CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Herbergierserf ongenummerd_NL.IMRO.0321.0880HERBERGIERSERF-VSBP

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente HoutenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Herbergierserf ongenummerd, Houten26.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Herbergierserf ongenummerd

bestemmingsplan Herbergierserf ongenummerd

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Bijlagen toelichting

61

Bijlage 1

Verkennend en nader bodemonderzoek

62

Bijlage 2

Aerius-berekening

169

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

194

Bijlage 4

Resultaat digitale watertoets

218

Bijlage 5

Participatieverslag eerste ronde

223

Bijlage 6

Participatieverslag tweede ronde

225

Bijlage 7

Zienswijzennota

231

Regels

233

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

234 234 239

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Tuin - Voortuin Wonen - Vrijstaand

240 240 241

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

243 243 244 246 247 248

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht bouwwerken Overgangsrecht gebruik Slotregel

249 249 250 251

Bijlagen regels

253

Bijlage 1

254

2

Nota parkeernormen

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Herbergierserf ongenummerd

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Bestemmingsplan

Herbergierserf ongenummerd

MAART 2024

VASTGESTELD

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd”

Plannaam: IMRO-code: Plantype: Status: Datum:

Herbergierserf ongenummerd NL.IMRO.0321.0880HERBERGIERSERF-VSBP Bestemmingsplan Vastgesteld Maart 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ......................................................................................4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING .........................................................................................................................................4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ..................................................................................................................4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ........................................................................................................4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME .................................................................................................................5 LEESWIJZER ..........................................................................................................................................6

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ..........................................................................7 2.1 2.2 2.3

HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................7 GEWENSTE ONTWIKKELING ..................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN .......................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER .............................................................................. 15 3.1 3.2 3.3 3.4

RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 15 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 17 REGIONAAL BELEID ............................................................................................................................... 23 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 24

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN..................................................... 28 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

GELUID (WET GELUIDHINDER)................................................................................................................. 28 BODEMKWALITEIT ................................................................................................................................ 29 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 30 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 32 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 34 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 36 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ......................................................................................................... 37 WATERASPECTEN ................................................................................................................................. 38 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE..........................................................................................................

41 TRILLINGSHINDER ................................................................................................................................. 42

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................... 43 5.1 5.2 5.3

INLEIDING .......................................................................................................................................... 43 OPZET VAN DE REGELS ........................................................................................................................... 43 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .......................................................................................................... 44

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................................... 46 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ......................................... 47 7.1 7.2 7.3

VOOROVERLEG .................................................................................................................................... 47 INSPRAAK .......................................................................................................................................... 47 ZIENSWIJZEN ...................................................................................................................................... 48

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .................................................................................. 49 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK ....................................................................................... 50 AERIUS-BEREKENING ..................................................................................................................... 51 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA .......................................................................................................... 52 RESULTAAT DIGITALE WATERTOETS ................................................................................................... 53 PARTICIPATIEVERSLAG EERSTE RONDE ................................................................................................ 54 PARTICIPATIEVERSLAG TWEEDE RONDE............................................................................................... 55 ZIENSWIJZENNOTA ........................................................................................................................ 56

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op percelen gelegen aan de Loerikseweg en het Herbergierserf in Houten (hierna: plangebied). Een deel van de gronden in het plangebied zijn onbebouwd, op een ander deel is een bijgebouw aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om binnen het plangebied twee woningen te realiseren. Hierbij wordt de bebouwing binnen het plangebied gesloopt. De beoogde ontwikkeling past niet in de vigerende beheersverordening “Houten Noord en Zuid”. De bestaande situatie vormt de toegestane situatie, waardoor onder andere het realiseren van nieuwe gebouwen strijdig is met de beheersverordening. De gemeente Houten heeft aangegeven in principe te kunnen instemmen met de gewenste ontwikkeling en heeft met initiatiefnemer een intentieovereenkomst gesloten. Om de ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk te maken is een bestemmingplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Aangetoond wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in de kern van Houten. Het plangebied staat kadastraal bekend als Gemeente Houten, sectie A, nummers 7667, 1255, 13185 en 13186 (gedeeltelijk). De ligging van het plangebied ten opzichte van Houten en de ligging ten opzichte van de directe omgeving (rode ster/belijning) is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (Bron: OpenStreetMap)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0321.0880HERBERGIERSERF-VSBP) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. • •

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening “Houten Noord en Zuid”. Deze beheersverordening is door de gemeenteraad van de gemeente Houten op 20 juni 2013 vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van de beheersverordening opgenomen. De begrenzing van het plangebied is indicatief met de rode belijning aangegeven.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Verbeelding geldende beheersverordening (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving geldende regels

