Bijlage 2 na RTG_was wordt lijst APV_wijziging 2022 (752718).docx
Tekst van het document
Bijlage 2 bij raadsvoorstel 341577 (strekt ter vervanging) Waswordt-lijst met artikelsgewijze argumentatie, onderverdeeld in aanpassingen APV-artikelen, wijzigingen m.b.t. Omgevingswet, redactionele en technische wijzigingen. Art. 2:26
was Aanpassingen APV-artikelen Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
wordt
Argumentatie/ risico’s
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Opiumwet.
Conform VNG richtlijn (model APV).
2:27
Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1.openbare inrichting: a. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis of bezorgdienst;
Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1.openbare inrichting: a. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé (shisha lounge), cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis of bezorgdienst;
In artikel 2:27 is ‘waterpijpcafé’ (ook bekend als ‘shisha-lounge’) toegevoegd in de opsomming van openbare inrichtingen. De exploitatie van een waterpijpcafé is hierdoor altijd aan een vergunning onderworpen en kan in het kader van ondermijning niet zo maar geëxploiteerd worden.
2:28
Artikel 2:28 exploitatievergunning openbare inrichting 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: d.voor de openbare inrichting een vergunning op grond van de Drank- en horecawet vereist is en deze is geweigerd, niet is verleend of is ingetrokken. 6.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden ingetrokken indien voor de openbare inrichting een vergunning op grond van de Drank- en horecawet vereist is en deze is geweigerd, niet is verleend of is ingetrokken.
Artikel 2:28 exploitatievergunning openbare inrichting 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: d. voor de openbare inrichting een vergunning op grond van de Alcoholwet vereist is en deze is geweigerd, niet is verleend of is ingetrokken. e. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden ingetrokken indien voor de openbare inrichting een vergunning op grond van de Alcoholwet vereist is en deze is geweigerd, niet is verleend of is ingetrokken.
In het kader van ondermijning een weigeringsgrond (artikel 2:28 derde lid onder e) toe te voegen om aanvrager exploitatievergunning te kunnen beoordelen danwel te controleren op slecht levensgedrag. Er is echter wel beleid nodig waaruit blijkt hoe de burgemeester deze weigeringsgrond invult (blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling).
Artikel 2:34a Begripsbepalingen 1.In deze afdeling wordt verstaan onder de wet: de Drank- en Horecawet. 2.De begripsbepalingen uit artikel 1 van de wet zijn op deze afdeling van toepassing. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.Onverminderd het bepaalde in de Dranken Horecawet is het voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.Het verbod is niet van toepassing op: a.een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en b.een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een
Artikel 2:34a Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder de wet: de Alcoholwet.
Conform VNG richtlijn (model APV).
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.Onverminderd het bepaalde in de Alcoholwet is het voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.Het verbod is niet van toepassing op: a.een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; en b.een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet; en c.de plaats waar evenementen plaatsvinden waarop artikel 2:25 derde lid van toepassing is.
Conform VNG richtlijn (model APV).
2:34a
2:48
Ook is er een wijziging doorgevoerd i.v.m. het aanpassen van de titel van Drank- en Horecawet naar de Alcoholwet (lid 6) en een redactionele wijziging conform VNG modelverordening (lid 7).
Wijziging doorgevoerd i.v.m. het aanpassen titel Drank- en Horecawet naar de Alcoholwet.
Wijziging doorgevoerd i.v.m. het aanpassen titel Drank- en Horecawet naar de Alcoholwet.
1
ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet; en c.de plaats waar evenementen plaatsvinden waarop artikel 2:25 derde lid van toepassing is.
2
2:48a
-
Artikel 2:48a Messenverbod 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3. Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en evenmin voor andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt mits deze zaken zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.
Gelijktrekken beleid met politieregio Lekstroom (Vijheerenlaanden, Nieuwegein, Houten). Door het gelijktrekken van deze regeling maakt dit handhaving voor de politie makkelijker en de omgeving veiliger.
