Bijlage 1 - beleidskader zonnevelden
Tekst van het document
Beleidskader zonnevelden Gemeente Houten
1
Inhoudsopgave beleidskader zonnevelden
1. Inleiding
3
2. Beleidskader 2.1 Kansenkaart 2.2 Gebiedstabel 2.3 Algemeen 2.4 Procedure 2.5 Participatie
4 4,5 6 6 7 7,8
3. Puntensysteem
10,11
4. Uitvoering 4.1 Algemene eisen totstandkoming en uitvoering 4.2 Eisen aanleg, gebruik en na gebruik 4.3 Extra voorwaarden in gebied Nieuwe Hollandse Waterlinie
12 12
5. Bijlagen 1. Gebiedstabel 2. Voorkeurstracés aansluiten zonnevelden 3. Procedure 4. Scoretabel 5. Inhoud communicatie- en participatieplan 6. Betrokkenen beleidskader zonnevelden
15 16 t/m 19 20,21
12,13 13,14
22,23,24 25 t/m 35 36,37 38
2
1. Inleiding Houten is een mooie gemeente waar stad en land in elkaar overvloeien. Aan de noordkant is Houten gelegen tegen de stad Utrecht om vervolgens via de kern van Houten over te gaan in het landelijk gebied van de Kromme Rijn streek tot aan de Lek. Houten heeft een grote historie met verschillende kastelen en forten, en heeft zich ontwikkeld tot een bekend fruitteelt gebied. De aanleg van het Amsterdam Rijnkanaal heeft van Schalkwijk een eiland gemaakt De energievoorziening is aan het verschuiven van opwek in enkele grote elektriciteitscentrales op kolen of gas naar verschillende kleinere locaties waar hernieuwbare energie wordt opgewekt met zon en wind. Deze verschuiving zien we ook in Houten gebeuren en is noodzakelijk omdat we minder CO2 moeten uitstoten. Deze verminderde uitstoot is nodig om opwarming van de aarde te beperken en daarom is er in 2019 een Nederlands Klimaatakkoord gesloten. Doel van het Klimaatakkoord is de CO2 uitstoot verminderen met 49% in 2030 en 95% in 2050. Dit wordt in regionaal verband verder uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie. Houten is daarbij onderdeel van de regio U16. De gemeente Houten heeft de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. In het Energieplan hebben we een tussenstap geformuleerd om in 2025 20% van benodigde energie duurzaam op te wekken.
Dit beleid voor zonnevelden levert een belangrijke bijdrage aan deze doelstelling. Daarmee is dit zonneveldenbeleid een belangrijke stap, maar is dit zeker niet het eindstation. Er wordt ook ingezet op energie besparing en het opwekken van energie middels zonnepanelen op daken. Om de doelstelling met betrekking tot duurzame energie te behalen is echter ook grootschalige opwek van duurzame energie nodig. Dit beleid biedt een kader voor deze ontwikkeling in de vorm van zonnevelden. In de periode tot en met 2025 bieden we beleidsruimte voor nog netto 55 hectare aan zonnevelden. Op welke locaties hier mogelijkheden voor zijn en onder welke voorwaarden is uitgewerkt in dit beleidskader. Doel Het doel van dit beleidskader is om bij te dragen aan de opwek van duurzame energie middels de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige zonnevelden. Door de ontwikkeling van zonnevelden mogelijk te maken dragen we bij aan lokale, regionale en landelijke doelstellingen omtrent de opwek van duurzame energie. Zonnevelden kunnen daarnaast bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Door een goede (landschappelijke) inpassing, oog voor natuur en recreatie, een hoge betrokkenheid van omwonenden en mogelijkheden om (financieel) te profiteren van het zonneveld. Dit beleid geeft de kwaliteitskaders voor de realisatie van zonnevelden.
Onderdelen De kern van dit beleidskader bestaat uit een kansenkaart waarin globaal te zien is waar initiatieven voor zonnevelden kansrijk zijn en waar niet; een gebiedstabel (bijlage 1) waarin wordt ingezoomd op alle deelgebieden; en de algemeen verplichtende eisen waaraan dient te worden voldaan. Doordat plannen voor zonnevelden op 7 belangrijke thema’s beoordeeld worden middels een puntensysteem wordt de kwaliteit van het zonneveld voor de omgeving gewaarborgd. Voor deze waardering van de kwaliteit maken we gebruik van een scoretabel (bijlage 4). Totstandkoming Dit beleid is ontstaan uit allereerst een evaluatie van het uitnodigingskader zonnevelden uit 2017. Uit deze evaluatie kwam naar voren dat er onder verschillende partijen de wens ligt om meer te sturen op de kwaliteit van zonnevelden. De gemeenteraad heeft in mei 2020 besloten om nieuw beleid voor zonnevelden te ontwikkelen gebaseerd op het principe van schaarse vergunningen, met
3
een vast moment van indienen van plannen voor zonnevelden en beoordeling middels een puntensysteem. Het beleid is tot stand gekomen middels gesprekken met verschillende stakeholders, waaronder energie coöperaties, de provincie Utrecht en belangengroepen (zie bijlage 6 voor een overzicht van betrokkenen). Als onderdeel van de participatie over de Regionale Energie Strategie hebben ook inwoners aan kunnen geven wat zij belangrijk vinden bij de ontwikkeling van zonnevelden en welke gebieden zij meer of minder geschikt achten.
2. Beleidskader 2.1
Kansenkaart
Voor het ontwikkelen van de kansenkaart is gebruik gemaakt van de bestaande kansenkaart uit 2017. Deze is op een aantal punten aangepast. De kansenkaart heeft aandacht voor verschillende belangen die vanaf het begin van het proces zijn betrokken, namelijk: Cultureel erfgoed met onder andere het Nieuwe Hollandse Waterlinie gebied; Weidevogelgebieden; Sterke Lekdijk (waterveiligheid); Aansluiting op het elektriciteitsnet. Doel van de kansenkaart is om globaal aan te geven welke gebieden kansrijk zijn voor zonnevelden en met welke belangen initiatiefnemers rekening moeten houden. Het geeft daarmee ook inzicht in de aspecten waarop een toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd in de combinatie met een zonneveld. In de kansenkaart wordt er gebruik gemaakt van verschillen kleuren, deze zijn bewust grof ingetekend. De kaart geeft een eerste indruk van de kansrijkheid van een gebied. Per zonneveld initiatief wordt er gedetailleerd gekeken naar de exacte locatie. De kleuren hebben de volgende betekenis:
Groen gebied: Hier is onder beperkte voorwaarden een ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. Elke ontwikkeling dient te voldoen aan de algemene voorwaarden die gesteld zijn in hoofdstuk 2 en 4. Oranje gebied: Hier is onder strenge voorwaarden een ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. Door de locatie specifieke belangen is er extra aandacht nodig voor bijvoorbeeld inpassing in de omgeving of compensatie voor impact op naastgelegen gebieden. Rood gebied: Hier is geen ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. Dit vanwege zwaarwegende andere belangen die gebonden zijn aan de locatie. Dit kan bijvoorbeeld gaan om cultuurhistorisch erfgoed of een gemeentelijk kernweidevogelgebied. Blauw gebied: Dit zijn op dit moment reeds vergunde zonnevelden.
De kansenkaart is de samenvatting van de gebiedstabel. In de gebiedstabel is per gebied meer informatie beschikbaar. De gebiedstabel is in bijlage 1 weergeven op pagina 16.
4
Kansenkaart
5
2.2
Gebiedstabel
De gebiedstabel in bijlage 1 geeft aanvullende informatie over de verschillende gebieden die in de kansenkaart te zien zijn. De tabel gaat in op de volgende aspecten: Uitleg van de kleurverdeling; Karakteristieken van het gebied; Verschillende andere belangen die van waarde zijn voor het gebied; Wijze waarop een toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd.
