CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 ROB Julianastraat 23, Houten (10-10-2024)

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente HoutenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen 9 woningen Koningin Julianastraat 23 en Prins Bernhardweg 4010.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gebiedsbescherming

4.6.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 4.6.2.2 Situatie projectgebied Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Lingegebied en Diefdijk-zuid’ en is gelegen op een afstand van circa 10,2 kilometer van het projectgebied. Vanwege de onderlinge afstand kan directe hinder in de vorm van geluid, verstrooiing van licht etc. worden uitgesloten. Vanwege de grote onderlinge afstand in combinatie met de aard en omvang van de ontwikkeling, kan op voorhand uitgesloten worden dat er sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Een stikstofberekening wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van het NNN.

Gelet op de aard en omvang van het voornemen en de ligging van het projectgebied binnen de kern van Houten kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van enige aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. 4.6.3

Soortenbescherming

4.6.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 4.6.3.2 Situatie plangebied In voorliggend geval worden er twee woningen gesloopt en worden er negen levensbestendige woningen gerealiseerd. Om te beoordelen of deze ruimtelijke ingrepen gepaard gaan met negatieve effecten op beschermde soorten, is door GROFALEX een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor de locatie Koningin Julianastraat 23 en de de locatie Prins Bernhardweg 40. Voor de volledige rapportages wordt verwezen naar de bijlages 3 en 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de quickscans is gebleken dat de werkzaamheden niet

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing gepaard gaan met significante negatieve effecten op beschermde soorten. Nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 4.6.4

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling gaat niet gepaard met negatieve effecten op beschermde gebieden en/of beschermde soorten.

4.7

Archeologie & Cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

4.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk, te weten het archeologisch vooronderzoek. Wanneer blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied Het projectgebied ligt op de grens van twee archeologische dubbelbestemmingen, te weten: Waarde – Archeologie 1 en Waarde – Archeologie 2. De te realiseren bebouwing overschrijdt zowel de oppervlaktegrens van 100 m² als 500 m². In voorliggend geval is door Laagland Archeologie een verkennend archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd. Voor het volledige verkennende onderzoek wordt verwezen naar bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit het onderzoek is gebleken dat er sprake is van een onverstoorde bodemopbouw.

Op basis van deze bevindingen wordt een nader archeologisch onderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of opgraving. Voor het nader archeologisch onderzoek is een Programma van Eisen opgesteld. Voor het Programma van Eisen wordt verwezen naar bijlage 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het Programma van Eisen wordt als voorwaarde voor de vergunning opgenomen, met dien verstande dat de onderzoeksmethode uit het Programma van Eisen en de eventueel benodigde vervolgstappen worden uitgevoerd alvorens de bouw van de woningen kan plaatsvinden. 4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan of wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing 4.7.2.2 Situatie projectgebied Er bevinden zich in het projectgebied of in de directe omgeving geen Rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden die mogelijk negatief zouden kunnen worden beïnvloed door voorliggende ontwikkeling. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het initiatief. 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat nader archeologisch onderzoek benodigd is. Er is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

4.8

Wateraspecten

4.8.1

Vigerend beleid

4.8.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.8.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich onder andere op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het programma een plek gekregen.

De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Nationale Omgevingsvisie (2020), het Bestuursakkoord Water (2011, aangevuld in 2018) en de Waterwet (2009). 4.8.1.3 Provinciaal beleid In het Bodem- en Waterprogramma 2022-2027 wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op schoon oppervlaktewater, schone bodem en grondwater, bodem, voldoende water, waterveiligheid en energie uit bodem en water. Het plangebied ligt in de kern Houten. Houten is onderdeel van het Stadsgewest Utrecht. Hiervoor geldt een gebiedsgerichte aanpak. De huidige manier waarop steden en ook dorpen zijn ingericht, samen met onder meer de woningbouwopgave en de energietransitie, zorgen voor een toenemend probleem van wateroverlast, droogte- en hittestress en toenemende drukte in de ondergrond. Zowel bij ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied als bij uitbreidingslocaties is het van belang om voldoende waterberging te realiseren, teneinde wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te beperken. Mogelijkheden tot verkoeling zijn ook belangrijk, dus meer natuur, groen en recreatievoorzieningen, zoals zwemwater.

4.8.1.4 Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschrijft de ambities en inzet van het hoogheemraadschap om de waterdoelen voor het beheergebied te bereiken. Voor de komende periode heeft het hoogheemraadschap haar koers in vier thema’s verwoord: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing • • • •

Zuiver afvalwater. Energieneutraal en circulair; Robuust en gezond watersysteem in een klimaatbestendig gebied; Waterbewust leven en genieten van water; Waterveilige leef- en werkomgeving.

