Bijlage 1 aanvraagformulier vangnetuitkering
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden.
1 Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022
1
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •
•
•
• •
Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG2.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is
2 Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG
2
voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023
3
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
4
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. In 2022 nam het bijstandsvolume in Houten met 6 procent toe, van 502 naar 532 huishoudens. In 2023 is daar 1,9 procent bovenop gekomen, door verdere groei naar 542 huishoudens. Daarmee wijkt het beeld van Houten af van de lagere gemiddelden in de Divosa benchmark. Met een dergelijk sterke groei is bij de berekening c.q.
verdeling van het BUIG-budget geen rekening gehouden. Daar werd een krimp van het volume voorspeld. De toename is voornamelijk het gevolg van sterk gestegen instroom vanaf september 2022, die daarna ook hoog is gebleven. Een belangrijke oorzaak van die instroom is de taakstelling huisvesting van statushouders. In 2020 stroomden 11 statushoudershuishoudens in. Een jaar later waren het er 38 en in 2022 liep het aantal op tot 65 extra huishoudens. Ten opzichte van een bijstandsvolume van toen ruim 500, is dat een fors aandeel. Vooral omdat statushouders niet snel weer uitstromen. Met dat grotere volume zijn we 2023 gestart, waarna er in 2023 nog eens 41 statushuishoudens instroomden. De taakstelling voor de opvang van statushouders is gekoppeld aan het inwonertal. Voor gemeenten met een lage bijstandsdichtheid zoals Houten, gaat het aandeel statushouders in het bestand steeds zwaarder wegen. Uitstroom naar werk is voor die mensen extra lastig te realiseren. Ook de huisvesting van tienermoeders vanuit stichting Timon zorgt voor voortdurende instroom in de bijstand. Aan de andere kant zien we ook toenemende uitstroom vanaf september 2022, maar die is niet voldoende om volumegroei te voorkomen. De hoge instroom heeft niet tot hogere herinstroom geleid. Die geeft in 2022 en 2023 juist een sterk dalend beeld te zien. Dat duidt op een duurzaam karakter van de gerealiseerde uitstroom.
De uitstroom als geheel is ook toegenomen en lag in 2023 duidelijk boven het niveau van de benchmark. Dat was echter niet voldoende om volumegroei te voorkomen.
5
Vanaf de herfst van 2021 is het gemiddeld percentage beëindigingen van uitkeringen vanwege werk gaan stijgen. Het is daarna altijd boven benchmarkniveau gebleven, ondanks de moeilijke economische omstandigheden van werkgevers. In het bestand van Houten komen veel jongeren voor. Dat is al jaren het geval. Bijna 22 procent van de bijstandshuishoudens valt in de leeftijdscategorie 18-27 jaar. Dat is bijna het dubbele van het benchmarkgemiddelde. Door de huisvestingsmogelijkheden in Houten, worden relatief veel jonge alleenstaande statushouders gehuisvest. Van de instroom van statushouders in 2023, was de gemiddelde grootte van het huishouden 1,6 personen. Het aantal parttime werkenden blijft in Houten achter bij de benchmark. Zij genereren gemiddeld wel meer inkomsten dan het benchmarkgemiddelde. Om de gemiddelde prijs positief te beïnvloeden ondernemen we acties om parttime werken te bevorderen. Een belangrijke aanpassing zien we in het eenvoudiger doorgeven van wisselende parttime inkomsten. Het is een van de mogelijkheden tot kostenreductie die in 2023 is uitgewerkt en in 2024 wordt toegepast. Ons debiteuren- en incassobeleid resulteert in goede resultaten. Wellicht is daarin nog iets te verbeteren, maar onze aandacht gaat daar niet primair naar uit. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren.
Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Wij zetten in op duurzame uitstroom naar werk. In de afgelopen crisisjaren was het lastig om dat te realiseren, maar wij hebben er wel aan vast gehouden. Ook in de toekomst blijven we dat doen omdat we geloven in het positieve effect van langdurig bijstandsonafhankelijk te zijn. Als het gaat om voorzieningen en ontheffingen arbeidsverplichting zien we duidelijk naar voren komen dat we klanten meer en meer individueel en regelmatig spreken. De trend van het aantal ontheffingen arbeidsverplichting liep aanvankelijk op tot het voorjaar van 2022. Daarna is een daling ingezet die het gevolg is van de meer individuele benadering van de klant en diens persoonlijk situatie. Onze inzet op jongeren zien we in Houten niet terug in een relatief laag aandeel jongerenhuishoudens in het bestand. Het tegendeel is eerder waar. De huisvesting van jonge alleenstaande statushouders en de opvang en huisvesting van tienermoeders zijn daar de belangrijkste oorzaken van. Onze inzet op de doelgroep jongeren blijft onverminderd doorgaan, om te voorkomen dat ze al vroeg van een uitkering afhankelijk worden. Door parttime werk kunnen we de kosten van uitkeringen beperken. Daar is voor ons nog resultaat te boeken.
We zetten in op stimulering van parttime werken en hebben een nieuw systeem ontwikkeld voor de verrekening van wisselende inkomsten. Dat is een versimpeling die helpt om de drempel naar parttime werk te verlagen. Wij constateren dat we relatief weinig gebruik maken van het instrument loonkostensubsidie. Ook daarin zien we mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkeringen te beperken. Er is een stijgende lijn te zien, maar wij verwachten op dat gebied meer te kunnen realiseren en zetten daar op in, voor zover kandidaten daartoe de mogelijkheden hebben en werkgevers bereidheid tonen.
6
Met ingang van 2023 leggen we alle signalen van het Inlichtingenbureau vast in Suite 4 sociaal domein. Daardoor is de opvolging inzichtelijk en bij controle vaneen uitkeringsdossier ook onderdeel van de interne controle. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Door meer in te zetten op parttime werken verlagen we de gemiddelde prijs van de uitkeringen. Zowel door uitbreiding van bestaande uren als het helpen van meer mensen aan werk. Ook het vaker inzetten van het instrument loonkostensubsidie draagt bij aan beperking van de uitgaven. Ons debiteuren- en incassobeleid kunnen we goed noemen. Op veel openstaande vorderingen wordt afgelost en dat willen we bestendigen door adequaat en tegelijk ook menselijk debiteurenbeheer. We passen maatwerk toe waar dat beter is, gezien de persoonlijke situatie van de klant. Door alle signalen van het Inlichtingenbureau te koppelen aan het uitkeringsdossier in Suite 4 sociaal domein, hebben we zicht op de afwikkeling daarvan en vallen ze sinds 2023 ook onder de interen controle als het om de opvolging gaat.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
x
De kadernota, de begroting.
x
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
x
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)
x
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
x
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
7
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. Om te beginnen gaan we in op de omvang van het tekort dat in 2023 is ontstaan. Voor onze analyse kijken we vervolgens naar de uitgaven aan de hand van de onderwerpen volume en prijs. Daarna komen de inkomsten aan bod aan de hand van de onderwerpen verrekening, handhaving en debiteuren.
