Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing (UV20326)
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten Schonauwenseweg Houten
projectnummer 0462705.100 definitief 10 november 2020
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten Schonauwenseweg Houten
projectnummer 0462705.100 definitief 10 november 2020
Auteurs G.J. Leeuw N.V. Groenewold
Opdrachtgever Vicoma Consultancy&Engineering Sluitappel 53 5491 TS Sint-Oedenrode
datum vrijgave 2020-11-10
beschrijving revisie Definitief
goedkeuring G. Leeuw
vrijgave P. Kennes
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Plangebied Vigerend beheersverordening Leeswijzer
1 1 1 2
2
Planbeschrijving
3
2.1 2.2 2.2.1 2.2.2
Huidige situatie Toekomstige situatie Locatiestudie Groene inpassing
3 5 7 7
3
Beleidskader
10
3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1
Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Barro Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 – 2028 Provinciale Ruimtelijke Verordening Gemeentelijk beleid Programma Ruimte
10 10 10 10 11 12 12
4
Milieuhygiënische en planologische aspecten
14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Bodem Geluid Luchtkwaliteit Water Generiek Beleid Beleid Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Watertoets Flora & Fauna Stikstofdepositie Hinderlijke bedrijvigheid Magneetzone Externe veiligheid Verkeer en parkeren Archeologie en Cultuurhistorie M.e.r.-beoordeling
14 14 15 15 16 16 17 18 19 20 21 21 22 22 23
5
Uitvoerbaarheid
25
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2
Financieel Uitvoerbaarheid Kostenverhaal Maatschappelijk
25 25 25 25
Bijlage 1 Natuurtoets Bijlage 2 Stikstofonderzoek
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel Stedin Netbeheer B.V. (hierna: Stedin) is voornemens een nieuw 50kV/21kV transformatorstation op de locatie aan de Schonauwenseweg in Houten te realiseren. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken koopt Stedin een deel van de grond van de gemeente Houten. De ontwikkeling van het plangebied is op basis van de huidige beheersverordening ‘Buitengebied en Schonauwenseweg’ niet mogelijk. In het voorliggend ruimtelijke onderbouwing is de inpasbaarheid en toelaatbaarheid van het voornemen onderbouwd.
1.2
Plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Houten ten noorden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Ten zuiden wordt het plangebied ontsloten door de Schonauwenseweg, waar het plangebied aan grenst. In het westen grenst het plangebied aan een afvalverwerkingsbedrijf. Ten oosten van het plangebied is de Schalkwijkseweg gelegen en ten westen loopt het spoor tussen Utrecht en ‘sHertogenbosch. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven. De omgeving rond het plangebied is voornamelijk agrarisch, met enkele (agrarische)bedrijven.
Figuur 1.1 Begrenzing van het plangebied (bron: StreetSmart 2019)
1.3
Vigerend beheersverordening Voor het buitengebied van het gebied rondom de Schonauwenseweg zijn de vigerende bestemmingsplannen nog niet geactualiseerd. De gemeente Houten kiest voor het instrument ‘beheersverordening’ voor het buitengebied en het gebied rondom de Schonauwenseweg om aan de actualiseringsplicht uit de Wro (artikel 3.1) te voldoen. Momenteel vigeert de beheersverordening ‘Buitengebied en Schonauwenseweg’ (onherroepelijk op 23 mei 2013). Zowel het behoud van de bestaande situatie als het behoud van de planologische ruimte vormen
Blad 1 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
de onderlegger voor de beheersverordening. Om de planologische ruimte uit de vigerende plannen in deze verordening over te nemen, is de regeling uit de vigerende plannen in deze verordening overgenomen. In het gebied tussen de Rondweg, Schonauwenseweg en de Schalkwijkseweg betreft het vigerende plan dat in de beheersverordening is opgenomen het ‘Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex’ (GBHV). Een uitsnede van het bestemmingsplan is opgenomen in Figuur 1.2. Het plangebied is gelegen in dit gebied. De gronden zijn momenteel bestemd als ‘Agrarisch’.
