Bijlage 1h - bijlage bij WRP - Randvoorwaarden en uitgangspunten kostendekkingsplan
Tekst van het document
BIJLAGE 9. Randvoorwaarden en uitgangspunten kostendekkingsplan De berekening van het rioolrecht is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Alle kosten die gerelateerd zijn aan de zorg voor de riolering worden gedekt door het rioolrecht (in de berekening zijn ook de kosten voor de zorgplicht voor het hemelwater en voor het grondwater meegenomen). • Alle bedragen prijspeil 2023, exclusief omzetbelasting. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie. Het berekende rioolrecht wordt jaarlijks geïndexeerd. Iedere planperiode wordt het kostendekkingsplan doorgerekend waarbij het saldo wordt verwerkt binnen het WRP. • Technische levensduur: o vrij verval riolering: 80 jaar; o bouwkundige voorzieningen: 60 jaar; o druksysteemriolering: 60 jaar; o elektrisch/mechanische voorzieningen: 20 jaar; o iba+ bouwkundig: 30 jaar; o iba+ mech/electrisch: 15 jaar; o afkoppelvoorzieningen: 25 jaar; o beheersystemen: 8 jaar. • Het sleufherstel komt voor 100% ten laste van de rioleringszorg. • De definitieve reconstructie van de verharding komt voor 100% ten laste van de reserve BOR. • De BTW die kan worden toegerekend aan activiteiten waarvan de kosten ook worden verhaald in de rioolheffing, mogen worden meegerekend voor de rioolheffing. Deze BTW wordt als compensabele BTW gedeclareerd bij het BTW-compensatiefonds.
Deze vergoeding komt ten gunste van de Algemene Dienst, omdat het BTW-compensatiefonds is gevuld met gelden die zijn onttrokken aan het gemeentefonds. Een sigaar uit eigen doos dus. • De rekenrente van de annuïtaire investering is gelijk gesteld aan 1,5 %. • Investeringskosten worden annuïtair geactiveerd. • Een eventueel saldo van het taakveld riolering wordt gedurende de planperiode verrekend met de Voorziening Riolering Egalisatie tarieven heffing (ex art 44 lid 1c).
Kostentoedeling aan rioolrecht Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente zorgplichten m.b.t. stedelijk afvalwater, stedelijk hemelwater en stedelijk grondwater. Al deze activiteiten horen te worden bekostigd uit de rioolheffing. Hier vallen onder andere ook de volgende kosten onder van: onderhoud watergangen incl. baggerwerkzaamheden; de elementen van de riolering die een onderdeel vormen van het straatwerk; boomstandplaatsverbetering daar waar dit nodig is om wortelschade aan de riolering te herstellen; kolkenzuigen. Activiteiten die een beperkte relatie hebben met de zorgplichten (gemengde en gezamenlijke activiteiten) kunnen deels worden toegerekend aan de rioolheffing. Gemengde activiteiten zijn werkzaamheden die meerdere doelen dienen. Straatvegen is een gemengde activiteit met ook nut voor de riolering. Zonder vegen zou het aantal storingen en de benodigde hoeveelheid reinigingswerk in de riolering toenemen. Het is echter niet zo dat een uitgave bij straatvegen zich één op één terugbetaalt bij de riolering. 10% van de kosten van het straatvegen rekenen we toe aan de rioolheffing, Dit is € …. per jaar. De relatie tussen riolering en bladruimen, wat veelal in plantsoenen gebeurt, is te beperkt om de kosten daarvan ook deels aan het rioolrecht toe te rekenen.
Gezamenlijke activiteiten zijn werkzaamheden binnen een groter geheel: bijvoorbeeld reconstructies in de openbare ruimte waarbij naast wegwerkzaamheden ook specifieke rioleringswerkzaamheden plaatsvinden. De aanleg van een aparte IT-riolering voor het regenwater bij de reconstructie van een straat is een onderdeel van een gezamenlijke activiteit.