CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Kaderbrief Sociale Koers Houten 2026-2029

Gemeenteraad 3 maart 2026, gemeente HoutenBij agendapunt: Kaderbrief Sociale Koers4.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief Sociale Koers Houten 2026-2029

Inleiding

Inleiding

In het kort

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Doelgroepen

Noten

Deze kaderbrief Sociale Koers vormt de uitwerking van de Sociale Koers die in juni 2025 is vastgesteld. Die Sociale Koers beschrijft het algemene kader en deze kaderbrief geeft verdieping op wat we de komende vier jaar willen bereiken en hoe we dat willen doen. Parallel aan de opstelling van de kaderbrief Sociale Koers Houten is het Uitvoerings­­­ programma opgesteld; deze wordt door het college vastgesteld na besluit­vorming over de kaderbrief Sociale Koers. Een concept van het Uitvoerings­­programma is aan partners voorgelegd tijdens drie bijeenkomsten in september en oktober. Dat heeft voor verdere verdieping gezorgd en zal in januari en februari 2026 nogmaals met hen worden besproken. De kaderbrief komt voort uit een amendement, waarin is toegezegd om de Sociale Koers te vertalen in een kaderbrief met daarin concrete doelen en keuzes. In het hoofd­gedeelte van dit document zijn keuzes, uitgangspunten en verantwoording opgenomen. Deze informatie is terug te vinden onder de groene knoppen boven aan de pagina. De doelstellingen en resultaten zijn apart als bijlage opgenomen en zijn te vinden onder de witte tabbladen boven aan de pagina. In deze Kaderbrief zijn keuzes, uitgangspunten en verantwoording opgenomen. De doelstellingen, resultaten, kpi’s en activiteiten zijn opgenomen in het concept Uitvoeringsprogramma.

Deze kaderbrief geeft ons focus en samenhang voor de komende vier jaar, zodat we daadwerkelijk goede stappen voorwaarts maken binnen de opgaven zoals benoemd in de Sociale Koers.

Bijlage

Inleiding

In het kort

Sociale Koers in het kort

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Doelgroepen

Noten

Bijlage

In Houten streven we naar een krachtige en zorgzame samenleving, met behulp van drie strategische hoofdopgaven: Versterken van de sociale basis Bieden van passende ondersteuning • Iedereen doet mee en twee specifieke aandachtsthema’s: kansrijk opgroeien en vitaal ouder worden. • •

We werken aan een transformatie naar een steeds sterkere gemeenschap, waarin de gemeente meer overlaat aan inwoners. Dit doen we, omdat we ervan overtuigd zijn dat er meer ruimte moeten komen om de kracht van de samenleving te vergroten. In dit hoofdstuk benoemen we, uitgebreider dan in de Sociale Koers, wat deze opgaven zo essentieel maakt. We gebruiken daarvoor de kennis van belangrijke landelijke kennispartners die ons inspireerden.

Inleiding

In het kort

Ons verhaal

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

We gaan uit van regie over het eigen leven, waarbij de inwoners zelf aan zet zijn om hun leven zo in te richten dat zij kunnen meedoen in de maatschappij en een bijdrage kunnen leveren waar mogelijk. Bij uitdagingen of problemen vragen we de inwoner om zelf actief te zoeken naar oplossingen en zich in te zetten om erger te voorkomen. Waar mogelijk met hulp van het eigen netwerk of de samenleving (sociale basis). Wanneer (professionele) onder­ steuning echt nodig is, organiseren we dat zo kort mogelijk, dichtbij, eenvoudig en duurzaam. Indien mogelijk groepsgericht (collectief) en als het echt niet anders kan met behulp van individueel maatwerk. Om ervoor te zorgen dat alle inwoners gelijke kansen hebben om mee te kunnen doen in de maatschappij zullen we daar waar nodig ongelijk investeren. We halen drempels weg, zodat inwoners zich kunnen ontwikkelen. We hebben extra aandacht voor inwoners met complexe multiproblematiek en werken integraal samen om mensen met problemen op meerdere levensgebieden sneller de juiste ondersteuning te bieden. De ongelijke investering uit zich in een doelgroepgerichte en wijkgerichte aanpak. We investeren extra in de meest kwetsbare inwoners. Daarbij richten we ons specifiek op de wijk Noord-Oost (inclusief het centrum).

