CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1. Ondernemersfonds Houten - voorstel 2021 (3).pdf

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Ondernemersfonds6.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ondernemersfonds Houten

In Houten wordt toegewerkt naar de vorming van een gemeentebreed ondernemersfonds. Het initiatief is afkomstig van het georganiseerde bedrijfsleven: Ondernemend Houten, IKH, de OKK en het Oude Dorp. Winkeliersvereniging Het Rond heeft zich bij deze alliantie aangesloten. Het bestuur van winkeliersvereniging Het Rond heeft van de leden het mandaat gekregen om de komst van het fonds verder voor te bereiden. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze partijen een omvangrijk deel van de Houtense economie Deze compacte nota biedt zicht op het gewenste functioneren van het Ondernemersfonds Houten en de inbedding ervan in de bestaande structuren.

Inleiding Het voornemen om een Ondernemersfonds Houten dateert van 2019. In mei van dat jaar is het initiatief uitgebreid besproken in het Economisch Platform Houten. Uit vervolgonderzoek bleek dat er sprake is van brede belangstelling voor het construct ondernemersfonds. Zowel vanuit de bedrijventerreinen, winkelcentrum Oude Dorp, de ‘kleine kernen’ (Schalkwijk, Tull en ’t Waal, ’t Goy), de cultuur en de toeristische sector. De gemeenteraad is uitgebreid geïnformeerd in twee raadssessies. Het is er in 2019 niet van gekomen. Maar de onderliggende problemen en ambities zijn intact gebleven. Een korte opsomming van de uitdagingen die bovengenoemde alliantie op haar pad ziet komen. •

De bedrijventerreinen zijn goed voor meer dan de helft van de Houtense werkgelegenheid maar hebben een kwaliteitsimpuls nodig. Het ontbreekt aan een stabiele financieringsgrond om basisvoorzieningen als surveillance, alarmopvolging en parkmanagement ook op lange termijn in de lucht te houden. En er komen veel meer vragen op de terreinen af: energietransitie, klimaatadaptatie / waterbeheer, verbeteren verblijfsklimaat, vergroening openbare ruimte, duurzame mobiliteit. Om enkel dat laatste punt erbij te halen: de autodrukte en parkeerdruk op de terreinen nemen hand over hand toe, zeker met het voorlopige einde van de lockdowns. De ondernemersorganisaties willen investeren in de multimodale (duurzame) bereikbaarheid van de terreinen, ‘last mile’ vervoeropties en slimme bundeling van vervoersvragen.

•

De winkelcentra staan onder stevige concurrentiële druk, zeker in het niet-dagelijkse segment. Er is een permanente noodzaak om gezamenlijk te investeren in aankleding, sfeer en beleving van de winkelgebieden. Het gaat daarbij allang niet meer alleen om promotie en mooie sfeerverlichting. De uitdaging is om meer dynamiek te verkrijgen en bezoekmotieven aan de centra toe te voegen. Naast winkels en verkoop ook meer ruimte voor leisure, culturele uitingen, groenbeleving, arrangementen voor werkende zzp’ers, pop-up bedrijvigheid, hoogwaardige wifi-faciliteiten, dorpsactiviteiten en kleinschalige events voor kinderen en jongeren.

•

De uitwisseling tussen bedrijven en non-profit organisaties is nog te beperkt. We zien veel mogelijkheden om culturele en sportieve activiteiten naar de winkelcentra en andere werkgebieden te halen. En met het onderwijs kan gezamenlijk geïnvesteerd worden in organisatie van stagemarkten, bedrijfsbezoeken en lokale studieopdrachten (cq. uitbouw ‘Houten on stage’).

•

We kunnen de recreatieve potentie van het Eiland van Schalkwijk nog veel beter benutten, als vertredingsruimte voor onze eigen bewoners en voor zogenaamd ‘slow tourism’ (geen massa’s, hoge kwaliteit, aandacht voor lokale geschiedenis, landschappen en cultuur). Het ontbreekt aan echte private investeringskracht om goede arrangementen samen te stellen. De Stichting Promotie Eiland van Schalkwijk heeft zich al achter de komst van een fonds geschaard om een impuls te geven aan het gebied.

•

Meer in algemene zin signaleren we de noodzaak om het investeringsklimaat in Houten te versterken. Ondanks de omvang van onze werkterreinen hebben we nog steeds te maken met een grote uitgaande arbeidspendel. De stad Utrecht werkt als een magneet op jonge mensen, bedrijven en investeringskapitaal. Er is geen sprake van een automatische ‘overspill’ naar Houten. We moeten blijven investeren in nieuwe bedrijvigheid, ruimte voor start-ups, zzp werkplekken, optimale internetverbindingen, connecties met de stedelijke clustereconomie. Dat vergt een gezamenlijke inspanning van overheid, onderwijs en het georganiseerde bedrijfsleven.

