Bijlage 1.4 Nader onderzoek vleermuizen
Tekst van het document
Strijkviertel 30 3454 PM De Meern 030 - 666 1746 info@vandijktech.nl
IBAN: NL26 RABO 0156884186 BIC: RABO NL 2U KvK Utrecht: 30128364 BTW nr: NL 803.844.451.B01
Datum:
31-10-2022; versie 1 (definitief)
Opdrachtnummer:
153361
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK Project:
Opdrachtgever:
sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
Studio In Motion Meidoornkade 22 3992 AE Houten
Uitgevoerd: Onderzoeksperiode:
15-05-2022 tot 01-10-2022 (dhr. S. van de Langenberg BSc en dhr. F. Dalm BSc)
Ecologisch adviseur: Projectleider:
dhr. F. Dalm BSc dhr. drs. M.R. Hanraads
www.vandijktech.nl Voor al onze werkzaamheden geldende V.O.T.B. Voorwaarden zoals vermeld op onze website en gedeponeerd bij de KvK Utrecht ondernr. 40476246.
INHOUDSOPGAVE 1. 2.
INLEIDING ................................................................................................................................................... 3 ALGEMENE GEGEVENS ........................................................................................................................... 3 2.1 Omgeving ................................................................................................................................................. 3 2.2 Planlocatie en onderzoekslocatie .............................................................................................................. 3 2.3 Voorgaand onderzoek en te verwachten soorten ...................................................................................... 4 2.4 Voorgenomen herontwikkeling ................................................................................................................ 4 3. ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................................................ 4 3.1 Vleermuizen .............................................................................................................................................. 4 3.2 Huismus ....................................................................................................................................................
5 3.3 Gierzwaluw ............................................................................................................................................... 6 4. UITVOERING ONDERZOEK ..................................................................................................................... 6 5. RESULTATEN ............................................................................................................................................. 7 5.1 Vleermuizen .............................................................................................................................................. 7 5.2 Huismus .................................................................................................................................................... 7 5.3 Gierzwaluw ............................................................................................................................................... 7 6. CONCLUSIES .............................................................................................................................................. 7 7. SLOTOPMERKINGEN ................................................................................................................................ 8
BIJLAGEN 1.1 1.2 1.3 2
Regionale situatie (niet op schaal) Situatietekening (1:250; A4) Foto-overzicht Wettelijk kader
31-10-2022 versie 1 (definitief)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 2
1.
INLEIDING In opdracht van Studio In Motion (d.d. 22-10-2021) is door van Dijk geo- en milieutechniek b.v., aangaande de locatie Plein 10 en 10a te Houten, een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van essentieel leefgebied van vleermuizen, huismus en gierzwaluw. In het kader van de voorziene sloop en renovatie van de op de locatie aanwezige bebouwing en de toekomstige nieuwbouw van woningen is eerder door van Dijk geo- en milieutechniek b.v. een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd, waaruit is geleken dat er bij de geplande sloopwerkzaamheden mogelijk sprake is van verstoring/vernietiging van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten en essentieel leefgebied van huismus en gierzwaluw. Derhalve dient nader onderzocht te worden of en hoe voornoemde soorten gebruik maken van de onderzoekslocatie. Inzake het uitgevoerde nader onderzoek is tussen van Dijk geo- en milieutechniek b.v. en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.
2.
ALGEMENE GEGEVENS
2.1
Omgeving Onderhavige locatie (gemeente Houten, sectie A, nrs. 2671, 2669 (gedeeltelijk), 3114, 5882 en 10723) is gelegen in de woonwijk Houten Noord-West. Circa 2,0 km ten noorden bevindt zich het bosgebied “Nieuw Wulven”. Op circa 700 m ten noorden bevindt zich het “Imkerpark” met gazon, watergangen en bomenrijen. De locatie wordt aan de zuid- en oostzijde begrenst door respectievelijk de straten Prins Bernhardweg en Plein; aan de noord- en westzijde bevindt zich parkeergelegenheid. De ligging van de locatie is globaal aangeduid op een topografische kaart, die is opgenomen als Bijlage 1.1.