2.3 Algemeen Het beleid voor zonnevelden geldt voor bedrijfsmatige zonnevelden. Dit beleid gaat enkel over veldopstellingen, vanaf 1 hectare- 20 hectare (netto) met eventueel gemotiveerd de optie om af te wijken. Uitzondering hierop zijn: a) Rijks monumentale panden/percelen waar geen zonnepanelen op dak kunnen maar wel ruimte in de tuin is. Deze aanvragen van zonnepanelen in veldopstelling vallen niet onder dit beleidskader en worden per geval beoordeeld, hier is sprake van maatwerk omdat de verwachting is dat dit incidenteel voorkomt. Bij de beoordeling zullen vergelijkbare overwegingen een rol spelen als in dit beleid verwoord worden, zoals een goede landschappelijke inpassing. b) Een combinatie van zonnepanelen met (fruit)teelt maakt geen onderdeel uit van dit beleid. Dit zou gezien kunnen worden als bijzondere teelt ondersteunende faciliteiten. De gemeente Houten volgt de experimenten die hiervoor worden uitgevoerd nauwgezet. De opwek van zonne-energie combineren met (fruit) teelt is een relatief nieuw fenomeen en een nieuw op te starten techniek. Mochten er aanvragen komen, dan beoordelen wij dit ook als maatwerk en worden de in dit beleid genoemde aandachtspunten meegenomen. In het geval dat er vaker aanvragen komen zal bepaald worden of er beleid voor wordt opgesteld.
Dit geldt ook voor parkeren onder zonnepanelen, dit valt buiten dit beleid, ook hier is sprake van maatwerk waarbij eveneens de afwegingen uit de scoretabel meegenomen zullen worden.
Totaal is er in de gemeente Houten maximaal 100 hectare netto zonneveld beschikbaar. Daarvan is 45 hectare door de eerder vergunde zonneveld ingevuld. Voor nieuwe initiatieven is nog netto 55 hectare beschikbaar om te vergunnen.
In de gebiedstabel (bijlage 1) wordt per deelgebied aangegeven wat de maximale totale gewenste oppervlakte aan zonnevelden is. In principe geldt 20 hectare netto als maximale omvang per initiatief, hier kan gemotiveerd van worden afgeweken. De maximale omvang hangt samen met het efficiënt aansluiten van het zonneveld op het elektriciteitsnet en de impact in het landschap. De netto omvang van een zonneveld omvat de rijen panelen, de stroken daartussen en de transformatorgebouwen. Dit is dus exclusief de ruimte die nodig is voor landschappelijke inpassing aan de buitenzijde en delen die recreatief worden benut. Initiatiefnemers geven aan wat het aantal netto en bruto hectare zijn.
De maximaal beschikbare ruimte van totaal 100 hectare is geldig tot en met 31 december 2025. Hierbij gaat het om de datum van vergunningsaanvraag. Als de beschikbare beleidsruimte van 100 hectare niet volledig wordt gevuld, beslist het college van Burgemeester en Wethouders of en welke actie wordt ondernomen.
6
2.4 Procedure Dit gedeelte van het beleidskader gaat in op de procedure waaraan initiatieven voor zonnevelden zich dienen te committeren. De procedure is een combinatie van wettelijk vereisten en lokale regels. Meer informatie over de procedure is te vinden in bijlage 3. Naast deze procedure zijn er verschillende aspecten waarop punten te scoren zijn. Deze worden verder uitgelegd in de scoretabel in bijlage 4. De procedure gaat uit van een aantal stappen: 1. Er is een vooraf vastgesteld moment waarop alle ruimtelijke initiatieven voor zonnevelden moeten zijn ingediend (uiterlijk 1 november 2021). Bericht hierover wordt minimaal 4 maanden van tevoren gecommuniceerd via de website van de gemeente Houten. Aanmelden voor dit bericht kan door een mail te sturen naar duurzaam@houten.nl. Voor meer informatie hierover, zie bijlage 3. 2. Alle ruimtelijke initiatieven die aan de verplichte eisen voldoen worden beoordeeld. Dit gebeurt op basis van een integrale afweging. De aspecten waarop beoordeeld wordt zijn beknopt omschreven in hoofdstuk 3: puntensysteem. Voor meer gedetailleerde informatie, zie bijlage 4. Deze beoordeling wordt gedaan door een interne ambtelijke commissie waarbij gebruik gemaakt wordt van de scoretabel.
In de ambtelijke commissie zijn in ieder geval de volgende vakgebieden vertegenwoordigd: duurzaamheid, landschap en recreatie, archeologie en cultuurhistorie, milieu, kabels en leidingen, ruimtelijke ordening en procedures, vergunningverlening en (proces) participatie. Ook de gebiedsmanagers zijn bij de beoordeling betrokken. De commissie kan extern advies inwinnen over de beoordeling van de plannen. In ieder geval Stedin, de provincie Utrecht en de Natuur- en milieufederatie Utrecht (NMU) zullen hiervoor betrokken worden wanneer nodig. De commissie adviseert aan het College van Burgemeester en Wethouders. Ook wordt een advies over de kansrijkheid van initiatieven meegenomen in de beoordeling. De kansrijkheid wordt getoetst aan externe factoren zoals, de cumulatie van meerdere zonnevelden nabij elkaar in de omgeving, cumulatie met andere ontwikkelingen en de netinpassing (afstand van het initiatief t.o.v. een aansluitstation). In het advies over de kansrijkheid kunnen aspecten terugkomen die niet in de scoretabel voorzien zijn. 3. Uit deze beoordeling komt een puntenscore per ruimtelijk initiatief en een advies voor de kansrijkheid. In dit advies wordt een toelichting gegeven op de kansrijkheid van het initiatief naast de puntenscore. Dit advies kan dus breder betrekking hebben dan de onderdelen uit de scoretabel.
De initiatieven met de hoogste score krijgen de mogelijkheid om een omgevingsvergunning aan te vragen. Het college beslist welke initiatieven door mogen en neemt hierbij ook het advies voor kansrijkheid in acht. Hierna volgt een reguliere ruimtelijke procedure om tot vergunningverlening te komen. 4. Binnen 1 jaar na definitieve beoordeling van het ruimtelijk initiatief dient een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Als de omgevingsvergunning niet binnen deze termijn is aangevraagd heeft de gemeente Houten het recht om een andere initiatiefnemer de kans te bieden.
2.5
Participatie
Een plan voor een zonneveld bestaat uit verschillende elementen, waarin aandacht is voor in ieder geval de 7 thema’s waarop gescoord kan worden (hoofdstuk 3 voor de thema’s). In deze paragraaf wordt het thema participatie apart toegelicht. Hierin maken we een onderscheid tussen proces participatie en financiële deelname. Procesparticipatie
7
Voor het thema (proces) participatie dient een initiatiefnemer een participatie- en communicatieplan in als onderdeel van het gehele plan, zie bijlage 5 voor een voorbeeld van een dergelijk plan. Uit een burgerpanel meting (duurzame energie, juli 2020) blijkt dat vooral omwonenden betrokken moeten worden bij de plannen. Daarbij gaat het dan om de bewoners die zicht hebben op het zonneveld en de aangrenzende percelen. Omwonenden omvatten dus in ieder geval degenen van wie het perceel grenst aan het zonneveld en degenen die zicht hebben op het zonneveld. Dit kan ook buiten de gemeentegrenzen van Houten zijn. Een initiatiefnemer die een grotere groep belanghebbenden betrekt wordt hiervoor gewaardeerd in de scoretabel. Ideeën en wensen vanuit omwonenden worden in het participatieproces meegenomen. Wat er met de ideeën en wensen gebeurt wordt teruggekoppeld. Bij het indienen van een ruimtelijk initiatief wordt beschreven welke acties omtrent procesparticipatie reeds zijn uitgevoerd en welke acties op welk moment in het vervolgproces worden uitgevoerd. Daarnaast is een algemene informatiebijeenkomst in de aanloop naar het aanvragen van een omgevingsvergunning voor geïnteresseerde Houtenaren en vanuit omliggende gemeenten verplicht. Deze moet minimaal drie weken van te voren worden aangekondigd in het ’t Groentje en via een brief aan omwonenden.
