Bijlage 1c - bijlage bij WRP - Oppervlaktewaterbeleid
Tekst van het document
BIJLAGE 3
Oppervlaktewaterbeleid gemeente Houten 0. Inleiding Afvalwaterbeleid, hemelwaterbeleid, grondwaterbeleid en oppervlaktewaterbeleid zijn sterk met elkaar verweven. Het WRP besteedt dan ook aandacht aan al deze 4 beleidsterreinen. Deze bijlage bij het WRP biedt nadere informatie over het oppervlaktewaterbeleid. Niet alleen de verwerking van hemelwater en in mindere mate van afvalwater en grondwater, stellen eisen aan het oppervlaktewatersysteem. Ook de volgende ontwikkelingen hebben hun invloed en vragen in toenemende mate om duidelijke beleidskaders voor het lokale oppervlaktewaterbeheer: o De kaderrichtlijn water die eisen stelt aan het beheer van het oppervlaktewater dat nodig is om de gewenste chemische en ecologische kwaliteit te behalen. o De klimaatveranderingen waardoor waterpartijen robuuster moeten worden en zoveel mogelijk in staat moeten zijn om wateroverlast en wateronderlast op te vangen. o De toenemende belangstelling voor water in de stad vanuit stedenbouw. o Potentiële gezondheidsrisico’s wanneer het water niet juist ontworpen of beheerd wordt. o Bewoners en andere gebruikers vragen duidelijkheid over de gehanteerde beheer- en ontwerpnormen. Deze beleidsnotitie, die een onderdeel vormt van het WRP 2024-2027, geeft aan op welke wijze de gemeente Houten haar oppervlaktewaterbeleid invult. De volgende onderwerpen komen aan de orde: o Beleidskaders.
o Beschrijving huidige situatie. o Beleid oppervlaktewaterbeheer. 1. Natuurvriendelijke oevers. 2. Flexibel peilbeheer. 3. Visserijbeleid. o Voorwaarden inrichting openbare ruimte.
1.
Beleidskaders van hogere overheden
1.1
Wet- en regelgeving
Waterwet De waterwet (Ww) geeft regels op het gebied van de waterhuishouding. De wet heeft een tweeledige doelstelling. Aan de ene kant verschaft de wet instrumenten om een samenhangend en doelmatig beleid en beheer op het gebied van de waterhuishouding in haar geheel te verzekeren en aan de andere kant geeft zij regels voor het kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater.
1.2
Taakverdeling en verantwoordelijkheden
De volgende partijen hebben een verantwoordelijkheid en taken met betrekking tot oppervlaktewater: a. De Gemeente Houten: De gemeente heeft een centrale rol en is het “waterloket” waar burgers terecht kunnen met klachten en vragen over water. Het waterloket hoeft geen fysiek loket te zijn maar kan ook een goed georganiseerd werkproces zijn. De gemeente zorgt ervoor dat de vragen snel en goed worden afgehandeld door de aangewezen partij: het Waterschap, de Provincie, het Rijk of de gemeente zelf. De gemeente is eigenaar en beheerder van veel tertiaire watergangen in het stedelijk gebied en scheidingswatergangen naast wegen in het buitengebied. Wanneer het eigendom in het midden van een watergang ligt, zal het onderhoud gezamenlijk met de andere partij worden uitgevoerd. b. De perceeleigenaar:
1
De burger (perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor eigen (tertiaire) watergangen op eigen grond. Wanneer het eigendom in het midden van een watergang ligt zal het onderhoud gezamenlijk met de andere partij worden uitgevoerd. c. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: Het Waterschap is als beheerder van het watersysteem verantwoordelijk voor het oppervlaktewatersysteem in het landelijk gebied en de hoofdwatergangen in het stedelijk gebied. Onder andere door het opstellen en actualiseren van peilbesluiten en streefpeilen. Primaire watergangen zoals de Schalkwijksewetering, de Rondwegsloot en de Houtensewetering zijn in beheer en eigendom bij het waterschap. Dit zijn watergangen die een belangrijke functie hebben voor de watertoevoer en -afvoer. Het Waterschap heeft een rol bij zowel kwantitatief als kwalitatief oppervlaktewaterbeheer (dit laatste voor al het water). Een andere taak van het waterschap is het vaststellen van de GGOR (het Gewenste Grond- en Oppervlakte-waterregime) als instrument om de gewenste waterhuishoudkundige situatie vast te leggen. De provincie stelt de kaders waarbinnen het waterschap de GGOR moet uitwerken. Voor de GGOR is in principe geen verschil gemaakt tussen stedelijk en landelijk gebied, praktisch wordt de GGOR vooral uitgewerkt voor landelijk gebied.
