Bijlage 1.8 Watertoets project Luno te Houten
Tekst van het document
WATERTOETS PROJECT LUNO DE MOLEN / KOKERMOLEN TE HOUTEN
Rapportage watertoets project Luno De Molen / Kokermolen te Houten Opdrachtgever
WIMAHO C.V. Postbus 69491 1060 CM Amsterdam
Rapportnummer Versienummer
9771.001 D3
Status
Eindrapportage
Datum
25 september 2019
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole
B. Arndt MSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ............................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
3
WATERRELEVANT BELEID................................................................................................... 7 3.1 3.2
4
Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden ................................................................ 7 Gemeente Houten......................................................................................................... 7
TOEKOMSTIGE SITUATIE..................................................................................................... 8 4.1 4.2 4.3
5
Ligging planlocatie ........................................................................................................ 2 Bodemopbouw .............................................................................................................. 3 Geohydrologie .............................................................................................................. 3 Grondwater ................................................................................................................... 4 Oppervlaktewater .......................................................................................................... 5 Ontwatering en drooglegging ........................................................................................ 6 Riolering ....................................................................................................................... 7
Ontwikkeling ................................................................................................................. 8 Verhard oppervlak......................................................................................................... 8 Waterbergingsopgave ................................................................................................... 8
HEMELWATER ...................................................................................................................... 9 5.1 5.2 5.3 5.4
Uitgangspunten en randvoorwaarden ............................................................................ 9 Lediging ...................................................................................................................... 10 Calamiteit ................................................................................................................... 10 Kwaliteit ...................................................................................................................... 10
6
GRONDWATER ................................................................................................................... 11
7
RIOLERING.......................................................................................................................... 12
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
- Topografische ligging - Gegevens verkennend bodemonderzoek Tauw (R001-1263357TMA-V02-aao-NL) - Voorontwerp Luno (10-05-2019) - Samenvatting digitale watertoets - Resultaten digitale watertoets - Theoretische achtergrond principe barrièrewerking
9771.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van WIMAHO C.V. opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor project Luno te Houten. Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. De waterparagraaf omschrijft daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit en omvat het wateradvies en de gemaakte afwegingen. In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen is voor het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure derhalve een door het waterschap goedgekeurde waterparagraaf benodigd. Om goedkeuring te verkrijgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing.
Met het opstellen van de watertoets wordt beoogd dat water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen. Concreet betekent dit dat onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Uiteindelijk moet het resultaat zijn dat een nieuw plan/project, dan wel een wijziging hiervan, hydrologisch neutraal is, of -indien mogelijk- een verbetering met zich meebrengt. In een zogenaamde "waterparagraaf" (onderdeel toelichting bestemmingsplan) wordt daarbij met name de wijze waarop de afvoer van hemelwater van daken en verhardingen plaats zal vinden, in de toelichting van het bestemmingsplan vastgelegd. De onderhavige watertoets ligt hieraan ten grondslag. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en de gemeente Houten).
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 1 van 12
2
LOCATIEGEGEVENS
2.1
Ligging planlocatie
De planlocatie (± 4.740 m²) is gelegen aan De Molen 13-17 en Kopermolen 1-11 te Houten (zie bijlage 1). Het perceel, waar de planlocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Houten, sectie A, nummers 7468, 7469, 9741 en 9744. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van gemiddeld 2,5 m +NAP. De coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie zijn X = 140.605, Y = 448.975. De planlocatie is bebouwd met een aantal kantoorpanden. De parkeerplaats is voorzien van een klinker- en tegelverharding. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven.
Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 2 van 12
2.2
Bodemopbouw
De originele bodem bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een kalkloze ooivaaggrond (Rd90C), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zware zavel en lichte klei. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Echteld. Uit het op de planlocatie uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (Tauw, d.d. 5 maart 2018, kenmerk: R001-1263357TMA-V02-aao-NL) blijkt de bodem voornamelijk te bestaan uit zwak schelp houdend, zwak siltig matig grof zand. Plaatselijk is tussen 0,5 en 1,0 meter beneden maaiveld een leemlaag aangetroffen. In bijlage 2 zijn de gegevens van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. 2.3
Geohydrologie
Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II en GeoTOP v1.3 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit de modellen van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket met een dikte van circa 55 m te worden gevormd door respectievelijk de formaties van Echteld, Boxtel, Kreftenheye, Urk en Sterksel. Op het eerste watervoerkende pakket is een deklaag behorende tot de Formatie van Echteld bestaande uit zand met inschakelingen van leem. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Formatie van Waalre. Tabel I.
