CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - motivering voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente HoutenBij agendapunt: Bindend advies, warmtepompeninstallatie en warmteleiding, Schonauwenseweg 6, Houten (867613)13.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

23

Open

Figuur 4.1: Visualisatie toekomstige situatie met landschappelijke inpassing.

Conclusie De ontwikkeling gaat gepaard met de versterking van de ruimtelijke kwaliteit en is daarmee in overeenstemming met de provinciale instructieregels.

4.3

Bodem

Door de ontwikkeling van een nieuwe warmtepompeninstallatie wijzigt de functie van het gebied en voor de realisatie van de warmtepompeninstallatie en de warmteleiding zal grond worden verzet. Vandaar dat ook het aspect bodem relevant is in het kader van de motivering. Om inzicht te verkrijgen in eventuele historische bodemverontreiniging en in de huidige situatie van het plangebied, is een vooronderzoek naar de bodemen grondwaterkwaliteit uitgevoerd (bijlage 5). Op basis van de bevindingen van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie vanuit milieuhygiënisch oogpunt verdacht is op het voorkomen van (diffuse heterogene) bodemverontreinigingen in de bovengrond en dat er sprake is van ‘verdachte’ deellocaties.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

24

Open

Voor de geplande ontwikkelingen van de locatie wordt het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 noodzakelijk geacht om de milieukundige bodemkwaliteit beter in beeld te krijgen. In dit onderzoek dienen ook bestrijdingsmiddelen (in de bovengrond) als parameter mee te worden genomen. De uitvoering van verkennend bodemonderzoek is verplicht in het kader van de graafwerkzaamheden die gaan plaatsvinden en voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken die aangevraagd moet worden om de bouwwerken te kunnen realiseren. Op basis hiervan zal meer inzicht ontstaan in de bodemkwaliteit binnen het projectgebied. Hieruit zal duidelijk worden of de bodemkwaliteit toereikend is voor de beoogde functie en of maatregelen getroffen moeten worden voor het grondverzet. Conclusie Uit het vooronderzoek zijn knelpunten naar voren gekomen voor de beoogde functie. In het kader van de omgevingsplanactiviteit voor bouwwerken zal een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd worden om meer inzicht te krijgen in de bodemkwaliteit. De uitvoering hiervan is geborgd, aangezien dit verplicht is voor de uitvoering van de graafwerkzaamheden en vereist is in het kader van de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken.

4.4

Ecologie

Ruimtelijke plannen en/of ingrepen moeten getoetst worden aan vigerende natuurwet- en regelgeving. Per 1 januari 2024, worden in Nederland de natuurwaarden beschermd via de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet is de bescherming geregeld van Natura 2000-gebieden, soorten die genoemd zijn in de vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn alsook nationale soorten en van houtopstanden. Naast de wettelijke bescherming worden natuurgebieden planologisch beschermd via onder andere het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN). In het kader van NNN en de Omgevingswet is voor de projectlocatie een natuurtoets en een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 6 en 7. De conclusies zijn in onderstaande paragrafen beschreven. Soortenbescherming Voor onder de Omgevingswet beschermde soorten komt het volgende naar voren: • In het plangebied of omgeving ontbreekt het aan geschikt habitat voor onder de Omgevingswet beschermde planten en reptielen. • In het plangebied of omgeving komen potentieel vleermuizen, vlinders op de Rode Lijst, en algemene grondgebonde zoogdieren, vogels en amfibieën voor. Negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen dienen te allen tijde voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen. • De voorzorgsmaatregelen moeten worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

In de natuurtoets is geconstateerd dat de haas in het plangebied aanwezig kan zijn. In het vooroverleg heeft de provincie aangegeven dat nader onderzoek conform het ‘Toetsingskader Haas Provincie Utrecht’ (juni 2024) uitgevoerd moet worden. Op basis hiervan is een nadere toelichting soortenbescherming opgesteld die is opgenomen in bijlage 6. De conclusie hieruit staat hieronder omschreven. In de omgeving van het plangebied kan leefgebied van algemene vogels, vogels met jaarrond beschermde nesten, marterachtigen en haas voorkomen. Het plangebied zelf vormt hooguit een matig foerageergebied en zeker geen essentieel leefgebied voor deze soorten. Negatieve tijdelijke effecten tijdens de aanleg zijn te voorkomen door het nemen van mitigerende maatregelen zoals het werken buiten kwetsbare periodes. Deze maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Hiermee vindt er als gevolg van het voornemen geen afbreuk plaats van het functionele leefgebied van de bovengenoemde soorten. Daarnaast wordt er in de toekomstige situatie een kruidenrijkgrasland met

