Bijlage 1m - bijlage bij WRP - Richtlijnen voor gemeenten bij de invulling en toepassing van de zorgplicht voor hemelwater
Tekst van het document
Bijlage 14
Richtlijnen voor gemeenten bij de invulling en toepassing van de zorgplicht voor hemelwater.
De inspanningsverplichting (en dus geen resultaatsverplichting) t.a.v. de zorgplicht voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater betekent dat alleen bij ernstig nalaten een situatie kan ontstaan die tot aansprakelijkheid van de gemeente kan leiden. De gemeente heeft bij de invulling en toepassing van haar zorgplichten een bepaalde beleidsvrijheid. Ze mag kiezen voor maatregelen die het meest doelmatig zijn. Bij de keuze van maatregelen mag rekening worden gehouden met de mogelijkheden die de perceeleigenaar zelf heeft om schade te voorkomen. De beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp leiden tot de volgende richtlijnen voor gemeenten: • De gemeente is niet verantwoordelijk voor het voorkomen van schade door van nature aflopend water (Artikel 5:38 BW bepaalt dat lagergelegen erven het water moeten ontvangen dat van hoger gelegen erven van nature afloopt). De gemeente is wel verantwoordelijk voor het voorkomen van schade door rioolwater dat uit kolken en putten is opgekomen (Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant 6 juli 2016)(bij hevige regenbuien wordt een groot deel van het water op straat veroorzaakt door water van daken dat via het riool op straat terecht komt.) • Bij de keuze van maatregelen mag rekening worden gehouden met de mogelijkheden die de perceeleigenaar zelf heeft om schade te voorkomen. Het Bouwbesluit 2012 (art.
3.40) bepaalt (met een verwijzing naar de normen NEN 3215 en NTR 3216) dat lozingstoestellen die lager gelegen zijn dan 15 cm boven straatpeil door een rioolwaterpomp op de huisaansluiting moeten worden geloosd. De 15 cm boven straatniveau (de as van de weg) vormt dus een grens. Bij lagere waterstanden dan 15 cm ligt de verantwoordelijkheid bij gebouweigenaren. Bij een hogere waterstand op straat in relatie tot het door de gemeenteraad vastgestelde beschermingsniveau komt gemeentelijke aansprakelijkheid in beeld. Particulieren moeten dus in bepaalde gevallen op eigen terrein aanpassingen doen in lijn met de hiervoor geschetste uitgangspunten. Wanneer een particulier dit niet wil is een maatregel niet doelmatig en gaat de aanpassing ook op openbaarterrein niet door. Wanneer het geheel op particulier terrein oplossen van een knelpunt eenvoudiger of goedkoper is dan een aanpassing op openbaar gebied, dan betaalt de gemeente de hele aanpassing op particulier terrein. Doelmatigheid is dus een leidend uitgangspunt. • Aanbevelingen zijn: o Zorg voor kennis van de gebieden en de daarin aanwezige panden die kwetsbaar zijn voor (grond)wateroverlast. o Formuleer beleid over de invulling van de zorgplichten en bepaal de inzet van de beschikbare (financiële) middelen. o Reageer adequaat op klachten (bijvoorbeeld om zo mogelijk schade door gebreken te voorkomen).
De gemeente dient de rioleringsproblematiek binnen de grenzen van haar (financiële) mogelijkheden en met de beschikbare kennis (op basis van voldoende onderzoek) adequaat aan te pakken. Bij grotere risico’s horen ingrijpender maatregelen. Andersom, hoe kostbaarder en moeilijker maatregelen zijn, hoe eerder de rechter zal oordelen dat de gemeente deze redelijkerwijs niet hoeft te treffen. Voorbeelden van maatregelen die gemeenten op basis van jurisprudentie in ieder geval zouden moeten treffen zijn: • De aanleg van voorzieningen die voorkomen dat afvalwater (zoals uit de straatkolken) van de openbare weg naar lagergelegen particuliere percelen loopt. (Maatregelen tegen aflopend regenwater vanaf de openbare weg zijn niet verplicht.). • De aanleg van voorzieningen die voorkomen dat regenwater van de openbare weg naar lagergelegen panden loopt wanneer dit het gevolg is van een bewuste keuze door de gemeente voor het desbetreffende straatprofiel. • Het z.s.m. terugleggen van losgeschoten putdeksels. • Maatregelen ter voorkoming van ernstige beperking van het verkeer op hoofdroutes, winkelstraten en stadscentra. • Maatregelen om te voorkomen dat er water vanuit een rioolstelsel een speellocatie bereikt. • Maatregelen wanneer er een grote kans is op langdurig overlast in meerdere straten.
• Adequate voorlichting aan gebouweigenaren waarvan is vastgesteld dat er een risico op wateroverlast in het gebouw bestaat. • Een goede meldingenregistratie conform het RIONED standaard uitwisselingsformat.