CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 b 3 2021-03-10, bp VG Bestemmingsplan Wickengaard_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Woningbouw Wickengaard15.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

Bestemmingsplan Wickengaard

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingsaspecten

Archeologie

Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Op basis van deze wet zijn gemeenten verplicht een archeologisch beleid te voeren. Daarbij hoort dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt moeten worden. De Gemeente Houten heeft hiervoor een archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld. De archeologische waarden- en verwachtingskaart is een kaart waarop bekende en vermoedelijke archeologische vindplaatsen en terreinen staan weergegeven. Ter plaatse van het projectgebied geldt een lage archeologische verwachtingswaarde (categorie 5). Het gaat hierbij om gebieden waar op archeologische en landschappelijke gronden de kans op behoudenswaardige archeologische relicten uiterst klein wordt geacht. Hieronder vallen tevens de gebieden waar het bodemprofiel als gevolg van saneringen, ontgrondingen, onderkelderingen en zware funderingen zodanig verstoord is, dat eventuele archeologische resten als verloren beschouwd mogen worden, of in ieder geval zodanig zijn aangetast dat zij niet meer voor onderzoek of bescherming in aanmerking komen. Het is daarom niet noodzakelijk om in het kader van dit bestemmingsplan, voordat de nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden, verkennend archeologisch onderzoek te doen.

Afbeelding 5.1: archeologische maatregelenkaart ter plaatse van projectlocatie (rood omcirkeld)

5.2

Landschap en cultuurhistorie

Schalkwijk in Rivierenlandschap Het landschap rond Schalkwijk is van oorsprong bepaald door de loop van de rivieren, de bedijkingen en de ondergronden die daarbij horen van zand(ruggen), klei(vlaktes) en veengebieden. Door de vele overstromingen is de bodem ook vaak een opeenvolging van zand- en kleilagen en vaak ook veenvorming. Dit laatste werd meestal gevormd door afgestorven broekbossen. Rond Schalkwijk vinden we vooral zware klei van de zgn. komgronden. Dit waren de grote overstromingsvlakten van de rivier van voor de bedijkingen. Soms zitten er dichte lagen tussen waar het grondwater op stagneert. Hier ontstaan ook veenlagen op. Veen is vruchtbaar, maar ook nat en neigt tot inklinken in de loop der tijd. Om hierop te kunnen bouwen moet worden onderheid om tot de zandlaag te kunnen komen. Maar ook natte klei is lastig te bewerken. Ontginningen De mens heeft deze gebieden van oudsher ontgonnen en ontwaterd door het graven van sloten op regelmatige afstand die afwateren op een wetering. Zo werd het land bruikbaar voor akkers, hooiland er werd gebouwd op de stevige wallen langs de wetering. De Schalkwijkse wetering bestaat al vanaf de

30

Bestemmingsplan Wickengaard middeleeuwen. Ook eendenkooien dateren al van eeuwen geleden. Hier werden op ingenieuze wijze wilde eenden naar binnen gelokt en gevangen voor consumptie. Resterende eendenkooien in het rivierenlandschap zijn meestal al heel lang onaangeroerd nat bos en huisvesten daarom vaak interessante natuurwaarden. Kenmerken Het landschap rond Schalkwijk bestond ooit uit woeste gronden, overstromingsvlaktes en rivierbossen. Na de bedijking, de ontginningen en het ontstaan van nederzettingen en begaanbare wegen ontstonden de kenmerkende lintdorpen, zoals Schalkwijk en in de omgeving Tull en 't Waal. Vanaf de wetering, waar de wegen langs lopen, kijkt men diep het land in langs de lange sloten en in soms tussen boomgaarden. Kerktorentjes markeren de horizon. Rond 1900 lag ook de spoorlijn tussen Utrecht en Den Bosch er al. Landgoed Wickenburg reikte tot aan de Schalkwijkse wetering, al dateert dit landgoed pas uit midden 19de eeuw. Rond 1900 waren de belangrijkste landschappelijke kenmerken rond het plangebied: Schalkwijksche wetering, centrum van de polder Schalkwijk, met lange kavels tot aan de randen (Goyer dijk, Achterdijk), met bebouwing aan het lint. Er lagen (hoogstam)boomgaarden rond het dorp, er was een eendenkooi (huidige locatie), meestal (wilgen)beplanting langs de sloten en er was reeds een spoorbaan aangelegd.

De spoorbaan had een stationnetje bij Schalkwijk, maar doorsnijdt het oorspronkelijke landschap, mede door de aanleg van de spoordijk. Hiermee worden vergezichten bij Schalkwijk al aanzienlijk verkort. De planlocatie Wickengaard is onderdeel van Het Eiland van Schalkwijk. Voor dit gebied zijn op het vlak van landschap en cultuurhistorie diverse nota's en plannen opgesteld, waaronder Structuurvisie Eiland van Schalkwijk (december 2011) en het aan het bestemmingsplan 'Eiland van Schalkwijk' ten grondslag liggende Cultuurhistorisch onderzoek en advies Houten-Zuid (Schalkwijk en Tull en 't Waal) (24 september 2013). Het plangebied Eiland van Schalkwijk is gelegen in het landschap 'Rivierengebied' (zie ook paragraaf 4.2.2). Het rivierengebied is een landschap met een langgerekte opbouw. Door de fysieke ondergrond en het menselijk gebruik daarvan, zijn duidelijk verschillende deelgebieden ontstaan: Flank, Langbroek, Kromme Rijn, Nederrijn/Lek en Schalkwijk. Elk deelgebied heeft zich ontwikkeld rondom een centrale ruggengraat. Rond deze ruggengraat is de eigen identiteit het sterkst te ervaren. De overgangen tussen deelgebieden zijn vrijwel overal geleidelijk, zonder scherpe grenzen. De verschillen tussen de deelgebieden zijn goed te beleven door routes dwars op de ruggengraat en kenmerkende vergezichten.