2:48b
-
Artikel 2:48b Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Dit toegevoegde artikel 2:48b m.b.t. lachgas is conform de motie van Rotterdam. Sinds in 2016, door een besluit van het Europese Hof, de verkoop van lachgas niet verboden bleek, is het recreatief gebruik ervan behoorlijk gestegen. Dit heeft een groot effect op de openbare orde en veiligheid, milieu en gezondheid. Zo ook in Houten. Vorig jaar is aan de raad toegezegd om lachgas te reguleren waar kan. De gemeentelijke bevoegdheden zijn echter beperkt tot alleen het reguleren van de overlast ervan. Het gebruik van lachgas is niet verboden en zal dat ook niet worden, omdat een verbod ervoor zorgt dat gebruikers de zorg gaan mijden. Wel is de minister bezig om lachgas onder de Opiumwet te brengen, zodat de verkoop ervan aan banden gelegd kan worden. Dit laat echter nog op zich wachten. In de tussenliggende tijd is de enige mogelijkheid voor gemeenten om het lachgasprobleem aan te pakken: het verbieden van overlast in de openbare ruimte als gevolg van het gebruik van lachgas. Dat wordt nu voorgesteld door artikel 2:48b op te nemen. Hierbij moet opgemerkt worden dat er is gekozen voor het opnemen van artikel 2:48b (lachgasverbod) en niet voor het meer algemene artikel 2:74a (openlijk drugsgebruik). De reden hiervoor is drieledig. 1. Het artikel is conform het artikel dat de gemeente Rotterdam in de vorm van een motie inbracht in de vergadering van de VNG.
De motie (die aangenomen is) was een voorstel om artikel 2:48b (lachgasverbod) weer op te nemen in de modelAPV, omdat daarmee gemakkelijker gehandhaafd kon worden op overlast voor lachgas. Een bekeuring uitschrijven op basis van artikel 2:74a is bewijstechnisch veel ingewikkelder en dat stuitte in de Rotterdamse praktijk nogal eens op sepots. Nu artikel 2:48a weer in de model-APV staat, is er weer een feitcode aan gekoppeld. Een feitcode heeft als voordeel dat een boete snel en geautomatiseerd afgedaan kan worden door de politie en het CJIB. 2. Het verbod op openlijk drugsgebruik schuurt heel erg tegen de Opiumwet aan. Het verbod mag daarom alleen opgenomen worden om de overlastproblematiek als gevolg van openlijk drugsgebruik aan te pakken. Het mag niet gebruikt worden om andere druggerelateerde problematiek aan te pakken, omdat dat uitputtend in de Opiumwet geregeld is. In de gemeente Houten is de overlast door drugsgebruik niet dusdanig dat een algehele verbodsbepaling in de APV daarvoor gerechtvaardigd kan worden. 3. Uw Raad heeft in 2018 een amendement om artikel 2:74a in de APV op te nemen, verworpen. De situatie is sinds die tijd alleen voor wat betreft overlast door lachgas, gewijzigd.
2:71
Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).
Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Conform VNG richtlijn (model APV).
2:73a
Artikel 2:73a Carbid schieten 1.Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2.Het verbod in het eerste lid geldt vanaf 2 januari 2021 niet buiten de bebouwde kom van 31 december 10.00 uur tot 1 januari van het daaropvolgende jaar 02.00 uur. 3.Het bevoegd bestuursorgaan is, met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid, bevoegd nadere regels te stellen. 4.Het college is bevoegd van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing te verlenen. Het bevoegd bestuursorgaan is vanaf 2 januari 2021 bevoegd van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing te verlenen.
Artikel 2:73a Carbid schieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet buiten de bebouwde kom van 31 december 10.00 uur tot 1 januari van het daaropvolgende jaar 02.00 uur. 3. Het college is, met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid, bevoegd nadere regels te stellen. 4. Het college is bevoegd van het in het eerste lid gesteld verbod ontheffing te verlenen.
Het oude artikel met betrekking tot carbid schieten is wederom opgenomen zoals voor 2020. Er is voor nu geen verdere behoefte dit anders te reguleren. Vorig jaar was nog sprake van een tijdelijk landelijk vuurwerkverbod waarbij lokaal eventuele ongereguleerde toename van carbid schieten voorkomen moest worden. Er is momenteel geen sprake van rijksbeleid op het gebied van een vuurwerkverbod. De raad heeft gevraagd de oude regeling te blijven hanteren in afwachting van een landelijk evaluatie van het vorig jaar geldende verbod. Dat is niet gebeurd. De regeling rondom carbid schieten blijft daarom zoals oude artikel in de vorige APV.