Tijdens deze bijeenkomsten wordt er gewerkt met presentielijsten en moeten de verslagen openbaar te raadplegen zijn. Financiële deelname De gemeente Houten streeft naar een financiële deelname van minimaal 50% lokaal eigenaarschap. De vorm waarop een initiatiefnemer dit wil realiseren dient te worden onderbouwd met een plan voor financiële deelname. In dit plan wordt aandacht besteed aan welke vorm(en) van financiële deelname er wordt gekozen en waarom. De vorm(en) van financiële deelname dienen aan te sluiten bij wensen van de omgeving. Onderstaande tabel kan hierbij ondersteunen. Een groter percentage lokaal eigenaarschap wordt gewaardeerd in de scoretabel. Ook het laten participeren van Houtenaren die niet de financiële ruimte hebben om te investeren wordt gewaardeerd. Dit is terug te zien in onderstaande voorkeursvolgorde, waarbij meerdere combinaties mogelijk zijn. De voorkeursvolgorde is gebaseerd op de combinatie van de aspecten (lokale) betrokkenheid, zeggenschap en (financieel) profijt. De opgewekte stroom wordt met certificaat van oorsprong op de markt aangeboden.
Positie
Optie
1
Volledig eigendom lokale energiecoöperatie
2
Gedeeltelijk eigendom lokale energie coöperatie
3
Gebiedsfonds*
4
Aandelen**
5
Obligaties**
6
Lokale stroom wordt met korting verkocht
8
7
Schadevergoeding
8
Lokaal eigendom, 1 eigenaar
9
Eigendom van buiten Houten
Tabel 1: voorkeursvolgorde financiële deelname. * Wanneer dit gebiedsfonds zicht toespits specifiek op het gebied waar het zonneveld ligt. Verbondenheid wordt lager naarmate het gebied groter wordt. ** Wanneer deze in handen zijn van Houtenaren. Betrokkenheid neemt af wanneer dit niet zo is.
9
3. Puntensysteem Bij de ontwikkeling van een zonneveld spelen verschillende belangen en waarden. De beoordeling van de ruimtelijke initiatieven gebeurt op basis van een integrale afweging van waarden en belangen. Er wordt beoordeeld op basis van de toegevoegde waarde die het zonneveld kan leveren voor een belang/waarde in het gebied. Als een initiatief significante meerwaarde levert op een belang levert dit de maximale score op. Als een initiatief aandacht besteedt aan een waarde/belang levert dit een gemiddelde score op en op het moment dat er geen aandacht aan wordt besteed levert het geen punten op. Verschillende aspecten hebben een andere weging. In principe is er sprake van maximale score van 10 punten, de gemiddelde score is dan 5 punten. Op het moment dat er aan een belang/waarde geen aandacht wordt besteed is de score 0 punten. Voor een aantal waarden/belangen geldt dat deze maximaal 15 punten kunnen scoren omdat deze belangrijker zijn voor de toekomst van het buitengebied. De rest van de puntenverdeling blijft bij deze aspecten gelijk, 5 punten als gemiddelde score en 0 punten als er geen aandacht aan wordt besteed. Indien er op een aspect 0 punten wordt gescoord, wordt het initiatief uitgesloten van verdere deelname. Gedetailleerdere informatie hierover is terug te vinden in bijlage 4. De beoordeling is onderverdeeld in zeven aspecten: 1.
Meervoudig ruimtegebruik (maximaal 10 punten). Het rekening houden met andere waarden en belangen op het perceel waar het zonneveld komt. Naast dat het perceel wordt gebruikt voor de opwekking van energie kunnen ook andere waarden en belangen gediend worden. Denk aan biodiversiteit, waterberging en recreatie. De (gewenste) hoogte van de panelen hangt sterk samen met het beoogde meervoudige ruimtegebruik op het perceel. Enerzijds is het wenselijk de panelen ze laag mogelijk te plaatsen in verband met de openheid en uitzichten. Anderzijds is het voor meervoudig ruimtegebruik (bijvoorbeeld biodiversiteit of natuurontwikkeling) noodzakelijk dat er voldoende ruimte en licht onder de panelen komt. De beoordeling hierop vraagt om maatwerk. Daarnaast wordt in dit thema ook aandacht besteed aan de landschappelijk inpassing. Uit de burgerpanel meting duurzame energie blijkt dat Houtenaren natuurontwikkeling, educatie en landbouw de meest geschikte functies vinden om zonnevelden mee te combineren. Voor de landschappelijke inpassing is het vooral belangrijk dat het zonneveld niet te opvallend zichtbaar is, of dat er andere belangen beter naar voren worden gebracht en daarmee toegevoegde waarde wordt geleverd. Huidige verkavelingspatronen en zichtlijnen moeten worden meegenomen in het ontwerp van het zonneveld. 2. Gebied (maximaal 15 punten).
Het rekening houden met andere waarden en belangen rondom het perceel waar het zonneveld komt. Dit gaat om het gebied, de naastgelegen percelen. Belangrijke aspecten hierbij zijn biodiversiteit, agrarische belangen en weidevogels. Dit kan verschillen per locatie en kan een belangrijke rol spelen in het draagvlak in de omgeving. Ook de recreatieve waarde van een gebied speelt hier een rol, daarvoor moeten zonnevelden bij voorkeur zo min mogelijk zichtbaar zijn (burgerpanel meting juli 2020). 3. Proces participatie (maximaal 15 punten). Geeft aandacht aan hoe de omgeving betrokken wordt in de totstandkoming van het zonneveld. Wat is de kwaliteit van het communicatie en participatieplan waarin er rekening wordt gehouden met de wensen van de omgeving en hoe hierover wordt gecommuniceerd.
10
4. Financiële deelname (maximaal 15 punten). Geeft aandacht aan het financiële aspect van participatie, het financiële eigenaarschap. Op basis van drie indicatoren is een voorkeursvolgorde opgesteld (zie voorgaand hoofdstuk 2 paragraaf 2.5 over participatie). De indicatoren die zijn gebruikt zijn: profijt (opbrengst voor Houtenaren), zeggenschap (invloed op de ontwikkeling vanaf het ontwerp) en betrokkenheid (lokale verbondenheid). Binnen dit aspect kan ook worden gescoord als er afspraken worden gemaakt om het zonneveld de gehele exploitatie in beheer van lokale partijen te houden. 5. Cultuurhistorie en archeologie (maximaal 10 punten). Naast de wettelijk beschermde rijksarcheologische locaties zijn er gebieden waar archeologie en cultuurhistorie beter zichtbaar gemaakt kunnen worden. (zie https://www.houten.nl/sport-cultuur-en-recreatie/archeologie voor de locaties op de kaart). Het beter beleefbaar en zichtbaar maken van cultuurhistorie/archeologie levert meerwaarde op. Voor archeologie gaat het met name om de verbeelding van de bovengrondse archeologie die wordt gewaardeerd. Belangrijk in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) is de aangevraagde UNESCO wereld erfgoed status. Voor het hele NHW gebied zijn ontwikkelingen in dit gebied aan strenge voorwaarden gebonden, of onmogelijk. De voorwaarden zijn in de scoretabel nader omschreven. 6.