Een structurele financiële basis waarin alle ondernemers en non-profitorganisaties participeren is nodig om die ambities te verzilveren en de organisatiegraad van het bedrijfsleven in Houten te versterken. Het Ondernemersfonds biedt die basis en heeft zich in het land bewezen als een succesvol construct. Er zijn inmiddels bijna vijftig ondernemersfondsen in het land. Waaronder in Utrecht, Wijk bij Duurstede, Hilversum, Leiden, Groningen, Bodegraven-Reeuwijk en Gouda. Ieder jaar komen er weer een paar bij. Functioneren van Ondernemersfonds Ieder fonds is uniek en aangepast aan lokale omstandigheden. Er is wel iets van een landelijke praktijk zichtbaar. Die bestaat uit het volgende. •

De ondernemersfondsen worden gevoed uit de algemene middelen van de gemeente. Om dat mogelijk te maken wordt de ozb voor niet-woningen met een afgesproken bedrag verhoogd. In de praktijk een bedrag tussen de 50 en 70 euro per 100.000 woz-waarde, te verdelen over eigenaar en gebruiker volgens de reguliere ozb-verdeelsleutel (in Houten 57% om 43%). De opbrengsten gaan één op één over naar een te vormen stichting ondernemersfonds

•

Binnen het fonds geldt optimale bestedingsvrijheid. Alles wat ondernemers aanmerken als hun gezamenlijk belang komt voor financiering in aanmerking.

•

Alle ondernemers die zakelijk onroerend goed huren dan wel in eigendom hebben worden uitgenodigd mee te praten over de bestedingen. Met ondernemers worden met nadruk ook de non-profitorganisaties bedoeld met gebruik/eigendom van onroerend goed.

•

De meeste fondsen werken met trekkingsrechten. In die systematiek krijgen gebieden dan wel sectoren een budget naar gelang hun inleg in het fonds. De gebieden besluiten zelf over hun bestedingen, het fondsbestuur toetst marginaal (voldoende budget?, democratisch besluit?). Er kan bovendien gespaard worden binnen het fonds, er geldt geen bestedingsdwang.

•

Met de gemeente worden afspraken gemaakt over non-interventie; geen gemeentelijke beïnvloeding op bestedingen. En non-substitutie; geen afwenteling van publieke (onderhouds-)taken op het fonds. Aan het einde van het jaar wordt keurig rekening en verantwoording afgelegd over de wijze van besteding. Het blijft formeel immers publiek geld.

•

Daarnaast richten steeds meer fondsen een gemeentebreed aandeel in, ter bekostiging van gebiedsoverstijgende ambities

•

Het fonds start met een pilotperiode. Na die periode moet blijken of het fonds heeft bijgedragen aan de organisatiegraad en een vaste waarde dient te worden in het ondernemerslandschap.

Voorstel in Houten In Houten wordt gesproken over een fonds op basis van 50 euro per 100.000 woz-waarde. Daarmee denken de initiatiefnemers een balans te slaan tussen enerzijds een beperkte individuele investering en anderzijds een substantiële collectieve opbrengst. Het voorstel is om het fonds in drie jaargangen op te bouwen naar het bedrag van 50 euro. Dat betekent 25 euro in jaar 1, 40 euro in jaar 2 en 50 euro in jaar 3. In de onderste twee tabellen schetsen we (1) de kosten voor de individuele ondernemer in jaar 3 met een aantal rekenvoorbeelden, en (2) de opbrengsten in zes functioneel samenhangende gebieden/sectoren (ook wel trekkingsrechten) op basis van de ozb-berekeningen uit 2019.

Winkelpand van 400.000 Kantorenpand van 600.000 Unit in bedrijfsverzamelgebouw van 150.000 Clubhuis + kleedgebouwen sportvereniging van 350.000

Bedrijventerreinen Kleine kernen + agrarisch + buitengebied Het Rond Oude Dorp Castellum Non-profit en wijkeconomie Totaal

Gebruiker Eigenaar Eigenaar + gebruiker (43%) (57%) € 86,€ 114,€ 200,€ 129,€ 171 € 300,€ 32,25 € 42,75 € 75,€ 75,25 € 99,75 € 175

Jaar 1 (€ 25) € 120.000 € 20.000

Jaar 2 (€ 40) € 192.000 € 32.000

Jaar 3 (€ 50) € 240.000 € 40.000

€ 17.500 € 6.000 € 5.000 € 36.000

€ 28.000 € 9.500 € 8.000 € 58.000

€ 35.000 € 12.000 € 10.000 € 72.000 ~ € 410.000

Een aantal opmerkingen bij bovenstaand overzicht. •

Gegeven is de netto opbrengst bij 100% verdeling naar de gebieden. In de praktijk gaat daar een klein aandeel (3 tot 6%) aan overheadkosten vanaf. Het fonds zal immers een aantal noodzakelijke kosten moeten maken: boekhouding, accountantsverslag, secretariaat, website, kleine weerstandsreserve. De initiatiefnemers buigen zich daarnaast nog over de

reservering van een gemeentebreed aandeel in het fonds. Praktijkervaringen in andere fondsen zijn op dit punt zeer positief. Gemeentebreed kan er slagkracht worden gemaakt en bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in duurzaamheidsprojecten, bereikbaarheidsoplossingen, onderwijs-arbeidsmarktinitiatieven of versterking van de professionele belangenarticulatie. •

Bij de inbedding van het fonds wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de al aanwezige organisatiestructuren: de winkeliersverenigingen, OKK voor de kleine kernen, en IKH/Ondernemend Houten voor de bedrijventerreinen.