Figuur 1.2 Globale ligging gebied waar GBHV vigeert (plangebied onderbroken rode kader)
1.4
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een planbeschrijving van het initiatief. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende beleidskader. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 een toelichting op de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten gegeven. Hoofdstuk 5 heeft betrekking op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Blad 2 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.700 m2 en wordt in de huidige situatie gebruikt als weiland. Binnen het plangebied staan momenteel geen gebouwen of andere bouwwerken. Het plangebied wordt in het zuiden ontsloten door de aangrenzende Schonauwenseweg. Ten westen en zuiden van het plangebied is het afvalverwerkingsbedrijf Beelen B.V. gelegen. Dit bedrijf is recentelijk uitgebreid waarvoor ook van de beheersverordening is afgeweken (2019) en een stuk grond met de bestemming agrarisch en wonen is omgezet naar bedrijfsgrond. Door de uitbreiding is het bedrijf ook aan de zuidkant van de beoogde locatie voor het tussenstation op de gronden tot aan de Schalkwijkseweg komen te liggen. Door de uitbreiding is de daar eerder aanwezig woning op die locatie gesloopt. Een weergave van de uitbreiding is weergegeven in Figuur 2.1
Figuur 2.1 Omgevingsvergunning afvalverwerkingsbedrijf (omgevingsvergunning 2019)
Direct ten zuiden van het plangebied ligt op basis van de beheersverordening een woonbestemming. Deze woning ten behoeve van de uitbreiding van het afvalverwerkingsbedrijf gesloopt en in gebruik genomen door het bedrijf. De woning is dus niet meer aanwezig en door de afwijking van het bestemmingsplan is een ander gebruik goedgekeurd. Door de nieuwe vergunde situatie is het milieutechnisch niet meer mogelijk om een woning op te richten omdat deze het bestaande bedrijf ernstig zou belemmeren. De gemeente moet deze vergunde afwijking nog verwerken in haar omgevingsverordening. Aan de overzijde van de Schalkwijkseweg (ten oosten van het plangebied) is een leverancier van industriële apparatuur gevestigd met een daarnaast gelegen (bedrijfs)woning, zoals te zien is in Figuur 2.2.
Blad 3 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Figuur 2.2 weergave van het plangebied (Bron: StreetSmart 2019) Hierna worden een paar foto’s van de huidige situatie weergegeven.
Figuur 2.3 Aanzicht van het plangebied vanaf de Schalkwijkseweg (Bron: StreetSmart 2019)
Blad 4 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Figuur 2.4 Huidige situatie plangebied
Figuur 2.5 Aanzicht vanaf Schonauwenseweg
2.2
Toekomstige situatie Onderhavig initiatief voorziet in de herinrichting van het plangebied aan de Schonauwenseweg. De gronden zijn in eigendom van de gemeente Houten. Stedin is voornemers om een nieuw 50kV/ 21kV station te realiseren. Om het initiatief mogelijk te maken dient Stedin een deel van de gronden over te nemen van de gemeente. Het station heeft een oppervlakte van 640 m2 en is onder andere voorzien van een toilet, een verblijfsruimte, 2 21kV ruimtes en 2 50/21kV trafo’s. Het station wordt aan de noord-, west- en zuidzijde omringd door een kabelbed. Aan de oostzijde van het station is een parkeerplaats voor medewerkers voorzien. Het perceel wordt in het zuiden ontsloten door de Schonauwenseweg, waar tevens de in- en uitrit van het perceel gelegen is, zie Figuur 2.6. In Figuur 2.7 is te zien dat het perceel wordt afgeschermd middels een hekwerk. Tevens wordt het perceel landschappelijk ingepast in zijn omgeving.