Duurzaamheid (maximaal 10 punten). Naast dat zonnevelden duurzame energie opleveren zijn er aspecten in de productie en aanleg van zonnevelden die verduurzaamd kunnen worden. Denk aan bijvoorbeeld conflict- en kinderarbeid-vrije grondstoffen en aanleg zonder CO2 uitstoot. En wat er na gebruik met de panelen en stellages gebeurt, denk aan recyclen of circulair verwerken. 7. Toekomstgerichtheid (maximaal 10 punten). Dit thema gaat over in hoeverre er rekening wordt gehouden met de toekomst. Bijvoorbeeld, of er gebruik gemaakt wordt van opslag om de piekbelasting van het elektriciteitsnet te ontlasten. Hieronder valt ook hoe de bodemkwaliteit verbetert na gebruik van het zonneveld. Minimale instandhouding van de bodemkwaliteit valt onder de algemene eisen. In dit onderdeel gaat het over het verbeteren van de bodemkwaliteit. Deze thema’s resulteren in een puntenverdeling. In totaal is maximaal 85 punten te behalen. Initiatieven met minder dan 50 punten worden direct afgewezen. Initiatieven met 50 punten of meer mogen door naar de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Dit op volgorde van de hoogste score, tot een maximum van 55 hectare. Initiatieven met 65 punten of meer komen in aanmerking voor het aanvragen van een verklaring van geen bedenkingen. Vanaf 1 januari 2022 gaat de omgevingswet in.
De verklaring van geen bedenkingen verdwijnt hierin en wordt vervangen door een andere, vergelijkbare constructie.
Thema
Meervoudig ruimtegebruik
Maximaal aantal punten
10
Gebied
15
Proces participatie
15
Financiële deelname
15
11
Cultuurhistorie en archeologie
10
Duurzaamheid
10
Toekomstgerichtheid
10
Tabel 2: puntenverdeling thema’s.
4. Uitvoering Voorgaande hoofdstuk ging in op het puntensysteem voor de scoring en weging in de beoordeling van de plannen voor zonnevelden. Dit hoofdstuk gaat in op een aantal (praktische) aspecten die van belang zijn bij de uitvoering/aanleg van zonnevelden. Hierin zijn een aantal algemene eisen en eisen omtrent de aanleg en het gebruik en na gebruik van het zonneveld opgenomen.
4.1 Algemene eisen totstandkoming en uitvoering
De gemeente vindt de kwaliteit van zonnevelden en de weg waarlangs ze tot stand komen belangrijk. Als algemeen minimum kwaliteit geldt de ‘Gedragscode zon op land’ van Holland Solar. Voldoen aan deze gedragscode of een vergelijkbare is verplicht.
De gemeente hecht waarde aan de kwaliteit van de openbare ruimte en voorkomen van schade en overlast. We verwachten dat initiatiefnemers voor locatie van de netaansluiting rekening houden met het algemene belang en aansluiten op tracés met voldoende ondergrondse ruimte. Dit wordt meegenomen in de kansrijkheid van het plan. In bijlage 2 zijn deze tracés weergegeven.
Houten heeft een breed scala een rijks-archeologische locaties. Deze zijn wettelijk beschermd en mogen niet worden aangetast. De locaties zijn te raadplegen via https://www.houten.nl/sport-cultuur-en-recreatie/archeologie.
Bereikbaarheid voor veiligheidsdiensten. Voor elk initiatief dient rekening te worden gehouden met het voorkomen van onveilige situaties en incidenten met een maatschappelijk impact als gevolg van zonnevelden. Belangrijk is dat snel, effectief en veilig optreden van hulpdiensten mogelijk wordt gemaakt in geval van calamiteiten, zoals de aanvoer van voldoende bluswater. In de definitieve aanvraag is afstemming met de brandweer vereist. Dit is inclusief het maken van afspraken over afschakeling.
4.2 Eisen aanleg, gebruik en na gebruik
De wijze van fundering en afwatering is conform Bouwbesluit en borgt de instandhouding en conservering van de aanwezige archeologie. Initiatiefnemer geeft aan hoe constructief wordt omgegaan met de archeologische verwachtingswaarde.
Huidige verkavelingspatronen en zichtlijnen moeten zichtbaar blijven in het ontwerp van het zonneveld. Onderhoud van sloten moet mogelijk blijven, dit is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
12
Minimale instandhouding bodemkwaliteit: de kwaliteit van de bodem moet na het verwijderen van het zonneveld (achteraf aan de gemeente aan te tonen met een eindsituatiebodemonderzoek) minimaal gelijk zijn aan de kwaliteit van de bodem voor het aanleggen van het zonneveld (vooraf aan de gemeente aan te tonen met een nul situatiebodemonderzoek); als uit het vergelijken van het eindsituatie- en het nul situatiebodemonderzoek blijkt dat het zonneveld tot verslechtering van de kwaliteit van de bodem heeft geleid, moet de bodem worden gesaneerd tot minimaal de kwaliteit van de bodem in het nul situatie-bodemonderzoek; tijdens het onderhouden van het zonneveld mogen alleen biologische of biologisch afbreekbare schoonmaak- en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Op het verbeteren van de bodemkwaliteit en een goede onderbouwing hiervoor kan in de scoretabel punten worden gescoord onder thema 7, toekomstgerichtheid.
Netinpassing: Om de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk in de gemeente Houten zo efficiënt mogelijk te benutten wordt er gestreefd naar een zo optimaal mogelijk inzetten van de benodigde netaansluiting. Het opslaan van het afgetopte vermogen, of het direct gebruiken hiervan heeft de voorkeur, dit wordt gewaardeerd in de scoretabel. Doelstelling hiermee is om de elektriciteitskabels volledig te benutten en ook de beschikbare ruimte efficiënt in te zetten. Dit vraagt om verschillende aansluitwaarden op verschillende plekken:
◦
Verdeelstation Houten-Oost: Per zonneveld kan maximaal een netaansluiting van 20 Megavoltampere (MVA) worden aangesloten op de 21kV rail van het nieuw te realiseren verdeelstation Houten-Oost. Daarbij is het wel mogelijk om een hoger geïnstalleerd zonnepaneelvermogen aan te sluiten van bijvoorbeeld 28 MVA, waarbij er gebruik wordt gemaakt van peakshaving boven de grens van de capaciteit van de netaansluiting.
◦
Verdeelstation Houten (Doornkade), Vreeswijk en Nieuwegein (Laagraven): Per zonneveld kan maximaal een netaansluiting van 10 Megavoltampere (MVA) worden aangesloten op de 10kV rail van het bestaande verdeelstation Houten (Doornkade), Vreeswijk en Nieuwegein (Laagraven). Daarbij is het wel mogelijk om een hoger geïnstalleerd zonnepaneelvermogen aan te leggen van bijvoorbeeld 14 MVA, waarbij er gebruik wordt gemaakt van peakshaving boven de grens van de capaciteit van de netaansluiting.
Opruimplicht: verwijdering van en hergebruik van panelen op het moment dat deze niet meer in gebruik zijn (conform richtlijn AEEA, bijvoorbeeld via lidmaatschap Stichting Zonneenergie Recycling Nederland). Dit geldt ook voor fundering tot minimaal 1 meter diepte. Hiervoor is een (financiële) voorziening getroffen in het plan.
4.3 Extra voorwaarden in gebied Nieuwe Hollandse Waterlinie Voor initiatieven binnen de beschermingszone van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gelden aanvullende voorwaarden:
Het laten uitvoeren van een Heritage Impact Assesment (HIA) voor de aanvraag van de omgevingsvergunning.
Rondom de forten zijn geen zonnevelden mogelijk binnen een cirkel van 600m, in het gebied tussen de cirkel van 600 en 1000 meter wordt het sterk afgeraden (zie cultuurhistorische atlas voor exacte locatie ‘verboden kringen’ https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=db9adb0b4e4540c78a4 1fc66b7c246cd ).
