CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Toelichting

Gemeenteraad 9 maart 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal17.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2

Water Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Rijkswaterstaat en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerders over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerders worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer In het geldende bestemmingsplan, waar voorliggend paraplubestemmingsplan overheen wordt gelegd is een uitgebreide paragraaf opgenomen, waarin het geldende beleid ten aanzien van water wordt beschreven. Voor een toelichting op het waterbeleid wordt derhalve verwezen naar het geldende bestemmingsplan Eiland van Schalk. Onderzoek Vitens B.V. heeft voor de bestaande locatie Tull en 't Waal een vergunning voor het onttrekken van: 2.000 m3 grondwater per uur, 30.000 m3 per dag, 600.000 m3 per maand, en 6.000.000 m3 per jaar. De hiervoor benodigde twaalf winputten zijn afgesteld in het tweede watervoerende pakket. Bij vol vermogen varieert het onttrekkingsdebiet per pomp put tussen 160 en 170 m3/u/bron. Vitens B.V. verzoekt om een fysieke wijziging van het puttenveld. Er worden 2 oude winputten afgedicht en tien nieuwe winputten gerealiseerd. Het totale aantal winputten komt daarmee op twintig.

De filters van de nieuwe winputten komen eveneens in het tweede watervoerende pakket op een diepte tussen NAP -80 m en -165 m. De vergunde onttrekkingshoeveelheden worden niet gewijzigd. Maar door het bijplaatsen van tien winputten (en het sluiten van twee) zullen de stijghoogte van het grondwater in het tweede en eerste watervoerende pakket en de grondwaterstand in de deklaag wel worden beïnvloed ten opzichte van de huidige situatie. Om deze effecten te berekenen, is het bestaande AZURE grondwatermodel (ontwikkeld in iMOD) aangepast binnen de IOU/SOK studie. De IOU/SOK studie is door Vitens en de provincie Utrecht opgestart om zicht te krijgen op de toekomstige drinkwatervraag en potentiële winlocaties. De onttrekkingshoeveelheid van 2.000 m3/u is gelijkmatig verdeeld over alle twintig winputten (100 m3/u/bron). De hydrologische effecten zijn stationair berekend.

blad 30 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Waterkwaliteit Door het onttrekken van grondwater zal grondwater van verschillende dieptes worden aangetrokken. Hiermee kan ook water van andere kwaliteit worden aangetrokken en gemengd. Van menging binnen het tweede watervoerende pakket wordt geen negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit verwacht, omdat de verschillen in waterkwaliteit minimaal zijn. Bekend is dat op de locatie vanaf NAP -220 m de zoutconcentratie in het grondwater sterk toeneemt. Tussen de onderkant van de onttrekkingsfilters (NAP -165 m) en de zoet-zout overgang bevindt zich een dikke waterremmende laag. Vitens gaat het vergunde uurdebiet (2.000 m3/u) gelijkmatig verdelen over de alle twintig winputten. Dit betekent dat het debiet per put per uur af zal nemen ten opzichte van de huidige situatie met twaalf winputten. Ook zal door het vergroten van het puttenveld het totale uurdebiet over een groter gebied worden verspreid. Hierdoor zal de voedingsflux vanuit het onderliggende derde watervoerende pakket ook over een groter oppervlak worden verdeeld. De uitbreiding van het puttenveld zal daarom geen negatief effect hebben op het zoet-zout grensvlak in het derde watervoerende pakket. Door het uitbreiden van het puttenveld kunnen bodemverontreinigingen uit een grote gebied worden verplaatst dan wel aangetrokken.

De aanvulling van de winning bestaat echter voornamelijk uit oud grondwater afkomstig van rivierwater. Verontreinigingen vanaf maaiveld zullen slechts een geringe invloed uitoefenen. In de omgeving van de winlocatie bevinden zich twee verontreinigde locaties; een stort aan de Achterweg en een metaalwarenfabriek aan de Waalseweg, beide te Tull en 't Waal. Deze hebben enige invloed op de kwaliteit van het grondwater in het tweede watervoerende pakket. De concentraties van verontreinigingen nemen echter de laatste jaren af en worden bijna niet meer aangetroffen op de winningslocatie Tull en 't Waal. Binnen het toegenomen intrekkingsgebied aan de noordkant bevinden zich voor zover bekend geen grondwaterverontreinigingen die een risico kunnen vormen voor de winning of die door de winning negatief zullen worden beïnvloed. Grondwaterstand Het verzoek betreft het afdichten van twee bestaande winputten en het plaatsen van tien nieuwe winputten op de winlocatie Tull en 't Waal. Het belangrijkste effect hiervan is de eventuele verandering in de grondwaterstand en stijghoogten en de gevolgen daarvan voor van het grondwater afhankelijke belangen. Omdat de onttrekkingshoeveelheden gelijk blijven, zullen de hydrologische veranderingen op de omgeving beperkt blijven.

Door het vergroten van het puttenveld wordt wel een grote gebied in het tweede watervoerende pakket en mogelijk bovenliggende pakketten hydrologisch beïnvloed. Vitens B.V. heeft modelberekeningen laten uitvoeren om deze effecten in kaart te brengen. In de aanmeldnotitie en de effectenstudie (bijlage 1) worden de uitgangspunten voor het gebruikte grondwatermodel, de gebruikte randvoorwaarden en modellering toegelicht. De primaire effecten bestaan uit een stijghoogteverandering in het tweede watervoerende pakket. Door het bijplaatsen van de tien nieuwe putten nemen de stijghoogteveranderingen en het hydrologische invloedsgebied in het bepompte pakket naar het noordoosten toe. De maximaal berekende extra verlaging bedraagt 0,2 m. Door het uitbreiden van het puttenveld komt een groter deel van Houten binnen het hydrologische invloedsgebied in het bepompte pakket te liggen. Ten zuidwesten van het puttenveld nemen de stijghoogteverlagingen juist af omdat hier twee pompputten worden afgedicht. Het uitbreiden van het aantal winputten en het puttenveld leidt niet tot een toename van hydrologische effecten op de grondwaterstand in de deklaag. Dit komt omdat het gemiddelde onttrekkingsdebiet per winput per uur afneemt van ca. 160 à 170 m3/u/bron naar 100 m3/u/bron en over een grote aantal putten wordt verspreid.