Het waterschap stelt het peilbeheer vast en controleert aan de hand van de Keur of het beheer op een juiste wijze wordt uitgevoerd. Binnen de gemeente Houten zijn 3 peilbesluiten van het HDSR van kracht: • Tussen Kromme Rijn en Amsterdam-Rijnkanaal; vastgesteld per 3 juni 2008. • Eiland van Schalkwijk (Honswijk); vastgesteld per 15 november 2012. • Groenraven oost en Maartensdijk; vastgesteld per 10 september 2008. e. Provincie Utrecht: De Provincie controleert of gemeenten in hun ruimtelijke plannen voldoende rekening houden met het wateradvies. Ook brengt de Provincie in kaart wat de effecten zijn op steden en dorpen als grondwaterwinningen stoppen. f. Het Rijk: Het Rijk is verantwoordelijk voor de wettelijke verankering van de zorgplicht voor gemeenten en zorgt er ook voor dat gemeenten de benodigde financiële middelen voor de invulling van die zorgplicht kunnen genereren. Het Rijk moet de noodzakelijke juridische, fiscale en financiële aanpassingen realiseren. Rijkswaterstaat beheert het Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) en De Lek.
2.0
Huidige situatie
Het gemeentelijke stedelijke oppervlaktewatersysteem heeft geen hoofdfunctie in de waterafvoer en doorvoer in het stedelijke gebied. Het gemeentelijke stedelijke oppervlaktewatersysteem wordt vooral benut om overtollig grondwater (drainagewater) en afgekoppeld regenwater in te zamelen en af te voeren. Het reguliere onderhoud en groot onderhoud aan het oppervlaktewater worden gedekt uit het WRP (rioolrecht). In hoofdstuk 4 van het GRP is het functioneren van het oppervlaktewatersysteem nader beschreven. Overzicht aanwezige voorzieningen Op de overzichtskaart oppervlaktewater (bijlage 6) zijn de voor de gemeente belangrijke watergangen aangegeven met de beherende instantie en het peil.
2
Watergangen in beheer bij de gemeente Houten: Voorzieningen Oppervlaktewater
omschrijving watergangen gedeeld eigendom watergangen geheel eigendom
kwantiteit 30 km 92 km 122 km
Waterpartijen De gemeente beheert 3 grotere waterpartijen binnen het stedelijk gebied waarin gerecreëerd kan worden: de Kooikersplas, de Imkersplas en de Rietplas. De Rietplas is officieel zwemwater. Periodiek vindt hier controle van de waterkwaliteit plaats. Het voorkomen van blauwalg in de Rietplas en aangrenzende Oosterlaakplas heeft veel aandacht van de gemeente. De andere plassen zijn ingericht om aan te recreëren, maar zijn geen officieel zwemwater. Peilregulerende kunstwerken De gemeente beschikt over 12 peilregulerende kunstwerken. Het reguleren van waterpeilen is een taak die bij het waterschap thuishoort. In overleg met het waterschap is de intentie uitgesproken om de gemeentelijke peilregulerende kunstwerken over te dragen aan het waterschap. Onderhoudswerkzaamheden De watergangen van de gemeente Houten worden op de volgende wijze onderhouden: Omschrijving
frequentie
door
Verwijderen drijfvuil uit watergangen Verwijderen drijfvuil uit watergangen in centrum Maaien en verwijderen watervegetatie Groot onderhoud waterbodems
1 x p/mnd. 1 x p/wk. 1 x p/jr. (najaar) 1 x p/12jr.
wijkploeg wijkploeg aannemer aannemer
Het baggeren vindt plaats binnen de richtlijnen van de Keur en de Legger. Binnen het stedelijke gebied wordt het baggerslib in principe afgevoerd naar een erkende stortplaats. Buiten het stedelijk gebied volgt de gemeente een andere insteek: wanneer er voldoende ruimte beschikbaar is en de kwaliteit het toelaat wordt het uitkomend slib lokaal verwerkt.