Blad 5 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Figuur 2.6 Inrichtingsontwerp (Bron: Vicoma)
Figuur 2.7 Impressie toekomstige situatie (Bron: Vicoma)
Blad 6 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
2.2.1
Locatiestudie Het oprichten van het 50/21 kV-station in de omgeving van Houten Oost is het noodzakelijk vanwege toekomstige ontwikkelingen in omgeving van deze locatie. Door deze ontwikkelingen is er een toenemende elektriciteitsbehoefte in de gebouwde omgeving en deze kan niet door de bestaande tussenstations worden opgevangen. Hierdoor is het noodzakelijk om te zoeken naar een locatie waar een nieuw tussenstation gerealiseerd kan worden
Figuur 2.8 onderzochte locaties tussenstation
Op basis van een tiental randvoorwaarden, zoals inpassing in het elektriciteitsnetwerk en de omgeving en ontsluiting van de locatie zijn enkele mogelijke locaties onderzocht en afgewogen. De afgewogen locaties zijn weergegeven in Figuur 2.8. Op basis van de alternatieven afweging zijn locaties B en E afgevallen vanwege onmogelijkheden op die betreffende locatie. Op basis van de afweging die is gemaakt is gebleken dat locatie C op de verschillende criteria het beste scoorde. De locatiestudie is opgenomen in de bijlagen bij de aanvraag omgevingsvergunning.
2.2.2
Groene inpassing Voor de landschappelijke inpassing van het trafostation Houten is gekeken naar inpassing vanaf de Schonauwenseweg en Schalkwijkseweg, de zijden waar het meeste zicht op de nieuwe ontwikkeling is.
Blad 7 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Beperkingen De inpassing van een trafostation kent enkele beperkingen. Deze worden met name gevormd doordat er veel kabels en leidingen rondom en van en naar het trafostation lopen. Op deze gronden is beplanting niet wenselijk vanwege de mogelijke beschadiging van kabels en leidingen door de wortels van deze beplanting en omdat er geregeld gevragen wordt in deze gronden om nieuwe bekabeling aan te leggen. Verder moet de beplanting bij het trafostation niet zo groot kunnen worden dat deze later op het station kunnen vallen. Binnen deze beperkingen is gekeken hoe het trafostation het beste kan worden ingepast in de omgeving. Daarbij is ook een afweging dat onderhoud aan het trafostation met zware onderhoudsvoertuigen moet worden uitgevoerd. Laanbeplanting De huidige boombeplanting langs het gravelpad aan de noordzijde van de Schonauwenseweg blijft gehandhaafd met uitzondering van de boomgroep ter plaatse van de beoogde entree van het trafostation. De te verwijderen boomgroep wordt gecompenseerd door aanplant van een lineaire laanboomstructuur aan de west- en noordzijde van het trafostation, wat aansluit bij de boomstructuren van de Schonauwenseweg. Voorgesteld wordt Acer campestre ‘Elsrijk’ (veldesdoorn) aan te planten op 3 meter van het afschermende hekwerk. Het betreft een boomsoort van de 2e grootte (plantafstand 8.00 meter).
Figuur 2.9 Laanbeplanting Schonauwenseweg
Blad 8 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Struweelbeplanting Schalkwijkseweg De Schalkwijkseweg ligt ter plaatse van het nieuwe trafostation aan de oostzijde en loopt omhoog naar het viaduct over het Amsterdam-Rijnkanaal. Om het zicht van passanten op het trafostation weg te nemen wordt voorgesteld de bestaande taludbeplanting van de weg ter hoogte van de Schonauwenseweg door te trekken tot aan de noordelijke perceelsgrens van het agrarische perceel waarop het tussenstation wordt gevestigd (kadastraal bekend HTN 04 sectie B nr. 502). De struweelbeplanting op het talud zal bestaan uit inheems bosplantsoen (Sleedoorn, kornoelje, hazelaar, meidoorn, botanische roos, gelderse roos, aanplant in driehoeksverband, plantafstand 1.00 meter in de rij en 1,50 meter tussen de rijen). Voldoende zicht op tegemoetkomend verkeer op de Schalkwijkseweg blijft het uitgangspunt van deze strook. De westelijke berm van de Schalkwijkseweg dient daarom 4,50 meter obstakelvrij te zijn van struweelbeplanting en bestaat uit gras. Aan de onderzijde van het talud blijft een 4.00 meter brede stook aan de oostzijde van de watergang vrij van beplanting in verband met een gepland kabeltracé. Hiertussen blijf voldoende ruimte over voor een robuuste struweelbeplanting.