De uit de berekeningen voortgekomen effecten zijn zodanig beperkt, dat het nemen van mitigerende maatregelen niet noodzakelijk is.

blad 31 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

De aard van het effect betreft de stijghoogteverandering in het tweede en eerste watervoerende pakket in de omgeving. Dit kan gevolgen hebben voor van het grondwater afhankelijke belangen als natuur, landbouw, bebouwing, cultureel erfgoed/archeologie en andere onttrekkingen. Natuur: Het puttenveld Tull en 't Waal is gelegen in de nabijheid van diverse kwetsbare NNN-natuur. De natuur langs de Lek (de uiterwaarden) is inundatieafhankelijk. De kwetsbare gebieden die niet direct langs de Lek liggen zijn wel grondwaterafhankelijk. Er is in de omgeving van het puttenveld geen Natura2000 gebied gelegen. Doordat er geen freatische verlaging optreedt (aangetoond in de effectenstudie van Tauw, zie bijlage 1) zal dit geen invloed hebben op de omliggende kwetsbare natuur. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen door natuur verwacht. Landbouw: Op basis van de IOU/SOK studie is gekeken naar de landbouwoppervlaktes waar droogteschade kan optreden als gevolg van de grondwaterstandsverlaging. Er treedt geen freatische verlaging op waardoor de landbouw niet beïnvloed zal worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor landbouwopbrengsten worden dan ook niet verwacht. Cultureel erfgoed/archeologie: In de hydrologische effectenstudie is berekend dat de veranderingen in de filterstellingen geen gevolgen hebben op het freatisch grondwater.

Dit komt omdat het debiet niet verandert en de onttrekking plaats vindt onder de scheidende laag. Ten opzichte van de vergunde situatie wordt er dus geen effect verwacht op de grondwaterhuishouding. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor cultureel erfgoed worden dan ook niet verwacht; Bebouwing: Een verlaging van de grondwaterstand kan in zettingsgevoelige lagen kunnen leiden tot zettingen, wat kan leiden tot schade aan bebouwing. Uit de hydrologische berekeningen is echter gebleken dat het uitbreiden van het puttenveld geen toename in verlagingen van de grondwaterstand in de deklaag met zich meebrengt. De gebouwen en infrastructurele werken aanwezig in de nabijheid van het puttenveld zullen dientengevolge geen nadelige effecten ondervinden van de uitbreiding van het puttenveld. Andere onttrekkingen: Er zijn geen andere projecten in de omgeving waarmee een cumulatief effect veroorzaakt wordt. De dichtstbijzijnde onttrekkingen liggen namelijk te ver weg. Dit betreffen 1. de Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland (WRK) in Nieuwegein op circa 2,5 km afstand. Deze winlocatie heeft een vergunning voor 3 miljoen m3 /jaar maar is alleen actief wanneer er door calamiteiten geen oppervlaktewater uit het Lekkanaal gewonnen kan worden. 2. de winningslocatie Vianen (Oasen) op circa 3 km afstand.

blad 32 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Figuur 5.2: Stijghoogteveranderingen in bepompte pakket (laag 7) met het nieuwe puttenveld Conclusies De wijziging van de vergunning betreft het afdichten van twee bestaande putten en het uitbreiden van het puttenveld in noordelijke richting met tien nieuwe winputten. Het betreft geen wijziging in de vergunde onttrekkingshoeveelheid, deze blijft gelijk. De hydrologische effecten in het bepompte pakket in de omgeving nemen iets toe, de effecten op de grondwaterstand niet. De uitbreiding heeft geen gevolgen voor de van grondwaterafhankelijke belangen. De RUD heeft hiermee ingestemd (zie bijlage 2).

5.3

Ecologie Kader De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de Natuurtoets die als bijlage is bijgevoegd wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen bomen worden gekapt in voorliggend plangebied. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht en niet via de natuurwetgeving. Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. 2. 3.

blad 33 van 50

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’).

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Gebiedsbescherming Natura 2000: Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Natuurnetwerk Nederland: Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland.

De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Onderzoek In het kader van de Wet natuurbescherming is een natuurtoets uitgevoerd die als bijlage 4 is bijgevoegd. Hierin wordt ingegaan op de soortenbecherming. Soortenbescherming Flora Beschermde soorten ontbreken op de planlocatie waardoor geen schade aan deze soorten te verwachten is en geen nader onderzoek of een ontheffing noodzakelijk is. Vogels Binnen het plangebied zijn geen broedvogels van de categorie 1-4 aanwezig of te verwachten. Eveneens worden geen opgaande bomen en struiken gerooid met aanwezige holten of bestaande nesten van broedvogels van categorie 5. Hierdoor zijn er voor de groep van broedvogels geen wettelijke consequenties ten aanzien van de Wet Natuurbescherming en is geen nader onderzoek noodzakelijk. De voorgenomen maatregelen ten behoeve van weidevogels zullen een versterking van het gebied voor deze vogelgroep betekenen.

Indien de fysieke werkzaamheden, zoals het aanbrengen van het hekwerk en rooien van struweel, binnen het broedseizoen worden uitgevoerd (globaal genomen binnen de periode 15 maart-15 juli), kunnen maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat door de werkzaamheden broedende vogels worden verstoord of nesten worden vernield doordat enkele soorten als broedvogel niet zijn uit te sluiten. Dit dient door een ecoloog te worden beoordeeld. Herpetofauna en vissen Binnen het plangebied zijn voor enkele amfibieën, reptielen en vissen potentiële biotopen aanwezig. Hieronder zijn eveneens enkele strikt beschermde soorten. Voor nagenoeg alle soorten betreft dit echter de watergangen met oevers. De aanwezige weilanden zijn als landhabitat nauwelijks geschikt. Uitzondering hierop is de rugstreeppad. Voor deze soort is blad 34 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

gerichte aandacht noodzakelijk binnen het gehele plangebied. Indien met de voorzorgsmaatregelen ten aanzien van de rugstreeppad rekening gehouden kan worden en de ingrepen aan de watergangen in de periode september-oktober kunnen worden uitgevoerd, is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Indien de graafwerkzaamheden aan oevers en greppels in andere delen van het jaar worden uitgevoerd, is afstemming met een ecoloog, en mogelijk ecologische begeleiding, noodzakelijk. Grondgebonden zoogdieren Door het ontbreken van vaste verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten binnen de weilanden, zijn er geen negatieve effecten te verwachten voor het inrichten van het winveld. Hierdoor is voor grondgebonden zoogdieren geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Ten aanzien van waterspitsmuis is het van belang dat de werkzaamheden aan de watergangen buiten de meest kwetsbare perioden van deze soort worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, is nadere afstemming met een ecoloog, en mogelijk een ontheffing, wel noodzakelijk. Vleermuizen Voor vleermuizen is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Ongewervelden Om schade aan de mogelijk aanwezige platte schijfhoren te voorkomen, dient ecologische begeleiding te worden uitgevoerd.

