CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Aanpak gestegen kosten maatschappelijke organisaties 200923

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente HoutenBij agendapunt: Aanpak gestegen kosten maatschappelijke organisaties5.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanpak gestegen kosten maatschappelijke organisaties Deel 1 - Aanleiding Maatschappelijke organisaties op het gebied van sport, cultuur en welzijn staan voor grote financiële uitdagingen, zoals stijgende energiekosten, prijsstijgingen van materiaal en mogelijke loonstijgingen. Daarom wil het Houtens college naast inwoners en ondernemers ook maatschappelijke organisaties ondersteunen. Het college heeft in januari 2023 een subsidieregeling Energiecompensatie opengesteld. Deze regeling was bedoeld voor maatschappelijke organisaties in Houten die als gevolg van de gestegen energiekosten problemen hebben om de begroting of exploitatie sluitend te krijgen. Hier hebben zeventien organisaties een aanvraag op ingediend. In april waren alle aanvragen afgehandeld. Het college realiseert zich dat het vraagstuk van de gestegen lasten voor maatschappelijke organisaties daarmee niet is opgelost. De subsidieregeling was gericht op de instellingen en verenigingen waarbij op dat moment de nood het hoogst was. Daarom heeft het college, daartoe mede opgeroepen door de gemeenteraad, een plan uitgewerkt voor de ondersteuning van maatschappelijke organisatie in de omgang met gestegen kosten voor de middellange termijn (in ieder geval de komende 3 jaar).

1.1 Extra middelen voor ondersteuning maatschappelijke organisaties vallen lager uit De Tweede Kamer heeft het kabinet in het najaar 2022 verzocht om vanwege de sterk gestegen energieprijzen te kijken naar gerichte ondersteuning van scholen, cultuurinstellingen, maatschappelijke voorzieningen en verenigingen. In reactie hierop kondigde het kabinet aan dat gemeenten en provincies vanaf het voorjaar 2023 structureel extra middelen ontvangen om publieke en maatschappelijke voorzieningen te compenseren voor hoge kosten. In de najaarsnota 2022 is structureel € 300 miljoen per jaar toegezegd, in de voorjaarsnota is dit (eenzijdig en onverwacht) bijgesteld naar € 127 miljoen. Voor de gemeente Houten resulteert dit in een bijdrage van € 268.000 in 2023 dat terugloopt naar € 241.000 in 2027. 1.2 Samenwerking met maatschappelijke organisaties Voor de aanpak gestegen kosten maatschappelijke organisaties is samengewerkt met maatschappelijke organisaties. Met de maatschappelijke organisaties is afgesproken dat zij ook een vertegenwoordigende rol hadden voor hun specifieke sector. Het betrof: • • •

Stichting Aan De Slinger en Bibliotheek Lek en IJssel afdeling Houten namens de kunst- en cultuursector; Van Houten&co namens de welzijnssector; Sportpunt Houten namens de sportsector.

Om te komen tot een aanpak zijn er twee werksessies georganiseerd: 1. Werksessie 1 (20 maart 2023) – tijdens de eerste sessie is bij de maatschappelijke organisaties opgehaald met welke knelpunten de sectoren te maken hebben en wat de mogelijkheden zijn bij het verduurzamen. Dit is vervolgens ambtelijk onderzocht op

haalbaarheid en de voorgestelde maatregelen zijn zo veel als mogelijk (financieel) uitgewerkt. 2. Werksessie 2 (15 mei 2023) - tijdens de tweede sessie is een pakket aan potentiële maatregelen besproken. Daarbij was de conclusie van de maatschappelijke organisaties dat de nadruk te veel lag op de verduurzamingsmaatregelen. Er was vooral behoefte om te kijken naar financiële ondersteuning door middel van indexatie en huurkosten. Na de oplevering van het conceptplan, werd bekend dat de Rijksbijdrage fors lager uitviel. Hierdoor was voor 2023 onvoldoende dekking voor het pakket aan maatregelen, waardoor een raadsvoorstel noodzakelijk was. De zomerperiode is vervolgens gebruikt voor een laatste consultatieronde onder de maatschappelijke partners.

Deel 2 – Probleemanalyse De Rijksoverheid heeft het over de compensatie voor hoge kosten van publieke en maatschappelijke voorzieningen. Maar wat zijn die hoge kosten dan? En hoeveel verschillen die kosten per organisatie? Voordat we ingaan op het pakket van maatregelen, werken we die analyse op hoofdlijnen uit. Daarbij benoemen we ook de sectorspecifieke knelpunten.