De plekken waar ruggengraten beginnen, eindigen of elkaar ontmoeten verdienen extra aandacht. Hier komen ruimtelijke kenmerken en verhalen bij elkaar. Dit zijn de focuspunten van het rivierengebied. Het Eiland van Schalkwijk kent een gaaf cultuurlandschap, met unieke ruimtelijke kwaliteiten die waardevol zijn voor het eiland zelf, maar ook de omgeving. Het eiland kenmerkt zich door fruitteelt en bosschages, maar bovenal uitgestrekt vlakten weidelandschap met een onaangetaste copeverkavelingsstructuur uit de 12e en 13e eeuw. De ontginning en verkaveling die in de hoge middeleeuwen plaatsvond is in de veenverkaveling nog steeds herkenbaar. De ontginning vond plaats vanaf de Schalkwijkse Wetering en de parallel daaraan aangelegde wegen. Langs de wegen werden op vaste afstanden grenzen uitgezet ("geslagen"). Op de grenzen werden perceelsloten gegraven en aan de voorkant werd de boerderij gebouwd. Vervolgens werd er naar achteren verder ontgonnen totdat men aan de achtergrens (die in het cope-contract was vastgelegd) bereikte.

31

Bestemmingsplan Wickengaard

Afbeelding 5.2: schema verkaveling en inrichting van de veenontginningen Verder loopt over het eiland een gave lintstructuur met boerderijen, woonhuizen, kleinschalige bedrijvigheid en lokale voorzieningen. Een groot deel van het eiland is onderdeel van het Nationaal Landschap Hollandse Waterlinie, tevens Belvederegebied. Deze structuur is al aangetast door de ontwikkelingen van afgelopen decennia waarin de uitbreiding van de woonkern van Schalkwijk heeft plaatsgevonden en het onderhavige plangebied ingeklemd is komen te liggen tussen woonbuurten en de spoorlijn. Het onderhavige perceel levert geen bijdrage aan het landschap van de Hollandse waterlinie. Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verdedigingslinie tussen Muiden en de Biesbosch van maar liefst 85 kilometer lang. Vanaf zo'n 1870 tot en met de Tweede Wereldoorlog werd het gebied bij dreiging onder water gezet om vijanden tegen te houden. Tegenwoordig is de Nieuwe Hollandse Waterlinie een prachtig natuurgebied met forten, groepschuilplaatsen en waterstaatkundige werken. Deels zichtbaar, deels verborgen in het landschap. In 2005 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangewezen als nationaal landschap. In 2009 kreeg deze de status van Rijksmonument. En sinds 2010 is de linie kandidaat voor de werelderfgoedlijst van Unesco.

Het bestemmingsplangebied ligt buiten de begrenzing van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, blijkens onderstaande kaart ten behoeve voor de aanvraag voor plaatsing op de Unesco-erfgoedlijst.

32

Bestemmingsplan Wickengaard

Afbeelding 5.3: De Nieuwe Hollandse Waterlinie (planlocatie omlijnd)

De gemeentelijke structuurvisie voor het Eiland van Schalkwijk geeft aan welke waardevolle landschappen en ruimtelijke kwaliteiten behouden en versterkt moeten worden. De lintenstructuur en de aanwezige natuur- en cultuurlandschappen (waaronder de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het agrarische cultuurlandschap) zijn drager voor de ontwikkeling van het eiland. De ambitie is om op een zo efficiënt mogelijke wijze om te gaan met schaarse ruimte door het slim combineren van functies. Op basis van de beschrijving van de huidige kwaliteiten van landschap, cultuurhistorie en archeologie en de verwachte ontwikkelingen hierin, is voor het landelijk gebied en het bestemmingsplan het volgende sectorale wensbeeld geformuleerd: behoud van het sloten/verkavelingspatroon; behoud van de linten; behoud van de openheid; behoud van doorzichten vanaf de bebouwingslinten; behoud en beheer van erf- en dijkbeplantingen; behoud en beheer van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en objecten; bescherming van aanwezige en verwachte archeologische waarden. Indien nieuwe ontwikkelingen worden toegestaan, moeten deze passen binnen de landschappelijke en cultuurhistorische structuur en tevens landschappelijk worden ingepast. Conclusie Het plangebied Wickengaard omvat een voormalig laagstamproductie perenboomgaard.

Het cultuurhistorisch onderzoek dat gedaan is voor het geldende bestemmingsplan het Eiland van Schalkwijk uit 2013 kent geen bijzondere waarde toe aan deze boomgaard. De fruitbomen staan niet op de gemeentelijke lijst Bomen Bijzondere Waarde. De te ontwikkelen locatie en ligt ingeklemd tussen de Spoorlaan in het noorden, de achterzijde van de woonbebouwing aan de Wickenburghselaan in het oosten en Jonkheer Ramweg in het zuiden en een bossage in het westen. Landschappelijke kwaliteiten, zoals openheid en lintbebouwing zijn op deze plek niet aan de orde. Wel wordt door de opzet van de nieuwbouw verwezen naar de kenmerkende slagenverkaveling. Daarmee past de nieuwe ontwikkeling binnen de landschappelijke en cultuurhistorische structuur.