Binnen 250m vanaf de Hoofdweerstandslijn (Lekdijk) zijn geen zonnevelden mogelijk.
13
Aan weerszijden van een acces/strategisch water zijn geen zonnevelden mogelijk binnen 200m. Hierbij gaat het om de Waijensedijk, Waalseweg en Schalkwijkse Wetering.
Een belangrijk uitgangspunt is dat de beleving van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als systeem niet aangetast mag worden. De openheid van het geheel en de doorzichten zijn hierin erg belangrijk. De samenhang van het hele systeem moet zichtbaar blijven. Daarom vraagt de ontwikkeling van zonneveld initiatieven in dit gebied afstemming met de Provincie Utrecht. Dit kost extra tijd en inspanning en dient zorgvuldig overwogen te worden. Achter bestaande bebouwing in (randen van) inundatiegebieden (gezien vanaf een acces of de Hoofdweerstandslijn) zouden kansen kunnen liggen. De voorstelbaarheid van inundatie mag echter niet worden aangetast. Ook andere locaties met cultuurhistorisch erfgoed mogen niet worden aangetast. Belangrijk uitgangspunt hierbij is: kijk met historisch besef naar de toekomst. Hierbij wordt ook gekeken naar de cumulatie en de draagkracht van het gebied. Dit gaat dus nog verder dan alleen het zonneveldenbeleid. Een definitieve beoordeling op deze cumulatie in verband met de draagkracht van een gebied wordt gedaan bij de uiteindelijke vergunningaanvraag.
14
Bijlagen 1. Gebiedstabel 2. Kaarten voorkeurstracés aansluiten zonnevelden 3. Procedure 4. Scoretabel 5. Voorbeeld participatie- en communicatieplan 6. Overzichtslijst extern betrokkenen
15
Bijlage 1: gebiedstabel Toelichting kansrijkheid kleuren: Rood = geen zonnevelden mogelijk. In de afweging zijn meerdere andere belangen dominant, bijvoorbeeld de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Oranje = er zijn zonnevelden mogelijk, onder strenge voorwaarden. Deze voorwaarden verschillen per deelgebied. Groen = zonnevelden mogelijk, onder algemene voorwaarden en/of positief versterkende combinaties, bijvoorbeeld met recreatie
Er is aandacht voor cumulatie van meerdere zonnevelden in een gebied. Dit vraagt om maatwerk. Dit punt wordt meegenomen in de kansrijkheid van de plannen en is daarmee een onderdeel van de beoordeling.
Gebied
Kleur
Max. opp. aan zonnevelden (% van totale gebied)
Al benut voor zonnevelden (opp. en %)
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Weidevogels Overige belangen/kansen
1. Laagraven
15% (25ha)
0
Ja
Nee
Groot belang en kans: combinatie met recreatie. Hoge archeologische verwachtingswaarde (3).
2. Oud Wulven
10% (10ha)
0
Ja
Nee
Hoekjes langs het spoor bieden kansen. Rest van het gebied niet i.v.m. historisch lint. Hoge archeologische verwachtingswaarde (3).
3. Nieuw Wulven
-
-
-
-
-
16
Gebied
Kleur
Max. opp. aan zonnevelden (% van totale gebied)
Al benut voor zonnevelden (opp. en %)
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Weidevogels Overige belangen/kansen
4. Buitengebied Oost
20% (30ha)
0
Nee
Nee
Dit gebied is in beeld voor toekomstige woningbouw en een landschapspark. Voor de mogelijkheden in dit gebied moet hiermee rekening worden gehouden.
5. ‘t Goy
10% (60ha)
25 ha, 42%
Nee
Nee
Let op doorzichten op en vanaf wandelpad Amsterdam-Rijnkanaal. Rekening houden met agrarische belangen.
6. Werklandschap
-
-
-
-
-
7. Vuylcop
15% (40ha)
0
Ja
Nee
Kans langs de A27 vanwege de voorkeur voor ontwikkeling langs infrastructuur (burgerpanel meting, 2020) rekening houdend met agrarische belangen. In sommige stukken hoge archeologische verwachtingswaarde (3)
17
Gebied
Kleur
Max. opp. aan zonnevelden (% van totale gebied)
Al benut voor zonnevelden (opp. en %)
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Weidevogels Overige belangen/kansen
8. Noord van Schalkwijk
20% (10ha)
0
Nee
Nee
Afwijken van 20 ha eventueel mogelijk, grote zonnevelden mogelijk. Rekening houdend met agrarische belangen. In sommige stukken hoge archeologische verwachtingswaarde (3).
9. Noord Oost van Schalwijk
10% (45ha)
16.4 ha, 36%
Nee
Nee
Afwijken van 20 ha eventueel mogelijk, grote zonnevelden mogelijk. Rekening houdend met agrarische belangen.
10. Noord van ‘t Waal
10% (25ha)
0
Ja
Ja
Waterwingebied Vitens. Vlak bij de kern hoge archeologische verwachtingswaarde (3).
11. Noord van Tull
5% (10ha)
0
Ja
Nee
Waterwingebied Vitens. Rekening houdend met agrarische belangen.
12. Blokhoven West
5% (10ha)
0
Ja
Ja
Aandacht voor waterwingebied. Openheid in dit gebied van groot belang. Aan de zuidkant hoge archeologische verwachtingswaarde (3).
18
Gebied
Kleur
Max. opp. aan zonnevelden (% van totale gebied)
Al benut voor zonnevelden (opp. en %)
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Weidevogels Overige belangen/kansen
13. Blokhoven Oost
10% (25ha)
0
Nee
Ja
Aandacht voor water win gebied. Openheid in dit gebied van groot belang. Aan de zuidkant hoge archeologische verwachtingswaarde (3).
14. Oeverwal ’t Waal
-
-
-
-
-
15. Oeverwal Tull
-
-
-
-
-
16. Oeverwal Waterlinie
-
-
-
-
-
17. Oeverwal Schalkwijk
10% (25ha)
0
Nee
Nee
In sommige stukken hoge archeologische verwachtingswaarde (3).
18. Uiterwaarden
-
-
-
-
-
19
Bijlage 2: voorkeurstracés aansluiten zonnevelden
20
21
Bijlage 3 – Procedure In deze bijlage wordt de procedure van indienen van een ruimtelijk initiatief tot en met de definitieve beoordeling toegelicht. Een aanvraag om deel te mogen nemen aan de tender wordt gezien als een ruimtelijk initiatief, met de daarbij behorende tarieven en procedures. Deadline datum indienen ruimtelijk initiatief Ruimtelijke initiatieven dienen voor maandag 1 november 2021 17:00 uur te zijn ingediend via:
www.houten.nl/zonnevelden Legeskosten Het tarief voor het in behandeling nemen van een ruimtelijk initiatief is vastgesteld in de legesverordening. Deze is te raadplegen via: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Houten/CVDR634900.ht ml (art 2.2.2.) Na beoordeling van het ruimtelijk initiatief volgt een reguliere ruimtelijke procedure. De kosten hiervoor zijn ook te raadplegen via bovenstaande link (hoofdstuk 3). Vooroverleg Voorafgaand aan het indienen van een ruimtelijk initiatief is er de mogelijkheid om vragen te stellen. Dit vooroverleg is mogelijk in de eerste twee weken van oktober. Bij het vooroverleg zijn in ieder geval ambtenaren vanuit duurzaamheid en ruimtelijke procedures aanwezig. Het vooroverleg is geen kennismaking. Het is bedoeld om vragen en aandachtspunten te bespreken, gericht op het indienen van het ruimtelijk initiatief, de procedure. Aan dit vooroverleg zijn geen kosten verbonden. Voor het maken van een afspraak (max 45 minuten) kunt u contact opnemen via duurzaam@houten.nl onder vermelding van ‘vooroverleg indienen initiatief zonneveld’. In verband met het plannen van de afspraken kan dit tot uiterlijk 15 september. Besluitvormingsprocedure Als de ruimtelijke initiatieven zijn ingediend gaat een commissie deze beoordelen. Dit is commissie van de gemeente Houten.