BUIG-budget en tekort Omvang van het tekort De gemeente Houten ontving over 2023 een rijksbijdrage van € 8.150.952. De netto uitgaven BUIG bedroegen in 2023 € 9.146.750. Het tekort kwam uit op € 995.798 (12,22 procent). Prognose van de Vangnetuitkering De eigen risicodrempel bedraagt 7,5 procent van de rijksbijdrage. Voor Houten is dat € 611.321. Het tekort boven 7,5 procent bedraagt € 384.477. De aanspraak op de vangnetuitkering 2023 bedraagt 50 procent van het verschil tussen het tekort en het eigen risico, tenzij het tekort boven 12,5 procent ligt. Voor Houten komt de aanspraak op het vangnet neer op € 192.238. Bepaling BUIG-budget Omdat het inwonertal van Houten boven de grens van 40.000 ligt, is het budget voor Houten gebaseerd op objectieve factoren. Kort gezegd komt het er op neer dat de lokale omstandigheden bepalend zijn voor de kans dat een huishouden afhankelijk wordt van een bijstandsuitkering. Aan die objectieve factoren liggen ramingen ten grondslag. Als de werkelijkheid daar negatief van afwijkt, ontstaat een tekort op het budget. Het omgekeerde kan ook het geval zijn. Verdeelmodel macrobudget en rekentool Voor het betalen van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies, wordt eind september voor het komende jaar door het ministerie van SZW een voorlopig macrobudget BUIG vastgesteld. In het voorjaar van het lopende jaar vinden daar bijstellingen op plaats.
En in september van het lopende jaar wordt het definitieve macrobudget bekend gemaakt. Dat gebeurt tegelijk met de voorlopige vaststelling voor het komende jaar. Voor grotere gemeenten zoals Houten geldt dat aan de hand van een verdeelmodel wordt berekend welk aantal huishoudens met een BUIG-uitkering wordt verwacht en welke gemiddelde nettoprijs daarop van toepassing is.
8
De uitkomst daarvan bepaalt het procentuele deel van het macrobudget dat aan de gemeente wordt toegekend. Aan die taartpunt verandert in de loop van het jaar niets qua percentage. Wel kan het bedrag wijzigen als het macrobudget wordt bijgesteld. In de kern gaat het bij het model om de kans dat een huishouden, gegeven specifieke omstandigheden, in de bijstand terecht komt. SEO Economisch Onderzoek biedt ter ondersteuning een rekentool aan, voor de analyse van de verschillen tussen voorspelling en realisatie. Die rekentool is gebruikt bij de analyse hierna. Divosa benchmark werk en Inkomen Bij de analyse hebben we gebruik gemaakt van de Divosa benchmark werk en inkomen (hierna te noemen: Divosa benchmark). De gemeente Houten (i.c. Werk en Inkomen Lekstroom) neemt daar al 10 jaar aan deel. Alle in de analyse opgenomen grafieken en tabellen hebben de Divosa benchmark als bron.
Uitgaven - Bijstandsvolume Achtereenvolgens gaan we in op de ontwikkeling van het bijstandsvolume, de instroom in de bijstand en de uitstroom uit de bijstand. Ontwikkeling van het bijstandsvolume Voor het verkennen van de oorzaken van het budgettekort kijken we in eerste instantie naar het bijstandsvolume. Dat is het aantal huishoudens dat afhankelijk is van een uitkering levensonderhoud. Aan het eind van 2021 waren dat in Houten 502 huishoudens. Uit onderstaande indexgrafiek blijkt dat het bijstandsvolume in Houten vanaf het voorjaar van 2022 duidelijk is toegenomen. In 2022 groeide het bijstandsvolume per saldo met 30 huishoudens tot 532 aan het einde van dat jaar. Daar zijn in 2023 per saldo nog eens 10 huishoudens bijgekomen, waarna het volume aan het eind van 2023 op 542 huishoudens uitkwam.
De ontwikkeling van het volume zien we ook terug in deze indexgrafiek. Die vertoont voor Houten het oplopende patroon dat we hiervoor al schetsten. Pas aan het eind van 2023 treedt een lichte daling op. De ontwikkeling van het bijstandsvolume wijkt af van de referenties in de benchmark, die veelal een dalende index laten zien. 9
Verwachting versus realisatie bijstandsvolume Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikt een objectief verdeelmodel om de noodzakelijke bijstandsuitgaven in te schatten. In opdracht van het ministerie hebben SEO Economisch Onderzoek en Atlas Research de verdeling van de bijstandsbudgetten voor 2023 berekend op basis van zo actueel mogelijke gegevens. Daarvoor is de eerder genoemde rekentool/budgettool gebruikt. Voor Houten heeft dat de volgende uitkomst opgeleverd. De basis voor de berekening 2024 is het werkelijk aantal huishoudens dat bijstand ontvangt in het jaar t-2 (2022). Dat is in het model gesteld op 523. In de Divosa benchmark is het gemiddelde volume BUIG (trendwaarde) ultimo 2022 voor Houten berekend op 522. Hoewel er sprake is geweest van in- en uitstroom en er tussentijds ook hogere en lagere standen zijn geweest, komt dat nagenoeg overeen. De trendwaarde een jaar eerder (ultimo 2021) kwam uit op een vergelijkbare 525. De trendwaarde een jaar later (ultimo 2023) is in de benchmark op een aanmerkelijk hoger niveau terecht gekomen, namelijk 544. Daaruit blijkt in de trend een toename met ruim 4 procent in 1 jaar tijd. In de voorspelling van het model is daarentegen van een krimp van het volume uitgegaan. Het door het model voorspelde aantal bijstandshuishoudens in 2023, minus het werkelijk aantal bijstandshuishoudens in 2021 is berekend op min 22.