2.1 Ontwikkelingen rond de energieprijzen De gemeente heeft een vierjarig contract met Vattenfall afgesloten (2023 t/m 2027). De prijzen voor gas en elektriciteit worden normaliter voor een contractperiode afgesloten. In verband met de sterk fluctuerende en hoge energietarieven is in het huidige gemeentelijke energiecontract afgesproken om de energietarieven per jaar te bepalen. Daarmee staan de prijzen voor het kalenderjaar 2023 nog op een historisch hoog tarief vast. De prijzen voor kalenderjaar 2024 staan nog niet vast. Inmiddels zijn de energieprijzen sterk gedaald en de verwachting is dat hierdoor de prijzen voor 2024 en verder fors lager zullen zijn dan de gehanteerde prijzen van 2023. Dit is ook als uitgangspunt gehanteerd bij het samenstellen van het pakket aan maatregelen. Dit betekent dat in elk geval de organisaties met een energiecontract op naam van de gemeente heel 2023 nog last houden van de relatief hoge tarieven. In algemene zin geldt tevens dat de gedaalde marktprijzen voor energie met een vertraging doorwerken in de individuele energiecontracten. Sportorganisaties met een eigen energiecontract kunnen daardoor ook nog relatief lang last houden van hogere energieprijzen. Dit is vanzelfsprekend afhankelijk van het type energiecontract en het moment waarop het contract afloopt.

2.2 Indexatie van subsidies Maatschappelijke organisaties die een subsidierelatie hebben met de gemeente, geven aan dat de huidige indexatie van subsidies een direct knelpunt oplevert. Volgens hen stijgen de werkelijke kosten meer dan de subsidie indexeert. Hierdoor komt de exploitatie steeds verder onder druk te staan en is het huidige dienstverleningsniveau niet te garanderen. Tijdens de bijeenkomsten is veel gesproken over het onderwerp indexatie. Daarbij werd duidelijk dat de maatschappelijke organisaties een ander beeld hebben van indexatie(knelpunten) dan de ambtenaren. Om het knelpunt goed te analyseren en zeker te stellen dat de juiste maatregelen worden genomen in dit plan, is relatief veel tijd en aandacht besteed aan de analyse van de subsidieindexatie.

2.2.1 Indexatiesystematiek De gemeente Houten indexeert jaarlijks per 1 januari de subsidiebudgetten. Het gehanteerde indexpercentage wordt gebaseerd op de raming van het Centraal Planbureau over de prijsontwikkeling van het BBP voor het jaar daarop. Het Centraal Planbureau geeft deze ramingen jaarlijks in maart af. De index van 2023 is dus gebaseerd op de CPB-raming van maart 2022. Als een jaar later, in maart van het lopende begrotingsjaar, blijkt dat dat raming van de prijsontwikkeling BBP van het lopende begrotingsjaar meer dan 0,5% afwijkt van wat het CPB een jaar eerder heeft geraamd, dan wordt het indexpercentage voor het volgende begrotingsjaar

hiermee gecorrigeerd. Afwijkingen kleiner dan 0,5% worden niet gecorrigeerd. Let wel, dit geldt zowel in positieve én negatieve zin. Voor 2024 ziet dat er als volgt uit1: 2023 2024 TOTAAL

Opgenomen in Begroting 2023 3,0% -

CEP maart’23

Verschil

6,2% 3,0%

3,2% 3,0% 6,2%

Samengevat zijn voor dit plan zijn 3 kenmerken van de systematiek relevant: 1. Het systeem werkt op basis van (bijgestelde) ramingen en niet op basis van de werkelijke cijfers; 2. Er zit een vertragingseffect in de systematiek: een eventuele afwijking wordt pas een jaar later gecorrigeerd; 3. Kleine afwijkingen worden niet gecorrigeerd. 2.2.2 Gecombineerde index voor grotere subsidiepartners Aanvullend op de hierboven beschreven rekenmethode wordt in de gemeente Houten voor de grotere subsidiepartners een combinatie-index gehanteerd. De reguliere indexatie is gebaseerd op de prijsontwikkeling van het BBP en gaat over (prijs)inflatie. Aangezien de kosten van de grotere subsidiepartners voor een groot deel bestaan uit loonkosten, wordt er naast de prijsindexatie gewerkt met een loonindexatie. Voor die indexering wordt aangesloten bij de CPB-parameter ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. Kortom: hier wordt dezelfde methodiek gehanteerd, maar dan gebaseerd op een andere raming. In onderstaand overzicht is de verhouding tussen het prijs- en loondeel voor de maatschappelijke (subsidie)partners inzichtelijk gemaakt. Organisatie Van Houten & Co Bibliotheek Theater aan de Slinger Sportpunt Houten

Deel prijsindexatie 34% 51% 34% 54%

Deel loonindexatie 66% 49% 66% 46%

2.2.3 Ontwikkelingen indexpercentage looncomponent Voor het loondeel resteert dan de vraag: in hoeverre loopt de loonindexatie van de gemeente Houten in de pas met de CAO-ontwikkelingen van de organisaties? Daarvoor zijn voor de afgelopen 5 jaar de CAO’s van de specifieke sectoren in kaart gebracht en afgezet tegen de toegepaste loonindexatie van de gemeente Houten. Wat in onderstaande tabel niet meer is verwerkt, is dat de indexatie voor 2024 uitkomt op 11,1%. Uit de raming 2023 blijkt dat de loonindex in 2022 aanzienlijk lager was begroot dan de realiteit (1,2% vs. 7,4%). Gelet op de uitzonderlijke situatie is die correctie alsnog verwerkt voor 2024 waardoor de index relatief hoog uitvalt.

