CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Rapport “Meerjarenvergelijking 2016-2019 - Monitoring kwaliteit openbare ruimte Gemeente Houten”

Gemeenteraad 23 november 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Onkruidbestrijding op verharding4.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meerjarenvergelijking 2016 - 2019 Monitoring kwaliteit Openbare Ruimte Gemeente Houten

Maart 2020 Eindrapportage

Samenvatting In opdracht van de gemeente Houten heeft DZP sinds 2016 metingen in de openbare ruimte uitgevoerd. Het gaat om 24 meetlocaties verdeeld over 4 gebiedstypen: centrum, groen, bedrijventerreinen en wonen. Per gebiedstype is er gekeken naar 6 onderwerpen: gras (graslengte), plantsoen (kale plekken en snoeibeeld), groen water (drijfvuil) en straatreiniging (onkruid op verharding en zwerfafval). Elk jaar worden er 8 metingen verricht in de periode april – september. Doordat er wordt gewerkt met een vaststaande methodiek, is de data over de jaren heen goed vergelijkbaar met elkaar: de basis voor onderhavige meerjarenvergelijking. Aanleiding voor het inzichtelijk krijgen van deze trends komt voort uit het willen informeren van het college en de raad over de ontwikkeling van het onderhoud van de openbare ruimte en of de beoogde beeldkwaliteit al dan niet wordt gehaald. De afgelopen jaren hebben er diverse wijzigingen plaatsgevonden – zowel financieel als de manier van inzet van de beschikbare middelen, die waarschijnlijk effect hebben gehad op de behaalde beeldkwaliteit. Doel van de opdracht is derhalve met de beschikbare data een analyse uit te voeren, op basis waarvan de gemeente zo nodig nadere beleidsbeslissingen kan nemen. In onderhavige rapportage is duidelijk gemaakt welke trend en ontwikkelingen er te zien zijn als het gaat om de gemeten beeldkwaliteit.

Op een aantal punten wordt hoog gescoord (Akwaliteit), ook al ligt de beoogde beeldkwaliteit in veel gevallen lager. Voorbeeld hiervan is ‘drijfvuil’. Voor alle gebiedstypen geldt dat er voor drijfvuil vooral A-scores zijn gemeten. Blijkbaar is dit in Houten weinig voorkomend. Gedurende het opstellen van deze meerjarenvergelijking werd duidelijk dat de hoeveelheid gemeten C-kwaliteit de afgelopen jaren toegenomen is. Als gevolg daarvan heeft DZP al het beeldmateriaal doorlopen en achteraf bepaald of het hier inderdaad een C-kwaliteit of alsnog een D-kwaliteit betrof. Hierop is de data aangepast en is dit in de grafieken verwerkt. Door de jaren op achtereenvolgens op een rij te zetten, is duidelijk geworden dat er in elk geval bij onkruid een uitdaging ligt om daar het daadwerkelijke niveau omhoog te krijgen. Dit geldt voor alle gebiedstypen. Nadere analyse laat geen grote verschillen zien tussen de meetpunten, wel kan geconstateerd worden dat met name de latere metingen (juli en met name augustus) het aantal C-scores het hoogst is (met uitzondering van het centrum waar net 80% van de metingen de gewenste beeldkwaliteit laat zien). Verder laat een aantal onderwerpen (zwerfafval, kale plekken) een licht neergaande trend zien, ofwel: A-kwaliteit wordt B- en B-kwaliteit wordt C. NB: de twee droge zomers van 2018 en 2019 zijn duidelijk terug te zien bij de scores ‘kale plekken’.

Omdat dit een 1-op-1 relatie heeft met de weersomstandigheden, moeten deze wel worden meegewogen in de beoordeling.