2:74
Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74 Drugshandel op straat Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden, te gebruiken, toe te dienen, daarbij behulpzaam zijn, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Conform VNG richtlijn (model APV).
Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder, tweede lid onder c c.binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: -bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder, tweede lid onder c c.binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: -bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
Conform VNG richtlijn (model APV).
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als
Conform VNG richtlijn (model APV).
3:5
5:13
3
De begripsbepaling is aangepast vanwege wijziging van het Vuurwerkbesluit. Op deze manier klopt de tekst met het betreffende besluit. De regeling voor consumentenvuurwerk wordt beleidsmatig niet aangepast omdat er nog gewacht wordt op landelijke ontwikkelingen rondom een algeheel vuurwerkverbod.
Lachgas wordt in artikel 2:74 aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’. De feitcode die sinds 1 juli 2021 hierop betrekking heeft, blijft bestaan. Het artikel bestond al en is nu scherper weggezet. Gemeenten kunnen sinds 1 juli jl. een bestuurlijke strafbeschikking uitvaardigen bij overtreding van deze bepaling. Mogelijk vanaf november 2021 zijn er ook feitcodes beschikbaar op basis van artikel 2:48b (lachgasverbod). De VNG informeert daar tijdig over.
Wijziging doorgevoerd i.v.m. het aanpassen titel Drank- en Horecawet naar de Alcoholwet.
Door het toevoegen van de term ‘leden- en donateurwerving’ komt een einde aan de verwarring of die nu wel of niet onder dit artikel vallen.
2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Overigens betekent dit nu niet dat leden- en donateurwervingen vergunningsplichtig worden aangezien door deregulering de meeste inzamelingen in de gemeente Houten vergunningsvrij zijn.
Artikel 5:14 Begripsbepalingen, tweede lid onder c 2.Onder venten wordt niet verstaan: c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:14 Begripsbepalingen, tweede lid onder c 2.Onder venten wordt niet verstaan: c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Conform VNG richtlijn (model APV).
Artikel 5:17 Begripsbepaling, tweede lid onder a 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a.een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
Artikel 5:17 Begripsbepaling, tweede lid onder a 2.Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
Conform VNG richtlijn (model APV).
Artikel 5:22 Begripsbepaling, tweede lid onder a 2.Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
Artikel 5:22 Begripsbepaling, tweede lid onder c 2.Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
Conform VNG richtlijn (model APV).
5:23
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod geldt niet voor: a.ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod geldt niet voor: a. ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. b. beurs- of congresruimten 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.
Hoewel snuffelmarkten vanuit het bestemmingsplan rechtstreeks zijn toegestaan in beursen congrescentra, was hier in de praktijk wel eens verwarring over. Het toevoegen van de zinsnede dat de vergunningsplicht niet geldt voor snuffelmarkten in beurs- of congresruimten, maakt de regelgeving duidelijker en transparanter. In het derde lid wijziging m.b.t. de omgevingswet en in het vierde lid een redactionele wijziging.
5:43
Artikel 5:43 Verblijfsverbod Rietplas en Oosterlaakplas 1.Het is verboden tussen 22.00 uur en 7.00 uur te verblijven op, aan of in de Rietplas en de Oosterlaakplas, alsmede op het strandeiland in de Rietplas. 2.Het verbod geldt, buiten de zwemgedeelten, niet voor vissers aan wie vergunning is verleend om in de nachtelijke uren te vissen.
Artikel 5:43 verboden op of aan recreatieplassen 1. Het ten gehore brengen van versterkt geluid of muziek op of aan de recreatieplassen is te allen tijde verboden. 2. Het is verboden tussen 22.00 uur en 7.00 uur te verblijven op, aan of in de recreatieplassen, alsmede op het strandeiland in de Rietplas. 3. Het verblijfsverbod uit lid 2 geldt, buiten de zwemgedeelten, niet voor vissers aan wie vergunning is verleend om in de nachtelijke uren te vissen.
Artikel 5:43 wordt aangepast. Omdat er overlast ontstaat wanneer het warmer weer is, is in overleg met politie en Team Veilig het artikel aangepast om overlast beter te reguleren. Geluid op/ aan recreatieplassen is verboden waardoor geluidsoverlast vermindert. De overlast m.b.t. nachtvissen wordt beperkt tot slechts vergunninghouders. Voor alcoholgebruik, drugsgebruik, het rijden met paarden en wildplassen wordt in andere artikelen van de APV voorzien.