2.2
Planlocatie en onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een tweetal woningen, een schuur, twee overkappingen (in gebruik als carport) en een gedeelte van een parkeerplaats. Alle bebouwing is opgebouwd uit stenen muren zonder spouw. Uitzondering betreft de uitbreiding aan de westzijde van Plein 10 welke wel beschikt over een spouw. De daken van drie gebouwen (Plein 10, Plein 10a en de schuur achter Plein 9) zijn afgewerkt met dakpannen op houten dakbeschot. Deze dakpannen sluiten niet overal goed op elkaar aan waardoor er verschillende openingen bestaan die toegang geven tot de ruimte tussen de dakpannen en het dakbeschot. Achter de dakranden of dakgootbekisting van de woningen zijn meerdere ruimtes aanwezig. Daarnaast kan de zolder van de schuur achter Plein 9 via een opening bij een dichtgetimmerd raam bereikt worden. Op het westelijk deel van het terrein en tussen de overkapping en Plein 10 bevindt zich struikgewas. Het overige deel van het terrein is verhard met tegels en klinkers. De parkeerplaats ten westen van perceel is grotendeels verhard met klinkers met langs de randen enkele lage beukhagen. De situatietekening van het onderzoeksgebied is opgenomen als Bijlage 1.2; een foto-overzicht als Bijlage 1.3.
31-10-2022 versie 1 (definitief)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 3
2.3
Voorgaand onderzoek en te verwachten soorten Op onderhavige locatie is in 2021 door van Dijk geo- en milieutechniek b.v. een quickscan Wet natuurbescherming (kenmerk: 153361, d.d. 24-12-2021) uitgevoerd. Uit deze quickscan blijkt dat het voorkomen van streng beschermde vaste verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis en meervleermuis en jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw in het pannendak, achter de dakgootbekisting en in de spouw van de woningen niet kan worden uitgesloten. Het aanwezige groen rondom de bebouwing wordt mogelijk gebruikt als essentiële schuilplaats door binnen de onderzoekslocatie nestelende huismussen. Bij de toekomstige sloop-, en nieuwbouw- en renovatiewerkzaamheden is derhalve mogelijk sprake van vernietiging/verstoring van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en/of jaarrond beschermde nesten/essentiële schuilplaatsen/essentieel leefgebied van huismus en gierzwaluw. Dit betekent een overtreding van de verbodsbepalingen zoals deze zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Derhalve dient voorafgaand aan de werkzaamheden een nader ecologisch onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw conform protocol te worden uitgevoerd.
Daarnaast dient tijdens de werkzaamheden, middels enkele algemene maatregelen, rekening te worden gehouden met foeragerende vleermuizen, vleermuizen in vlucht, (overwinterende) dagvlinders en met broedvogels in het algemeen.
2.4
Voorgenomen herontwikkeling In de nabije toekomst zullen sloop-, nieuwbouw- en renovatiewerkzaamheden plaatsvinden, waarbij de woningen aan Plein 10 en Plein 10a geheel worden gerenoveerd en omgevormd tot een tweetal appartementen en de andere gebouwen en parkeerplaats geheel worden verwijderd. Op deze locaties zullen in totaal een zevental woningen worden gerealiseerd (een vijftal op het perceel Plein 10 en een tweetal op de voormalige parkeerplaats). De aanwezige groenstructuren zullen hierbij geheel worden gerooid.
3.
ONDERZOEKSOPZET
3.1
Vleermuizen Het onderzoek naar de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen wordt conform het vleermuisprotocol (2021) van het Netwerk Groene Bureaus uitgevoerd, waarbij de mogelijke aanwezigheid van zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen in de bebouwing wordt onderzocht. Op basis van de quickscan kan het voorkomen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis en meervleermuis niet worden uitgesloten. Echter komt de baardvleermuis vooral voor in bosrijke gebieden en jaagt, vaak dichtbij (binnen een afstand van 1 tot 3 km) de verblijfplaats, voornamelijk langs bosranden of boven open plekken. De meervleermuis is vrij selectief in de keuze van een verblijfplaats, waarbij de afwezigheid van verstoring een belangrijke rol speelt. Voorts jaagt de meervleermuis vaak boven groot open water en verplaatst deze soort zich naar het jachtgebied via sloten, kanalen en beken. De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Houten, er zijn geen bosrijke gebieden in de directe omgeving en het dichtstbijzijnde open water (Houtense Wetering) ligt 275 m ten zuiden van de onderzoekslocatie.