De werkelijkheid is dat er geen sprake is van krimp, maar van groei met 22 huishoudens. Dat levert een verschil op van 44 huishoudens. Bij de gemiddelde netto prijs van een uitkering in Houten in 2023 van € 16.616 resulteert dan in een tekort van € 731.100. De huisvesting van statushouders heeft voor Houten grote invloed op het bijstandsvolume. De taakstelling is gekoppeld aan het inwonertal van een gemeente. Statushouders maken in een gemeente met een lage bijstandsdichtheid een onevenredig groot deel van het bijstandsvolume uit. Daar komt bij dat statushouders veelal zijn aangewezen op een uitkering en daar langere tijd van afhankelijk blijven. Instroom Een inwoner die meent recht te hebben op een bijstandsuitkering, wordt bij de melding en ook tijdens het eventuele aanvraagproces geïnformeerd over de wederzijdse rechten en plichten. Wij passen een zorgvuldige aanvraagprocedure toe waarbij we uitgebreid ingaan op de persoonlijke omstandigheden van het huishouden. Zo komen ook voorliggende voorzieningen, toeslagen en mogelijkheden voor bijzondere regelingen aan bod. Er is sprake van een brede beoordeling, zowel bij de poort als bij de afdeling Inkomen waar op de aanvraag wordt beschikt. Als de aanvraag levensonderhoud wordt toegekend is er sprake van instroom.
10
De waarden in de grafiek geven de cumulatieve instroom over de afgelopen 12 maanden weer. Het dalende patroon in 2021/2022 komt overeen met de grafiek vanhet bijstandsvolume hiervoor. In de herfst van 2022 zien we een sterke stijging van het cumulatieve instroompercentage optreden. De referentiegroepen uit de Divosa benchmark vertonen ook een oplopend beeld, maar veel minder sterk. Vanaf de zomer van 2023 daalt het cumulatieve percentage en die daling zet tot het einde van 2023 door. Tegen het eind van 2023 ligt het cumulatieve instroompercentage nog steeds boven dat van de referentiegroepen. Concluderend kunnen we stellen de instroom in Houten sinds de herfst van 2022 sterk is toegenomen. De trend van het maandelijkse instroompercentage laat voor Houten een vergelijkbaar beeld zien. Een sterk stijgende trend vanaf november 2022 die tot in de zomer van 2023 op een hoog niveau blijft. Daarna daalt de trend richting het einde van 2023. De referentiegroepen laten ook een oplopende trend zien, maar veel minder sterk. Er is een opvallend afwijkend beeld opgetreden. Het is positief dat we kunnen constateren dat de instroom in het laatste half jaar van 2023 is afgenomen. Aan de andere kant speelt ook uitstroom een rol als het gaat om het uiteindelijke bijstandsvolume. Dat onderwerp komt later in deze analyse aan bod.
Herinstroom 11
Binnen de Lekstroom, waarvan Houten deel uitmaakt, willen we mensen gericht vooruithelpen. Dat omvat meerdere facetten. Een daarvan is dat we erop richten om duurzame uitstroom te realiseren, als het om uitstroom naar werk gaat. In onderstaande grafiek wordt de trend van de herinstroom weergegeven. Dat wil zeggen dat er na beëindiging van een uitkering binnen 6 maanden opnieuw uitkeringsafhankelijkheid is ontstaan. Hier zien we een sterke verbetering optreden, na de relatief hoge percentages in 2021. Aan het eind van 2023 ligt de trend voor Houten zelfs onder die van de referentiegroepen. Het gaat in deze grafiek niet alleen om uitstroom naar werk, maar om alle uitstroom. De herinstroom daalde van medio 2022 tot eind 2023 voortdurend. Het duurzame karakter van de uitstroom wordt daarmee bevestigd.
Dezelfde vraagstelling, maar dan gericht op herinstroom binnen 12 maanden, leidt tot onderstaand beeld. Ook hier is een sterke daling van de trendwaarde zichtbaar, die in het dalende patroon correspondeert met de daling bij Werk en Inkomen Lekstroom. De vergelijking met de referentiegroepen is hier, net als bij de voorgaande grafiek lastig. Van de grotere referentiegroepen worden gemiddelde waarden weergegeven. Daardoor zijn uitschieters afgevlakt. Ter verduidelijking: Werk en Inkomen Lekstroom omvat 4 gemeenten, waarvan het bijstandsvolume van de gemeente Houten 22,7 procent uitmaakt. De groep van de grootteklasse tussen 50.000 en 100.000 inwoners bestaat uit 58 benchmarkdeelnemers. Bij de bijstandsdichtheid van 3 procent gaat het om 45 benchmarkdeelnemers. En de groep van alle deelnemers bestaat binnen de Divosa benchmark uit 130 gemeenten en samenwerkingsverbanden.
12
We stellen op grond van beide grafieken vast dat de trend van de herinstroompercentages voor Houten een gunstig dalend verloop laat zien. In 2021 was er sprake van hogere trendwaarden. De trend van de 6-maands herinstroom is sneller gedaald dan die van de 12-maands herinstroom. Tegen het einde van 2023 lagen beide waarden onder het benchmarkniveau. Dat geeft er blijk van dat de gerealiseerde uitstroom ook duurzaam is. De terugval in de bijstand is in vergelijking met de referenties naar een lager niveau gebracht. Uitstroom Naast de instroom is ook de uitstroom bepalend voor het maandlijkse bijstandsvolume. Hier zien we dat het cumulatieve uitstroompercentage in 2023 een oplopend beeld vertoont. Ondanks dat zien we in combinatie met de hogere instroompercentages die we hiervoor zagen, toch volumegroei optreden. Op veel uitstroomredenen hebben we geen invloed. Voorbeelden daarvan zijn verhuizingen, detentie, het bereiken van de AOW-leeftijd of wijzigingen in de gezinssamenstelling. Dat laatste gebeurt als het kind van een alleenstaande ouder het huishouden verlaat, waardoor de ouder alleenstaand wordt. Het kan ook gebeuren dat een alleenstaande statushouder nareizende gezinsleden in het huishouden opneemt. Ook dan ontstaat er uitstroom en instroom vanwege de wijziging van de uitkeringsnorm. Er is dan geen sprake van herinstroom.
De belangrijkste invloed die we hebben op de uitstroom is het effect van het begeleiden van mensen naar werk, zo duurzaam mogelijk. We constateren dat degenen met recente arbeidservaring hun weg naar nieuw werk wel vinden. Zij die daar niet in slagen zijn vaak al langer afhankelijk van een uitkering. Ook neemt binnen ons bestand het aantal mensen met complexe problematiek sterk toe. Niet in de laatste plaats liggen ook de eisen die werkgevers en de arbeidsmarkt aan werknemers stellen op een toenemend hoger niveau.