2

Inleiding & Werkwijze Aanleiding De gemeente Houten heeft DZP gevraagd een meerjarenvergelijking op te stellen op basis van de data die de afgelopen jaren verzameld zijn tijdens de metingen in de openbare ruimte. DZP voert sinds 2016 jaarlijks metingen uit op een 24-tal locaties en volgens een vaststaande methodiek. Dit zorgt ervoor dat er een dataset is opgebouwd met goed vergelijkbare data, op basis waarvan mag worden verwacht dat er – indien aanwezig - trends zichtbaar zullen zijn in de gemeten beeldkwaliteit. Aanleiding voor het inzichtelijk krijgen van deze trends komt voort uit het willen hebben van inzicht en het informeren van het college en de raad over de ontwikkeling van het onderhoud van de openbare ruimte en of de beoogde beeldkwaliteit al dan niet wordt gehaald. De afgelopen jaren hebben er diverse wijzigingen plaatsgevonden – zowel financieel als de manier van inzet van de beschikbare middelen, die waarschijnlijk effect hebben gehad op de behaalde beeldkwaliteit. Doel van de opdracht is derhalve met de beschikbare data een analyse uit te voeren, op basis waarvan de gemeente nadere beleidsbeslissingen kan nemen. Meetmomenten en meetmethodiek Gedurende de periodes mei – september heeft DZP jaarlijks een 8-tal metingen verricht op 24 locaties. Uitzondering is 2018, toen zijn er 9 metingen geweest.

De uitgevoerde metingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten die zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitskader openbare ruimte 2012 van de Gemeente Houten. Er is gekozen om onderscheid te maken tussen de verschillende ingerichte gebieden in centrum, groen, bedrijventerreinen en wonen. Per gebiedstype is er gekeken naar 6 onderwerpen: gras (graslengte), plantsoen (kale plekken en snoeibeeld), groen water (drijfvuil) en straatreiniging (onkruid op verharding en zwerfafval).

Er is op 24* locaties gemeten waarbij er wordt gekeken naar het gebied binnen een straal van ongeveer 50 meter. Als er opvallende situaties zijn buiten die 50 meter worden die ook meegenomen in de metingen. Het beeldkwaliteitskader gaat voornamelijk uit van gemiddelden, waardoor de opvallende situaties niet altijd duidelijk terug te zien zijn in de resultaten.

2016 31-mei

2017 11-mei

2018 30-apr.

2019 29-mei

13-jun.

2-jun.

15-mei

12-jun.

30-jun.

16-jun.

6-jun.

26-jun.

13-jul.

12-jul.

20-jun.

8-jul.

29-jul.

25-jul.

2-jul.

24-jul.

4-aug.

9-aug.

23-jul.

7-aug.

9-aug.

22-aug.

13-aug.

21-aug.

14-sep.

15-sep.

27-aug.

13-sep.

10-sep.

* Meetlocatie 24 is in 2019 komen te vervallen i.v.m. onbereikbaarheid door wegwerkzaamheden.

3

Afwezigheid water Voor een aantal locaties geldt dat er geen water aanwezig is op de locatie. Op een enkele locatie ontbreekt een van de andere meetlatten. Reeds in 2016 is er voor gekozen om een nieuwe locatie op kleine afstand (< 100 m) van de meetlocatie te zoeken en hier dan alsnog de meting voor de afwezige meetlat te verrichten. Uitzonderingen zijn de meetlocaties 2 en 6, hier is de afstand t.o.v. de oorspronkelijke locatie wat groter. De nieuwe locaties voor afwezige meetlatten in de centrumgebieden bevinden zich aan de rand van centrum- en woongebied*. De gewenste kwaliteitsniveaus zijn hierop aangepast. De metingen zijn op deze wijze door de jaren heen consistent uitgevoerd*.

Locatie

Afwezige meetlat(-ten)