Figuur 2.10 Struweelbeplanting Schalkwijkseweg
Terrein trafostation De bermen langs de verharde ruimtes binnen het hekwerk worden uitgevoerd in grasbetonstenen en ingezaaid met gras. Deze bermen kunnen niet worden beplant in verband met ondergrondse leidingen en draaicirkels van zware onderhoudsvoertuigen.
Blad 9 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
3
Beleidskader De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het geldend beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste bevindingen uit het (ruimtelijk) beleid beschreven en wordt aangegeven hoe voorliggende ontwikkeling hierop inspeelt.
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Barro Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Mobiliteit (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. Conclusie initiatief Het voorliggend initiatief is niet van invloed op de opgenomen nationale belangen uit de SVIR en het Barro.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 – 2028 Op 4 februari 2013 hebben Provinciale Staten de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 20132028 (PRS) vastgesteld. Sindsdien zijn er meerdere herzieningen geweest. De laatste herziening is vastgesteld op 10 december 2018. In het provinciale beleid richt de provincie Utrecht zich nog steeds primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het landelijk gebied. Op die manier blijven de steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijven de karakteristieken van het landelijk gebied bewaard en worden zo nodig ontwikkeld. In de PRS is het ruimtelijke beleid van de provincie voor de periode 2013 tot 2028 vastgelegd. Op de kaarten van de PRS ligt de locatie in het 'Landelijk gebied' binnen de kernrandzone. De algemene beleidslijn voor het Landelijk gebied is 'ruimte voor dynamiek en kwaliteit'. Daarbij voert de provincie een terughoudend beleid ten aanzien van de ontwikkeling van niet aan het landelijk gebied gekoppelde functies. De kernrandzone is het gedeelte van het landelijk gebied dat direct aansluit aan de rode contour. Deze zone om de Utrechtse kernen is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als uitloopgebied en door de hier aanwezige stedelijke functies, zoals verspreid liggende woningen, sportvelden, recreatieve voorzieningen, volkstuinen, begraafplaatsen en rioolwaterzuivering.
Blad 10 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Figuur 3.1 Uitsnede themakaart 11 - Landelijk gebied
Conclusie initiatief De PRS gaat niet expliciet in op bedrijfsactiviteiten als die van het electriciteitsdistributiebedrijf. De PRS vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening Op 4 februari 2013 hebben Provinciale Staten van Utrecht ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vastgesteld. Ook hiervan is de laatste herziening vastgesteld op 10 december 2018. Doel van de PRV is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de NNN en de rode contouren. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten in acht moeten worden genomen. De PRV bevat géén bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de PRV moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Toetsing initiatief NNN-gebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied binnen de kernrandzone ten zuiden van Houten. Het plangebied is niet gelegen in het NNN. Landelijk gebied Op grond van artikel 3.2 van de PRV mag een bestemmingsplan voor dit gebied in principe geen verstedelijking mogelijk maken. Verstedelijking wordt daarbij als volgt gedefinieerd: ‘van verstedelijking is sprake als een ruimtelijk besluit ten opzichte van het vigerende planologische regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies’. Door de
Blad 11 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
ligging in de nabijheid van Houten is het plangebied ook aangeduid als ‘Kernrandzone’. Binnen deze zone is verstedelijking toegestaan, mits is voldaan aan de onderstaande voorwaarden: a. de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten, en b. de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en c. tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd, en d. omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.