Geohydrologie Diepte m -mv
Formatie
Typering
Bodem
0-0,5
Antropogeen
-
-
0,5-2,0
Echteld
DKL
zand en leem
2,0-6,5
Echteld
WVP
zand
6,5-8,5
Boxtel
WVP
zand
8,5-27,5
Kreftenheye
WVP
zand
27,5-31,5
Urk
WVP
zand
31,5-58
Sterksel
WVP
zand
DKL = deklaag
Rapport 9771.001 versie D3
WVP = watervoerend pakket
SDL = slecht doorlatende laag
Pagina 3 van 12
2.4
Grondwater
Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. Naast de archiefgegevens van TNO wordt vanuit het regionaal samenwerkingsplatform water innovatie netwerk, ofwel Winnet op meerdere locaties binnen de kern van Houten de grondwaterstand gemonitoord.
In de directe omgeving van de planlocatie zijn enkele grondwaterpeilput(ten) gelegen. In tabel II zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur III is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens van de geraadpleegde bronnen, in westelijke richting. Tabel II.
Gegevens grondwaterpeilputten TNO en Winnet
grondwaterpeilput
windrichting t.o.v. locatie
afstand t.o.v. locatie (m)
meetperiode
GLG (m +NAP)
GHG (m +NAP)
B39A2282
N
120
16-12-2011 tot 19-02-2019
0,50
1,10
B39A2281
NW
455
16-12-2011 tot 27-05-2019
0,95
1,75
B39A2283
ZW
360
16-12-2011 tot 27-05-2019
0,45
1,10
Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 1,10 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 1,4 m -mv bevinden. In het kader van het verkennend bodemonderzoek (Tauw, 2018) is op 20 februari 2018 een grondwaterstand gemeten op 1,48 m -mv. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 4 van 12
Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten TNO en Winnet
2.5
Oppervlaktewater
Voor het hoogheemraadschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Ten oosten van de planlocatie, parallel aan de Randweg, is een tertiaire watergang gelegen. Dit betreft een droogvallende sloot. In figuur 3 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven. De planlocatie is gelegen in het peilgebied VINEX, en valt onder peilbesluit Houten. In dit gebied geldt een vast peil van 0,8 m +NAP.
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 5 van 12
Figuur 3. Uitsnede legger oppervlaktewater hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
2.6
Ontwatering en drooglegging
Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn: ž ž ž ž ž
Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruipruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:
0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m
Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van circa 2,5 m +NAP. De GHG is ingeschat op 1,1 m +NAP (1,4 m -mv). De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 30 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. Op basis van de grondwaterstanden en fluctuatie zullen inzake de ontwikkeling zowel voor, tijdens als wellicht na realisatie maatregelen genomen moeten worden.
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 6 van 12
2.7
Riolering
In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een traditioneel gemengd rioolstelsel gelegen.
3
WATERRELEVANT BELEID
De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) en de gemeente Houten. 3.1
Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden
De belangrijkste beleidsnota’s voor HDSR is het waterbeheerplan ‘Waterkoers 2016-2021’, de waterstructuurvisie, de keur en legger. In de keur van De Stichtse Rijnlanden is opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning hemelwater, afkomstig van nieuw verhard oppervlak, versneld tot afvoer te laten komen en te lozen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt dienen maatregelen te worden genomen om de negatieve effecten te voorkomen. De minimale oppervlakte waarvoor dit geldt bedraagt binnen de bebouwde kom 500 m2 en buiten de bebouwde kom 1.000 m2 nieuw verhard oppervlak. Het waterschap heeft een rekenmodel ontwikkeld om de wateropgave als gevolg van klimaatontwikkelingen in beeld te brengen. Uitgangspunten hierbij zijn: ž ž ž
de maximale afvoer bedraagt 1,5 l/s/ha; de maximale peilstijging van 15 cm voor veen, 20 cm voor klei en 30 cm voor zand; een maatgevende neerslagsituatie met een herhalingstijd T=100 jaar.
