Bijlage 1 b 3 05. 2019-08-04, QS rapport Wijckengaard te Schalkwijk D3.pdf
Tekst van het document
Quick scan ecologie Wickengaard te Schalkwijk
4 augustus 2019
Pagina 1
Samenvatting Op de boomgaard Wickengaard te Schalkwijk in de gemeente Houten worden voorbereidingen getroffen voor het bouwen van 33-35 woningen met toegangswegen op en naar het perceel. Het perceel ligt binnen de bebouwde kom van de Schalkwijk in de gemeente Houten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 13 mei 2019 is gebleken dat er geen kans is op aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen binnen planlocatie. De steenuil is mogelijk aanwezig in de holle treurwilg. Vervolgonderzoek zal noodzakelijk zijn als de wilg niet behouden kan blijven in de nieuwe situatie. Gezien de waarnemingen van buizerd en ransuil zal er rekening gehouden moeten worden met deze vogels in de directe omgeving van de planlocatie tijdens werkzaamheden. Het werken met een ecologisch werkprotocol wordt aanbevolen. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is mogelijk nodig. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is afwezig. Een berekening van de stikstofdepositie is niet nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn uit te sluiten.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Bronnen
Op de boomgaard Wickengaard te Schalkwijk in de gemeente Houten worden voorbereidingen getroffen voor het bouwen van 33-35 woningen met ontsluitingswegen. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Aanvullend worden enkele suggesties gegeven voor Natuurplus bouwen. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 13 mei 2019 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Ligging van het perceel
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Dura Vermeer Bouw Midden West BV 19.106 4 augustus 2019 Michel Nieuwhof P.J.H. van der linden definitief
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden Het perceel Wickengaard te Schalkwijk ligt binnen de bebouwde kom van Schalkwijk in de gemeente Houten. De directe omgeving van het perceel betreft een woonwijk met rijtjeswoningen aan de noordzijde, een treinspoorlijn en weilanden aan de oostzijde, een bosschage aan de zuidzijde en en woonboerderijen aan de westzijde. De Natura 2000-gebieden liggen op grote afstand. Op 7,5 kilometer afstand van de onderzoekslocatie ligt een Natura 2000-gebied nabij De Waai in Culemborg. De gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen op 1,2 kilometer afstand van de onderzoekslocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland.
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 13 mei 2019 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocaties. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocaties. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocaties. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocaties sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken.
Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocaties en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten. Tijdens het veldbezoek van 13 mei 2019 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocaties.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Waarnemingen van derden geven een indicatie van de potentie. De waarnemingen tijdens het veldonderzoek zijn echter leidend. Belangrijk is dat de waarnemingen van derden vaak de ecologisch informatie missen – het zijn zogenoemde losse waarnemingen. Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd(waarneming.nl, quickscanhulp.nl). Waarnemingen van steenuil wordt recent gedaan direct aan de overzijde van het spoor van het perceel. Waarnemingen van ransuil worden gedaan langs de Lange dijk nabij het perceel en op meerdere plekken in de Blokhoven polder. Ook worden er recente waarnemingen nabij het perceel gemeld van Buizerd op de Polderlaan. Er zijn waarnemingen van vleermuizen in de de Blokhoven polder. Echter zijn deze allemaal ver van de het perceel. Dichtstbijzijnde waarnemingen van huismussen worden gedaan op de Jonkheer Ramweg. Van gierzwaluwen waarnemingen gemeld in de Blokhoven polder ver van het perceel. Vegetatie en planten Het perceel is een voormalige fruitboomgaard. Op het perceel zijn een groot aantal fruitbomen aanwezig van maximaal 2,20 meter hoog en een stamdikte van 10 tot 30 cm. Met uitzondering van 15 bomen aan de zuidzijde van de boomgaard. Deze bomen hebben de zelfde hoogte maar zijn iets dikker namelijk 50-60 cm.