Hieronder wordt de ontwikkeling getoetst aan de vereiste (a t/m d): a. De ontwikkeling voorziet in bedrijfsbebouwing van nutsvoorzieningen. Door de steeds toenemende vraag naar stroom door de energietransitie is deze ontwikkeling wenselijk en noodzakelijk om ook in de toekomst in een robuust energienetwerk te voorzien. Het beoogde 50kV/ 21kV station sluit goed aan op de structuur van de omgeving. Zo is ten westen, zuiden en oosten van het perceel reeds grootschalige bedrijfsbebouwing aanwezig. De maximale hoogte van de nieuw op te richten bebouwing bedraagt 7 meter. De bedrijfsbebouwing rondom het plangebied is van dezelfde hoogte of hoger (o.a. Beelen). Door de omliggende bedrijfsbebouwing, de verhoogde ligging van de Schalkwijkseweg en de bosschages rondom het plangebied wordt de locatie straks goed ingepast in het bestaande landschap. De beoogde ontwikkeling is minder wenselijk om binnen het bestaand stedelijk gebied van Houten te realiseren, daarom is gezocht naar een locatie in de kernrandzone. b. Het perceel is landschappelijk ingepast, zoals nader toegelicht in paragraaf 2.2.1. Hierbij is rekening gehouden met de kwaliteiten van het gebied en is aangesloten op bestaande landschappelijke structuren. De landschappelijke inpassing zorgt ervoor dat het plan op een goede manier wordt ingepast in haar omgeving en de bestaande structuren versterkt.
Verder wordt aangesloten bij bestaande bedrijfsbestemmingen die al in de directe omgeving van de ontwikkeling zijn gelegen. c. De realisatie van de inpassing in het gebied worden geborgd bij de vergunningverlening. d. De omliggende bedrijven en functies worden niet geschaad, aangezien er geen gevoelige functie wordt toegevoegd. Ook de omliggende woningen ondervinden geen hinder van het initiatief. Uit de VNG-brochure blijkt dat de indicatieve afstanden die dienen te worden aangehouden voor deze ontwikkeling niet tot over de woning(en) reiken. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de provinciale ruimtelijke verordening en vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Programma Ruimte In het Programma Ruimte legt de gemeente een verbinding tussen verschillende beleidsterreinen, met als doel maatschappelijke opgaven aan te passen. Houten wil een proeftuin zijn voor vernieuwende initiatieven. De rol van de gemeente is daarbij steeds
Blad 12 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
wisselend, dan weer faciliterend en aanjagend, dan weer regisserend. Het Programma Ruimte dient als instrument om tot een goede ruimtelijke ontwikkeling van Houten te komen. Het plangebied is gelegen in bedrijventerrein De Poel, zoals te zien is in Figuur 3.2. Bedrijventerrein De Poel is ongeveer 21 hectare (bruto) groot en is ontstaan als gevolg van de tweede groeitaak van Houten. In het gebied zijn vier bedrijven gevestigd. Het betreft bedrijven met een hoge hindercategorie. Daarnaast is De Poel een bedrijventerrein met een zeer duurzaam karakter. De circulaire economie is hier zichtbaar. Op het bedrijventerrein is uitgeefbare grond voorhanden.
Figuur 3.2 Overzicht bedrijventerreinen in Houten, rode kader is plangebied (Bron: Programma Ruimte 2017)
Conclusie initiatief De onderhavige ontwikkeling is niet strijdig met het Programma Ruimte.
Blad 13 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
4
Milieuhygiënische en planologische aspecten
4.1
Bodem Algemeen De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Bij een functiewijziging wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht, indien de wijziging tevens een wijziging naar een ‘strengere’ bodemgebruiksvorm inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, wordt de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. Toetsing Onderhavige functiewijziging voorziet in een wijziging van agrarische grond naar bedrijfsgrond. Op deze gronden is een onbemand transformatorstation voorzien. In het gebouw zijn geen verblijfsruimten aanwezig, waar (nagenoeg) voortdurend mensen verblijven. De enige tijd dat op de locatie mensen verblijven betreft het monteurs die controleren of storingen verhelpen. Conclusie Gelet op het voorgenomen gebruik van de locatie wordt een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.
4.2
Geluid Algemeen Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. De Wet geluidhinder bevat normen voor de toelaatbare geluidbelasting vanwege wegen, spoorwegen en geluidgezoneerde bedrijventerreinen (‘industrieterreinen’ in de zin van de Wet geluidhinder). Indien een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt geprojecteerd binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Toetsing Het 50kV/21kV station is geen geluidgevoelige object voor geluidbelastende wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. In paragraaf 4.6 ‘hinderlijke bedrijvigheid’ wordt ingegaan op het geluid afkomstig van de inrichting op de omgeving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen zijn om de voorgestane ontwikkeling mogelijk te maken.