Doelgroepen

Noten

Bijlage

We hebben specifieke aandacht voor de thema’s Kansrijk opgroeien (kind en gezin) en Vitaal ouder worden (ouderen). Om ervoor te zorgen dat kinderen kansrijk op kunnen groeien gaan we uit van een integrale, gezinsgerichte aanpak met aandacht voor een gezonde en veilige leefomgeving.

Inleiding

In het kort

Uitgangspunten en waarden

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Doelgroepen

Noten

Bijlage

Bij het opstellen van de kaderbrief Sociaal Domein hebben we onderstaande uitgangspunten gehanteerd: •

• • • • •

Een positief mensbeeld: iedereen wil van waarde zijn, erbij horen, zich ontwikkelen, voor zichzelf en hun omgeving zorgen. We gaan uit van de kracht van inwoners; meer zelf doen binnen de mogelijkheden. We werken toe naar een sterke sociale basis. De regie ligt zoveel mogelijk bij de inwoners zelf. We gaan uit van wat iemand wel kan. We zetten het gewone leven centraal. We streven naar inwoners ‘in balans’, die kunnen omgaan met hobbels die in ieders leven voorkomen. Iedereen doet mee. Soms is het nodig om ongelijk te investeren voor gelijke kansen. We blijven een vangnet voor hen die dat echt nodig hebben. We zetten de beweging in naar minder individueel maatwerk en meer collectieve voorzieningen. Gemeenschapskracht: de gemeenschap heeft de kracht en het vermogen om samen dingen te realiseren, problemen op te lossen en initiatieven te nemen.

Aan onze visie en de gemaakte keuzes liggen de volgende waarden ten grondslag. Deze vormen de leidraad voor alle activiteiten.1 Zelfbeschikking

Mensen houden regie over hun eigen leven. Inwoners mogen zijn wie ze zijn.

Gelijkheid

Het sociaal domein is voor iedereen. Het ondersteunt mensen die dit het meest nodig hebben, zodat inwoners gelijke kansen hebben.

Preventie

We zetten in op goede omstandigheden en stimuleren een gezonde leefstijl, zodat vermijdbare problemen voorkomen worden.

Zelfredzaamheid

We werken aan mentale weerbaarheid en veerkracht. We geven inwoners bevoegdheden, middelen en mogelijkheden om zelf hun problemen op te lossen of te voorkomen.

Menselijke maat

Ondersteuning begint bij de mens, zijn hulpvraag en zijn omgeving. Inwoners denken mee over (de vorm van) de ondersteuning die zij nodig hebben.

Inleiding

In het kort

Inhoudelijke verantwoording en bronnen

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Balans tussen draagkracht en draaglast versterkt het behoud van eigen regie We willen dat inwoners zoveel mogelijk eigen regie hebben. De meeste inwoners redden zich prima, ook als het leven soms tegenzit (life events), maar dit is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Zeker niet voor mensen die kwetsbaar zijn. Met ongeveer 80% van de Houtenaren gaat het goed, zij redden zich met de faciliteiten in de sociale basis. Ongeveer 15% is afhankelijk van enige mate van ondersteuning en 5% van de inwoners heeft problemen op meerdere levensgebieden (afgeleid van het AVE-model (Aanpak Voorkomen Escalatie)). We zien dat het regievermogen van inwoners bij toenemende uitdagingen in het leven afneemt. Door in te zetten op een betere balans tussen draagkracht en draaglast, versterken we het behoud van eigen regie.2 Hobbels en tekortkomingen horen bij het leven In het rapport ‘Doen en laten’3 staat de vraag of verwachtingen van burgers richting de overheid altijd terecht zijn. In het rapport wordt geconstateerd dat de Nederlandse samenleving steeds meer moeite heeft met het accepteren van tekortkomingen en beperkingen, terwijl die nu eenmaal bij het leven horen. Ook in het rapport ‘Op de Rem! Voorbij een hypernerveuze samenleving’ wordt geschreven dat de burger van nu snelle en individueel