Op basis van de geldende beheersverordening gelden de volgende gebruiks- en bouwregels: De in het verordeningsgebied gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik. Bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. Ten aanzien van woningen geldt dat nieuwe verkamering van woningen niet is toegestaan. Als aanvulling op bovenstaande regels is het toegestaan om, onder voorwaarden, bij een grondgebonden woning bijbehorende bouwwerken te bouwen. Het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in openbaar gebied is eveneens onder voorwaarden toegestaan. Ook ten aanzien van het gebruik zijn enkele aanvullende regels opgesteld in de beheersverordening. Bij bebouwing behorend eigen terrein mag worden gebruikt voor onder andere erven, parkeer- en groenvoorzieningen, waarbij het bestaande aantal parkeerplaatsen op eigen terrein niet mag verminderen. Voortuinen bij woningen mogen onder andere worden gebruikt voor voortuinen, verhardingen, erkers, voordeurluifels of kliko-ombouw behorende bij het hoofdgebouw, waarbij het aantal bestaande parkeerplaatsen op eigen terrein niet mag verminderen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld 1.4.3

Strijdigheid

De gronden en bouwwerken die onderdeel uitmaken van de beheersverordening mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik. In de huidige situatie zijn een deel van de gronden in gebruik voor woondoeleinden, een ander deel wordt enkel gebruikt als tuin/grasveld. Het realiseren van twee woningen is daarom strijdig met de regels in de beheersverordening. Om het gewenste plan mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen herontwikkeling te kunnen realiseren.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied en de voorgenomen situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Houten beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieu- en water aspecten de revue. In de hoofdstukken 5 en 6 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 7 gaat in op vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Omgeving plangebied

Het plangebied ligt in het noordelijke deel van de kern Houten, aan het Herbergierserf. Houten heeft in de tweede helft van de 20e eeuw een groeitaak gekregen vanuit het rijk. In eerste instantie werd hiermee Houten Noord gerealiseerd. De openbare ruimtes in de omgeving van het plangebied (met name parken en andere groenvoorzieningen) zijn ingericht ten behoeve van de woonfunctie. Parken, groene structuren, fietsverbindingen en waterpartijen zijn belangrijke onderdelen van de stedenbouwkundige structuur in de omgeving van het plangebied. Op enige afstand van het plangebied bevindt zich het Oude Dorp van Houten met diverse voorzieningen en horecagelegenheden. Aan het Herbergierserf zelf bevinden zich uitsluitend woningen. Het gedeelte van het Herbergierserf aangrenzend aan het plangebied bestaat uit een woonerf met parkeerplaatsen, een groenstrook en enkele bomen. De woningen zijn vrijwel uitsluitend (levensloopbestendige) rijwoningen (zie afbeelding 2.1). Een deel van het plangebied is in de huidige situatie onderdeel van een woonperceel aan de Loerikseweg. De bebouwing aan de Loerikseweg dateert van voor de tweede helft van de 20e eeuw en bestaat uit vrijstaande huizen en twee-onder-één-kapwoningen (zie afbeelding 2.2). Het plangebied vormt dus een overgang tussen twee typen stedenbouwkundige structuur.

Afbeelding 2.1 geeft het straatbeeld weer van het Herbergierserf en afbeelding 2.2 geeft het straatbeeld weer van de Loerikseweg.

Afbeelding 2.1

Straatbeeld Herbergierserf (Bron: Google Maps, september 2022)

Afbeelding 2.2

Straatbeeld Loerikseweg (Bron: Google Maps, september 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld 2.1.2

Locatie plangebied

Het plangebied zelf bestaat uit meerdere percelen (zie afbeelding 2.3). Het blauwe gedeelte is in eigendom van de gemeente Houten, de overige gronden zijn in eigendom van particulieren. Een deel van de gronden in het plangebied is onderdeel van een woonerf met een kapschuur en klinkerverharding. Een ander deel van het plangebied bestaat uit grasland en een haag. Tussen de delen is erfafscheiding aanwezig. In afbeelding 2.3 staat de eigendomssituatie van het plangebied. Afbeelding 2.4 toont een luchtfoto van het plangebied. Het plangebied is weergegeven met rode omkadering.

Afbeelding 2.3

Eigendomssituatie plangebied (Bron: Gemeente Houten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

Afbeelding 2.4

Luchtfoto van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

2.2

Gewenste ontwikkeling

Zoals in de aanleiding reeds aangegeven is initiatiefnemer voornemens om twee woningen te realiseren. Concreet gaat het om twee vrijstaande woningen. Op de woonpercelen worden parkeervoorzieningen gerealiseerd. Om het voornemen mogelijk te maken moet de bestaande bebouwing in het plangebied worden gesloopt, met de erfafscheiding en de haag inbegrepen. De te realiseren woningen zijn vrijstaand, echter met een geringe omvang. De maximale goothoogte bedraagt 4,5 meter en de maximale bouwhoogte 8 meter. Zoals in de vorige paragraaf benoemd zijn de omliggende woningen aan het Herbergierserf voornamelijk (levensloopbestendige) rijwoningen terwijl de bebouwing aan de Loerikseweg vooral bestaat uit vrijstaande woningen en tweekappers. Zodoende bevindt het plangebied zich als het ware in een overgangszone. De geringe omvang van de woningen sluit daarbij goed aan op de woningen aan het Herbergierserf terwijl het type woning overeenkomt met de woningen aan de Loerikseweg. De woningen worden opgericht met een zadeldak of mansardedak. Deze typen dak komt algemeen voor in de omgeving, waardoor dit als passend wordt beoordeeld in het straatbeeld. Gesteld wordt dat de voorgenomen woningen in stedenbouwkundig opzicht passend zijn in de omgeving. Afbeelding 2.5 en 2.6 geven een impressie van de voorgevel van de te realiseren woningen.