5:14
5:17
5:22
4
Wijziging n.a.v. aanpassing artikel verwijzing Gemeentewet. Dit betreft een aanpassing van de landelijke wetgever m.b.t. de gemeentewet (artikel 160, eerste lid, en onder g ipv h).
Wijziging n.a.v. aanpassing artikel verwijzing Gemeentewet. Dit betreft een aanpassing van de landelijke wetgever m.b.t. de gemeentewet (artikel 160, eerste lid, en onder g i.p.v. h).
Wijziging n.a.v. aanpassing artikel verwijzing Gemeentewet. Dit betreft een aanpassing van de landelijke wetgever m.b.t. de gemeentewet (artikel 160, eerste lid, en onder g i.p.v. h).
4. Dit artikel is niet van toepassing op evenementen waarvoor op grond van artikel 2:25 een vergunning is verleend. 1:1
5
Wijzigingen m.b.t. de Omgevingswet (ingaande vanaf intreden Omgevingswet) Artikel 1:1 Begripsbepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: In deze verordening wordt verstaan onder: • bevoegd gezag: bestuursorgaan dat • beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder bevoegd is tot het nemen van een wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de besluit ten aanzien van een Omgevingswet; omgevingsvergunning als bedoeld in • bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot artikel 2.1 van de Wet algemene het nemen van een besluit ten aanzien van een bepalingen omgevingsrecht of ten omgevingsvergunning als bedoeld in de aanzien van een al verleende Omgevingswet; omgevingsvergunning; • bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de • bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; Bouwverordening gemeente Houten • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in daaronder wordt verstaan; bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;
Conform VNG richtlijn (model APV) in het kader van de Omgevingswet.
1:2
Artikel 1:2 Beslistermijn, (toevoegen lid)
Artikel 1:2 Beslistermijn 4. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
1:4
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen, derde lid (toevoegen lid)
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
1:5
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing, (toevoegen lid)
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 2. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
1:6
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing (toevoegen lid)
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing, tweede lid 2. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:10
Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen 7. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 2:78, de Afvalstoffenverordening, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening provincie Utrecht 2010. 8. De weigeringsgrond van het zesde lid, onder a, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De weigeringsgrond van het zesde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken. De weigeringsgrond van het zesde lid, onder c, geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen 7. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 2:78, de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening. 8. De weigeringsgrond van het zesde lid, onder a, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet of op situaties waarin beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. De weigeringsgrond van het zesde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken. De weigeringsgrond van het zesde lid, onder c, geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
6
2:11
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:12
Artikel 2:12 maken, veranderen van een uitweg, tweede lid 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.
Artikel 2:12 maken, veranderen van een uitweg, tweede lid 2. het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:14
Artikel 2:14 Winkelwagentjes 3. Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:14 Winkelwagentjes 3. Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:21
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 2. Het bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:23
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Vaarwegenverordening provincie Utrecht 2008.
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:28
Artikel 2:28 exploitatievergunning openbare inrichting 2.De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
Artikel 2:28 exploitatievergunning openbare inrichting 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:39
Artikel 2:39 speelgelegenheden b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Artikel 2:39 speelgelegenheden b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2:46
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij
Zie uitleg bij artikel 1:1.
7
of de Wegenverordening provincie Utrecht 2010.
of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
2:60
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals de wet luide direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
Zie uitleg bij artikel 1:1.
3:13
Artikel 3:13 Weigeringsgronden b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
Artikel 3:13 Weigeringsgronden b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf strijd zal leveren met het omgevingsplan of een bekend gemaakte beheersverordening daarvan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
Zie uitleg bij artikel 1:1.
4:1
Artikel 4:1 Begripsbepalingen, In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;
Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Besluit;
Aanpassing van artikelen volgens VNG modelverordening met de Omgevingswet in gedachte. Deze onderdelen (Hoofdstuk 4, afdeling 1) strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus wel van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen.
4:5
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 4. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
4:6
Artikel 4:6 Overige geluidhinder, 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale milieuverordening.
Artikel 4:6 Overige geluidhinder, 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
4:6f
Artikel 4:6f Lichthinder 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 4:6f Lichthinder 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
4:13
Artikel 4:13 Opslag voertuigen,
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
Zie uitleg bij artikel 1:1.
