Bijlage 1.4 - 7. Technische aspecten
Tekst van het document
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
2 / 17
2.2
De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor het huidige standaard NEN5740 stoffenpakket: barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de voormalige boomgaardpercelen in het bebouwd gebied is de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart ook opgesteld voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). De gegevens voor de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken die bij de gemeente Houten beschikbaar zijn gekomen na het samenstellen van de dataset van de huidige bodemkwaliteitskaart[4]. Ook is gebruik gemaakt van de al beschikbare dataset van de huidige bodemkwaliteitskaart[4].
Stappen 2 en 4: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken en indelen beheergebied in deelgebieden De basis van een bodemkwaliteitskaart is het identificeren van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik is een deelgebiedenkaart gedefinieerd. In overleg met de gemeente is voor de indeling van de deelgebieden uitgegaan van de huidige bodemkwaliteitskaart[4]. De onderscheiden voorlopige deelgebieden zijn hieronder weergegeven . Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). In aanvulling op de gebiedsindeling uit de huidige bodemkwaliteitskaart[4] is een nieuw deelgebied voor de bovengrond gedefinieerd: de voormalige boomgaardpercelen ter plaatse van het bebouwd gebied van de gemeente Houten. In eerste instantie zijn voor dit deelgebied 2 bodemlagen onderscheiden: 0,0-0,3 m-mv en 0,3-0,5 m-mv (zie bijlage 3). Uit bijlage 3 blijkt dat de bodemkwaliteit van deze 2 bodemlagen vergelijkbaar zijn (kwaliteitsklasse Industrie). Daarom is in overleg met de gemeente Houten besloten deze 2 bodemlagen samen te voegen.
De volgende deelgebieden zijn onderscheiden: Bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing Uitbreidingen vanaf 1979 Bedrijven Wegbermen Rondweg Wegbermen kleine kernen (0,0-0,3 m-mv; ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal) Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied Ondergrond (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
3 / 17
2.3
Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking 2.3.1
Selecteren beschikbare gegevens
Voor de actualisatie van de huidige bodemkwaliteitskaart[4] is een nieuwe dataset gemaakt. Hierbij is gebruik gemaakt van bodemonderzoeken die bij de gemeente Houten beschikbaar zijn en representatief zijn voor de diffuse bodemkwaliteit. Volgens de Richtlijn[5] mogen alleen analysegegevens voor de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt die niet ouder zijn dan 5 jaar. Door deze strenge selectie worden veel representatieve gegevens voor de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart uitgesloten. De Richtlijn stelt ook, dat bodemgegevens ouder dan 5 jaar gebruikt mogen worden als deze bodemgegevens vergelijkbaar zijn met de recente bodemgegevens. De oudere bodemgegevens zorgen voor een grotere dataset met analysegegevens waardoor de gemiddelde kwaliteit van een bodemkwaliteitszone beter wordt onderbouwd. De gemeente Houten heeft aangegeven dat de oudere bodemgegevens vergelijkbaar zijn met de bodemgegevens die de laatste 5 jaar beschikbaar zijn gekomen. Daarom is gebruik gemaakt van de al beschikbare dataset van de huidige bodemkwaliteitskaart[4]. Deze dataset is aangevuld met gegevens die beschikbaar zijn gekomen na het samenstellen van de dataset van de huidige bodemkwaliteitskaart[4]. 2.3.2
Het samenvoegen van punt- en mengmonsters
De dataset voor de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met analysegegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden[7] van de analysegegevens. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met analysegegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de analysegegevens van de mengmonsters eenmaal meegenomen. 2.3.3
Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet
Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyses is de methode van de Richtlijn[5] gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt per bodemonderzoek. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen. Veelal liggen de rekenkundige waarden van individuele OCB (0,7 maal de detectiegrens)
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
4 / 17
hoger dan de Achtergrondwaarde (AW2000). In de bijlage 3 zijn deze rekenkundige waarden gelijk gesteld worden aan de Achtergrondwaarde (AW2000). Dit voorkomt overschrijdingen van de norm door gehalten die in feite niet zo hoog gemeten zijn. Deze laatste bewerking heeft geen invloed op de kwaliteitsklasse. 2.3.4
Het opsporen van uitbijters
Ondanks dat er representatieve analysegegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer of onbetrouwbare analyses. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd en beoordeeld. Als de uitschieters tot een type- of meetfout zijn te herleiden, zijn de analyseresultaten uit het bestand verwijderd of aangepast. Na het toevoegen van de nieuwe representatieve gegevens aan de dataset van de huidige bodemkwaliteitskaart[4] zijn een aantal uitbijters vastgesteld die in bijlage 2 zijn gespecificeerd. 2.4
Stap 5: Controle indeling van het beheergebied
2.4.1