Nieuwe locatie

1

graslengte en kale plekken

groen bij Kooikerspad

2

drijfvuil

water bij Rijfveld

5

drijfvuil

water bij Rijnsburgsepad

6

drijfvuil

water bij Strandmeer

8

drijfvuil

water bij Gletsjermeer

10

graslengte en kale plekken

groen bij Edelsteen/Kiezelsteen

12

drijfvuil

water bij Laagwater/Kristalwater

13

drijfvuil

water bij Weteringhout

14

drijfvuil

water bij Hoonpad

15

graslengte, kale plekken en snoeibeeld

groen bij Vlierweg

80%-methodiek op basis van CROW drijfvuil water bij Rondweg Om voor het totaal en per thema te komen tot een score op basis van de meetresultaten is 19 drijfvuil water bij Hoefbladhof voor deze monitoringsrapportage uitgegaan van de statistische rekenmethodiek voor 20 drijfvuil water bij imkerseind 24 drijfvuil water bij Oosterlaak beeldkwaliteit zoals CROW deze hanteert voor de beeldkwaliteit. De score voor een gebied (of onderwerp) is de score die bij minimaal 80% van de meetlocaties is behaald. Is bijvoorbeeld slechts 79% van de metingen een B of hoger, dan scoort het gebied een C. Dit is een bewuste keuze geweest; het is niet reëel te veronderstellen dat 100% van de meetlocaties op het gestelde niveau moet / kan zijn. Concreet betekent dit dat het onderhoudsniveau van maximaal 20% van de meetlocaties lager mag uitvallen dan het vastgestelde kwaliteitsniveau per meetlat. In de bijlage zijn de gehanteerde beeldmeetlatten opgenomen. Deze geven specifiek weer aan de hand waarvan is gemeten.

A-, B-, C- en D-kwaliteit Hoewel de kwaliteitsniveaus zijn vastgesteld op basis van CROW, is al vanaf de eerste metingen in 2016 afgesproken dat er niet op een 5-puntsschaal zou worden gemeten, maar op een 3-puntsschaal: Mooi en Comfortabel (A), Functioneel (B) en onrustig beeld, discomfort of enig niveau van hinder (C). Wanneer de laagste (C-) kwaliteit niet gehaald werd, is dit wel vermeld in de rapportages. De hoeveelheid gemeten C-kwaliteit en (de nog mindere) D-kwaliteit zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Als gevolg daarvan heeft DZP vanaf 2018 met een 4-puntsschaal (A, B, C en D) gemeten.

* Meetlocatie 1, 10 en 15 behoren tot de categorie centrumgebieden. Hier ontbreekt ‘graslengte’ en ‘kale plekken’. Voor de locaties 1 en 15 is de meting voor de ontbrekende meetlatten uitgevoerd op de rand van het centrum – woongebied. Voor locatie 10 ligt het meetpunt voor de ontbrekende beeldmeetlatten wat meer in een woonomgeving.

4

Datacheck Om een goede analyse te kunnen maken, zijn de metingen van de afgelopen jaren verwerkt in één databestand. Omdat de metingen de afgelopen 4 jaar op eenzelfde wijze zijn uitgevoerd, zijn de data goed vergelijkbaar. Wel is er een check gedaan op alle data, waarbij er, ten behoeve van de vergelijkbaarheid, data uit 2017 is geüniformeerd aan de data van de andere jaren. In 2017 zijn er namelijk ook combinatie-scores genoteerd: A/B en B/C. Hierdoor ontstonden er 5 waardes in plaats van 3. Voor de analyse zijn A/B verdeeld onder A en B en B/C verdeeld onder B en C (in beide gevallen 2 keer een halve score). Het totaal aantal scores blijft hierdoor gelijk en daarmee goed vergelijkbaar*. NB: de gemeente Houten heeft specifiek voor het centrum qua doelstelling een A/B (ofwel B+) ambitie. Dit betekent dat waar het gaat om de metingen in het centrum, A en B scores bij elkaar gemiddeld mogen worden om te kunnen bepalen of er wel of niet aan de doelstelling voldaan is. Hier zal op de betreffende pagina’s een opmerking over worden gemaakt. Analyse In de metingen per jaar is onderscheid gemaakt in 4 gebiedstypen, te weten ‘centrum, groen, bedrijventerreinen en wonen’. Daarnaast is een 6-tal onderwerpen gemeten: gras (graslengte), plantsoen (kale plekken en snoeibeeld), groen water (drijfvuil) en straatreiniging (onkruid op verharding en zwerfafval).