Zonder ecologische begeleiding is onderzoek naar aanwezigheid van de soort noodzakelijk en dient bij aanwezigheid een ontheffing te worden aangevraagd. Voor overige soorten zijn geen nadere maatregelen noodzakelijk. Conclusie soortenbescherming Gezien het bovenstaande is in beginsel geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk voor het inrichten van het winveld als aan de genoemde maatregelen wordt voldaan. Bij het verflauwen van oevers en het herprofileren van de drainagegreppels, zijn enkele aandachtspunten voorgeschreven waaronder het uitvoeren van de werkzaamheden in de minst kwetsbare perioden van herpetofauna en waterspitsmuis. Eveneens worden enkele aandachtspunten beschreven ten aanzien van mogelijke aanwezigheid van rugstreeppad in het gehele plangebied. Bij het verflauwen van oevers is ecologische begeleiding voor platte schijfhoren noodzakelijk. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd, kan nadere afstemming met een ecoloog noodzakelijk zijn om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Indien aan bovenstaande kan worden voldaan is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Vitens zal aan de maatregelen voldoen. Aanvullend aan het ecologisch onderzoek wordt het volgende opgemerkt. Het natuuronderzoek is uitgevoerd in de winterperiode.

Met deze quickscan is een inschatting gemaakt van de mogelijke waarden van het plangebied voor specifieke soorten of soortgroepen. Aan de hand hiervan kan worden ingeschat of nader onderzoek of specifieke maatregelen noodzakelijk zijn. Voor deze locatie is ingeschat, dat bij uitvoering in de juiste periode van het jaar én met ecologische begeleiding, schade aan individuen en populaties van te verwachten beschermde soorten kan worden voorkomen. Door de voorgenomen herinrichting van het gebied kan daarnaast worden gesteld dat in de toekomstige situatie voor de aanwezige soorten een versterking optreedt in de kwaliteit van het leefgebied. De meest kritieke periode voor uitvoering van de werkzaamheden ligt globaal genomen tussen maart en eind juli. Deze periode ligt binnen het voortplantingseizoen van de meeste soorten waaronder de weidevogels en amfibieën. Door buiten deze periode de werkzaamheden uit te voeren, is er geen sprake van schade aan nesten en in gebruik zijnde blad 35 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

voortplantingsbiotopen. Door het toepassen van de juiste ecologische begeleiding kan redelijkerwijs worden gesteld dat schade aan individuen en de populaties wordt voorkomen. Zo kunnen bijvoorbeeld ten aanzien van platte schijfhoren, de graafwerkzaamheden in voor deze soort geschikte biotopen worden aangepast, bijvoorbeeld door juist boven de waterlijn te werken of vooraf met een schepnet te beoordelen of de soort aanwezig is en hier het werk, indien nodig, op aan te passen. Ook kunnen werkzaamheden worden afgestemd op eventueel aanwezige nog laat broedende vogels of onverhoopte aanwezigheid van een verblijfplaats van rosse vleermuizen in een van de te sparen knotwilgen. Doordat er geen sprake is van vernielen of het wegnemen van vaste verblijfplaatsen of essentiële functies als foerageermogelijkheden of migratieroutes, kan middels ecologische begeleiding schade aan beschermde soorten (individuen en populaties) worden voorkomen. De gemeente heeft met deze aanvulling op het onderzoek ingestemd. Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Het puttenveld Tull en ’t Waal is gelegen in de nabijheid van diverse kwetsbare NNN-natuur. De natuur langs de Lek (de uiterwaarden) is inundatieafhankelijk. De kwetsbare gebieden die niet direct langs de Lek liggen zijn wel grondwaterafhankelijk.

Doordat er geen freatische verlaging optreedt (aangetoond in de hydrologische effectenstudie van Tauw (zie bijlage 5) zal dit geen invloed hebben op de omliggende kwetsbare natuur. Er worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen door natuur verwacht. Natura 2000 Er is in de omgeving van het puttenveld geen Natura 2000-gebied gelegen. De locatie waar de nieuwe winputten zijn gepland ligt op circa 8,2 kilometer van Natura 2000-gebied ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’, op circa 8,5 kilometer van Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ en op circa 9,7 kilometer van Natura 2000-gebied ‘Zouweboezem’. In Natura 2000-gebieden zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van stikstofdepositie. Om in het kader van een mogelijke vergunningaanvraag Wet natuurbescherming te onderzoeken wat de stikstofdepositie is tijdens de aanlegfase is een berekening benodigd. Gezien de afstand tot de Natura 2000gebieden worden geen effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in het Natura 2000-gebied verwacht. Alleen effecten vanwege vermesting en verzuring zijn op voorhand niet uit te sluiten. In dat kader is er een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als bijlage 6. Uit de berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden.

Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Conclusies Er is geen sprake van aantasting van natuur. Er is geen ontheffing of vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.4

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Voor het plangebied zijn op het vlak van landschap en cultuurhistorie diverse nota's en plannen opgesteld. Deze paragraaf bevat een beknopte inhoudelijk weergave van deze documenten. De belangrijkste documenten zijn het Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied (LOP) en de Structuurvisie Eiland van Schalkwijk.

blad 36 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Algemeen Het Eiland van Schalkwijk kent een gaaf cultuurlandschap. Het heeft unieke ruimtelijke kwaliteiten, die waardevol zijn voor het eiland zelf, maar ook voor de omgeving. Zo heeft het eiland sterke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Het eiland kenmerkt zich door fruitteelt en bosschages, maar bovenal kent het eiland uitgestrekte vlakten weidelandschap met een onaangetaste copeverkavelingstructuur uit de 12e en 13e eeuw. Over het eiland loopt een gave lintstructuur met boerderijen, woonhuizen, kleinschalige bedrijvigheid en lokale voorzieningen. Een groot deel van het eiland is onderdeel van het Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie, tevens Belvederegebied. Een klein deel van de uiterwaarden behoort tot het Nationaal Landschap Rivierengebied, onderdeel van het Belvederegebied Kromme-Rijngebied en Heuvelrug. Kwaliteitsgidsen De provincie heeft Kwaliteitsgidsen van de Utrechtse landschappen opgesteld. Twee daarvan zijn van toepassing op het Eiland van Schalkwijk, de Kwaliteitsgidsen Rivierengebied en Linies. Met het uitwerken van de kernkwaliteiten in deze kwaliteitsgidsen geeft de provincie Utrecht antwoord op een aantal vragen.