3.0
Oppervlaktewaterbeleid
Het stedelijk oppervlaktewater heeft naast een waterhuishoudkundige functie ook een belangrijke functie voor de beleving en identificatie van de gemeente. De gemeente Houten streeft naar aantrekkelijk stedelijk oppervlaktewater in stad en dorp met voldoende ruimte voor planten en dieren, waarin en waarlangs de inwoners met plezier recreëren, wonen en werken. Aantrekkelijk stedelijk water geeft daarmee een kwaliteitsimpuls aan woonwijken en bedrijventerreinen. De watergangen in stedelijk en landelijk gebied zijn belangrijke elementen voor de afvoer en berging van hemelwater en het reguleren van de grondwaterstand. Vanuit dat oogpunt zijn ze onmisbaar voor het invullen van de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater en hebben ze een vergelijkbare functie als hemelwaterriolen en drainage. De ambitie is ook dat het stedelijk water binnen de gemeente Houten in 2027 overal het grootste deel van het jaar minimaal aan het streefbeeld ‘zichtbaar’ voldoet, zoals dat is beschreven in het RAB. Dit streefbeeld houdt in dat water zichtbaar is, maar zonder hoge ecologische ambities. Meer concreet: 10-40% kroos en/of algen, doorzicht van meer dan 20 cm, een plantendiversiteit van 14-20 met een bedekking van 1-5% per laag (drijfplanten, ondergedoken waterplanten, tenminste 1% vegetatie op de oever of een kademuur.
De gemeente heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen uitgevoerd om de oppervlaktewaterkwaliteit in het stedelijk gebied te verbeteren. Ondanks deze inspanningen zien we
3
de laatste jaren dat het doorzicht van het water en de drijvende plantenbedekking helaas sterk afnemen. Uit de meeste recente ECO-Scan blijkt dat het niveau “zichtbaar” op verschillende plaatsen niet meer wordt gehaald, de scores lopen terug. De precieze oorzaak ligt naar verwachting aan een toename (en overmaat) aan Amerikaanse rivierkreeften en/of bodem woelende vissen. Duidelijk is dat de kwaliteit van het stedelijke water wordt beïnvloed door verschillende factoren die lastig te reguleren en te beïnvloeden zijn en waarop de gemeente geen directe invloed heeft (zoals de Amerikaanse rivierkreeft). De niet inheemse plant ongelijkbladig vederkruid is daar ook een voorbeeld van. De bestrijding van het vederkruid gaat moeizaam en heeft tot een verslechtering van de waterkwaliteit geleid. Het is de intentie om ten minste de huidige waterkwaliteit vast te houden. Hiervoor werken we samen met het waterschap. Een nog hoger waterkwaliteitsdoel zoals het niveau “levendig” achten we niet realistisch. Om die reden willen we ons dan ook niet vastleggen op een hoger waterkwaliteitsdoel dan het niveau “zichtbaar”. We blijven wel openstaan voor kansen om de waterkwaliteit daar waar dat mogelijk is te verbeteren. In het visserijbeleid van de gemeente (zie par. 3.3) streeft de gemeente Houten naar natuurlijke waterpartijen met overgangstype 1, snoek-blankvoorntype.