33

Bestemmingsplan Wickengaard

5.3

Bodem

In opdracht van Dura Vermeer Bouw Midden West BV heeft Tauw een verkennend bodem- en asbestonderzoek volgens NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van boomgaard ‘de Wickengaard’ gelegen achter de Wickenburghselaan te Schalkwijk. De rapportage is bij deze plantoelichting gevoegd als Bijlage 4. Uit het onderzoek is gebleken dat maximaal lichte verontreinigingen zijn aangetoond met enkele zware metalen, PAK, PCB, minerale olie en DDT, DDE, DDD. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond aan klasse industrie en is de ondergrond als altijd toepasbaar geclassificeerd. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen of asbest aangetoond in de grond. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de resultaten van het onderzoek zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op de locatie in het kader van de Wet bodembescherming.

5.4

Ecologie

In opdracht van Dura Vermeer Bouw Midden West BV heeft Els&Linde bv een quick scan ecologie uitgevoerd ter plaatse van boomgaard ‘de Wickengaard’. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 13 mei 2019 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. De rapportage is bij deze plantoelichting gevoegd als Bijlage 5. Uit de quick scan is gebleken dat er geen kans is op aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen op binnen planlocatie op het perceel. Gezien de holte in de treurwilg is de aanwezigheid van de steenuil op het plangebied niet uitgesloten. Vervolgonderzoek zal noodzakelijk zijn als de wilg niet behouden kan blijven in de nieuwe situatie. Het groenplan (zie Bijlage 6) voor het project gaat echter uit van behoud van deze boom zodat vervolgonderzoek niet nodig is. In het memo d.d. 23 februari 2021 (zie Bijlage 7) wordt door de ecoloog nader ingegaan op de steenuil. Er wordt naar gestreefd ook enkele andere bomen te behouden in de nieuwe situatie. Voorts gaat er natuurinclusief gebouwd worden. Gezien de waarnemingen van buizerd en ransuil zal er rekening gehouden moeten worden met deze vogels in de directe omgeving van de planlocatie tijdens werkzaamheden.

Het werken met een ecologisch werkprotocol wordt aanbevolen en die aanbeveling wordt dan ook opgevolgd. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Daarom is een berekening van de stikstofdepositie uitgevoerd. Dit is opgenomen in Bijlage 8 (aanlegfase) en Bijlage 9 (gebruiksfase). Daaruit blijkt dat de berekening geen depositieresultaten heeft opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn eveneens uit te sluiten.

5.5

Verkeer en parkeren

5.5.1

Verkeer

Op 22 februari 2019 heeft verkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng een 'Verkeerskundige analyse woningbouw Schalkwijk' opgesteld (zie Bijlage 10) die betrekking heeft op twee inbreidingslocaties in Schalkwijk: de ontwikkeling van Wickengaard en van een tweede locatie achter Jonkheer Ramweg 39. Geconstateerd is dat de Spoorlaan met de huidige vormgeving het nieuwe verkeer dat samenhangt met de bouwplannen niet kan verwerken. Daarom is er voor gekozen de ontsluiting van de Wickengaard te laten verlopen via de Wickenburghselaan. Als extra belasting op de Wickenburghselaan zal dit nieuwe verkeer in het licht van de huidige hoeveelheid verkeer geen probleem geven. Zie ook het verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng, dat als bijlage is opgenomen bij de toelichting.

34

Bestemmingsplan Wickengaard

Afbeelding 5.4: Wickenburghselaan (bron: verkeerskundig onderzoek Goudappel Coffeng) De meest directe route naar Houten loopt via de Spoordijk. Door uit te gaan van een aansluiting aan de noordzijde is de verkeerstoename waarschijnlijk minder groot: een deel van het verkeer zal een route via de Spoordijk kiezen richting Kanaaldijk Zuid en verder naar de Schalkwijksebrug, een deel zal richting de Jonkheer Ramweg rijden. Daarbij wordt opgemerkt dat ook de Spoordijk net als de Spoorlaan smal is. De breedte van 3,25 meter is juist genoeg voor fietsers en auto's om elkaar veilig te passeren. Bij toenemend gebruik zijn langs de Spoordijk passeerplaatsen nodig om het autoverkeer goed af te wikkelen. Aanvullend is onderzoek uitgevoerd door De Baan Verkeersadvies (zie Bijlage 11) waarin antwoord wordt gegeven op de verkeerskundige vraag of het extra verkeer van de 33 woningen dat het plan Wickengaard genereert, afgewikkeld kan worden via de huidige omliggende wegen. Daaruit blijkt het volgende. De beoogde ontwikkeling van Wickengaard leidt tot extra verkeer. Op basis van het te realiseren programma aan woningen zal het gebied dagelijks 240 tot 265 ritten extra met gemotoriseerd genereren. Dit aantal komt bovenop de huidige intensiteiten op de Wickenburghselaan, Spoordijk en Spoorlaan. De intensiteiten op deze wegen worden tevens door de woningen rondom de Biesterlaan veroorzaakt.

