CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Was-wordt tabel Participatie- en Re-integratieverordening WIL 2023

Gemeenteraad 24 oktober 2023, gemeente HoutenBij agendapunt: Participatieverordening werk en inkomen Lekstroom 20236.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel Participatieverordening WIL 2015 → Participatie- en Re-integratieverordening WIL 2023 Wijzigingen naar aanleiding van Breed Offensief en harmonisatie werkgeversregelingen in de Arbeidsmarktregio Midden Utrecht. Rood: toelichtingen Groen artikel: geharmoniseerde instrumenten

Participatieverordening Werk en Inkomen Lekstroom 2015

Participatie- en re-integratieverordening Werk en Inkomen Lekstroom 2023

Artikel 1. Begrippen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: Participatiewet; b. belanghebbende: persoon tot de pensioengerechtigde leeftijd met een uitkering ingevolge de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); c. WIL: Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom; d. AB: algemeen bestuur WIL; e. DB: dagelijks bestuur WIL; f. poort en schouwperiode: intensieve en kortdurende periode waarin het recht op bijstand wordt beoordeeld en een goed beeld ontstaat van het meest passende ondersteuningsaanbod voor een belanghebbende binnen WIL; g. WML: wettelijk minimumloon; h. loonwaarde: het gedeelte dat de belanghebbende kan verdienen ten opzichte van een niet arbeidsbeperkte medewerker, uitgedrukt in een percentage. De loonwaarde wordt op de werkplek bepaald en is context afhankelijk; i. arbeidsvermogen: geeft aan of iemand kan werken en is een theoretische schatting van de belasting die werk stelt op het fysieke en psychische vlak en de mate waarin de belanghebbende in staat is werk uit te voeren (belastbaarheid van belanghebbende). Dit wordt uitgedrukt in een inschatting van de loonwaarde (verdeling: > 80%WML, 20%-80% WML en < 20% WML) en is persoonsgebonden;

Artikel 1 Definities 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. AB: algemeen bestuur WIL; b. DB: dagelijks bestuur WIL; c. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; d. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; e. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; f. nadere regel: Nadere Regel Participatie- en Reintegratievoorzieningen WIL 2023; g. overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; h. persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; i. praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaarde vaststelling op de werkplek;

j.

klantgroep: een groep belanghebbenden die aan de criteria van een klantgroep voldoen; i. klantgroep 1: klanten die jobready zijn, met een loonwaarde van (meer dan) 100% van het WML; ii. klantgroep 2: klanten die nog niet jobready zijn, met een loonwaarde van (meer dan) 80% van het WML ; iii. klantgroep 3: klanten met een arbeidsbeperking en perspectief op arbeid, met een loonwaarde tussen de 20% en 80% van het WML; iv. klantgroep 4: klanten met perspectief op maatschappelijke participatie en een loonwaarde van (minder dan) 20% van het WML. k. Anw-er: een persoon met een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet. l. doelgroepenregister: het doelgroepenregister van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen waarin personen met een arbeidsbeperking geregistreerd staan die wel kunnen werken, maar niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. m. Lekstroomgemeenten: de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Vianen n. Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht: Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht (centrumgemeente), Utrechtse Heuvelrug, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist. o. BUIG: de Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten. 2.

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW , de IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 2. Nadere regels en beleidsregels Het DB kan nadere regels en beleidsregels vaststellen.

j.

2.

voorziening: door het DB noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; k. werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; l. werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; m. wet: Participatiewet; n. WIL: Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De mogelijkheid om dit te doen is er altijd. Dit hoeft niet expliciet benoemd te worden.

Artikel 3. Dienstverlening WIL 1. De belanghebbende die behoort tot klantgroep 1, 2 of 3 valt voor de participatiebegeleiding onder de dienstverlening van WIL. 2. De belanghebbende die behoort tot klantgroep 4 valt voor de participatiebegeleiding onder de dienstverlening van de gemeente waar hij woonachtig is.