31-10-2022 versie 1 (definitief)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 4
Op basis van bovenstaande kan het voorkomen van baardvleermuis en meervleermuis redelijkerwijs worden uitgesloten en daarom zijn deze soorten in eerste instantie niet meegenomen in de onderzoeksopzet. Omdat de potentiële verblijfplaatsen niet volledig inspecteerbaar zijn kunnen winterverblijfplaatsen niet worden onderzocht. Daarom wordt aangenomen dat als er een zomer-, kraam- of paarverblijfplaats wordt aangetroffen, deze mogelijk ook gebruikt wordt als winterverblijfplaats. In eerste instantie is de onderzoeksopzet gebaseerd op de meer algemeen voorkomende gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, kleine dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Indien tijdens de inventarisatierondes de meer zeldzame soorten zoals baardvleermuis of soorten uit de familie van de myotisvleermuizen (zoals meervleermuis) worden aangetroffen, worden eventueel aanvullende onderzoeksrondes uitgevoerd. Het voorjaarsonderzoek zal plaatsvinden in de periode tussen 15 mei en 15 juli. Hierbij zullen drie onderzoeksrondes worden verricht, waarvan twee in de avond en één in de ochtend. De onderzoeksrondes worden met een tussenperiode van minimaal 20 dagen uitgevoerd, waarbij een ochtendronde mag worden gecombineerd met een avondronde.
In verband met de grootte van de onderzoekslocatie (tenminste 75% van de locatie moet ten allen tijde te overzien zijn) zullen de rondes door twee personen worden uitgevoerd. Het najaarsonderzoek zal plaatsvinden in de periode tussen 15 augustus en 1 oktober, waarbij twee avondrondes uitgevoerd zullen worden. Hierbij wordt de volgens het protocol optimale tussenperiode van minstens 20 dagen gehanteerd. Gezien het feit dat paarverblijfplaatsen door langdurig gebouwgebonden-gedrag van vleermuizen (paaractiviteit) worden vastgesteld is de trefkans groter en kunnen de najaarsrondes door één persoon worden uitgevoerd. De locatie van een verblijfplaats wordt vastgesteld middels visuele waarnemingen van in- en uitvliegende vleermuizen. Voor het vaststellen van paarverblijfplaatsen wordt gelet op vleermuizen die sociale geluiden (zoals paarroepjes) uitstoten en paargedrag vertonen. Voor het registreren van de geluiden van vleermuizen wordt gebruik gemaakt van een batdetector (Petterson type u384). Dit apparaat vertaalt de voor mensen onhoorbare ultrasone geluiden van vleermuizen in hoorbare geluiden. Vleermuissoorten zijn op basis van ritme en klank van geluiden maar ook op basis van vliegstijl en grootte van elkaar te onderscheiden.
Wanneer determinatie van de soort in het veld niet mogelijk is, zullen de geluiden in het veld worden opgenomen en later worden geanalyseerd in het programma Batsound. Tevens zal, indien noodzakelijk (bijv. bij slecht overzicht of hoge bebouwing), gebruik gemaakt worden van een warmtebeeldcamera. 3.2
Huismus Het onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van huismus wordt volgens het soorteninventarisatieprotocol van het NGB uitgevoerd. Het onderzoek bestaat uit twee inventarisatierondes (ten minste één uur per ronde) met een minimale tussenperiode van tien dagen. Bij voorkeur worden de rondes verricht op dagen met goede weersomstandigheden (droog en weinig wind) tussen één à twee uur na zonsopkomst en één à twee uur voor zonsondergang. De rondes worden uitgevoerd door één persoon.
31-10-2022 versie 1 (definitief)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 5
Tijdens het onderzoek wordt gericht gezocht naar nestlocaties en ander essentieel functioneel leefgebied van huismus. Dit betreft stofbadplaatsen, foerageergebied en bomen en struiken die gebruikt worden als schuil- en rustplaats, als foerageergebied en als sociale ontmoetingsplaats. Een dergelijk locatie wordt ook wel een kwetterplek genoemd. Essentieel functioneel leefgebied wordt opgespoord door te letten op indicerend gedrag zoals het aanleveren van nestmateriaal of voedsel, baltsgedrag (roepende mannetjes) , in- en uitvliegen, stofbaden en foerageren. 3.3
Gierzwaluw Het onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van gierzwaluw zal volgens het soorteninventarisatieprotocol van de NGB in de periode 1 juni t/m 15 juli worden uitgevoerd. Conform de protocollen dient het onderzoek minimaal te bestaan uit drie inventarisatierondes (waarvan één ronde tussen 20 juni en 7 juli in verband met de aanwezigheid van jongen) met een minimale tussenperiode van tien dagen. Bij voorkeur worden de rondes uitgevoerd vanaf twee uren voor zonsondergang tot zonsondergang op dagen met goede weersomstandigheden (droog en weinig wind) om de kans op invliegwaarnemingen te vergroten.