13
De cumulatieve uitstroom vertoont een stijgende lijn, in tegenstelling tot het beeld bij de referenties uit de Divosa benchmark. De signalen dat de uitstroom ook landelijk afneemt zien we hierin bevestigd. Maar Houten is daarop dus een uitzondering. Naast de cumulatieve uitstroom in de voorbije 12 maanden, hebben we ook zicht op de trend van het maandelijkse uitstroompercentage. We zien die trendwaarden in onderstaande grafiek en stellen vast dat beide grafieken sterke gelijkenis vertonen.
Ter completering van het beeld brengen we ook het cumulatieve percentage van het aantal beëindigde uitkeringen in beeld. Doorgaans ligt dit percentage voor Houten op of onder de benchmarkwaarden. Vanaf de herfst van 2022 stijgt het cumulatieve percentage daar echter boven uit. Dit correspondeert met de stijgende trendwaarden die we hiervoor zagen. Ondanks de hogere uitstroom, zowel cumulatief als qua trend, was de toename niet groot genoeg om de sterk stijgende instroom te compenseren. Per saldo groeide het bijstandsvolume in Houten in 2022 met 6 procent (ultimo jaar). In 2023 is daar nog eens 1,9 procent bij gekomen. Met die sterke groei in 2022 en 2023 is bij de prognoses voor de rekentool/budgettool geen rekening gehouden? Dat heeft een tekort als bijna onvermijdelijk gevolg.
14
Uitstroom naar werk Onze invloed op de uitstroom is vooral gericht op de uitstroom naar werk of zelfstandig beroep of bedrijf. Onderstaande grafiek geeft weer welk deel van de totale uitstroom, uitstroom naar werk betrof. De beweging in de lijn van Houten is grilliger dan bij de referenties, omdat dat gemiddelden van grote groepen deelnemers zijn. Zelfs bij een trendwaarde, zoals hieronder weergegeven is dat het geval. We zien tot de zomer van 2022 een sterke stijging van de trend optreden. Daarna daalt het beeld. Niet alleen in Houten maar ook binnen de gehele benchmark. De daling duurt voort tot het einde van 2023, maar het lukt ons om de benchmarkwaarden voortdurend te overstijgen, ondanks de lastige arbeidsmarktsituatie waar we mee te maken hadden en hebben. Werkgevers kampten met terugbetalingsverplichtingen vanwege ontvangen steunmaatregelen. Consumenten hielden hun hand op de knip en de omzetten van de detailhandel en online bedrijven liepen terug. Werkgevers waren huiverig om onder die omstandigheden personeel in dienst te nemen. Bij de uitstroom naar werk speelt het WerkgeversServicepunt Midden-Utrecht (WSP), vestiging Lekstroom (WSP) een grote rol. Het team helpt bij sociaal ondernemen. Voor kandidaten vanuit de gemeente Houten wordt gezocht naar geschikte banen en werkervaringsplekken.
Aan werkgevers biedt het WSP kosteloos advies en ondersteuning bij de werving en inzet van vakkundig personeel. Vanuit de Lekstroom werkt het WSP nauw samen in de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. De instrumenten die we kunnen inzetten zijn in de hele arbeidsmarktregio gelijk.
15
In onderstaande tabel is de verdeling over de verschillende uitstroomredenen weergegeven, op basis van 12-maands trendpercentages 2023 (Bron: Divosa benchmark Werk en Inkomen). Gemiddeld percentage beëindiging uitkering 2023 Vanwege werk
Werk en Inkomen Lekstroom
Gemeente Houten
Bijstandsdichtheid 3%
Grootteklasse 50.000-100.000
Alle deelnemers
35,3%
37,0%
35,3%
35,1%
35,5%
3,8%
6,8%
4,2%
3,7%
3,7%
6,8%
3,7%
4,7%
6,1%
6,1%
3,8%
3,7%
9,4%
8,0%
8,2%
Vanwege verloop
34,4%
31,5%
30,1%
32,2%
32,1%
Vanwege overige redenen
15,8%
17,3%
16,4%
14,9%
14,4%
Vanwege onderwijs Vanwege handhaving Vanwege andere inkomsten
Opvallend voor Houten zijn de hogere percentages bij uitstroom vanwege werk en uitstroom vanwege onderwijs. Op die uitstroomredenen hebben wij invloed en daar zetten we ook op in. Het grote aandeel jongeren in het bestand houdt verband met de relatief hoge uitstroom naar onderwijs. Daar stimuleren we jongeren ook toe. Bij handhaving en andere inkomsten zien we lagere percentages. Dat komt voort uit onze zorgvuldige en uitgebreide aanpak, waarbij de leefwereld van de klant centraal staat en niet de systeemwereld. Personen met een voorziening Voor de re-integratie van personen is het van belang dat we instrumenten aanbieden die de kans op uitstroom naar werk vergroten. Uit onderstaande grafiek blijkt dat dat gemiddeld genomen op 75 procent van het aantal uitkeringen van toepassing is. Dat is een hoger percentage dan we bij de referentiegroepen uit de Divosa benchmark zien. Het gemiddelde van Werk en Inkomen Lekstroom ligt tegen het eind van 2023 op hetzelfde niveau als dat van Houten. Een voorziening leidt overigens niet altijd tot uitstroom naar werk. Sommige voorzieningen zijn bedoeld om participatie (en niet 16
werk) te bevorderen. We hebben mensen individueel in beeld en gekoppeld aan een traject, als ze daarvoor de mogelijkheden hebben.
Volume loonkostensubsidie Loonkostensubsidie (LKS) is een instrument binnen de Participatiewet dat is bedoeld is voor werkgevers. De regeling geldt voor werknemers waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. De werkgever komt in aanmerking voor LKS als de werknemer door een ziekte of handicap minder dan het wettelijk minimumloon kan verdienen. De subsidie is een compensatie in de loonkosten voor de verminderde arbeidsproductiviteit van de werknemer. De werkgever betaalt op deze manier alleen voor de werkelijke productiviteit. Het inzetten van dit instrument vergroot de kans om iemand met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden. Uit onderstaande grafiek blijkt dat Houten op dit punt achterblijft bij de benchmark. Aan het eind van 2023 ligt de waarde in Houten op 8,3 procent. In de benchmark zien we waarden van individuele gemeenten die lager liggen, maar de benchmarkgemiddelden zijn hoger. Voor alle deelnemers gezamenlijk ligt die gemiddelde waarde op 13,3 procent. Inzet van dit instrument voor mensen met verminderde arbeidsproductiviteit is belangrijk. We zien in het verhogen van die volumes mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkeringen positief te beïnvloeden. Daarom gaan we het toepassen van loonkostensubsidies stimuleren bij werkgevers.
