CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4 - 1. Trends en ontwikklingen en wonen en wonen & zorg

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Ruimtelijke Koers Houten30.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Onderzoeksresultaten werkgroep Trends & Ontwikkelingen en Wonen en Wonen & Zorg

Ruimtelijke Koers

Trends en ontwikkelingen/ Wonen en zorg Inleiding Deze notitie is het resultaat van het inhoudelijk voorbereidende werk van een tweetal werkgroepen van de Ruimtelijke Koers, namelijk die van de werkgroep ‘Trends en Ontwikkelingen’ en de werkgroep ‘Wonen en Zorg’. Aan de hand van literatuur en onderzoek zijn bouwstenen aangeleverd ter onderbouwing van de Ruimtelijke Koers van Houten. Daarbij hebben we ons de volgende vragen gesteld: Hoe houden we onze stad aantrekkelijk voor onze huidige en toekomstige inwoners, wat zijn de opgaven met betrekking tot wonen, leefbaarheid en duurzaamheid, hoe bereiden we ons voor op de aanstaande vergrijzingsgolf, etc.? Dit vraagt om inzicht in wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we nu staan. Het vraagt ook om inzicht en visie op wat er op ons afkomt en welke keuzes we daarin maken. Het bepaalt welke koers we met elkaar inslaan. De grootste troeven van Houten zijn het kwalitatief aantrekkelijke wonen en de goede connectiviteit en bereikbaarheid in de regio. Het behouden hiervan, ook in de toekomst, is de grote uitdaging. In deze notitie worden in vogelvlucht belangrijke trends en ontwikkelingen geduid. In het bijzonder wordt daarbij aandacht besteed aan wonen en zorg. De inzichten uit deze notie hebben mede bijgedragen aan de uitgangspunten en de kaders die gesteld zijn in de Ruimtelijke Koers.

Adaptief beleid De technologische en maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar sneller op dan vroeger. Sommige ontwikkelingen blijken disruptief te zijn. Dit wordt niet altijd voorzien. Over het algemeen hebben we de neiging om de korte-termijn effecten van nieuwe ontwikkelingen/ technologieën te overschatten en de lange-termijn effecten te onderschatten. De onzekerheid die dit alles met zich meebrengt vraagt flexibiliteit en aanpassingsvermogen, de mogelijkheid te anticiperen op onzekerheden in de toekomst. Beslissingen moeten zoveel mogelijk pas genomen worden op het moment dat ze nodig zijn, op basis van de nieuwste inzichten en omstandigheden. Dit vergt een andere sturing. Wel met visie en inzicht in de opgaven, maar minder met blauwdruk. Er wordt in dit kader ook wel gesproken over ‘onbestemd bouwen’ waarbij de differentiatie van het nieuwbouwprogramma niet van te voren wordt vastgelegd maar zo lang mogelijk flexibel wordt gehouden. Ook vraagstukken van duurzaamheid en flexibiliteit spelen een rol bij adaptief beleid: zijn woningen, kantoren, infrastructuur en openbare ruimte voldoende aanpasbaar en herbruikbaar in de toekomst? Demografische ontwikkeling De verandering van de bevolkingssamenstelling is een punt van aandacht voor de gemeente Houten.

Het is van groot belang te weten hoe de omvang van de bevolking en de verschillende leeftijdsgroepen zich de komende jaren zal ontwikkelen. Het geeft inzicht in welke woningen, voorzieningen en arbeidsplaatsen in Houten nodig zijn. Houten heeft een relatief jonge bevolking. De eerste groeitaak uit de jaren ’80 en de tweede groeitaak uit de jaren ’90 (VINEX) resulteerden in de bouw van circa 15.000 woningen. Woningen die vaak door jonge gezinnen werden betrokken. Door de a-typische eenzijdiger bevolkingspiramide van een jonge groeikern vindt de vergrijzingsgolf in de kern Houten dan ook later en in heviger mate plaats dan in andere suburbane gemeenten. Bedacht moet worden dat Houten vooruitlopend op de vergrijzingsgolf ook een a-typische grote cohort mantelzorgers kent (vijftigers en zestigers die voor hun ouders zorgen). De toekomstige generaties ouderen hebben relatief weinig familieleden waar zij op terug kunnen vallen. Zij zijn zelf vaak afkomstig uit kleinere gezinnen en hebben daardoor minder broers en zussen. Daarnaast hebben zij minder of zelfs geen eigen kinderen. De hieronder uitgewerkte bevolkingsprognose baseert zich op het totale woningbouwprogramma zoals in de Ruimtelijke Koers uitgewerkt (inclusief de woningbouw die al in uitvoering is of gepland). De prognose laat zien hoe het staat met de bevolkingsontwikkeling in de komende 20 jaar.

De totale Houtense bevolking zal tussen 2020 en 2040 toenemen met zo’n 8.000 inwoners (van 50.000 naar 58.000). Ontgroening en vergrijzing Een klassieke ‘bevolkingspiramide’ laat in één oogopslag zien hoe het staat met ontgroening en vergrijzing in de komende 20 jaar. Wat vooral opvalt in de Houtense piramide is de toename van de groepen boven de 60. Van een toelopende piek wordt die vorm steeds ronder.

1

Figuur 1: Bevolkingspiramide 2020-2040

Bron: Bevolkingsprognose Houten 2020-2040. Pronexus 2020.

Groene druk geeft de verhouding weer van het aantal jongeren (0-14 jaar) ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking (15-74 jaar). Grijze druk betreft de verhouding van de ouderen (75+) ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking. In 2040 is 13% van de bevolking 75 jaar of ouder. Het aandeel van de potentiële beroepsbevolking van 15 tot en met 74 neemt af van 75,7% in 2020 naar 69,3% in 2040. En het aandeel van de 0 tot en met 14 jarigen gaat van 19,0% in 2020 naar 17,7% in 2040. Ter vergelijking dit aandeel was in 2001 nog 25,5%. Absoluut gezien zien we (door de voorgenomen woningbouw) wel groei in alle leeftijdsgroepen tussen 2020 en 2040.