Doelgroepen

Noten

Bijlage

passende oplossingen verwacht. Burgers hebben echter de verantwoordelijkheid voor hun eigen welzijn. De overheid kan er wel voor zorgen dat de condities in orde zijn, waardoor het welzijn kan worden vergroot.4 Sommige vragen zijn onlosmakelijk met het leven verbonden. Volgens de Raad voor Volksgezondheid ontstaat een sterkere gemeenschap als inwoners bereid zijn om bij te dragen aan publieke doelen en als binnen de samenleving het besef is dat niet alles via voorzieningen opgelost kan worden.5 Een sterke sociale basis is voor iedereen belangrijk De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving pleit voor aandacht voor de samenleving (en minder voor het individu) in ‘Op de rem!’6 Ze focussen op aandacht voor verbinding, de waarde van verscheidenheid en de waarde van vertraging. In de hoofdopgave Versterken van de sociale basis richten we ons op deze beweging. Het Verwey Jonker Instituut benoemde samen met Movisie het belang van de versterking van de sociale basis en werkte dat uit in een verander­ theorie met een aantal bouwstenen.7 Ze onder­ scheiden daarbinnen vijf deelambities: • Ontmoeting en erbij horen • Ontplooiing, zingeving en vertrouwen • Ondersteuning, steun en hulp • Ontspanning en plezier • Eigenaarschap, zeggenschap en eigen regie.

Inleiding

In het kort

Inhoudelijke verantwoording en bronnen

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Voor jezelf zorgen is lang niet voor iedereen realistisch.8 Daarom blijven we een vangnet voor hen die dat echt nodig hebben. Zoals hierboven beschreven, heeft ongeveer 20% van de inwoners enige vorm van ondersteuning nodig. Ook dan is de sociale basis heel belangrijk en blijft het netwerk uitgangspunt van een integrale aanpak. Er zit veel kracht bij de burger. Samenredzaamheid en de bereidheid in sociale verbanden iets voor elkaar te betekenen worden vaak onderschat. Dit geldt ook voor groepen in een kwetsbare positie of wijk. Bij kwetsbare inwoners is het juist belangrijk om een netwerk te hebben binnen hun alledaagse leefwereld (de sociale basis). Professionals of zeer goed uitgeruste vrijwilligers kunnen ingezet worden als verbinder om te helpen een netwerk op te bouwen, te behouden of uit te breiden. Een sterke sociale basis kan zo op een laagdrempelige manier (een deel van) de individuele problematiek opvangen. Vertrouwen en ruimte is nodig voor een sterke sociale basis De samenleving heeft een groot probleemoplossend vermogen, als ze daar de ruimte voor krijgt. Dat vraagt wel wederzijds vertrouwen en wederkerigheid. Er mogen verwachtingen zijn zonder al te veel te sturen. Wanneer vrijwillige inzet een verplichting wordt, haken mensen af.

Door ruimte te maken voor maatschappelijk initiatief en de kracht en samenredzaamheid van burgers beter te ondersteunen, ontstaat een beter evenwicht