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

25

Open

natuurlijke elementen ingericht, wat bijdraagt een verbetering van het functionele leefgebied van de voornoemde soorten ten opzichte van de huidige situatie. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Lingegebied & Diefdijk-Zuid en ligt op ongeveer 8,8 km afstand ten zuiden het plangebied. Uit de stikstofdepositieberekening die is uitgevoerd om te onderzoeken wat de effecten zijn van de vrijgekomen emissies gedurende de aanleg en het gebruik van de warmtepompeninstallatie, de warmteleiding en de aanpassingen aan de WKC op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden volgt voor beide fases een maximale stikstofdepositiebijdrage van 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden in Nederland. Dit betekent dat significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden als gevolg van het project uit te sluiten zijn. Daarmee is er vanuit het aspect stikstofdepositie geen sprake van een Natura 2000-activiteit en is er geen vergunningplicht in het kader van de Omgevingswet. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Omdat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland ligt zijn negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarde van het NNN op voorhand uitgesloten. Er is daarom ook geen sprake van compensatieplicht of eventuele andere vervolgstappen ten aanzien van het NNN. Houtopstanden Het plangebied ten noorden van de Rondweg ligt in de bebouwde kom.

De bomen op/langs het plangebied buiten de bebouwde kom hebben een kleiner oppervlakte dan 1.000 m2 (10 are) en bestaan niet uit meer dan 20 bomen. Dit betekent dat er geen sprake is van de kap van houtopstanden, zoals bedoeld in de Omgevingswet (Ow). Er zijn daarom geen vervolgstappen nodig voor het eventueel kappen van bomen in het kader van de Ow. De bomen binnen het plangebied vallen ook niet onder de lijst van Bomen met bijzondere waarden. Er is vanuit de gemeente geen omgevingsvergunning nodig voor de eventuele kap van bomen in het plangebied. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het vergunnen van de activiteiten waar onderhavige motivering op toe ziet.

4.5

Geluid

Een onderzoek naar de geluidniveaus in de omgeving ten gevolge van de warmtepompeninstallatie is uitgevoerd door Peutz B.V. I (zie bijlage 8). In het onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de dichtbijgelegen woningen langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus kunnen optreden van ten hoogste 40 dB(A) gedurende het gehele etmaal. Er wordt hiermee voldaan aan de standaardwaarde geluid (maximaal 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode). Ten aanzien van de cumulatieve geluidsniveaus wordt opgemerkt dat sprake zal zijn van een geringe toename in de geluidniveaus. Dit is minder dan 1 dB en daarmee niet waarneembaar. De optredende geluidsniveaus afkomstig van het beoogde planvoornemen voldoen aan de geluidgrenswaarden voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Conclusie De verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal leidt tot een geringe toename van de geluidsniveaus, die voldoet aan de grenswaarden. Hiermee is er sprake van een toelaatbare en inpasbare situatie wat betreft het omgevingsaspect geluid.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

26

Open

4.6

Geur

De verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal leidt niet tot nieuwe geurbronnen of tot een nieuwe geurgevoelige functie. Conclusie Het aspect geur leidt niet tot belemmeringen voor de verduurzaming van de warmtenetten.

4.7

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. In deze paragraaf wordt ook gesproken over plaatsgebonden risico en groepsrisico. Hierin worden de grens- en standaardwaarden en aandachtsgebieden rond (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties besproken. Plaatsgebonden risico Grenswaarden voor kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen en locaties worden bij het ruimtelijk besluit in acht genomen. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij het groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Beoordeling Door de ontwikkeling van de warmtepompeninstallatie is er geen sprake van een nieuw kwetsbaar gebouw of een nieuwe kwetsbare locatie, aangezien de locatie onbemand is. Verder vormt de nieuwe warmtepompeninstallatie ook geen nieuwe risicobron voor de omgeving.