17
Personen met een ontheffing Ons doel is dat inwoners jaarlijks gesproken worden door de werkcoaches van het lokale werkteam Houten. Op grond van dat gesprek kan de werkcoach een ontheffing van de arbeidsverplichting verlenen. Binnen deze individuele benadering past het niet meer om een groep personen te ontheffen. Dat gebeurde in het verleden wel. Het effect van de individuele benadering van het lokale werkteam Houten zien we terug in onderstaande grafiek. De trend van het aantal ontheffingen van de arbeidsverplichting is daarin dalend, zij het minder sterk dan binnen de Lekstroom als geheel.
Een groot aantal ontheffingen is niet per definitie negatief. We weten dat kansrijken in het algemeen makkelijker en sneller uitstromen. We weten ook dat de huidige groep bijstandsgerechtigden een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft en veel minder kansrijk is. Daarbij treffen we steeds vaker complexe persoonlijke omstandigheden aan die een extra belemmering vormen.
18
Uitgaven - Prijs van de uitkering Naast het bijstandsvolume en de ontwikkeling daarvan, speelt ook de prijs van een uitkering een rol bij de bepaling van de mate waarin de rijksbijdrage voor Houten toereikend is. De gemiddelde prijs en de beïnvloeding daarvan komen hierna aan bod. Gemiddelde netto jaarprijs De volgende grafiek geeft de ontwikkeling van de gemiddelde jaarprijs weer, na aftrek van verrekenbare baten. Begin 2021 en ook in de jaren daarvoor lag die gemiddelde prijs in Houten boven het niveau van de benchmark. In de loop van 2022 daalde de prijs tot onder het benchmarkniveau en daarna is het aan de onderkant van het beeld blijven bewegen. De opwaartse lijn in 2023, over de hele linie, is een gevolg van de verhoging van de uitkeringsnormen in januari 2023 met ruim 10 procent, gevolgd door een verhoging in juli 2023 met nog eens 3 procent.
Naast de gemiddelde jaarprijs hebben we ook zicht op de ontwikkeling van de prijsindex. Dat komt in de volgende grafiek tot uiting. Daarin valt op dat die index voor Houten gemiddeld genomen een vergelijkbaar patroon volgt als de benchmark en vooral dat de lijn van Houten doorlopend op een lager niveau ligt. In de laatste maanden van 2023, met uitzondering van december, daalt de index zelfs. De groei van het bijstandsvolume die we hiervoor hebben toegelicht, gaat niet gepaard met een hogere prijsindex. Het tegendeel is eerder waar. Dit heeft een relatie met de grote instroom van alleenstaande (jonge) statushouders en tienermoeders, waarvoor lagere normbedragen gelden dan voor echtparen. Bij de samenstelling van het bestand naar leefvorm hierna, gaan we daar nader op in.
19
De lagere gemiddelde nettoprijs in Houten heeft een aantal oorzaken, waarop we vervolgens nader ingaan. Samenstelling bestand naar leefvorm De leefvorm is bepalend voor de hoogte van de uitkeringsnorm. Voor echtparen geldt een hogere uitkeringsnorm dan voor alleenstaanden en alleenstaande ouders. Vanaf juli 2023 was het netto maandbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders € 1.216,62 per maand, inclusief € 60,83 vakantie-uitkering. Het netto maandbedrag voor gehuwden is aanmerkelijk hoger. Dat bedroeg in het 2e halfjaar van 2023 € 1.738,02, inclusief € 86,90 vakantie-uitkering. Dat is een verschil van bijna 43 procent. In het bestand van Houten is het aandeel alleenstaanden hoger dan in de benchmark. Zeker in vergelijking met de referentiegroep met dezelfde bijstandsdichtheid is het verschil groot, zoals blijkt uit onderstaande tabel (Bron: Divosa benchmark). Dat heeft een gunstige invloed op de gemiddelde netto prijs. Bestand naar leefvorm per eind 2023
Werk en Inkomen Lekstroom
Gemeente Houten
Bijstandsdichtheid 3%
Grootteklasse 50.000-100.000
Alle deelnemers
Alleenstaand
65,1%
66,7%
63,0%
66,5%
67,2%
Alleenstaande ouder
17,4%
16,2%
15,8%
16,5%
15,9%
Echtpaar
17,4%
17,1%
20,9%
16,8%
16,8%
Anders
0,0%
0,0%
0,2%
0,1%
0,1%
Samenstelling bestand naar leeftijd Niet alleen de leefvorm is bepalend voor de hoogte van de uitkeringsnorm. Ook de leeftijd speelt een rol. Voor jongeren tot 21 jaar gelden lagere normen. Het gaat bij een jongere weliswaar ook om een volledige uitkering, maar de lagere norm heeft een gunstige invloed op de gemiddelde prijs van het gehele bestand. Daar komt bij dat jongeren voor Houten (c.q. de Lekstroom) tot een doelgroep behoren waar extra aandacht aan wordt geschonken. Al voor de coronacrisis kregen jongeren binnen de Lekstroom extra aandacht van ons. Toen zij het na de uitbraak van Covid-19 extra moeilijk kregen, hebben we die aandacht vastgehouden en geïntensiveerd. Onze deelname aan het regionaal 20
actieplan jeugdwerkloosheid in 2021-2022 getuigt daarvan. Uit onderstaande tabel blijkt dat het aandeel jongeren in Houten groot is. Voor de goede orde, de eerste leeftijdscategorie reikt verder dan de leeftijdsgrens van 21 jaar. Bestand naar Werk en leeftijd per eind Inkomen 2023 Lekstroom
Gemeente Houten
Bijstandsdichtheid 3%
Grootteklasse 50.000-100.000
Alle deelnemers
18-27 jaar
13,9%
21,8%
12,4%
11,5%
11,6%
27-35 jaar
16,4%
19,0%
14,6%
14,3%
14,1%
35-45 jaar 45-55 jaar 55-65 jaar 65 jaar en ouder
22,6% 21,3% 22,2%
18,4% 17,9% 18,9%
23,4% 22,3% 23,6%
21,7% 23,3% 25,1%
21,5% 23,5% 25,3%
3,6%
3,9%
3,6%
4,0%
4,1%
Aan het hogere aandeel jongeren liggen enkele oorzaken ten grondslag. In Houten heeft stichting Timon een aantal woonlocaties voor de opvang en huisvesting van tienermoeders. Daarnaast bestaat de instroom van statushouders voor een deel uit jonge statushouders, vanwege de beschikbare woonruimte. Binnen de Lekstroom besteden we extra aandacht aan jongeren en dat is zeker voor Houten een belangrijk uitgangspunt. Jongeren zijn als doelgroep benoemd en dat zien we terug bij aan aantal initiatieven. Vanuit het Regionaal Actieplan Jeugdwerkloosheid (RAJ) is in 2023 een pilot gestart om de methodiek ‘lifecoaching’ toe te passen binnen het Jongerenloket. De pilot wordt in de 1e helft van 2024 geëvalueerd. Samenstelling bestand naar verblijfsduur De verblijfsduur is niet bepalend voor de hoogte van de uitkering. Wel staat vast dat de kans om uit de bijstand te komen afneemt, naarmate er langer sprake is van bijstandsafhankelijkheid. We zagen eerder in deze analyse dat de instroom vanaf september 2022 sterk is toegenomen. Dat komt ook naar voren in de tabel hierna. De groepen met de kortste verblijfsduur zijn in Houten groter dan binnen de benchmark. Meer dan een kwart van de bijstandshuishoudens in Houten (25,2 procent) ontving aan het eind van 2023 maximaal 1 jaar een uitkering. Het gemiddelde van alle deelnemers lag toen op 20,0 procent.
