Bijlage 2 - Notitie Investeringen Waardering en Afschrijving
Tekst van het document
Artikel 51 In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.
26
Notitie Investeringen, Waardering en Afschrijving
Artikel 52 1. In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. gronden en terreinen; b. woonruimten; c. bedrijfsgebouwen; d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken; e. vervoermiddelen; f. machines, apparaten en installaties; g. overige materiële vaste activa. 2. In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de investeringen of desinvesteringen; c. de afschrijvingen; d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 52a 1. In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de ontvangen bedragen; c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen; d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar. 2. In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 40a, onderdeel a in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
27
Notitie Investeringen, Waardering en Afschrijving b. de toevoegingen; c. de ontvangen bedragen; d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 52b De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen vorderingen, bedoeld in artikel 63, achtste lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 65, eerste lid, en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 65, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen.
Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
28
Notitie Investeringen, Waardering en Afschrijving Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6. In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
29
Notitie Investeringen, Waardering en Afschrijving 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. 5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
30
Notitie Investeringen, Waardering en Afschrijving
7.3 Bijlage III : Afschrijvingstermijnen Groep en omschrijving activa
Afschrijvingstermijn (jaren) Toelichting
1. Gronden en terreinen Erfpachtgronden Grond Aanleg sportveld Aanleg kunstgrasveld Renovatie sportveld Renovatie kunstgrasveld Inrichting terrein Begraafplaatsen
Oud
Nieuw
15 10/15/20 15 20 25 40
15 10/15/20 15 15 25 40
Voorbeelden
Wordt niet op afgeschreven Wordt niet op afgeschreven
Woonwagenterrein
Categorie
E E E E E E E E
Maatschappelijk Speelvoorzieningen
Aansluiting bij technische levensduur (BOR) Plaatsingsduur object
7
7
Nutsvoorzieningen en plaatsingskosten
divers
divers
2. Gebouwen Gebouw (nieuwbouw - steen) per 1-1-2011 ouder dan 10 jaar Gebouw (nieuwbouw - steen) per 1-1-2011 nieuw en jonger dan 10 jaar
40
40
50 25 15 25
50 25 15 25
divers
divers
Riolering
8-70
8-70
Straatmeubilair
10
10
Wegen
20
20
Aansluiting bij BOR
Civiel Technische Kunstwerken
30
30
Aansluiting bij BOR
9
9
De praktijk wijst uit dat dit soort vervangingen later plaatsvinden dan gepland.
6
6
Gebouw (nieuwbouw - niet steen) Gebouw (prefab) Monumenten Uitbreiding / verbouwing bestaande gebouwen
De praktijk wijst uit dat een levensduur van 50 jaar voor stenen panden mogelijk is. Economische levensduur Economische levensduur Aansluiting bij praktijk in NL. Gelijk aan restant afschrijvingstermijn gebouw
M Noodlokalen
Noodlokalen, woonwagens
M
E E E E E
3. Grond- weg- en waterbouwkundige werken Aansluiting bij technische levensduur (GRP)
E Abri's, bewegwijzering, straatnaamborden, verkeersborden
E
Maatschappelijk
4. Vervoermiddelen Bedrijfswagen/ kleine vrachtwagen
Personenauto's, scooters en dergelijke Vrachtwagens en overig rollend zwaar materieel Aanschaf tweedehands vervoersmiddelen
Wegen, rotondes, tunnels, fietspaden, voetpaden Steigers en bruggen
E E
De praktijk wijst uit dat dit soort vervangingen later plaatsvinden dan gepland. Afhankelijk van technische levensduurverwachting
11
11
divers
divers
11
11
of afwijkende technische levensduur Afhankelijk van technische levensduurverwachting
M M
E E
5. Machines, apparaten en installaties (Gebouw)installaties Gereedschappen en hulpmiddelen
6/7/8
6/7/8
Duurzame gereedschappen en hulpmiddelen Zwaar materieel en toebehoren
10 15
10 15
Theatertechniek
5/15/30
5/15/30
5/10/15/20
5/10/15/20
Leermiddelen scholen Zonnepanelen
10 -
10 20
Maatschappelijk Openbare verlichting: lichtmasten Openbare verlichting: armaturen
30 15
30 20
Meubilair, stoffering en inventaris
Verkeersregelinstallatie
15
15
Nieuwe categorie, afhankelijk van technische levensduurverwachting
Aggregaat, luchtbehandelingsinstallatie, brandbeveiliging Freesmachine, maaimachine, veegmachine, versnipperaar Aanhangwagen, bladblazer, mini- en perscontainers Decortrekken, toneelverlichting, toneelstoffering, orkestbak, hoogwerker, bruggen Keuken, werkplekken, afschrijvingsduur inventaris onderwijs gebaseerd op oude Londo systematiek
E E E E E
E E E
M M De praktijk wijst uit dat dit soort vervangingen later plaatsvinden dan gepland.
M
6. Automatisering Automatiseringsapparatuur
4/5/6
4/5/6
Software
6
6
Kabelgoten, contactdozen, bekabeling
11
11
Telefooncentrales
9
9
7. Immateriele activa Kosten onderzoek en ontwikkeling Ontwikkelingskosten zijnde voorbereidingskosten Kosten verbonden aan geldlening/agio en disagio
5
5
divers
divers
De praktijk wijst uit dat dit soort vervangingen later plaatsvinden dan gepland. De praktijk wijst uit dat dit soort vervangingen later plaatsvinden dan gepland. De praktijk wijst uit dat dit soort vervangingen later plaatsvinden dan gepland. De praktijk wijst uit dat dit soort vervangingen later plaatsvinden dan gepland.
E
E
E
E
Voorgeschreven termijn Economische levensduur activa Maximaal looptijd lening
NB Voor niet-vermelde soorten van investeringen zullen de afschrijvingstermijnen naar het meest gangbaar gebruik worden bepaald. Afwijkingen op bovenstaande tabel dienen beargumenteerd te worden.
31
7.4 Bijlage IV: Schema cyclus investeren en activeren Start cyclus
Dekking vanuit:
Besluitvorming via:
Vervangingsinvesteringen
Programmabegroting en vervolgens bestuursrapportage
Meerjareninvesterings-plannen (MIP, BOR, GRP)
Raadsbesluit
Reserve
Raadsbesluit/bestuu
Verwerking
Activeren
Levensduur economisch
Bedrag >= €10.000 , wordt bij afsluiting van krediet als activa opgenomen vereist goede omschrijving
Afschrijving en rentekosten jaarlijks afgeboekt via exploitatie (5-, 6- of 8-fcl) en leidt na afschrijvingstermijn tot boekwaarde nul
Levensduur technisch
Kredietaanvraag
Raadsbesluit
Kredietnummer en activakaart aanmaken (7-kaart), hierop worden alle investeringskosten
Einde technische levensduur
>= € 25.000
Behoefte tot investeren/ vervangen Geen dekking vanuit
Collegebesluit en vervolgens raadsbesluit < € 25.000
Bedrag < €10.000 wordt bij afsluiting krediet afgeboekt via de exploitatie
Boekwaarde nul