Totaal is voor het gebied in de huidige situatie een intensiteit van 1650 á 1800 motorvoertuigen per etmaal berekend. Wickengaard geeft daardoor dus een groei van ± 15% op het huidige verkeersbeeld voor gemotoriseerd verkeer. Daarnaast zullen mensen uiteraard in de buurt wandelen en op de fiets stappen. Op basis van een inschatting van de verdeling over het wegennet is een berekening gemaakt van de huidige en toekomstige intensiteiten. Deze zijn gespiegeld aan de wegcapaciteiten. Geconcludeerd wordt dat de Spoordijk in de huidige situatie al onvoldoende capaciteit heeft voor het verkeer dat daarover wil passeren. In de toekomstige situatie groeit het aantal voertuigen waardoor de situatie minder vlot (en veilig) zal afwikkelen. Voor de Spoordijk wordt aanbevolen de capaciteit te vergroten door realisatie van passeerplaatsen of uitwijkstroken. Daarbij wordt aanbevolen deze te combineren met bestaande erfontsluitingen (weiland/woning/ bedrijf). De afstand tussen deze passeerplaatsen is 150 tot maximaal elke 300 meter. De lengte van het verharde gedeelte is 20 meter en de totale breedte van de rijbaan + passeerplaats is 5,0 meter.

35

Bestemmingsplan Wickengaard

Een alternatief is realisatie van een stevige berm met doorgroeistenen over de volle lengte. Door deze maatregelen zal een deel van de bewoners van Wickengaard eerder kiezen om via de Spoordijk te rijden waardoor de toename van de verkeersstroom via de Wickenburghselaan beperkt wordt en overlast daar wordt voorkomen. De situatie van een 50/50 verdeling zal dan aan de orde zijn. De aanbevolen passeerplaatsen zullen worden gerealiseerd en voor langzaam verkeer en nooddiensten wordt een extra doorsteek gerealiseerd tussen de Wickenburghselaan 12 en 13. 5.5.2

Parkeren

Het Houtense parkeerbeleid (Parkeervisie Houten 2012 - 2017) zet in op een evenwichtige verdeling tussen vraag een aanbod van beschikbare parkeerplaatsen. De wijze waarop de parkeerbehoefte moet worden aangetoond, is vastgelegd in de Nota Parkeernormen Houten (2013). De gemeente Houten kent drie verstedelijkingscategorieën: 1 sterk stedelijk 2 weinig stedelijk 3 niet stedelijk

kern Houten kernen Tull en 't Waal, 't Goy, Schalkwijk buitengebied

Schalkwijk behoort dus tot de kleine kernen, die zijn te kwalificeren als weinig stedelijk. Naast de definiëring van de stedelijkheidsgraad moet worden bepaald welke stedelijke zone van toepassing is. Voor de toe te passen parkeernormen worden in Houten op basis van de stedelijke zones en de stedelijkheidsgraad drie verschillende gebieden onderscheiden: 1 Centrum 2 Rest bebouwde kom 3 Kleine kernen en buitengebied

Houten Centrum e.o. en Houten Castellum kern Houten exclusief centrumgebieden kernen Tull en 't Waal, t' Goy, Schalkwijk, buitengebied

Wickengaard ligt in Schalkwijk en valt onder de norm voor kleine kernen en buitengebied.

36

Bestemmingsplan Wickengaard

Afbeelding 5.5: kaart gebiedsindeling toepassing parkeernormen Houten In de nota zijn de parkeernormen voor wonen gekoppeld aan de grootte van de woning en de aard van bewoning. Parkeren moet zoveel mogelijk op eigen terrein worden gerealiseerd.

Aantal woningen

Opp.

parkeernorm

6

180 m2

2,2

13,2

8

160 m2

2,2

17,6

8

130 m2

1,9

15,2

12

50 m2

1,2

14,4

Totaal

aantal pp.

60,4

In totaal zijn voor de woningen op basis van deze norm 60,4 parkeerplaatsen nodig. Hiervan zijn er 44 geprojecteerd in de openbare ruimte. Op afbeelding 3.3 van deze plantoelichting (paragraaf 3.3) is dat te zien. Het plan voorziet daarnaast in een privé garage op eigen terrein voor elke vrijstaande of twee-aaneengeschakelde woning. Voor deze woningen worden de overige parkeerplaatsen voorzien op de oprit en langs de aan te leggen straat aangelegd. Voor de rijtjeswoningen en de appartementen worden parkeerplaatsen aan de straat gerealiseerd. De aan te leggen straat is nu nog eigen terrein van de ontwikkelaar maar zal worden overgedragen naar de gemeente als toekomstige openbare ruimte. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernorm. In de bestemmingsplanregels is in artikel 8.2 verzekerd dat wordt voldaan aan de normen.

5.6

Luchtkwaliteit

Bij besluitvorming over planologische procedures moet worden onderzocht of een project 'in betekenende mate' van invloed is op de luchtkwaliteit. De bouw van 33 woningen kan beschouwd worden als 'niet in betekenende mate', nader onderzoek is niet nodig.

