Bijlage 1 - Toelichting meicirculaire 2022
Tekst van het document
Bijlage bij RV ‘Financieel kader 2023-2026 en meicirculaire 2022’ (zaaknr 770040) Op 1 juni is de meicirculaire 2022 gepubliceerd: Meicirculaire gemeentefonds 2022 | Circulaire | Rijksoverheid.nl
Aanleiding In de circulaires van het Rijk worden gemeenten geïnformeerd over de hoogte van de algemene uitkering, de integratie/decentralisatie-uitkeringen en budgetten voor specifieke taken. Gemeenten ontvangen normaal gesproken op drie tijdstippen in het jaar informatie over de prognoses van de budgetten; de meicirculaire op basis van de Voorjaarsnota, de septembercirculaire op basis van de Miljoenennota en de decembercirculaire op basis van de Najaarsnota. De effecten van de meicirculaire worden vanaf het jaar 2023 verwerkt in de begroting 2023 en zullen voor het jaar 2022 worden meegenomen in de 2e bestuursrapportage 2022.
Kernboodschap Het financieel effect van de meicirculaire 2022 voor het begrotingssaldo is als volgt samen te vatten: bedragen x € 1.000
Nr Omschrijving
2022 2023 2024 2025 2026
1 2 3 4
2.260
Ontwikkeling accres (incl. uitname volkshuisvestingsfonds en woningbouwimpuls) Opschalingskorting, schrappen oploop Middelen jeugd (herverdeeleffect) Ruimte onder plafond BTW compensatiefonds
5 Herverdeeleffect (2023: -7,50 / 2024: -22,50 / 2025: -37,50 / 2026: -52,50 per inwoner) 6 Overige ontwikkelingen Totaal effect meicirculaire 2022 op begrotingssaldo
4.876 847 -416 -68
6.176 1.135 -837 -67
7.566 1.423 -757 -67
2.325 -463 -67
-380 -1.145 -1.916 -2.696 377 2.637
-231 4.628
-739 4.523
-601 5.648
50 -851
1. Ontwikkeling accres
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. Voor 2022 t/m 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek toegepast. De hogere accressen zijn het gevolg van extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting, koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon, inkomensbelasting Box 3, defensie-uitgaven en hogere loon- en prijsontwikkeling. Vanaf 2026 is het accres vastgezet op een plus van in totaal 1 miljard euro bovenop de stand Miljoenennota 2022. Over de 1 miljard euro vindt nog wel indexatie plaats voor de loon- en prijsontwikkeling. 2. Opschalingskorting bedragen x € 1.000
Nr Omschrijving 2 Opschalingskorting, schrappen oploop
2022 2023 2024 2025 2026 847
1.135
1.423
In 2012 werd besloten tot opschaling van gemeenten. Dit moest leiden tot besparingen als gevolg van schaalvoordelen, vermindering van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing ging uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter zouden worden of met elkaar zouden gaan samenwerken. Dit heeft per 2015 geleid tot een uitname uit het gemeentefonds die over een periode van 10 jaar oploopt. De extra korting die ingeboekt stond voor de jaren 2020-2022 was al incidenteel geschrapt en in de meicirculaire wordt ook de oploop voor 2023-2025 geschrapt. In 2026 is de volledige korting (landelijk 975 miljoen) van kracht; deze korting is al in onze begroting verwerkt.
3. Middelen jeugd bedragen x € 1.000
Omschrijving a b c 3
2022 2023 2024 2025 2026
Middelen jeugd In begroting 2022 opgenomen stelpost t.b.v. jeugd Nieuwe stelpost jeugd o.b.v. 75% Middelen jeugd (herverdeeleffect)
2.524 -2.940 -2.757 -2.536 -1.730 1.919 1.779 1.267 -416 -837 -757 -463
Het kabinet stelt voor 2023 € 1,45 miljard (Houten: € 2,5 miljoen) extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). De volgende twee landelijke ontwikkelingen zijn relevant: • Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. • In het Coalitieakkoord van dit kabinet is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda.
Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. In de begroting 2022 hebben we voor 2023 en verder een stelpost ‘Nog te ontvangen rijksmiddelen voor jeugdzorg’ opgenomen (zie bedragen in tabel hierboven onder b). In de raadsinformatiebrief van 26-8-2021 is dit toegelicht (iBabs Online). Door het nieuwe verdeelstelsel per 2023 is er een nadeel ontstaan ten opzichte van de in de begroting 2022 opgenomen stelpost. In de nieuwe verdeling ontvangt Houten minder middelen voor jeugd. Gebaseerd op de nieuwe verdeling (en 75%) is voor 2024 en verder een nieuwe stelpost opgenomen (zie onder c in tabel hierboven). Er is nog geen richtlijn vanuit Provincie / ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) over het opnemen van een stelpost m.i.v. 2024 (risico). 4. Ruimte onder het plafond BTW Compensatiefonds bedragen x € 1.000 a b c d 4
Omschrijving
2022 2023 2024 2025 2026
Afrekening 2021 Afrekening 2021 ten gunste van beklemde algemene reserve Stelpost in meicirculaire 2021 (o.b.v. afrekening 2020) Stelpost in meicirculaire 2022 (o.b.v. gemiddelde afrekeningen afgelopen jaren) Ruimte onder plafond BTW compensatiefonds
269 -269 -428 360 -68
-427 360 -67
-425 358 -67
-424 357 -67
Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW compensatiefonds (BCF). Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht. Het aandeel van gemeenten in de ruimte onder het plafond is in 2021 uitgekomen op € 335 miljoen. In de septembercirculaire 2021 was dit geraamd op € 216 miljoen. Hierdoor vindt een afrekening plaats van landelijk € 119 miljoen (aandeel voor Houten 269k positief). In 2019 heeft zich een stelselwijziging voorgedaan met betrekking tot het BCF (zie ook in alinea hierna). Dit heeft destijds voor de gemeente Houten geleid tot een nadelig financieel effect, waarbij € 1,213 miljoen (2020), € 1,231 miljoen (2021) en € 0,98 miljoen (2022) ten laste van de algemene reserve is gekomen (zie Perspectiefnota 2020, paragraaf 6.3.7). Daarbij is ook aangegeven dat indien
Pagina 2 van 4
de afrekeningen in de periode 2020-2022 een positief effect hebben, dit bedrag wordt teruggestort in de algemene reserve. Vandaar dat het voordeel van 269k zal worden teruggestort in deze reserve. Sinds 2019 wordt in circulaires geen meerjarenraming meer opgenomen voor de ruimte onder het plafond BCF; het is aan gemeenten zelf om een reële meerjarenraming op te nemen. In de circulaire wordt geadviseerd om met ingang van 2023 een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF (=afrekening 2021, € 335 miljoen). In voorgaande jaren hebben we dat advies opgevolgd. Echter, omdat de ruimte onder het plafond steeds verder oploopt, wordt het risico groter dat we in de komende jaren worden geconfronteerd met een scherpe bijstelling naar beneden. Om de uitslagen naar boven en beneden te beperken, stellen we voor om de systematiek te wijzigen en voortaan het gemiddelde van de afrekeningen van de afgelopen jaren aan te houden. Dit geeft een nadelig effect van 67k per jaar. 5. Herverdeeleffect bedragen x € 1.000
Nr Omschrijving
2022 2023 2024 2025 2026
5 Herverdeeleffect (2023: -7,50 / 2024: -22,50 / 2025: -37,50 / 2026: -52,50 per inwoner)
-380 -1.145 -1.916 -2.696
De afgelopen jaren is gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Gegeven de ontvangen adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de reacties van gemeenten is het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – beperkt tot 3 jaar. Het maximale effect is € 7,50 per inwoner in 2023 en € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op € 37,50 per inwoner in 2025, zowel positief als negatief (voor- en nadeelgemeenten). Op basis van de laatste berekeningen van BZK (gebaseerd op 2022) is Houten een nadeelgemeente (- € 103 per inwoner). Als gevolg van het ingroeipad is het nadeel voor Houten dus beperkt tot - € 7,50 in 2023, - € 22,50 in 2024 en - € 37,50 in 2025 per inwoner. In de meicirculaire wordt het negatieve effect van € 37,50 per inwoner doorgetrokken voor de jaren erna. Vanuit voorzichtigheidsprincipe kiezen we ervoor om de stijging van -€ 15 per jaar door te trekken en voor 2026 een nadelig effect van € 52,50 per inwoner op te nemen. Het nieuwe model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. BZK omarmt het advies van de ROB inclusief de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda. De Tweede Kamer zal hier voor de zomer nader over worden geïnformeerd.
De invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. 6. Overige ontwikkelingen bedragen x € 1.000
Nr Omschrijving 6 Overige ontwikkelingen
2022 2023 2024 2025 2026 377
-231
-739
-601
50
De overige ontwikkelingen bestaan o.a. uit hoeveelheidsverschillen als gevolg van aanpassing van de prognoses van de verdeelmaatstaven zoals aantal inwoners, huishoudens etc. Op basis van de meicirculaire 2021 is voor het jaar 2026 een reservering gemaakt van een gedeelte van de algemene uitkering (808k). Deze reservering wordt vanaf 2026 ingezet.
Pagina 3 van 4
Taakmutaties Er zijn ook middelen beschikbaar gesteld met een daaraan gekoppelde beleidsintentie (taakmutaties). Deze middelen worden niet verrekend met het begrotingssaldo maar worden direct ten gunste of ten laste van het betreffende beleidsterrein gebracht. bedragen x € 1.000
Nr Omschrijving a b c d e f g h
Inburgering: leerbaarheidstoets Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord) Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren Energietoeslag Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Toezicht en handhaving voor EPBD III Prenataal huisbezoek Totaal taakmutaties in meicirculaire 2022
2022 2023 2024 2025 2026 12 -12 13
12 -18 13
12 -19 13
13 -20 13
-109
-111
-103
-105
1.333 -25 5 -6 1.307
13
7
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Integratie-uitkeringen (IU’s) zijn tijdelijke uitkeringen die binnen een beperkte periode worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Decentralisatie-uitkeringen (DU’s) zijn ook tijdelijke uitkeringen met een looptijd van maximaal 5 jaar. Ook deze middelen worden niet verrekend met het begrotingssaldo maar worden direct ten gunste of ten laste van het betreffende beleidsterrein gebracht. bedragen x € 1.000
Omschrijving i j k l m n o p
Gezond in de stad (DU) -> kansrijke start Inburgering (IU) Armoedebestrijding kinderen (DU) Einde lening inburgeringsplicht Mantelzorgbeleid Uitvoeringskosten klimaatakkoord Extra capaciteit BOA’s Centrale stemopneming Totaal mutaties integratie- en decentralisatie-uitkeringen in meicirculaire 2022
2022 2023 2024 2025 2026 13 15 4 50 324 38 15 459
-8
-8
-8
-8
38
38
38
38
30
30
30
30
Overige mededelingen A. Omgevingswet Het Rijk draagt voor in totaal € 150 miljoen (landelijk) bij aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Voorwaarde hierbij is dat er een stelselevaluatie volgt waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. Deze € 150 miljoen is nog niet verdeeld over gemeenten, maar wordt in de septembercirculaire 2022 verwerkt (indicatief bedrag voor Houten: +385k). Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire. B. Wet kwaliteitsborging bouwen Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), ontvangen gemeenten in 2022 totaal € 25 miljoen, in aanvulling op de € 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. Daarnaast ontvangen gemeenten totaal een jaarlijkse bijdrage van € 10 miljoen in 2023 t/m 2026 voor het uitvoeren van de Wkb-taken. Ook deze middelen zijn nog niet verdeeld over gemeenten (verwerkt in de septembercirculaire 2022). Indicatieve bedragen voor Houten: +63k in 2022, +26k per jaar voor 20232026).
Pagina 4 van 4