De warmtepompeninstallatie betreft een meldingsplichtige milieubelastende activiteit zoals bedoeld in artikel 3.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, aangezien de gesloten koudemiddelencircuits minder dan 100 kg koolwaterstoffen bevatten. Er is daarmee geen sprake van een toename van het plaatsgebonden of groepsrisico. De warmtebuffer die op het perceel staat bevat een grote hoeveelheid heet water (80C° graden). Door een aarden wal rondom deze warmtebuffer te realiseren wordt voorkomen dat dit water bij een calamiteit kan afstromen naar een gebied waar zich mensen bevinden. Conclusie De verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal leidt niet tot een toename van het plaatsgebonden of groepsrisico.

4.8

Trilling

De verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal leidt niet tot nieuwe bronnen die trillingen kunnen veroorzaken of tot een nieuwe trilling gevoelige functie. De compressoren in de warmtepompen worden op trillingsdempende voeten geplaatst om significante trillingen naar de omgeving te voorkomen. De

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

27

Open

compressoren betreffen centrifugaalcompressoren. Ten aanzien van de distributiepompen en overige componenten worden geen significante trillingen voorzien. Alleen in de aanlegfase kan er tijdelijk sprake zijn van trillingen door de inzet van zwaar materieel. Conclusie Het aspect trillingen leidt niet tot belemmeringen voor de verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal.

4.9

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren

Gemeenten moeten mobiliteit meewegen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot problemen op de omliggende wegen en er moeten ook voldoende parkeerplaatsen voor (deel)auto's en voor fietsen gerealiseerd worden. De locatie wordt via de zuidzijde ontsloten via de Schonauwenseweg middels een nieuw te realiseren toegangsweg naast de Stedin locatie. De gemeente Houten zal de benodigde vergunningen hiervoor aanvragen en zorgdragen voor de realisatie van deze ontsluiting. De warmtepompeninstallatie betreft een onbemande installatie, er is geen sprake van personeel dat permanent aanwezig is. Gemiddeld is sprake van 1 bezoek per dag (auto). Bij onderhoud zijn meerder personen aanwezig. Hiervoor zullen op het perceel 3 parkeerplaatsen worden gerealiseerd, zodat de beheerder en eventueel aanwezig onderhoudspersoneel kunnen parkeren. Hiermee is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.10

Weging van het waterbelang

Bij ruimtelijke plannen moeten gemeenten rekening houden met waterbelangen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De wijze waarop de weging van het waterbelang heeft plaatsgevonden is vastgelegd in deze waterparagraaf. Deze waterparagraaf doet verslag van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie, dat wil zeggen voor het grondwater en het oppervlaktewater. Eneco heeft de plannen voorgelegd aan Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en op basis van deze plannen heeft er op 1 oktober een telefonisch overleg plaatsgevonden tussen Eneco en het Hoogheemraadschap. Hierna heeft er nog diverse malen afstemming per email plaatsgevonden, zodat er in de plannen voldoende rekening wordt gehouden met de waterhuishouding. Hieronder is uiteengezet hoe rekening is gehouden met de waterhuishouding en de regels uit de waterschapsverordening. Kruising warmteleiding watergangen Uit de reactie van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden blijkt dat dat de warmteleiding wordt aangelegd in/bij/onder een tertiaire watergang(en) en een primaire watergang. Voor het uitvoeren van deze activiteit(en) zijn specifieke verplichtingen van toepassing.

Deze verplichtingen zijn voor het aanleggen van de leiding in /bij/onder een tertiaire watergang het voldoen aan de specifieke zorgplicht, die op grond van de artikelen 1.9 en 4.221 van de waterschapsverordening is vastgesteld. De verplichtingen voor het aanleggen van de leiding in /bij/onder een primaire watergang zijn het voldoen aan de algemene regel uit artikel 4.226, lid 2 van de waterschapsverordening die in artikel 4.223, lid 2 is aangewezen. Tevens geldt hiervoor de specifieke zorgplicht op grond van artikel 1.9 en 4.221. Er dient aan deze zorgplicht te worden voldaan. Hiernaast is er geen meld-, vergunning-, of informatieplicht.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