2

Tabel 1: Bevolkingsgroei naar leeftijd

0-14 15-74 75+ Totaal

2001 9168 25480 1329 35977

2010 10547 34967 2109 47623

2020 9530 37937 2671 50138

2021 9407 38482 2751 50640

2022 9332 38848 3025 51205

2023 9244 39020 3225 51489

2024 9146 38997 3420 51563

2025 9085 39052 3626 51763

2030 9270 39701 4856 53827

2040 10293 40328 7568 58189

Bron: Bevolkingsprognose Houten 2020-2040. Pronexus 2020.

Groene druk In de grafiek hiernaast staat de groene druk in de gemeente Houten en de verschillende wijken van Houten weergegeven. In 2020 is de groene druk gemeentebreed 25% en dat daalt licht richting 2030. In de periode na 2030 neemt de druk weer toe naar net boven de 25,5%. In Noord-West neemt de groene druk in de hele periode toe en stijgt van 19,5% naar 26,5%. Het gebied Zuid-West begint met een groene druk die ver boven het gemeentelijk cijfer ligt, 35,5%. De druk daalt naar bijna 27% in 2030 om daarna weer iets toe te nemen naar 28%.

Figuur 2: Groene druk Houten: gemeente en wijken

Grijze Druk In de gemeente Houten neemt de grijze druk toe van 7% in 2020 naar bijna 19% in 2040. Noord-West laat de eerste periode voor 2030 de sterkste groei zien terwijl deze in Noord-Oost juist in de periode na 2030 zit. Op termijn komt NoordWest uit op een grijze druk van 20,6% en Noord-Oost op een druk van 21,5%. In Zuid-West en ZuidOost ligt de grijze druk onder het gemeentelijk cijfer. Ook de toename van de grijze druk ligt hier onder de gemeentelijke toename. In Zuidwest neemt de grijze druk toe van 4% in 2020 naar 14% in 2040 en in Zuid-Oost groeit de

Figuur 3: Grijze druk Houten: gemeente en wijken

Bron: Bevolkingsprognose Houten 2020-2040. Pronexus 2020

Bron: Bevolkingsprognose Houten 2020-2040. Pronexus 2020

grijze druk van 6% naar 16,5%. De grijze druk ligt in het buitengebied en de kleine kernen in 2020 al op 10,5%, beduidend boven het gemeentelijk cijfer. De toename van de grijze druk is ook groter in dit gebied. In 2040 is de grijze druk 23,1%. Identiteit, leefstijlen en segregatie Tegen de globalisering in, wordt de eigen wijk of het eigen dorp steeds belangrijker. Identiteit wint daarbij aan belang en kan de sociale betrokkenheid vergroten. We reizen de hele wereld over. We werken overal en nergens, maar zoeken wel een vertrouwde thuisbasis waar we ons stevig voor inzetten. Maar er is een keerzijde. Mensen met een baan, inkomen, en kinderen kiezen hun eigen wijken met gelijkgestemden. In toenemende mate vindt hierdoor differentiatie in de steden plaats naar 3

sociaalculturele factoren zoals leefstijl, waarden, stijl, smaak en symboliek. De ‘quality of life’ van de woonomgeving wordt daarbij belangrijker. Het verbeteren van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en het genereren van een specifieke stedelijke identiteit winnen aan belang. Voor mensen met een te beperkt inkomen blijft een beperkt aantal plekken over om te wonen. De scheidslijnen tussen bevolkingsgroepen worden op deze wijze groter onder invloed van sociaal economische ongelijkheid en ruimtelijke segregatie. Waar in het verleden kerk, school of sportvereniging nog voor verbinding zorgden, ontmoeten de verschillende groepen elkaar steeds minder. Burgers zonder groot netwerk en weinig financiële draagkracht dreigen buiten de boot te vallen. En dreigen in plaats van méér zelfredzaam, juist afhankelijk te worden van de mogelijkheden en beperkingen van familie, vrienden en buren. Dit verschijnsel wordt ook wel de ‘autonomieparadox’ genoemd. Inbreiding en functiemenging Landelijk en provinciaal wordt aangestuurd op zoveel mogelijk bouwen binnen de bestaande stad (inbreiding) in plaats van bouwen in het ‘groen’ buiten de stad. Dit om de druk op de buitenruimte zoveel mogelijk te beperken.

Naast woningbouw is namelijk ruimte nodig voor de energietransitie, natuur, overloop (water), recreatie en landbouw Bovendien biedt het verder verdichten van de woningbouw en functiemenging in bestaande steden voordelen op het gebied van onder meer leefbaarheid, duurzaamheid, mobiliteit, economie en het (gezamenlijk) gebruik van voorzieningen.

Mengen wordt steeds relevanter Het mengen van functies (in hoge dichtheden) is om een aantal redenen verstandig en van maatschappelijke en economische meerwaarde. Het biedt ten minste zeven voordelen:

1. Door menging ontstaat kruisbestuiving Door de nabijheid van verschillende functies en verschillende groottes van organisaties wordt uitwisseling en kruisbestuiving bevorderd. Dit leidt tot meer en structurele innovatie. In een veranderende economie die sterk kennisintensief en netwerk gedreven is, is interactie cruciaal. Dat vergt een aantrekkelijke omgeving die uitnodigt tot ontmoeting en uitwisseling van kennis en ideeën. 2. Door te mengen wordt mobiliteit gereduceerd Door woningbouw te concentreren in hoge dichtheden en te mengen met ander stedelijk programma wordt nabijheid vergroot. Door veel woningen te bouwen op loop- en fietsafstand van werk, scholing en voorzieningen wordt (onnodige) mobiliteit beperkt. Hierdoor worden meer mensen in staat gesteld hun leven nabij hun woning te organiseren, zodat ze meer tijd over houden voor elkaar en dingen die ze echt belangrijk vinden. Bovendien stimuleert nabijheid lopen en fietsen: een goedkope, duurzame en gezonde vorm van mobiliteit. 3. Gemengde gebieden zijn leefbaarder Complementaire functies zorgen ervoor dat er altijd wel leven in een gebied is. Buiten werktijden, in het weekend en overdag. Dat maakt het sociaal veilig en leefbaarder. 4. Gemengde gebieden zijn adaptiever Functiemenging in hoge dichtheid maakt een gebied toekomstbestendiger.