37

Bestemmingsplan Wickengaard

5.7

Water

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Ten behoeve van het plan is een waterparagraaf opgesteld (zie Bijlage 12). Door toepassing van waterdoorlatende verharding in parkeervakken wordt het totaal aan toegevoegd verhard oppervlak beperkt. Voor de berging en afvoer van regenwater van het toegevoegd verhard oppervlak wordt de watergang ten oosten van het plan verbreed. De waterpeilen in de watergangen rond het plan worden door het HDSR op een vast peil gehouden. De minimale droogleggen van wegen is 0.85 meter en voor woningen 1.00 meter. Dit voldoet aan de eisen van HDSR. De komst van het plan is aanleiding om ook de regenwaterafvoer aan de achterzijde van de Wickenburghselaan te verbeteren. Door zetting van de bodem en gebrekkig onderhoud van de afvoerleidingen is er sprake van wateroverlast bij hevige regenval. Door de aanleg van een nieuw achterpad met nieuwe en grotere leidingen zal de afvoercapaciteit worden vergoot en zal de wateroverlast in tuinen en schuren sterk verminderen. De nieuwe voorzieningen komen in eigendom en beheer van de eigenaar van de betreffende huurwoningen; Woningstichting Viveste. Het afvalwater kan worden afgevoerd via het bestaand rioolstelsel van Schalkwijk. Dit is ook zo weergegeven in de notitie van Bijlage 13 bij deze toelichting.

Deze notitie is in overleg met het Hoogheemraadschap tot stand gekomen.

5.8

Geluid

In opdracht van Dura Vermeer Bouw Midden West BV heeft ingenieursbureau Cauberg Huygen een onderzoek naar het omgevingsgeluid uitgevoerd. De rapportage is bij deze plantoelichting gevoegd als Bijlage 14. Uit het onderzoek is gebleken dat het plan is gelegen binnen de zone van het spoortracé Utrecht – ’s-Hertogenbosch en de Schalkwijkseweg. In verband met een goede ruimtelijke ordening is ook de 30-km/h Jonkheer Ramweg meegenomen in dit onderzoek. Deze weg hebben conform de Wet geluidhinder geen geluidzone. Ten behoeve van dit geluidsonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder, zoals deze geldt per 1 mei 2017. De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn berekend conform de Standaardrekenmethode 2 uit bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’, die vanwege spoorverkeer conform de Standaardrekenmethode 2 uit bijlage IV van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. De berekende geluidbelastingen zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: Wegverkeerslawaai stedelijk: voorkeursgrenswaarde 48 dB, maximale ontheffingswaarde 63 dB. Spoorweglawaai: voorkeursgrenswaarde 55 dB, maximale ontheffingswaarde 68 dB. Uit de berekeningen blijkt het volgende: Ten gevolge van spoorweglawaai vinden overschrijdingen van zowel de voorkeursgrenswaarde als van de maximale ontheffingswaarde plaats. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 70 dB Lden.

Ten gevolge van de Schalkwijkseweg en de Jonkheer Ramweg wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Omdat verschillende geluidsreducerende maatregelen aan de bron, in het geluidoverdrachtsgebied en aan het gebouw bezwaren met zich meebrengen, is het realistisch om hogere waarden aan te vragen voor de geluidbelastingen lager dan de maximale ontheffingswaarde ten gevolge van spoorweglawaai: Spoortracé Utrecht – ’s-Hertogenbosch: 68 dB Lden. Bij gevels waar de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dienen dove gevels te worden toegepast. Dit is op de planverbeelding en in de bouwregels van artikel 6 verwerkt.

38

Bestemmingsplan Wickengaard

5.9

Trillingshinder

Op 25 februari 2020 heeft ingenieursbureau Peutz de rapportage 'Woningbouwplan 'Wickengaard' te Schalkwijk - Trillingniveaus als gevolg van railverkeer' opgesteld (zie Bijlage 15). De trillingen waar het om gaat, zijn afkomstig van de spoorlijn Utrecht – ’s Hertogenbosch (Geldermalsen). Op deze lijn rijden niet alleen reizigerstreinen, maar ook goederentreinen. Onderzocht is of trillingen afkomstig van het spoor voldoen aan de daarvoor geldende richtlijnen. Om inzicht te krijgen in de trillingsrisico’s zijn van 12 september tot en met 20 september 2019 trillingsmetingen gedaan in de bodem ter hoogte van de dichtstbij het spoor gelegen gevel van het appartementengebouw. Volledigheidshalve zijn ook de trillingniveaus ter hoogte van de tweedelijnsbebouwing berekend en beoordeeld. De bodemmetingen zijn verwerkt tot trillingsprognose in de voorziene nieuwbouw. De geprognosticeerde trillingssterkten zijn vervolgens getoetst aan de SBR-richtlijn Trillingen deel B – “Trillingshinder voor personen in gebouwen”. Naast de onbemande duurmetingen zijn trillingmetingen uitgevoerd om de demping van de trillingsnelheid in de bodem naar het fundament vast te stellen.

Van 10 januari tot en met 17 januari zijn metingen uitgevoerd waarbij gelijktijdig in de bodem en op het fundament van de woning aan de Wickenburghselaan 44 en 46 (eengezinswoningen, gebouwd in 1956) de trillingsnelheid als gevolg van passerende treinen is gemeten. Op basis van de uitgevoerde trillingmetingen kan worden gesteld dat de hoogste waarden optreden als gevolg van de goederentrein. De passagierstreinen resulteren in significant lagere waarden. Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat aan de in het kader van trillinghinder in woningen na te streven waarden zoals aangegeven in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006 zal worden voldaan. Hiermee zal sprake zijn van een woon- en leefklimaat dat als acceptabel kan worden aangemerkt zodat qua trillingen geen belemmeringen bestaan om het bestemmingsplan vast te stellen. Er is geen aanleiding maatregelen te treffen.