28

Open

Waterberging De realisatie van het warmtepompengebouw, de koelerbank, de warmtebuffer en bestrating zal zorgen voor een toename van het verharde oppervlak van ca. 3.270 m2. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft aangegeven dat hiervoor voldoende waterberging gerealiseerd moet worden, waarbij uitgegaan moet worden van 70mm berging per m2 verharding. Deze waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droge berging, de locatie en het dwarsprofiel hiervan is aangeduid op de situatietekening. De nieuw te realiseren droge berging sluit aan de oostkant aan op een bestaande droge berging. Verder komt er een geleidelijke overgang van water naar land in het plangebied. Dit wordt gerealiseerd door het landinwaarts afgraven van een talud. Verder wordt bij de bloemenweide een natuurvriendelijke oever gerealiseerd (aan de noordzijde). Demping watergang Om toegang tot het perceel vanaf de Schonauwenseweg mogelijk te maken wordt een nieuwe inrit gerealiseerd. Hiervoor wordt een gedeelte van de watergang gedept (16 m2). De verloren bergingscapaciteit wordt gecompenseerd met de nieuw te realiseren droge waterberging. Afvoer afvalwater Vuil afvalwater dat vrijkomt in het gebied betreft sanitair afvalwater en condenswater vanuit de koelsystemen.

Dit afvalwater wordt via drukriolering afgevoerd op de vuilwaterriolering, zodat dit vervolgens wordt behandeld in de Rioolwaterzuiveringsinstallatie. Conclusie De gevolgen van het plan voor de waterhuishouding zijn besproken met Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Door maatregelen te treffen worden negatieve effecten gecompenseerd. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen en projecten onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen en projecten zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl zijn hiervoor een aantal beginselen geformuleerd. Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Cultuurhistorie Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Op basis van de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht (CHAT) zijn daarom de waardevolle cultuurhistorische elementen in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat in of nabij het plangebied geen waardevolle punt-, lijn- of vlakelementen aanwezig zijn. Er worden dan ook geen cultuurhistorische waarden aangetast.

Archeologie Op basis van de Archeologische maatregelenkaart zijn de archeologisch waardevolle gebieden die relevant zijn voor het project in beeld gebracht. Hieruit is gebleken dat het leidingtracé voor de warmteleiding voor een klein deel het noordelijk deel van een archeologisch monument kruist. Hier is de diepte van de ingrepen aangepast zodat ze zich tot de aanwezige ophooglaag beperken en de archeologie gespaard blijft. 14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

29

Open

Bij het bepalen van de ligging van de rest van het tracé heeft planaanpassing plaatsgevonden zodat het rijksmonument zoveel mogelijk ontweken wordt. Daar reiken de ingrepen dieper. Daar waar het leidingtracé in open ontgraving buiten, maar nabij het archeologisch monument loopt geldt een hoge trefkans op archeologisch resten. Hier wordt de Houtense Archeologische Werkgroep gevraagd om mee te kijken, te documenteren en eventueel materiaal te bergen en te melden in Archis. De werkafspraken en voorwaarden hiervoor moeten worden afgestemd met de gemeentelijk archeoloog en de RCE. De afstand van ca 40 meter waar het tracé hier de westelijke grens van het rijksmonument schampt worden daarin meegenomen. Aangezien de ingrepen over een zeer klein oppervlak de monumentgrens raakt is door de gemeente beoordeeld dat de verstoring als verwaarloosbaar wordt beschouwd, mits de intredelocatie van de gestuurde boring zich buiten het monument bevindt. Dit laatste is voor dit project het geval. Conclusie De verduurzaming van de warmtenetten leidt niet tot aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen en de kans op verstoring van archeologische waarden wordt verwaarloosbaar geacht.

4.12

Luchtkwaliteit

Voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient een beoordeling plaat te vinden van de invloed van een initiatief op de luchtkwaliteit. Hiervoor staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Rijksomgevingswaarden voor lucht. Daarnaast kunnen provincies en gemeenten lokale omgevingswaarden stellen in hun omgevingsverordening of omgevingsplan. Dit kan een strengere omgevingswaarde zijn dan de Rijksomgevingswaarde. In de gemeente Houten en de provincie Utrecht is dat voor deze locatie niet het geval. Een toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). Aangezien de enige relevante emissie de emissie van vervoersbewegingen betreft en het aantal vervoersbewegingen gemiddeld één auto per dag betreft, wordt geconcludeerd dat dit project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project leidt juist tot een verbetering van de luchtkwaliteit (ter plaatse van de warmtekrachtcentrale), aangezien hiermee minder aardgas verbrand hoeft te worden voor de warmtevoorziening van het warmtenet de Vijfwal.