Daarnaast zijn voor verschillende gebieden nadere uitwerkingen opgesteld. Het plangebied ligt in het ‘Stedelijk Middengebied’. De inzet van het hoogheemraadschap is dat ontwerpen met water een prominentere rol krijgt in gebiedsontwikkelingen en de openbare ruimte, zoals bij locatiekeuzes en planvorming van nieuwe bouwlocaties. De inzet van water dient meerdere doelen, zoals de opvang van overtollige neerslag bij extreme buien en watervoorziening van stadswater met een goede waterkwaliteit en stedelijk groen. En dit zorgt weer voor het tegengaan van hittestress, de aanvulling van grondwater en een gezonder en aangenamer leefklimaat. Het hoogheemraadschap werkt samen met de Provincie Utrecht, gemeenten en de bouwsector aan een convenant duurzaam bouwen, wat hier een belangrijke impuls aan kan geven. Daarmee wordt water en klimaatadaptie een vanzelfsprekend onderdeel van het programma van eisen bij ontwikkeling in stedelijk gebied. 4.8.2

Algemeen

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico’s op wateroverlast of watertekorten. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting dient een waterparagraaf opgenomen te worden. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.8.3

Waterparagraaf

Het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘korte procedure’ van de watertoets van toepassing is. De watertoets behorende bij deze ontwikkeling is opgenomen in bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing. De ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde ‘het stand still beginsel’. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Het afvalwater van de woningen wordt afgevoerd naar de gemeentelijke riolering. Het hemelwater wordt in voorliggend geval opgevangen door middel van infiltratiekratten. Onderstaand voor de 8 rijwoningen en de vrijstaande woning het benodigde aantal infiltratiekratten (t.b.v. infiltratie hemelwater op eigen perceel en vertraagd afvoeren hemelwater op HWA-riool) uitgerekend: 8 rijwoningen: • • • •

Dakoppervlak totaal = 693,3 m2 (exclusief dakoppervlak (48 m2) van de 8x prefab bergingen, deze lozen d.m.v. vrije uitloop rechtstreeks op maaiveld) Bergingscapaciteit = 45 liter / m2 = 45 mm per m2 Benodigde volume: 693,3 * 45 = 31198,5 liter Krat afmetingen in liter= 410,4 liter - afmetingen krat LxBxH= 120x60x60mm

Benodigd aantal kratten voor de 8 rijwoningen: 31198,5 / 410,4= 76,02 = 76 infiltratiekratten (op te nemen in (onder) het mandelig gebied van de 8 rijwoningen).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

28

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing Vrijstaande woning: • • • •

Dakoppervlak totaal = 237,2 m2 Bergingscapaciteit = 45 liter / m2 = 45 mm per m2 Benodigde volume: 237,2 * 45 = 10674 liter Krat afmetingen in liter= 410,4 liter - afmetingen krat LxBxH= 120x60x60mm

Benodigd aantal kratten voor de 8 rijwoningen: 10674 / 410,4 = 26,01 = 26 infiltratiekratten (op te nemen in (onder) het perceel / oprit van de vrijstaande woning). 4.8.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect water geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

29

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een omgevingsvergunning of bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

30

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 6 6.1

Vooroverleg

6.1.1

Het Rijk

VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 6.1.2

Provincie Utrecht

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is in het kader van vooroverleg toegezonden aan Provincie Utrecht. 6.1.3

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording hiervan heeft er toe geleid dat de ‘korte procedure’ van toepassing is. Dit houdt in dat het waterschap positief adviseert over het project. Het vooroverleg is hiermee afgerond.

6.2

Inspraak

Op 8 november 2023 heeft de initiatiefnemer een participatieavond georganiseerd voor omwonenden. Het project is hierbij kenbaar gemaakt en omwonenden hebben de gelegenheid gekregen om hun reacties te geven doormiddel van een reactieformulier. De reacties zijn bij de uitwerking van het plan meegenomen. Hieruit is bijvoorbeeld uit voort gekomen dat besloten is om de eerst geplande tiny house op het perceel niet te realiseren.

6.3

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat de omgevingsvergunning ter inzage heeft gelegen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

31

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

32

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 2

Bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

33

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 3

Quickscan flora fauna Koningin Julianastraat 23

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

34

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna Prins Bernhardweg 40

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

35

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek verkennende fase

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

36

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 6

Archeologisch Programma van Eisen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

37

Omgevingsvergunning Koningin Julianastraat 23, Houten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 7

Watertoets

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=ddf42432-d7e8-4464-a52f-8b484744e719