Doelgroepen

Noten

Bijlage

tussen de verantwoordelijkheden van overheid en samenleving. Dit vergroot het eigenaarschap.9 Voor een sterke sociale basis zijn actief betrokken burgers van groot belang. Het is belangrijk om hen te vertrouwen en ruimte te bieden voor betrokkenheid. Dat concludeerde de WRR al in 2012 in het rapport ‘Vertrouwen in burgers’.10 Zij moeten wel betrokken kunnen en willen blijven. De WRR heeft uitgezocht hoe burgers beter betrokken kunnen worden: randvoorwaarden zijn het hebben van trekkers, verbinders en uitgaan van wederzijds respect en de gemeente moet loslaten en steunen. Ook in het rapport ’Doen en laten’11 staat dat de rol van de overheid gericht zou moeten zijn op het aanbrengen van kaders en structuur en dat de uitvoering overgelaten zou moeten worden aan burgers en maatschappelijke organisaties. De gemeente schept kaders en biedt randvoorwaarden De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving geeft in hun rapport ‘Doen en laten’ een aantal rand­ voorwaarden mee: de overheid schept kaders, biedt randvoorwaarden en laat ruimte voor wat mensen zelf kunnen oppakken. Belangrijke uitgangspunten voor een veerkrachtige en samenwerkende omgeving zijn gedeelde verantwoordelijkheid en weder­zijds respect voor ieders rol.12

Inleiding

In het kort

Inhoudelijke verantwoording en bronnen

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Om een krachtige zorgzame gemeenschap (een sterke sociale basis) te realiseren, is het van belang om uit te gaan van gelijkwaardigheid. De sociale basis start bij de inwoner en de gemeenschap. De gemeente is ondersteunend en faciliterend om de sociale basis te versterken. Gelijkwaardigheid geeft een groter gevoel van eigenaarschap.13 Ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving pleit ervoor dat gemeenten actief lokale initiatieven versterken en ondersteunen, maar terughoudend moeten zijn in het zelf opstarten van nieuwe initiatieven.14 De verschuiving van maatwerk naar collectieve voorzieningen Een andere beweging die we inzetten, is de verschuiving van maatwerk naar collectieve voor­zieningen. Het verschuiven van persoonlijke hulp en ondersteuning (individueel aanbod) naar collectief (zorg)aanbod binnen de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet is vooral gericht op het vergroten van de effectiviteit, efficiëntie en de zelfredzaamheid van onze inwoners. Door vroegtijdige signalering en lichte groepshulp – ook digitaal via e-health – voorkomen we zwaardere zorg en verkorten we de wachtlijsten. Ervaringsdeskundigen en lotgenoten­ contact spelen hierbij een belangrijke rol.

Doelgroepen

Noten

Bijlage

Naast de hogere maatschappelijke kosten kunnen 1-op-1-trajecten ook leiden tot aangeleerde hulpeloosheid. Van der Helm deed onderzoek naar maatwerktrajecten binnen de jeugdzorg en pleitte voor meer collectieve hulp. Jongeren raken gewend aan het idee dat hun problemen altijd voor hen worden opgelost. In plaats van te leren omgaan met uitdagingen, leren ze juist dat ze daar niet toe in staat zijn. En dat is precies het tegenovergestelde van wat we zouden moeten willen: inwoners, in dit geval jongeren, die veerkracht ontwikkelen, die fouten mogen maken en daarvan leren binnen een veilige, sociale omgeving.15 Naast van der Helm pleit onder andere de Raad voor Volks­gezondheid in meerdere rapporten voor meer collectieve interventies.16, 17 Groepsgericht aanbod bevordert de zelfredzaamheid, het vermogen van mensen om, met behulp van elkaar, zo zelfstandig mogelijk te functioneren en regie te houden over hun leven. Collectief aanbod stimuleert mensen om zelf en samen met anderen problemen of uitdagingen aan te pakken, in plaats van afhankelijk te zijn van individuele ondersteuning. Daarnaast versterkt dit hun sociale netwerk, omdat mensen met vergelijkbare behoeften en ervaringen samenkomen. Dit bevordert sociale contacten en onderlinge steun en kan een bijdrage leveren aan het verminderen van eenzaamheid.

Groepsaanbod stimuleert de opbouw en het behoud van netwerken en draagt daardoor bij aan een sterkere sociale basis.