Doordat een plek of ruimte voor meer doelen geschikt is, kan het zich makkelijker aanpassen aan nieuwe omstandigheden en is het minder kwetsbaar. Je vermijdt zo een monocultuur en daarmee is de dip bij een economische of maatschappelijke recessie minder diep. 5. Als je mengt kun je gemakkelijk delen Het mengen van wonen en werken biedt de mogelijkheid om voorzieningen en ruimten met elkaar te delen. Er ontstaat zo potentie voor nieuwe community vorming en collectief gebruik van functies, mobiliteit, energie en materialen zijn daarbij kansrijk. Collectief gebruik is niet alleen ruimte-efficiënt, maar maakt ook goedkopere oplossingen per gebruiker mogelijk. 6. Mengen is gewild in de markt Gemengde hoogstedelijke milieus sluiten aan op de huidige maatschappelijke trends en wensen – zoals de trek naar de stad en een grotere woonvoorkeur voor stedelijk wonen met voorzieningen dichtbij – en op trends in de economie – zoals de wens van bedrijven om zich te vestigen in een inspirerende stedelijke omgeving die goed bereikbaar is, nabij voorzieningen en een aantrekkelijke woonomgeving. Er is veel vraag naar gemengde hoogstedelijke milieus, zowel vanuit het wonen als vanuit het werken (bedrijven, organisaties, starters).

4

7. Mengen kan een impuls geven aan aangrenzende wijken Ontwikkelingen van transformatiegebieden komen ook ten goede aan de omgeving en zo ontstaan er kansen om werk met werk te maken, bijvoorbeeld op het vlak van de energietransitie. Bron: Guiding Principles Metromix; Hoe gemengde hoogstedelijke milieus met meerwaarde voor Nederland te ontwikkelen. CRa; College van Rijksadviseurs i.s.m. Stad2 en marco.broekman.

Voor nieuwe steden als Houten speelt een extra architectonische/ stedenbouwkundige opgave bij stedelijke verdichting omdat een groot gedeelte van de gebouwde omgeving stamt van na 1970. De verhouding van bestuurders en bewoners tot de (recente) cultuurhistorie en de ruimtelijke kwaliteiten van de suburbane stad Houten is nog niet op alle fronten volledig uitgekristalliseerd en vastgelegd. Zij vraagt op onderdelen om een nadere verkenning en consensusvorming. Wat maakt Houten uniek, wat is haar identiteit, wat verbindt inwoners met elkaar? Wat moet - stedenbouwkundig - vooral behouden blijven en wat kan beter of anders? Cultuurhistorie en erfgoed kunnen helpen bij het maken van een sterk en locatie specifiek verhaal over de toekomst en zijn vaak verrassend goed te combineren met uitdagingen voor technische transitie-opgaven. Zo kunnen oude gebouwen en structuren de blikvangers worden van het gebied. Ook kunst in de openbare ruimte kan op vergelijkbare wijze bijdragen aan het versterken van de beeldkwaliteit van een locatie en de identiteit van wijk of stad. De structurerende groen- en verkeerslijnen zijn voor het Houtens stedenbouwkundig ontwerp altijd bepalend geweest. Het niet buiten de rondweg bouwen is in Houten dan ook lange tijd het adagium geweest. Het principe van inbreiding sluit hier in principe goed op aan.

Functiescheiding was één van e de leidende stedenbouwkundige principes in de 20 eeuw, zeker na WO II. De verkeersaders en groenzones organiseren in Houten de stadsplattegrond en daarmee de functiescheiding van stedelijke woonvlekken en werkzones. Vandaag de dag groeit echter het inzicht dat diversiteit, goede ‘stedelijke weefsels’, functiemenging en het elkaar kunnen ontmoeten alle bijdragen aan het aangenaam wonen, de sociale cohesie en veiligheid van een stad. Met name in de stedelijke centra en op die plekken waar inbreiding plaatsvindt nabij knooppunten van vervoer wordt verdere functiemenging kansrijk geacht. Functiemenging, voorzieningen en nieuwe vormen van dienstverlening zijn namelijk gebaat bij concentratie. Ontwikkelingen in wonen, werken, mobiliteit en voorzieningen moeten elkaar nog meer versterken. Buiten deze verdichtingsgebieden kunnen de rustiger buurten worden gerealiseerd. Maar ook in deze gebieden zal meer functiemenging gewenst zijn dan voorheen. Het elkaar kunnen treffen wordt belangrijker. Veelvuldige interactie, ook toevallige of vluchtige interactie hebben een positieve invloed op de sociale cohesie van de buurt. Ontmoetingsplekken als een buurtwinkel, speelplek voor kinderen of jeu de boule baan kunnen hier aan bijdragen.

Met inbreiding en hoogbouw kan meer ruimte worden vrijgespeeld voor een kwalitatief hoogwaardige (openbare) ruimte in en rondom gebouwen, waardoor de verblijfskwaliteit toeneemt. Door o.a. gebruik van kwalitatief hoogwaardige materialen (duurzaam trottoirmeubilair), aantrekkelijk groen en uitnodigende plekken voor ontspanning en ontmoeting (parken, pleinen, atriums, terrassen, speelplekken, etc.) wordt een omgeving gecreëerd waar het goed toeven is. Door voor een aantrekkelijke plint te zorgen met (commerciële) voorzieningen en horeca met op de straat georiënteerde uitnodigende gevels, wordt de schaal van grotere hoogte op straatniveau kleiner gemaakt. Maatschappelijke voorzieningen en stadsverzorgende bedrijvigheid die sociaal en cultureel van belang zijn, kunnen echter commercieel minder aantrekkelijk zijn. Dit geldt vaak ook voor kwetsbare werkgelegenheid. Er ligt daarom een rol voor de overheid als het gaat om het bevorderen van een gezonde mix van functies.

