CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Geanonimiseerde nota beantwoording zienswijzen trafostation Stedin Schonauwenseweg Houten.docx

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Zienswijzen en Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) trafostation Stedin Schonauwenseweg1.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerp-verklaring van geen bedenkingen trafostation Stedin Schonauwenseweg Houten Vanaf 15 april 2021 tot en met 26 mei 2021 heeft voor het perceel Schonauwenseweg 4 te Houten een ontwerpbesluit UV20326 bestaande uit de volgende activiteiten ter inzage gelegen: -

Bouwen Planologisch strijdig gebruik

bouwen van een 50 kV/21kV transformatorstation; bouwen van een 50 kV/21kV transformatorstation.

Gedurende de termijn van ter inzage legging is tegen het ontwerpbesluit een zienswijze ingediend. Per formulier van 24 mei 2021 heeft X te Houten (hierna: ‘appellant’) een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit. De zienswijze is samengevat weergegeven, waarbij de kern van de zienswijze is weergegeven. Dit betekent echter niet dat de onderdelen van de zienswijze die niet expliciet genoemd zijn, niet bij de beoordeling zijn betrokken.

Zienswijze ingediend door appellant betrekking hebbende op het ontwerpbesluit met procedurenummer UV20326

De zienswijze heeft betrekking op de volgende onderwerpen: 1. Volgens appellant is het aspect geluidhinder onvoldoende onderzocht, ontbreekt een objectieve beoordeling van het geluidsaspect en is sprake van een gebrek aan transparantie betreffende de besluitvorming. 2. In de zienswijze wordt gesteld dat bij de vergunningverlening onvoldoende aandacht is geweest voor milieuhinder (meer specifiek geluid en luchtkwaliteit). 3. Volgens appellant is de burgerparticipatie onvoldoende. De inwoners binnen de Rondweg lijken niet te zijn meegenomen in het participatietraject. Hierna wordt per onderwerp gereageerd op de ingediende zienswijze. Ad 1.1 Akoestisch onderzoek ten behoeve van vergunningaanvraag Aanvrager heeft bij de aanvraag een akoestisch onderzoek, d.d. 29 mei 2020, gevoegd. De inhoud van het geluidrapport heeft betrekking op de ruimtelijke onderbouwing en relevante milieuregelgeving (het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). De ruimtelijke onderbouwing In de ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd aangegeven dat geluid geen hinder oplevert voor de omgeving. In het trafostation worden twee transformatoren opgesteld met een (totaal) vermogen van 140 MVA. Op basis van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ dient het transformatorstation te worden aangemerkt als een bedrijf in de milieucategorie 3.2.

In het VNG-beleidsdocument zijn onder meer afstandseisen opgenomen om geluidhinder op gevoelige bestemmingen (waaronder woningen) te voorkomen. Voor bedrijven in categorie 3.2. geldt dat op een afstand van 100 meter (of meer) hinder is uitgesloten. Het bedrijf is dan inpasbaar/toelaatbaar. De dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemming (woning) ligt op circa 120 meter afstand van het transformatorstation. De woning van appellant ligt op circa 550 meter afstand. De woning van appellant ligt daarmee op meer dan 5 keer de norm-afstand ter voorkoming van geluidhinder van het nieuwe trafostation. Gelet op het vorenstaande kan in redelijkheid worden geconcludeerd dat geen sprake zal

1

zijn van geluidhinder voor de omgeving. Er treedt geen geluidhinder op bij omliggende woningen en ook niet bij de woning van appellant. Het station is ruimtelijke inpasbaar. Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) Het onderzoek heeft uitgewezen dat ter plaatse van de meest nabije woningen langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus kunnen optreden van ten hoogste 22 dB(A), in zowel de dag-, de avond- als de nachtperiode. Dit valt binnen de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Ook in dit kader is geen sprake van geluidhinder. Wij hebben begrip voor de vrees die bij appellant bestaat voor (een toename van) geluidhinder. In dit geval kan evenwel gelet op de afstand van de woning van appellant tot het trafostation, de van toepassing zijnde geluidsniveaus en het bestaande geluid in de omgeving in redelijkheid worden geconcludeerd dat het nieuwe trafostation voor appellant niet zal leiden tot (extra) geluidhinder. Ad 1.2. Aanvullend akoestisch onderzoek naar aanleiding van zienswijze Naar aanleiding van de ingediende zienswijze heeft aanvrager, uit zorgvuldigheidsoverwegingen, aanvullend onderzoek gedaan naar de geluidbelasting op de woning van appellant.