Wat betekenen bijvoorbeeld 'openheid', '(veen)weidekarakter' of 'samenhangend stelsel' eigenlijk? Welke aspecten in het landschap zorgen ervoor dat je de kernkwaliteiten beleeft? Daarbij beperkt de gids zich niet tot wat feitelijk in het landschap zichtbaar is. De kernkwaliteiten zijn in de loop van de tijd in de landschappen ontstaan. Daarom gaat de gids ook in op de gebeurtenissen en menselijke verhalen achter de kernkwaliteiten. Dit geeft meerwaarde aan de kernkwaliteiten en verdiept de beleving ervan. Het doel van de kwaliteitsgids is het concreet maken van de kernkwaliteiten van de Utrechtse landschappen, zodat iedereen begrijpt over welke elementen het gaat. De gids heeft nog een tweede doel. Een landschap is een levend geheel, dat door de jaren heen geleidelijk verandert. Zonder die veranderingen wordt het landschap een museumstuk, het is absoluut niet de bedoeling dat de Nationale Landschappen 'op slot' gaan. Sterker nog: om het landschap vitaal te houden zijn nieuwe ontwikkelingen juist vaak nodig én ze geven kansen om de kernkwaliteiten te verstevigen. Ontwikkelingen kunnen echter vele vormen krijgen.

Hoe kunnen ze zó worden geplaatst en vormgegeven dat ze voortbouwen op de landschappelijke kernkwaliteiten? Het tweede doel van de kwaliteitsgids is het bieden van inspiratie en houvast voor het omgaan met ontwikkelingen zodat de kernkwaliteiten voor de toekomst zijn zeker gesteld en zelfs beter beleefbaar worden. Nieuwe Hollandse Waterlinie Binnen de Hollandse Waterlinie neemt het Eiland van Schalkwijk een belangrijke positie in, aangezien dit het enige gebied is waarin het oorspronkelijke ensemble van de verdedigingslinie (inundatiegebieden, schootsvelden, forten, kazematten en waterwerken) nog zichtbaar en gaaf is. Grote delen van de waterlinie zijn beschermd vanuit rijksbeleid. Kernkwaliteiten nationaal landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie Samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen, groen en overwegend open karakter, vrije schutsvelden. Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie uit het LOP Zichtlijnen op achterliggend landschap. Recreatiemogelijkheden.

blad 37 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Fysieke dragers Belvederegebied De in samenhang met het landschap ontworpen linie, bestaande uit een geheel van inundatiegebieden, dijken, forten, water- en verdedigingswerken en vestingsteden met als belangrijke kenmerken en elementen: 1. de eenheid en openheid van de inundatiegebieden en schootsvelden met verboden kringen; 2. de in verschillende tijden ontworpen verdedigingswerken als forten, batterijen en lunetten en hun samenhang met de omgeving; 3. de in samenhang met de overige onderdelen van de linie ontworpen andere elementen van het verdedigingssysteem zoals sluizen, inlaten, duikers, dijken, camouflagebeplanting, (resten van) loopgraven en tankgrachten, betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen; 4. de historische vestingstructuur en karakter van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem. De per landschapstype variërende andere cultuurhistorische waarden: 1. het rivierengebied met stroomruggen en donken die een grote concentratie van archeologische waarden herbergen; 2. voor het rivierengebied kenmerkende elementen als dijken, dorpen en wegen en gebouwde monumenten en kastelen; 3. het veengebied, met mogelijk bewoningsresten uit de ijzertijd tot de Romeinse tijd en ontginnings- verkavelings- en dorpsstructuren die tot in de late middeleeuwen teruggaan. Rivierengebied Houten maakt deel uit van het Kromme Rijngebied.

Dit gebied vormt een geografische eenheid die wordt begrensd door de stad Utrecht aan de noordzijde, de Utrechtse Heuvelrug aan de oostzijde en de rivieren Lek en Rijn aan de west- en zuidzijde. Het gebied is genoemd naar de Kromme Rijn, een Rijntak die sinds mensenheugenis kronkelend zijn weg door het gebied zoekt. In het rivierenlandschap is het oorspronkelijke meanderende verloop van de Kromme Rijn karakteristiek met aangrenzende hoger gelegen oeverwallen met karakteristieke dorpen en onregelmatige verkavelingspatronen. Individuele of collectieve occupatie van oeverwallen van de voormalige (Kromme) Rijn heeft plaatsgevonden voor en na bedijking vanaf de 13e eeuw. In grote delen van het Kromme Rijngebied zijn sinds het eind van de zestiger jaren van de twintigste eeuw grootschalige fosfaatkarteringen, veldverkenningen en booronderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn talloze vindplaatsen uit verschillende archeologische perioden aan het licht gekomen. Voor Houten ligt de nadruk vooral op de late ijzertijd en Romeinse tijd, en in mindere mate ook op de middeleeuwen. Kernkwaliteiten Nationaal landschap Rivierengebied: schaalcontrast van zeer open naar besloten; samenhangend stelsel van hoge stuwwalflank-kwelzone-oeverwal-rivier; samenhangend stelsel van rivier-uiterwaard-oeverwal-kom; Kromme Rijn als vesting en vestiging.