De gebiedstypen en de onderwerpen (twee dimensies) worden in deze analyse afgezet in de tijd (derde dimensie). Onderhavige rapportage valt in twee delen uiteen:

Onderdeel 1: • • •

Het weergeven van de resultaten per gebiedstype per onderwerp, over de afgelopen 4 jaar naast elkaar gezet. Dit resulteert in een 6-tal grafieken per gebied, waarbij de data gebaseerd is op de 3 jaren x 8 metingen per jaar en 1 jaar met 9 metingen = 33 metingen x het aantal meetpunten per gebiedstype (varieert van 4 tot 14 meetpunten per type). Er ontstaat een totaalbeeld per gebiedstype.

Onderdeel2: • • •

Het weergeven van de resultaten per onderwerp over de afgelopen 4 jaar naast elkaar gezet. Dit resulteert in een grafiek per onderwerp, waarbij de gebiedstypen buiten beschouwing zijn gelaten. Op die manier wordt duidelijk of en zo ja, welke trend er zichtbaar is per onderwerp.

* In 2017 zijn in totaal 8 metingen verricht. Niet alle data is betrouwbaar gebleken. Hier is destijds ook melding van gemaakt. Op basis van nader uitzoekwerk is duidelijk geworden dat het om 2 van de 8 metingen gaat. Op basis van de totale dataset zijn er geen sterk afwijkende resultaten geconstateerd. Dit betekent dat het effect van de twee genoemde metingen als onderdeel van de totale dataset van de afgelopen 4 jaar minimaal is: er wordt immers naar gemiddelden gekeken. Derhalve is besloten de data mee te nemen in de analyse.

5

Opbouw rapportage en kanttekeningen Opbouw Op de navolgende pagina’s staan alle resultaten op een rij. Om in één oogopslag scherp te krijgen wat de ontwikkeling is geweest, is ervoor gekozen om een 100% oppervlakteverdeling te gebruiken: hoe groter het oppervlak van een bepaalde kleur, des te hoger het aantal scores die gemeten zijn. Daarbij zijn de gehanteerde kleuren groen (A, goed), oranje (B, voldoende), rood (C, sober, net voldoende) en blauw (D, onvoldoende). De grafieken zijn gebaseerd op de uitslagen zoals deze zijn gemeten volgens de gehanteerde CROW methode. In onderstaande tabel zijn de gewenste niveaus van beeldkwaliteit weergegeven.

Gewenste beeldkwaliteit Centrum

Wonen

Bedrijven

Groen

Graslengte

A/B

C

C

C

Kale plekken

A/B

C

C

C

Snoeibeeld

A/B

C

C

C

Drijfvuil

A/B

C

C

C

Onkruid

B

B

B

B

Zwerfafval

B

B

B

B

Kanttekeningen Bij het ‘lezen’ van de resultaten moet een aantal kanttekeningen worden geplaatst: • De meetmomenten zijn allemaal in de periode mei – september uitgevoerd. Hoewel dit altijd dezelfde periode is, zijn de weersomstandigheden niet altijd vergelijkbaar. In 2018 en 2019 waren er langere droge periodes, wat onder andere effect heeft op de status van het gras en kale plekken. Is het een periode natter, dan schiet het onkruid uit de grond. Deze ‘variaties’ worden grotendeels opgevangen door het feit dat er per zomer 8 metingen zijn verricht, maar enig effect zal in de data ‘doorklinken’. • De gemeente Houten heeft haar eigen planning als het gaat om het onderhouden van de openbare ruimte. Snoeien gebeurt één of twee keer per jaar, maar gras maaien gebeurt op beeld. Daarnaast is het zo dat bijvoorbeeld het snoeien in een periode van een week of 3 / 4 plaatsvindt, waarbij niet bekend is op welk moment waar gesnoeid is. Als vlak voor het snoeien wordt gemeten, dan zullen de scores lager zijn dan vlak na het snoeien. In de cijfers van 2019 is dit ook naar voren gekomen (zie rapportage 2019). Ook hiervoor geldt dat het goed is om dit in het achterhoofd te houden. Voor deze meerjarenvergelijking – waarbij alle data van één jaar worden samengepakt – zal dit de trend niet beïnvloeden.