4.
UITVOERING ONDERZOEK De veldwerkzaamheden zijn in de periode van 15 mei tot 1 oktober 2022 uitgevoerd door dhr. F. Dalm BSc en dhr. S. van de Langenberg BSc en hebben bestaan uit in totaal tien inventarisatierondes. De data en tijdstippen van de inventarisatierondes in combinatie met aanvullende informatie over weersomstandigheden (windkracht, temperatuur, neerslag en bewolking) zijn weergegeven in Tabel 1. Datum
Tijdsduur
Specificatie Windkracht Temperatuur
Weer
Ronde
Vleermuizen 07-06-2022 21:55h-00:37h
1 1 Bft.
15 ºC
Bewolkt
2 2 Bft.
15 °C
Helder
3 2 Bft.
15 °C
Helder
4 1 Bft.
21 °C
Half bewolkt
5 2 Bft.
21 °C
Half bewolkt
(zomer) 29-06-2022 02:15h-05:28h
Ronde (zomer)
05-07-2022 22:02h-00:32h
Ronde (zomer)
16-08-2022 22:00h-00:00h
Ronde (najaar)
06-09-2022 21:15h-23:23h
Ronde (najaar)
Huismus 12-04-2022 11:54h-12:56h
Ronde 1
3 Bft.
16 ºC
Licht bewolkt
17-05-2022 12:29h-13:30h
Ronde 2
2 Bft.
20 °C
Bewolkt
07-06-2022 19:55h-22:15h
Ronde 1
2 Bft.
18 °C
Onbewolkt
23-06-2022 20:09h-22:11h
Ronde 2
2 Bft..
28 °C
Half bewolkt
05-07-2022 20:03h-22:06h
Ronde 3
2 Bft.
17 °C
Licht bewolkt
Gierzwaluw
31-10-2022 versie 1 (definitief)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 6
De veldwerkzaamheden zijn met optimale tussenperiodes en onder geschikte weersomstandigheden uitgevoerd.
5.
RESULTATEN Belangrijke waarnemingen (zoals verblijfplaatsen of territoriumgedrag) zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 1.2. Foto’s van aangetroffen verblijfplaatsen worden weergegeven in het foto-overzicht in Bijlage 1.3.
5.1
Vleermuizen Gedurende de eerste onderzoeksronde is (om 22:31h) een uitvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen. De vleermuis is een paar minuten later weer op dezelfde locatie ingevlogen en is daarna nogmaals uitgevlogen. De uitvliegopening bevindt zich tussen de dakgootbekisting en de stenen muur in de noordoostelijke hoek van het huis aan Plein 10a (foto 12). Daarnaast zijn er tijdens de inventarisatierondes incidenteel overvliegende ruige dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen. Dit betrof waarnemingen van hoog overvliegende individuen die duidelijk geen binding hadden met de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Gewone dwergvleermuizen werden foeragerend waargenomen binnen de onderzoekslocatie tussen de overkapping en het huis aan Plein 10.
5.2
Huismus Gedurende de inventarisatierondes zijn géén huismusnesten of ander essentieel leefgebied (zoals kwetterplekken en stofbaden) binnen de onderzoekslocatie waargenomen.
5.3
Gierzwaluw Gedurende de inventarisatierondes zijn binnen het plangebied en in de directe omgeving géén nesten van gierzwaluw waargenomen. Wel zijn er boven het plangebied diverse (hoog) overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Deze individuen habben duidelijk geen binding met het plangebied, waardoor onderhavige locatie tevens géén deel uitmaakt van essentiële onderdelen van het leefgebied van gierzwaluw.
6.