5

Bereikbaarheid en mobiliteit Het huidige bereikbaarheidsbeleid is nog te eenzijdig gericht op het optimaliseren van mobiliteit (snelheid) en te weinig op de nabijheid van voorzieningen en activiteiten. Door te kiezen voor slimme verstedelijkingsvarianten (verdichting in stedelijke wijken en verstedelijking op goed bereikbare knooppunten van openbaar vervoer) kan ten opzichte van andere vormen van verstedelijking (bijvoorbeeld de extra woningen realiseren in groene en plattelandsbuurten) 16 procent voertuigkilometers bespaard worden en kunnen de investeringen in infrastructuur met hetzelfde 1 percentage worden gereduceerd. De tijd waarin mensen hun leven lang wonen, werken en winkelen in een vast patroon en binnen een vast gebied is al geruime tijd voorbij. Mensen combineren op één dag steeds meer uiteenlopende activiteiten op verschillende, vaak verspreid liggende, locaties. Was vroeger het sociale netwerk beperkt tot familie, kerk en werk in de directe omgeving, nu is het mogelijk om via digitale netwerken van lokaal tot mondiaal contacten te onderhouden. Daardoor is het aantal netwerken en het aantal mensen waarmee we contact hebben, groter dan voorheen. Ondanks de digitale netwerken bestaat er nog steeds behoefte aan fysieke ontmoeting. De uitbreiding van de sociale netwerken maakt de pluriformiteit aan ontmoetingen groter.

Denk aan digitale platforms als Marktplaats (waardoor we spullen door heel Nederland gaan kopen), Peerby (waardoor je spullen kunt lenen van bewoners in je omgeving) en Thuisafgehaald (waar je thuiskoks kunt vinden in je buurt, waar je een maaltijd kunt afhalen). Deze platforms zorgen voor verplaatsingspatronen die vroeger niet bestonden. Het aantal auto’s en het aantal afgelegde kilometers blijft in Nederland dan ook toenemen; al vlakt de groei wel af in vergelijking met de vorige decennia. De auto blijft het belangrijkste vervoermiddel voor uiteenlopende zaken. Het ‘spitsuurgezin’ kan werken, sporten, recreëren, hobby’s en het bezoek aan familie en vrienden het gemakkelijkst combineren met de auto. Hierdoor neemt tevens het ‘kris-kras verkeer’ in tijd en ruimte toe. Ook in Houten wordt de auto bijna net zoveel gebruikt als de fiets.

Tabel 2: Modal split per gemeente in procenten. Berekend op basis van het aantal verplaatsingen per persoon per dag per vervoerswijze.

De groeiende groep ouderen gaat meer reizen en kiest daarbij vaak de auto. Deze groep is, in tegenstelling tot hun ouders, ‘opgegroeid met het stuur in de handen’, blijft langer vitaal en daardoor mobiel. Op termijn kunnen zelfrijdende auto’s de mobiliteit van de ouderen aanzienlijk vergroten. Naar verwachting neemt mede daardoor tot 2040 het autogebruik toe. Ook het gebruik van de elektrische fiets neemt toe. Zowel onder ouderen als ook steeds meer onder andere leeftijdsgroepen. Tenslotte blijft ook het treinverkeer sterk toenemen. ProRail voorspelt een toename van 45 procent in 2030. Vooral alleenstaanden, jongeren en stadsbewoners (groepen die overlappen) maken gebruik van de trein.

1

Dijken K. van & R. Ghauharali (2019). Stedelijke verdichting en veiligheid. Platform31.

6

Bij verplaatsingen is het belangrijk dat de aandacht meer komt te liggen op de reis van deur tot deur (first and last mile) in plaats van alleen op de reis tussen stations of haltes. Dat wil zeggen dat de afstemming tussen verschillende vormen van vervoer optimaal moet zijn en dat er goede transfervoorzieningen zijn voor ov, auto en fiets. Er is bovendien in steeds meer steden oog voor het herwinnen van de publieke ruimte voor voetgangers. Het draagt bij aan een prettiger verblijfklimaat, biedt veiligheid, is duurzaam en stimuleert een gezonde levensstijl door meer te bewegen. Ook de toenemende vergrijzing geeft aanleiding tot een andere inrichting van de openbare ruimte (meer bushaltes op loopafstand, ruimere trottoirs, rust- en oriëntatiepunten (bankjes), autoluwe en -autovrije straten, rollator- en rolstoeltoegankelijke openbare ruimtes en gebouwen. Smart City Digitalisering zorgt ook voor de opkomst van technologie in de fysieke leefomgeving. Apparaten, auto’s en gebouwen zijn verbonden met internet en verzamelen datastromen met behulp van camera’s, sensoren in het wegdek, slimme meters enzovoort. Steeds meer steden in Nederland hanteren inmiddels een Smart City concept. Met een Smart City wordt een stad bedoeld die slim gebruik maakt van informatie uit al deze bronnen.

Zij combineert deze voor het verkrijgen van inzichten en het nemen van beslissingen met als doel een bijdrage te leveren aan maatschappelijke opgaven. Smart City technologieën kunnen positief bijdragen aan (de beleving van) de openbare ruimte en daarbij aan de leefbaarheid en de veiligheid van de stad. Overheden staan voor de opgave om wet- en regelgeving in overeenstemming te houden met de technische ontwikkelingen en mee te gaan in de mogelijkheden. Voor de toekomst wordt bijvoorbeeld voorzien dat verkeers- en vervoerstromen (van onder meer zelfrijdende auto’s) bijna volledig zullen worden gestuurd door zelflerende algoritmes. Daardoor kunnen files en ongevallen worden geminimaliseerd en kan de ketenmobiliteit tussen verschillende vervoermiddelen worden geoptimaliseerd. De rol van de datainfrastructuur wordt in de steden daardoor minstens zo bepalend als die van de weginfrastructuur en gaan op in één enkele mobiliteitsinfrastructuur. Het vooraf voorsorteren op mogelijke eisen ten aanzien van een nieuw aan te leggen 5G netwerk is gezien de huidige technologische ontwikkelingen zeer raadzaam. Zeker in geval van nieuwe inbreidings- en uitleglocaties. Werken en economie Het informatietijdperk en de daarmee gepaard gaande veranderende aard van bedrijvigheid maken een minder sterke scheiding van wonen en werken mogelijk.