6

Onderdeel 1 Analyse per gebiedstype Centrum

Belangrijkste bevindingen: • Over de afgelopen 4 jaar zijn de scores in de centrumgebieden beter geworden als het gaat om graslengte, kale plekken en snoeibeeld. • De resultaten m.b.t. zwerfafval zijn ten opzichte van 2016 verslechterd, maar laten de laatste 2 jaar wel een stabiel beeld zien (C en D tezamen). • Met betrekking tot de hoeveelheid onkruid op verharding: hier zit wel duidelijk een aandachtspunt. Deze resultaten zijn duidelijk verslechterd en beperken zich overigens niet tot de centrumgebieden, maar is zichtbaar in alle gebiedstypen. • Voor de centrumgebieden is de gewenste beeldkwaliteit A/B voor graslengte, kale plekken, snoeibeeld en

drijfvuil. Zwerfafval en onkruid moeten B-kwaliteit zijn. Waar een C-kwaliteit is gescoord, werd niet voldaan aan de doelstellingen. Wanneer er van uit wordt gegaan dat het acceptabel is wanneer 80% aan de norm voldoet, dan voldeed de beeldkwaliteit van de onderzochte beheeraspecten bijna ieder jaar aan de norm. Alleen in 2018 waren onkruid en kale plekken een aandachtspunt en in 2019 gold dit voor zwerfafval.

Centrumgebieden - Graslengte A

2016

B

2017

C

D

2018

A

100%

2016

2017

B

C

D

2018

B

C

D

A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

2016

Centrumgebieden - Kale plekken A

Centrumgebieden - Onkruid

Centrumgebieden - Snoeibeeld

2017

2018

0% 2019

2016

A

B

C

D

2018

0% 2019

Centrumgebieden - Zwerfafval

Centrumgebieden - Drijfvuil 100%

2017

A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

2016

2017

2018

0% 2019

2016

2017

2018

0% 2019

7

Onderdeel 1 Analyse per gebiedstype Wonen

Belangrijkste bevindingen: • Over de afgelopen 4 jaar zijn de scores in de woongebieden beter geworden als het gaat om graslengte, kale plekken en drijfvuil. Met name het laatste is in de woongebieden erg weinig voorkomend (met een kleine dip in 2018). • De resultaten m.b.t. het snoeibeeld laten een geleidelijke verslechtering zien, maar voldoen nog wel aan de norm (C-kwaliteit). • De resultaten m.b.t. zwerfafval zijn ten opzichte van 2016 verslechterd - met name meer B- en minder A-kwaliteit – maar er wordt wel aan de norm voldaan. • Met betrekking tot de hoeveelheid onkruid op verharding: hier zit wel duidelijk een aandachtspunt. Deze resultaten zijn duidelijk verslechterd, met name de C en D-scores zijn toegenomen • Voor de woongebieden is de gewenste beeldkwaliteit C voor graslengte, kale plekken, snoeibeeld en drijfvuil.

Zwerfafval en Onkruid moeten B-kwaliteit zijn. Op alle plekken waar een C of D-kwaliteit wordt gescoord bij onkruid en zwerfafval wordt dus niet voldaan aan de doelstellingen. Met name Onkruid scoort slecht. Nog geen 50% van de metingen in 2018 en 2019 voldeed aan de norm.

Wonen - Graslengte A

2016

B

2017

C

D

2018

A

100%

2016

2017

B

C

D

2018

B

C

D

A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

2016

Wonen - Kale plekken A

Wonen - Onkruid

Wonen - Snoeibeeld

2017

2018

0% 2019

2016

Wonen - Drijfvuil A

100%

B

C

D

2017

2018

0% 2019

Wonen - Zwerfafval A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

0% 2019

2016

2017

2018

2016

2017

2018

0% 2019

8

Onderdeel 1 Analyse per gebiedstype Bedrijven

Belangrijkste bevindingen: • Over de afgelopen 4 jaar zijn de scores op de bedrijventerreinen beter geworden als het gaat om graslengte, kale plekken en snoeibeeld. • De resultaten m.b.t. het drijfvuil zijn constant van een hoge kwaliteit; het water is erg schoon. • De resultaten m.b.t. zwerfafval zijn ten opzichte van 2016 iets verslechterd, maar er is nog niet echt een trend zichtbaar. Er wordt wel voldaan aan de norm. • Ook op de bedrijventerreinen zit een aandachtspunt bij onkruid op verharding. Deze resultaten zijn duidelijk verslechterd, met name de C-scores zijn behoorlijk toegenomen (NB: D-scores pas vanaf 2018 genoteerd). • Voor de bedrijventerreinen is de gewenste beeldkwaliteit C voor graslengte, kale plekken, snoeibeeld en