Inleiding

In het kort

Inhoudelijke verantwoording en bronnen

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Randvoorwaarden voor een zorgzame en veerkrachtige samenleving Samenvattend kunnen we concluderen dat van zowel de gemeente als de samenleving (inwoners en maatschappelijke partijen) een andere rol en houding gevraagd wordt, als we uitgaan van een positief mens­beeld en de kracht van inwoners én tegelijkertijd vangnet blijven voor hen die dat echt nodig hebben. Bij het bewegen naar een zorgzame en veerkrachtige samenleving, waarbij de regie meer bij de inwoner ligt en maatwerk niet meer vanzelfsprekend is, moet rekening worden gehouden met de volgende randvoorwaarden: •

Vergroten van regie kan binnen de mogelijkheden van de inwoners, waarbij een betere balans tussen draagkracht en draaglast komt. Rekening houdend met het feit dat eigen regie niet voor iedereen vanzelfsprekend is.

•

Versterking van de sociale basis en het netwerk rondom inwoners is belangrijk. Dit vraagt naast zelfredzaamheid ook om samenredzaamheid en een terughoudende rol van de gemeente, waarbij ruimte gecreëerd wordt voor initiatief van onderop.

Doelgroepen

Noten

Bijlage

•

Er is meer duidelijkheid nodig over de rollen in de samenwerking om te komen tot een veerkrachtige samenleving. De rol van de overheid is het aanbrengen van kaders en structuur. De uitvoering wordt overgelaten aan burgers en maatschappelijke organisaties.

•

Van burgers vraagt dit de bereidheid om bij te dragen aan publieke doelen en het besef dat niet alles via voorzieningen kan worden opgelost.

Inleiding

In het kort

Doelgroepen

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Met het Uitvoeringsprogramma richten we ons in eerste instantie op drie ‘groepen’, gebaseerd op het AVE-model: • 80% van de inwoners waarmee het goed gaat • 15% van de inwoners die een vorm van hulp nodig heeft • 5% van de inwoners die hulp nodig heeft op meerdere terreinen. De laatste twee groepen zijn voor het grootste deel bij ons bekend; het gaat om inwoners die gebruik maken van een of meer regelingen zoals Jeugdwet, Wmo of de Participatiewet/minimaregelingen. Daarnaast richten we ons op jongeren (kansrijk opgroeien) en ouderen (vitaal ouder worden). De hoofdopgave ‘Versterken van de sociale basis’ is bedoeld voor alle inwoners. Wanneer we uitgaan van zoveel mogelijk eigen regie, zijn een persoonlijk netwerk en laagdrempelige voorzieningen op het gebied van sport, cultuur en welzijn voor iedereen belangrijk. Voor de ene inwoner betekent dit een vorm van zingeving (vrijwillige inzet), voor de andere inwoner betekent dat een netwerk waarop teruggevallen kan worden wanneer het even iets minder gaat. Op die manier wordt de zelfredzaamheid en samenredzaamheid versterkt. De sociale basis wordt, naast maatschappelijke partijen, grotendeels gevormd door de 80% inwoners waarmee het goed gaat.

Doelgroepen

Noten

Bijlage

Zij spelen een belangrijke rol in het verder vormen van een zorg­zame en veer­krachtige gemeenschap. Dit gaat verder dan vrijwilligerswerk of mantelzorg. Het gaat ook om omkijken naar elkaar in het dagelijks leven, het signaleren van behoeften, het creëren van ontmoetingsmogelijkheden en het ontplooien van eigen initiatieven. Met hen willen we aan de slag om het maatschap­ pe­­lijke weefsel te versterken. We investeren daarom in extra ondersteuning voor mantel­­zorgers, stimuleren en faciliteren van inwoners­initiatieven en het stimuleren en faciliteren van vrijwillige inzet. Zo bouwen we samen aan een inclusieve gemeenschap waar iedereen mee kan doen en zich verbonden voelt.

Inleiding

In het kort

Doelgroepen

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Bij de hoofdopgave ‘Passende ondersteuning’ richten we ons op de 20% inwoners die in meer of mindere mate ondersteuning nodig hebben. Dit gaat over inwoners die gebruik maken van voorzieningen of regelingen voortkomend uit de Wmo, Jeugdwet of Participatiewet. We hebben daarbij specifiek aandacht voor inwoners met complexe problematiek op meerdere levensgebieden en kinderen/jongeren en hun ouders met complexe echtscheidings­ problematiek waardoor de ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.