Mede door de toename van de kleinschalige bedrijvigheid verandert de woon- en werkplek van ondernemers. Veel nieuwe bedrijven beginnen aan huis en na vijf jaar runt nog ongeveer tweederde zijn of haar bedrijf vanuit huis. In Nederland speelt 45 procent van de stedelijke bedrijvigheid zich reeds af in woonwijken. Met de groei van het aantal inwoners in de stad groeit ook de verzorgende en consumptieve economie. Hiermee wordt deze een steeds belangrijker onderdeel van de stad. De afgelopen tien jaar wordt steeds duidelijker dat in het leeuwendeel van de steden de werkgelegenheidsontwikkeling vooral samenhangt met deze verzorgende bedrijvigheid (en niet met de zogenaamde stuwende bedrijvigheid die buiten de stad afzet kent). In de stedelijke economie raken de functies op het gebied van bijvoorbeeld horeca, detailhandel en dienstverlening bovendien steeds meer vermengd. Ondernemers zullen steeds meer moeten bieden om bezoekers te blijven trekken. Het draait allemaal om het zoeken naar toegevoegde waarde voor de consument. De consument verwacht keuze, kwaliteit en beleving. Het centrum van Houten richt zich vooral op de lokale bezoeker. Houten centrum scoort goed op zaken die passen bij haar functie en statuur: een compact winkelgebied, uitstekende fiets2 bereikbaarheid, station aanwezig en gratis parkeren .

Op deze wijze sluit Houten uitstekend aan bij de lokale behoeften en benut haar eigen kwaliteiten zonder de ambitie te hebben de concurrentie met de binnenstad van Utrecht aan te gaan. Voorzien wordt dat het centrum baat heeft bij de toenemende vergrijzing. Hoewel het inkomensniveau van gepensioneerden over het algemeen lager ligt dan dat van werkenden, spenderen de gepensioneerden een veel hoger deel van hun inkomen aan consumptie dan de groep inwoners tussen de 35 en 50 jaar. Deze hogere consumptiequote heeft een groter effect dan de gemiddeld lagere inkomens, zodat het aandeel van de consumptie in het bruto binnenlands product naar verwachting zal toenemen. Houtense ouderen zitten gemiddeld beter bij kas dan landelijk, hetgeen dit effect nog eens zal versterken. De detailhandel en horeca in Houten zullen hier mogelijk van profiteren. 2

Eerste twee uur.

7

Voorzieningen Waar we onze tijd doorbrengen heeft een belangrijk effect op onze kwaliteit van leven. Aantrekkelijke plekken bieden mensen gelegenheid te ontmoeten, ontspannen, bewegen en gezond te genieten. Door de plekken voldoende dichtbij en voor iedereen, ook kwetsbare mensen, gemakkelijk toegankelijk te maken, kunnen zij goed gebruikt worden. Vrijwel alle belangrijke voorzieningen in Houten die veel publiek trekken, zoals scholen, winkels, theater, bibliotheek en sportaccommodaties, zijn goed bereikbaar met de fiets. De verschillende woonwijken zijn ook onderling met de fiets bereikbaar. De auto wordt zoveel mogelijk geweerd uit de woonwijken. Met de auto binnendoor van de ene naar de andere wijk is niet mogelijk. Elke woonwijk is door middel van zogenaamde ‘inprikkers’ verbonden met de rondweg. Ook de ontsluiting naar de snelwegen verloopt via de rondweg. Hierdoor is binnen de bebouwde kom de fiets de snelste vorm van vervoer. Of daarmee alles voldoende bereikbaar is voor alle doelgroepen is echter de vraag. “Houten is een echte fietsstad en wanneer je als oudere niet (meer) kunt fietsen, kom je eigenlijk nergens”. Zo zijn de bushaltes in Houten veelal gelokaliseerd aan de rondweg. Deze zijn per voet minder goed bereikbaar.

Initiatieven als het kleinschalig vervoer binnen de Rondweg van Houten en de direct daaraan grenzende bestemmingen bieden gelukkig tenminste gedeeltelijk een oplossing. Deze voorziening is specifiek gericht op senioren en mindervaliden, maar is ook voor anderen met een vervoersbehoefte beschikbaar. Het wordt uitgevoerd met electrokarren, die zich mogen verplaatsen over de fietspaden en binnenstraten. De inwoners in de kleine kernen beschikken niet over een dergelijke voorziening. Als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen is er in Houten leegstand in maatschappelijk vastgoed ontstaan. Daar waar mogelijk zijn locaties aan het gebruik onttrokken en hebben een andere bestemming gekregen (De Regenboog en Mozaïek en de locatie van de Grote en Kleine Geer). Deze aanpak wordt de komende tijd voortgezet. Hierbij valt te denken aan locaties van de scholen De Brug en Montessori en de locatie van sociaal cultureel centrum De Vuurtoren. Dit alles noopt tot een aanpassing/actualisering van het Strategisch Huisvestingsplan. Een uitdaging daarbij betreft overigens de toekomstbestendigheid van nieuwe inbreidingslocaties. Indien de gemeente grondposities uit handen geeft voor ontwikkelingen die tegemoet komen aan huidige behoeften, creëert zij mogelijk in de toekomst minder flexibiliteit om tegemoet komen aan de dan geldende maatschappelijke ontwikkelingen.