Aantal waarnemingen De Richtlijn[5] stelt de volgende minimale eisen aan het aantal waarnemingen per deelgebied: Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 waarnemingen beschikbaar. De waarnemingen liggen voldoende verspreid over het deelgebied: o Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer waarnemingen beschikbaar. o Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 waarnemingen beschikbaar. Omdat het bovengronddeelgebied ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ bestaat uit (veel) niet-aaneengesloten gebieden, is in overleg met de gemeente Houten afgeweken van de Richtlijn[5]. Voor het deelgebied ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ is met de gemeente Houten besloten dat meer dan 30 waarnemingen met bestrijdingsmiddelen aanwezig moeten zijn, maar dat per niet-aaneengesloten gebied geen 3 waarnemingen noodzakelijk zijn. Op basis van deze gegevens wordt een uitspraak gedaan over de diffuse bodemkwaliteit ten aanzien van bestrijdingsmiddelen. De deelgebieden voldoen aan de in de Richtlijn[5] gestelde minimumeisen en aanvullend gestelde eisen van de gemeente voor het aantal en de spreiding van de beschikbare gegevens (zie bijlage 3 en kaartbijlage 6).
2.4.2
Splitsen deelgebieden Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van LievenseCSO bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
5 / 17
Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten is opgenomen in bijlage 3 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in de deelgebieden ‘Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing’ en ‘Bedrijven’ sprake is van relatief hoge variatiecoëfficiënten voor minerale olie en/of PAK. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door een beperkt aantal relatief hoge waarden. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden. 2.5
Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden Omdat alle deelgebieden voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de waarnemingen volgens de Richtlijn[5] en de hierbij aanvullend gestelde uitgangspunten van de gemeente Houten (zie § 2.2) is stap 6 ‘Verzamelen aanvullende informatie’ niet uitgevoerd. De deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones in de gemeente Houten. De bodemkwaliteitszones zijn hieronder benoemd en op de kaartbijlagen 6 weergegeven: Bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing Uitbreidingen vanaf 1979 Bedrijven Wegbermen Rondweg Wegbermen kleine kernen (0,0-0,3 m-mv; ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal) Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied Ondergrond (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten
2.6
Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 3, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling[2]. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje “Bodemkwaliteitsklasse”. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de te verwachten ontgravingsklasse (zie ook § 2.7.3 en bijlage 1 onder het kopje “Ontgravingskaart”). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Deze situatie kan zich voordoen bij licht verontreinigde bedrijfsterreinen of industriegebieden.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
6 / 17
In tabel 2.2 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 3 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 2.7.4). Controle saneringscriterium In de Richtlijn[5] staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende bodemkwaliteitszone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor bij de bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ (tabel 2.1). Tabel 2.1 Bodemkwaliteitszones met P95 > interventiewaarde Bodemkwaliteitszone
Stof
95-percentielwaarde (in mg/kg ds)
Interventiewaarde Wet bodembescherming (in mg/kg ds)
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte)
Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied
0,78 (waarde op basis van
0,367 (gecorrigeerde
gemeten analyses)
waarde voor percentage
DDE
organisch stof) 2,76 (waarde voor
2,3 (waarde voor standaard
standaardbodem)
bodem)
DDE: individueel organochloorbestrijdingsmiddel
Conform de Richtlijn[5] is voor deze bodemkwaliteitszone een risicobeoordeling uitgevoerd (zie bijlage 4). Uit bijlage 4 blijkt dat bij het toepassen van grond uit de bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ bij het mogelijk voorkomende bodemgebruik in het bebouwd gebied van Houten, geen onaanvaardbare humane risico’s kunnen optreden. Bij het toepassen van grond vanuit de bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaarden in bebouwd gebied’ zijn bij bepaalde bodemgebruiken en toepassingsoppervlakten mogelijk onaanvaardbare ecologische risico’s aanwezig. De gemeente wil de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart daarom niet gebruiken als bewijsmiddel bij het hergebruik van grond van de bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ en heeft hiervoor gemeentelijk beleid[8] opgesteld. Ten aanzien van bijlage 4A moet nog het volgende worden opgemerkt. In de eindconclusie van de uitgevoerde risicobeoordelingen staat aangegeven: “Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, als gevolg van: - Ernstige bodemverontreiniging” en “Er is een geval van ernstige verontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden”. Dit zijn een standaardzinnen in de rapportage omdat gebruik wordt gemaakt van het rekenprogramma Sanscrit.