•

We kiezen voor een bundeling in enkele grotere werkbudgetten om ‘versplintering’ van het fonds te voorkomen en schaalvoordeel te realiseren. Dat laat onverlet dat iedere ondernemer wordt uitgenodigd mee te praten over de planvorming en dat binnen deze gebieden alsnog recht wordt gedaan aan de verscheidenheid van het bedrijfsleven (bijvoorbeeld een veiligheidsplan per terrein)

•

De non-profit beschikt al over enkele werkstructuren (Sportplatform, Cultuurtafel, Platform Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Het fondsbestuur zal er in het eerste jaar voor ijveren om gezamenlijk met deze organisaties de gewenste aansturing van het nonprofitaandeel te bespreken. Voor nu kiezen we voor een gezamenlijk investeringsbudget, en combinatie met de wijkeconomie, om kruisbestuiving te bevorderen.

•

De ‘trekkingsgerechtigden’ worden – ook buiten een mogelijk gemeentebreed aandeel om van harte uitgenodigd om gezamenlijk te investeren in projecten. Met name de uitwisseling tussen non-profit en commerciële bedrijvigheid kan door gezamenlijke investeringen een vlucht nemen.

Een bijzondere positie betreft die van winkelcentra Het Rond en Castellum. Beide winkelgebieden beschikken reeds over een gezamenlijk promotiebudget waaraan (vrijwel alle) ondernemers automatisch meebetalen via het huurcontract. Deze situatie was in 2019 nog aanleiding voor een kritische tegenstem uit deze gebieden. Inmiddels is de opinievorming verschoven. De winkeliers op Het Rond, en eigenaar Altera, hebben zich achter het initiatief geschaard. Er is met name veel belangstelling naar de uitwisseling met nonprofitorganisaties, en gezamenlijke investeringen in bijvoorbeeld de ijsbaan. Een belangrijke conditie is dat de vereniging direct aanspraak kan maken op de omvang van haar eigen trekkingsrecht (minus algemene kosten). Afgesproken is dat de vereniging kan volstaan met het overleggen van een jaarbegroting, waarbij de inleg uit het fonds is meegenomen. Het staat de vereniging geheel vrij om te besluiten hoe ze het budget besteden. Er wordt onder andere gesproken over een kwaliteitsimpuls voor het (versteende) plein en dus meer reuring in het centrum door onder andere meer uitwisseling met cultuur, sport en andere nonprofit organisaties.

Draagvlak en politieke afwegingen Een gemeenteraad is volledig bevoegd om op eigen initiatief een Ondernemersfonds in te stellen. Er zijn geen aanvullende landelijke kaders die de raad beperken in haar budgetrecht. Zoals dat bijvoorbeeld wel geldt voor de BIZ (BedrijvenInvesteringsZone), een gebiedsgerichte belasting die omgeven is met draagvlakvereisten. Bij de BIZ gaat het echt om ‘hoofden tellen’, de raad hoeft geen eigen visie te formuleren op de wenselijkheid ervan.

Bij gemeentebrede fondsen ligt dat anders. Het is niet enkel een kwestie van ‘wat de ondernemers willen’. Minstens zo belangrijk is wat de ambities zijn van de raad. Wil de raad investeringen in het vestigingsklimaat bevorderen? Is de gemeente uit op sterkere ‘counterparts’ in het bedrijfsleven? Een raad kan een fondsvoorstel toetsen zoals elk politiek voorstel getoetst wordt: is er een publiek belang mee gemoeid? Is het voorstel goed doordacht? Is er geld voor? Zijn er goede voorbeelden beschikbaar? Is het juridisch stabiel? Sommige fondsen komen langs deze route op de kaart. Het meest recente voorbeeld is de stad Heerlen. De politieke analyse daar was dat het organiserend vermogen van het bedrijfsleven te kort schoot en dat het economisch beleid van de gemeente daardoor te weinig counterparts had, hoeveel de gemeente er zelf ook in investeerde. Daarom is op voorspraak van het college besloten om een ozb-meeropbrengst van een miljoen te realiseren, op te bouwen in drie jaar. Pas na de besluitvorming werd gezocht naar ondernemers (en adviseurs) om de zaak te trekken. Die werden vervolgens ook gevonden en een half jaar later is het fonds vrij geruisloos aan het werk gegaan. Dat wil niet zeggen dat Houten het Heerlense pad moet volgen. Er kan weldegelijk naar draagvlak gekeken worden.