Bij een maximale verblijfsduur van 2 jaar loopt het verschil verder op. Voor Houten is dat aandeel 42,7 procent en het gemiddelde van alle deelnemers kwam uit op 33,1 procent. Aan de andere kant is het aandeel huishoudens dat al langer dan 5 jaar een uitkering ontvangt in Houten daardoor relatief laag. De instroom in de recente jaren zorgt ook voor een kortere gemiddelde verblijfsduur in de bijstand. Eind 2023 lag het benchmarkgemiddelde op 6 jaar. Voor Houten was dat aanzienlijk korter, namelijk 4 jaar en 9 maanden. De omvangrijke huisvesting van statushouders in recente jaren is daar een belangrijke oorzaak van.
21
Uit ervaring weten we dat het lastig is om uitstroom te realiseren voor de mensen die al lang bijstandsafhankelijk zijn. Dat wil niet zeggen dat het per definitie eenvoudiger is als er sprake is van kortere verblijfsduur. Steeds meer is er sprake van complexe problematiek en spelen belemmerende omstandigheden een grote rol. Bestand naar verblijfsduur per eind 2023
Werk en Inkomen Lekstroom
Gemeente Houten
Bijstandsdichtheid 3%
Grootteklasse 50.000-100.000
Alle deelnemers
0-3 maanden
5,1%
6,0%
5,0%
4,8%
4,9%
3-6 maanden
5,7%
7,3%
5,7%
5,6%
5,6%
6-12 maanden 12-24 maanden 24-36 maanden 36-60 maanden >60 maanden Gemiddelde verblijfsduur
10,5% 14,0% 9,7% 13,4% 41,6%
11,9% 17,5% 9,4% 12,3% 35,6%
10,8% 15,4% 10,0% 13,7% 39,3%
9,7% 13,1% 9,3% 13,3% 44,3%
9,5% 13,1% 9,2% 13,4% 44,2%
64 maanden
57 maanden
64 maanden
72 maanden
72 maanden
Inkomsten - Verrekeningen Parttime werk en parttime inkomsten Hiervoor kwam de nettoprijs van de uitkering aan bod. Dat is de prijs van de uitkering, na aftrek van verrekenbare inkomsten. Een belangrijk deel daarvan zijn de inkomsten uit parttime werk. Er is dan nog steeds sprake van bijstandsafhankelijkheid, maar het door de gemeente te betalen uitkeringsbedrag wordt lager. Bovendien neemt de kans op volledige uitstroom toe als de parttime inzet kan worden uitgebreid. Wat parttime werken betreft blijft Houten achter bij de benchmark. Wel ligt het percentage parttime werkenden boven het gemiddelde van de Lekstroom. Deze constatering heeft ons er toe aangezet om extra aandacht te geven aan de mogelijkheden van parttime werk. Dat zien we nu nog niet terug in een stijgende lijn in de volgende grafiek. Het percentage blijft nog achter bij de benchmark. Voor een deel heeft dat te maken met de beschikbaarheid van parttime of seizoenswerk. Dat weerhoudt ons er echter niet van ons in te zetten voor meer parttime werkenden. Het mes snijdt aan 2 kanten; meer participatie en voldoening voor de klant en lagere uitkeringslasten voor de gemeente. Wij gaan er van uit dat we in 2024 een opwaartse beweging in de lijn terug kunnen zien.
22
Hoewel in Houten bij minder bijstandshuishoudens sprake is van parttime werk, zijn de gemiddelde inkomsten wel hoger. In de Lekstroom is het gemiddelde bedrag hoger dan binnen de benchmark. En in de laatste maanden van 2023 stijgt het bedrag in Houten zelfs boven het gemiddelde uit. Ook dat geeft ons aanleiding om extra aandacht te geven aan parttime werk en uitbreiding van uren voor degenen die al parttime werken. Het biedt ons mogelijkheden om de participatie van inwoners te vergroten en uitstroom te bevorderen. Binnen de Lekstroom kennen we geen bonusregeling voor parttime werkenden. Wel is sprake van inkomstenvrijlating op grond van artikel 31, lid 2 van de participatiewet. De algemene vrijlating geldt voor maximaal 6 maanden tot een bedrag van € 246 per maand. Voor specifieke groepen gelden andere maxima.
Percentage kostendelers We doelen hier op het aantal uitkeringen BUIG waarbij sprake is van 2 of meer personen die de kosten van het huishouden delen. Een hoog percentage kostendelers (huisgenoten) kan leiden tot een lagere gemiddelde prijs. Er wordt dan een korting toegepast op de uitkeringsnorm, omdat de woonlasten zoals huur en energie met meer mensen kunnen worden gedeeld. In Houten is sprake van een laag percentage kostendelers, zoals blijkt uit de volgende grafiek. Overigens hebben wij hier 23
geen invloed op. Het is een gevolg van de samenstelling van de huishoudens die in Houten bijstandsafhankelijk zijn.
Inkomsten - Handhaving Maatregelen en het niet nakomen van de inlichtingenplicht De gemeente Houten legt weinig tot geen maatregelen op, als het gaat om de uitvoering van de Participatiewet. Vertrouwen is voor ons de basis. Dat is al jaren het geval en daarmee liepen we vooruit op het wetsvoorstel Participatiewet in balans. Onze uitvoering van de Participatiewet is niet op sanctie gericht. Wat dat betreft zijn wij content met het wetsvoorstel, dat beoogt de hardheden in de huidige wet weg te nemen, door mensen centraal te stellen en uit te gaan van vertrouwen. Het gaat er ook voor ons om dat we aan willen sluiten bij wat mensen (aan)kunnen en nodig hebben. Daarbij helpen we ze gericht vooruit met professionele medewerkers. Veel maatregelen opleggen is voor ons geen doel en ook geen verdienste.