Sanscrit wordt gebruikt om de spoedeisendheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging te berekenen. Als dit model wordt gebruikt in het kader van bodemkwaliteitskaarten voor de controle van het saneringscriterium, is deze eindconclusie niet relevant.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
7 / 17
Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en de variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de waarnemingen berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje “Heterogeniteit” in bijlage 1. In de gemeente Houten is alleen in de bodemkwaliteitszones ‘Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing’ en ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen. Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de bodemkwaliteitszone kleiner. De betreffende stoffen in de bodemkwaliteitszones bevatten echter ruim voldoende waarnemingen om de heterogeniteit goed te beschrijven. Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone is in bijlage 3 opgenomen (kolom 'Heterogeniteit'). In tabel 2.2 is per bodemkwaliteitszone weergegeven voor welke stof(fen) een sterke heterogeniteit is vastgesteld. Tabel 2.2 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag. Bodemkwaliteitszone
Bodemkwaliteits-
Kwaliteitsbepalende
Sterke
klasse
stof
heterogeniteit
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bebouwing voor 1979 en
Wonen
Lood, PCB, PAK
Nikkel
Uitbreidingen vanaf 1979
Landbouw/natuur
-
-
Bedrijven
Landbouw/natuur
-
-
Wegbermen Rondweg
Landbouw/natuur
-
-
Wonen
PAK
-
Industrie
DDE
DDT, DDE
lintbebouwing
Wegbermen kleine kernen (0,0-0,3 m-mv; ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal) Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten
Landbouw/natuur
-
-
PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen PCB: PolyChloorBifenylen DDT, DDE: individuele organochloorbestrijdingsmiddelen
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
8 / 17
2.7
Stap 8: Resultaten weergeven in bodemkwaliteitskaart
2.7.1
Inleiding De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.
2.7.2
Kaart met uitgesloten locaties en gebieden In de gemeente Houten is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart. Een opsomming van de uitgesloten locaties en gebieden is aangegeven in hoofdstuk 3. De uitgesloten gebieden, (spoor)wegen en waterbodems zijn afgebeeld op de verschillende kaartbijlagen. De ligging van de overige uitgesloten locaties is niet op de kaarten weergegeven. Redenen hiervoor zijn dat de weergave van deze locaties op een kaart op gemeentelijk niveau te weinig detail geeft; bodemonderzoek kan aantonen dat een potentieel voor bodemverontreiniging verdachte locatie uiteindelijk niet verontreinigd is waardoor de kaart een onjuist beeld geeft van de werkelijke situatie. Voor een actueel overzicht van deze locaties moet contact worden opgenomen met de gemeente Houten; www.houten.nl klikpad: Gemeente Houten > Ondernemers > Natuur, milieu > Bodem of Gemeente Houten > Burgers > Natuur, milieu en duurzaamheid > Bodem. Voor locaties die uitgesloten zijn van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en waarvan provincie Utrecht gegevensbeheerder is (te saneren of gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming en stortplaatsen), moet contact worden opgenomen met Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht.