Afbeelding 2.7 geeft een schets weer van de gewenste situatie.

Afbeelding 2.5

Impressie voorgevel (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

Afbeelding 2.6

Impressie voorgevel (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

Afbeelding 2.7

Schets gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Parkeren

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Houten heeft een eigen parkeernota, de ‘Nota Parkeernormen Houten’. In deze nota zijn normen en voorwaarden aan parkeervoorzieningen opgenomen. De gemeente Houten kiest voor de meest recente parkeerkencijfers van CROW als basis voor de gemeentelijke parkeernormering. Dit zijn op de praktijk gebaseerde kencijfers die een inschatting geven van de werkelijk te verwachten toekomstige parkeerbehoefte. In afwijking op de CROWparkeerkencijfers zijn voor woonfuncties de parkeernormen gekoppeld aan de grootte van de woningen en aard van de bewoning. Hiervoor is gekozen, omdat de grootte van de woningen met name bepalend is voor het aantal bewoners en het autobezit en deze indeling (gehanteerd in de Nota Parkeernormen Houten 2013) in praktijk goed blijkt te werken. Voor het plangebied gelden op basis van de parkeernota de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Type woning: het oppervlak van de woningen is nog niet precies bekend. Daarom wordt uitgegaan van het type ‘woning groot’ (≥ 140 m2 BVO). Onderstaande tabel geeft de parkeerbehoefte weer: • • •

Functie

Parkeernorm per woning

Aantal woningen

Parkeerbehoefte auto’s

Woning groot

1,9 parkeerplaats

2

3,8 parkeerplaatsen

Op basis van bovenstaande tabel geldt afgerond een parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen. Zoals ook op afbeelding 2.5 is te zien worden de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Er wordt dan ook voldaan aan de parkeereis van de gemeente Houten. De gemeente Houten hanteert naast parkeernormen voor auto’s ook parkeernormen voor fietsparkeren. Voor woonfuncties stelt het Bouwbesluit (artikel 4.31) een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen op te bergen voor bewoners verplicht. De normen voor fietsparkeren voor woonfuncties verschillen niet tussen stedelijke zones of type woningen. Onderstaande tabel geeft de parkeerbehoefte weer: Parkeernorm per woning

Aantal woningen

Parkeerbehoefte fietsen

2 parkeerplaatsen

2

4 parkeerplaatsen

Het exacte ontwerp van de te realiseren woningen is nog niet bekend. Aangezien de woningen moeten voldoen aan de regels uit het Bouwbesluit wordt in dit stadium gesteld dat ook wordt voldaan aan de eis voor fietsparkeren. Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt hier nader aan getoetst. 2.3.2

Verkeersgeneratie

Op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Voor het plangebied gelden op basis van het CROW de volgende uitgangspunten: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld • Stedelijke zone: rest bebouwde kom; • Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk (CBS Statline / gemeente Houten); • Functie: koop, huis, vrijstaand Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer: Functie

Verkeersgeneratie per woning

Aantal woningen

Verkeersbewegingen per weekdagetmaal

Koop, huis, vrijstaand

8,2

2

16,4

Op basis van bovenstaande tabel veroorzaakt voorgenomen ontwikkeling een toename van afgerond 17 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Verwacht wordt dat het Herbergierserf en omliggende wegen van voldoende omvang zijn om de relatief beperkte toename aan verkeersgeneratie als gevolg van dit plan op een eenvoudige wijze te kunnen afwikkelen. 2.3.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld 3.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties

3.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2

Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Voor het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In een andere uitspraak (ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL: RVS:2016:1075) is aangegeven dat, wanneer er enkel sprake is van een planologische functiewijziging, er in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij de functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft). In dit geval gaat het om de realisatie van twee woningen. Hiermee is geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld 3.1.3

Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan in overeenstemming is met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie provincie Utrecht, Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht en de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, geconsolideerd (incl. herijking 2016 en 2e partiële herziening 2018). 3.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht

3.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie legt de provincie hun integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie beziet de provincie groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. Hiermee biedt de provincie ruimte voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en zorgt de provincie voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De provincie heeft haar ambities en beleidskeuzes verwoord in zeven beleidsthema’s. In voorliggend geval zijn met name de thema’s ‘Vitale steden en dorpen’ en ‘Duurzame energie’ van belang. Onderstaande afbeelding toont de ligging van het projectgebied binnen de verbeelding van de Omgevingsvisie. Het projectgebied is met blauwe ster indicatief weergegeven.