Maar de ‘gewoonheid’ van een voorstel voor invoering van een ondernemersfonds bepaalt dat draagvlak onderdeel is van een brede afweging, zoals bij elk belangrijk voorstel met financiële consequenties aan de orde is. Het gaat om tal van inhoudelijke afwegingen zoals: • • • • • • • •

Is er een publiek doel gediend bij de komst van het fonds? Draagt het bij aan versterking van het vestigingsklimaat? Heeft de lokale economie er baat bij? Rechtvaardigt het publieke doel dat de gemeente er beleid op gaat voeren? Is het initiatief betrouwbaar in de zin dat er goede mensen en organisaties achter staan en dat er een goede uitvoeringspraktijk tot stand kan komen? Zijn er voorbeelden van elders en zijn daar leereffecten van benut? Zijn de financiële gevolgen van het voorstel hanteerbaar en is er dekking? Zijn er anderszins risico’s voor de gemeente? Is er kritiek op en weerstand tegen het voorstel onder betrokken bedrijven en inwoners van Houten? Is er voldoende mogelijkheid geweest voor informatie-uitwisseling en voor gesprek over die kritiek? Hoe ziet de balans van argumenten pro en argumenten contra er uit? Zijn er mogelijkheden voor een flexibele uitvoering om recht te doen aan veranderende omstandigheden?

Wanneer naar draagvlak wordt gekeken bij de komst van een gemeentebreed fonds gaat het met nadruk om de steun onder georganiseerde ondernemers, vertegenwoordigd door de verenigingsbesturen. Zij investeren nu al in hun omgeving, steunen de gemeente bij de ontwikkeling van economisch en regionaal beleid, dragen op vrijwillige basis bij aan voorzieningen die het collectief ten goede komen. Als we naar de Houtense situatie kijken kunnen we daar het volgende over zeggen. De steun vanuit het verenigingsverband is zeer groot in Houten. Veel groter dan bij menigeen ander startend fonds, inclusief het nu zo succesvolle fonds in Utrecht. •

•

Meer dan de helft van het Houtense Ondernemersfonds wordt opgebracht vanuit de bedrijventerreinen. De twee ‘sterkhouders’ voor de terreinen zijn de IKH en de SBBH. De besturen van beide verenigingen hebben zich ondubbelzinnig gecommitteerd aan dit voorstel. Tegengeluiden zijn niet bekend. De OKK zit er als vertegenwoordiger van de kleine kernen en het buitengebied op eenzelfde manier in. Ook hier zijn geen tegengeluiden bekend.

• • • • •

De vereniging van ondernemers in het Oude Dorp is en blijft voorstander van het fonds. Winkelcentrum Het Rond heeft zich achter het initiatief geschaard. Dit geldt ook voor het winkelcentrum Castellum. Ondernemend Houten heeft het initiatief ook onder de aandacht gebracht bij het Platform Maatschappelijk Ondernemen Houten. Er is sprake van (zeer) positieve respons. Ook vanuit de non-profit zijn er bemoedigende signalen bekend, onder andere van de Cultuurtafel, het sportoverleg en vanuit de zorg.

Opsteller van dit document: Rob Manders i.o.v. Ondernemend Houten Datum: 1 december 2021

Bijlage 1

Concept statuten

Concept statuten Ondernemersfonds Houten d.d. 15 september 2021

Artikel 1: Naam en zetel 1. De stichting draagt de naam: Stichting Ondernemersfonds Houten. 2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Houten. 3. De stichting heeft geen winstoogmerk.

Artikel 2: Doel 1. De stichting heeft ten doel: a. het fungeren als contractpartner voor de gemeente Houten in verband met de bekostiging van collectieve zaken van ondernemers in de gemeente Houten; b. het fungeren als contractpartner voor ondernemersorganisaties en collectief georganiseerde maatschappelijke partijen die als juridische entiteit dan wel als samenwerkingsverband voldoende representatief zijn om invulling te geven aan het behartigen van het collectief ondernemersbelang, hierna ook wel trekkingsgerechtigden genoemd; c. het stimuleren van collectieve activiteiten, waarbij de feitelijke uitvoering bij de onder lid 1 sub b bedoelde trekkingsgerechtigden in de gemeente Houten ligt; d. het verrichten van alle verdere handelingen die met vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. 2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door: a. de gelden welke via een opslag op de gemeentelijke onroerend zaakbelasting voor niet-woningen door de gemeente Houten worden geheven, ten laste van ondernemers, administratief te verwerken en vervolgens aan de hand van gemotiveerde aanvragen ten goede te laten komen aan ‘trekkingsgerechtigden’; b. het opdracht geven voor het leveren van diensten aan de ondernemersorganisaties, waarbij de opdrachtverlening voorbereid en uitgevoerd wordt door de ondernemersorganisatie; c.

het stimuleren van samenwerkingsverbanden tussen ondernemers in de diverse gebieden in Houten waar ondernemers gevestigd zijn en deze nog niet aanwezig zijn; d. het leveren van informatie en ondersteuning aan de in lid 1 sub b bedoelde ondernemersorganisaties; e. het stimuleren van planontwikkeling voor gemeentebrede bestedingen in samenspraak met Ondernemend Houten en daarbij betrokken ondernemersbesturen en eventueel andere belanghebbenden 3. Het bestuur bepaalt wie onder de artikel 2, lid 1 sub b vermelde ‘trekkingsgerechtigden’ worden begrepen

Artikel 3: Vermogen Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: -

-

de gelden die bij de Gemeente Houten beschikbaar zijn gekomen uit een verhoging van de ozb voor niet-woningen, welke op grond van een overeenkomst tussen de gemeente Houten en de stichting één op één zullen worden doorgegeven door de Gemeente Houten aan de stichting ter realisering van haar doelstellingen zoals in artikel 2 omschreven; hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten hetgeen op andere wijze verkregen wordt.