Fysieke dragers Belvederegebied De opeenvolging van drie landschapstypen: de beboste Utrechtse Heuvelrug, het tussenliggende veenontginningslandschap van de Langbroekerwetering en het rivierenlandschap van de Kromme Rijn. blad 38 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

De Utrechtse Heuvelrug: 1. een reeks landgoederen aan de zuidrand, 2. vele zichtbare archeologische monumenten uit alle perioden, 3. zuidpuntje van de Grebbelinie ten oosten van Rhenen. Het gebied van de Langbroekerwetering: 1. de smalle strokenverkaveling en het afwisselende patroon van bosstroken en graslanden, hakhoutbossen en oude lanen. 2. oude boerderijen, fraaie kastelen, landhuizen en landgoederen op langgerekte percelen langs de dijk en de wetering. Het oeverwallen- en kommenlandschap van de Kromme Rijn: 1. het onregelmatige verkavelings- en wegenpatroon en de dorpen op de stroomruggen; 2. de relatieve openheid en regelmatige verkaveling van de komgebieden; 3. vele nederzettingen vooral uit de ijzertijd tot de vroege middeleeuwen en de infrastructuur van de Romeinse Limes met het castellum Vechten op de stroomruggen (geplaatst op voorlopige lijst van Nederland voor het Werelderfgoed); 4. een rijke schakering van nederzettingsvormen uit de middeleeuwen: resten van kastelen, versterkte huizen, terpen en andere agrarische nederzettingen. Landschappelijke structuur In de ruimtelijke hoofdstructuur van het gebied is de historie en ontstaansgeschiedenis nog altijd goed te zien en vormen belangrijke pijlers voor de identiteit. In de ontstaansgeschiedenis spelen de rivieren en de landbouw een belangrijke rol.

Het resultaat van de verschillende ontginningen is een contrastrijk landschap. De contrasten in het gebied bestaan onder andere uit afwisseling van grootschalige en meer kleinschalige elementen en tussen weidse vergezichten en meer beschutte gebieden. De belangrijkste structurerende elementen van het landschap zijn: de rivier de Lek, de dijk en de uiterwaarden; de oeverwal parallel aan de dijk; de grootschalige komgronden (polder Vuylcop, Schalkwijk (gedeeltelijk) en Blokhoven); de kleinschalige komgronden ten noorden van Schalkwijk en Tull en 't Waal; de linten; Nieuwe Hollandse Waterlinie; het Amsterdam-Rijnkanaal. Cultuurhistorie Voor het plangebied is een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd (d.d. 24-09-2013). De resultaten daarvan zijn opgenomen in bijlage 8 van het geldende bestemmingsplan Eiland van Schalk. Hierna is de samenvatting uit de inventarisatie overgenomen: Het studiegebied omvat het gebied van de gemeente Houten ten zuiden van het Amsterdam-Rijnkanaal, en bevat de kernen Tull en 't Waal en Schalkwijk met het daarbij behorende buitengebied. Het betreft oude nederzettingen waar archeologische restanten uit diverse tijdperken zijn aangetroffen. Ook bovengronds zijn er vele restanten uit diverse tijdperken aanwezig zoals middeleeuwse wegenstructuren, historische bebouwing en oude beplanting. Het studiegebied blijkt zeer rijk aan cultuurhistorie.

Ook zijn er complexen van historische elementen aanwezig (zogenaamde ensembles) die samen een belangrijke historische waarde hebben, zoals De Brink in Schalkwijk en de aangrenzende bebouwing en de lintbebouwing in Schalkwijk en in Tull en 't Waal. Daarnaast hebben de historische blad 39 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

elementen en ensembles een belangrijke waarde voor de ruimtelijke structuur van het gebied. Daarom is het noodzakelijk dat de aanwezige cultuurhistorische waarden worden beschermd in het op te stellen bestemmingsplan. De cultuurhistorische waarden van oude wegen, watergangen, verkavelingspatronen e.d. worden beschermd via de dubbelbestemmingen Waarde – Landschap 2 en Waarde Cultuurhistorie. Gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten zijn in het plangebied niet aanwezig. Daarnaast zijn de archeologische waarden beschermd via de dubbelbestemmingen archeologie, conform het parapluplan Archeologie. In het plangebied zijn geen karakteristieke bouwwerken en ensembles aanwezig. Archeologie De meeste bekende archeologische vindplaatsen liggen in Houten dicht aan het oppervlak. Het huidige maaiveld is op de meeste plaatsen gelijk aan dat in de Romeinse tijd. Alleen in het uiterste zuiden van de gemeente kunnen Romeinse en vroeg-middeleeuwse vindplaatsen afgedekt zijn met jonge sedimenten uit de Lek. De conservering van vindplaatsen uit die periode is in deze zone ook over het algemeen beter dan in het noorden van de gemeente, waar de archeologische sporen meestal al voor een deel in de bouw zijn opgenomen. Op de stroomruggen langs de Lek in het zuiden van de gemeente is door diezelfde afdekking de kans op onontdekte vindplaatsen daarom groter.

De gemeente Houten heeft haar eigen archeologiebeleid. Er is gekozen voor een verscherpte aandacht voor, en het stellen van duidelijke voorwaarden aan, ingrepen in de bodem van de archeologisch meest waardevolle delen van het gemeentelijke grondgebied. Dit heeft geresulteerd in een Maatregelenkaart met verschillende beschermingszones, deze kaart is opgenomen in Bijlage 2. Het archeologiebeleid is vertaald naar het paraplubestemmingsplan archeologie. In de op de Maatregelenkaart als categorie 1, 2, 3 en 4 aangemerkte archeologische monumenten, terreinen van archeologische waarde en gebieden met een hoge of gematigde archeologische verwachting wordt, in lijn met de wijziging van de Monumentenwet 1988 (Wet op de Archeologische Monumentenzorg), van toekomstige initiatiefnemers tot bodemverstorende activiteiten een (financiële) inspanning gevraagd kunnen worden om resten uit het verleden op te sporen en zo nodig veilig te stellen. Binnen deze gebieden gelden voor bepaalde ingrepen en activiteiten overigens ook een aantal vrijstellingen. In de regels van dit bestemmingsplan is dit nader uitgewerkt. In zo'n vrijstellingssituatie kan soms tijdens de uitvoering van het werk toch op archeologische resten gestuit worden, en ook buiten de aangewezen gebieden kunnen soms archeologische resten gevonden worden.