Afbeelding 3.1

Ligging plangebied binnen de Omgevingsvisie (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld 3.2.1.2 Vitale steden en dorpen Mensen vinden de provincie Utrecht aantrekkelijk om in te wonen en te werken. De regio U16 en de regio Amersfoort behoren tot de meest gespannen woningmarktregio’s in Nederland. De grote steden Utrecht en Amersfoort, en ook de andere steden en dorpen in de provincie Utrecht, zijn een populaire vestigingsplaats voor zowel inwoners als bedrijven en groeien snel. De behoefte aan wonen en werken is fors. Door het toenemend aantal huishoudens houdt de druk op de woningmarkt aan. Tot 2050 zijn 170.000 tot 202.000 extra woningen nodig om aan de volledige behoefte te voldoen (bron: Primos 2020). Voor de periode tot 2040 (de scope voor programmeren in de Ontwerp Omgevingsvisie) is de opgave 133.200 tot 165.700 woningen. Voor kleinere kernen speelt het vraagstuk hoe deze kernen vitaal te houden. De provincie kiest er in algemene zin voor om de ruimtevraag voor wonen en werken op een duurzame wijze te accommoderen via binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkeling. En met aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit. Daarbij is een aantal locaties specifiek benoemd als potentiële locatie voor integrale ontwikkeling wonen en werken rondom knooppunten. Het gaat onder meer om het knooppunt Houten.

Toetsing aan thema ‘Vitale steden en dorpen’ Voorliggend plan voorziet in de realisatie van twee woningen. Gelet op de grote vraag naar woningen voorziet voorliggend initiatief dus in een concrete behoefte. Daarnaast is het plangebied gelegen in de knooppuntzone Houten. Gelet op de omvang van het plangebied is het niet mogelijk naast woningen ook ruimte te bieden voor de functie werken. Echter, gelet op de stedenbouwkundige structuur van de omgeving van het plangebied (paragraaf 2.1.1), wordt gesteld dat het voornemen past in de omgeving. Op relatief korte afstand is bovendien het Oude Dorp van Houten gelegen, waardoor gesteld kan worden dat voorliggende ontwikkeling bijdraagt aan de vitaliteit van het Oude Dorp. 3.2.1.3 Duurzame energie In de provincie Utrecht zijn er mogelijkheden voor duurzame energie. De transitie naar een nieuw energiesysteem draagt bij aan het tegengaan van klimaatverandering en aan een duurzaam betaalbaar energiesysteem voor alle inwoners. De provincie gaat toe naar energiebesparing en -opwekking uit hernieuwbare bronnen. De huidige opgave binnen de provincie Utrecht is om alternatieven te vinden voor een energieverbruik van 100 Petajoule per jaar. Dit kan via besparing en door ruimte te geven voor duurzame energie. Onze ambitie is om in 2050 een CO2-neutrale provincie te zijn. Daartoe stimuleert de provincie allereerst energiebesparing.

Elektriciteit en warmte wordt gehaald uit duurzame energiebronnen als wind, zon, bodem, water en biomassa. Er zijn grote veranderingen nodig in verschillende sectoren: gebouwde omgeving, bedrijven, mobiliteit en landbouw. Het vraagt opschaling van de inzet van bewezen technologie, de ontwikkeling van innovaties en de toepassing van slimme ruimtelijke combinaties in al deze sectoren. Toetsing aan thema ‘Duurzame energie’ De te realiseren woningen wordt niet op het gasnet aangesloten en voldoen aan de actuele normen voor isolatie. Hiermee levert voorliggend plan een bijdrage aan de ambities van de provincie Utrecht aangaande duurzame energie. 3.2.1.4 Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsvisie provincie Utrecht. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Utrecht

3.2.2.1 Algemeen Op 1 april 2020 heeft de minister voor Milieu en Wonen in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld. Op 20 mei 2020 heeft de minister bekend gemaakt BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld dat het uitstel een jaar betreft. De nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet werd daarmee 1 januari 2022. Inmiddels is dit reeds uitgesteld naar 1 januari 2024. De interim omgevingsverordening is een tijdelijke verordening die op 1 april 2021 inwerking is getreden en een looptijd zal hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening in werking treedt. De interim omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. In de omgevingsverordening zijn de bestaande regels beleidsneutraal omgezet. 3.2.2.2 Van belang zijnde artikelen Op onderhavige locatie zijn de volgende artikelen van belang. • • •

Mobiliteitstoets; Overstroombaar gebied; Stedelijk gebied;

3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Utrecht. In paragraaf 3.2.4 is getoetst aan de ‘oude’ Provinciale verordening. Deze artikelen zijn in de InterimOmgevingsverordening tevens van toepassing. Voor een toetsing wordt daarom verwezen naar paragraaf 3.2.4. 3.2.3

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) 2013-2028

3.2.3.1 Algemeen De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) is opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. In 2016 is de PRS herijkt en is deze in zijn geheel opnieuw vastgesteld. In 2018 is deze herijking met de ‘2e Partiële Herziening Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (Herijking 2016)’ partieel herzien. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De PRS geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. Hierin staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe dit beleid uitgevoerd wordt. Deels loopt deze uitvoering via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) die tegelijk met de PRS is vastgesteld. De PRS is een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de PRS alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De PRV zorgt voor doorwerking van het beleid en is bindend voor de gemeenten. In voorliggend geval zijn voornamelijk de thema’s Water, Klimaat, energie en gezondheid en Wonen en werken van belang. 3.2.3.2 Water Het plangebied bevindt zich binnen de aanduiding ‘overstroombaar gebied’.