Conclusie De verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, er is juist sprake van een positief effect, aangezien hiermee emissies worden gereduceerd.

4.13

Duurzaamheid & gezondheid

Duurzaamheid Zoals ook alle andere gemeenten in Nederland heeft de gemeente Houten vanuit het Klimaatakkoord de opdracht gekregen om een Transitievisie Warmte op te stellen. Om te helpen bij de transitie naar een aardgasvrije gemeente ziet de gemeente Houten warmtenetten als duurzaam alternatief. Het initiatief van Eneco draagt bij aan het realiseren van de verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

30

Open

Gezondheid In artikel 2.1, lid 4 van de Ow staat dat het bevoegd gezag bij een evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van beschermen van de gezondheid. Conform artikel 5.32 Ow kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning weigeren als naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning zou leiden tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Voor de voorziene ontwikkeling is in de paragrafen hiervoor getoetst aan de relevante omgevingsaspecten. Hieruit blijkt dat er geen nadelige effecten zullen optreden voor mens en milieu. Verder zijn er geen andere nadelige gevolgen voor de gezondheid te verwachten. In het omgevingsplan van de gemeente Houten zijn verder geen specifieke eisen opgenomen als het gaat om het bevorderen of beschermen van de gezonde leefomgeving, anders dan de regels omtrent de toetsing aan de diverse omgevingsaspecten. Conclusie Het aspect Duurzaamheid & gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project. De verduurzaming van het warmtenet de Vijfwal sluit aan bij de ambities van de gemeente.

4.14

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als de Ladder) is een instructieregel (Bkl artikel 5.129g) voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Functies die niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden beschouwd, zijn: • windmolens • infrastructuur • hoogspanningslijnen • transformatorhuisjes • zonneparken Dit is gebaseerd op de jurisprudentie gevormd onder de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening. Ook de realisatie van dit plan heeft betrekking op de energie-infrastructuur. Het betreft daarom geen nieuwe stedelijke ontwikkeling en de Ladder is daarom niet doorlopen. Dit betekent overigens niet dat geen sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Er is zorgvuldig omgegaan met de beschikbare ruimte en de locatie is goed landschappelijk ingepast (zie paragraaf 2.2.2). Conclusie De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen.

4.15

Ruimte toekomstige functies

In het Bkl staan instructieregels benoemd voor bovenlokale belangen die daarmee doorwerken in het omgevingsplan. Hiervoor zijn ook regels opgenomen ten aanzien van mogelijke ruimte reservering voor toekomstige functies. Mogelijk relevante onderwerpen voor wat betreft onderhavige motivering zijn: ◼

(spoor)wegen

◼

buisleidingen van nationaal belang

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

31

Open

(spoor)wegen De instructieregels voor autowegen, snelwegen en hoofdspoorwegen zijn bedoeld om ruimte te reserveren voor de uitbreiding of aanleg van deze infrastructuur. In deze gebieden zijn geen permanente bouwwerken toegestaan. De instructieregels hiervoor zijn opgenomen in Bkl artikel 5.133 en 5.134. Het projectgebied ligt niet binnen een aangewezen reserveringsgebied voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg zoals bedoeld in Bkl artikel 5.133, lid 1. Ook valt het niet binnen een afstand van de maximale afstand van 45 meter aan weerzijden van de autoweg of autosnelweg, zoals wordt benoemd in artikel 5.133, lid 2 onder d. De nabijgelegen wegen betreffen geen autoweg. Er gelden daarom geen beperkingen vanuit het Bkl. Buisleidingen van nationaal belang De instructieregels voor buisleidingen zijn bedoeld om gebieden te reserveren voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang. Binnen deze reserveringsruimte zijn geen activiteiten toegestaan die de aanleg belemmeren. Bij buisleidingen van nationaal belang betreft het leidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en producten over lange afstand, waarvoor externe veiligheidsrisico’s gelden. De instructieregels hiervoor zijn opgenomen in Bkl artikel 5.135 tot en met 5.139.