Twee bomen hebben kleine holtes in de stam (2x3x3 cm) waar geen dieren in zijn aangetroffen. De overige bomen vertonen geen holtes in de stammen. De wortels van sommige bomen zijn iets open komen te liggen waardoor wel holtes zijn ontstaan onder de bomen. Tussen de bomen ligt gras wat regelmatig gemaaid wordt. Aan zuidwestkant langs het perceel staan een aantal struiken en een grote conifeer. Langs de randen van het perceel aan de zuid en oostzijde is een sloot aan aanwezig met daar langs riet,brandnetels en fluitenkruid. Aan de noordzijde van het plangebied net buiten de boomgaard is een grasveld met een aantal bomen zoals kastanjes, eiken en een treurwilg. De treurwilg heeft aan de noordzijde een duidelijk grote holte in de stam. Langs de sloot kant aan de overzijde van de oostzijde langs de Spoorlaan staat een rij knotwilgen. Aan de zuid oostzijde van het perceel is een zeer diverse bosschage aanwezig met veel verschillende soorten vegetaties en poelen. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden.
Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschik-
Pagina 5
te verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. Op het perceel staat op dit moment alleen fruitbomen en een aantal grotere bomen net buiten de boomgaard. De aangetroffen holtes zijn niet geschikt voor vleermuizen om zich hier te vestigen. Wel kunnen er vleermuizen verwacht worden in de bebouwing en eventueel uit de bosschage in de directe omgeving van het perceel, maar buiten de invloedssfeer van het project. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden Aan de noordrand van het perceel staat een houtsingel en aan de oostzijde een bosje. Het perceel bevind zich binnen de bebouwde kom van Schalkwijk.
De kans op een jachtgebied langs de houtsingel en rondom het bosje is aanwezig. De laagstamfruitboomgaard zelf is geen jachtgebied. Het is gezien de directe omgeving van het perceel is het perceel en directe omgeving geen essentieel jachtgebied. Ook potentiële vliegroutes zijn mogelijk aanwezig langs de houtsingel. Effecten van nieuwbouw op het jachtgebied of de vliegroute zijn niet waarschijnlijk, omdat zowel de houtsingel als het bosje niet wordt aangetast. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet noodzakelijk gezien de locatie van het perceel en de opbouw van de omgeving. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel, spitsmuizen en muizen. Er zijn holtes onder een aantal fruitbomen die gelegenheid bieden voor deze soorten op het perceel. De kans op aanwezigheid van de kleine marters is er niet vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De omgeving heeft geschikt habitat voor de huismus. Echter zijn er geen huismussen aange-
Pagina 6
troffen binnen de planlocatie of rond de planlocatie tijdens het gehele onderzoek. De aanwezigheid van gierzwaluwen het perceel is niet mogelijk gezien het ontbreken van geschikte verblijfplaatsen in de vorm van bebouwing op het perceel. In de omgeving zijn volgens bronnen steenuilen waargenomen. De wilgen in de omgeving maken de aanwezigheid van steenuilen aannemelijk. Er zijn echter tijdens het onderzoek geen sporen gevonden van steenuilen in de betreffende wilgen of in de bomen op of in de directe omgeving van het perceel. Met uitzondering van de treurwilg bieden de bomen op het perceel geen mogelijkheid voor steenuil om zich hier te vestigen. Op de kart staat met een paarse stip aangegeven waar de treurwilg staat. In de directe omgeving worden waarnemingen gemeld van buizerd. Tijdens het onderzoek zijn 2 buizerds waargenomen in de bosschage aan de zuidoost zijde van het perceel. Het is niet uit te sluiten dat de buizerds zich gevestigd hebben in de bosschage. Tijdens het onderzoek is de roep van een ransuil waargenomen vanuit de bosschage aan de zuidoostzijde van het perceel. Het is niet uit te sluiten dat ransuilen zich gevestigd hebben in de bosschage. Algemene broedvogels Gezien vegetatie op het perceel en de omgeving is de kans op aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels aanwezig.
Er zijn geen nesten van vogels aangetroffen in de bomen of struiken tijdens het onderzoek. Herpetofauna en vissen Er is geschikt oppervlaktewater aanwezig in de directe omgeving van het het perceel. Watergebonden organismen worden daarom mogelijk geacht aan te treffen op het perceel. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen de planlocaties. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocaties.
Treurwilg met holte geschikt als nest voor de steenuil.