Blad 14 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
4.3
Luchtkwaliteit Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; c. het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate’. Als regel geldt dat projecten die minder dan 3% van de grenswaarde voor NO 2 en PM10 bijdragen (3% van 40 µg/m3 oftewel 1,2 µg/m3) als ‘niet in betekenende mate’ kunnen worden aangemerkt.
Voor deze projecten kan een toetsing aan de grenswaarden dus achterwege blijven. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Toetsing Het realiseren van een nieuw 50kV/21kV station valt niet binnen één van deze categorieën. Er is nauwelijks sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen blijft beperkt tot hooguit 1 à 2 verkeersbewegingen per week. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit en is niet in strijd met het bepaalde in de Wet milieubeheer. Er bestaan voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen.
4.4
Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden.
Blad 15 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
4.4.1
Generiek Beleid Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: − vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. − schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’.
Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.
4.4.2
Beleid Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Waterbeheerplan Voor de planperiode 2016-2021 is het Waterbeheerplan (WBP) van De Stichtse Rijnlanden van toepassing. In dit plan geeft De Stichtse Rijnlanden aan wat haar ambities voor deze planperiode
Blad 16 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het WBP legt meer dan voorheen accent op uitvoering. De vier hoofdthema's zijn: − waterveiligheid; − voldoende water; − gezond water; − gezuiverd afvalwater; − genieten van water. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden, zodat het gebied geschikt is om te wonen, werken en recreëren. Daarbij wil De Stichtse Rijnlanden dat het watersysteem op orde en toekomst vast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Keur en uitvoeringsregels Vanaf 1 mei 2019 is de nieuwe Keur van het Hoogheemraadschap van kracht. In de keur staat wat wel en niet mag op of aan de waterkeringen (dijken en kades) en watergangen. De regels maken het mogelijk dat het waterschap het onderhoud aan watergangen en waterkeringen goed kan uitvoeren. Vergunningplichtige activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Voor andere activiteiten gelden de algemene regels. In de uitvoeringsregels is opgenomen dat bij een toename aan verharding minder dan 5.000 m² er alleen de algemene zorgplicht geldt. Indien de toename meer bedraagt is extra watercompensatie vereist.
In de navolgende paragraaf wordt hierop verder ingegaan.
Figuur 4.1:Kaart bebouwde gebieden (rood) uit het Keur met de planlocatie
4.4.3
Watertoets In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg
Blad 17 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. Planspecifiek Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden schrijft voor dat een toename van meer dan 5.000 m² in het landelijk gebied dient te worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de toename verharding plaatsvindt. In totaal wordt maar maximaal 2.300 m2 aan verharding in het plangebied toegevoegd waardoor onder de grens gebleven wordt en waterberging op basis van de keur niet noodzakelijk is. In 2019 heeft de gemeenteraad van Houten het Water- en Rioleringsplan 2020-2023 vastgesteld. Hierin is de zorgplicht voor perceeleigenaren bij de verwerking van regenwater op eigen terrein uitgewerkt. Perceeleigenaren moeten het regenwater op eigen terrein opvangen in een ondergronds infiltratiesysteem met een inhoud van 15 mm per m² ten opzichte van het verhard afvoerend oppervlak. Hierdoor moet er in totaal circa 34 m3 (2.300 m2*0.015 m) aan waterberging gerealiseerd worden.
In het plangebied wordt direct naast de inrit een ondergrondse waterberging aangelegd met een capaciteit van 40 m³, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan deze eis. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt geadviseerd om geen gebruik te maken van uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink. Hierdoor wordt de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.
4.5
Flora & Fauna Algemeen Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet heeft drie wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Provincies bepalen voor hun grondgebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De wet kent twee sporen, namelijk een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. De Wnb richt zich op de bescherming van: − Natura 2000-gebieden; − Soorten van de Vogelrichtlijn; − Soorten van de Habitatrichtlijn; − ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). Het Natuur Netwerk Nederland is niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar wordt beschermd via het provinciaal beleid.