drijfvuil. Zwerfafval en Onkruid moeten B-kwaliteit zijn. Op alle plekken waar een C of D-kwaliteit wordt gescoord bij onkruid en zwerfafval wordt dus niet voldaan aan de doelstellingen. Met name Onkruid scoort slecht. Nog geen 50% van de metingen in 2018 en 2019 voldeed aan de norm.

Bedrijven - Graslengte A

2016

B

2017

C

D

2018

Bedrijven - Snoeibeeld A

100%

2016

2017

B

C

D

2018

C

D

Bedrijven - Onkruid A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

2016

Bedrijven - Kale plekken A

B

2017

2018

0% 2019

2016

Bedrijven - Drijfvuil C

100%

A

B

C

2017

2018

0% 2019

Bedrijven - Zwerfafval A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

0% 2019

2016

2017

2018

2016

2017

2018

0% 2019

9

Onderdeel 1 Analyse per gebiedstype Groen

Belangrijkste bevindingen: • Over de afgelopen 4 jaar zijn de scores in de groengebieden voor wat betreft het snoeibeeld en het drijfvuil min of meer constant gebleven. • Graslengte laat een verbetering zien als het gaat om de hoeveelheid A-scores (2019 ten opzichte van 2016), maar het aantal C-scores is ook iets toegenomen. Kale plekken laat een zelfde soort beeld zien: het aantal A-scores is gestegen, maar het aantal C-scores ook (beduidend sterker dan bij graslengte). • De resultaten m.b.t. zwerfafval zijn ten opzichte van 2016 iets verslechterd, maar nog steeds een redelijke score. • Ook hier zit een aandachtspunt bij onkruid op verharding. Deze resultaten zijn duidelijk verslechterd, met name de Cscores zijn behoorlijk toegenomen (NB: D-scores pas vanaf 2018 genoteerd). De A-scores zijn vrijwel niet aanwezig. • Voor de groengebieden is de gewenste beeldkwaliteit C voor graslengte, kale plekken, snoeibeeld en

drijfvuil. Zwerfafval en Onkruid moeten B-kwaliteit zijn. Op alle plekken waar een C of D-kwaliteit wordt gescoord bij onkruid en zwerfafval wordt dus niet voldaan aan de doelstellingen. Met name Onkruid scoort slecht. Slechts 50% van de metingen in 2018 en 2019 voldeed aan de norm.

Groen - Snoeibeeld

Groen - Graslengte A

2016

B

C

2017

D

2018

A

100%

2016

2017

B

C

D

2018

C

D

Groen - Onkruid A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

2016

Groen - Kale plekken A

B

2017

2018

0% 2019

2016

100%

B

C

D

2018

0% 2019

Groen - Zwerfafval

Groen - Drijfvuil A

2017

A

100%

B

C

D

100%

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0% 2019

2016

2017

2018

0% 2019

2016

2017

2018

0% 2019

10

Onderdeel 2 Analyse totaal Graslengte Belangrijkste bevindingen: • Over de afgelopen 4 jaar zijn de scores voor de graslengte verbeterd. Er zijn meer A-scores. Het aantal C-scores is min of meer onveranderd gebleven. • Voor de graslengte is de gewenste beeldkwaliteit C, met uitzondering van het centrum, daar is het

A/B. Als de scores voor A en B bij elkaar worden genomen, wordt een totaalscore van boven de 80% gehaald, waarvan de laatste jaren meer dan de helft A kwaliteit is. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de A/B kwaliteit ook in het centrum wordt behaald.