Artikel 4: Financiering van aanvragen 1. Het fonds werkt op basis van aanvragen ingediend door de trekkingsgerechtigden, bedoeld als onder artikel 2, lid 1, sub b. 2. De aanvragen dienen goedgekeurd te zijn door het bestuur van de betreffende trekkingsgerechtigde. 3. De aanvragen dienen te worden gemotiveerd en voorzien van een begroting. 4. Het bestuur stimuleert en ondersteunt de trekkingsgerechtigden bij het indienen van aanvragen, en bij het zoeken naar samenwerking met andere trekkingsgerechtigden en buiten het fonds actieve partijen.

Artikel 5: Bestuur; samenstelling, benoeming en ontslag 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een oneven aantal van drie of meer personen, alle bestuurders handelen op autonome basis zonder last of ruggespraak. 2. De bestuursleden nemen niet vanuit een persoonlijk- of ander bedrijfs- of organisatiebelang zitting in het bestuur. 3. Alle bestuursleden beschikken over een VOG verklaring. 4. Het bestuur wijst uit haar midden een voorzitter, vice-voorzitter, secretaris en penningmeester aan. De functie van vice-voorzitter kan tevens door de secretaris of penningmeester worden vervuld. 5. Het bestuur stelt binnen de in lid 1 gestelde grens het aantal bestuurders vast. Een nietvoltallig bestuur – mits niet minder drie leden – behoudt zijn bevoegdheden. 6. De bestuurders worden benoemd door het bestuur. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 7. Bestuurders worden voor een termijn van vier jaar benoemd. Na het verstrijken van de termijn van vier jaar kan de benoeming van het betreffende bestuurslid met een maximum van één termijn worden verlengd. 8. Een bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden; b. doordat hij failliet wordt verklaard of surséance van betaling aanvraagt; c. door zijn onder curatele stelling; d. door zijn aftreden; e. door zijn ontslag door de rechtbank; f. door zijn ontslag verleend door de gezamenlijke overige bestuurders.

9. Een besluit als bedoeld in lid 6 sub f van dit artikel moet worden genomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 6: Bestuur; taken en bevoegdheden 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. 2. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en/of bezwaring van registergoederen. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. 3. Kosten die bestuurders in de uitoefening van hun functie maken worden hen door de stichting vergoed. 4. De bezoldiging van bestuursleden is beperkt tot de maximale landelijke vrijwilligersvergoeding

Artikel 7: Bestuur; vertegenwoordiging 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting 2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris of de penningmeester.

Artikel 8: Bestuur; werkwijze 1. Iedere bestuurder heeft één stem. 2. Alle besluiten van het bestuur worden genomen met een 2/3 meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Heeft bij een stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid van de stemmen verkregen dan wordt herstemd tussen de personen, die het hoogste en het op een na hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd, totdat bij deze stemming of een latere stemming iemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen. 3. De voorzitter kan, samen met ten minste twee der overige bestuurders, een vergadering van het bestuur bijeenroepen. 4. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt – door de in het voorgaande lid bedoelde personen, dan wel namens dezen door de secretaris – schriftelijk op een termijn van tenminste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. Indien werd gehandeld in strijd met het bepaalde in vorige zin, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige bestuurders voor het tijdstip der vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. Afwezige bestuurders kunnen via een (digitale) machtiging hun stem uitbrengen. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen.

Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd. 5. Een bestuurder kan slechts één medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen.

6. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien een of meer bestuurders zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 7. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur: bij zijn afwezigheid neemt de vicevoorzitter de voorzitter waar. Is ook de vice-voorzitter afwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien een meerderheid van 2/3 der aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders dit verlangt. Door de nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de secretaris of de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden uiterlijk 14 dagen na de vergadering verspreid onder de bestuurders. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. 10.

Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het uitbrengen van een stem kan zowel schriftelijk als digitaal. Een besluit is alsdan genomen, indien een 2/3 meerderheid dan wel vereiste grotere meerderheid van het aantal bestuurders zich voor het voorstel heeft verklaard. Van elke buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.

Artikel 9: Adviesraad 1. De stichting heeft een Adviesraad. Deze Adviesraad is het knooppunt voor alle informatie voor en vanuit het Ondernemersfonds, geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het bestuur, draagt zorg voor een goede communicatie tussen de stichting en de ondernemers en fungeert zo als een klankbordgroep. 2. De trekkingsgerechtigden zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, sub b, leveren ieder een vertegenwoordiger voor de Adviesraad. 3. Het bestuur bereidt de periodieke bijeenkomsten van de Adviesraad voor en verschaft de Adviesraad tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden de noodzakelijke gegevens. 4. Het voorzitterschap van de adviesraad wordt ingevuld door een door het bestuur van Ondernemend Houten aan te wijzen persoon. 5. Een lid van de Adviesraad defungeert: a. door zijn overlijden; b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; c. door zijn aftreden; d. door ontslag hem verleend door het bestuur; e. door het verlies van de functie op grond waarvan hij tot lid van de Adviesraad is benoemd.