Doelgroepen

Noten

Bijlage

Bij de hoofdopgave ‘Iedereen doet mee’ richten we ons op inwoners die een steuntje in de rug kunnen gebruiken, zodat zij mee kunnen (blijven) doen in de maatschappij. We zetten in op extra ondersteuning voor deze doel­groep en halen barrières weg, zodat de eigen regie wordt vergroot en deelname aan de samenleving gemakkelijker wordt. Bij deze opgave gaat het om: • •

•

•

•

Inwoners die te maken hebben met discriminatie Inwoners die (zeer) moeilijk kunnen rondkomen door schulden of weinig inkomen (zij geven zichzelf een 5,7 op sociale kracht tegenover een 7,7 gemiddeld) Kinderen en jongeren voor wie een doorlopende ontwikkeling niet vanzelfsprekend is en die extra ondersteuning nodig hebben op het kinderdagverblijf, op school of bij de overstap naar de arbeidsmarkt Inwoners met een arbeidsbeperking, mentale problemen of een andere reden waardoor ze een ondersteuningsvraag hebben bij het vinden van werk of participatie Nieuwkomers (waaronder statushouders).

Inleiding

Noten

In het kort

Ons verhaal

Uitgangspunten

Verantwoording

Doelgroepen

Noten

Bijlage

1.

Driesten et al (2023). Werken vanuit waarden in het sociaal domein.

2.

Bakker et al (1998). O&O in perspectief (p. 21). Utrecht: NIZW.

3.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025) Doen en laten. Over omgaan met onmacht en bouwen aan daadkracht.

4.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025). Op de rem! Voorbij een hypernerveuze samenleving.

5.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2023). Kinderen uit de knel.

6.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025). Op de rem! Voorbij een hypernerveuze samenleving.

7.

Andrew Britt et al (2024). Sociale basis versterken, investeren in de toekomst. Movisie en Verwey Jonker Instituut.

8.

Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid (WRR-rapport 97) (2017). Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

9.

Van Oudenhoven (2025). Wat ons verbindt. Bouwstenen van een veerkrachtige samenleving, SCP.

10. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2012) Vertrouwen in burgers. 11.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025) Doen en laten. Over omgaan met onmacht en bouwen aan daadkracht.

12. Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025) Doen en laten. Over omgaan met onmacht en bouwen aan daadkracht. 13. Andrew Britt et al (2024). Sociale basis versterken, investeren in de toekomst. Movisie en Verwey Jonker Instituut. 14. Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2023). Kinderen uit de knel. 15. P. van der Helm (2025). Complexe jeugdhulp loopt vast. De keerzijde van 1 op 1 begeleiding in de jeugdhulp. 16. Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2025) Doen en laten. Over omgaan met onmacht en bouwen aan daadkracht. 17.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2023). Kinderen uit de knel.

Bijlage

Begin

Bijlage: Basisbeeld op financiële bestaans­ zekerheid

Aanleiding beschrijving van het basisbeeld op financiële bestaanszekerheid Op verzoek van de raad en in navolging van een eerder gedane toezegging beschrijven wij in deze bijlage het gemeentelijke basisbeeld op armoede. Dit is een nadere onderbouwing van hetgeen in de Sociale Koers is opgenomen, zonder dat het los van dat kader functioneert. In de Sociale Koers presenteren we onze ambitie ten aanzien van financiële bestaanszekerheid. In de kader­brief Sociale Koers en het Uitvoeringsprogramma beschrijven we de concrete activiteiten die voortvloeien uit de ambitie. Dit document belicht de inhoudelijke onderstroom: de visie en uitgangspunten achter die ambitie en activiteiten. Met het opstellen van dit document beschouwen wij de toezegging als afgedaan. Terminologie Alhoewel in de toezegging de term ‘armoede’ wordt gebruikt, kiezen wij er bewust voor om die term niet te gebruiken, mede in reactie op het Rekenkamerrapport uit 2021. In plaats daarvan spreken we in de Sociale Koers over financiële bestaanszekerheid. In communicatie-uitingen richting inwoners spreken we over ‘geldzorgen’ en ‘lager inkomen’. Dit sluit beter aan bij een bredere doelgroep en draagt bij aan een meer neutrale benadering van dit onderwerp.