Pagina 7
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 13 mei 2019 is gebleken dat er geen kans is op aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen binnen planlocatie. De locatie bestaat uit een laagstamfruitboomgaard, dergelijke plekken zijn weinig geschikt voor de steenuil. Er is een kleine kans dat in de holle treurwilg een nest van de steenuil zit. Gezien de waarnemingen van buizerd en ransuil zal er rekening gehouden moeten worden met deze vogels in de directe omgeving van de planlocatie tijdens werkzaamheden. Het werken met een ecologisch werkprotocol wordt aanbevolen. Zorgbeginsel Binnen het gebied is een kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten het werkterrein intact te worden gelaten.
Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.
Pagina 8
Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op grote afstand (7,5 km) van de planlocatie. De werkzaamheden betreft nieuwbouw van 33-35 woningen op het perceel. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is afwezig. De nieuwbouw woningen worden gasloos gebouwd, waardoor er geen emissie is. Er is wel een lichte toename van het verkeer, maar dat heeft geen invloed op de Natura 2000-gebieden op grote afstand. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zal niet nodig zijn gezien de aard van de werkzaamheden. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op grote afstand van de planlocaties. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht. Natuurplus bouwen Er zijn verschillende mogelijkheden om met de bouw van woningen rekening te houden met de natuurwaarden of deze te bevorderen. Behoud van grote bomen en afschermend groen bij de planning is een eerste maatregel. Verder zijn er mogelijkheden voor het integreren van nestgelegenheid voor huismus of gierzwaluw of verblijfplaatsen voor vleermuizen. Voor de huismus zijn vogelvides of nestkastjes goede mogelijkheden. Deze moeten niet in de volle middagzon hangen.
Voor de huismus is het van belang dat in de directe omgeving inheemse wintergroene struiken of bomen aanwezig zijn; denk bijvoorbeeld aan liguster of klimop. Naaldbomen zijn minder geschikt. Voor de gierzwaluw zijn goed functionerende inbouwstenen beschikbaar. Ook deze moeten niet in de volle zon hangen. Zowel voor de huismus als de gierzwaluw geldt dat een cluster van nesten beter werkt dan verspreid ophangen van nestkastjes. Vleermuizen zitten wel graag warm, de zuid of zuidwest gevel geeft een goed microklimaat. Voor vleermuizen is het toegankelijk maken van de luchtspouw (en het vermijden van irriterend materiaal voor de isolatie) een eenvoudige en bewezen techniek. Vleermuizen hebben baadt bij windluwe plekken waar veel insecten gevangen kunnen worden. Bij de keuze voor vleermuizen is het van belang om terughoudend gebruik te maken van verlichting. Het verlichtingsniveau mag niet boven normale straatverlichting uitkomen. Het liefst worden geen hoge lichtmasten geplaatst.
Pagina 9
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Op de boomgaard Wickengaard te Schalkwijk in de gemeente Houten worden voorbereidingen getroffen voor het bouwen van 33-35 woningen met toegangswegen op en naar het perceel. Het perceel ligt binnen de bebouwde kom van de Schalkwijk in de gemeente Houten Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 13 mei 2019 beoordeeld of er beschermde plantenen diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 13 mei 2019 is gebleken dat er geen kans is op aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen binnen planlocatie. Op het terrein staat een holle treurwilg. Het is mogelijk dat de holte gebruikt wordt door een steenuil. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk omdat de wilg behouden blijft in de nieuwe situatie. Gezien de waarnemingen van buizerd en ransuil zal er rekening gehouden moeten worden met deze vogels in de directe omgeving van de planlocatie tijdens werkzaamheden. Het werken met een ecologisch werkprotocol wordt aanbevolen. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is mogelijk nodig.
Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland
– Anonymus (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12 – Anonymus (2017). Kennisdocument Gierzwaluw. BIJ12 – Anonymus (2017). Kennisdocument Huismus. BIJ12 – Alterra (z.j.). Natura 2000 gebieden. https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/. – Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur – Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. – Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn. – Waarneming.nl - provincie-utrecht.nl - quickscanhulp.nl*
* Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wat betreft verspreiding wel of niet in het plangebied kan voorkomen.
De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is afwezig. Een berekening van de stikstofdepositie is niet nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn eveneens uit te sluiten.
Pagina 10