Dit is waarneembaar in afbeelding 3.2 waar de ligging van het plangebied met rode ster is aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

Afbeelding 3.2

Ligging van het plangebied op de kaart ‘Water’ van de PRS (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Overstroombaar gebied De provincie Utrecht wil overstromingen voorkomen. Maar als het ondanks maatregelen toch misgaat, wil men wel goed voorbereid zijn. Daarom verplicht de provincie bij nieuwe grootschalige bouwlocaties en nieuwe kwetsbare en vitale objecten en infrastructuur in het ruimtelijk plan aan te geven hoe rekening gehouden wordt met randvoorwaarden vanuit waterveiligheid (overstromingsrisico’s). Toetsing aan de beleidslijn ‘Water’ Voorliggend plan voorziet in de realisatie van twee woningen. Dit kan niet worden aangemerkt als een grootschalig bouwproject. Van de toekomstige bewoners wordt daarnaast verwacht dat deze zelfredzaam zijn. In het kader van de ‘Handreiking Overstromingsrobuust Inrichten’ gelden de te realiseren woningen daarom ook niet als kwetsbaar object. 3.2.3.3 Klimaat, energie en gezondheid Het plangebied bevindt zich binnen de aanduidingen ‘gezonde en veilige leefomgeving’, ‘klimaatadaptatie’, ‘ruimte bieden voor duurzame energie’ en ‘windturbines stedelijk gebied’. In afbeelding 3.3 is dit weergegeven waarbij de ligging van het plangebied met blauwe ster is aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

Afbeelding 3.3

Ligging van het plangebied op de kaart ‘Klimaat, energie en gezondheid’ van de PRS (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Gezonde en veilige leefomgeving De provincie streeft er naar dat iedereen in de provincie Utrecht in een gezonde leefomgeving woont, werkt en recreëert. Dit is een belangrijke voorwaarde om een economische topregio te kunnen zijn. Gezondheid heeft vele aspecten, denk bijvoorbeeld aan goed wonen, schone lucht, water en bodem, werkgelegenheid, de aanwezigheid van voorzieningen en de mogelijkheid voor ontmoeting, ontspanning en beweging. Voor externe veiligheid richt de provincie zich op het beheersen van risico’s of het verminderen daarvan tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. Voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving is samenhang tussen ruimtelijke ordening en milieu belangrijk. Daarom zijn milieukwaliteiten als externe veiligheid, geluid, geur, lucht en donkerte, evenals bodem en water voor de provincie integraal onderdeel van gebiedsontwikkelingen. De provincie weegt dit mee bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en keuzen waarbij zij betrokken is. Klimaatadaptie De provincie streeft naar een klimaatbestendige leefomgeving met een veilig en goed leefklimaat. Hiervoor neemt men verschillende maatregelen, zoals ruimte reserveren voor waterberging, versterking van de dijken en het verder ontwikkelen van een robuuste natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen vraagt de provincie aandacht voor een klimaatbestendige inrichting.

Dat wil zeggen een (her)inrichting die rekening houdt met de thema’s wateroverlast, watertekort, hitte en overstromingsrisico. In 2050 is Utrecht zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht en bij (her)ontwikkelingen ontstaat geen extra risico op schade en slachtoffers voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Ruimte bieden voor duurzame energie De provincie stimuleert het gebruik van alle duurzame energiebronnen: windenergie, bio-energie, (diepe) geothermie, warmte-koudeopslag, zonne-energie, waterkracht en benutten van restwarmte. Hiertoe is een algemene regel opgesteld. Vanwege de ruimtelijke impact van zonne-energie in veldopstellingen geeft de provincie voor deze vorm nadere regels binnen het algemene artikel. Daarbij geldt wel als algemeen uitgangspunt dat voor zonne-energie de voorkeur bestaat voor plaatsing op daken boven veldopstellingen. Voor bio-energie zijn er kansen op en nabij agrarische bouwpercelen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld Windturbines stedelijk gebied Voor windenergie biedt de provincie verschillende mogelijkheden. De provincie biedt ruimte voor kleinschalige, particuliere initiatieven tot 20 meter en voor turbines vanaf 60 meter. De voorkeur gaat uit naar een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines boven solitaire plaatsingen. Tenslotte vindt de provincie windturbines in het stedelijk gebied toelaatbaar, in het bijzonder op bedrijventerreinen. Hierbij moet vanzelfsprekend met de andere provinciale belangen rekening worden gehouden. Toetsing aan de beleidslijn ‘Klimaat, energie en gezondheid’ In voorliggend bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op alle milieuaspecten. Op deze plaats wordt gesteld dat het initiatief geen belemmeringen oplevert voor een gezonde en veilige leefomgeving. Zoals eerder vermeld worden de te realiseren woningen niet op het gasnet aangesloten en wordt voldaan aan de actuele isolatienormen. Gelet op de omvang van het plangebied wordt gesteld dat grootschalige opwekking van duurzame energie niet mogelijk is. 3.2.3.4 Wonen en werken Het plangebied bevindt zich binnen de aanduidingen ‘gezonde en veilige leefomgeving’, ‘klimaatadaptatie’, ‘ruimte bieden voor duurzame energie’ en ‘windturbines stedelijk gebied’.