Eventuele vondsten gedaan tijdens werkzaamheden, vallen wel onder de meldingsplicht zoals vastgelegd in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Onderzoek Archeologie/cultuurhistorie In het kader van het bestemmingsplan is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 7 bijgevoegd. Geconcludeerd wordt dat archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het plangebied zijn geen aanwijzingen aangetroffen, zoals bodemvorming of cultuurlagen met archeologische indicatoren, die duiden op menselijke aanwezigheid in het verleden. De aangetroffen sedimenten zijn ontstaan in een dynamisch blad 40 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

milieu dat niet geschikt was voor menselijke bewoning in het verleden. Met de voorgenomen bodemingrepen worden geen archeologische vindplaatsen geschaad. Het rapport en het selectieadvies zijn op 6 maart 2020 beoordeeld door het bevoegd gezag, de gemeente Houten, en diens archeologisch adviseur (drs. B. Peters, gemeentelijk archeoloog). De heer Peters stemt in met het advies wat betreft de conclusie. Er zijn geen archeologische indicatoren of cultuurlagen aangetroffen in de boringen. Daarmee is archeologisch vervolgonderzoek niet meer nodig, en kan het plangebied voor wat betreft archeologie worden vrijgegeven voor de geplande ontwikkelingen. De heer Peters adviseert de gemeente Houten om met dit advies in te stemmen. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij graafwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en artikel 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen.

Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de gemeentelijk archeoloog van Houten (e-mail: Barry.Peters@houten.nl.) Verder wordt opgemerkt dat in de omgeving van de winning Tull en 't Waal zich een aantal archeologische monumenten en plaatsen met een archeologische waarde bevinden. Deze bevinden zich allemaal aan of vlak onder maaiveld. De uitbreiding van puttenveld geeft echter geen toename in effecten op de grondwaterstand in de deklaag tot gevolg. Nadelige gevolgen voor cultureel erfgoed en archeologische vondsten/waarden worden dan ook niet verwacht. Landschap Het plan heeft geen effect op de belangrijke structurerende elementen van het landschap en de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het Rivierengebied. Conclusies De aspecten landschap, cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.5

Verkeer en parkeren De uitbreiding met tien winputten leidt niet tot extra verkeer of extra parkeerdruk. De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.6

Niet gesprongen explosieven In het kader van het bestemmingsplan is een quickscan conventionele explosieven uitgevoerd, Het rapport is als bijlage 8 bijgevoegd. Uit het rapport volgt dat in het plangebied niet betrokken is geweest bij oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied is niet verdacht op het aantreffen van CE in de bodem. Op basis van de resultaten van dit quickscan en de conclusies is het niet noodzakelijk om

blad 41 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

vervolgstappen te ondernemen in de explosievenopsporing voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden. De geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder dat OCE-maatregelen getroffen dienen te worden.

blad 42 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn eventuele aanlegregels, uitwerkingsregels, nadere eisen, ontheffing- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen.

6.2

Bestemmingen

6.2.1

Inleidende regels Artikel 1 Begripsbepaling In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

6.2.2

Bestemmingsregels In de bestemmingsregels is het toepassingsbereik van het bestemmingsplan opgenomen. De systematiek van voorliggend paraplubestemmingsplan houdt in, dat de verbeelding en regels van het geldende bestemmingsplan blijven gelden voor deze gronden en alleen waar nodig wijzigingen worden aangebracht. Het nieuwe plan wordt als het ware over het geldende plan heen gelegd en in samenhang met het geldende plan gelezen. Dit betekent dat het geldende bestemmingsplan onverkort van toepassing blijft met inachtneming van het volgende: de aanduiding milieuzone – waterwingebied wordt toegevoegd aan de verbeelding, zodat waterwinning is toegestaan; de aanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone schrappen van de verbeelding, zodat de winputten zijn toegestaan.

6.2.3

Algemene regels Artikel 3 Anti-dubbeltelregel

blad 43 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd.

6.2.4

Overgangs- en slotregels Artikel 4 Overgangsrecht bouwwerken Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk wanneer het bevoegd gezag afwijkt in het kader van een omgevingsvergunning. Artikel 5 Overgangsrecht gebruik De overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Artikel 6 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

blad 44 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid In de Wro is de mogelijkheid opgenomen om bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Dit vindt plaats door het opstellen van een exploitatieplan, waarin deze verdeelsleutel vastligt. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk als de overheid en de ontwikkelende partij, de initiatiefnemer, privaatrechtelijk tot overeenstemming komen. De Wro stelt eisen aan het exploitatieplan en in het Bro is geregeld voor welke type bouwplannen een exploitatieplan noodzakelijk is, indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Het gaat om nieuwbouwplannen (woningen of andere hoofdgebouwen), forse uitbreidingen van bestaande gebouwen of kassen (met ten minste 1.000 m²) of forse verbouwingen, bijvoorbeeld als bedrijfsruimten worden omgezet in (ten minste 10) woningen. Het bestemmingsplan maakt geen bouwplannen mogelijk waarvoor een exploitatieplan noodzakelijk is. Het opstellen van een exploitatieplan voor het bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal is derhalve niet noodzakelijk.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerp van het bestemmingsplan Eiland van Schalkwijk is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening aan enkele overlegpartners gezonden. Er is één reactie ontvangen, te weten van de provincie. Deze reactie is beantwoord in een Nota van Vooroverleg. De reactie heeft geleid tot een aanpassing aan het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 10. Bij particuliere initiatieven legt de gemeente Houten de verantwoordelijkheid voor communicatie en participatie van belanghebbenden bij de initiatiefnemer. Het is van belang dat de communicatie met omwonenden en andere betrokkenen goed gebeurt. Vitens heeft vormgegeven aan de gewenste participatie volgens de gemeentelijke Leidraad communicatie en participatie Houten. In afstemming met de gemeente heeft Vitens op basis van deze leidraad een communicatie- en participatietraject opgestart. Doel van dit traject is om omwonenden, grondeigenaren en andere stakeholders te informeren over de plannen en gelegenheid te bieden om inhoudelijk te reageren op deze plannen. Concreet heeft dit geleid tot het versturen van een informerende nieuwsbrief (per post en e-mail) naar alle bekende stakeholders (zie bijlage 9).