5.10

Externe veiligheid

Bij de externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten, transportroutes of buisleidingen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico.

Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

39

Bestemmingsplan Wickengaard

In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht waarbij een vergelijking gemaakt moet worden met de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde is een richtwaarde waar het bevoegd gezag zich zoveel mogelijk aan moet houden. Het plangebied Wickengaard ligt op ongeveer 65 meter van de spoorlijn Utrecht - Den Bosch die onderdeel is van het basisnet (route 71).

Afbeelding 5.7: ligging plangebied en spoorroute 71 Het externe veiligheidsrisico door het transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Breukelen Betuweroute Meteren ter hoogte van Schalkwijk is door ingenieursbureau AVIV berekend voor de bestaande en de toekomstige situatie (zie Bijlage 16). Dit zijn de belangrijkste conclusies: Plaatsgebonden risico Er is geen sprake van een 10-6 risicocontour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering. Groepsrisico Het groepsrisico is zowel in de huidige situatie als na de realisatie van de woningen gelijk aan 0.001 keer de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat het groepsrisico in zowel de huidige als de toekomstige situatie kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde en niet toeneemt. De verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven.

40

Bestemmingsplan Wickengaard

Plasbrandaandachtsgebied Er is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied.

5.11

Kabels en leidingen

In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen kabels en leidingen aanwezig die planologisch relevant zijn. Er wordt derhalve geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan.

5.12

Bedrijven en milieuzonering

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen niet-agrarische bedrijven met een milieuzonering die een beperking kunnen vormen voor de bouw van woningen. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan. Aan de overzijde van het spoor, aan de Schalkwijkseweg, bevinden zich rundveehouderijen. Op basis van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering bedraagt de richtafstand tussen woningen en rundveehouderijen 100 meter. Op een afstand van meer dan 130 meter bevindt zich een agrarisch bedrijf op het adres Schalkwijkseweg 26. Het betreft een grondgebonden veehouderij zonder emissies. Op een afstand van bijna 200 meter bevindt zich de grondgebonden veehouderij op het perceel Schalkwijkseweg 26a, mét emissies. Ook de agrarische bedrijven vormen geen belemmering voor het plan.

5.13

Spuitzones

Bij de teelt van gewassen (akkerbouw, fruitteelt) moet rekening worden gehouden met 'spuitzones'. Dit is een zone die moet worden aangehouden ten opzichte van de gronden waarop gewassen worden geteeld en waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De zone is bedoeld om voor omliggende gevoelige functies een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. De in het plangebied aanwezige boomgaard zal plaatsmaken voor de woningen. Verder worden in de directe nabijheid geen gewassen geteeld zodat geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones. Spuitzones vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Door enkele veranderingen in de wettelijke bepalingen met betrekking tot milieueffectrapportages (Besluit m.e.r.) kan sinds enkele jaren niet meer worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde voor m.e.r.(-beoordeling) ligt en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. Het plan kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van kolom 4, bij categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (nieuwe stedelijke ontwikkeling).

Gelet op het voorgaande zal, ondanks het feit dat de mogelijk gemaakte ontwikkeling niet aan de drempelwaarden van de gevallen uit het Besluit m.e.r. voldoet, een vormvrije m.e.r.-beoordeling dienen plaats te vinden. Sinds 16 mei 2017 is het op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer verplicht een aanmeld-notitie op te

41

Bestemmingsplan Wickengaard stellen wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie dient door het bevoegd gezag (in het onderhavige geval het college van burgemeester en wethouders) voorafgaand aan de procedure van het ruimtelijke plan te worden vastgesteld. Ten behoeve van het project is een aanmeldnotitie opgesteld. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten (en de daarop gebaseerde Aanmeldnotitie) voldoen niet alleen aan de onderzoeks-verplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling. Artikel 5, lid 1 van de "Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten" geeft aan dat de opdrachtgever in "passende vorm" de in bijlage III bedoelde informatie verstrekt. Gelet op de aard van de nu voorgestelde ontwikkeling kan worden gesteld dat de "Kenmerken van het project", de "Plaats van het project" en de "Kenmerken van het potentiële effect" zo kleinschalig en niet significant voor de omgeving zijn dat met de in dit hoofdstuk beschreven kenmerken en gevolgen voldaan is aan de criteria van 'Bijlage III Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten'. Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in deze toelichting beschreven ontwikkeling, zijn uitgesloten.

De berekening van de stikstofdepositie heeft uitgewezen dat geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr ontstaan. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn eveneens uit te sluiten. Er zijn dan ook geen significante effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.

42

Bestemmingsplan Wickengaard

Hoofdstuk 6 Beschrijving planvorm en bestemmingsplanregels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten te digitaliseren. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht dat een nieuw bestemmingsplan in digitale vorm wordt vastgesteld. Voor het digitaliseren c.q. standaardiseren van bestemmingsplannen is de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) ontwikkeld. SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Zo zijn bijvoorbeeld de bestemmingen en begripsbepalingen in alfabetische volgorde opgenomen en vloeit de naam van een bestemming voort uit een standaardlijst, waaruit ingevolge de SVBP 2012 dient te worden gekozen. Kenmerk van de bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee (vlaksgewijs) is bedekt. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Aanduidingen (functieaanduiding of gebiedsaanduiding) worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen.

Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken en aanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen zijn in de vorm van een vlak weergegeven. Aan de ondergrondgegevens op de verbeelding, zoals ingetekende gebouwen, kunnen geen rechten worden ontleend. Daar staat tegenover dat het ontbreken van dergelijke ondergrondgegevens ook niet leidt tot een beperking van rechten. De ondergrondgegevens hebben dus uitsluitend een illustratief karakter. Regels De regels zijn standaard als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en een bepaling over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde weergegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelbepaling en algemene regels ten aanzien van gebruik, aanduidingen, afwijkingen en wijzigingen. Hoofdstuk 4 bevat tenslotte het overgangsrecht en de slotregels met daarin de naam van het bestemmingsplan. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming.

Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden zijn bestemd. In het bestemmingsplan wordt zoveel mogelijk eenduidig omgegaan met de bebouwingsmogelijkheden en toegestane functies bij bestemmingen voor de overige functies in het plangebied. In de bouwregels wordt aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. Om bepaalde ontwikkelingen te sturen, respectievelijk in de hand te houden, is bij sommige bestemmingen tevens gekozen voor het opnemen van een wijzigingsbepaling. Na het doorlopen van een procedure, kan aan deze 'flexibliteitsbepalingen' medewerking worden verleend. Inleidende regels Het bestemmingsplan voorziet in enkele inleidende regels. In deze paragraaf volgt een korte toelichting op deze regels. Artikel 1 Begrippen

43

Bestemmingsplan Wickengaard

Het opnemen van begripsomschrijvingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijk) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of de technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Artikel 2 Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven lengte, breedte, diepte, oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De nieuw aan te leggen groenelementen langs het water en de langzaamverkeerverbinding zijn structurerend en daarom als Groen bestemd. Hierbinnen zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m. Artikel 4 Verkeer - Wegverkeer De bestemming Verkeer - Wegverkeer is toegekend aan de belangrijkste wegen en bijbehorende bermen. Artikel 5 Water De bestemming Water is toegekend aan de bestaande, te verbreden watergangen in het plangebied. Artikel 6 Wonen De nieuwe woningen in het plangebied zijn bestemd als Wonen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen aaneengebouwde, gestapelde, twee-aaneen gebouwde en vrijstaande woningen. Per bouwvlak is het toegelaten aantal woningen bepaald.

Binnen de bouwvlakken wordt enige flexibiliteit geboden om bij nadere uitwerking van de omgevingsvergunningaanvragen de exacte positie van de gebouwen nog te bepalen. Voor de woningen gelegen langs de nieuwe weg wordt een afwisselend, landelijk beeld voorgestaan waartoe is voorgeschreven dat enige verspringing van de voorgevellijn moet worden gerealiseerd. Hier zijn zowel twee-aaneen gebouwde als vrijstaande woningen toegestaan. De twee-aaneen gebouwde woningen hoeven onderling niet te verspringen, daarom is geregeld dat (ten hoogste) 2 naast elkaar gebouwde woningen in dezelfde voorgevellijn mogen worden gebouwd. De maximum goot- en bouwhoogte van de woningen is gesteld op 7 resp. 10,5 meter waarbinnen woningen kunnen worden gerealiseerd die voldoen aan de huidige bouweisen zoals het Bouwbesluit. Het plan voorziet tevens in één appartementengebouw waar 11 betaalbare koopappartementen worden gerealiseerd. De toegelaten goot- en bouwhoogte is niettemin gelijk aan de nieuwe grondgebonden woningen. Algemene regels In het hoofdstuk 'Algemene regels' zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele bestemmingsplan. Dit zijn onder andere de regels die ver-plicht zijn gesteld in het Besluit ruimtelijke ordening zoals de anti-dubbeltelbepaling.

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunning-verlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Artikel 8 Algemene bouwregels Voor die gevallen waar legaal gebouwde bouwwerken afwijken van de in de regels gegeven maatvoering, is een vervangend voorschrift opgenomen waarbij die afwijkingen als zodanig zijn toegelaten. Voorts is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen onder gebouwen. Artikel 9 Algemene gebruik sregels Enkele gebruiksregels gelden voor alle bestemmingen en zijn daarom in het hoofdstuk algemene regels

44

Bestemmingsplan Wickengaard opgenomen. Het is bijvoorbeeld verboden om grond te gebruiken als stort- of opslagplaats of ten behoeve van een seksinrichting, waaronder een prostitutiebedrijf. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn afwijkingsbepalingen opgenomen die betrekking hebben op alle bestemmingen. Deels betreft het, met het oog op de feitelijke situatie of een concreet bouwplan, een in beperkte mate kunnen aanpassen van de reeds gegeven regels met betrekking tot het gebruik en/of de bebouwing. Deels betreft het ook het kunnen inspelen op een latente bij de planvoorbereiding niet concreet voorziene behoefte aan kleinschalige voorzieningen. Ook onzelfstandige woonruimten zijn via een algemene afwijking toegelaten, waarbij aan een aantal te stellen randvoorwaarden moet worden voldaan. Overgangs- en slotregels Het plan kent tot slot een hoofdstuk met overgangs- en slotregels. De overgangsregels regelen het overgangsrecht voor de bebouwing en het gebruik van de bebouwing in het plangebied. Deze worden opgenomen conform het Besluit ruimtelijke ordening. De slotbepaling geeft aan onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald. Overigens wordt voor beide regelingen verwezen naar de betreffende regels.