1 Perspectiefnota 2023

Nieuwe CAO Welzijn In de zomer van 2023 hebben werkgevers- en werknemersorganisaties een akkoord bereikt over de CAO Sociaal Werk. In deze cao is een loonstijging opgenomen van 15% (7% per 1-7-2023, 4% per 1-12024 en 4% per 1-7-2024). In onderstaande tabel is de 7% in 2023 al verwerkt. Desalniettemin blijft de loonindexatie in de pas met deze loonontwikkeling doordat in 2024 door de gemeente met 11,2% wordt geïndexeerd. Sector

2019

2020

2021

2022

2023

Totaal doorberekend2

Sociaal Werk

3,25% 3,25% 2,25% 1,13% 5,503%

16,30%

Openbare bibliotheek

1,75% 3,00% 2,00% 2,00%

6,91%

16,57%

Nederlandse Podia

1,50% 3,00% 1,90% 3,00%

5,00%

15,21%

Sport

2,30% 2,00% 0,30% 2,30%

2,00%

9,21%

Loonindexatie Houten 2,40% 1,90% 2,80% 1,20%

3,30%

12,14%

Conclusie met betrekking tot het loondeel: • De indexatie op het loondeel loopt redelijk in de pas met de CAO-ontwikkelingen. De bibliotheek, Van Houten&co en Stichting Aan de Slinger hebben door de stijging in 2023 iets meer loonkosten dan dat er is geïndexeerd door de gemeente. Echter, door de naderende indexatie van 11,2% zal dat in 2024 ruimschoots worden gecompenseerd. • In 2017 is er door de gemeente bezuinigd en zijn subsidies niet geïndexeerd. Het is mogelijk dat maatschappelijke partners daar nu nog last van hebben, maar in dat geval is de systematiek van indexeren niet het probleem.

2.2.4 Ontwikkelingen indexpercentage prijscomponent De ontwikkelingen bij het prijsdeel laten een ander beeld zien. Neem bijvoorbeeld kalenderjaar 2022. De CPB-raming in 2021 (t-1) gaat uit van 1,6% en dat is dan ook de index die in Houten wordt toegepast. In maart 2022 (t) wordt de raming bijgesteld naar 3,4%. Dat is meer dan 0,5% dus het verschil (1,8%) wordt in 2023 gecorrigeerd (3% + 1,8% = 4,8%). Wat blijkt is dat de bijgestelde CPBraming in 2022 er nog 2% naast zat. Nu was 2022 een uitzonderlijk jaar, maar ook de jaren daarvoor waren er verschillen te zien. Uiteindelijk laat deze tabel zien dat de toegepaste prijsindex de afgelopen 5 jaar ruim 8% achterblijft bij de werkelijke ontwikkelingen. Jaar (t) 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal opgeteld Totaal doorberekend

raming CBP op t-1 2,4% 1,4% 1,8% 1,6% 3,0% 10,20% 10,62%

raming CPB op t 2,2% 1,8% 1,5% 3,4% 6,2% 15,10% 15,96%

werkelijke ontwikkeling 3,0% 2,4% 2,5% 5,4% 6,2% 19,50% 21,01%

toegepaste index Houten 2,4% 1,4% 1,8% 1,6% 4,8% 12,00% 12,55%

2 Op verzoek van de maatschappelijke partners werken we met een doorberekend totaal. Daarmee bedoelen

we dat we niet alleen de percentages optellen. De CAO-stijging in 2019 rekent immers door in 2020. Dus de 3,25% in 2020 gaat over de 103,25% na 2019. 3 Per 1 juli 2023 zijn de lonen conform de nieuwe CAO met 7% verhoogd. Dat komt bovenop de 2% die in januari 2023 is toegepast. Omdat de 7% voor de tweede helft van 2023 geldt, is voor héél 2023 gerekend met 3,5%.

