizen aanwezig, die hier naar kunnen uitwijken (bijv. bij groengebieden langs de rondweg).
Bomen kunnen dienen als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten zoals watervleermuizen, ruige dwergvleermuizen en rosse vleermuizen. Er zijn geen bomen op het plangebied die deel uit maken van de werkzaamheden. Verstoring van vaste rusten voortplantingsplaatsen van vleermuizen in nabij gelegen bomen wordt niet verwacht.
Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Op of langs de onderzoekslocatie zijn echter geen essentiële vliegroutes aangezien dergelijke lijnvormige verbindingselementen ontbreken. De werkzaamheden geven geen verwachte negatieve effecten op vliegroutes.
21
6. Mogelijk aanwezige soorten | vervolg Algemene broedvogelsoorten
Aanwijzing
Binnen een straal van 2 km van de planlocatie zijn onder andere de ekster, merel, kauw, boomkruiper en de houtduif gezien (NDFF 2020-2024). In de struiken op het plangebied zijn tijdens het veldonderzoek geen nesten, sporen of individuen van deze soorten aangetroffen.
Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogelsoorten wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Struiken en bomen vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Zijn de vogels aan het broeden, dan mogen zij niet verstoord worden. Ook het verwijderen van de nesten is dan een overtreding van de Omgevingswet (vogelrichtlijn).
Indien bovenstaand onmogelijk blijkt en de beoogde werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden opgestart of uitgevoerd, dient het gebied voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden (schouw) door een ecoloog of deskundige. Neem voor deze schouw tijdig contact op met Grofalex. Let op Er is hier een risico: Indien de schouw een actief broedgeval aantoont, kunnen werkzaamheden op en rond deze nestlocatie mogelijk geen doorgang vinden en zullen eventueel uitgesteld of verplaatst moeten worden.
22
7. Uitgesloten soorten Overige zoogdieren
Vissen
Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging wordt de aanwezigheid van overige grondgebonden zoogdieren niet verwacht. Er is geen open verbinding met meer bosachtige structuren. Het plangebied is stedelijk, voor overige zoogdieren geen geschikt habitat.
Door het ontbreken van oppervlaktewater op het plangebied worden negatieve effecten op vissen uitgesloten.
Overige vogels Gedurende het verkennend veldonderzoek zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor overige vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. Het gebouw heeft geen geschikte mogelijkheden voor andere soorten vogels om in te verblijven. Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging kan de aanwezigheid van amfibieën volledig worden uitgesloten op het plangebied. Werkzaamheden vinden enkel plaats op verharding en een gazon binnen stedelijk gebied.
Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen en de verspreiding van reptielen, kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen worden daarom uitgesloten. Ongewervelden Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (bijv. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden worden uitgesloten. Beschermde planten Er zijn geen beschermde planten waargenomen. Het plangebied heeft enkel een gazon met inheemse struiken.
23
8. Conclusie Uitkomsten Beschermde gebieden Zijn er beschermde soorten aanwezig in het plangebied? Huismussen, gierzwaluwen, vleermuizen kunnen potentieel vaste rust- en voortplantingsplaatsen hebben in of rondom het plangebied. Al deze soorten, maar ook hun verblijfsplaatsen zijn beschermd in de Omgevingswet, onder de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Wat is de waarde van het plangebied voor beschermde soorten? Voor huismussen heeft het gebouw geen waarde. Er is vogelwering aangebracht aan de onderzijde van de dakpannen wat de toegang om te nestelen belemmert. Huismus-activiteit is niet waargenomen. De kant- en nokpannen zijn niet toegankelijk voor gierzwaluwen, omdat deze strak tegen de zijgevels liggen of afgedekt met foam. Ook voor vleermuizen heeft het gebouw geen waarde, omdat de open stootvoegen ontoegankelijk zijn voor vaste rust, verblijfs- en voortplantingsplaatsen door foam en oud bouwvuil. De brandweeractiviteiten zorgen bovendien voor overlast dat de dieren verjaagd. Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk in het kader van de Omgevingswet? Met de voorgenomen sloopwerkzaamheden gaat er geen leefgebied of vaste rust, verblijfs- en voortplantingsplaatsen van huismussen, gierzwaluwen of vleermuizen verloren. Er is hiermee geen overtreding van de Omgevingswet en dus geen ontheffing nodig.