Voor de Rondwegsloot ter hoogte van de Helofytenfilters Noord-Oost (biezenvelden) is het streefbeeld een overgangstype 2, blankvoornbrasemtype, met wat minder doorzicht. (zie par. 3.3). Beide overgangstypen voldoen minimaal aan het hiervoor genoemde streefbeeld ‘zichtbaar’. De gemeente richt met de verbetering van de waterkwaliteit ook op een bijdrage aan het behalen van de KRW doelstellingen. De gemeente heeft geen waterlichamen in beheer waarvoor KRW-doelen zijn opgesteld maar de gemeentelijke watergangen staan wel in verbinding met deze waterlichamen. Het treffen van maatregelen, of het achterwege laten hiervan, is van invloed op de waterlichamen. Voor verbetering van de waterkwaliteit realiseren we natuurvriendelijke oevers in plaats van vervanging van beschoeiing, laten we stukken met riet staan en verwijderen we ongewenste waterplanten.
3.1 Natuurvriendelijke oevers Bij het ontwerp van het stedelijk gebied Houten-Noord is in de centrale groenzone veelvuldig gebruik gemaakt van Azobe vlechtmatbeschoeiingen. Deze beschoeiingen zijn grotendeels verdwenen door het rottingsproces. Beschoeiingen worden alleen op locaties vervangen als dit nodig is voor de stabiliteit. Hiervan is sprake bij steile taluds groter dan 1:1, duikers, bruggen of situatie met hogere stroomsnelheden. In andere situaties wordt in principe voor natuurvriendelijke oevers gekozen. Het is hierbij van belang dat er een vervangingsplan wordt gemaakt waarbij de bestaande situatie goed wordt geïnventariseerd. Er kan van nature al een situatie zijn ontstaan waarbij met kleine aanpassingen al het gewenste resultaat kan worden bereikt. In de planperiode wordt in combinatie met wijkreconstructies de situatie rond de oeverovergangen beoordeeld en waar nodig aangepast. 3.2 Flexibel peilbeheer De Gemeente Houten hanteert binnen het stedelijk gebied een flexibel peilbeheer. Het uitgangspunt is om tijdens natte periodes een buffer te creëren voor droge periodes. • Het waterpeil in het westelijk deel van Houten Noord varieert tussen 0,50+ en 0,70+. De afvoer vanuit het westelijk deel wordt gelimiteerd tot 1,5 li/sec/ha. • De minimale drooglegging van 1,20 m blijft gehandhaafd om grondwateroverlast te voorkomen.
• Het peil van de Kooikersplas wordt in de winter opgezet van 0,70 + naar 1,20+ NAP. Dit hogere peil blijft na de winter zo lang mogelijk gehandhaafd. Het gebufferde water wordt in de zomer toegevoegd aan het watersysteem Houten Noord. Het peilbesluit is leidend bij het uitvoeren van flexibel peilbeheer. 3.3 Visbeleid. De gemeente heeft als beheerder van de openbare ruimte met betrekking tot het visbeleid rekening te houden met volgende lokale belangen en actoren: • Sportvissers; mogelijkheden bieden om hun hobby uit te voeren.
4
•
Sportvisvereniging; zekerheid bieden voor de langere termijn in verband met de bedrijfsvoering. • Bewoners; maatregelen en voorwaarden stellen om te voorkomen dat er overlast voor het milieu of/en bewoners ontstaat door het vissen. • HDSR; het op elkaar afstemmen van het gemeentelijke- en het waterschapsbeleid, o.a. om op een doelmatige wijze aan de KRW eisen te kunnen voldoen. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze de gemeente in de planperiode invulling geeft aan een uitgebalanceerd lokaal visbeleid waarbij met de belangen van de verschillende actoren rekening wordt gehouden. Huidige situatie Visrechten De gemeente is eigenaar van een groot aantal watergangen en verhuurt de visrechten van watergangen waarvan zij eigenaar is aan de plaatselijke sportvisserijorganisatie Algemene Utrechtse Hengelaars Vereniging (AUHV). De AUHV is volgens de Visserijwet bevoegd het aan de visserij gerelateerde beheer van de visstand (waaronder het wegvangen en uitzetten van vis) uit te voeren. De gemeente is tevreden over de samenwerking met de AUHV en heeft voor de periode 2023 tot en met 2028 een nieuwe overeenkomst van huur en verhuur van de visrechten afgesloten.