2.3 Sectorspecifieke analyses Als we het hebben over maatschappelijke organisaties, maken we onderscheid tussen welzijn, cultuur en sport. Elk van deze sectoren werd in de projectgroep vertegenwoordigd door één van de maatschappelijke partners. Enerzijds helpt dat bij het samenstellen van een evenwichtig pakket aan maatregelen. Het maakt de opgave tegelijkertijd ook extra complex omdat de er grote verschillen bestaan tussen de sectoren. 2.3.1 Welzijn Welzijn speelt een steeds belangrijkere rol in het sociaal domein. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de bijbehorende SPUK-middelen wordt de rol van welzijn op het gebied van (zorg)preventie ook benadrukt. Op het gebied van welzijn in de gemeente Houten speelt Van Houten&co een centrale rol. Naast Van Houten&co zijn er nog enkele aanvullende professionele subsidiepartners in Houten actief. Maar het merendeel van de welzijnsactiviteiten komt van Van Houten&co i.c.m. de verenigingen en bewonersinitiatieven. Het grootste deel van de kosten bestaat uit loonkosten (van welzijnsmedewerkers). De stijgende kosten hebben de volgende maatschappelijke impact: •

• •

•

Van Houten&co beheert en exploiteert locaties de maatschappelijke organisaties onderdak bieden. Verduurzaming van deze locaties is, op de locatie Enter na, niet reëel gelet op de staat van de gebouwen. Daarnaast is Van Houten&co geen eigenaar van de locaties en heeft het dus minder invloed op mogelijkheden rond verduurzaming. Van Houten&co is gehuisvest in het Huis van Houten. Voor deze locatie worden andere plannen ontwikkeld waardoor verduurzaming ook niet opportuun is. De gestegen (energie)kosten zorgen voor een druk op de exploitatie van gebouwen en activiteiten. Dit leidt tot hogere kosten voor zaalhuur. De kans is dat mensen met een smalle beurs mogelijk minder gebruik maken van cursusaanbod. In algemene zin betekent dit verschraling van aanbod (bestrijden eenzaamheid, opbouwwerk, mantelzorg, jongerenwerk etc.). Sinds corona zijn er weer veel meer activiteiten die plaatsvinden, er wordt meer verhuurd. Ook de vrijwilligers komen weer terug maar niet meer vast maar op projectbasis of urgentie.

2.3.2 Amateursportverenigingen Houten kent een breed sportaanbod dat wordt uitgevoerd door de lokale sportverenigingen. De verenigingen doen dat zonder subsidie van de gemeente. In 2010 is Sportpunt Houten opgericht als sportinformatiepunt, waar een sportmakelaar en vier sportmedewerkers werkzaam zijn en uitvoering geven aan het gemeentelijk sportbeleid. Sportpunt Houten is de plek waar alle Houtense verenigingen, maar ook inwoners en andere sportaanbieders (ongeorganiseerde sport, anders georganiseerde sport, commerciële sport en onderwijs) van Houten met hun vragen naartoe kunnen. Voor de sportverenigingen hebben de gestegen kosten de volgende maatschappelijke impact: •

De stand van zaken bij sportorganisaties geeft een complex en wisselend beeld. De sportorganisaties lopen breed uiteen qua financiën, het aantal leden en de (eigen) faciliteiten.

•

•

•

•

Door corona hebben veel sporters ook andere alternatieven ontdekt. Mensen kiezen meer voor individuele buitensporten (hardlopen bijvoorbeeld; dat is goedkoper) en niet meer voor verenigingsport. Verschraling van sportaanbod en sociale cohesie dreigt. Het grootste deel van de organisaties huurt bij de gemeente of commerciële verhuurders. Voor deze organisaties was het spannend wat de energieprijzen en huurstijgingen voor effect zouden hebben. Daarbij moest een balans gezocht worden tussen eigen reserves benutten en de contributie verhogen. Het risico met te grote stijgingen in de contributie is opzeggingen van het lidmaatschap. De grotere sportverenigingen hebben al verduurzamingsmaatregelen genomen. Echter, een groot deel van de organisaties huurt (van de gemeente) en hebben daardoor weinig invloed op verduurzamingsmaatregelen. Wél geven zij aan dat isoleren en het werken naar een beter energieprestatieniveau op dit moment meer effect heeft dan verduurzamingsmaatregelen. Sportorganisaties kunnen gebruik maken van een aantal subsidieregelingen op het gebied van energie. Zo is er de TEK-regeling, de energieplafonds, een recente regeling voor amateursport en de Houtense subsidieregeling energiecompensatie. De Rijksoverheid ziet de zwembaden (en ijsbanen) daarbij als bijzondere categorie waarvoor een SPUK-regeling bestaat.

De informatievoorziening rond subsidiemogelijkheden is in het sportveld ook goed: als er mogelijkheden zijn, dan worden deze benut.