Gelet op de afstand tot Natura 2000 gebieden en het soort uit te voeren werkzaamheden wordt uitgesloten dat negatieve effecten optreden op beschermde gebieden.
Conclusie Woning | perceel Prins Bernhardweg 40 3991 DE Houten y Geen nader onderzoek nodig y Geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen beschermde dier- en plantensoorten y Geen ontheffing nodig 24
8. Conclusie | vervolg Advies
Let op
Gebaseerd op de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek kan gesteld worden dat voorgenomen plannen geen overtreding geven van de Omgevingswet wat betreft beschermde flora en fauna indien deze worden uitgevoerd als in dit rapport geadviseerd.
Een zorgplicht blijft onverkort van kracht; een ieder moet voldoende zorg in acht nemen en rekening houden met alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving. Werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor planten en dieren en hun leefgebied, moeten worden voorkomen, worden beperkt of worden gecompenseerd.
Negatieve effecten op vaste rust- en voortplantingsplaatsen van beschermde soorten of op mogelijk aanwezige functie’s van het gebied worden met het voornemen niet verwacht. Het is aan te bevelen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart - augustus) uit te voeren.
Bij twijfel of voor advies, neem contact op met Grofalex; bel 06 21807063 of mail naar info@grofalex.nl.
Schouw Is werken buiten het broedseizoen niet mogelijk, schakel dan tijdig een deskundige in voor een schouw, waarbij het plangebied wordt geïnspecteerd op actieve broedgevallen. Is dit het geval, neem dan tijdig contact op met Grofalex.
25
9. Contact Vragen? Zijn er na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan telefonisch contact op via , of mail naar info@grofalex.nl. Met vriendelijke groet,
Grofalex Houten, d.d. 01-10-2024
De groene oplossing voor uw bouw- en boomprojecten
26
10. Algemene voorwaarden Ecologisch adviesbureau Grofalex te Houten (KvK Utrecht 30250921) houdt zich bezig met de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Er wordt hierbij getoetst aan geldende wet- en regelgeving. Het onderzoek is een momentopname. Dieren en planten kunnen zich na het onderzoek alsnog vestigen. Ook is het mogelijk, dat ondanks zorgvuldig onderzoek dieren zich verborgen houden, of dat planten niet zijn opgekomen, bijvoorbeeld door een droog of koud voorjaar. Ook komt het in bepaalde situaties zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen. Bijvoorbeeld op plaatsen waar veel mensen komen, of waar veel geluid is, of veel lichtverstrooiing. Grofalex kan niet aansprakelijk gehouden worden voor het zich verborgen houden, en/of verplaatsen of nadien vestigen van soorten. Een plan of project wordt door Grofalex met de grootste zorg getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. De geldende interpretatie van wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig. Ook treden er soms regionale verschillen op. Grofalex kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor veranderde interpretatie van wet- en regelgeving. Na verrichtte werkzaamheden kunnen projecten soms overgedragen worden, of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering.
Grofalex is niet aansprakelijk voor enige gevolgschade, of schade die voortvloeit uit toepassingen van resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Grofalex. De opdrachtgever vrijwaart Grofalex voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen.