Wetgeving, Vergunningen en regels Met de inwerkingtreding van de Europese Kaderrichtlijn Water (Kaderrichtlijn Water) is de relatie tussen de waterbeheerder en de sportvisserij als visrechthebbenden in een nieuw licht komen te staan. De Kaderrichtlijn Water richt zich namelijk op het behalen van chemische en ecologische doelen waaronder de visstand (leeftijdsopbouw, hoeveelheid en soortensamenstelling). De waterbeheerder formuleert niet alleen de doelen maar zal ook zicht moeten hebben op de visstand in het beheersgebied. In het verlengde hiervan is het noodzakelijk de visstand te bemonsteren en te beoordelen. In de Europese Kaderrichtlijn Water wordt de visstand als kwaliteitskenmerk beschreven waarbij waterbeheerders doelen met betrekking tot de visstand dienen vast te stellen en er zorg voor moeten dragen dat deze doelen ook daadwerkelijk worden bereikt. Hiermee is de waterbeheerder ook expliciet verantwoordelijk voor de visstand. Aan de hand van monitoringsresultaten en rapportages over (onder meer) de visstand beoordeelt de EU of al dan niet aan de gestelde doelen wordt voldaan. De voorwaarden en condities voor de visserij zijn vastgelegd in de Visserijwet. Hierin is ook de regelgeving voor de huur en verhuur en de uitgifte van vergunningen vastgelegd.
Op basis hiervan, en op basis van eisen die voortkomen uit waterbeheerdoelstellingen (waaronder de Kaderrichtlijn Water doelstellingen), kunnen door de waterbeheerder nadere voorwaarden worden verbonden aan de wijze waarop de huurder van het visrecht de visserij dient uit te oefenen. Het waterschap kent de Nota Visstand- en visserijbeheer 2019. De gemeente conformeert zich (voor zover als mogelijk) aan dit beleidsplan en vertaalt de doelen en voorwaarden uit dit plan door naar haar eigen beleid. Deze voorwaarden dienen door de huurder te worden doorvertaald in door huurder uit te geven vergunningen (bijvoorbeeld door hengelsportorganisaties aan hun leden). De voorwaarden kunnen zowel betrekking hebben op procesafspraken (nakomen afspraken uit visplan) als op inhoudelijke voorwaarden. Voor de sportvisserij aat het om bijvoorbeeld afspraken over meeneemlimieten, meeneemverboden, of het voeren van vis. Afspraken die in Visstandbeheercommissies (VBC’s) zijn gemaakt en/of zijn opgenomen in een visplan, kunnen ook direct in een huurovereenkomst of individuele vergunning worden opgenomen of worden doorvertaald. Schema: Gewenste verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. visstandbeheer. Partij Waterbeheerder
Verantwoordelijkheid • Publiekrechtelijk voor waterbeheer, opstellen ecologische doelen en behalen KRW-doelen door visstandbeheer. • Uitvoeren van maatregelen vastgelegd in waterbeheerplan (of visstandbeheerplan). • Monitoren / beoordelen visstand.
5
Bevoegdheid • Stellen van voorwaarden bij verhuur visrecht en bij het uitgeven van vergunningen binnen het kader van de Visserijwet: (Bijv. verplichten deelname Visstandbeheercommissies; verplichten opstellen visplan; toestaan onderzoek visstand). • Accorderen visplan.
Sportvisserij en beroepsvisserij als huurders van visrecht
• Privaatrechtelijk voor een doelmatige bevissing. • Visserijbeheer vast te leggen en uit te voeren volgens visplannen.
Het onttrekken en uitzetten van vis, het reguleren van de visserij en doen van visserijonderzoek binnen het kader van een geaccordeerd visplan.
Uitgangpunten gemeentelijk visbeleid Typering watergangen/visstandbeleid De gemeente Houten streeft naar natuurlijke waterpartijen met overgangstype 1, snoekblankvoorntype.
overgangstype 1, snoek/blankvoorntype
overgangstype 1, snoek/blankvoorntype
Voor de Rondwegsloot ter hoogte van de helofytenfilters Noord Oost is streefbeeld een overgangstype 2, blankvoorn-brasemtype.
overgangtype 2, blankvoornbrasemtype.
overgangtype 2, blankvoornbrasemtype.