De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart kan op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die uit deze gebieden wordt ontgraven. Ook kan de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer[3] wordt hier nader op ingegaan.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
9 / 17
2.7.3
Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden (zie hoofdstukken 5 en 6 van de nota bodembeheer[3]) worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is, net als de bodemkwaliteitsklasse, gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 3, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling[2]. De toetsing van de klasse 'Wonen' is strenger voor het bepalen van de ontgravingsklasse dan voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse (zie ook § 2.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje “Ontgravingskaart”, ter vergelijking zie het kopje “Bodemkwaliteitsklasse”. In tabel 2.3 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in kaartbijlage 7. De kleuren in tabel 2.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaarten. Tabel 2.3 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone en bodemlaag. Bodemkwaliteitszone
Verwachte ontgravingsklasse
Klasse-bepalende stof
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bebouwing voor 1979 en
Wonen
Lood, PCB, PAK
Uitbreidingen vanaf 1979
Landbouw/natuur
-
Bedrijven
Landbouw/natuur
-
Wegbermen Rondweg
Landbouw/natuur
-
Wonen
PAK
Industrie*
DDE
lintbebouwing
Wegbermen kleine kernen (0,0-0,3 m-mv; ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal) Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter tto en met 2,0 meter diepte) Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten
Landbouw/natuur
-
PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen PCB: PolyChloorBifenylen DDE: individueel organochloorbestrijdingsmiddel * De 95-percentiel van DDE is groter dan de interventiewaarde, waardoor vrij grondverzet op basis van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart niet mogelijk is. Bij bepaalde bodemgebruiken en toepassingsoppervlakten zijn er mogelijk ecologische risico’s aanwezig. Vrij grondverzet op basis van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart is hierdoor niet mogelijk. In het addendum bij de nota bodembeheer
[8]
is
gemeentelijk beleid opgesteld.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
10 / 17
2.7.4
Toepassingskaart De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) bodemfunctieklasse van de bodem (zie bijlage 1 onder het kopje 'Toepassingskaart'). In tabel 2.4 is het resultaat van deze werkwijze voor de toepassingskaart van de gemeente Houten samengevat. Op kaartbijlage 8 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 2.4 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 5 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlage 8 (toepassingskaarten). Tabel 2.4 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform [1] het generieke kader van het Besluit . Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toepassingseis
(klasse bepalende stof)
(generiek)
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bebouwing voor 1979 en
Wonen
Wonen (Lood, PCB, PAK)
Wonen
Uitbreidingen vanaf 1979
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Bedrijven
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wegbermen Rondweg
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen (PAK)
Wonen
lintbebouwing
Wegbermen kleine kernen (0,00,3 m-mv; ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal) Voormalige
Industrie
Industrie Industrie (DDE)
boomgaardpercelen in
Wonen bebouwd gebied Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) Ondergrond bebouwd gebied
Industrie
gemeente Houten
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen PCB: PolyChloorBifenylen DDE: individueel organochloorbestrijdingsmiddel
2.8
Bijzondere omstandigheden De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van voor bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (betere of juist slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Op terreinen die ooit een leeflaag van schone grond hebben gekregen, of gesaneerde locaties is bijvoorbeeld een betere kwaliteit te verwachten. Een slechtere kwaliteit valt te verwachten op terreinen die (wellicht) door een puntbron verontreinigd zijn en ter plaatse van dempingen, stortplaatsen en lokale ophooglagen. De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart kan op de uitgesloten
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
11 / 17
locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die uit deze gebieden wordt ontgraven. Ook kan de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer[3] wordt hier nader op ingegaan. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorbeelden hiervan zijn grondwaterwin- en –beschermingsgebieden (Tull en ’t Waal), archeologie en cultuurhistorie, Natura2000gebieden, Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS) en aardkundig waardevolle gebieden. De provincie kan bij grondverzet in aangewezen beschermingsgebieden aanvullende eisen stellen. Voor een actueel beeld van de ligging van deze gebieden wordt verwezen naar de provincie Utrecht (https://www.provincie-utrecht.nl/loket/kaarten/). 2.9
Vaststellen geactualiseerde bodemkwaliteitskaart Met de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart, inclusief de bodemfunctieklassenkaart, heeft de gemeente Houten een goed instrument in handen voor het toepassen van grond. Een gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag voor het Besluit[1] bij de toepassing van grond en baggerspecie op de landbodem. De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart moet bestuurlijk worden vastgesteld. Bij de bestuurlijke vaststelling van de nota bodembeheer[3] in 2011 heeft de gemeenteraad de bestuurlijke vaststelling van een geactualiseerde bodemkwaliteitskaart gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Bij de bestuurlijke vaststelling is de procedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), van toepassing.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
12 / 17
3
Samenvatting en conclusie LievenseCSO Milieu B.V. heeft in opdracht van de gemeente Houten de huidige bodemkwaliteitskaart geactualiseerd. In de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart zijn op basis van historie en huidig bodemgebruik in totaal 7 bodemkwaliteitszones onderscheiden: Bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing Uitbreidingen vanaf 1979 Bedrijven Wegbermen Rondweg Wegbermen kleine kernen (0,0-0,3 m-mv; ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal) Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied Ondergrond (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart: rijksweg A27, de provinciale wegen N409, N410 en N421 en spoorgebonden gronden inclusief de onverharde (spoor)wegbermen (andere beheerorganisaties); het buitengebied van de gemeente Houten: het gemeentelijk grondgebied (landbodem) dat geen onderdeel uitmaakt van de woonkernen ’t Goy, Houten, Schalkwijk, Tull en ’t Waal.
locaties met, of die verdacht zijn van, een sterke bodemverontreiniging; gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart); waterbodems die in beheer zijn van Rijkswaterstaat met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling[6] ; waterbodems in beheer van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; het grondwater. In tabel 3.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. De kleuren in tabel 3.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor de stoffen arseen, barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB (7), PAK (10) en minerale olie. Voor de bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ is de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart ook opgesteld voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). In de bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’ is de 95percentielwaarde voor DDE boven de interventiewaarde vastgesteld.
Daarom is voor deze bodemkwaliteitszone gecontroleerd of er sprake is van een overschrijding van het saneringscriterium en of er onaanvaardbare risico's optreden bij grondverzet zonder dat BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
13 / 17
een partijkeuring is uitgevoerd. Uit de controle is gebleken dat er geen onaanvaardbare humane risico’s kunnen optreden. Bij bepaalde bodemgebruiken en toepassingsoppervlakten zijn er mogelijk ecologische risico’s aanwezig. De gemeente wil de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart daarom niet gebruiken als bewijsmiddel bij het hergebruik van grond van de bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied’. De gemeente heeft voor het toepassen van grond vanuit en in deze bodemkwaliteitszone beleid opgesteld dat is verwoord in het addendum bij de nota bodembeheer[8] Op de ontgravingskaarten (kaartbijlage 7) zijn de te verwachten bodemkwaliteitsklassen weergegeven van de te ontgraven boven- en ondergrond. Op de toepassingskaarten (kaartbijlage 8) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor een gebied als een partij grond wordt toegepast. Uit tabel 3.1 blijkt dat alleen in bodemkwaliteitszone ‘Voormalige boomgaarden in bebouwd gebied in bebouwd’ gebieden voorkomen waar ter plaatse van de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ de toepassingseis (kwaliteitsklasse ‘Wonen)’ strenger is dan de ontgravingskwaliteit (kwaliteitsklasse ‘Industrie’). Dit betekent dat wanneer grond in deze bodemkwaliteitszone ontgraven wordt, deze niet altijd in woongebieden mag worden toegepast omdat (lokaal) de toepassingseis strenger kan zijn.