Afbeelding 3.4 toont de ligging van het plangebied (blauwe ster) op de kaart ‘Wonen en werken’.

Afbeelding 3.4

Ligging van het plangebied op de kaart ‘Wonen en werken’ van de PRS (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied ligt niet op een bedrijventerrein en het voornemen voorziet niet in het realiseren van bedrijven, kantoren of detailhandel. Daarom worden deze aspecten buiten beschouwing gelaten. Algemene beleidslijn verstedelijking In haar verstedelijkingsbeleid richt de provincie zich primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied: op die manier blijven de steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims. Ten behoeve van de leefbaarheid en bereikbaarheid wil de provincie de verstedelijking zoveel mogelijk koppelen aan haltes en knopen van het openbaar vervoersnetwerk. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld Binnenstedelijke woningbouw In het ruimtelijk beleid maakt de provincie de hoofdkeuze om in te zetten op de binnenstedelijke ontwikkeling. Het streven is dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Daarom vindt de provincie het belangrijk dat er aandacht is voor deze kwaliteit. De provincie wil stimuleren dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. Toetsing aan de beleidslijn ‘Wonen en werken’ Zoals eerder vermeld voorziet het initiatief in het realiseren van twee woningen. Deze woningen worden binnenstedelijk gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in de actuele woningbehoefte evenals een bijdrage geleverd aan de algemene beleidslijn voor verstedelijking. De woningen hebben daarnaast geen negatieve impact op de kwaliteit van de woonomgeving. 3.2.3.5 Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (2013-2018). 3.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie provincie Utrecht en de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (2018) en is verankerd in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woondeal 2022-2030 Regio U10

3.3.1.1 Algemeen Sinds 13 maart 2023 is de U10-woondeal 2023 van kracht, met als doel 61.000 nieuwe woningen in de U10 regio in 2030. In de woondeal hebben U10-gemeenten afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie en woningbouwcorporaties over waar deze woningen moeten komen, het soort woningen en het segment waar deze woningen in vallen. 3.3.1.2 Kwantitatieve woningbouwopgave Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. De regio U10 levert een substantiële bijdrage aan deze woningbouwopgave, ervan uitgaande dat de condities daarvoor worden ingevuld (wederkerige afspraken). Het gaat daarbij om ongeveer 61.000 woningen (gebaseerd op het Regionaal Programma Wonen en Werken van de provincie, onder voorbehoud van bestuurlijke vaststelling). Voor de gemeente Houten geldt een woningbouwopgave van 852 woningen, waarvan 772 vóór 2026. Voor een deel wordt in deze opgave voorzien door grotere woningbouwlocaties. 3.3.1.3 Betaalbaarheid Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Om aan te sluiten bij die grote behoefte streeft het kabinet ernaar dat twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar is (600.000 woningen): op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Onder het betaalbare segment vallen de •

sociale huurwoningen (€808,06, prijspeil 2023),

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld • •

middenhuurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een maximum waarbij het uitgangspunt is aan te sluiten bij de bovengrens van het reguleringsvoorstel van middenhuur van het rijk (€1026, prijspeil 2022 per maand, 187 WWS punten), en koopwoningen tot onder de €355.000 (prijspeil 2023).

Notie hierbij is dat deze aangescherpte afspraken nog niet overal zijn verankerd in gemeentelijk beleid. Het ontwikkelen van een betaalbare koopwoning onder €355.000 is in de hoge drukregio U10 moeilijk te realiseren. De financiële haalbaarheid van plannen komt hierdoor steeds meer onder druk te staan, zeker omdat een goede prijs/kwaliteitverhouding ook van belang is. 3.3.2

Toetsing van het initiatief aan de Woondeal 2022-2030 Regio U10

De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren van twee woningen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de bouwopgave. Op dit moment is de prijsklasse van de woningen niet bekend. Gesteld wordt dat bij het nadere ontwerp van de woningen rekening wordt gehouden met een goede prijs/kwaliteitverhouding. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de Woondeal 2022-2030 Regio U10.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Houtens DNA

3.4.1.1 Algemeen Het ‘Houtens DNA’ bestaat uit tien kernwaarden. Deze tien kernwaarden omvatten samen wat ‘van waarde’ is voor inwoners en professionals van de gemeente Houten. Alle kernwaarden zijn voorzien van aanbevelingen over hoe je de kernwaarden bij concrete opgaven kan toepassen. Daarmee vormt het Houtens DNA het kompas waarmee de gemeente samen met andere partijen gezamenlijk de uitdagingen van de toekomst aangaat. 3.4.1.2 Kernwaarden De kernwaarden van Houten staan hieronder opgesomd: 1. Groen omarmd – omgekeerd ontwerpen;