Zo zijn scholen momenteel door demografische ontwikkelingen overbodig geworden, maar mogelijk wonen er in de toekomst weer veel jonge gezinnen in een nu vergrijsde wijk. Een ander mogelijk dilemma betreft de meer centrale voorzieningen als theater, bibliotheek en sportvelden. Moeten bepaalde activiteiten niet vaker binnen wijken plaatsvinden? Dit in het kader van nabijheid van voorzieningen voor ouderen, het bevorderen van ontmoeting en het verleiden tot gezond bewegen in de wijk? Mogelijk in een andere vorm? Landschap, natuurwaarden, leefbaarheid en recreatie In het buitengebied van Houten kunnen vier aparte gebieden worden onderscheiden met ieder hun eigen karakter. Het landelijk gebied ten noorden van het Amsterdam-Rijnkanaal (Noord/Wulven), onder de rook van Utrecht en Houten (West/ Laagraven en Noord/ Wulven), de stroomrug bij ’t Goy (Oost/Kromme Rijn) en de polders bij Schalkwijk (Zuid/ Eiland van Schalkwijk). Het landschap vormt niet alleen onderdeel van de historie en identiteit van Houten en haar ommeland, maar vervult ook een rol bij de productie van voedsel en energie. Bovendien kent het gebied een grote biodiversiteit en biedt zij ruimte aan waterberging. Tot slot wordt de ontspanningsfunctie in de snel groeiende regio steeds belangrijker en draagt een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving bij aan het concurrerend vermogen van de regio.

De ontsluiting van het Eiland van Schalkwijk behoeft daarbij verbetering. Voor veel Houtenaren vormt het Amsterdam Rijnkanaal een natuurlijke barrière. Luchtvervuiling, geluidsoverlast, opwarming en hitte-eilanden zorgen voor een ongezond leefmilieu in steden. Met de verdichting van de stad zal dit naar verwachting alleen maar toenemen. Een verdere vergroening van de stad is dan ook noodzakelijk. Zowel vanwege de klimaatveranderingen als om duurzamer te worden, het verlies aan biodiversiteit te verminderen en om hoogwaardige woon- en leefomgevingen, ‘quality of living’ en ‘healthy aging’ te realiseren.

8

Duurzaamheid en milieu Het toegroeien naar een klimaatbestendige omgeving vraagt om schakelen op verschillende schaalniveaus. De locatie van uit- en inbreiding en de keuze van een stedenbouwkundige vorm en structuur hebben grote invloed op zowel effecten als mogelijke oplossingen (op niveau visievorming en de complementariteit hiertussen). Tegelijk levert ook de inrichting van elke straat en perceel een bijdrage aan het stedelijk klimaat. Hieruit kunnen eisen aan ontwikkelingen worden afgeleid (bijvoorbeeld eisen aan verharding, afkoppelen op eigen terrein, drempelhoogtes, groene daken of schaduw). Voor het thema Energie zijn er landelijk belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de energiezuinigheid van woningen. Ten eerste is per 1 juli 2018 de aansluitplicht voor aardgas vervallen, waardoor nieuwe woningen niet meer met gasaansluiting gebouwd worden. Ten tweede zullen met ingang van 1 juli 2020 voor nieuwbouwwoningen de normen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) gaan gelden. Hiervoor is geen gemeentelijk beleid nodig, de BENG-normen worden landelijk geborgd via het Bouwbesluit. De BENG-normen leiden onder meer tot zeer goede isolatie van woningen, zodat deze een beperkte warmtevraag zullen hebben. Circulariteit betekent het sluiten van kringlopen op verschillende schaalniveaus waarbij rekening wordt gehouden met de gehele levenscyclus.

In de gebouwde omgeving heeft circulariteit betrekking op:  het fysieke domein (welke materialen passen we toe, herbruikbaarheid van elementen, modulair ontwerpen, flexibiliteit in de gebouwen)  de stromen (kringlopen van voedsel, afval, bouwmaterialen, water e.d.)  het sociaal-economische systeem (deeleconomie, flexibiliteit in functies, nieuwe business modellen)

Wonen & wonen en zorg Ambities woningbouw Het college heeft de ambitie uitgesproken 3.000 a 4.000 extra woningen te willen bouwen tot 2040. Dit is bovenop de 1.300 nog te bouwen woningen uit de Woonvisie (2016). In totaal gaat het dus om circa 4.300 a 5.300 woningen. De redenen hiervoor zijn demografische ontwikkelingen (zoals vergrijzing), de eenzijdige Houtense woningvoorraad, het tekort aan verschillende woningtypen in uiteenlopende prijsklassen en de regionale woningbehoefte. Uit het collegeprogramma: “Wij willen het wonen in Houten betaalbaar houden, onze inwoners een geschikte woning kunnen blijven bieden en de doorstroming op de woningmarkt bevorderen.” Van de 4.300 a 5.300 woningen moeten er 1.500 a 2.000 sociale huurwoningen zijn. Volgens het Collegeprogramma moet het zwaartepunt hierbij liggen op het toevoegen van gelijkvloerse woningen aan de Houtense woningvoorraad. De coalitiepartijen en de meeste overige politieke partijen ondersteunen deze richting. Woningmarkt De huidige dynamiek op de woningmarkt concentreert zich steeds meer op plekken waar de werkgelegenheid groeit en de bereikbaarheid goed is. Verstedelijking is daarmee niet alleen de trek naar de stad, maar ook de trek naar goed bereikbare gebieden rond de stad.

Houten verkeert in de bevoorrechte positie dat zij zich in één van de meest competitieve regio’s van Europa bevindt als het gaat om thema's die belangrijk zijn voor de economie, zoals infrastructuur en innovatie. De hoge kwantitatieve doelstellingen die overal in de steden worden geformuleerd, zijn vooral nodig omdat in de crisis te weinig is gebouwd. De steden zijn bezig met een inhaaleffect om de tekortschietende bouw uit de crisisjaren in te halen. De bevolkings- en huishoudprognoses voor de komende twintig jaar laten echter een beperkte groei zien. Zelfs in de snelgroeiende grote steden is de bevolkings- en huishoudensgroei slechts om en nabij één procent per jaar. Met de sterk vergrijzende bevolking kan het op termijn zelfs een opgave worden om de woningen die vrijkomen als de laatst overleden partner is overleden weer bezet te krijgen. Koop Het aantal verkochte woningen is sinds 2015 met circa 14% toegenomen, maar fluctueert sterk tussen de jaren. De transactieprijzen lopen op: van gemiddeld € 278.000 per verkochte woning in het eerste 9