De inwoners om wie het gaat Je kind naar sportles brengen, op vakantie naar het buitenland of een bezoekje aan de kapper; voor veel inwoners in Houten is dat heel gewoon. Er zijn ook inwoners die precies moeten bijhouden hoeveel boodschappen zij in hun mandje stoppen, buikpijn krijgen bij het naderende Sinterklaasfeest of stress over verplichte rekeningen die onbetaald blijven met alle consequenties van dien. Hoeveel inwoners in Houten dit raakt In vergelijking met 2022 zien we een afname in zowel percentage als in absolute aantallen van huishoudens en kinderen in deze huishoudens met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Ditzelfde patroon is zichtbaar bij inkomensgrenzen van 100%, 110% en 130%[1] Jaar

Percentage huishoudens tot 120% Wsm

Aantal huishoudens tot 120% Wsm

Percentage kinderen tot 120% Wsm

Aantal kinderen tot 120% Wsm

2022

7.6%

1.581

10.3%

1.175

2024

7.5%

1.550

9.2%

1.026

Begin

Bijlage: Basisbeeld op financiële bestaans­ zekerheid

Daar staat tegenover dat we een toename van het aantal huishoudens met problematische schulden zien. Deze stijging is een landelijke trend en wordt mede veroorzaakt door uitgestelde betalingen aan ondernemers als gevolg van de coronacrisis, hoge inflatie vanaf 2022, de opkomst van ‘buy now, pay later’-diensten, de legalisering van gokken in 2021 en een ontoereikend sociaal minimum. Jaar

% huishoudens met problematische schulden

Aantallen huishoudens met problematische schulden

2022

4,3%

890

2024

5,0%

1.050

Waar deze inwoners zich in Houten bevinden De inwoners met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm bevindt zich met name in Houten-Noord en langs de spoorlijn. Bestaanszekerheid De grondwettelijke belofte als vertrekpunt Ons vertrekpunt is artikel 20, lid 1 van de Grondwet. Hier wordt helder bepaald dat de bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart voorwerp zijn van zorg der overheid. Dit is geen vrijblijvend motto, maar een bindend grondrecht. Het is het startpunt en fundament van onze gemeentelijke ambities ten aanzien van financiële bestaanszekerheid. Wat is bestaanszekerheid? We sluiten aan bij de definitie van Jet Bussemaker, in haar rol als voorzitter van de Raad voor Volks­gezondheid en Samenleving. Zij omschrijft het als volgt: Bestaanszekerheid is het kunnen nadenken over de dag van morgen en niet alleen bezig te zijn met wat je vandaag moet doen om te overleven. Dit onderscheid benadrukt dat échte bestaans­zekerheid verder gaat dan alleen het overbruggen van de dagelijkse nood. Het betekent dat onze inwoners de rust en ruimte krijgen om na te denken over hun toekomst – hun gezin, gezondheid, ontwikkeling en deelname aan de maatschappij. Wanneer onze inwoners voort­durend bezig zijn met overleven, ontbreekt de mentale en financiële speelruimte om plannen te maken,