Het projectgebied ligt niet binnen een aangewezen reserveringsgebied of zoekgebied daarvoor, zoals bedoeld in Bkl artikel 5.136. Conclusie Het aspect Ruimte toekomstige functies vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.16

Behoeden staat en werking infrastructuur en voorzieningen

In hoofdstuk 5, paragraaf 5.1.7 van het Bkl staan instructieregels benoemd ten aanzien van het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen. Gebieden waar nieuwe ontwikkelingen mogelijk kunnen zorgen voor een verstoring van de staat en werking van de relevante infrastructuur en voorzieningen zijn daarvoor aangeduid middels een gebiedsaanwijzing. Het projectgebied ligt binnen aangewezen gebied, zoals bedoeld in Bkl paragraaf 5.1.7. Het betreft gebied waar windturbines radarbeeld kunnen verstoren en gebied waar datacenters zijn uitgesloten. Beide aangewezen gebieden zijn niet relevant voor de beoogde ontwikkelingen. Conclusie Het aspect Behoeden staat en werking infrastructuur en voorzieningen vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

32

Open

5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid en financiële haalbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Artikel 7.4 van de omgevingsregeling bevat aanvraagvereisten over participatie. Aangezien participatie een belangrijke rol heeft gespeeld bij het beoogde planvoornemen en van invloed is geweest op ontwerpkeuzes, is reeds in paragraaf 2.4 uiteengezet hoe het participatieproces is verlopen. Advies Met de komst van de Omgevingswet is er een nieuwe bevoegdheid voor de gemeenteraad, namelijk het bindend adviesrecht bij bepaalde besluiten over initiatieven om af te wijken van het omgevingsplan. Onder de oude wetgeving werd deze bevoegdheid geregeld met de verklaring van geen bedenkingen (VVGB). In de gemeente Houten heeft de gemeenteraad in haar raadsvergadering van 7 november 2023 criteria vastgesteld voor het instellen van dit bindend adviesrecht. Waarbij gekozen is voor een (zoveel mogelijke) beleids- en bevoegdheidsneutrale overgang naar de nieuwe regeling. De (nieuwe) criteria voor het vragen van een bindend advies aan de gemeenteraad luiden als volgt: 1. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in 16.15a lid b onder 1 Ow en; 2. Bouwkosten hoger of gelijk dan - of; 3. Door college verwachte maatschappelijke impact of gevoeligheid, waardoor de gemeenteraad toch om advies wordt gevraagd. In dit geval is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij de bouwkosten hoger liggen dan .

De gemeenteraad van de gemeente Houten heeft daarom een bindend adviesrecht. Vaststellingsprocedure De aanvraag omgevingsvergunning heeft betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op deze aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn die hierbij van toepassing is bedraagt acht weken. Het college van burgemeester en wethouders kan bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. Dit is mogelijk als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. In deze onderbouwing is gemotiveerd dat dit niet aan de orde is (zie paragraaf 2.4 en hoofdstuk 4). Bezwaar en beroepsmogelijkheden Het is mogelijk om bezwaar in te dienen bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen, in het geval het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen.

Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning, waarmee verzocht wordt om het besluit te schorsen totdat een uitspraak is gedaan.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

33

Open

5.2

Financiële haalbaarheid

Kostenverhaal De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen. De aanleg van voorzieningen vindt in veel gevallen plaats voor rekening van de gemeente. De initiatiefnemers van de ontwikkeling profiteren mee van de aanleg van die voorzieningen. Om die reden is het gerechtvaardigd om de kosten te verhalen op de initiatiefnemers. De gemeente Houten zal in dit project zorgen dragen voor een aantal aspecten ten behoeve van de ontwikkeling van de locatie, zodat de warmtepompeninstallatie gerealiseerd kan worden. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op de landschappelijke inpassing, de verbetering/bestrating van een deel van de Schonauwenseweg, een nieuwe inrit tot aan de perceelgrens, het realiseren van een nieuwe watergang en een aansluiting op het riool. Het heeft de voorkeur van de gemeente Houten om vrijwillig afspraken maken over kostenverhaal. De gemeente Houten en Eneco zullen daarom een overeenkomst sluiten waarin het kostenverhaal is vastgelegd. Indien er geen sprake is van een overeenkomst heeft de gemeente Houten de mogelijkheid om kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg te regelen (§ 13.6.3 Omgevingswet).