Dit onderzoek van 1 juni 2021 bevestigt de conclusie uit het eerste akoestische onderzoek dat geen sprake is van geluidhinder voor de omgeving als gevolg van het nieuw te bouwen elektriciteitsstation. In de aanvullende rapportage wordt ook antwoord gegeven op de vragen die naar voren zijn gebracht in de zienswijze. Deze antwoorden volgen overigens ook al uit het eerste geluidrapport, dat bij de aanvraag is gevoegd en ter inzage is gelegd: -

-

Ontbreken van een geluidcontourenkaart: deze staat op pagina 9. Hieruit blijkt dat geen sprake is van geluidhinder op gevoelige bestemmingen zoals woningen. Onduidelijkheid geluidsbron: deze staat op pagina 6. De bron betreft het transformatorstation in zijn geheel. Alle geluidsemissies ten gevolge hiervan zijn meegenomen in het onderzoek. Aard van het geluid: zie pagina 7. In het geluidonderzoek is het geluidsniveau, inclusief een toeslag van 5 dB voor het mogelijke tonale karakter van het geluid, meegenomen. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van een bij transformatoren behorend geluidspectrum, dat wil zeggen: relatief hoge geluidniveaus bij 100 Hz en hogere harmonischen (200, 300 Hz etc.). Het totale geluidniveau in dB(A) wordt hoofdzakelijk bepaald door de lagere frequenties. Maatregelen om het geluid op woningen te beperken of weren zijn niet aan de orde: er is immers geen sprake van geluidhinder. Stedin heeft in de voorbereiding afdoende maatregelen getroffen. Te weten: De locatiekeuze. Er is gekozen voor een locatie die op geruime afstand ligt van woningen, waardoor hinder voor de omgeving wordt voorkomen. De keuze voor de inzet van relatief geluidsarme transformatoren. De plaatsing van transformatoren in cellen, waardoor geluid in de richting van gevoelige bestemmingen wordt afgeschermd.

Ad 1.3. Onafhankelijke toetsing en transparantie Wij hebben het akoestisch onderzoek als bevoegd gezag onafhankelijk aan het wettelijk kader getoetst. Wij hebben geoordeeld dat de realisatie van het transformatorstation conform wet- en regelgeving is en op grond hiervan de ontwerp-omgevingsvergunning, voorzien van een deugdelijke motivering ter inzage gelegd. Het akoestisch onderzoek heeft voorts, als onderdeel van het ontwerpbesluit, 6 weken ter inzage gelegen en is dus voor één ieder kenbaar/transparant gemaakt. Er is, anders dan gesteld in de zienswijze, wel degelijk sprake van transparantie. Ad 2. Aandacht voor milieuhinder

2

In de zienswijze wordt gesteld dat bij de vergunningverlening onvoldoende aandacht is geweest voor milieuhinder (meer specifiek geluid en luchtkwaliteit). Dit is onjuist. Er is onderzoek gedaan naar deze aspecten. In hoofdstuk 4 van de ruimtelijke onderbouwing, die als onderdeel van het ontwerpbesluit ter inzage gelegen heeft, zijn alle milieuhygiënische aspecten van het project uiteengezet en dit is getoetst aan de relevante wet- en regelgeving. Er is geconcludeerd dat er geen sprake is van milieuhinder voor de omgeving. Deze conclusie is door ons (nogmaals) getoetst aan de wet- en regelgeving en akkoord bevonden. In de zienswijze wordt specifiek gewezen op de milieuaspecten geluid en luchtkwaliteit (fijn stof). De beoordeling van het geluidsaspect is hiervoor al beschreven. Voor wat betreft de luchtkwaliteit geldt het volgende. De luchtkwaliteit is, zoals aangegeven in de ruimtelijke onderbouwing, getoetst aan de Wet milieubeheer. Onderzoek heeft uitgewezen dat de realisatie van het station niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en past in de luchtkwaliteitseisen in het kader van de Wet milieubeheer. Er is dus geen sprake van het ‘zonder meer’ verlenen van een vergunning, zonder oog voor milieuhinder, zoals door appellant wordt gesteld.