Een toelichting op de toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 bij het kopje ‘Toetsing grondverzet’. De gemeente Houten heeft gebiedsspecifiek en gemeentelijk beleid opgesteld om enerzijds knelpunten bij het nuttig toepassen van grond in deze gebieden op te lossen. In de nota bodembeheer[3] en het addendum bij de nota bodembeheer[8] is hier nader op ingegaan. De mogelijkheden voor vrij grondverzet in het generieke kader van het Besluit[1] is in de tabel 3.2 weergegeven.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
14 / 17
Tabel 3.1 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en verwachte ontgravingsklasse [1] conform het generieke kader van het Besluit . Verwachte Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctieklasse
ontgravingsklasse
Toepassingseis
(klasse bepalende
(generiek)
stof) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing
Wonen
Wonen (Lood, PCB, PAK)
Wonen
Uitbreidingen vanaf 1979
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Bedrijven
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wegbermen Rondweg
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen (PAK)
Wonen
Wegbermen kleine kernen (0,00,3 m-mv; ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal) Voormalige boomgaardpercelen
Industrie
in bebouwd gebied
Wonen
Industrie** Industrie (DDE)* Wonen
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) Ondergrond bebouwd gebied
Industrie
gemeente Houten
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen PCB: PolyChloorBifenylen DDE: individueel organochloorbestrijdingsmiddel *De 95-percentiel van DDE is groter dan de interventiewaarde, waardoor vrij grondverzet op basis van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart niet mogelijk is. Voor deze gebieden is gemeentelijk beleid opgesteld (zie [8]
het addendum bij de nota bodembeheer ). ** Bij bepaalde Toxische Druk, ecologische gevoeligheid én toepassingsoppervlakten kunnen onacceptabele ecologische risico’s ontstaan (zie bijlage 4). Afhankelijk van de resultaten van het aanvullend onderzoek en na beoordeling door de RUD Utrecht kan de grond worden toegepast.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
15 / 17
Tabel 3.2 Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromenmatrix) met het generieke kader van het Besluit
[1]
Toepassingslocatie
Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied Industrie (DDE)
Uitgesloten gebied
Wegbermen kleine kernen (0,0-0,3 m-mv) Wonen
Onbekend
Wegbermen Rondweg Landbouw/natuur
Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten
Bedrijven Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Uitbreidingen vanaf 1979 Landbouw/natuur
Ondergrond
Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing Wonen
Verwachte ontgravingskwaliteit
Bovengrond
Ontgravingslocatie
Toepassingseis
Bovengrond Bebouwd gebied voor 1979 en lintbebouwing
Wonen
1
Uitbreidingen vanaf 1979
Landbouw/natuur
1
Bedrijven
Landbouw/natuur
1
Wegbermen Rondweg
Landbouw/natuur
1
Wegbermen kleine kernen (0,0-0,3 m-mv)
Wonen
1
Voormalige boomgaardpercelen in bebouwd gebied
Industrie
1
1
1
1
1
1
1
Wonen
1
1
1
1
1
1
1
Ondergrond Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten
Landbouw/natuur
Uitgesloten gebied
Onbekend
1
BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd een vooronderzoek worden uitgevoerd (zie nota bodembeheer § 5.2). Bij al het grondverzet gelden mogelijk aanvullende voorwaarden (zie nota bodembeheer§ 5.1 of in de situatie dat het een provinciaal beschermingsgebied betreft). Niet toepasbaar, tenzij na partijkeuring en toetsing door de RUD Utrecht Toepasbaar, mits de ontgravingslocatie niet verdacht is voor lokale bodemverontreiniging Voorafgaande aan de toepassing moet een indicatief bodemonderzoek conform de NEN 5740, strategie VED-HE-NL, 1 [8] plaatsvinden. In het addendum bij de nota bodembeheer is de onderzoeksinspanning nader uitgewerkt. Onderzoek om samen met bodemfunctieklasse de toepassingseis te bepalen (bijlage 1, kopje Toepassingskaart), toetsing door de RUD Utrecht Geen vrij grondverzet
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
16 / 17
Bronvermeldingen [1] [2] [3]
[4] [5]
[6] [7] [8]
Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad, nr. 469, 3 december 2007. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant, nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Nota bodembeheer gemeenten IJsselstein, Houten, Nieuwegein en Lopik, projectnummer 10K033, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 4 januari 2011. Bodemkwaliteitskaart gemeente Houten, projectnummer 08K233, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 11 december 2009. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingsbladen (2011, 2013, 2014 en 2016). Waterregeling, publicatie Staatscourant 7 december 2009, inclusief update 1 januari 2014. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Addendum 2017 bij de nota bodembeheer gemeenten IJsselstein, Houten, Nieuwegein en Lopik versie 4 januari 2011.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
17 / 17
Bijlagen
Bijlage 1
Begrippenlijst
Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit[1] nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeente Houten heeft met gebiedsspecifiek beleid hieraan strengere eisen gesteld (zie § 5.1.1 van de nota bodembeheer). Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 625 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bebouwd gebied Het bebouwd gebied van de gemeente Houten omvat de woongebieden en de bedrijfsterreinen. Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen).