Blad 18 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Toetsing In mei 2020 is door Faunaconsult een natuurtoets uitgevoerd om de effecten van de herontwikkeling op de beschermde natuurwaarden te bepalen. Het volledige rapportage is opgenomen als bijlage 1. De resultaten van de natuurtoets worden hieronder kort toegelicht. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de Provincie Utrecht een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale Staten van Utrecht, 2016). Wel geldt voor alle amfibieën en zoogdieren de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zo veel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplichten te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied verplaatst worden. Algemene vogels Verstoring en vernietiging van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van opgaande vegetatie en het kappen van bomen buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Conclusie Flora en Fauna vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5.1
Stikstofdepositie Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Toetsing Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, kan de PAS niet meer worden gehanteerd als toetsingskader op grond van de Wet natuurbescherming. Om deze reden is door Antea Group een stikstofdepositieonderzoek verricht. De rapportage is als bijlage 2 bij dit bestemmingsplan opgenomen, de conclusies zijn hierna weergegeven.
Blad 19 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Voor de voorgenomen ontwikkeling berekent AERIUS Calculator voor de realisatiefase een bijdrage van niet meer dan 0,00 mol per ha per jaar op stikstofgevoelige habitats van Natura 2000-gebieden. Voor de gebruiksfase toont AERIUS Calculator geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol per ha per jaar. Op basis van dit resultaat kan de geplande ontwikkeling doorgang vinden voor wat betreft het aspect stikstof. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn om de voorgestane ontwikkeling mogelijk te maken.
4.6
Hinderlijke bedrijvigheid Algemeen Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: − door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; − door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar.
Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend. Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het omgevingstype in het plangebied kan worden getypeerd als ‘rustig buitengebied’. Doordat er sprake is van het omgevingstype ‘rustig buitengebied’ kunnen de indicatieve afstanden niet worden gecorrigeerd. Toetsing Het 50kV/21kV transformatorstation is niet gevoelig voor milieuhinder van bedrijven. Het transformatiestation betreft echter wel een functie die hinder kan veroorzaken. Het maximale
Blad 20 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
transformatorvermogen per transformator bedraagt maximaal 70 MVA. In totaal zijn er twee transformatoren opgesteld met een totaal transformatorvermogen van 140 MVA waardoor het conform de VNG-brochure een milieucategorie 3.2 bedrijf is. De maximale indicatieve richtafstand bedraagt 100 meter voor geluid. Daarnaast geldt voor het aspect gevaar een indicatieve richtafstand van 50 meter. Voor de aspecten geur en stof zijn geen indicatieve richtafstanden opgenomen. De meest nabijgelegen woning is de woning aan de Schonauwenseweg (ten oosten van het plangebied). De woning ligt op een afstand van 120 meter en ligt hiermee buiten de richtafstand van 100 meter. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling geen gevolgen heeft op het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen.
4.7
Magneetzone Algemeen Elektromagnetische velden Voor blootstelling – kortdurend of langdurend – aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel hebben het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Europese Commissie adviezen gegeven voor grenswaarden voor blootstelling aan magnetische velden. Voor 50 Hz magnetische velden volgt uit deze richtlijn als advies een grenswaarde van 100 microtesla voor de hele bevolking. Dit advies is gebaseerd op de richtlijnen van de International Commision on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) en wordt tevens onderschreven door de World Health Organization en de Nederlandse Gezondheidsraad. De huidige en toekomstige installaties op het perceel voldoen aan deze normen. Voorzorgbeleid Daarnaast wordt door de Nederlandse overheid een voorzorgsbeleid gehanteerd van 0,4 microtesla in geval van bovengrondse hoogspanningslijnen in combinatie met gevoelige bestemmingen. Onder gevoelige bestemming in deze context wordt verstaan waar kinderen gedurende langere periode vrijwel dagelijks langdurig per dag aanwezig zullen zijn. Toetsing In de directe omgeving liggen geen gevoelige bestemmingen.
De elektriciteitskabels van Stedin worden ondergronds aangelegd, derhalve is het voorzorgbeleid hierop niet van toepassing. Conclusie Elektromagnetische velden vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van het transformatorstation.