In het handboek Watertoetsproces is door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden beschreven hoe het waterschap invulling geeft in waterhuishoudkundige aspecten. Infiltratievoorzieningen dienen gedimensioneerd te worden met 45 mm per m2 afgekoppeld verhard oppervlak. 3.2
Gemeente Houten
Het Water en Rioleringsplan (WRP) 2016-2019 geeft aan hoe de gemeente Houten invulling geeft aan de zorgplicht hemelwater (en de zorglichten voor stedelijk afvalwater en grondwater). Bouwplannen van enige omvang worden door de afdelingen Bouwzaken, Ruimtelijk Beleid en Openbare Werken beoordeeld. Hierbij wordt erop gelet of de mogelijkheden om stedelijk afvalwater te scheiden en regenwater af te koppelen voldoende worden benut. Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen is in het waterplan opgenomen dat bij nieuwbouw als 2 eis wordt gesteld dat op eigen terrein per m verhard oppervlak 10 mm waterberging wordt gerealiseerd. Een dergelijke berging moet dan komen tussen de regenwaterafvoer en de riolering. Vanuit de berging kan het water eventueel in de grond infiltreren. Om wateroverlast en schade te voorkomen wordt in het gemeentelijk water- en rioleringsplan tevens aangegeven dat bij nieuwbouwplannen rekening dient te worden gehouden met een aanleghoogte van de begane grondvloer te opzichte van de kruin van de weg van 30 cm.
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 7 van 12
4
TOEKOMSTIGE SITUATIE
4.1
Ontwikkeling
Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van een nieuw appartementencomplex van circa 130 woningen. Het parkeren wordt half verdiept opgelost. Bovenkant keldervloer zal op maximaal 1,2 m +NAP zijn gelegen (1,3 m -mv). Als gevolg van de ontwikkeling worden de huidige bedrijfspanden volledig geamoveerd. 4.2
Verhard oppervlak
Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van het voorontwerp “Luno” (d.d. 10-05-2019) zoals opgenomen in bijlage 3. De oppervlakken zoals aanwezig in de huidige situatie zijn bij benadering en bepaald aan de hand van de GBKB, BAG en Satellietfoto’s. In tabel III staan de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwing(en) en verhardingen. Tabel III.
Gegevens huidig en toekomstig verhard oppervlak
Type verharding
Huidig verhard oppervlak (m²)
Toekomstig verhard oppervlak (m²)
Dak
± 1.695
± 2.590
verharding
± 2.300
-
Verharding*
-
± 1.275
± 3.995
± 3.865
Totaal
* In verband met de half verdiepte parkeergarage wordt het gehele binnenterrein als verhard beschouwd.
Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak nagenoeg ongewijzigd blijven. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 3.865 m2. 4.3
Waterbergingsopgave
In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden adviseert positief over het ruimtelijk plan. De samenvatting en de resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 4 en 5. Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen wordt vanuit de gemeente Houten als eis gesteld dat op eigen terrein per m2 verhard oppervlak 10 mm waterberging wordt gerealiseerd. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis vanuit de gemeente Houten bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 40 m3 (3.865 m2 x 0,01 m).
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 8 van 12
5 5.1
HEMELWATER Uitgangspunten en randvoorwaarden
Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. ž ž ž ž ž ž ž ž ž ž
100% afkoppeling van verhard oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is 2 uitgegaan van 3.865 m . Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 10 mm gerekend over 2 het aantal m . De maximale ledigingsduur van het systeem 83 uur (voorkeur 24 uur). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG is ingeschat op 1,1 m +NAP (1,4 m -mv). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.