2.3.3 Cultuur Vergelijkbaar met welzijn, speelt Stichting Aan de Slinger bij de cultuursector in Houten een centrale rol. Naast alle professionele podiumvoorstellingen biedt Aan de Slinger faciliteiten waar onderwijs, de vele amateurgezelschappen en ZZP’ers gebruik van maken. Op landelijk niveau is er door de Vereniging van Podia (VSCD) in februari 2023 nog een onderzoek geweest naar de wijze waarop gemeenten invulling gaven aan de gestegen (energie)kosten. Hun oproep was: zorg voor compensatieregelingen voor energiekosten en demp de indexatie van huurcontracten. Voor de cultuursector in Houten hebben de gestegen kosten de volgende maatschappelijke impact: • Veel verenigingen hebben als gevolg van corona te maken gehad met ledenverlies en zijn bezig geweest om dat te herstellen. Dit gaat de goede kant op. Voor veel organisaties zijn de leden de grootste bron van inkomsten. • Alle kosten van culturele organisaties gaan direct naar de kernactiviteit: voorstellingen, kunst en cultuur. Dat betekent dat de kostenstijgingen in de sector direct worden doorberekend in hogere kosten voor tickets, lescontributie, lidmaatschap en zaalhuur. Vaak starten die extra kosten bij het theater en resulteert dat uiteindelijk in hogere kosten bij leden of bezoekers. • Voor de sector zijn rijksregelingen vaak niet haalbaar of interessant om aan te vragen.

Dat komt bijvoorbeeld omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden, mede vanwege de kleinstedelijke schaal. • Verduurzaming is alleen voor de grote instellingen (met name het theater) een relevant onderwerp. Voor onderwijs, de amateurgezelschappen en ZZP’ers speelt dit geen rol omdat zij huren bij Aan de Slinger en dus weinig invloed hebben op verduurzamingsmogelijkheden.

Deel 3 – Maatregelenpakket Als er iets is wat de probleemanalyse uit deel 2 laat zien, dan is het hoe verschillend de impact/problematiek van gestegen kosten in de praktijk uitpakt. Elke maatschappelijke organisatie heeft op zijn eigen manier last van de gestegen (energie)kosten. Daarbij speelt ook de relatie met de gemeente een rol: wel of niet huren bij de gemeente, wel of geen subsidierelatie, wel of geen eigen energie-aansluiting, etc. Het zoeken naar een one size fits all-oplossing voor de gestegen kosten van maatschappelijke organisaties is daardoor onmogelijk. Om te komen tot een pakket van maatregelen dat de maatschappelijke organisaties in Houten ondersteunt, is uitgegaan van het principe ‘generiek waar mogelijk, op maat waar nodig’. Generieke maatregelen hebben een groot bereik en zijn relatief eenvoudig implementeerbaar. Op deze manier worden de meeste maatschappelijke organisaties breed ondersteund. Tegelijkertijd weten we dat niet iedereen met generieke maatregelen is geholpen. Om die reden zijn sommige maatregelen meer op maat ingericht. Samengevat ziet het pakket aan maatregelen er als volgt uit. # 1 2 3 4 5 6 7 8

Maatregelen Waarborgen continuïteit Stichting aan de Slinger (maximale kosten) Verduurzamen van maatschappelijk vastgoed van de gemeente (minimale kosten) Geen indexering beleidshuur in 2024 Indexering prijsdeel alle subsidiepartners Subsidieregeling energiecompensatie Houten 2e tranche subsidieregeling energiecompensatie Houten Huurverlaging Huis van Houten Herijking indexatieverdeling grote subsidiepartners Kosten totaal Beschikbare Rijksmiddelen (Houtens deel van 127 miljoen) Jaarresultaat

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

-

120.000

100.000

80.000

60.000

360.000 (max)

-

0

53.611

56.611

68.611

178.833 (min)

-

7.200

21.600

21.600

21.600

72.000

-

90.789

90.789

90.789

90.789

363.156

211.000

-

-

-

-

211.000

140.000

-

-

-

-

140.000

22.000

49.011

-

-

-

71.011

-

-

-

-

-

-

373.000

267.000

266.000

249.000

241.000

1.396.000

268.000

267.000

266.000

249.000

241.000

1.291.000

-105.000

0

0

0

0

-105.000

Daarbij gelden de volgende algemene opmerkingen: •

•

•

Voor Stichting Aan de Slinger wordt vanaf 2024 per jaar een maximumbedrag gereserveerd aan noodsteun. Het is nadrukkelijk een maximumbedrag omdat de verwachting is dat het werkelijke bedrag per jaar lager uitvalt. Het verschil tussen reservering en realiteit komt ten goede aan maatregel 2; De investeringen onder maatregel 2 zijn op dit moment nog niet bekend. Hier zal een separaat voorstel worden opgelegd conform de geldende richtlijnen voor investeringen/maatregelen t.b.v. maatschappelijk vastgoed; Maatregel 3 en 4 hebben een structureel effect waardoor de kosten, conform begrotingsrichtlijnen, ook in de jaren daarna zijn doorberekend;

Door de subsidieregeling energiecompensatie ontstaat in 2023 een negatief resultaat. Dit wordt gefinancierd vanuit de algemene reserve. Hetzelfde geldt ook voor 2024, maar dat is een worst-casescenario. De verwachting is dat de extra energiekosten voor Stichting Aan de Slinger lager zullen uitvallen.