Deze commissie bestaat uit vakambtenaren vanuit in ieder geval de volgende disciplines: duurzaamheid, ruimtelijke ordening, recreatie, cultuurhistorie, vergunningverlening, participatie, landschap en natuur. De commissie kan extern advies inwinnen en zal dit waar nodig doen bij in ieder geval de provincie Utrecht, netbeheerder Stedin en de Natuuren Milieufederatie Utrecht. Hieruit volgt een beoordeling met een voorkeursvolgorde. De voorkeursvolgorde van de voorstellen wordt bepaald op basis van de toegekende punten en de (positieve) kansrijkheid. De commissie adviseert het College van B&W over de voorkeursvolgorde. Dit besluit is openbaar. De gemeente bepaalt: 1. Het aantal punten dat aan het ruimtelijk initiatief wordt toegekend.
22
2. De kansrijkheid van het voorstel, dit wordt getoetst aan externe factoren zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In januari worden initiatiefnemers uitgenodigd aan de projecttafel. Dit geldt alleen voor de initiatieven die meer dan 50 punten hebben behaald. Zij kunnen in dit gesprek suggesties voor verbetering krijgen. Hier vindt afstemming plaats over het project met de betreffende vakdisciplines. Hier is ook ruimte voor vragen. Hiervoor ontvangt initiatienemer bericht. Initiatieven die minder dan 50 punten hebben behaald ontvangen een schriftelijke afwijzing met argumenten. Bij ieder ruimtelijk initiatief noteert u het geplande aantal netto hectare zonnepanelen. Alle, in de voorstellen geplande, hectares tellen wij bij elkaar op totdat de 55 hectare bereikt zijn. Tot 31 december 2025 kan tot 100 hectare een vergunning worden aangevraagd, daarvan is 45 hectare vergund. De overige 55 hectare is beschikbaar voor nieuwe aanvragen. Het is mogelijk dat er voor meer dan 55 hectare ruimtelijke initiatieven worden ingediend die meer dan 50 punten halen. Dan wordt er op basis van de gescoorde punten en de kansrijkheid geselecteerd. De voorstellen die voldoende punten hebben maar niet meer binnen de 55 hectare vallen, plaatsen we op een wachtlijst.
Als er bijvoorbeeld 4 ruimtelijke initiatieven van 20 hectare zijn ingediend die meer dan 50 punten halen met een gelijke kansrijkheid, dan is de volgorde op basis van het aantal behaalde punten. De twee beste initiatieven kunnen een omgevingsvergunning aanvragen, daarmee is 40 hectare vergeven. Het derde initiatief heeft nog maximaal ruimte voor 15 hectare, daarna is de 55 hectare vergeven. Dit initiatief moet het plan aanpassen naar 15 hectare. Nummer vier op de lijst komt op de wachtlijst voor het geval een van de eerste drie niet gerealiseerd kan worden. De kansrijkheid die hierin wordt meegewogen is op basis een reële kans om tot realisatie te komen. Drie lijsten Op basis van de voorkeursvolgorde worden drie lijsten opgesteld: Lijst I De initiatieven hebben meer dan 50 punten en vallen binnen de maximale hoeveelheid van 55 hectare. Lijst II De initiatieven hebben meer dan 50 punten maar vallen buiten de 55 hectare. Lijst III De initiatieven hebben minder dan 50 punten. Is het totaal van alle initiatieven minder dan 55 hectare dan komen alle initiatieven met meer dan 50 punten op lijst I. Deze initiatieven kunnen een vergunning aanvragen. Komt het totaal op meer dan 55 hectare, dan schuiven voorstellen door naar de wachtlijst (lijst II).
Mocht de situatie zich voordoen dat meerdere voorstellen een gelijk aantal punten hebben, dan geven de onderdelen waarop 15 punten de maximaal haalbare score is de doorslag. Mocht dit ook gelijk zijn, dan beslist het College. Als er voor minder dan 55 hectare voorstellen worden ingediend die meer dan 50 punten halen beslist het College of er actie wordt ondernomen om de overgebleven hectares in te vullen
23
Informeren initiatiefnemers Het informeren van de initiatiefnemers is afhankelijk van de lijst (I-III) waarop de initiatieven terecht komen. Op basis van de voorlopige beoordeling worden initiatiefnemers geïnformeerd op de volgende manier: Lijst I: Initiatiefnemer krijgt bericht dat er een vergunningaanvraag kan worden ingediend. Daarbij krijgt de initiatiefnemer adviezen en verbeterpunten ter ondersteuning van de vergunningaanvraag. Op het moment dat er een vergunningsaanvraag is ingediend volgt een reguliere ruimtelijke procedure. Binnen 1 jaar na definitieve beoordeling van het ruimtelijk initiatief dient een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Als de omgevingsvergunning niet binnen deze termijn is aangevraagd heeft de gemeente Houten het recht om een initiatiefnemer van lijst II ruimte te selecteren. Lijst II: Initiatiefnemer krijgt bericht dat het voorstel op een wachtlijst komt te staan. Trekt een initiatief uit lijst I zicht terug, dan is er een mogelijkheid om door te schuiven. Lijst III: Initiatiefnemer krijgt bericht dat het initiatief is afgewezen met onderbouwing waarom. Berichtgeving hierover zullen we naar verwachting medio november 2021 versturen. Nadat initiatiefnemers bericht hebben ontvangen zullen de lijsten openbaar worden gemaakt. Vragen Voor vragen kunt u contact opnemen via duurzaam@houten.nl
24
Bijlage 4 - scoretabel De gemeenteraad van Houten heeft het beleidskader voor zonnevelden op 17 juni 2021 vastgesteld. In dit beleid is opgenomen dat tot 31 december 2025 maximaal 55 hectare aan zonneveld wordt toegevoegd. Ruimtelijke initiatieven voor nieuwe zonnevelden kunnen voor maandag 1 november 2021 17:00 uur worden ingediend via https://www.houten.nl/groenwater-en-duurzaamheid/energie/zonnevelden. Alle ruimtelijke initiatieven voorzien worden voorzien van punten aan de hand van de door de gemeente gehanteerde criteria. Dat gebeurt met behulp van onderstaand scoreformulier, gebaseerd op het beleidskader en de voorwaarden. Om u te ondersteunen bij het behalen van zoveel mogelijk punten vragen we u om het scoreformulier zelf in te vullen over uw eigen ruimtelijke initiatief. U geeft aan of en waarom uw voorstel punten verdient op een onderdeel. Op de meeste onderdelen kunt u 0, 5 of 10 punten scoren. 5 Punten kunt u verdienen als u aantoonbaar aandacht besteedt aan het onderdeel. 10 Punten als u aantoonbaar een significante meerwaarde creëert op een onderdeel. Op enkele onderdelen is een hoger maximumscore toegekend. In dit geval hecht de gemeente een grotere waarde aan dit onderdeel, daarom zijn hier 15 punten te scoren. Een ‘cosmetische’ benadering met een minimale toepassing van de criteria levert geen punten op.