Het ontwerpbesluit is opgesteld op grond van een zorgvuldig voorbereide aanvraag, waarbij gedegen onderzoek is gedaan naar de milieueffecten ten aanzien van de omgeving. De conclusies zijn na (onafhankelijke) toetsing door ons bevestigd en het ontwerpbesluit is vervolgens op basis daarvan, deugdelijk gemotiveerd, genomen. Ad 3. Burgerparticipatie Aanvrager heeft, in het kader van de vergunningaanvraag, een participatieplan opgesteld. Doel van een participatietraject is om de omgeving te betrekken bij de realisatie en aldus te voorkomen dat de omgeving hinder ondervindt of in haar belangen wordt geschaad. Het plan is ter beoordeling aan ons voorgelegd. Dit plan, een openbaar document, is door ons akkoord bevonden. In het plan is aangegeven op welke wijze aan de omgeving de mogelijkheid wordt geboden om te participeren. Alle omwonenden zijn, conform het participatieplan, in december 2020 per brief geïnformeerd over de realisatie van het transformatorstation. Binnen de groep ‘omwonenden’ zijn twee groepen onderscheiden: direct omwonenden en indirect omwonenden. Direct omwonenden zijn omwonenden die hinder (zoals geluid-, zicht- of verkeershinder) kunnen ondervinden van de bouwwerkzaamheden dan wel het transformatorstation zelf. Deze omwonenden hebben een uitnodiging ontvangen om tijdens een digitale informatiebijeenkomst (i.v.m. Corona) te worden gehoord.

Degenen die niet konden of wilden deelnemen aan de digitale bijeenkomst is de mogelijkheid geboden om op andere geschikte wijze te worden gehoord. Hiervan is door omwonenden geen gebruik gemaakt. Er is vanuit de directe omgeving niet van een behoefte aan participatie gebleken. Indirect omwonenden zijn de omwonenden die te ver van de projectlocatie wonen om direct hinder te ondervinden, maar voldoende in de nabijheid wonen om te worden geïnformeerd. Dit betreft de bewoners van de wijk ‘De Grassen’. De wijk, gelegen op circa 400 meter van de projectlocatie, grenst aan de Schalkwijkseweg waarlangs het station zal worden gerealiseerd en is daarom meegenomen in het participatietraject. De zienswijze dat bewoners binnen de Rondweg dan wel de straat ‘Blauwgras’ niet zijn geïnformeerd is, gelet hierop, onjuist. De wijk ‘De Mossen’, waar appellant woont, is inderdaad niet geïnformeerd. Hiervoor bestond geen aanleiding. Deze wijk ligt te ver, circa 500 meter, van de projectlocatie om redelijkerwijs hinder te kunnen ondervinden en er is niet van een andere reden gebleken om deze omwonenden in het participatietraject mee te nemen. Overigens heeft appellant niet gereageerd op de uitnodiging van aanvrager om alsnog te worden gehoord.

Naast de mogelijkheden die aanvrager de omwonenden heeft geboden om te worden gehoord/te participeren is tijdens het rondetafelgesprek van 16 maart 2021 de mogelijkheid geboden om te worden gehoord. Ook via deze weg is de mogelijkheid geboden om te participeren in het besluitvormingsproces.

3

Gelet op het vorenstaande verwerpen wij de stelling van appellant dat onvoldoende sprake is geweest van de mogelijkheid tot burgerparticipatie. Conclusie zienswijzen Aanvrager heeft, in het kader van een goede ruimtelijke ordening en het Activiteitenbesluit, zorgvuldig onderzoek gedaan naar mogelijke geluidhinder voor de omgeving. Het akoestisch rapport is bij het ontwerpbesluit ter inzage gelegd en aan éénieder is de mogelijkheid geboden deze in te zien. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het transformatorstation ruimtelijk inpasbaar is en de geluidbelasting van de transformatoren binnen de grenswaarden van het Activiteitenbesluit ligt. Wij hebben de vergunningaanvraag onafhankelijk getoetst aan het wettelijk kader en hebben geoordeeld dat de realisatie van het transformatorstation conform wet- en regelgeving is en er geen beletsel is voor het verlenen van de vergunning. Het ontwerpbesluit is, inclusief het akoestisch rapport, ter inzage gelegd, waardoor sprake is van transparante besluitvorming. Aan alle omwonenden is daarnaast de mogelijkheid geboden te participeren. Appellant woont op circa 550 meter van de projectlocatie en is op basis daarvan niet direct benaderd. Appellant wordt niet direct in zijn belangen geraakt door de realisatie van het transformatorstation. Aanvrager heeft appellant desalniettemin de mogelijkheid geboden om te participeren/te worden gehoord.

Hier heeft appellant geen gebruik van gemaakt. De zienswijzen zijn ongegrond en vormen geen aanleiding om de gevraagde vergunning te weigeren of aan te passen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=ecaeafb1-0e6f-4d1b-8966-a463ff876947