4.8
Externe veiligheid Algemeen De wet- en regelgeving rondom externe veiligheid is gericht op de beperking en beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen als op het transport ervan. Het uitgangspunt is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving
Blad 21 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Toetsing Een onbemand transformatorstation is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object als bedoeld in de externe veiligheidswetgeving. Aangezien een onbemand transformatorstation in het kader van externe veiligheid geen bescherming behoeft, is verdere toetsing niet noodzakelijk. Een kV-station is geen risicovolle inrichting als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Op basis hiervan hoeft geen verdere toetsing plaats te vinden. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het transformatorstation.
4.9
Verkeer en parkeren Toetsing In de toekomstige situatie wordt het plangebied ontsloten door de Schonauwenseweg waar tevens een in- en uitrit wordt gerealiseerd. Met de ontwikkeling gaat een minimale toename van het aantal verkeersbewegingen gepaard. Deze toename is verwaarloosbaar. In het ontwerp is voldoende rekening gehouden met parkeren. Conclusie De geringe verkeerstoename vormt geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie Algemeen In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de verantwoordelijkheid voor archeologie(beleid) grotendeels bij de gemeentelijke overheid neergelegd. Gemeenten dienen archeologie te borgen in hun ruimtelijk beleid, bijvoorbeeld door dubbelbestemmingen voor archeologie op te nemen in bestemmingsplannen. Om dat te kunnen doen hebben veel gemeenten een archeologische beleidskaart gemaakt. Op basis van deze kaart kan rekening gehouden worden met archeologie in bestemmingsplannen en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in
Blad 22 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
de toelichting van een ruimtelijke ontwikkeling worden beschreven hoe wordt omgegaan met de cultuurhistorische waarden in het plangebied of in de directe omgeving. Toetsing De gemeente Houten heeft haar archeologische waarden opgenomen in een archeologische waardenkaart. Het plangebied is gelegen in een gebied met een lage tot geen archeologische verwachting, zoals te zien is in Figuur 4.2.
Figuur 4.2 Uitsnede archeologische waardenkaart gemeente Houten (plangebied rode kader)
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor realiseren van 50kV/21kV station.
4.11
M.e.r.-beoordeling Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Komt een activiteit niet voor in kolom 1, dan geldt er geen m.e.r-(beoordelings)plicht.
Blad 23 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). Voor deze afweging gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Toetsing In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: a. een oppervlakte van 100 hectare of meer; b. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; c. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plan voorziet in de bouw van een elektriciteitsdistributiestation. Er geldt voor het onderhavige bestemmingsplan geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Ook een vormvrije m.e.r.beoordeling is niet nodig.
Een transformatorstation is namelijk niet opgenomen in onderdeel C en D van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Conclusie De activiteit is niet opgenomen in onderdeel C en D van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Het initiatief is dus niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig en er hoeft ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden.
Blad 24 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
5
Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling aangetoond. Het planvoornemen moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
5.1
Financieel
5.1.1
Uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente Houten geen negatieve financiële gevolgen.
5.1.2
Kostenverhaal Wanneer voor gronden een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) is voorgenomen, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In voorliggend geval is het kostenverhaal vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en de initiatiefnemer, zodat een exploitatieplan niet noodzakelijk is.
5.2
Maatschappelijk De gemeente Houten is voornemens een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van het transformatorstation aan de Schonauwenseweg. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning vindt vooroverleg plaats met de betrokken instanties. Door eenieder kunnen zienswijzen omtrent de aanvraag van de omgevingsvergunning naar voren worden gebracht. Na de termijn van terinzagelegging wordt beslist omtrent verlening van de omgevingsvergunning. Na verlening van de omgevingsvergunning wordt het besluit op internet gepubliceerd.
Blad 25 van 25
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Bijlage 1 Natuurtoets
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Bijlage 1 Natuurtoets
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Bijlage 2 Stikstofonderzoek
Ruimtelijke Onderbouwing Transformatorstation Houten projectnummer 0462705.100 10 november 2020 Vicoma Consultancy&Engineering
Bijlage 2 Stikstofonderzoek
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. 06 83 24 93 49 E. gertjan.leeuw@anteagroup.com
www.anteagroup.nl
Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.