6. Krachtige betrokken samenleving – inwonersparticipatie;

2. Houtense fietsstructuur – gezonde mobiliteit;

7. Voorzieningen – sociaal en stedelijk;

3. Auto anders – trein prominent aanwezig;

8. Ondernemerschap – inventief en duurzaam;

4. Buurten met eigen identiteit – menselijke maat; 9. Multidisciplinair ontwerpen – van begin tot eind; 5. Dorps karakter – bouwen aan gemeenschappen; 10. Regie nemen – samen optrekken; Met betrekking tot het initiatief zijn met name de kernwaarden 1, 4 en 6. Hier wordt nader op deze kernwaarden ingegaan. Groen omarmd – omgekeerd ontwerpen Houten is een groene gemeente. Door heel Houten lopen brede groenstroken en waterpartijen. Deze verbinden de wijken, kernen en het weidse buitengebied. De (oorspronkelijke) groenstructuren zijn het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwerpopgaven. Infrastructuur en bebouwing zijn volgend hieraan. Dit heet omgekeerd ontwerpen. Inwoners waarderen de groenstructuren waarlangs zij zich verplaatsen. Maar ook als plekken om te verblijven, elkaar te ontmoeten en te recreëren (wandelen, spelen, sporten). De groenstructuren dragen daarmee in belangrijke mate bij aan de sociale cohesie en aan een aangename, gezonde en duurzame leefomgeving.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld Buurten met eigen identiteit – menselijke maat Houten heeft buurten met een eigen identiteit. Cultuur- en ontwerphistorie liggen hieraan ten grondslag. De menselijke maat staat centraal. In Houten is stedenbouw het vertellen van een verhaal. Elke buurt is architectonisch herkenbaar en vormt een variatie binnen een samenhangend geheel. De buurten hebben een ruime en overzichtelijke opzet met een lage bebouwingsdichtheid en meanderende wegen. De bebouwing is overwegend laag met karakteristieke hogere elementen op zorgvuldig uitgekozen plekken. Dit verenigt cultuurgeschiedenis en wensen en behoeften van inwoners. Krachtige betrokken samenleving – inwonersparticipatie Houtense inwoners, ondernemers en organisaties zijn actief betrokken bij de gemeenschap. Zij ontplooien sociale, culturele, sportieve en zorgactiviteiten. Houten kent een rijk verenigingsleven. Veel vrijwilligers, maar ook jongeren zijn bereid om iets voor anderen te doen. Houtenaren voelen zich verbonden met elkaar, hun directe woonomgeving en Houten als geheel. Dat uit zich in de wens om betrokken te zijn bij ontwikkelingen en dat er geluisterd wordt naar hun wensen en zorgen. Het betrekken van Houtense experts, inwoners en bijzondere doelgroepen als jongeren en ouderen, draagt krachtig bij aan ruimtelijk en sociaal ontwikkelen.

3.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan het Houtens DNA Zoals eerder vermeld voorziet dit plan in het realiseren van twee woningen. Het plan heeft geen negatieve impact op bestaande groenstructuren en waterpartijen. De woningen zijn daarnaast passend in de stedenbouwkundige structuur (zie paragraaf 2.2). De (architectonische) herkenbaarheid van de directe omgeving (woonerfje Herbergierserf) blijft zo behouden. In de voorbereiding op voorliggend plan is reeds een participatietraject doorgelopen waarbij de omwonenden betrokken zijn bij het voornemen, hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 7.2. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het Houtens DNA. 3.4.2

Woonvisie 2021

3.4.2.1 Algemeen Op 14 december 2021 is de nieuwe Woonvisie voor de gemeente Houten door de gemeenteraad vastgesteld. Dit vormt een actuele visie waarin de woonbehoefte in de gemeente Houten in beeld is gebracht. Aan de hand van vier speerpunten is omschreven wat de gemeente wil doen om aan de woningbehoefte te voldoen, maar ook wat daarin de verwachtingen zijn van de andere partijen. De speerpunten bedragen de volgende: • • • •

Toevoegen van 4.750 woningen in de periode tot 2040; Actieve sturing op een wijziging in de woningvoorraad van Houten; Een thuis voor iedereen; Opgave duurzaamheid en wonen.

Hierna wordt nader op deze speerpunten ingegaan. 3.4.2.2 Speerpunten 1. 2.

Toevoegen van 4.750 woningen in de periode tot 2040. Voor ongeveer 1.000 woningen zijn al meer of minder concrete plannen. Actieve sturing op een wijziging in de woningvoorraad van Houten door het toevoegen van vooral diverse soorten gelijkvloerse woningen. Te denken valt aan a. Appartementen voor kleine huishoudens (starters, herstarters) met lagere inkomens. b. Kwalitatief hoogwaardige appartementen om doorstroming te bereiken van huishoudens die gelijkvloers willen wonen (met name ouderen, al dan niet met hogere inkomens/vermogens). Dit is een grote wijziging ten opzichte van het bouwprogramma in het verleden. Zo stuurt de gemeente er op dat het lage percentage sociale huur wordt verhoogd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld 3.

4.