Infiltratie van water in de bodem bij de afvoer van (overtollig) hemelwater is bij de toekomstige planvorming het uitgangspunt. De mogelijkheden ten aanzien van een oppervlakkige afvoer naar een bovengrondse infiltratievoorziening zoals bijvoorbeeld een wadi, is vanwege het ruimtegebruik zeer beperkt. De enige mogelijkheid is gelegen in de groene ruimte tussen de planlocatie en de randweg. In de brede groenstrook langs de randweg is voldoende ruimte aanwezig om de wateropgave van 40 m3 te bergen. Hiermee is de voorziening echter buiten de plangrens gelegen. Ten aanzien van de verwerking van hemelwater is de initiatiefnemer voornemen infiltratiekratten aan te leggen. Binnen de plangrens biedt het planvoornemen eventueel mogelijkheden om kratten te plaatsen onder de balkons. Buiten de plangrens liggen er wellicht mogelijkheden om kratten te plaatsen in de groenstrook tussen het toekomstige gebouw en de rondweg. De mogelijkheden hiertoe dient nog nader onderzocht te worden. Om hemelwater binnen de plangrenzen te verwerken zijn er ook mogelijkheden gelegen om water te bergen op het dak door de aanleg van een groen,- polder,- dan wel waterdak of onder het gebouw door gebruik te maken van de van de restruimtes in de half verdiepte parkeergarage.
In beide situaties kan hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar het riool of bij ondergrondse berging door uitsparingen in de wanden worden geïnfiltreerd in de bodem. Een voorbeeld van regenwateropslag onder het gebouw is opgenomen in figuur 4 (bron: rainproof.nl)
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 9 van 12
Figuur 4: schematische doorsnede voorbeeld regenwateropslag onder het gebouw
5.2
Lediging
De doorlatendheid van de bodem is in-situ niet onderzocht. Op basis van de aanwezige bodemopbouw en textuur worden er vooralsnog geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem. 5.3
Calamiteit
In het toekomstig systeem kan een situatie waarbij in een korte tijd 10 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij meer regen valt dan 10 mm kan overtollig water overstorten op het riool of eventueel de sloot die is gelegen parallel aan de Randweg. De mogelijkheid hiertoe zal tijdens het verdere planproces bekeken moeten worden. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient daarbij te worden voorkomen. 5.4
Kwaliteit
In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijk gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 10 van 12
6
GRONDWATER
In het planvoornemen is de aanleg van een half verdiepte parkeerkelder voorzien. Voor ondergrondse bouwwerken dienen waterdichte materialen en constructies te worden gebruikt. Een permanente grondwateronttrekking is niet toegestaan. Voor een tijdelijke onttrekking van grondwater (bijv. tijdens bouwfase) dient, afhankelijk van het waterbezwaar, het onttrekkingsdebiet en de duur van de bronnering, een watervergunning of melding gedaan te worden bij het waterschap. Ondergrondse werken kunnen daarnaast een vrije afstroming van grondwater belemmeren waardoor het grondwater aan de bovenstroomse zijde mogelijk kan worden opgestuwd en aan de benedenstroomse zijde kan zorgen voor een verlaging van de grondwaterstand (barrièrewerking). Bij de aanleg van ondergrondse bouwwerken mag de grondwaterstroming niet worden verstoord. Het risico op grondwaterstandsveranderingen door ondergrondse werken is afhankelijk van de volgende punten: 1. 2. 3. 4.
De omvang van het werk dat gerealiseerd wordt in relatie tot de stromingsrichting van het grondwater; De diepte van het werk dat gerealiseerd wordt in relatie tot de bodemgesteldheid en de mate waarin de ondergrondse bouwdelen watervoerende lagen doorsnijden; De bodemgesteldheid (de verticale doorlatendheid) van de lagen onder het ondergrondse werk; De lokale grondwaterstandsituatie (is er sprake van een significant stijghoogte/grondwater verschil).
Fugro heeft de barrièrewerking nader bestudeerd en toegelicht in een artikel. In bijlage 6 is de theoretische achtergrond over het principe barrièrewerking nader omschreven. Aan de hand van bovenstaand genoemde punten is getoetst of en in welke mate grondwaterstandsveranderingen kunnen optreden ten gevolge van de aanleg van de garage. Wanneer aan alle punten wordt voldaan, bestaat een risico op negatieve grondwaterstandseffecten in de omgeving van de kelder. 1.
2.