Artikel 4. Ondersteuning aan niet uitkeringsgerechtigden 1. Een persoon die geen recht heeft op een uitkering of een persoon met een uitkering in het kader van de Anw, heeft recht op ondersteuning indien het inkomen van deze persoon niet boven 110% WML is. 2. Indien sprake is van gehuwden wordt naar het gezamenlijk inkomen gekeken. 3. De duur van de dienstverlening aan een persoon die geen recht heeft op een uitkering en een Anw-er bedraagt maximaal vier weken. 4. Geen recht op een voorziening of ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het DB in voldoende mate bijdraagt aan de participatie van die persoon. 5. Het DB kan, om een betere afweging te kunnen maken omtrent de voorziening die het meest geschikt is, een niet uitkeringsgerechtigde persoon en een Anw-er, verplichten mee te werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van die persoon op de arbeidsmarkt. 6. Indien een niet uitkeringsgerechtigde persoon, die gebruik maakt van een voorziening, verwijtbaar niet voldoet aan de voor hem geldende afspraken, kan het DB de gemaakte kosten van het traject of de voorziening terugvorderen. 7. Indien een persoon geen recht heeft op een uitkering, jonger is dan 27 jaar en geregistreerd staat in het doelgroepenregister, is het derde lid van dit artikel niet van toepassing.

Die persoon kan aanspraak maken op de voorzieningen zoals bedoeld in hoofdstuk 4 van deze verordening. 8. Het DB kan ondersteuning bij een leer-werktraject aanbieden aan personen die: a. 16 of 17 jaar zijn en van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, zoals bedoeld in de Leerplichtwet, nog niet geëindigd is, of;

Artikel 2 Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Bij de keuze van de mogelijkheden tot ondersteuning en voorzieningen, biedt het DB maatwerk, waarbij een afweging wordt gemaakt of de voorziening, gelet op de mogelijkheden, capaciteiten en wensen van een persoon, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid; 2. Het DB draagt zorg voor een evenwichtig aanbod van voorzieningen aan personen behorende tot de doelgroep, rekening houdend met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 3. Het DB zendt tweejaarlijks aan het AB een verslag over de doeltreffendheid van het beleid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad.

Artikel 12 Ondersteuning bij leer-werktraject Het DB kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het DB van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

b.

18 tot 27 jaar zijn en die nog geen startkwalificatie behaald hebben. Artikel 5 Beëindiging, weigering en anticumulatie van voorzieningen 1. Het DB kan een voorziening beëindigen of weigeren indien: a. de belanghebbende zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 of 17 van de wet, 13 en 37 IOAW en 13 en 37 IOAZ niet of in onvoldoende mate nakomt; b. de belanghebbende niet of niet langer tot een van de klantgroepen behoort; c. de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; d. het DB een andere voorziening aanbiedt die naar haar oordeel passender is; e. naar het oordeel van het DB de voorziening niet of niet langer dan wel in onvoldoende mate bijdraagt aan arbeidsinschakeling. 2. In het geval van een werkgever kunnen voorzieningen uit hoofdstuk 4 niet gecombineerd worden met voorzieningen uit hoofdstuk 3 ten behoeve van dezelfde belanghebbende. 3. Het DB stelt in nadere regels vast op welke voorzieningen uit hoofdstuk 3 een anticumulatie van toepassing is.

Artikel 3 Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het DB kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het DB onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het DB kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c.

de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het DB niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;

e.

3.

de voorziening naar het oordeel van het DB niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Het DB biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het DB houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.

Artikel 4 Algemeen van toepassing zijnde beginselen 1. Het DB kan een persoon persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 5. 3. Het DB biedt voorzieningen uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. Het DB weigert toestemming tot het toekennen van een forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d lid 5 van de wet na eerdere toekenning van een proefplaats en/of werkervaringsplaats. Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het DB kan zorgen voor toeleiding van een belanghebbende naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling via detachering. 2. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de belanghebbende (werknemer) en inlener.

Artikel 10 Detacheringsbaan 1. Het DB kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke

3.