Inkomsten - Debiteuren Vorderingen Een belangrijk onderdeel van debiteuren betreft de ontvangsten uit openstaande vorderingen. Die baten hebben een gunstige invloed op de gemiddelde prijs van de uitkeringen. Om die reden in het ook van belang zicht te hebben op de afwikkeling van de signalen van het Inlichtingenbureau. Sinds 2023 worden die signalen opgenomen in de Suite 4 sociaal domein. Daardoor blijft de afdoening in beeld en ook beschikbaar voor de interne controle. Dat was daarvoor niet het geval. We beginnen met het geven van inzicht in het debiteurenbestand van de gemeente Houten, voor zover het de Participatiewet betreft. Een eerste indruk daarvan krijgen we via het aantal debiteuren, gerelateerd aan het bijstandsvolume. De lijnen in de volgende grafiek vertegenwoordigen het aantal unieke debiteuren, afgezet tegen het bijstandsvolume in dezelfde maand. De waarden van Houten steken gunstig af bij de benchmark.
24
Ook als het gaat om oude openstaande vorderingen blijft Houten onder het benchmarkniveau. Het is sterk de vraag in hoeverre vorderingen van voor 2013 nog inbaar zijn. Jaarlijks houden we alle vorderingen zorgvuldig tegen het licht. Als er op een vordering wordt afgelost, houden we die vanzelfsprekend actief in stand. Als er geen aflossing (meer) op plaatsvindt beoordelen we of we de vordering in stand moeten houden of moeten overgaan tot afboeking. Het resultaat van die jaarlijkse beoordeling zien we terug in de volgende grafiek:
Om het beeld completer te maken geven we ook inzicht in het gemiddelde bedrag aan openstaande vorderingen per debiteur. Waar dat voor de referentiegroepen tussen bijna € 4.300 en € 4.600 ligt, gaat het bij Houten om een lager bedrag, namelijk € 3.450. Dat is het resultaat van een uitgebreid aanvraagproces met aandacht voor de persoonlijke omstandigheden van de klant. We schetsen vooraf helderheid over wederzijdse rechten en plichten, ter voorkoming van problemen in een later stadium. En dat koppelen we aan zorgvuldig debiteurenbeheer.
25
Openstaande vorderingen onverschuldigde betalingen Als het gaat om vorderingen als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht, is de gemeente verplicht die terug te vorderen. Voor onverschuldigde betalingen is sprake van een gemeentelijke bevoegdheid, een zogenaamde kanbepaling. Onderstaande grafiek geeft weer welk deel van de vorderingen dat betreft. Voor Houten is dat 26,2% aan het eind van 2023. Het benchmarkgemiddelde lag toen op een vergelijkbare 26,5% .
Incassoquote Omdat de prijs van een uitkering mede wordt bepaald door baten (ontvangsten) is de incasso op vorderingen belangrijk. Hoe meer er kan worden geïncasseerd, hoe lager de prijs van de uitkering per saldo uitvalt. Aan de hand van de incassoquote kunnen we zien hoe Houten het op dat gebied doet. Hoe hoger het percentage is, des te beter de gemeente op dat vlak presteert. Uit de grafiek blijkt dat de trend voor alle benchmarkdeelnemers steeds dichter bij elkaar is gekomen. De trendwaarde voor Houten ligt ruim boven het benchmarkgemiddelde. Dat stemt ons tevreden en geeft ook blijkt van goed debiteurenbeheer.
26
Als we de incasso relateren aan de openstaande vorderingen, ontstaat het volgende beeld. Het trendcijfer in onderstaande grafiek geeft het gemiddelde aan van de betreffende maand en de 11 voorafgaande maanden. Het zo berekende 12-maandsgemiddelde wordt afgezet tegen het totaalbedrag van de openstaande vorderingen. Die trend van de incassoquote is voor Houten positief. In de referentiegroepen loopt de waarde langzamerhand op. Bij Houten lag de trend steeds aan de bovenzijde van de bandbreedte. Aan het eind van 2023 lag de trendwaarde voor Houten op 1,4 procent, bij een benchmarkgemiddelde van 1,1 procent.
Een ander beeld ontstaat als we de incasso combineren met de uitgaven BUIG. Dan ligt het percentage voor Houten onder het benchmarkniveau. De verklaring daarvoor vinden we in het lagere bedrag aan openstaande vorderingen dat we hiervoor zagen.
27
Aflossingsbedrag Als het om aflossen gaat, hanteren wij als regel dat de klant over minimaal 95% van de uitkeringsnorm moet kunnen blijven beschikken. Die beslagvrije voet is ook van toepassing op verrekening van schulden met de bijstandsuitkering, zoals huurschulden of schulden op het gebied van zorgkosten. We hanteren die grens niet in alle gevallen. We beoordelen de persoonlijke situatie van de klant en als het beter is om een lager bedrag terug te vorderen, doen we dat op grond van maatwerk. In december 2023 was het gemiddelde aflossingsbedrag binnen Houten € 47, bij een benchmarkgemiddelde van € 48. Daarmee komt het bedrag in Houten boven het gemiddelde van de Lekstroom uit (€ 41).
Eerder in deze analyse zagen we dat het gemiddelde bedrag aan openstaande vorderingen in Houten op een lager niveau ligt dan binnen de benchmark. Ook het lagere gemiddelde aflossingsbedrag houdt daar ongetwijfeld verband mee. Bij aflossingen gaat het om werkenden en niet werkenden. Aflossingspercentage Nog belangrijker vinden wij het aantal vorderingen waarop actief wordt afgelost. Dat beeld zien we terug in de volgende grafiek. Dankzij actief debiteurenbeheer heeft in december 2023 in Houten 71 28
procent van de debiteuren afgelost op tenminste één openstaande vordering. Het benchmarkgemiddelde ligt met 54 procent aanmerkelijk lager.
Als we ons richten op de mate waarin debiteuren met een recente vordering daadwerkelijk aflossen, komt het beeld sterk overeen met het voorgaande. Zoals blijkt uit onderstaande grafiek kwam dat percentage eind 2023 voor Houten uit op 66,0 procent. Het gemiddelde van de benchmark lag met 55,5 procent op een lager niveau.