6. Het voltallige bestuur kan door de adviesraad worden ontslagen wegens ernstige verwaarlozing van haar taak of wegens andere ernstige redenen op grond waarvan handhaving van het bestuur niet langer kan worden gevergd. Het besluit tot ontslag is met reden(en) omkleed. Alvorens een besluit tot ontslag wordt genomen, hoort de adviesraad het bestuur, hierbij kan het bestuur zich laten bijstaan of vertegenwoordigen. Indien voornoemde situatie zich voordoet, benoemt de adviesraad binnen vier weken na ontslag van het voltallige bestuur nieuwe leden voor het bestuur.

Artikel 10: Gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de Adviesraad 1. Ten minste één maal per jaar komen het bestuur en de Adviesraad in gemeenschappelijke vergadering bijeen ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde en in de toekomst te voeren beleid. 2. De gemeenschappelijke vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur.

Artikel 11: Transparantie en verantwoording 1. De stichting communiceert transparant over de ontwikkelingen binnen het fonds en de resultaten, offline door middel van bijeenkomsten en onderlinge gesprekken, en online door een voor allen toegankelijke website. 2. De stichting is beschikbaar voor vragen en draagt waar nodig verantwoording af aan trekkingsgerechtigden, via de adviesraad – zie artikel 8 - en andere kanalen. 3. De stichting beperkt haar organisatiekosten tot 6 procent van de totale fondsopbrengsten, een verhoging van dit percentage dient te worden goedgekeurd door de in artikel 8 genoemde adviesraad

Artikel 12: Boekjaar en jaarstukken 1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht tot het houden van zodanige aantekeningen omtrent de vermogenstoestand van de stichting, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen worden gekend. 3. De penningmeester sluit per de laatste dag van het boekjaar de boeken der stichting af en maakt daaruit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, een balans en een staat van baten en lasten op over het verstreken boekjaar. De penningmeester zendt deze stukken voor het einde van de in voorgaande zin bedoelde termijn aan alle bestuurders. Deze stukken worden door het bestuur in een vergadering, te houden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de penningmeester ondertekend. Het bestuur is verplicht de balans en de staat van baten en lasten te doen onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant. Deze accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en legt daaromtrent een verklaring af. Het bestuur is verplicht de in dit lid bedoelde bescheiden gedurende tenminste zeven jaren te bewaren. 4. De penningmeester stelt uiterlijk één maand voor de aanvang van een boekjaar een begroting van de baten en lasten van het komende boekjaar op.

De penningmeester zendt deze stukken voor het einde van de in voorgaande zin bedoelde termijn aan alle bestuurders

en de leden van de Adviesraad. Deze stukken worden door het bestuur in een vergadering, te houden vóór de aanvang van het boekjaar, vastgesteld.

Artikel 13: Commissies Ter voorbereiding, ondersteuning of uitwerking van de activiteiten van de stichting, kan het bestuur commissies instellen, waarin natuurlijke personen zitting hebben. De opdrachten aan de commissies worden door het bestuur verleend. De commissies rapporteren periodiek aan het bestuur.

Artikel 14: Statutenwijziging 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen, een meerderheid van de Adviesraad dient in te stemmen met de statutenwijziging. 2. Het besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van de helft plus één van de uitgebrachte stemmen in een voltallige vergadering van het bestuur. Is de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is, niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen, doch ongeacht het aantal aanwezigen. 3. Bij de oproeping tot vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval tenminste twee weken. Het bepaalde in artikel 7 lid 4 tweede zin is van overeenkomstige toepassing. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder bestuurslid is tot het doen verlijden van deze akte bevoegd. 5.

De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledig doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden register. Artikel 15: Ontbinding en vereffening 1. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in het voorgaande artikel lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing. 2. Het bestuur is met de vereffening belast, tenzij het bij het besluit tot ontbinding een of meer andere vereffenaars benoemde. 3. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het in lid 5 van het voorgaande artikel bedoelde register. 4. Het bestuur handelt bij besluit tot ontbinding de bestemming van het batig liquidatiesaldo in lijn met het convenant afgesloten met de gemeente. 5. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Hiervan zal in ieder geval sprake zijn wanneer het bestuur nog geen juiste bestemming voor het batige liquidatiesaldo heeft vastgesteld. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken

en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”. 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar onder berusting van de door de vereffenaars uit hun midden aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 van het voorgaande artikel vermelde register. Artikel 16: Slotbepalingen 1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. 2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebrachte berichten. 3. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizendtweeëntwintig.

Bijlage 2

Concept convenant Ondernemersfonds Houten

September 2021

De ondergetekenden

De Gemeente Houten, vertegenwoordigd door …., wethouder Economische Zaken

Het Ondernemersfonds Houten, vertegenwoordigd door …., voorzitter

Overwegingen 1. Dat de gemeenteraad in 2021 heeft ingestemd met de komst van het fonds, naar voorbeeld van andere steden, waaronder Leiden en Utrecht en op basis van een verzoek daartoe van het georganiseerde bedrijfsleven.