De toekomstige garage heeft een lengte van 66 meter bij 57 meter en is dwars op de verwachte stromingsrichting van het grondwater gelegen. Op basis van de afmetingen van de kelder kan niet zondermeer worden verwacht dat het grondwater gemakkelijk om de kelder heen kan stromen. Aan punt 1 wordt derhalve voldaan. De hinder van het ondergrondse bouwwerk is gerelateerd aan de diepte in combinatie met de lokale bodemopbouw. Een ondergrondse constructie kan de grondwaterstroming pas hinderen, wanneer een watervoerende zandlaag of een groot deel daarvan (ongeveer 70%) wordt afgesloten. Tot 1,0 meter beneden ontgravingsvlak lijkt de lokale bodemopbouw, voornamelijk te bestaan uit zwak schelp houdend, zwak siltig matig grof zand. Slechts bij een boring is tussen 0,5 en 1,0 meter beneden maaiveld een leemlaag aangetroffen. Van een gebied dekkende storende laag is derhalve geen sprake. Daarbij is deze leemlaag boven de verwachtte GHG gelegen. De bovenkant van de keldervloer zal op maximaal 1,2 m +NAP zijn gelegen (1,3 m -mv). Op basis van de afmetingen van de kelder wordt verwacht dat het grondwater gemakkelijk onder de kelder heen kan stromen, waardoor negatieve effecten op de grondwaterstand niet zullen optreden. Aan punt 2 wordt derhalve niet voldaan.
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 11 van 12
3.
4.
Door de afwezigheid van een gebied dekkende waterremmende bodemlaag zal een stijging van de grondwaterstand worden gecompenseerd door de wegzijging naar diepere watervoerende lagen. Aan punt 3 wordt niet voldaan. Op basis van peilbuismetingen in de omgeving en de Isohypsen van TNO is in het grondwater van het eerste watervoerende pakket geen significant verhang aanwezig. De grondwaterstandverschillen zijn minimaal, hierdoor zal nagenoeg geen opstuwing en daling plaats vinden. Aan punt 4 wordt derhalve ook niet voldaan.
Ten opzichte van de 4 punten, wordt in principe alleen voldaan aan punt 1. Het grondwater kan zonder weerstand en problemen ook onder de kelder doorstromen. In dat geval zal per definitie geen opstuwing van de grondwaterstand plaatsvinden. Daarbij is de onderzijde van de kelder iets boven de verwachtte GHG gelegen waardoor slechts een beperkte periode in het jaar sprake zou kunnen zijn van een effect op het grondwater. Op basis van de bovenstaande analyse wordt geen risico op grondwateroverlast of onderlast als gevolg van barrièrewerking van de aanleg van de kelder verwacht.
7
RIOLERING
Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een verandering in het aanbod van vuilwater op het riool. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden.
Econsultancy Boxmeer, 25 september 2019
Rapport 9771.001 versie D3
Pagina 12 van 12
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2
Gegevens verkennend bodemonderzoek Tauw (R001-1263357TMA-V02-aao-NL)
2SGUDFKWJHYHU
%RULQJ
6FKDDO
:RQDP%9
3HLOEXLV 0HHWSXQW *HERXZHQ /RFDWLHJUHQV
1
6WDWXV
%RULQJWRWP 3URMHFW
)RUPDDW
%RGHPHQDVEHVW0ROHQ]RRP+RXWHQ
$[PP
2QGHUGHHO
'DW
0RQVWHUSXQWQDPHVLWXHULQJ
*HWHN
&RQFHSW 3URMHFWQXPPHU
7HNHQLQJQXPPHU
3
*HF
WPD
P
3RVWEXV $&'HYHQWHU 7HO
Bijlage 3 Voorontwerp Luno (10-05-2019)
LUNO VOORONTWERP | 10.05.2019
COLOFON
opdrachtgever : Wonam B.V. architect : MoMENT architectuur
INTRODUCTIE
Dit voorontwerp betreft de nieuwbouw van woningen aan De Molen 13 - 17 en de Kokermolen 1 - 11 in Houten. Uitgangspunt daarbij is de sloop van beide huidige kantoorgebouwen. Het programma voor de nieuwbouw bestaat uit 2, 3 en 4-kamer huurwoningen van 54 tot 89 m2 gbo. Parkeren vindt plaats in een halfverdiepte garage met daarboven een gemeenschappelijke buitenruimte. De locatie is onderdeel van een gebied in transitie, en verkleurt deels van werken naar wonen. Er wordt daarbij niet uitgegaan van het vigerende bestemmingsplan maar meer van de omliggende ontwikkelingen en de mogelijkheden van de locatie zelf. Daarom is het een belangrijk onderdeel van het proces om de ontwikkeling af te stemmen met de gemeente en andere belanghebbenden.