Een belanghebbende wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 7. Startersbonus 1. Het DB kan een startersbonus verstrekken aan werkgevers die met een belanghebbende een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. Het DB stelt nadere regels vast ten aanzien van de hoogte van de startersbonus en de voorwaarden en verplichtingen die aan de startersbonus worden verbonden.

overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. Artikel 14 Werkgeverspremie 1. Het DB kan een werkgeverspremie verstrekken aan een werkgever die direct verband houdt met het in dienst nemen of houden, dan wel met het aanbieden van een arbeidsplaats aan iemand uit de doelgroep. De premie is bedoeld als een eenmalige (opstart)vergoeding voor een werkgever, niet zijnde een uitzendbureau, ter compensatie van inwerken, begeleiding en/of tijdelijk productieverlies. 2. Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. 3. Het maximale bedrag dat aan premie uitgekeerd kan worden is opgenomen in de nadere regel. 4. Het DB bepaalt op basis van de aanvraag de hoogte van de toegekende premie. De premie wordt slechts toegekend indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst, of arbeidsinschakeling in het geval van een payroll constructie, voor de duur van minimaal 6 maanden. Het dienstverband omvat ten minste 12 uur per week.

Artikel 8. Scholing 1. Het DB kan een belanghebbende scholing aanbieden. 2. Het DB stelt nadere regels vast ten aanzien van de voorwaarden en verplichtingen die aan de scholing worden verbonden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a van de wet.

Artikel 11 Scholing 1. Het DB kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te boven; en b. het draagt bij aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces van de persoon. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen.

Artikel 9. Werkervaringsplaats 1. Het DB kan een belanghebbende een werkervaringsplaats gericht op arbeidsinschakeling aanbieden.

Artikel 8 Werkervaringsplaats 1. Het DB kan een persoon een werkervaringsplaats gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze:

2. 3. 4.

5.

Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring en/of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. De duur van een werkervaringsplaats is drie maanden met de mogelijkheid deze met drie maanden te verlengen. Het DB plaatst de belanghebbende uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkervaringsplaats, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

a. b.

2. 3. 4.

behoort tot de doelgroep; en nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. Duur van een werkervaringsplaats is 3 maanden met mogelijkheid tot verlenging met maximaal 3 maanden. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkervaringsplaats; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

Artikel 9 Proefplaats 1. Het DB kan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van maximaal twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. Het doel van een proefplaats is de inschakeling in arbeid van de persoon bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het DB verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en d. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. Het DB kan de toestemming bedoeld in het eerste lid weigeren als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder

5.

Artikel 10. Participatieplaats 1. Het DB kan een belanghebbende van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het DB zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het DB, de organisatie en de belanghebbende die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3. Het DB verstrekt aan de belanghebbende, telkens nadat hij gedurende zes maanden additionele werkzaamheden heeft verricht, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j van de wet indien belanghebbende naar het oordeel van het DB in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. 4. De hoogte van de premie, zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, bedraagt 10% van het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 31, tweede lid, onder j van de wet. 5. De premie zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat belanghebbende de aan de participatieplaats verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. 6. Het DB biedt na zes maanden een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan in de vorm van scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.

Geen scholing of opleiding wordt aangeboden indien dit naar het oordeel van het DB niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces van belanghebbende.

proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaats sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten.

Artikel 7 Participatieplaats 1. Het DB kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het DB zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het DB, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt € 300 per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

Artikel 11 Sociale activering 1. Het DB kan een belanghebbende activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het DB stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.

Artikel 5 Maatschappelijke participatie 1. Het DB kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van maatschappelijke participatie voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het DB stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.

Artikel 12 Tegenprestatie 1. Het DB bevordert dat mensen naar vermogen meedoen in de samenleving door te werken en/of door maatschappelijk nuttige activiteiten te verrichten. 2. Het DB kan, ter ondersteuning van dit uitgangspunt, een belanghebbende stimuleren tot het verrichten van een tegenprestatie. 3. Belanghebbende bepaalt zelf de inhoud van de tegenprestatie. Artikel 13 Nazorg 1. Het DB kan aan de werkgever bij wie een belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid heeft aanvaard, gedurende maximaal twaalf maanden nazorg bieden. 2. De nazorg is gericht op het bestendig maken van de arbeidsrelatie van belanghebbende en betrokken werkgever. Artikel 14 Reiskostenvergoeding in relatie tot arbeidstoeleiding en arbeidsparticipatie 1. Het DB kan in de periode voorafgaand op plaatsing op een betaalde baan, reiskosten vergoeden als de enkele reisafstand meer dan tien kilometer bedraagt. 2. Het DB kan van het bepaalde in het eerste lid afwijken bij uitzonderlijke omstandigheden waardoor belanghebbende niet in staat is met eigen vervoer te reizen en er geen alternatieven voorhanden zijn.