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit[1] worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: Landbouw/natuur. Wonen. Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen bij een bepaald aantal gemeten stoffen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Houten is het basispakket van toepassing. Voor de klasse Wonen is een aanvullende toetsing van toepassing. Voor de gebieden waar de bodemkwaliteitskaart ook voor organochloorbestrijdingsmiddelen is vastgesteld, is het aantal gemeten stoffen ’16-26’ van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied.
Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16 – 26
3
27 – 36
4
37 – 48
5
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Bodemkwaliteitszone Een deel van een beheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld.
Deelgebied Deel van een beheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het beheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als “niet-aaneengesloten deelgebieden”. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit[1] definieert grond als volgt: “Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.” Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit[1] nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeente Houten heeft met gebiedsspecifiek beleid hieraan strengere eisen gesteld (zie § 5.1.1 van de nota bodembeheer). Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een bodemkwaliteitszone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de bodemkwaliteitszone ook kleiner. Bij bodemkwaliteitszones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid.
Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een bodemkwaliteitszone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule:
heterogeniteit =
( P95 − P5 )
( Maximale waarde industrie − Achtergrondwaarde )
De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013).
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Niet-gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende waarnemingen beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende waarnemingen beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet-gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet-gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit[1]. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 5). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit[1] wordt de toepassingseis bepaald.
Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen puntbron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Nota bodembeheer Een nota bodembeheer is een beleidsdocument waarin de onderbouwing voor het gebiedsspecifiek beleid is opgenomen. In de nota bodembeheer komen de volgende aspecten aan de orde: één of meerdere kaarten met de begrenzing van het bodembeheergebied en de bodemfunctieklassen; een (water)bodemkwaliteitskaart; een toelichting op de maatschappelijke opgave en het grondverzet en de verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst; de vastgestelde Lokale Maximale Waarden, inclusief motivatie en de resultaten van de risicotoolbox (zie onderdeel 9 addendum nota bodembeheer); de maximale gewichtspercentages bodemvreemd materiaal inclusief onderbouwing en motivatie (zie § 5.1.1 van de nota bodembeheer).
Daarnaast kan in een nota bodembeheer aandacht worden besteed aan de regels en procedures rondom grondstromen, wet- en regelgeving bij grondstromen, duurzaam bodembeheer en/of de (diepere) ondergrond.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de bestaande kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een bodemkwaliteitszone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit[1] [2]. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: Landbouw/natuur. Wonen. Industrie. Niet toepasbaar Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.
De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Onverharde wegbermen De strook grond naast de verharde (klinker- en asfalt) weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,3 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.): • de erfgrens of • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of • de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of • als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in het natuurnetwerk Nederland (voormalig EHS) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond toegepast worden.
Figuur B1. Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 95-percentiel: 95% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. Puntbron Duidelijk aanwijsbare bron voor bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Standaarddeviatie Ook wel “standaardafwijking” genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van waarnemingen in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
√
n
stdev = (1/n⋅∑ (x− ̄x )2 ) x=1
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en 𝑥 het gemiddelde van de analyseresultaten.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) bodemfunctieklasse van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toepassingseis
Overig (Landbouw/natuur)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Wonen
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Industrie
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan, wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet-gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond
Toepassingseis
Wonen
Wonen
Ja
Industrie
Wonen
Nee
Landbouw/natuur
Wonen
Ja
Wonen
Industrie
Ja
Industrie
Industrie
Ja
Landbouw/natuur
Industrie
Ja
Wonen
Landbouw/natuur
Nee
Industrie
Landbouw/natuur
Nee
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ja
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Toepassing toegestaan?
Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit Om een bodemkwaliteitszone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit de Regeling bodemkwaliteit[2]. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-) Maximale waarden Stof
Achtergrondwaarde
Maximale waarden
Maximale waarden
(AW2000,
wonen
industrie
Landbouw/natuur) Arseen
20
27
76
Barium *
-
-
-
Cadmium
0,60
1,2
4,3
Chroom
55
62
180
Kobalt
15
35
190
Koper
40
54
190
Kwik
0,15
0,83
4,8
Lood
50
210
530
Molybdeen
1,5
88
190
Nikkel*
35
39
100
Zink
140
200
720
Som PAK
1,5
6,8
40
Som PCB
0,02
0,04
0,5
Minerale olie
190
190
500
α-Endosulfan
0,0009
0,0009
0,1
Chloordaan (som)
0,002
0,002
0,1
Drins (som)
0,015
0,04
0,14
α-HCH
0,001
0,001
0,5
β-HCH
0,002
0,002
0,5
γ-HCH
0,003
0,04
0,5
Heptachloor
0,0007
0,0007
0,1
Heptachloorepoxide (som)
0,002
0,002
0,1
DDT (som)
0,2
0,2
1
DDE (som)
0,1
0,13
1,3
DDD (som)
0,02
0,84
34
Organochloorbestrijdings-
0,4
0,4
0,4
middelen (som landbodem) *
De normstelling in de Regeling
[2]
voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM
sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 625 mg/kg ds.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Toxische druk (TD) De Toxische Druk (TD) is een maat voor de (verwachte, ‘potentiële’) effecten van een concentratie van een stof, of een mengsel van stoffen, op een verzameling van organismen (ecologie). Een grotere TD zorgt ervoor dat bij een kleiner oppervlak ecologische risico’s optreden. De TD wordt bepaald aan de hand van het mengsel van verontreinigde stoffen. Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit.
Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen) of ProRail (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor de uitgesloten locaties en gebieden geldt het generieke kader van het Besluit[1]. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 5). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit[1] wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone variëren.
Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Bijlage 2
Overzicht uitbijters
BODEMKWALITEITSKAART BEBOUWD GEBIED GEMEENTE HOUTEN | | DOCUMENTCODE: 16M1136.RAP001
Status: Definitief | Versiedatum: 3 februari 2017
Overzicht Uitbijters Zone Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing (0-0,5 m-mv) Bebouwing voor 1979 en lintbebouwing (0-0,5 m-mv)
Nr onderzoek Locatie 193 Jonkheer Ramweg 22
Bebouwing vanaf 1979 (0-0,5 m-mv) Bedrijven (0-0,5 m-mv)
-
Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten (0,5-2,0 m-mv) Ondergrond bebouwd gebied gemeente Houten (0,5-2,0 m-mv)
96 Jonkheer Ramweg 22
-
Monster Hele rapport 1-2, 2-2, 3-3 en 4-1
-
Geen uitbijters in deze zone.
34 Terrein nabij Pakketboot/Loodsboot 193 Jonkheer Ramweg 22
Toelichting Hele rapport verwijderd uit dataset. Zelfde rapport als rapport nummer 96. Deze zat er dus dubbel in. MM1 was uitgesplitst op lood in vier deelmonsters. De uitsplitsing bevestigde de hoge waarde van lood in het mengmonster. De analyseresultaten van de vier deelmonsters verwijderd uit de dataset omdat deze ene locatie anders te zwaar meeweegt in de totale zone.
2 Hoge waarde voor koper. Niet bevestigd in de separate analyses van de deelmonsters. Niet representatief voor deze zone. Hele rapport verwijderd uit dataset. Zelfde rapport als rapport nummer 96. Deze zat er dus dubbel in.
Hele rapport
235 Leebrug II
27 Foutieve invoervolgorde, analyses bij verkeerde stoffen ingevoerd. Fout hersteld, analyses daarna gewoon meegenomen in dataset.
1/1
Projectcode LievenseCSO: 16M1136 Bijlage 2
Bijlage 3
Statistische parameters deelgebieden Voormalige boomgaardpercelen en bodemkwaliteitszones in bebouwd gebied (standaard waarden)