Maatregel 1 – Waarborgen continuïteit Stichting Aan de Slinger • Kosten: tussen de € 60.000 en € 120.000 per jaar. Van alle maatschappelijke organisaties in Houten is voor Stichting Aan de Slinger de omvang en impact van de gestegen energielasten het grootst. Alhoewel het theatergebouw al is gecertificeerd als een energiezuinig theater, loopt het tekort als gevolg van de gestegen energielasten in 2023 op tot een bedrag rond de € 170.000. Het theater is aangesloten op het energiecontract van de gemeente en heeft daardoor last van de relatief hoge energieprijzen die voor 2023 zijn vastgelegd. Voor 2024 wordt een daling van de energieprijzen verwacht, maar garanties zijn op dit moment niet te geven. Het theater heeft in haar begroting 2024 zekerheidshalve gerekend met een bedrag van € 186.000. Dat is zo’n € 140.000 meer dan de € 47.000 dat in een regulier jaar aan energiekosten worden gemaakt. Daarmee vormen de gestegen lasten een probleem voor de continuïteit. Het college geeft prioriteit aan het waarborgen van de continuïteit van Stichting Aan de Slinger. In het maatregelenpakket is een buffer gereserveerd om eventuele tegenvallers op het gebied van energiekosten op te kunnen vangen. De bedragen in het bovenstaande financiële overzicht zijn de maximale bedragen die voor compensatie aan Stichting Aan de Slinger worden gereserveerd.

Als in een bepaald jaar de werkelijke extra energiekosten lager zijn dan het maximaal beschikbare bedrag, dan komen deze middelen beschikbaar voor maatregel 2. Voor 2024 wordt een buffer gereserveerd van € 120.000. Dat is minder dan waar Stichting aan de Slinger in haar begroting rekening mee houdt. De gemeente houdt rekening met (fors) hogere tarieven dan in 2022 maar vindt het niet realistisch om op dit moment met een worst-case-scenario te rekenen. Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 daalt het maximaal beschikbare bedrag. Dit is enerzijds een inschatting van de ontwikkeling in de energieprijzen en anderzijds omdat Stichting Aan de Slinger investeert in zonnepanelen. Met deze zonnepanelen wordt zo’n 30% bespaard op het huidige jaarlijkse verbruik. Tot slot. Opgeteld gaat het in de periode t/m 2027 om een forse reservering, waarbij de gezamenlijke inzet om niet alle middelen nodig te hebben. Het geeft vooral zekerheid richting Stichting aan de Slinger en zorgt er tegelijkertijd voor dat de faciliteiten (financieel) toegankelijk blijven voor onderwijs, de amateurgezelschappen en ZZP’ers.

Maatregel 2 – Verduurzamen van maatschappelijk vastgoed van de gemeente • Kosten: minimaal € 178.833. Uit de analyse is gebleken dat voor het merendeel van de maatschappelijke organisaties het verduurzamen nog weinig opportuun is. Dat komt omdat de meeste organisaties huren, bijvoorbeeld bij de gemeente. Door vanaf 2025 jaarlijks een bedrag van te reserveren, creëren we geoormerkte middelen om het gemeentelijke vastgoed te verduurzamen. Dit leidt tot lagere energielasten voor de huurders. De middelen die hiervoor beschikbaar worden gesteld zijn uitsluitend bedoeld voor maatschappelijk vastgoed van de gemeente, waarbij in het kader van dit plan specifiek wordt gekeken naar de maatschappelijke organisaties.

De verduurzaming leidt enerzijds tot hogere lasten (extra investeringen in het pand) en anderzijds tot lagere exploitatiekosten (minder energieverbruik). Normaliter worden deze meerkosten als huurverhoging (deels) door de huurders betaald. Om deze voordelen bij de maatschappelijke partners te houden, worden de meerkosten betaald uit dit gereserveerde bedrag. Deze middelen hebben dus direct een effect op de maatschappelijke huurders. Daarbij wordt specifiek naar de sportverenigingen gekeken omdat zij geen subsidierelatie hebben met de gemeente. Hierdoor profiteren zij niet van extra indexatie en blijkt dat sommige verouderde faciliteiten zorgen voor een relatief hoog energieverbruik Door de gemeente wordt momenteel een plan uitgewerkt om alle gebouwen te laten voldoen aan ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit plan is eind 2023 gereed. Hierbij worden ook de gebouwen van de maatschappelijke partners betrokken. In prioritering wordt rekening gehouden met het daar waar mogelijk eerder uitvoeren van maatregelen bij de maatschappelijke huurders/gebruikers. Ook worden momenteel quick-wins uitgevoerd die niet hoeven te wachten op het grotere plan voor de komende jaren. Zo zijn de EML (Erkende Maatregelen Lijst) acties uitgevoerd en is de gemeente bezig om versneld zonnepanelen op daken aan te brengen.