In deze nieuwsbrief zijn de plannen van Vitens toegelicht, is de bestemmingsplanprocedure benoemd, is een doorkijk op de planning gegeven en is de gelegenheid geboden om vragen te stellen. Daarnaast is de stakeholders de mogelijkheid geboden om zich aan te melden voor volgende nieuwsbrieven die over dit project worden verstuurd. Voor de verdere correspondentie heeft Vitens een speciaal e-mailadres in gebruik genomen: tullentwaal@vitens.nl. Het verzenden van de nieuwsbrief heeft een aantal reacties opgeleverd waar Vitens op heeft gereageerd. De reacties en de beantwoording ervan zijn vermeld in bijlage 9. Vanuit de bedrijfsfilosofie van Vitens worden gronden aan de noordkant van het plangebied meer geschikt gemaakt voor weidevogels. Daarvoor heeft afstemming plaatsgevonden met de Stichting Weidevogelbeheer Eiland van Schalkwijk over het realiseren van weidevogelvoorzieningen op de gronden van Vitens. Samen met de Stichting is hier ook

blad 45 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

overleg over geweest met de pachter van de gronden. Dit is beknopt beschreven in bijlage 9.

blad 46 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Hoofdstuk 8

8.1

Handhaving en uitvoering

Inleiding De aspecten van de handhaving, de handhaafbaarheid alsmede van de integrale veiligheid spelen bij het maken en uitvoeren van nieuwe (bestemmings)plannen een steeds belangrijker wordende rol. In het kader van de fundamentele herziening van belangrijke wetten zoals de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) heeft het Ministerie van VROM nadrukkelijk gewezen op het belang van een adequate handhaving van de wettelijke bepalingen en de vastgestelde plannen. Handhaving is daarmee in de loop van de tijd niet alleen speerpunt van rijksbeleid geworden, maar ook van provinciaal en gemeentelijk beleid. In die ontwikkeling tijdens de afgelopen jaren hebben de calamiteiten in Enschede, Volendam, Tiel en Maastricht (maar ook die op lokaal niveau) hun eigen stuwende rol gespeeld. Niet alleen de overheid richt haar aandacht in toenemende mate op veiligheid en handhaving. Ook in de jurisprudentie van de (bestuurs-)rechter is een tendens zichtbaar die de beleidsvrijheid van overheden met betrekking tot de inzet van het handhavinginstrumentarium steeds verder inperkt.

Onder deze bestuurlijke en gerechtelijke druk van boven, maar ook door de druk die de steeds mondig wordende burgers via klachten en handhavingsverzoeken opvoeren, ontkomen de handhavingsinstanties zoals de gemeente niet aan het voeren van een actief, strategisch, integraal en operationeel handhavingsbeleid. Hierbij moet de handhavende instantie (jaarlijks) prioriteiten, speerpunten, doelen en activiteiten vastleggen en uitvoeren op basis van heldere probleemanalyses. Handhaving is overigens veel meer dan feitelijk optreden. Er bestaat een onderscheid tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten vallen onder andere communicatie, voorlichting en vormen van (financiële) ondersteuning als subsidieverlening. De grootste groep klanten/burgers heeft namelijk de intentie om de regels keurig na te leven. Om hen hierin te ondersteunen is het van belang juiste voorlichting te geven en heldere afspraken te maken. Als klanten zich toch niet aan de regels houden proberen we dat tijdig te signaleren, zodat zij en anderen niet onnodig worden geconfronteerd met de vervelende gevolgen van een overtreding. Hierbij wordt systematisch, wijkgericht en projectmatig onderzocht waarom mensen (welke) regels overtreden. De uitkomsten hiervan gebruiken we om regelovertreding zoveel mogelijk te voorkomen.

Naast deze preventieve maatregelen is het minstens zo belangrijk om klanten die bewust de regels overtreden aan te pakken. Deze overtreders kunnen dan rekenen op een sanctie. Vormen van repressieve instrumenten zijn onder meer controle, toezicht en opsporing plus het hanteren van sancties als bestuursdwang, dwangsom (bestuursrecht) en boetes (strafrecht).

blad 47 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

8.2

Jurisprudentie Ingevolge de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) geldt dat alleen van handhavend optreden ten opzichte van een illegale situatie kan worden afgezien onder bijzondere omstandigheden dan wel bij concreet zicht op legalisatie. De ABRvS heeft dit vereiste nog eens nader gespecificeerd (ABRvS 16 mei 2007, LJN: BA5244). De omstandigheid dat een overtreding door een bestuursorgaan lange tijd ongemoeid is gelaten betekent niet zonder meer dat het bestuursorgaan daartegen niet meer handhavend mag optreden. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving is, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift, het bevoegde bestuursorgaan verplicht tot handhaving. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan het bestuursorgaan afzien van handhaving. Dit is het geval als concreet zicht op legalisatie bestaat of als handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding met de daarmee te dienen belangen dat in die concrete situatie van handhavend optreden kan worden afgezien.

8.3

Gemeentelijk beleid Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat de gemeente handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. Immers, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. In 2013 heeft het college de beleidsnotitie VTH2013-2017 vastgesteld. De notitie vormt het geactualiseerde beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de fysieke leefomgeving. De basisprincipes van het 3-stappenplan en de integrale werkwijze zoals beschreven in de Kaderstellende beleidsnota Integrale handhaving 2004 zijn in stand gehouden. Elke vier jaar wordt het handhavingsbeleid geëvalueerd, zo nodig aangepast en vervolgens opnieuw vastgesteld. Jaarlijks doet het college van burgemeester en wethouders verslag van alle handhavingsaangelegenheden van het afgelopen jaar.

Om de twee jaar wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de werkzaamheden en de prioriteiten voor de komende periode worden bepaald. Hiermee voldoet gemeente Houten aan de verplichtingen uit het Besluit omgevingsrecht (Bor). De gemeente pakt niet alle illegale situaties tegelijk aan. De prioritering vindt plaats aan de hand van een zogenaamde risicomatrix. Dit is een rangschikking die wordt opgesteld aan de hand van een prioriteitenstelling en risicobepaling (ernst en kans). Bij calamiteiten wordt altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Houten plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop.

blad 48 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

Handhaving op basis van het bestemmingsplan vindt zowel plaats tijdens de uitvoering van een werk waarvoor omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen' zijn verleend als bij het gebruiken van gronden en bouwwerken. Niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat toezichthouders in Houten volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken.

8.3.1

Integrale samenwerking en prioriteitsstelling Er is anno 2012 sprake van een gecoördineerde samenwerking tussen de afdelingen van onze gemeentelijke organisatie die de meeste vergunningen verlenen en die de meeste controles uitvoeren. De hiervoor noodzakelijke afstemming, coördinatie en samenwerking vinden hun basis nog steeds in de Nota Integrale Handhaving 2004. Ook de externe samenwerking met handhavingspartijen wordt hierbij betrokken. Wat dat betreft heeft het integrale handhavingsbeleid (de nota integrale handhaving) haar duurzaamheid bewezen, maar ook bij het afhandelen van (illegale) situaties worden heldere keuzes gemaakt als resultante van een deugdelijk afwegingsproces. Al of niet optreden vindt plaats op grond van een rangschikking die wordt opgesteld aan de hand van een prioriteitenstelling en risicobepaling (ernst en kans). Op basis van de nota integrale handhaving heeft de gemeente twee interne overlegverbanden in het leven geroepen: het Vergunningenoverleg en het Handhavingsoverleg. Er is verder gebleken dat de wijze waarop in Houten al jaren wordt samengewerkt bijna naadloos aansluit op de werkwijze die door de Wabo wordt verlangd. De Wabo is op 1 oktober 2010 ingevoerd en beoogd een betere en snellere dienstverlening van de overheid aan burgers en bedrijven.