half jaar van 2015, naar ruim € 360.0000 in het eerste kwartaal 2018 (+30%). Begin 2016 had een woningzoekende in de gemeente Houten keuze uit circa 7,5 woningen. In 2018 is de keuzemogelijkheid gedaald naar iets meer dan 3 woningen. Gemiddeld ligt de keuzemogelijkheid in de U16 op 5 woningen. De NVM stelt dat een aantal van 5 tot 7 woningen getypeerd kan worden als een gezond marktbeeld. Het beeld in Houten is dus duidelijk gespannen. Sociale huur Sinds 2015 is het aantal verhuringen sterk toegenomen, van 200 verhuringen in 2015 naar 350 in 2018. Dit is veroorzaakt door oplevering van nieuwprojecten Spoorhaag/Achterom, De Molen 43 en De Molen 20. Het aanbod voor gezinnen lijkt beperkt te zijn. Vooral veel appartementen zijn verhuurd. In totaliteit is circa 50% van het sociale huuraanbod een appartement, onder de verhuringen is dit 70%. Grondgebonden woningen komen relatief beperkt beschikbaar. Het aantal verhuringen van appartementen en huurwoningen tussen de kwaliteitskortingsgrens en de eerste aftoppingsgrens zijn het sterkst toegenomen. Dit is ook een gevolg van aangepast huurprijsbeleid door de invoering van passend toewijzen per 1 januari 2016. Vanaf dat moment komt een (zeer) groot deel van de woningzoekenden (met een inkomen tot de huurtoeslaggrens) alleen nog maar in aanmerking voor betaalbare huurwoningen tot circa € 600.

e e Op appartementen en huurwoningen tussen de 1 en 2 aftoppingsgrens wordt vaker gereageerd. De gemiddelde zoektijd en de druk op de sociale huursector nemen toe. Opvallend zijn de verhuurscores bij eengezinswoningen. Voor 2016 was het aantal reacties het hoogst op deze woningen. Nu is dit niet meer zo. Er zijn twee verklaringen. Ten eerste: de woningen zijn te duur voor passend toewijzen (groot deel heeft een huur boven de aftoppingsgrenzen), waarmee een doelgroep wegvalt en eengezinswoningen voor de doelgroep (huishoudens met lagere inkomens) minder bereikbaar zijn. Ten tweede: de potentiele doelgroep verandert naar meer kleine huishoudens. Verhuisgedrag Houten heeft de afgelopen tien jaar bij vrijwel alle huishoudensgroepen een evenwicht in het aantal vestigers en vertrekkers. Het (per saldo) vertrek van jonge huishoudens komt vooral door jongeren die gaan studeren en uit huis vertrekken om (semi-)zelfstandig in een studentenstad te gaan wonen. In aantallen zien we dat vestigers in belangrijke mate kleine huishoudens zijn van 18 tot 50 jaar, en gezinnen met kinderen. Vestigers ouder dan 50 jaar zien we weinig. Dan gaat het om enkele tientallen per jaar. Daar lijkt Houten op basis van de trend weinig betekenis voor te hebben. De migratie is voornamelijk gericht binnen Houten of binnen de U16.

Er zijn verhoudingsgewijs weinig huishoudens van buiten de U16 die zich in Houten vestigen. Houten is dus sterk afhankelijk van de lokale en regionale markt voor het invullen van de woningbehoefte. Dat patroon zien we ook in IJsselstein, Montfoort en Wijk bij Duurstede. Houten heeft een sterke verhuisrelatie met Bunnik, IJsselstein, Zeist, Utrecht en Nieuwegein; de zuidkant (A12-zone) van de regio. Huishoudens zijn vooral verhuisd naar koopwoningen en dan met name naar rij/hoekwoningen. De groeiende groep ouderen (65-plus) en in mindere mate jonge huishoudens (tot 30 jaar) zijn vaker georiënteerd op een huurwoning. Bij deze groepen betreft dit ook vaak een appartement; vooral dus in de huur, maar deels ook in de koopsector. Daarbij kiezen jongere senioren relatief vaker dan oudere senioren voor een koopappartement. Verhuiswens De inwoners van Houten zijn in een tweetal onderzoeken ook zelf bevraagd over hun woningbehoeften. Zo’n 1.000 jongeren in de leeftijd 16 t/m 29 jaar en ruim 1.100 inwoners van 18 jaar en ouder zijn bevraagd door middel van een vragenlijst. Onder meer de wens tot verhuizen is zo achterhaald. Ruim één op de vijf inwoners geeft aan op dit moment te willen verhuizen. Betaalbare woningen voor jongeren Het blijkt dat veel jongeren in Houten willen blijven wonen als de omstandigheden dat toelaten. Veruit de meeste jongeren zien uit naar een koopwoning.

Het liefst is dit een eensgezinswoning, maar steeds meer jongeren staan ook open voor een appartement. Het grootste probleem is de betaalbaarheid: woningen die vrijkomen doordat ouderen naar appartementen verhuizen zijn over het algemeen voor veel jonge woningzoekenden te duur. Van de Houtense jongeren in de leeftijd 24-29 jaar - vaak werkenden - woont nog zo’n 40% bij de ouders thuis. Vrijwel allemaal geven zij aan binnen een paar jaar zelfstandig te willen wonen.

10

Huishoudens met kinderen grootste groep met verhuiswens De in absolute cijfers grootste groep huishoudens in Houten met een verhuiswens betreft de 30-49 jarigen (41% van alle volwassenen met een verhuiswens, 24% van de doelgroep). Vaak betreft het gezinnen met kinderen. Zij willen vooral in Houten blijven wonen en oriënteren zich op eengezinskoopwoningen. De kinderen zitten vaak nog op school en hebben hun sociale netwerk in de buurt. Het betreft een groep inwoners die toe is aan wat anders, een volgende stap. Tot 40 jaar speelt gezinsuitbreiding vaak een rol. Men wil wat ruimer wonen. Bijna één op de tien ziet echter onvoldoende mogelijkheden tot verhuizen. Empty nesters oriënteren zich ook buiten Houten De groep inwoners tussen de 50-65 jaar kijkt ook vaak om zich heen (29% van alle volwassenen met een verhuiswens, 19% van de doelgroep). Kinderen verlaten het huis, de woonwensen veranderen en men is toe aan een nieuwe stap. Deze groep voelt zich het minst gebonden aan Houten en/ of kan hier onvoldoende vinden wat men zoekt. Zowel eengezinskoopwoningen als koopappartementen zijn in trek. Cijfers wijzen erop dat deze kapitaalkrachtige groep Houten deels al aan het verlaten is. Ouderen relatief honkvast Ouderen zijn relatief honkvast. De verhuiswens onder de groep 65-plussers in Houten is kleiner dan onder andere leeftijdsgroepen. Eén op de tien wil graag verhuizen.