Enkele schapen is nog geen dubbel ruimtegebruik, wat akkerkruiden langs de rand is geen substantiële bijdrage aan natuurontwikkeling en één informatiebijeenkomst waarop u uw plannen presenteert is geen bewijs van procesparticipatie. Beoordeling De gemeente maakt een eigen beoordeling, onafhankelijk van het door u ingevoerde scoreformulier. Indien de gemeente afwijkt van de door u zelf gegeven beoordeling zal zij dit in haar besluit toelichten. Een commissie van de gemeente Houten beoordeelt de initiatieven. Deze commissie bestaat uit vakambtenaren vanuit in ieder geval de volgende disciplines: duurzaamheid, ruimtelijke ordening, recreatie, cultuurhistorie, vergunningverlening, landschap en natuur. De commissie geeft een advies aan het College van B&W. Het College neemt het uiteindelijke besluit welke initiatieven door mogen voor vergunningverlening. Dit besluit is openbaar. Het volledig invullen van het scoreformulier is verplicht om in aanmerking te komen voor de beoordeling door de gemeente. U levert dus het ingevulde scoreformulier in samen met uw ruimtelijke plan voor het zonneveld.
25
Invullen scoreformulier Vult u eerst de gevraagde gegevens over uw initiatief in, in tabel 1. In tabel 2 vragen we per onderdeel om een ‘omschrijving ’waarin u in maximaal 200 woorden samenvat hoe u dit onderdeel heeft beschreven in uw plan. Daarnaast geeft u aan welke ‘bewijsvoering ’u hiervoor aanlevert of gaat aanleveren. Bij ‘score ’geeft u aan hoeveel punten u denkt te behalen. U kunt in de meeste gevallen 0, 5 óf 10 punten geven. Voor zwaarwegende onderdelen kan de gemeente maximaal 15 punten toekennen.
SCOREFORMULIER
TABEL 1 Titel initiatief Naam initiatiefnemer Aantal panelen, opstelling & hoogte Aantal hectare netto Aantal hectare bruto Planlocatie Totaal score
26
27
TABEL 2 1. Meervoudig ruimtegebruik (0, 5 of 10 punten)
Welke vorm(en) van ruimtegebruik heeft u naast de opwekking van zonne- energie in het voorstel opgenomen? Is het inzichtelijk welk effect het zonneveld heeft op de huidige waardering en gebruik van de locatie? Beleidskader: Het zonneveld is integraal ontworpen, waarbij verschillende functies op het perceel zoals landschappelijke inpassing, recreatie, natuur, educatie, bodem, warmte, waterberging, biodiversiteit gecombineerd worden (meervoudig ruimtegebruik). De (gewenste) hoogte van de panelen hangt sterk samen met het beoogde meervoudige ruimtegebruik op het perceel. Enerzijds is het wenselijk de panelen ze laag mogelijk te plaatsen in verband met de openheid en uitzichten. Anderzijds is het voor meervoudig ruimtegebruik (bijvoorbeeld biodiversiteit of natuurontwikkeling) noodzakelijk dat er voldoende ruimte en licht onder de panelen komt. Hier wordt in het plan op ingegaan. Huidige verkavelingspatronen en zichtlijnen moeten worden meegenomen in het ontwerp van het zonneveld, hier mag niet van worden afgeweken. Toelichting: Meervoudig ruimtegebruik is van meerwaarde zolang de zonnepanelen de bodem niet ‘afsluiten’ omdat ze dicht op elkaar geplaatst worden. U heeft aangegeven waarom er sprake is van meervoudig ruimtegebruik, welke functies het betreft, hoe u dit toepast en de eventuele meerwaarde.
Dit gaat om meerwaarde op het perceel van het initiatief, voor meerwaarde rondom het perceel is aandacht bij aspect 2: Gebied.
Omschrijving (Maximaal 200 woorden)
Bewijsvoering
Score O 0 punten O 5 punten O 10 punten
28
2. Gebied (0, 5 of 15 punten)
In welk gebied op de kansenkaart ligt uw zonneveld en hoe gaat u om met de kansrijkheid van dit gebied? Hoe worden belangen en waarden in de omgeving rondom de locatie in het plan betrokken? Denk aan de waarde van weidevogels, natuur, biodiversiteit, landbouw en recreatie in de omgeving. Toelichting: De kansenkaart geeft weer welke gebieden meer en minder geschikt zijn voor zonnevelden. Daarnaast is per gebied aangegeven of er stukken zijn uitgesloten voor zonnevelden (bijv. sommige delen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) of dat er juist voorkeur is voor een bepaalde ligging in het gebied (bijv. bij infrastructuur). In andere, oranje, gebieden is het mogelijk om toegevoegde waarde te creëren door de waarden in de omgeving te versterken. (zie gebiedstabel voor meer informatie per gebied).
Omschrijving (Maximaal 200 woorden)
Bewijsvoering
Score O 0 punten O 5 punten O 15punten
29
3. Proces- Op welke manier zijn omwonenden betrokken bij uw initiatief, hoe participatie informeert u hen en welke inspraak hebben zij in de totstandkoming (0, 5 of 15 van uw plan? punten) Beleidskader: Wijze van betrekken van het omwonenden in het proces. Hiervoor dient de initiatiefnemer een participatie en communicatieplan te maken waarin omwonenden betrokken worden. Het initiatief wordt verrijkt met ideeën en wensen vanuit omwonenden. Toelichting: U creëert aantoonbaar en verifieerbaar draagvlak vanuit de omgeving, bijvoorbeeld door wensen van omwonenden over landschappelijke inpassing en/of meervoudig ruimtegebruik in te passen in uw plan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit (aan te leveren) verslagen van bewonersbijeenkomsten, inzicht geven in hoe het plan is verrijkt met inbreng en wensen van de omgeving, en/of handtekeningen van omwonenden onder een verklaring van geen bezwaar. Dit betreft minimaal de personen of bedrijven die vanuit hun woning of perceel zicht hebben op het zonneveld of aan het perceel grenzen. Hierbij specifieke aandacht bij naastgelegen agrarische percelen en het voorkomen van negatieve invloed op de gewassen. Omschrijving (Maximaal 200 woorden)
Bewijsvoering
Score O 0 punten O 5 punten O 15 punten
30
4. Financiële deelname (0, 5 of 15 punten)
Hoe geeft u invulling aan het streven naar (minimaal) 50% lokaal eigenaarschap? Hoe en in welke mate werkt u samen met een lokale energiecoöperatie, biedt u inwoners van gemeente Houten de gelegenheid financieel in het project te participeren of stroom af te nemen, of laat u op een andere wijze de gemeenschap mee profiteren van de opbrengsten van het zonneveld? Beleidskader: Wijze waarop het streven van financiële deelname (minimaal 50% lokaal eigenaarschap) vorm krijgt dient te worden onderbouwd met een plan voor financiële deelname. De opgewekte stroom wordt met certificaat van oorsprong op de markt aangeboden. Toelichting: Omwonenden en andere Houtenaren, al dan niet vertegenwoordigd in een lokale energie coöperatie krijgen de mogelijkheid om financieel te participeren in het plan. De manier(en) waarop past bij de wensen van omwonenden in het gebied. Uw plan voldoet aan het streven naar (minimaal) 50% lokaal eigenaarschap. Hier geeft u zelf invulling aan. U kunt hierbij de tabel op p. 7 gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan collectief eigendom, aandelen/obligaties, postcoderoos, gebiedsfonds, stroomafname, certificaten van oorsprong. Denk ook aan inwoners met minder financiële middelen en aan het verloop van het lokale eigenaarschap gedurende de exploitatie van het zonneveld.
Omschrijving (Maximaal 200 woorden)
Bewijsvoering
Score O 0 punten O 5 punten O 15 punten
31
5. Cultuurhistori e (0, 5 of 10 punten)
Welke maatregelen zijn opgenomen voor het behoud van cultuurhistorische waarden? Hoe gaat u om met de eventuele unieke waarde van het Nieuwe Hollandse Waterlinie gebied? Hoe levert het initiatief een toegevoegde waarde aan de cultuur historische waarde? Beleidskader: In geval van unieke cultuurhistorische landschappelijke waarden (zoals Nieuwe Hollandse Waterlinie) mag deze niet worden aangetast. Het zichtbaar en beleefbaar maken van archeologische en cultuurhistorische waarden, waar dat mogelijk is, heeft een toegevoegde waarde. Voor archeologie gaat het met name om de verbeelding van de bovengrondse archeologie die wordt gewaardeerd Voor initiatieven binnen de beschermingszone van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gelden aanvullende voorwaarden:
-
Het laten uitvoeren van een Heritage Impact Assesment (HIA).