2. Dat het ondernemersfonds Houten bestaat op basis van een bijdrage uit de algemene middelen van de Gemeente Houten.

3. Dat de algemene middelen verruimd zijn met een aan die bijdrage gerelateerde verhoging van de onroerend zaak belastingen voor niet-woningen.

4. Dat het publieke karakter van het fonds verplicht tot eisen van transparantie en verantwoording.

5. Dat de formule van het fonds als een financiële positie ‘voor en door ondernemers’ met een inhoudelijk terughoudende rol van de gemeente het uitgangspunt is.

6. Dat met ‘ondernemers’ met grote nadruk ook non-profit organisaties worden bedoeld werkzaam in de cultuur, sport, onderwijs, zorg en overige maatschappelijke domeinen.

7. Dat de verwachting is dat het organiserend vermogen van het bedrijfsleven in Houten, inclusief het vermogen om voor de eigen belangen op te komen en een visie op (gebieden in) Houten te formuleren, met een fonds sterk vergroot zal worden.

Komen hierbij overeen als volgt

Hoofdstuk 1: financiële grondslag

1. De gemeente zal aan het ondernemersfonds in 2022 een financiële bijdrage verstrekken van …. euro. Te weten de meeropbrengst bij een ozb-tariefsverhoging ter hoogte van € 25 per 100.000 woz-waarde. Het tarief voor de ozb-niet woningen zal op dit bedrag worden aangepast. In 2023 wordt het tarief op eenzelfde manier verhoogd rekenend met € 40 per 100.000 woz-waarde. En in 2024 naar € 50 per 100.000 woz-waarde.

2. Het fondsbedrag van 2024 zal worden herberekend als percentage van de begrote ozbopbrengst niet-woningen voor dat jaar. Voor de jaren 2024 en verder zal niet het absolute bedrag, maar het percentage van de opbrengst bepalend zijn voor de hoogte van de bijdrage, zodat de voeding van het fonds automatisch geïndexeerd is

3. Over opwaartse of neerwaartse aanpassing van de financiële bijdrage is op initiatief van het fonds overleg mogelijk. De ambities voor investeringen in Houten en het draagvlak in bij bedrijfsleven zijn in dat overleg onderwerp van afweging.

4. Het bestuur van het fonds dient jaarlijks voor 1 december een begroting in voor het volgende kalenderjaar op basis van de begrote financiële bijdrage van de gemeente Houten. De begroting bevat de globale trekkingsrechten van gebieden en sectoren, budgetten voor eventuele gemeentebrede activiteiten, kosten en andere gevolgen van gemaakte keuzes. De begroting is compact en dient om trekkingsgerechtigden en gemeenteraad inzicht te geven in de financiële stand van zaken.

5. De gemeente zorgt voor bevoorschotting van de begrote financiële bijdrage in kwartaaltermijnen van 40% per1 januari, 20% per 1 april, 20% per 1 juli en 20% per 1 oktober.

6. Het staat de gemeente vrij om het vastgoed van de gemeente en van door de gemeente gesubsidieerde instellingen uit te zonderen van deelneming aan het fonds. De ozbopbrengst over dit vastgoed wordt in dat geval niet betrokken bij de vaststelling van de financiële bijdrage aan het fonds.

7. Definitieve vaststelling van de financiële bijdrage aan het fonds vindt plaats op basis van de ozb-opbrengst op rekeningbasis. Het fonds is verplicht om een weerstandsreserve aan te houden, teneinde een negatief verschil tussen de bijdrage op basis van de begrote

opbrengst en de bijdrage op basis van de gerealiseerde opbrengst te kunnen terugbetalen. De gemeente zal positieve verschillen onverwijld uitbetalen.

8. De gemeente verschaft eens per jaar aan het fonds een overzicht van de waardeopbouw van de economische gebieden volgens het bestand Wet Onroerende Zaken. Het fonds stelt aan de gemeente een lijst ter hand van de gebieden en mogelijk sectoren, waarover inzicht gewenst is. Partijen houden zich bij deze informatieverschaffing aan de vertrouwelijkheid van gegevens van individuele ozb-plichtigen in de categorie niet-woningen.

9. De vorming van reserves, dan wel spaartegoeden in het fonds door het bestuur dan wel door partijen met trekkingsrecht, is toegestaan. Partijen onderschrijven, dat reservevorming alleen plausibel is, wanneer er zicht is op concrete bestedingen en spaardoelen.

10. Mocht onverhoopt de grondslag voor het fonds vervallen – door wettelijke ingrepen of anderszins – dan wordt de financiële bijdrage van de gemeente in mindering gebracht op de lokale lastendruk voor niet-woningen. Op het moment dat het fonds in liquidatie gaat, is het bestuur van het fonds verantwoordelijk voor een goede afwikkeling en bestemming van de resterende gelden.