4:15
4:17
4:18
8
vaartuigen, mest, afvalstoffen enz., 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996.
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.
afvalstoffen enz. 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
Conform VNG richtlijn (model APV) in het kader van de Omgevingswet. In dit onderdeel wordt artikel 4:15, tweede lid, aangepast. Het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend én het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
Artikel 4:17 Algemene begripsbepalingen c. kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:17 Algemene begripsbepalingen c. kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Conform VNG richtlijn (model APV) in het kader van de Omgevingswet.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening,
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
De definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 is aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunning vrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.
9
5:5
Artikel 5:5 Voertuigwrakken 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:6
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en dergelijke 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996 of de Wegenverordening provincie Utrecht 2010.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en dergelijke 4. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:18
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:20
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening provincie Utrecht 2010.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:25
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Vaarwegenverordening provincie Utrecht 2008, Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996.
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:26
Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Vaarwegenverordening provincie Utrecht 2008, Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996.
Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 3. Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:28
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
Zie uitleg bij artikel 1:1.
2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Vaarwegenverordening provincie Utrecht 2008. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegenverordening provincie Utrecht 2008.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:32
Artikel 5:32 Crossterreinen 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Artikel 5:32 Crossterreinen 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:33
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden b. binnen de bij of krachtens de Provinciale Milieuverordening Utrecht 1995 aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:34
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale Milieuverordening Utrecht 1995.
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
6:1
Artikel 6:1 Strafbepaling 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, 2:11, 2:12 en 4:11 voor zover die betrekking hebben op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 6:1 Strafbepaling 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, 2:11, 2:12 en 4:11 voor zover die betrekking hebben op de Omgevingswet.
Zie uitleg bij artikel 1:1.
5:30
2:1
2:6
10
Redactionele wijzigingen n.a.v. de VNG model APV Artikel 2:1 Samenscholing en Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden ongeregeldheden 6. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:6 verspreiden aanbieden en Artikel 2:6 verspreiden aanbieden en dergelijke van dergelijke van geschreven of gedrukte geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Redactionele aanpassing m.b.t. de wettekst conform vng model APV.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
2:10
2:11
2:25
2:28
2:28a
2:29
2:39
2:57
2:58
2:60
11
stukken of afbeeldingen 5. op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10 het plaatsen van voorwerpen 9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:25 Evenement 8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling. Artikel 2:28a Ontheffing exploitatievergunning openbare inrichting 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:29 Sluitingstijd 8.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:39 Speelgelegenheden 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
5. op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10 het plaatsen van voorwerpen 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:25 Evenement 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 2:28a Ontheffing exploitatievergunning openbare inrichting 4. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 2:29 Sluitingstijd 8. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 2:39 Speelgelegenheden 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie 5. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 4. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
2:63
2:67
2:73
2:78
4:6
4:6c
4:6d
4:6f
4:11
4:18
12
3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:63 Duiven 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.] Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:73a Carbid schieten 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:78 Projectvergunning 7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:6 Overige geluidhinder 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:6c (Geluid)hinder door vrachtauto’s 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:6d Routering 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:6f Lichthinder 4.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
Artikel 2:63 Duiven 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.] Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 3. Op het verzoek tot een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:73a Carbid schieten 5. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 2:78 Projectvergunning 7. Op de aanvraag voor een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:6 Overige geluidhinder 6. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 4:6c (Geluid)hinder door vrachtauto’s 3. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 4:6d Routering 3. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 4:6f Lichthinder 4. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 5. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
4:20
4:23
5:6
5:7
5:11
5:13
5:18
5:23
5:33
5:34
13
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:20 Vergunning kampeerterrein, tweede lid 2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 4:23 Groenvoorzieningen 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en dergelijke 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 7.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken, zesde lid 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
Artikel 4:20 Vergunning kampeerterrein 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 4:23 Groenvoorzieningen 4. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en dergelijke 5. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 3. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 7. Op de aanvraag tot een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 4. Op de aanvraag tot een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 6. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken, zesde lid
Zie uitleg bij artikel 2:1.
Zie uitleg bij artikel 2:1.
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5:36
Artikel 5:36 Verboden plaatsen 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
6. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 4. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.