In de praktijk werd de tegenprestatie nooit ingezet. Er wordt vanuit maatwerk gekeken welke afspraken gemaakt worden met de inwoner.

Artikel 15. No-risk polis algemeen 1. Een werkgever kan in aanmerking komen voor een no-riskpolis als hij een dienstverband aangaat met een belanghebbende. 2. Het DB stelt nadere regels vast ten aanzien van de duur van de polis, de aard en de hoogte van de kosten die vergoed worden en ten aanzien van de verplichtingen die aan de no-risk polis worden verbonden.

Werd in de praktijk nooit ingezet. Daarnaast is er via het UWV de no-risk voor mensen in het doelgroepenregister.

Dit is een activiteit die meer thuis hoort onder werkafspraken/beleidsvisie dan onder een verordening over de inzet van re-integratie-instrumenten. Specifieke voorzieningen die bijdragen aan nazorg (zoals jobcoaching of werkplekaanpassingen) zijn wel expliciet benoemd. Artikel 13 Reiskostentegemoetkoming 1. Het DB kan in de periode voorafgaand op plaatsing op een betaalde baan, reiskosten vergoeden als de enkele reisafstand meer dan tien kilometer bedraagt. 2. Het DB kan van het bepaalde in het eerste lid afwijken bij uitzonderlijke omstandigheden waardoor belanghebbende niet in staat is met eigen vervoer te reizen en er geen alternatieven voorhanden zijn.

Artikel 16. Loonkostentegemoetkoming, uitsluitend voor klantgroep 2 en 3 1. Het DB kan een loonkostentegemoetkoming (anders dan de loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 10c van de wet) verstrekken aan werkgevers die met een belanghebbende een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. Het DB stelt nadere regels vast ten aanzien van de duur en de hoogte van de loonkostentegemoetkoming en ten aanzien van de verplichtingen die aan de loonkostentegemoetkoming worden verbonden. 3. De loonkostentegemoetkoming wordt alleen verstrekt indien hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Artikel 15. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het DB verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het DB bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4. Het DB stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.

Het DB neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.

Artikel 17. Participatievoorziening beschut werk 1. Het DB kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een belanghebbende uit klantgroep 3 die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassing van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt. 2. Het DB maakt uit klantgroep 3 een voorselectie en wint zo nodig bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen advies in voor de beoordeling of zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.

Artikel 6 Participatievoorziening beschut werk 1. Het DB verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het DB kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de

3.

Om de in artikel 10b, eerste lid van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het DB de volgende ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4. Het DB bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en de wijze waarop de voorselectie plaatsvindt. Artikel 18. Loonkostensubsidie BUIG 1. Het DB stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie BUIG. 2. Hierbij neemt het DB de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de wet, en b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Artikel 19. Vaststelling loonwaarde 1. Het DB gebruikt een gevalideerde methode om de loonwaarde van een persoon die staat geregistreerd in het doelgroepenregister vast te stellen. 2. De loonwaardebepaling wordt conform de ministeriële regeling ‘Regeling loonkostensubsidie Participatiewet’ uitgevoerd. 3. Het DB kan ten behoeve van het vaststellen van de loonwaarde een proefplaatsing bieden aan de werkgever, met een maximale duur van twee maanden. Artikel 20. Persoonlijke ondersteuning 1.

