Bijlage 1 b 3 16. 2019-05-22, Externe veiligheid Wickengaard_Rap193886.pdf
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV M.H. Tromplaan 55 7513 AB Enschede
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
Project Datum
193886 22 mei 2019
Opdrachtgever Dura Vermeer Bouw Midden West BV t.a.v. Désirée de Zwaan - Schoone Spaarneweg 31 2142 EN Cruquius
Externe veiligheid /Wickengaard in Schalkwijk
Project
193886
Datum
22 mei 2019
Auteur Review Versie nr.
S.J.M. van Veldhoven A.J.H. Schulenberg 01
Opdrachtgever
Dura Vermeer Bouw Midden West BV t.a.v. Désirée de Zwaan - Schoone Spaarneweg 31 2142 EN Cruquius
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Wet- en regelgeving _________________________________________ 5 2.2 Risicobenadering ____________________________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 8 3.1 Plangebied _________________________________________________ 8 3.2 RBM II ____________________________________________________ 8 3.3 Transportintensiteit __________________________________________ 9 3.4 Spoortraject ________________________________________________ 9 3.5 Bebouwing ________________________________________________ 10 4 Resultaten risicoberekening ____________________________________ 11 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 11 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 11 4.3 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 13 5 Conclusie ____________________________________________________ 14 Referenties _____________________________________________________ 15
3
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
1 Inleiding Er bestaan plannen voor de bouw van maximaal 35 woningen in de voormalige boomgaard in het dorp Schalkwijk. De locatie ligt binnen 200 m van de spoorlijn Utrecht - Den Bosch waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. De resultaten van de risicoberekeningen worden in deze rapportage gepresenteerd. De rapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt de normstelling externe veiligheid voor transportroutes samengevat. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten van de risicoberekening beschreven. Hoofdstuk 4 bevat het resultaat van de risicoberekening. Hoofdstuk 5 ten slotte bevat de conclusie.
4
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Wet- en regelgeving Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [1]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [2].
2.2
Risicobenadering De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [4]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
2.2.1
Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.
Type object
Omgevingsbesluit
Kwetsbare objecten
Grenswaarde PR 10-6
Beperkt kwetsbare objecten
Richtwaarde PR 10-6
Tabel 1.
Normen plaatsgebonden risico
5
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [3]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10 -6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].
2.2.2
Groepsrisico Indien een plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet. Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen: 1°.
de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en
6
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan. Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld. Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.
Oriëntatiewaarde
Figuur 1.
Voorbeeld groepsrisico transportroute
7
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Plangebied Het plangebied ligt op ongeveer 65 m van de spoorlijn Breukelen – Betuweroute Meteren die onderdeel is van het basisnet (route 71). Figuur 2 toont de ligging van het plangebied en de spoorroute te hoogte van het plangebied.
Figuur 2.
3.2
Ligging plangebied en spoorroute 71
RBM II Het risico van het transport wordt berekend met RBM II versie 2.3 [6]. De methodiek is samengevat in hoofdstuk 2. De berekening wordt uitgevoerd conform de Handleiding risicoanalyse transport [5]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig:
8
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
De transportintensiteit van gevaarlijke stoffen. Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een spoorketelwagen met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt. Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De meteorologische condities: hiervoor is weerstation Soesterberg gebruikt.
3.3
Transportintensiteit Gerekend is met de voorgeschreven vervoersintensiteiten conform bijlage 2 van de regeling Basisnet [3]. Deze worden getoond in tabel 2. Ook de zogenoemde warme/koude Bleveverhouding die is afgeleid uit de samenstelling van de vervoersstroom is een invoerparameter. Bij de risicoberekening wordt standaard aangenomen dat 29% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur evenredig verdeeld over de dagen van de week [5]. Er is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied op het traject.
Hoofdcategorie
Stofcat.
Voorbeeldstof
Brandbaar gas
A
Propaan
600
Toxisch gas
B2
Ammoniak
200
B3
Chloor
Brandbare vloeistof
C3
Pentaan
2750
Toxische vloeistof
D3
Acrylnitril
200
D4
Acroleïne
100
Warme/koude
A
Propaan
0
Bleve-verhouding
B2
Ammoniak
1.98
Tabel 2.
3.4
Aantal
0
Vervoershoeveelheden cf. regeling Basisnet
Spoortraject Tabel 3 toont de van toepassing zijnde parameters voor het te beschouwen trajectdeel. Traject deel
Breedtecat. [m]
Rekenbreedte [m]
Wisseltoeslag
Baanvaksnelheid
Frequentie [1/skw-km]
71T
0-24
9
Nee
Hoog
2.772 10-8
Tabel 3.