CONCLUSIES Binnen de onderzoekslocatie is één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen. De vaste verblijfplaats bevindt zich achter de dakgootbekisting van de woning aan Plein 10a. Daarnaast wordt de locatie tussen de overkapping en de woning aan Plein 10 gebruikt als foerageergebied door gewone dwergvleermuis. Vanwege het grote aanbod gelijkwaardige (en al dan niet betere) gebieden in de directe omgeving maakt de onderzoekslocatie echter geen essentieel onderdeel uit van het foerageergebied van gewone dwergvleermuis. Er zijn géén nesten en/of essentiële schuilplaatsen (kwetterplekken) van huismussen en/of gierzwaluwen aangetroffen binnen/direct nabij onderhavige onderzoekslocatie.
31-10-2022 versie 1 (definitief)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 7
Bij de voorziene renovatiewerkzaamheden aan de woningen zal de streng beschermde verblijfplaats van gewone dwergvleermuis mogelijk vernietigd dan wel significant worden verstoord (door aantasting van de verblijfplaats dan wel de aan- en uitvliegroute). Tevens kan aantasting (doden) van individuen door de geplande ruimtelijke ingrepen niet worden uitgesloten. Vleermuizen genieten een strikte bescherming onder de Wet natuurbescherming. Zowel vernietiging/verstoring van een verblijfplaats, als het (opzettelijk) doden van een individu betekent een overtreding van de verbodsbepalingen zoals die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Teneinde de werkzaamheden te kunnen realiseren dient een aanvraag tot ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden ingediend bij de provincie Utrecht. Pas ná het verkrijgen van een ontheffing Wet natuurbescherming kan (op basis van een ecologisch werkprotocol) met de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden/herontwikkeling worden aangevangen. Voorts dienen de overige aanbevelingen van de quickscan in acht genomen te worden: vleermuizen (foerageren en vliegroutes); werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) dienen, i.v.m. verstoring door kunstlicht, bij daglicht uitgevoerd te worden.
Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen op aangeven van een ecoloog goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt, dagvlinders (overwinterende vlinders): aangeraden wordt om de werkzaamheden in de actieve periode van deze vlinders (maart/april tot en met oktober/november) te verrichten zodat geen verstoring tijdens de winterslaap optreedt. Indien dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld vanwege de planning of aanwezige broedvogels) kunnen de vlinders worden verplaatst naar houten vlinderkastjes die op aangeven van een ecoloog op een rustige plek buiten worden opgehangen waarbij de openingen naar het oosten of noorden gericht dienen te worden. Na het verplaatsen van de vlinders kan dan met de werkzaamheden worden begonnen, broedvogels in het algemeen; met de start van de werkzaamheden dient buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) met voorkeur in de winter te worden aangevangen. Indien de start van de geplande werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Benadrukt wordt dat ten allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht.
Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.
7.
SLOTOPMERKINGEN Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat het uitgevoerde nader ecologisch onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw een momentopname is. Hierdoor zijn de waarnemingen tijdens het veldwerk beperkt houdbaar (circa 3 jaar).
31-10-2022 versie 1 (definitief)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 8
In vertrouwen u hiermede van dienst te zijn geweest, verblijven wij, hoogachtend, van Dijk geo- en milieutechniek b.v.