Aan een werkgever die een dienstverband aan gaat met een persoon die staat geregistreerd in het doelgroepenregister kan het DB persoonlijke ondersteuning bieden bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. 2. Het DB stelt nadere regels vast ten aanzien van de omvang en de duur van deze voorziening, als mede ten aanzien van de voorwaarden en verplichtingen die aan deze voorziening worden verbonden.

dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, een andere, door het DB best passend beoordeelde, voorziening aanbieden.

Dit is nu wettelijk beschreven en is niet meer van toepassing op de verordening.

Dit is nu wettelijk beschreven en is niet meer van toepassing op de verordening.

Artikel 16 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het DB kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen;

c. d. e.

f.

g.

de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van het DB geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het DB proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.

Artikel 17 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het DB worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het DB kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het DB bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het DB onderzoekt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. 4. Het DB kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 5. Het DB bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6. Het DB onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo

goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. Artikel 18 Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het DB geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. Artikel 19 Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het DB kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van WIL of een derde, waarbij WIL de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 2.

Het DB kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden anders dan in dienstverband, zoals bij een werkervaringsplaats, proefplaats of een leer-werktraject.

Artikel 20 Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het DB besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 21 Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgd moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de nadere regel. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de volgende begeleidingsregimes: licht, middel, zwaar. Nadere definiëring is te vinden in de nadere regel. 3. Het DB kan van het in het tweede lid bedoelde maximale begeleidingsregime zwaar, zoals opgenomen in de Nadere regel afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 4. Als WIL een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd heeft, biedt het DB deze bij voorrang aan. 5. Het DB kan in de nadere regel bepalingen opnemen over de soorten en voorwaarden van jobcoaching. Artikel 22 Jobcoaching in natura 1.

Het DB kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 16 tot en met 21 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het DB kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 16 tot en met 21, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het DB kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het DB zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. Artikel 24 Interne werkbegeleiding 1. Het DB kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van werkbegeleiding verlenen aan de werkgever. 2.

Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het DB een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 3. Een werkbegeleider die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgd moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de nadere regel.

4.

5. Artikel 21. No-riskpolis banenafspraak Het DB kan aan een werkgever die een dienstverband aangaat met een persoon die geregistreerd staat in het doelgroepenregister, een no-risk polis aanbieden conform de afspraken zoals die gelden in de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht.

De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende begeleidingsregimes: licht en middel. Nadere definiëring is te vinden in de nadere regel. Het DB kan in de nadere regel bepalingen opnemen over de soorten en voorwaarden van werkbegeleiding.

Deze is niet meer aan gemeenten om in te zetten. Dit gebeurt nu via het UWV.

Artikel 25 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het DB kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het DB biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 4. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 5. Het DB brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 26 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het DB kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

2. .

Artikel 22 Hardheidsclausule en onvoorziene situaties 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het DB. 2. Het DB kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 23 Inwerkingtreding, intrekking en overgangsbepaling 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2015. 2. Met ingang van inwerkingtreding van deze verordening wordt de Participatieverordening Werk en Inkomen Lekstroom zoals vastgesteld in het AB van 19 december 2013 ingetrokken. 3. Voorzieningen die toegekend zijn op grond van de verordening genoemd in het tweede lid blijven van kracht tot de voorziening is afgerond.

Het DB kan in de nadere regel nader uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt.

Artikel 27 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het DB kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het DB besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 4. Het DB kan in de nadere regel nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt. Artikel 28 Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het DB kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. Artikel 29 Hardheidsclausule 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het DB. 2. Het DB kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 30 Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Participatieverordening Werk en Inkomen Lekstroom wordt ingetrokken. 2.

Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Participatieverordening Werk en Inkomen Lekstroom, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Participatieverordening Werk en Inkomen Lekstroom voor de duur:

a.

3.

4.

Artikel 24 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Participatieverordening WIL.

van 12 maanden gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a. Het DB kan na afloop van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. De Participatieverordening Werk en Inkomen Lekstroom blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde en derde lid.

Artikel 31 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de dag van bekendmaking en krijgt terugwerkende kracht tot 1 juli 2023. Artikel 32 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Participatie- en reintegratieverordening Werk en Inkomen Lekstroom 2023’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=e2f3d12a-e90e-49ea-98ad-bd05226ef127