Het is mogelijk om in de overeenkomst de kosten voor de behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning op te nemen. Indien hier niet voor wordt gekozen worden de kosten gedekt uit de leges op basis van de legesverordening 2024. Nadeelcompensatie Met de verlening van een omgevingsvergunning op basis van onderhavige aanvraag wordt afgeweken van de kaders in het omgevingsplan. Deze afwijking zou tot gevolg kunnen hebben dat iemand in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak nadeel ondervindt. In een dergelijk geval zou deze persoon het bevoegd gezag kunnen verzoeken om nadeelcompensatie. Het gaat hierbij om schade die uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico en een burger of bedrijf onevenredig zwaar treft in vergelijking tot andere burgers of bedrijven. Dit is niet het geval bij de beoogde ontwikkelingen.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

34

Open

6

Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties

In deze motivatie is beoordeeld of de activiteiten in overeenstemming zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om te beoordelen of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Met het document is voldoende gemotiveerd aangetoond waarom de activiteiten: ◼

Geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving;

◼

Niet in strijd is met landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid en instructieregels;

◼

Vanuit maatschappelijk als financieel oogpunt verantwoord is.

In het algemeen kan daarom gesteld worden dat het aanvaardbaar is ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen, een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen.

14 februari 2025

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

35

Open

7

Bijlagen

Onderstaande bijlagen zijn als separate documenten bij de aanvraag gevoegd. Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

14 februari 2025

Situatietekening Presentaties en impressies informatieavonden/klankbordgroepen Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling Visualisaties toekomstige situatie Vooronderzoek bodem- en grondwaterkwaliteit Natuurtoets en nadere toelichting soortenbescherming Stikstofdepositieberekening Geluidsonderzoek Participatieverslag

BOPA RHDHV

BJ8542-20241213_1456

36

Royal HaskoningDHV is een onafhankelijk internationaal advies- en ingenieursbureau. We combineren 140 jaar engineering- en ontwerpexpertise met consultancy, software en technology diensten. We leveren hiermee toegevoegde waarde voor klanten en hebben een positieve impact op mensen en onze leefomgeving. Dat is onze drijfveer: Enhancing Society Together. Daar hoort bij dat we onszelf en anderen voortdurend uitdagen om bij te dragen aan duurzame oplossingen voor lokale en wereldwijde vraagstukken in de gebouwde omgeving en de industrie. In onze snel veranderende wereld wordt de agenda bepaalt door onder meer klimaatverandering, de digitale transformatie, een veranderende consumentenvraag en hybride werken. Met onze geïntegreerde duurzame oplossingen willen we bijdragen aan het bredere technologische en maatschappelijke plaatje. Gesteund door de kennis en ervaring van meer dan 6.000 collega’s werken we vanuit kantoren in meer dan 20 landen. We ondersteunen klanten om de transitie te maken naar een slimme en duurzame organisatie. We koppelen onze engineering- en ontwerpexpertise aan onze software- en technologische diensten om toegevoegde waarde te leveren voor onze klanten en de lifecycle van hun assets. We zijn oprecht, handelen integer en transparant in al onze activiteiten, ook onze bedrijfsvoering Ons team is divers en inclusief.

De veiligheid en het welzijn van mensen, in ons team en daarbuiten, staat onder alle omstandigheden voorop. In projecten en initiatieven werken we actief samen met overheden en het bedrijfsleven, partners en stakeholders. We zien een belangrijke rol voor onszelf in innovatieve duurzame ontwikkeling en willen bijdragen aan een betere leefomgeving, nu en in de toekomst. Ons hoofkantoor is gevestigd in Nederland en we hebben kantoren in Europa, Azie, Afrika, Australie en Amerika.

royalhaskoningdhv.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=81b8cd15-7d75-4627-9fa5-cc3648eac30e