Een Thuis voor iedereen. Wonen is een eerste levensbehoefte voor iedereen. Voor jongeren, gezinnen en ouderen, maar ook voor mensen met een zorgvraag, statushouders of zij die uitstromen uit de maatschappelijke omvang of beschermd wonen. Daarom willen we extra woningen toevoegen voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen met het doel om zelfstandig te kunnen wonen in de wijk. Deze woonvisie is een belangrijk hulpmiddel om de samenhang tussen de beleidsvelden wonen en wonen & zorg te versterken. Opgave duurzaamheid en Wonen. Houten wil voor 2040 Klimaatneutraal en circulair zijn. Zowel bestaande woningen als nieuwbouwwoningen kunnen aan deze ambities op de thema’s energie, aardgasvrij, klimaatadaptatie en de circulaire economie bijdragen. Om woningen duurzaam te realiseren is landelijke wet- en regelgeving gemaakt, bijvoorbeeld de BENG normen. Om de duurzaamheidsambities van de gemeente te realiseren gaat de gemeente in gesprek met initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Per situatie wordt bekeken hoe de hoogst haalbare duurzaamheidsmaatregel gerealiseerd kunnen worden. Viveste speelt een belangrijke rol in het verduurzamen van de woningvoorraad. Middels prestatieafspraken met de gemeente wordt dit proces vormgegeven.

3.4.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie 2021 Het initiatief voorziet in de bouw van woningen voor de lokale behoefte. De beoogde woningen passen ruimschoots binnen de ambitie om 4.750 woningen te bouwen tot 2040. Ook past het initiatief binnen de duurzaamheidsdoelstellingen, aangezien de woningen niet op het gasnet worden aangesloten zijn en voldoen aan de actuele BENG normen. Het initiatief past hiermee binnen de Woonvisie 2021. 3.4.3

Visie groen en biodiversiteit

3.4.3.1 Algemeen Groen en biodiversiteit zijn belangrijke thema’s in de samenleving. Ze bepalen een duurzame en leefbare toekomst voor onze wereld. De gemeente Houten onderschrijft het belang van groen en biodiversiteit. Daarom heeft zij een visie opgesteld hoe zij hiermee in de toekomst om willen gaan. Deze Visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de bewoners, gemeente, natuur- en milieugroepen. Deze Visie geeft de richting voor het beleid voor groen en biodiversiteit voor de periode 2020 t/m 2040. De visie behandeld meerdere aspecten. Met het oog op voorliggend plan is binnen het thema ‘soortenbeheer’ met name het aspect ‘biodiversiteit in tuinen’ van belang. 3.4.3.2 Biodiversiteit in tuinen Binnen de bebouwde kom van Houten is circa 100 ha tuin aanwezig. Deze tuinen vormen een essentieel onderdeel in de totale biodiversiteit van Houten. Naast dat in deze tuinen veel bloeiende planten en struiken aanwezig zijn, zijn deze tuinen ook belangrijk voor veel fauna als foerageer- en schuilmogelijkheid. Doel binnen het thema biodiversiteit in tuinen is ervoor te zorgen dat er meer oppervlak gevarieerd groen in de tuinen komt waarbij bij de inrichting van die tuinen rekening wordt gehouden dat die geschikt wordt voor zoveel mogelijk verschillende fauna. Ambitie is dat het percentage verharding in tuinen maximaal 40% bedraagt.

Dit is dezelfde ambitie als genoemd in het Water en Rioleringsplan. 3.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Visie groen en biodiversiteit Het is op het moment van schrijven niet bekend wat de exacte invulling gaat zijn van de tuinen van de te realiseren woningen. Gesteld wordt dat bij de inrichting van de tuinen rekening wordt gehouden met biodiversiteit en het beperken van verharding, ook vanuit het oogpunt van waterhuishouding. Het initiatief is in overeenstemming met de Visie groen en biodiversiteit.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld 3.4.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan “Herbergierserf ongenummerd” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in een bestemmingsplan ten behoeve van een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water, het besluit milieueffectrapportage en trillingshinder.

4.1

Geluid (Wet geluidhinder)

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2

Situatie plangebied

4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszone van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Het plangebied ligt aan het Herbergierserf. Deze straat kent een maximumsnelheid van 30 km/uur. Ook de nabijgelegen straten (onder meer de Loerikseweg, Dorpsstraat en Koopmanserf) kennen een maximumsnelheid van 30 km/uur. Uit jurisprudentie blijkt dat 30 km/uur wegen in de beoordeling moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze wegen een geluidbelasting veroorzaken die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De wegen gelegen rondom het plangebied zijn hoofdzakelijk bedoeld voor bestemmingsverkeer, voornamelijk in de vorm van personenwagens. Van zwaar verkeer is niet of nauwelijks sprake. De wegen worden gebruikt ter ontsluiting van de aangelegen woningen / nabij gelegen woonwijken waarbij sprake is van een geringe verkeersintensiteit. De wegen waarvoor een hoger snelheidsregime geldt liggen op voldoende afstand van het plangebied. Daarnaast is er sprake van afschermende werking door omliggende bebouwing. Redelijkerwijs kan er vanuit worden gegaan dat ter plaatse van de beoogde woningen voldaan wordt aan de voorkeurswaarde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=bd391a80-b14c-41b3-87ed-a1166431959f