Hoofdstuk 2: rekening en verantwoording

1. Na afloop van een jaar dient de Stichting Ondernemersfonds Houten voor 1 juni van het jaar volgend op het heffingsjaar een jaarverslag in bij de gemeente, met daarin: • Een jaarrekening met balans, voorzien van een samenstellende accountantsverklaring. • Een overzicht van de bestede en gereserveerde gelden, verdeeld naar geografisch gebied dan wel naar sector, dan wel gemeentebrede projecten. • Een verslag van het Bestuur van de Stichting met betrekking tot de activiteiten van de Stichting. De gemeente heeft te allen tijde het recht om aanvullend onderzoek te (laten) doen naar de jaarrekening.

2. Los van de rekening en verantwoording, streven beide partijen naar een goede informatieuitwisseling. Het staat de gemeente te allen tijde vrij om vragen te stellen over bestedingen uit het fonds, zonder daarmee het beschikkingsrecht van de ondernemers over de middelen aan te tasten.

Hoofdstuk 3: looptijd en evaluatie

1. Dit convenant heeft een looptijd tot en met 2025.

2. Het initiatief om het convenant te wijzigen, aan te vullen of te moderniseren, kan van beide partijen uit gaan.

3. Uiterlijk 1 oktober 2025 biedt de stichting aan het College van B&W een evaluatie aan ter beoordeling met daarin een verslag van inhoud, organisatie en draagvlak. Het bestuur neemt initiatief tot de evaluatie en voert de regie, het staat de gemeente vrij aanvullende vragen mee te geven. 4. Mocht in 2025 onverhoopt besloten worden het fonds weer op te heffen dan treedt lid 10 uit hoofdstuk 1 in werking.

Hoofdstuk 4: verantwoordelijkheden gemeente

1. De gemeente zal het non-interventiebeginsel – geen invloed op de bestedingen uit het fonds – respecteren. Het staat de gemeente vrij om voorstellen voor cofinanciering voor te leggen.

2. De gemeente zal haar uitgaven voor de kwaliteit van het openbaar gebied (schoon, heel en veilig) of andere voor ondernemers relevante regelingen gedurende de looptijd van dit convenant niet wijzigen (non-substitutie beginsel), een en ander onder voorbehoud van het budgetrecht van de raad en mogelijke financiële calamiteiten.

3. Deze bepaling laat onverlet dat verenigingen of allianties van bedrijven kunnen besluiten om middelen uit het fonds te gebruiken om een extra kwaliteit toe te voegen aan de gemeentelijke taken. De bepaling laat eveneens onverlet dat verenigingen met de gemeente kunnen overleggen over het overnemen van de regie over gemeentelijke taken, met inbegrip van het gemeentelijk budget daarvoor.

Hoofdstuk 5: verantwoordelijkheden bestuur

1. Het bestuur bewaakt de algemene doelstellingen van het fonds, te weten het versterken van het ondernemingsklimaat in Houten voor commerciële bedrijven en ‘not for profit’ ondernemingen, het financieren van collectieve ambities en het versterken van het organiserend vermogen.

2. Het bestuur van de Stichting is verantwoordelijk voor een ordelijke en transparante inzet van de middelen en voor een tijdige en afdoende rekening en verantwoording naar de gemeente.

3. Het bestuur is verder verantwoordelijk voor adequate dienstverlening en informatievoorziening voor de partijen die werken met financiering uit het ondernemersfonds, te weten de partijen met trekkingsrecht.

4. Het bestuur streeft naar een hoge participatie van ondernemers in de besluitvorming over koers en bestedingen.

5. Het bestuur kan een eigen rol spelen in het agenderen van nieuwe onderwerpen bij de ondernemers in de stad, zoals marketing, duurzaamheid en circulariteit, jongeren en techniek, onderwijs en arbeidsmarkt, kennis & kunde & belangenbehartiging. Het bestuur streeft naar een goede balans tussen ‘consolideren’ en ‘innoveren’ in de bestedingen.

6. Het bestuur is er verantwoordelijk voor dat georganiseerde ondernemers in Houten over kennis en toegang tot de mogelijkheden van het fonds beschikken. Het bestuur houdt toezicht op een transparante en democratisch georiënteerde besluitvorming over de bestedingen door de partijen met trekkingsecht. Bij twijfels over de legitimiteit en de doelmatigheid van een besteding kan het bestuur een bestedingsvoorstel afwijzen, zonder aantasting van de financiële positie van de aanvrager.

Hoofdstuk 6: geschillenbeslechting

1. In geval partijen over enig onderwerp van deze overeenkomst van mening verschillen, zowel naar aanleiding van de interpretatie daarvan, dan wel de uitvoering van deze overeenkomst en ter zake een geschil dreigt te ontstaan, zullen partijen steeds trachten, in goed overleg en gehoord de door hen aan de orde gestelde argumenten, tot een gemeenschappelijk standpunt te komen.

2. Indien, ondanks serieuze pogingen van partijen om tot een oplossing te geraken, er geen oplossing wordt bereikt, zal het betreffende geschil ter beslechting worden voorgelegd aan de bevoegde rechter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=cfd83b42-e397-4b93-b0a7-ba9aca83be8c