gebouw de Zoom | binnenterrein
gebouw de Zoom | zijde De Molen
gebouw de Terp | binnenterrein
gebouw de Terp | zijde Rondweg
SITUATIE
LOCATIE
2 km
1 km
LOCATIE
1 km
2 km
LOCATIE luchtfoto NS station / centrum 800m (10 min. lopen)
transformatie de Molen 43 - 49 57 startersappartementen
visie gemeente: transformatiezone naar wonen
woonwijk Wernaar
LOCATIE
spoorverbinding Utrecht - 's Hertogenbosch
tenniscomplex
kantorenpark de Molenzoom
transformatie de molen 20 nieuwbouw 36 appartementen 74 sociale huurwoningen 3k / 75 - 85 m2 gbo
sportpark de Kruisboog
SITUATIE bestaand
zaagmolen
H = 11m kokermolen
de molen
kantoor 'de zoom'
kantoor 'de terp'
H = 14m
H = 11m
rondweg
talud
H = 14m
H = 11m
perceel 3860 m2 H = 19m
H = 15m
fiets- voetpad
schaal 1:500 (A3) 0
10
20m
SITUATIE concept
zaagmolen
Maximaal 3 bouwlagen i.v.m. woningen overzijde
Split-level woningen met entree aan straat entree dek
2,5 tot 3,5 laag
talud
entree
bel-etage entree aan straat
4,5 laag
dek / binnenhof 35 x 45m
5,5 laag
rondweg
2,5 tot 3,5 laag
= ontsluiting
hoogte oplopend van noord- naar zuidzijde
= balkons gesloten bouwblok geluidluw binnenhof
de molen
parkeren
hoofdentree 6,5 laag
hoogteaccent op hoek markeert onderdoorgang rondweg
fiets- voetpad
schaal 1:500 (A3) 0
10
20m
SITUATIE optie fasering / fase 1
zaagmolen
rondweg
talud
2,5 tot 3,5 laag
kantoor 'de zoom'
5,5 laag
de molen
H = 14m
H = 11m 6,5 laag
fiets- voetpad
schaal 1:500 (A3) 0
10
20m
SITUATIE fase 1 + fase 2
zaagmolen
4,5 laag
rondweg
2,5 tot 3,5 laag
talud
2,5 tot 3,5 laag
5,5 laag
footprint 4.008 m2 perceel 3.858 + 70 = 3.928 m2
de molen
ontsluiting pg
6,5 laag
fase 2
fase 1
fiets- voetpad
schaal 1:500 (A3) 0
10
20m
18 22 18 20 22 16 20 16
1199
24 24
Zaagmol len Zaagmo
14
26 26
Ro Rond
NIEUWE SITUATIE
olen Zaa olen gmgm Zaa
Meolnen e ol DeDM
1 - 11 13-17 9,5%
19,0%
9,5%
9,5%
19,0%
9,5%
olen olen ermerm KokKok 0c/10 -210 c/
schaal 1:500 (A3) 0
10
20m
PLATTEGRONDEN
PLATTEGROND kelder
9,5%
19,0%
9,5%
9,5%
19,0%
9,5%
schaal 1:300 (A3) 0
10m
PLATTEGROND begane grond
9,5%
19,0%
9,5%
9,5%
19,0%
9,5%
schaal 1:300 (A3) 0
10m
PLATTEGROND 1e verdieping
schaal 1:300 (A3) 0
10m
PLATTEGROND 2e verdieping
schaal 1:300 (A3) 0
10m
PLATTEGROND 3e verdieping
schaal 1:300 (A3) 0
10m
PLATTEGROND 4e verdieping
schaal 1:300 (A3) 0
10m
PLATTEGROND 5e verdieping
schaal 1:300 (A3) 0
10m
PLATTEGROND dakaanzicht
schaal 1:300 (A3) 0
10m
Woningtype GO (m2) verd
A1
A2
0 1 2 3 4 5
totaal
Totaal GO
A3 75
75
2 8 4 4 2
1
4
20
1
4
1500
75
300
B1 60
9955,5
GO/BVO
80,86%
>75m2 75m2
Aantal app Aantal fietsen 14 56 112 336 392
C 65,2
9 12 12 12 9 8
3
1
4
62
3
1
240
3360,4
162,6
65,2
excl. buitenruimten en galerij 95,62 stijgpunten 2178,1 2258,6 2132,3 1540 1182,1 664,4
Totaal BVO
B3 54,2
4
BVO -1 0 1 2 3 4 5
B2 54,2
8050,5
verd
Fietsen
A4
75
D 89,4
E
F1
F2
F3 59,9
G2 87,1
G3 87,5
H
59
75
1 1 1 1 1
1 1 1 1 1
2
5
5
5
2
2
2
2
2
2
4
447
390,5
295
150
150
119,8
174,2
175
146,6
299,2
1 1 1 1 1
75
G1
78,1
73,3
74,8
2 2
2 2
2
1 1 1 1
WONINGTYPEN
DOORSNEDEN
Principe doorsneden (concept)
schaal 1:300 (A3) 0
10m
GEVELS
N.B. colorbel in kopgevel
LUNO LUNO
oppervlakte gevel = 844 m2 open = 285 m2 percentage open = 34 %
WESTGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
oppervlakte gevel = 672 m2 open = 336 m2 percentage open = 50 %
NOORDGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
LUNO
oppervlakte gevel = 956 m2 open = 387 m2 percentage open = 41 %
OOSTGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
oppervlakte gevel = 1.310 m2 open = 525 m2 percentage open = 40 %
ZUIDGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
oppervlakte gevel = 365 m2 open = 102 m2 percentage open = 28 %
BINNENHOF | ZUIDGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
oppervlakte gevel = 660 m2 open = 195 m2 percentage open = 30 %
BINNENHOF | WESTGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
oppervlakte gevel = 892 m2 open = 233 m2 percentage open = 26 %
BINNENHOF | NOORDGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
oppervlakte gevel = 539 m2 open = 152 m2 percentage open = 28 %
BINNENHOF | OOSTGEVEL
SCHAAL 1:200 (A3) 0
10 m
DETAILS
GEVELFRAGMENT principe
balustrade - helder glas - stalen balusters achter glas - RAL 7013 bruingrijs
metselwerk - handvorm - waalformaat - halfsteens - verdiepte voeg
HWA - PVC - in kleur 'beige'
metselwerk - dikformaat - klamp gemetseld - met wrok - dubbel blokverband
prefab beton - bordes - console - 'warm grijs'
kozijnen - kunststof - 'houtdetails' - RAL 7013 bruingrijs
balustrade - stripstaal - RAL 7013 bruingrijs
IMPRESSIES
Bijlage 4
Samenvatting digitale watertoets
datum 20-8-2019 dossiercode 20190820-14-21229 Gegevens: ● Aanvrager: R. van den Berg ● Emailadres aanvrager: vandenberg@econsultancy.nl ● Organisatie: Econsultancy ● Naam project: 9771.001 ● Plangebied grootte (m2): 4750
Tekenen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Houten Vragen: Blijft de bebouwing staan en gaat het alleen om een interne functiewijziging? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is? nee Is er sprake van een toename van verhard oppervlak van méér dan 500 vierkante meter in stedelijk gebied of méér dan 1000 vierkante meter in landelijk gebied? nee Gaat u hemelwater bergen buiten uw plangebied? nee Vindt er een lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater? nee Wordt hemelwater afgevoerd naar oppervlaktewater? nee Wordt hemelwater afgevoerd naar een hemelwaterriool? nee Wordt het hemelwater geïnfiltreerd in de bodem? ja Wordt hemelwater afgevoerd via een gemengd rioolstelsel? (bij nieuwbouw is dit niet gewenst volgens het beleid) nee Op welke manier wordt afvalwater verwerkt? Dit zal worden aangesloten op het bestaande gemengd rioolstelsel in de rondom liggende wegen. Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee
Vinden er binnen het plan agrarische activiteiten plaats? nee Is er in of aangrenzend aan het plangebied oppervlaktewater aanwezig? ja Bevat het bouwplan ondergrondse bouwwerken, zoals parkeergarage, grote kelders? ja Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats met een afvoer naar oppervlaktewater? Denk aan bronnering of drainage. nee
Overzicht kaartlagen geraakt
Afbeeldingen per geraakte kaartlaag
www.dewatertoets.nl
Bijlage 5
Resultaat digitale watertoets