Begin

Bijlage: Basisbeeld op financiële bestaans­ zekerheid

talenten te ontwikkelen en betekenisvol bij te dragen aan de samenleving. Echte bestaanszekerheid is een fundament voor persoonlijke groei, veerkracht en maatschappelijke participatie. Dit sluit naadloos aan bij het begrip van brede welvaart, dat naast materiële welvaart ook kijkt naar welzijn, gezond­heid, vrije tijd, veiligheid en inclusie, zowel nu als voor toekomstige generaties. Financiële bestaanszekerheid als specifieke focus Waar bestaanszekerheid gaat over bredere thema’s als wonen, relaties en gezondheid, richten we ons specifiek op financiële bestaanszekerheid. Die gaat over thema’s als geldzorgen, schuldhulpverlening en inkomensondersteuning. We gebruiken hiervoor de definitie van de Commissie sociaal minimum: Financiële bestaanszekerheid betekent dat burgers over voldoende financiële middelen beschikken om te voorzien in elementaire levensbehoeften, maar ook in basale maatschappelijke participatie. Voldoende financiële middelen betekent ook dat inwoners beschikken over voldoende financiële buffers om onverwachte uitgaven op te vangen in combinatie met een voorspelbaar en toegankelijk stelsel van sociale zekerheid. Voldoende beschikbaar inkomen is een voorwaarde voor meedoen. Als gemeente Houten kunnen we financiële bestaans­onzekerheid niet oplossen. Ons gemeentelijke beleid dient als aanvulling op het landelijke inkomensbeleid, dat de basis biedt.

Hoewel inkomensbeleid primair op rijksniveau geregeld wordt, nemen wij als gemeente een actieve rol om juist die vorm van ondersteuning te bieden die nodig is. Voor fundamentele verandering is een begrijpelijk en voorspelbaar stelsel met een robuust sociaal minimum vanuit het Rijk essentieel. Wat wél binnen onze invloed ligt, is het aanpakken van de stress en onzekerheid die financiële kwets­baarheid veroorzaken. Wij zien mogelijkheden om de impact van financiële onzekerheid te verzachten. De negatieve consequenties van financiële bestaansonzekerheid Situaties waarin financiële bestaanszekerheid niet is gegarandeerd en basisbehoeften niet kunnen worden vervuld, gaan vaak gepaard met eenzaamheid, uitsluiting en stress. Dit heeft als gevolg dat inwoners belemmerd worden in hun vermogen om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Bovendien leidt dit veelal tot aanhoudende zorgen op andere leefgebieden zoals (op)voeding, veiligheid, werken, wonen, gezondheid of onderwijs.

Begin

Bijlage: Basisbeeld op financiële bestaans­ zekerheid

Het ontbreken van financiële bestaanszekerheid heeft vaak grote invloed op kinderen. Problematiek wordt vaak doorgegeven aan een nieuwe gene­ratie. Voor kinderen betekent opgroeien in een gezin met een minimuminkomen méér dan het ervaren van financiële beperkingen. Het raakt aan schoolresultaten, emotioneel welzijn en de gezondheid. Chronische stress kan al in de vroege jeugd diepe sporen achterlaten, met lang­durige effecten. Daarnaast leidt financiële bestaans­onzekerheid tot beperkte toegang tot gezonde voeding, een veilige woon­ omgeving en zorg, waar­door materiële tekort­komingen direct bijdragen aan een slechtere gezondheid. Reflectie De opgaven rondom financiële bestaanszekerheid kennen allerlei dwarsverbanden met andere opgaven. Dit vraagt samenwerking in de breedste zin. Zowel intern, tussen de verschillende beleids­velden, als extern met de verschillende partijen. Daarnaast zijn onze ambities niet altijd in kwanti­tatieve indicatoren te vangen en moeten we het idee loslaten dat ‘de’ effectiviteit van de regelingen kan worden gemeten. We moeten in gesprek blijven met onze inwoners om echt een gevoel te krijgen wat er leeft en speelt achter de voordeur en zo een indruk krijgen of een regeling overwegend ‘werkt’ of niet. Hierbij sluiten we aan bij Tim Jongers’ oproep tot het benutten van ervarings­kennis.

Tot slot staan we binnen de eigen gemeente­begroting ook voor grote uitdagingen. Op dit moment wordt ook binnen het thema financiële bestaans­­zekerheid onderzocht welke maat­regelen door­gevoerd kunnen worden om invulling te geven aan het gemeentebrede structurele tekort.

Colofon Gemeente Houten/afdeling Samenleving Maart 2026 Eindredactie Laury Schepers Illustraties Getekend Verslag Vormgeving Punt Grafisch Ontwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=940718ca-067e-40fb-b64e-7e35340516e2