dhr. drs. M.R. Hanraads (directeur)
31-10-2022 versie 1 (definitief)
dhr. F. Dalm BSc (junior projectleider Milieu/ecoloog)
nader ecologisch onderzoek sloop en nieuwbouw, Plein 10 en 10a te Houten
153361 Pagina 9
Bijlage 1
1.1 Regionale situatie 1.2 Situatietekening 1.3 Foto-overzicht
REGIONALE SITUATIE
Deze kaart is noordelijk georiënteerd
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern
Legenda onderzoekslocatie
Bijlage 1.1
Project:
sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a
Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:
Houten 153361 niet op schaal November 2021
Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl
9a-9b
schuur g
1
overkappin
3
10a
10 5 2
Plein
4 g
overkappin
6
1a-1b
1
parkeerpla
ats
0
Legenda:
hardweg Prins Bern
onderzoekslocatie struikgewas
foto zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis
2,5
5
7,5
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN
10
12,5
15
Tel. : 030 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl
Project: Plein 10-10a en terrein ten oosten van Prins Bernhardweg 5 te Houten Gewijzigd: 23-12-2021 AD Opdrachtnr.: 153361 Gewijzigd: 26-10-2022 AD Schaal: 1:250 (A4) Gewijzigd: Datum: 24-11-2021 Controle: Getek.: A.Demir
FOTOREPORTAGE Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl
Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a en Prins Bernhardweg
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
Houten 153361 november 2021 1/3
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl
Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a en Prins Bernhardweg
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
Houten 153361 november 2021 2/3
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl
Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a en Prins Bernhardweg
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
Houten 153361 november 2021 3/3
Bijlage 2
Wettelijk kader
NATUURBESCHERMINGSWETGEVING
Algemeen De natuurwetgeving in Nederland bestaat uit drie onderdelen, te weten soortbescherming (voormalige Flora- en faunawet), gebiedsbescherming (voormalige Natuurbeschermingswet 1998) en bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet) die per 1 januari 2017 allen vallen onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Soortbescherming De Wet Natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkomende wilde dier- en plantensoorten. Het uitgangspunt van de soortenbescherming is 'Nee, tenzij'. Dit houdt in dat alles wat schadelijk is voor bedreigde soorten in beginsel verboden is. Met behulp van een ontheffing of vrijstelling kan van dit verbod worden afgeweken. Onderstaand zijn de verbodsbepalingen opgesomd. De Wet Natuurbescherming verdeelt soorten over drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten (incl. Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn) en andere soorten. Soorten Vogelrichtlijn Hier onder vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Voor activiteiten zoals ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.1: Verboden m.b.t. van nature in Nederland in het wild levende vogels 1.
levende vogels opzettelijk te doden of te vangen 2. nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Vogels opzettelijk te verstoren. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.5: Verboden ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoelt in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen
5.
Het is verboden planten van deze soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Naast de bescherming van vogels middels de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is door de RVO een aanvullend beschermingsregime opgesteld. Binnen dit beschermingsregime geldt voor alle broedvogels een gelijke bescherming. Hierdoor is het vaak noodzakelijk dat werkzaamheden buiten het broedseizoen (over het algemeen van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd. Ook vogels die buiten het reguliere broedseizoen broeden zijn beschermd. Aanvullend zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Deze vogelsoorten zijn ingedeeld in de volgende vijf categorieën: 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
De nesten van vogelsoorten opgenomen in categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd; de nesten van vogelsoorten uit categorie 5 zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Om te bepalen of er voldoende alternatieven zijn kan een inventarisatie of omgevingscheck te worden uitgevoerd. Voor de aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Soorten van de lijst ‘andere soorten’ Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Elke provincie geeft middels een vrijstellingsverordening aan welke soorten uit artikel 3.10 binnen de betreffende gemeente een vrijstelling genieten voor het verrichten van handelingen in het kader van ruimtelijke ingrepen, bestendig beheer en bestendig gebruik. De lijst met beschermde soorten binnen dit beschermingsregime is dus per provincie verschillend. Art 3.10: Verboden ten aanzien van de soorten van de lijst ‘andere soorten’. Het wetsontwerp bestaat uit twee lijsten waarvan één met diersoorten (bijlage; onderdeel A) en één met plantensoorten (bijlage; onderdeel B). 1. Het is verboden om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen. 2.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te vernielen. 3. Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De beschermingsregimes met de daarin beschreven beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming zijn te vinden op de website van de RvO (www.rvo.nl). Daarnaast geldt de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Voor nadere informatie met betrekking tot de Wet Natuurbescherming wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Gebiedsbescherming Met behulp van de Wet Natuurbescherming (de voormalige Natuurbeschermingswet 1998) worden Natura 2000-gebieden (habitat- en vogelrichtlijngebieden) beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden algemene en gebiedsspecifieke doelstellingen. Verder zijn gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (NNN; voormalige EHS) planologisch beschermd. Deze wettelijke bescherming van het NNN verloopt niet via de natuurwetgeving maar via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). In of in de nabijheid van de beschermde gebieden zijn handelingen verboden die de waarden, kenmerken of functies van het gebied kunnen aantasten. Voor nadere informatie met betrekking tot gebiedsbescherming wordt verwezen naar de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).
Bescherming van houtopstanden Vanuit de Wet Natuurbescherming (de voormalige Boswet) geldt dat het vellen van een (deel van een) houtopstand van te voren gemeld moet worden. Na het vellen geldt de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000doel.