-
Rondom de forten zijn geen zonnevelden mogelijk binnen een cirkel van 600m, in het gebied tussen de cirkel van 600 en 1000 meter wordt het sterk afgeraden (zie cultuurhistorische atlas voor exacte locatie ‘verboden kringen’ https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id= db9adb0b4e4540c78a41fc66b7c246cd ).
-
Binnen 250m vanaf de Hoofdweerstandslijn (Lekdijk) zijn geen zonnevelden mogelijk.
-
Aan weerszijden van een acces/strategisch water zijn geen zonnevelden mogelijk binnen 200m. Hierbij gaat het om de Waijensedijk, Waalseweg en Schalkwijkse Wetering.
Ook andere locaties met cultuurhistorisch erfgoed mogen niet worden aangetast. Belangrijk uitgangspunt hierbij is: kijk met historisch besef naar de toekomst. Toelichting: Bij de inpassing van een zonneveld houdt u rekening met cultuurhistorische waarden. Daarbij geeft u aan waarom uw initiatief passend is, welke maatregelen u neemt om dit het geval te laten zijn en de meerwaarde die u creëert met uw plan.
32
Omschrijving (Maximaal 200 woorden)
Bewijsvoering
Score O 0 punten O 5 punten O 10 punten
33
6. Duurzaamhei d (0, 5 of 10 punten)
Heeft uw initiatief aandacht voor duurzaamheid in de brede zin van het woord? Denk aan grondstoffen die conflictvrij en zonder kinderarbeid zijn gewonnen, of aan een CO2-vrije bouw van het zonneveld en recyclen/ circulaire materialen of verwerking? Toelichting: Duurzaamheid is meer dan hernieuwbare energie, u kunt zelf aangeven hoe u hier invulling aan geeft.
Omschrijving (Maximaal 200 woorden)
Bewijsvoering
Score O 0 punten O 5 punten O 10 punten
34
7. Werkt u met opslag om de piekbelasting van het elektriciteitsnet te Toekomstgeri verminderen? Draagt de ontwikkeling van het zonneveld bij aan het chtheid verbeteren van de bodemkwaliteit? (0, 5 of 10 punten) Beleidskader: Het verbeteren van bodemkwaliteit. Hiervoor is een (financiële) voorziening getroffen. Netinpassing: Streven naar efficiënte benutting van elektriciteitskabels. Gebruik maken van peakshaving en het direct benutten of opslaan van de elektriciteit heeft hierin de voorkeur.
Omschrijving (Maximaal 200 woorden)
Bewijsvoering
Score O 0 punten O 5 punten O 10 punten
Tot slot Heeft u relevante ervaring met het realiseren van zonnevelden? Hieronder kunt u een toelichting geven. Graag ook uw ervaring met landschappelijke inpassing en participatie. Aan deze vraag worden geen punten toegekend.
35
Ervaringen met zonnevelden
36
Bijlage 5 – inhoud communicatie- en participatieplan Er zijn 3 hoofdonderdelen in het participatie en communicatieplan die antwoord geven op de kernvraag: krijgen de omwonenden in voldoende mate toegang tot en zeggenschap over het ontwikkelingsproces van het zonneveld. Het gaat er om in voldoende en diepgaande mate aandacht te geven aan de verschillende onderdelen passend bij het plan voor het zonneveld in deze fase van het proces. Deze opzet is bedoeld als voorbeeld en dient als leidraad bij het opstellen van het eigen communicatie- en participatieplan. Onderdeel 1: krachtenveld/stakeholders analyse omgeving zonneveld (alvorens het daadwerkelijke contact) In dit onderdeel wordt omschreven:
Uit wie bestaat de omgeving van het zonneveld? In kaart brengen: wie zijn de omwonenden, wie hebben er zicht op het zonneveld, wie is het ‘publiek’. Naast omwonenden ook: wie zijn de andere stakeholders? (belanghebbenden (ook juridisch gezien), ondernemers, milieugroep, bewonersvereniging, energie coöperatie, enz.)
Wat zijn de verschillende belangen van de stakeholders, omwonenden, publiek, enz.?
Wat zijn mogelijke gevoeligheden en voor wie?
Hoe gaan communicatie en participatie een bijdrage kunnen leveren om de nadelige gevolgen op te lossen? Waaraan leveren communicatie en participatie een bijdrage? (wat is het doel, welk resultaat wordt er mee nagestreefd?). Is dit in aanvulling op andere instrumenten?
Onderdeel 2: Het participatieplan (het contact)
Over welke aspecten van het zonneveld gaat het gesprek met de omwonenden en waarom? Waarover gaat het gesprek niet en waarom?
Wat wordt de aanpak van participatie: ligt de nadruk op informeren, inventariseren, verdiepen, samen doen? Wat is de aanpak per fase van het project en wat is de planning?
In welke mate zijn/worden partijen betrokken: mee-weten, meedenken, meewerken, meebepalen? Wat zijn de rollen van verschillende partijen in welke fase van het proces?
Welke vragen gaan worden gesteld of waarover gaat het gesprek? (uitleg, dan bespreken opties zonneveld?)
Hoe en hoe vaak wordt de omgeving benaderd?
Welke vorm(en) van contact hebben de voorkeur en waarom? Welke middelen worden hierbij ingezet? Denk aan brief, inloopbijeenkomst, enquête, website, twitter, facebook, werkgroep, etc.). Past dit bij de omgeving?
37
Onderdeel 3: Vervolg
Wat gebeurt er met de input van diegenen die de initiatiefnemer spreekt? Verslaglegging/communicatie. Let op: een groot deel van de inwoners wil nadat de oorspronkelijke plannen zijn aangepast op basis van eerder gemaakte opmerkingen, nogmaals kunnen reageren. Zij ontvangen daarbij ook graag een toelichting waarom de eerste opmerkingen wel of niet zijn verwerkt, bijvoorbeeld tijdens een informatieavond of door middel van een schriftelijke toelichting.
Blijf de gemeente, omwonenden en een bredere kring van betrokkenen informeren over de voortgang van uw plan.
Hoe gaat het na de realisatie van het zonneveld verder? Verbinden in de buurt, ook na realisatie; hoe blijft het project in verbinding met de buurt en andersom?
38
Bijlage 6 – betrokkenen beleidskader zonnevelden Overzicht betrokkenen extern in ontwikkelen nieuw beleidskader zonnevelden (geanonimiseerd).
(semi) Overheidsinstanties -
Gemeente Wijk bij Duurstede Provincie Utrecht – Nieuwe Hollandse Waterlinie Provincie Utrecht – energietransitie/RO VRU
Lokale energie coöperaties -
Opgewekt Houten Coöperatie duurzaam eiland
(Buurt) belangen groepen -
Mooi ’ t Goy Buurtcomité Wayen Stichting leefbaarheid Tull en ‘t Waal NFO LTO
Overig -
Stedin Natuur- milieu federatie Utrecht Deelnemers van de energietafel (Coöperatie Duurzaam Eiland, coöperatie Opgewekt Houten, de hoeven energie, duurzaamheidsfond Houten, ecowijk Mandora, stichting energierijk Houten, groen zonnig Houten, huurdersadviesraad Houten, stichting !mpact Houten , coöperatieve vereniging UWind, woningcorporatie Viveste).
39