Door integrale vergunningverlening en handhaving ontstaat een doelmatige manier van werken en levert op termijn een besparing op. Voor wat betreft de nieuwe werkwijze onder de Wabo zal gebruik gemaakt blijven worden van het Vergunningenoverleg. Daarnaast zal het Handhavingsoverleg een prominentere rol gaan krijgen.

8.3.2

Minder vergunningverlening en meer nadruk op toezicht/handhaving Door de inwerkingtreding van het Bor (bouwregelgeving), het Activiteitenbesluit (milieuregelgeving) en het Gebruiksbesluit (brandveiligheidsregelgeving) komt de nadruk steeds minder op vergunningverlening en steeds meer op toezicht en handhaving te liggen. Door deze wetswijzigingen is er steeds vaker sprake is van meldingen en steeds minder vaak van vergunningen. Toetsen en controles vinden daardoor steeds vaker gedurende of na een bepaalde ontwikkeling plaats. En hoewel aanvankelijk de indruk bestond dat, door de afname van het aantal vergunningen, de werkdruk zou verminderen, is het tegendeel waar. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. Mede om die reden zijnde landelijke vakorganisaties van de Brandweer, het Bouwtoezicht en Milieu (in opdracht van VROM) bezig met de ontwikkeling van een integraal toezichtprotocol. Medio 2008 was de ontwikkeling zo ver dat het een werkbaar instrument was. Dit instrument is inmiddels getest en het blijkt een goede basis te vormen voor integrale controles. Doordat steeds meer toezicht plaats zal (moeten) gaan vinden, zullen veel mogelijke overtredingen eerder ("tijdens de rit") ontdekt worden. Of en in hoeverre dit gevolgen zal hebben voor het naleefpercentage, valt op voorhand niet te zeggen.

In zijn algemeenheid kan echter wel gezegd worden dat handhavingsacties afnemen en voorkomen worden naarmate het toezicht toeneemt. Het is de bedoeling dat zo veel mogelijk burgers en bedrijven door een strikt toezicht bij een eerste controle blijken te voldoen aan alle regels. Hieruit vloeit het

blad 49 van 50

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Puttenveld Tull en 't Waal Gemeente Houten Projectnummer 0463472.100

zogenaamde naleefpercentage voort. Is eenmaal vastgesteld dat er sprake is van een overtreding waarop handhaving moet volgen, dan voorziet het beleid in een driestappenplan waarlangs de doelen van de handhaving (ongedaan maken onwenselijke/onveilige situatie) kunnen worden bereikt. Het driestappenplan bestaat uit: 1. 2. 3.

8.4

bestuurlijke waarschuwing; voornemen van een dwangsom/bestuursdwang (voorkeur voor dwangsom); oplegging dwangsom/uitoefening bestuursdwang.

Handhaving bestemmingsplan Eiland van Schalkwijk De regeling in het voorliggende bestemmingsplan staat toegelicht in het hoofdstuk Juridische planbeschrijving. In het bestemmingsplan gaat het om ruimtelijk relevante regels, dat wil zeggen om regels die van belang zijn voor de fysieke inrichting en het gebruik van de grond bij een bestemming. Niet alle noodzakelijke regels voor de bouw en het gebruik van de verschillende bestemmingen kunnen in dit bestemmingsplan worden opgenomen. Een aantal regels op het terrein van de bouw en het gebruik van gebouwen, aanleg van terreinen, het voeren van een bedrijf kan gesteld worden in de omgevingsvergunning, gebruiksvergunning in het kader van brandpreventie en/of andere vergunningen. Handhaving van de in het deelgebied geldende regels zal voornamelijk toegespitst zijn op de regels uit het bestemmingsplan alsmede van de vergunningen. Handhaving van het publiekrechtelijke kader heeft namelijk de voorkeur boven de handhaving van het privaatrecht. Privaatrechtelijke afspraken over ruimtelijke aspecten zijn vaak lastig handhaafbaar en worden daarom zo veel als mogelijk vermeden. Echter, soms kunnen afspraken niet gemaakt en verankerd worden met behulp van publiekrechtelijke wetgeving, maar kunnen partijen toch beter een (privaatrechtelijke) overeenkomst afsluiten.

Hier dient evenwel terughoudend mee worden omgegaan, mede in het licht van de handhaafbaarheid, deregulering en de tweewegenleer. Daarbij is privaatrechtelijk overheidsoptreden niet toegestaan indien de publiekrechtelijke regeling dit verbiedt of indien de publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist. Dit laatste is afhankelijk van de inhoud en strekking van de publieke regeling, op welke wijze in die regeling de belangen van burgers worden beschermd en of via het publiekrecht een vergelijkbaar resultaat kan worden behaald. Specifieke onderwerpen deelgebied In het Eiland van Schalkwijk zal de handhaving voornamelijk gericht zijn op het tegengaan van ander gebruik dan waar dit overwegend landelijke gebied voor bedoeld is. Strijdig gebruik en bouwen zonder- of in afwijking van een vergunning, wordt aangepakt volgens het beleid en de prioritering zoals hierboven beschreven. Twee onderwerpen hebben onze speciale aandacht in dit betreffende plangebied; 1. 2.

blad 50 van 50

Huisvesting seizoenarbeiders: De gemeente Houten heeft beleid opgesteld voor het huisvesten van (buitenlandse) seizoensarbeiders. Hieraan dient voldaan te worden. Met betrekking tot het gebruik van boomgaarden wordt verwezen naar de Notitie niet vergunde boomgaarden, welke als Bijlage 12 bij de toelichting van het bestemmingsplan Eiland van Schalkwijk is opgenomen.

Ruimte - Antea Nederland B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=f76a4df7-6e76-4ec9-bb16-97c26efe086a