45

Bestemmingsplan Wickengaard

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van de gemeentelijke inspraakverordening zal het voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Het plan wordt eveneens toegezonden aan verschillende organisaties en instanties, voor een reactie in het kader van het wettelijk vooroverleg (conform artikel 3.1.1 Bro). 7.1.1

Inspraakprocedure

Er is sinds december 2018 gesproken met enkele omwonenden . Dit heeft tot verbeteringen van het plan geleid. Zo werd de aansluiting van het plan van de Spoorlaan naar de Wickenburghselaan verlegd. Ook is het plan gewijzigd van één straatje met aan beide zijden woningen, naar een pad met alleen aan de westkant woningen. Hierdoor ontstond meer afstand tot de voormalige eendenkooi. Ook kwam er meer water en groen in het bouwplan. Met particuliere eigenaren op de Wickenburghselaan is gesproken over het oplossen van wateroverlast. Ook met Viveste is overleg gevoerd. De meeste woningen die aan het plan grenzen zijn huurwoningen van Viveste en de woningbouwcorporatie heeft geen bezwaar tegen deze ontwikkeling. Op 20 maart 2019 is er tussen 17.00 en 20.00 uur een inloopbijeenkomst over nieuwbouwproject Wickengaard te Schalkwijk gehouden. De direct omwonenden waren per brief uitgenodigd. Op 13 maart 2019 is er ook een uitnodiging voor de inloopavond in het Houtens Nieuws geplaatst. Het plangebied waar de woningen gebouwd moeten worden ligt in Schalkwijk achter de Wickenburghselaan en de Jhr. Ramweg 26. Alle vragen en antwoorden zijn in een vraag- en antwoordnotitie (zie Bijlage 17) vastgelegd. Eén van de wensen was om meer betaalbare woningen te bouwen. Deze wens is ingevuld door een twee-onder-een-kapper te vervangen door drie rijwoningen.

In de periode maart tot en met september 2019 is nog meermalen met bewoners gesproken over het plan en de bestaande wateroverlast. Tijdens een RondeTafelGesprek (RTG) van 8 oktober 2019 spraken 11 bewoners in. Aan de hand van de inspraakreacties is een uitgebreide vraag- en antwoordnotitie gemaakt die op 18 december 2019 naar de insprekers en de raadsleden is verzonden (zie Bijlage 18). Van oktober 2019 tot en met april 2020 zijn nog meerdere vervolggesprekken met individuele bewoners en met groepen omwonenden geweest: nogmaals over de wateroverlast, over de vraag of er perenbomen behouden kunnen worden en over de omvang/situering van de nieuw te bouwen woning het dichtst bij de Jhr. Ramweg - wat heeft geleid tot planaanpassing en instemming van de directe buren. Enkele direct omwonenden hebben een petitie opgesteld voor het behoudt van de boomgaard en woningbouw in de weilanden buiten Schalkwijk" de petitie is door enkele honderden mensen binnen en buiten Schalkwijk ondertekend. In gesprekken met de opstellers is aangegeven dat de boomgaard weinig natuur- en cultuurhistorische waarde heeft en dat provinciaal beleid en de eigendomssituatie het onmogelijk maakt buiten Schalkwijk te bouwen voordat eerst alle bouwmogelijkheden binnen de kern zijn benut. Wickengaard is een locatie waar woningbouw mogelijk is.".

Enkele bewoners van Schalkwijk hebben ook een petitie opgesteld voor de komst van betaalbare woningen in en rond Schalkwijk. Ook deze is door enkele honderden personen ondertekend. In Wickengaard zullen 11 van de 33 woningen een verkoopprijs hebben die niet hoger is dan € 265.000,= (prijspeil 1-1-2018). Een overzicht van alle onderzoek en participatie activiteiten is weergegeven in het overzicht Notitie participatie en onderzoek d.d. 1 december 2020 (zie Bijlage 19).

46

Bestemmingsplan Wickengaard

7.1.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de provincie Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden gevraagd een reactie te geven op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Hierna worden de ingekomen reacties weergegeven. Provincie Utrecht De provincie heeft op 26 juni 2019 laten weten geen opmerkingen op het bestemmingsplan te hebben. Het plan ligt binnen de rode contour van Schalkwijk en kent geen planologische of milieukundige bezwaren. Ook wat betreft de Nieuwe Hollandsche Waterlinie heeft het geen invloed. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Op 12 juni 2019 heeft het Hoogheemraadschap aangegeven dat de toegezonden waterparagraaf akkoord is, waarbij enkele suggesties zijn gedaan voor verbetering. Daarover is nadere afstemming geweest. Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is overleg gevoerd over de mogelijkheid om van twee zijden het gebied in te rijden voor hulpdiensten en de daarvoor benodigde maatvoering. Voor het overige had de VRU geen opmerkingen. 7.1.3

Zienswijzeprocedure

PM

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente Houten zijn een anterieure overeenkomst aangegaan waarin het verplichte kostenverhaal is geregeld.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=9e375dfd-90bf-4129-b68a-7085f904143d