Als op vorderingen wordt afgelost heeft dat niet in alle gevallen invloed op het budgetresultaat. Uit de benchmark kunnen we afleiden welk percentage van de vorderingen waarop wordt afgelost, invloed heeft op het budgetresultaat. In december 2023 was dat voor Houten 45,8%. Dat is een veel hoger percentage dan het benchmarkgemiddelde. Dat lag in die maand op 28,9%. Verhoudingsgewijs hebben veel van de aflossingen die Houten incasseert, een gunstig effect op de gemiddelde prijs van de uitkering.
29
Tenslotte kijken we ook naar de trend van de ontvangsten die een gunstig invloed hebben op het budgetresultaat. In 2021 lag de trendwaarde voor Houten nog onder het niveau van de referentiegroepen uit de benchmark. In de eerste helft van 2022 is een sterke verbetering opgetreden, waarna het beeld is omgedraaid. Vanaf de zomer van 2022 ligt de trend voor Houten op of boven het benchmarkniveau
Ook op grond daarvan mogen we stellen dat het actieve debiteuren- en incassobeleid van Houten vruchten afwerpt. Dat heeft een positief effect op de gemiddelde uitkeringslast.
30
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren Binnen Werk en Inkomen Lekstroom wordt een zorgvuldige en uitgebreide aanvraagprocedure gehanteerd. Die is er op gericht klanten zo goed mogelijk te helpen. Dat gebeurt ook door te wijzen op voorliggende voorzieningen en toeslagen. Het gaat erom dat de uitkering terecht komen bij de inwoners die er daadwerkelijk recht op hebben. Op veel omstandigheden hebben we geen invloed. De samenstelling van het bestand met daarin jongeren is daarvan een voorbeeld. Zo ook de taakstelling voor de huisvesting van statushouders die zwaar op ons drukt, gezien de beperkte bijstandsdichtheid in Houten. Onze maatregelen richten we en hebben we gericht om de omstandigheden die wel onder onze invloed staan. Een daarvan is het opzetten van lokale werkteams in de Lekstroom. Dicht bij de klant en dicht bij de lokale omstandigheden. Met de omvang van Houten kunnen we stellen dat we goed zicht hebben op het klantenbestand. Er is met regelmaat contact met de klanten. Wij zetten in op duurzame uitstroom naar werk. In de afgelopen crisisjaren was het lastig om dat te realiseren, maar wij hebben er wel aan vast gehouden. Ook in de toekomst blijven we dat doen omdat we geloven in het positieve effect van langdurige bijstandsonafhankelijkheid.
Dat de herinstroom in 2021 en 2022 toenam, heeft daarop geen invloed gehad. De economische en lokale omstandigheden waren daar toen debet aan. In 2023 hebben we de herinstroom op een lager niveau kunnen brengen. De hogere trendwaarden van het gemiddeld percentage beëindigingen van uitkering vanwege werk, zijn voor ons een bevestiging dat we met het Lokale Werkteam Houten goede keuzes hebben gemaakt. Wij volgen de resultaten van het lokale werkteam op de voet. De samenwerking met het WerkgeversServicepunt Midden-Utrecht, vestiging Lekstroom is daarin voor ons cruciaal. Als het gaat om voorzieningen en ontheffingen arbeidsverplichting zien we duidelijk naar voren komen dat we klanten meer en meer individueel en regelmatig spreken. De trend van het aantal ontheffingen daalt daardoor. Wij zijn ons er van bewust en stellen ook vast dat voor veel mensen de belemmeringen te groot zijn. Wij zetten onze individuele benadering in de toekomst voort, vanuit het besef dat kennis van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de klant essentieel is voor een goede begeleiding. Onze inzet op jongeren is groot, dat geldt voor de hele Lekstroom en in het bijzonder voor Houten gezien het grote aandeel jongerenhuishoudens in het bestand. De inzet op die doelgroep blijft onverminderd doorgaan, om te voorkomen dat jongeren al vroeg van een uitkering afhankelijk worden.
We maken daarbij in de regio gebruik van het jongerenloket. Door parttime werk kunnen we de kosten van uitkeringen beperken. Het aantal uitkeringen waarmee inkomsten uit parttime werk worden verrekend is in onze ogen te laag. De inkomsten van degenen die wel parttime werk verrichten liggen wel op een hoog niveau. Onze inzet gaat vooral naar uitbreiding van het aantal parttime werkenden. Uitbreiding van uren van al parttime werkenden geven we eveneens aandacht. We stimuleren parttime werken door de mogelijkheden en voordelen met klanten te bespreken. We werken aan versimpeling van verrekening van wisselende inkomsten, zodat de stap voor klanten minder belemmeringen oproept. 31
Met ingang van 2023 leggen we alle signalen van het Inlichtingenbureau vast in Suite 4 sociaal domein. Daardoor is de opvolging inzichtelijk en bij controle van een uitkeringsdossier, is de afhandeling ook onderdeel van de interne controle.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. Door meer in te zetten op parttime werken verlagen we de gemiddelde prijs van de uitkeringen. Zowel door uitbreiding van bestaande uren als het helpen van meer mensen aan partime werk. Door belemmeringen weg te nemen, kunnen wij het aandeel parttime werkenden dichtbij of op het niveau van de benchmark kunnen brengen. Omdat die uitstroomreden de belangrijkste door ons te beïnvloeden reden is, volgen we de resultaten op de voet, waarbij vooral het duurzame karakter overeind moet blijven. Goede samenwerking van het lokale werkteam Houten met het WerkgeversServicepunt MiddenUtrecht, vestiging Lekstroom is cruciaal. De bezetting van het lokale werkteam is daarin een belangrijke factor. We zorgen er formatief en kwalitatief voor dat het lokale werkteam in staat is de opdracht die het heeft uit te voeren. Ons debiteuren- en incassobeleid is goed en bij de tijd te noemen. Op veel openstaande vorderingen wordt afgelost en dat willen we bestendigen door adequaat en tegelijk ook menselijk debiteurenbeheer toe te passen. We gaan over op maatwerk waar dat beter is, gezien de persoonlijke situatie van de klant.
Door alle signalen van het Inlichtingenbureau te koppelen aan het uitkeringsdossier in Suite 4 sociaal domein, hebben we zicht op de afwikkeling daarvan. Bij de interne controle van uitkeringsdossiers is sinds 2023 ook zicht op de opvolging van die signalen. Dat levert belangrijke meerwaarde op. Voor 2023 werden de signalen in een andere applicatie vastgelegd en afgewikkeld, waarna ze uit het zicht verdwenen.
32
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: 9 juli 2024 De loco-secretaris,
Naam van de ondertekenaar: R.W. Vrieling De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: G.P. Isabella
33
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht. Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X