TotaalA score Graslengte B C D

Bedrijven - Graslengte A

100%

B

C

D

100% 80%

80%

60% 40%

60% 40%

20% 2016

2017

2018

0% 2019

20% 2016

2017

2018

Groen - Graslengte

0% 2019

A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

2017

2018

0% 2019

11

Onderdeel 2 Analyse totaal Kale plekken

Centrumgebieden - Kale plekken A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

Belangrijkste bevindingen: • In 2016 en 2017 voerde de B-scores verreweg de overhand. In 2018 is er een trend ingezet waarbij het aantal Ascores toenam, maar ook het aantal C-scores. • Uit de overzichtjes per gebiedstype blijkt dat met name de centrumgebieden en groen bijdragen aan een toename van de C-scores. • De toename van de A-scores is met name aan drie van de vier gebieden toe te schrijven. • Voor de kale plekken is de gewenste beeldkwaliteit C, met uitzondering van het centrum, daar is het

A/B. Als de scores voor A en B bij elkaar worden genomen, wordt – met uitzondering van 2018 - een totaalscore van boven de 80% gehaald. Hoewel in 2016 t/m 2018 meer dan de helft B kwaliteit is, kan geconcludeerd worden dat de A/B kwaliteit nu ook in het centrum wordt behaald.

2017

2018

0% 2019

Wonen - Kale plekken A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

2017

2018

0% 2019

Bedrijven - Kale plekken A

Totaal Ascore Kale Plekken B C D

B

C

D

100% 80% 60%

100%

40% 20%

80% 2016

2017

2018

0% 2019

60% 40%

Groen - Kale plekken A

20% 2016

2017

2018

B

C

D

100% 80%

0% 2019

60% 40% 20% 2016

2017

2018

0% 2019

12

Centrumgebieden - Snoeibeeld

Onderdeel 2 Analyse totaal Snoeibeeld

A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

Belangrijkste bevindingen: • Ten opzichte van 2016 zijn de scores voor wat betreft het snoeibeeld min of meer constant gebleven. • Door de jaren heen zijn er wel wat schommelingen. • Overall gezien is het aantal C-scores best aanzienlijk, het aantal D-scores neemt licht toe. • Voor het snoeibeeld is de gewenste beeldkwaliteit C, met uitzondering van het centrum, daar is het

2017

2018

0% 2019

Wonen - Snoeibeeld A

B

C

D

100% 80%

A/B. Als de scores voor A en B bij elkaar worden genomen, wordt voor het centrum een totaalscore van 80% gemiddeld wel gehaald (zie grafiek rechtsboven).

60% 40% 20% 2016

2017

2018

0% 2019

Totaal score Snoeibeeld A B C D 100%

Bedrijven - Snoeibeeld A

B

C

D

80%

80% 60%

60%

40% 20%

40% 20% 2016

2017

2018

100%

2016

0% 2019

2017

2018

0% 2019

Groen - Snoeibeeld A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20% 2016

2017

2018

0% 2019

13

Onderdeel 2 Analyse totaal Drijfvuil

Centrumgebieden - Drijfvuil A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20% 2016

Belangrijkste bevindingen: • Ten opzichte van 2016 zijn de scores voor wat betreft het drijfvuil min of meer constant gebleven, met uitzondering van 2018. De ‘dip’ wordt met name veroorzaakt door de scores in de woongebieden van dat jaar. • Voor het drijfvuil is de gewenste beeldkwaliteit C, met uitzondering van het centrum, daar is het A/B.

2017

2018

0% 2019

Wonen - Drijfvuil A

B

C

D

Als de scores voor A en B bij elkaar worden genomen, wordt een totaalscore van boven de 80% gehaald, waarvan in alle jaren het overgrote deel A kwaliteit is (grafiek rechtsboven). Daarmee kan geconcludeerd worden dat de A/B kwaliteit ook in het centrum wordt behaald.