Hiervoor is reeds geld gereserveerd en 700.000 euro beschikbaar voor de komende jaren. De voordelen (energiebesparing) van deze installaties vallen ook direct toe aan de maatschappelijke huurders.

Maatregel 3 – Niet indexeren van korte verhuur in 2024 • Kosten: € 4.500 per procentpunt huurverlaging. Uitgaande van 4,8% indexatie in 2023, zijn de kosten € 21.600 (4,8% x €4.500). Omdat deze maatregel pas in september 2024 kan worden doorgevoerd is voor 2024 met 4/12e gerekend. De kosten hebben een structureel effect dus is het bedrag t/m 2027 doorberekend. De probleemanalyse leert dat sportverenigingen geen subsidierelatie hebben met de gemeente. Een extra indexatie van de subsidie bereikt hen dus niet. Een maatregel die een groot aantal sportverenigingen wél bereikt is het eenmalig niet indexeren van de huur (kort verhuur of beleidshuur genoemd). Sportverenigingen houden jaarlijks in hun begroting rekening met een huurindexatie. Door een jaar geen indexatie toe te passen, geeft dat extra financiële ruimte in hun begroting. De indexatie wordt jaarlijks in het voorjaar gecommuniceerd en per september geeffectueerd. Om deze reden is het voor 2023 praktisch niet meer mogelijk om de indexatie terug te draaien en wordt de maatregel in 2024 toegepast. Omdat de indexatie voor volgend jaar nog niet bekend is, is vooralsnog in de kostenberekening uitgegaan van de 4,8% indexatie die voor dit jaar wordt toegepast.

Maatregel 4 – Extra indexatie prijsdeel subsidie • Kosten: € 30.263,04 per procentpunt indexatie op het prijsdeel. Uitgaande van 3% extra indexatie in 2024, zijn de kosten € 90.798,12. Deze maatregel heeft een structureel effect waardoor dit bedrag ook in de jaren na 2024 is doorberekend. Uit de probleemanalyse blijkt dat de reguliere subsidie-indexatie de afgelopen 5 jaar achterblijft bij de werkelijke prijsontwikkeling. Wat het exacte verschil is, kan niet op basis van de tabel worden vastgesteld omdat het jaar 2023 nog loopt en met de indexatie van volgend jaar mogelijk nog een

deel (met vertraging) wordt gecompenseerd. Wat de tabel wél laat zien is dat er een significant verschil blijft bestaan tussen de ramingen en de werkelijkheid. Dat verschil ligt niet per definitie aan de wijze waarop wordt geïndexeerd, maar mogelijk zijn ook de CPB-ramingen niet opgewassen tegen uitzonderlijke jaren met corona of exploderende energieprijzen. Door voor 2024 een extra indexatie toe te passen van 3 procentpunt, ontstaat er extra financiële ruimte voor subsidiepartners.

Maatregel 5 en 6 – (extra) Subsidieregeling Energiecompensatie Houten • Kosten: € 211.000 voor eerste half jaar, € 140.000 voor het tweede half jaar. Dit zijn vooral de kosten voor de subsidieverstrekkingen. In het raadsvoorstel is ook € 40.000 aan uitvoeringskosten geraamd. Deze kosten zijn in het totaal van € 351.000 meegenomen. De energiemarkt lijkt weer te normaliseren en de prijzen bevinden zich ongeveer op het niveau van vóór 2022. Daarbij geldt wel dat de energieprijs kwetsbaar blijft voor geopolitieke ontwikkelingen en seizoensinvloeden. Tegelijkertijd ziet niet iedereen de daling van energieprijzen terug op de eigen energierekening. Recent werd bekend dat een groot deel van de Nederlandse huishoudens op dit moment te maken heeft met energieprijzen die boven het energieplafond liggen. Hetzelfde geldt voor de energie die door de gemeente Houten wordt ingekocht. Die energieprijzen zijn voor 2023 vastgezet en huurders/gebruikers hebben in 2023 nog te maken met relatief hoge kosten. In verhouding met de inflatie hebben fors hoge energiekosten een grotere impact op de begroting/exploitatie van organisaties. Uit de eerste openstelling van de subsidieregeling is ook gebleken dat de subsidieregeling zeer effectief is gebleken bij het dempen van de enorme kostenstijgingen.

Omdat bekend is dat de energiekosten nog niet voor iedereen dalen in 2023 (Stichting Aan de Slinger heeft per 6 maanden € 68.000 aan extra energiekosten) en organisaties vaak direct in de problemen komen bij deze energiekosten, wordt de subsidieregeling Energiecompensatie Houten voor een tweede ronde opengesteld.