Trajecteigenschappen
9
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
3.5
Bebouwing Omgeving
Binnen een zone van 995 m rond het spoor, het invloedsgebied van stofcategorie B2, is de bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [7]. Voor de omzetting naar het bevolkingsbestand voor RBM II is de drempelwaarde voor een object verlaagd naar 25 personen per object. Dit betekent dat als een bouwvlak meer dan 25 personen telt, de bevolking wordt geleverd in polygonen (vlakken). Beneden deze drempelwaarde zijn personen toegekend aan het bevolkingsgrid met een standaard gridgrootte van 50 x 50 m. Voor overige instellingen zijn de standaardwaarden gehanteerd. Plangebied
Het plangebied is in de huidige situatie braakliggend. In de toekomstige situatie worden 35 woningen verondersteld [9]. Uitgegaan wordt van 2.4 personen per woning waarvan 50% overdag en 100% ’s nachts aanwezig is. Dit resulteert in 42 personen in de dag- en 84 personen in de nachtsituatie. Het plangebied en de bevolking in de omgeving van de spoorlijn worden grafisch weergegeven in figuur 3.
Figuur 3.
Bevolking
10
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
4 Resultaten risicoberekening 4.1
Plaatsgebonden risico In bijlage 1 van de regeling Basisnet zijn voor wegen behorende tot het Basisnet afstanden vastgelegd voor het zogeheten PR-plafond (de plaatsgebonden risicocontour 10-6). Voor spoortraject 71T is de waarde gelijk aan 0 m. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op het midden van het spoor niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.2
Groepsrisico Figuur 4 toont de groepsrisicocurven voor het kilometervak met het hoogste groepsrisico voor de huidige en toekomstige situatie. De herontwikkeling leidt niet tot een toename van het groepsrisico.
Figuur 4.
GR voor de huidige situatie en de toekomstige situatie Huidige bebouwing Toekomstige bebouwing
Figuur 5 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. In de figuur is het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat weergegeven met
11
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
blauwe cirkels. Geel gemarkeerd is het ongevalspunt dat de grootste bijdrage levert aan het groepsrisico van dit kilometervak.
Figuur 5.
Ligging kilometer hoogste groepsrisico, toekomstige situatie Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico omvat en een aanduiding van de grootte van dit groepsrisico. Groen gekleurd is kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico Deel van het traject met een groepsrisico kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde
Tabel 4 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. In de tabel is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.001 betekent bijvoorbeeld dat het groepsrisico ongeveer 1000 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde.
Nr.
Situatie
GR t.o.v. OW
1
Huidig
0.001
2
Toekomstig
0.001
Tabel 4.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
12
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
4.3
Plasbrandaandachtsgebied Het PAG is het gebied tot 30 m van het spoor waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van de spoorbundel. In de regeling Basisnet is voor het hier beschouwde traject geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) voorgeschreven [3].
13
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
5 Conclusie Het externe veiligheidsrisico door het transport van gevaarlijke over de spoorlijn Breukelen Betuweroute Meteren ter hoogte van Schalkwijk is berekend voor de bestaande en de toekomstige situatie. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de resultaten worden in dit hoofdstuk benoemd. Plaatsgebonden risico Er is geen sprake van een 10-6 risicocontour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering. Groepsrisico Het groepsrisico is zowel in de huidige situatie als na de realisatie van de woningen gelijk aan 0.001 keer de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat het groepsrisico in zowel de huidige als de toekomstige situatie kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde en niet toeneemt. De verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Er is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied.
14
Externe veiligheid / Wickengaard in Schalkwijk
Referenties 1.
Ministerie I&M
2013
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Staatsblad 2013, nr. 465
2.
Ministerie I&M
2014
Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten Staatscourant 1 oktober 2014, nr. 25839
3.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet Staatscourant 19 maart 2014, nr. 8242
4.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Staatsblad 2004, nr. 250
5.
Ministerie I&M
2017
Handleiding Risicoanalyse Transport Versie 1.2
6.
Ministerie I&M
2012
RBM II versie 2.3
7.
Impuls Omgevings Veiligheid
2018
BAG-populatieservice, versie 2019-01 https://populatieservice.demis.nl
8.
Geonovum/ Kadaster
2018
Ruimtelijkeplannen.nl
9.
Van Riezen & Partners
2019
Informatie verkregen van opdrachtgever
15