Visstandbeheercommissie
6
AUHV is verplicht deel te nemen aan de Visstandbeheercommissie De Stichtse Rijnlanden (VBC). De sportvisserijvereniging legt zijn plannen voor onderhoud, uitzetting of onttrekking aan de visstand ter instemming voor aan de gemeente. De AUHV dient bij haar activiteiten rekening te houden met de gemeentelijke streefbeelden voor het oppervlaktewater en het landelijke en het daaruit voortkomende regionale toetsingskader voor het uitzetten van vis, zoals KRW, Natura 2000 en Nota Visstand- en Visserijbeheer van het waterschap. De gemeente vraagt HDSR om advies bij het toetsen van de plannen van AUHV. Nachtvissen Binnen de Rondweg is nachtvissen op 4 locaties (Imkersplas, Oosterlaakplas, Rietplas en Kooikersplas) toegestaan. Op alle locaties mag men ook schuilmiddelen gebruiken. Buiten de Rondweg is nachtvissen langs de gemeentelijke wateren toegestaan. Verhuur visrecht Bij verhuur van de visrechten zonder aanvullende voorwaarden kan de gemeente geen visserijonderzoek doen, vis uitzetten en wegvangen en geen nadere regels stellen ten aanzien van de bevissing. Om de belangen van de gemeente gedurende de verhuurperiode te waarborgen worden bij verhuur de volgende aanvullende voorwaarden gesteld: • De visrechthebbende (huurder) staat toe dat de verhuurder onderzoeken uitvoert naar de visstand.
• De visrechthebbende staat toe dat de waterbeheerder visserijkundige maatregelen treft die noodzakelijk worden geacht voor het behalen van de doelstellingen uit het waterbeheerplan en/of de doelstellingen vanuit de Kaderrichtlijn Water. • In de huurovereenkomst kunnen bepalingen worden opgenomen over het al of niet uitzetten van vis. • De visrechthebbende en/of gemachtigde vergunningverlener (sportvisserij) en/of vergunninghouder (beroepsvisserij) is verplicht deel te nemen aan de Visstandbeheercommissie (VBC). Overige uitgangspunten verhuur visrecht: • De eigenaar van een water (de gemeente Houten) is visrechthebbende. Het visrecht maakt de eigenaar bevoegd en verantwoordelijk voor het visserijbeheer. • De gemeente verhuurt het visrecht van een water, tegen betaling, uit te geven via een huurovereenkomst (akte verhuring visrecht). Door verhuur van visrechten is de visvereniging bevoegd en verantwoordelijk voor het visserijbeheer. • Een keuze voor huurovereenkomsten in plaats van vergunningverlening sluit aan bij het rijksbeleid dat juist inzet op een stelsel waarin zoveel mogelijk wordt gewerkt met huurovereenkomsten (met voorwaarden) in plaats van vergunningen.
• Verhuur van visrecht, veelal voor een langere periode (zes jaar) past bij de structuur en de statutaire doelstellingen van de georganiseerde sportvisserij, zoals dat vanuit de Visserijwet en het Rijksbeleid is vorm gegeven. • De controle en handhaving van de visserijbepalingen (in de visplannen) liggen bij verhuur primair bij de visrechthebbenden. • De keuze voor huurovereenkomsten sluit aan bij het beleid dat door de Rijksoverheid wordt gevoerd ten aanzien van de binnenvisserij. In dit beleid wordt vanaf 2006 ingezet op een sterkere verankering van VBC’s, waaronder de verplichting tot het opstellen van visplannen, en een uitvoering van de visserij die past bij de gebiedsgerichte doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water.
4.0
Voorwaarden inrichting openbare ruimte
Het BIOR (Beheer en Inrichtingseisen Openbare Ruimte) is het instrument om voldoende aandacht voor oppervlaktewater in de ontwerpfase te borgen. In het BIOR zijn de uitgangspunten voor ontwerp en beheer verder uitgewerkt. Bij nieuwbouwlocaties is het voorkomen van wateroverlast het uitgangspunt.
7
(VOB, augustus 2023)
8