Maatregel 7 - we verlagen de huur van het Huis van Houten naar € 65 per m2 • Kosten: € 66.000 op jaarbasis, gebaseerd op de tarieven per 1-9-2023. Daarvan wordt 4 maanden toegerekend aan 2023 (€ 66.000 x 4/12e). Voor 2024 is uitgegaan van het volledige jaarbedrag maar komen de kosten lager uit omdat Van Houten&co een deel van de huur per 1-1-2024 heeft opgezegd. Onlangs is geconstateerd dat de huur voor het Huis van Houten te hoog is in relatie tot de kwaliteit van het gebouw. Investeren in verduurzamingsmaatregelen is voor huurders niet opportuun en daarmee geen oplossing is om de gestegen kosten te dempen. We onderhouden dit minder dat gewenst en logisch zou zijn op basis van de huurovereenkomst. Gezien de toekomst van dit gebouw is dat logisch, maar in de heroverweging is een prijs van 65 euro per m2 passend op de kwaliteit van het pand. Met de nieuwe verhuringen hanteren we deze prijs. Ondanks dat we een lopende huurovereenkomst hebben waarin een hogere huur is overeengekomen (ca. 96 euro per m2), stellen we voor om ook voor de bestaande maatschappelijke huurders deze lagere prijs door te belasten en de kosten te dekken uit de beschikbare middelen. Bij deze maatregel is geen onderscheid gemaakt naar huurder. Dat betekent dat alle huurders (bibliotheek, Van Houten&co, De Heemlanden, GGD en Lister) een lagere huurprijs gefactureerd krijgen. In totaal wordt ca.

75% van de oppervlakte gehuurd door de bibliotheek en Van Houten&co.

De maatregel heeft uitsluitend betrekking op de huurafspraken van het huidige Huis van Houten. Afhankelijk van de ontwikkelingen rond dit dossier kunnen de kosten mogelijk nog iets hoger of lager uitvallen. Bijvoorbeeld als huurders voor het einde van het jaar verhuizen naar een tijdelijke locatie en/of Van Houten&co om praktische redenen besluit in 2024 toch iets meer vierkante meters te huren.

Maatregel 8 - herijking van indexatieverdeling maatschappelijke partners • Kosten: afhankelijk van prijsontwikkelingen Zoals in hoofdstuk 2.2 is toegelicht, wordt bij de indexatie van de grotere partners gewerkt met een combinatie tussen loon- en prijsindexatie. We hebben geconstateerd dat de systematiek van indexeren in principe correct werkt. Echter, de verdeling tussen het loon- en prijsdeel blijft een punt van discussie. Stichting Aan de Slinger krijgt bijvoorbeeld ook een aparte exploitatiebijdrage die de verhouding tussen loon en prijs beïnvloedt. Voor Van Houten&Co speelt iets anders; zij zien dat de verdeling tussen het prijs- en loondeel is gebaseerd op de jaarrekening. Maar de gemeente Houten subsidieert niet al die kosten. Als wordt uitgegaan van de gesubsidieerde activiteiten (op basis van de beschikking subsidieverlening) is de verhouding mogelijk anders. In 2024 wordt in samenspraak met de partners bekeken of de onderstaande verdeling nog aansluit op de praktijk. Indien nodig kan de verdeling daarop worden aangepast. Om mogelijke ruis rond dit onderwerp in de toekomst uit te kunnen sluiten, worden de afspraken ook expliciet vastgelegd. De maatregel wordt gezien als kostenneutraal. Het verschil in indexatie is afhankelijk van de prijsontwikkelingen en de eventuele nieuwe verdeling tussen loon en prijs.

Voor 2025 kan die verandering zowel positief als negatief uitvallen.

Organisatie Van Houten & Co Bibliotheek Theater aan de Slinger Sportpunt Houten

Deel prijsindexatie 34% 51% 34% 54%

Deel loonindexatie 66% 49% 66% 46%

Bijlage 1 – casus Stichting Aan de Slinger In onderstaande tabel wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de financiële situatie rond Stichting aan de Slinger. Dit overzicht is gebaseerd op de cijfers uit de jaarrekening. Het overzicht maakt zichtbaar dat de begroting weinig ruimte laat voor sterke kostenstijgingen en tegelijkertijd dat het te verwachten tekort in 2024 bijna volledig is toe te rekenen aan de (verwachte) stijging van de energiekosten in 2024. Realisatie 2022

Begroting 2024

Baten Subsidies en donaties Overige baten verhuuropbrengsten Subtotaal

1.439.372 636.164 1.871 2.077.407

1.454.836 686.702 10.527 2.152.065

Lasten Kostprijs baten Bedrijfsvoering Energiekosten Subtotaal

933.848 1.113.176 47.007 2.094.031

836.800 1.283.193 186.000 2.305.993

Overige kosten/baten/verrekeningen Resultaat

-341 -16.965

4.400 -149.527

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=2bc104c1-6b14-495c-8cc9-a0f659f9fb28