100% 80% 60% 40% 20%

2016

2017

2018

0% 2019

Totaal score Drijfvuil A B C D 100%

Bedrijven - Drijfvuil C

A

B

C

100%

80%

80% 60%

60%

40% 20%

40% 2016

2017

2018

0% 2019

20% 2016

2017

2018

0% 2019

Groen - Drijfvuil A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

2017

2018

0% 2019

14

Onderdeel 2 Analyse totaal Onkruid op verharding

Centrumgebieden - Onkruid A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

Belangrijkste bevindingen: • Over de afgelopen 4 jaar zijn de scores voor wat betreft onkruid behoorlijk verslechterd. In het centrum is de verslechtering het grootst als het gaat om het teruglopen van A- naar B-kwaliteit (2016 en 2017 t.o.v. 2018 en 2019). • In de andere gebieden was er al sprake van voornamelijk B-kwaliteit. In 2018 en 2019 is een aanzienlijke hoeveelheid C- en D-scores geconstateerd, in totaal tezamen circa 50% van alle metingen. • Voor het onkruid op verharding is de gewenste beeldkwaliteit B. Deze worden niet gehaald.

2017

2018

0% 2019

Wonen - Onkruid A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

2017

2018

0% 2019

Totaal score Onkruid A

B

C

D

Bedrijven - Onkruid

100%

A

B

C

D

100%

80%

80%

60%

40%

40%

60%

20% 2016

2017

2018

0% 2019

20% 2016

2017

2018

Groen - Onkruid

0% 2019

A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

2017

2018

0% 2019

15

Centrumgebieden - Zwerfafval

Onderdeel 2 Analyse totaal Zwerfafval

A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20%

2016

Belangrijkste bevindingen: • Over de afgelopen 4 jaar zijn de scores voor wat betreft zwerfafval verslechterd: er is minder A-kwaliteit en wat meer B-kwaliteit. Ook nam de C-kwaliteit wat toe, met name onder invloed van de scores in het centrum. • Voor zwerfafval is de gewenste beeldkwaliteit B. Dit wordt grotendeels gehaald, maar er is wel een

2017

2018

0% 2019

Wonen - Zwerfafval A

B

C

D

100%

flauwe trend naar verslechtering zichtbaar over de hele linie.

80% 60% 40% 20%

Totaal score Zwerfafval A B C D

2016

100%

2017

2018

0% 2019

Bedrijven - Zwerfafval A

80%

B

C

D

100% 80%

60%

60% 40%

40% 20% 2016

2017

2018

20% 2016

0% 2019

2017

2018

0% 2019

Groen - Zwerfafval A

B

C

D

100% 80% 60% 40% 20% 2016

2017

2018

0% 2019

16

Bijlagen Beleidskader, beeldmeetlatten & Locaties

17

BIJLAGE: Beleidskader beeldkwaliteit & beeldmeetlatten

18

Meetlatten I Gras – graslengte

19

II Plantsoen – A Kale plekken - beplanting & haag

20

II Plantsoen – B Snoeibeeld – bodembedekkers

21

II Plantsoen – B Snoeibeeld – hagen

22

IV Groen Water B Vuil - drijfvuil

23

VIII Straatreiniging A Onkruid - klinkers

24

VIII Straatreiniging A Onkruid - tegels

25

VIII Straatreiniging A Zwerfafval – grof – straat & beplanting

26

VIII Straatreiniging A Zwerfafval – grof – gras & fijn – bloembak

27

VIII Straatreiniging A Zwerfafval – grof – boomspiegel

28

BIJLAGE 2: Meetlocaties Centrum

Bedrijven

Meetlocatie

Locatienaam

Meetlocatie

Locatie

1

’t Rond

2

Pelmolen

10

Castellum

6

De Koppeling

15

Centrum/Plein

14

De Koppeling

20

De Slinger

16

Hoofdveste

Wonen

Groen

Meetlocatie

Locatienaam

Meetlocatie

Locatie

3

Kievitweide

4

Kooikerspad

5

Beverakker

7

Staatsspoor

7

Staatsspoor

12

Kristalwater

8

Bergmeer

13

Zwenghout

9

Zijdemos

18

Imkerspad

11

Galerijmuur

12

Kristalwater

14

Koppeling

17

Riddersborch

19

Boterbloemhof

21

Molenbuurt

22

Tull & Het Waal

23

Schalkwijk

24

‘t Goy

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=f948de15-a231-4ae4-977c-887bf625c2fa