Dieren en planten kunnen zich verplaatsen of zich vestigen nadat onderzoek gedaan is. Geldende interpretatie van wet- en regelgeving is daarnaast aan verandering onderhevig. Daarom is dit onderzoek maximaal twee jaar geldig. Na twee jaar moet het onderzoek of advies geactualiseerd te worden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de opdrachtgever. Interpretatie van wet- en regelgeving kan na advies gewijzigd zijn; de situatie kan veranderd zijn. Ook dient doorlopend te worden voldaan aan de zorgplicht van bv. de Omgevingswet. Tijdig, maar in ieder geval voorafgaand aan de start van de daadwerkelijke werkzaamheden dient de opdrachtgever/ verantwoordelijke zich hernieuwd op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond het plangebied en (laten) onderzoeken hoe hiermee moet worden omgegaan. Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden. Ook moet worden uitgezocht welke vervolgstappen ondernomen moeten worden. Grofalex is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en/of schade als gevolg van (bedrijfs-) stagnatie. In geval van een toerekenbare tekortkoming van Grofalex waarbij sprake is van schadevergoeding, geldt een maximale vergoedingsprijs van driemaal de overeengekomen prijs van de specifieke opdracht.
27
11. Geraadpleegde bronnen ndff & floron verspreidingsatlas | www.verspreidingsatlas.nl Flora & Fauna check | www.floraenfaunacheck.nl Waarnemingen.nl | www.waarnemingen.nl Natura2000 kaart | www.natura2000.nl Natuur Netwerk Nederland kaart | www.atlasleefomgeving.nl Bij12 kennisdocumenten | Bij12.nl BIJ12-2024-Juridisch-kader-kennisdocumenten-2.0-def Vogelbescherming Nederland | vogelgids Vogelbescherming Vleermuisnet | Vleermuisnet.nl Zoogdiervereniging en vleermuizenprotocol 2021 | www.zoogdiervereniging.nl De Vlinderstichting | www.vlinderstichting.nl Nederlandse varen vereniging | www.varenvereniging.nl
28
12. Verboden Omgevingswet | flora & fauna Vogelrichtlijn (alle inheemse vogels) Verboden:
Omgevingswet Artikel:
BAL(Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel:
Doden
5.1 lid 2 g
11.37 lid 1 a
Vangen
5.1 lid 2 g
11.37 lid 1 a
Nesten, rustplaatsen of eieren te vernielen of weg te nemen
5.1 lid 2 g
11.37 lid 1 b
Eieren te rapen en onder zich hebben
5.1 lid 2 g
11.37 lid 1 c
Verstoren *
5.1 lid 2 g
11.37 lid 1 d
Uitzondering verstoren SVI
5.1 lid 2 g
11.37 lid 3
Vervoer en onder zich houden(niet-commercieel)
5.1 lid 2 g
11.37 lid 1
* Dit verbod is niet van toepassing indien de verstoring aantoonbaar niet leidt tot een wezenlijk effect op de staat van instandhouding van de soort.
Habitatrichtlijn (andere soorten dan vogels) Verboden:
Omgevingswet Artikel:
BAL(Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel:
Doden
5.1 lid 2 g
11.46 lid 1 a
Vangen
5.1 lid 2 g
11.46 lid 1 a
Verstoren
5.1 lid 2 g
11.46 lid 1 b
Eieren vernielen of rapen
5.1 lid 2 g
11.46 lid 1 c
Voortplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen
5.1 lid 2 g
11.46 lid 1 d
Planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen, vernielen
5.1 lid 2 g
11.46 lid 1 e
Vervoer en onder zich houden(niet-commercieel)
5.1 lid 2 g
11.47 lid 1 b
Andere beschermde dier- en plantensoorten Verboden:
Omgevingswet Artikel:
BAL(Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel:
Doden
5.1 lid 2 g
11.54 lid a (bijlage IX onder A)
Vangen
5.1 lid 2 g
11.54 lid a (bijlage IX onder A)
Vaste voortplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen
5.1 lid 2 g
11.54 lid b (bijlage IX onder A)
Planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen, vernielen
5.1 lid 2 g
11.54 lid c (bijlage IX onder B)
Let op: Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd.
29
13. Foto’s locatie
30
13. Foto’s locatie | vervolg
Vogelwering onder dakpannen
Vogelwering onder dakpannen
31
13. Foto’s locatie | vervolg
Foam nokpan
Kantpannen strak tegen voorgevel en in cement
Kantpannen strak tegen voorgevel
32
13. Foto’s locatie | vervolg
Open stootvoegen zijn dicht
33