Een woning die geschikt is voor de oudere levensfase is één van de belangrijkste redenen om te verhuizen. Veel ouderen zijn daarom op zoek naar een appartement, zowel huur als koop. Woningvoorraad Houten In Houten staan per 1 januari 2019 20.271 woningen. Kenmerkend voor de woningvoorraad van Houten is enerzijds het aandeel koopwoningen (2/3 deel, terwijl in de regio dat 56% is) en anderzijds vooral het grote aantal rij/hoekwoningen (met name in de koopsector). Deze rij/hoekwoningen in de koopsector hebben vaak een behoorlijk prijsniveau. Slechts 10% van de koopwoningen heeft een WOZ-waarde onder € 250.000. 50% heeft een prijs tussen € 250.000 en € 350.000. 40% is zelfs duurder dan € 350.000. Boven € 250.000 zijn dit vooral grondgebonden woningen. Voor een koopwoning in Houten moet je al gauw een inkomen hebben boven € 65.000, gelet op het prijspeil. In de koopsector zijn relatief weinig appartementen (10% van de koopwoningen). In de huur is het aandeel grondgebonden woningen en appartementen meer gelijk gespreid (50-50). Viveste heeft 4.990 huurwoningen, 85% in de prijsklasse tot de liberalisatiegrens (€ 720). De helft van de woningvoorraad heeft een prijs tot de eerste aftoppingsgrens (€ 597).

Van de bij doorstroming beschikbaar komende sociale huurwoningen heeft een steeds groter deel een bereikbare huurprijs voor mensen met een inkomen tot de huurtoeslaggrens: in 2015 was dit minder dan 30%, inmiddels ruim 70%. Dit zijn vooral appartementen. Grondgebonden woningen hebben vaak een huurprijs boven de aftoppingsgrens en zijn voor gezinshuishoudens met een zeer laag inkomen (tot grens huurtoeslag, aangewezen op passend toewijzen) moeilijk bereikbaar. Figuur 4: Woningvoorraad naar eigendom 2019

Bron: CBS Statline en Waarstaatjegemeente; Woningbehoefteonderzoek Ruimtelijke Koers Houten. Companen 2019

11

Figuur 5: Woningvoorraad naar type 2019

Bron: WOZ registratie gemeente; Woningbehoefteonderzoek Ruimtelijke Koers Houten. Companen 2019

Het aantal inwoners in Houten steeg van 46.500 in 2008 naar circa 49.911 in 2019 (een groei van 7%). In de U16 was de bevolkingsgroei vergelijkbaar. De woningvoorraad is in diezelfde periode in Houten relatief minder snel gegroeid dan elders in de regio: in Houten een groei van 14%, in de hele U16 23%. Dit is opmerkelijk, want de ontwikkeling van het aantal inwoners lag op het regionale niveau. Dit betekent dat de gezinsverdunning (afname van het aantal mensen per huishouden) relatief beperkt is in Houten. Dit komt ook doordat Houten als gezinsgemeente veel mensen heeft in de middenleeftijdsgroepen (traditionele gezinshuishoudens), en nog relatief weinig empty nesters. De gezinsverdunning zal echter op termijn toenemen. Toekomstige herstructureringsopgave De relatief snelle ontwikkeling van Houten in de afgelopen 40 jaar betekent dat Houten binnen afzienbare tijd ook een speciale opgave heeft ten aanzien van het leefbaar en veilig houden van de tegen die tijd verouderde woonwijken. Dit gelet op het in relatief korte tijd verouderen van een groot deel van bestaande woningvoorraad en infrastructuur. Op langere termijn betekent dit een forse herstructureringsopgave. Figuur 6: Woningvoorraad naar bouwperiode

Bron: CBS Statline; Woningbehoefteonderzoek Ruimtelijke Koers Houten. Companen 2019

12

Woonmilieus Kenmerken van een buurt en haar inwoners bepalen het woonmilieu. Het gaat om zaken als locatie, bebouwing, inrichting, voorzieningen, bevolkingssamenstelling en leefstijlen. Naast de woning zelf dient het woonmilieu zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen en mogelijkheden van (toekomstige) inwoners. Houten is in het bijzonder aantrekkelijk voor gezinnen. Het is echter zaak om voor iedere doelgroep binnen de gemeente voldoende aanbod te creëren. Daarbij dient te worden bedacht in welke mate differentiatie en mogelijkerwijs integratie van verschillende doelgroepen mogelijk is. Houten streeft in principe spreiding van doelgroepen na zodat in de verschillende wijken sprake is van een evenwichtige en gezonde samenstelling van de bevolking. Een binnenstedelijke inbreidingslocatie met relatief hoge dichtheden, veel appartementen, voorzieningen en dynamiek, zal in eerste instantie niet gericht zijn op (jonge) gezinnen, al worden deze natuurlijk ook niet uitgesloten. Wijken aan de rand van de stad bieden daarentegen meer mogelijkheden tot ruimte en rust, grotere woningen en een tuin en lijken daarmee aantrekkelijker voor ook gezinnen. Zaak is een evenwichtig aanbod te creëren dat mogelijkerwijs ook gewenste verhuisketens op gang brengt. Dit zodanig dat achtergelaten woningen perspectief bieden voor nieuwe woningzoekenden.

We weten echter nu al: de woningen die doorstromers achterlaten zijn vaak te duur om te voorzien in de vraag van Houtense starters en jonge gezinnen. Leefstijlen Houten is met name in trek bij mensen met leefstijlen met traditionele waarden: traditionele starters, traditionele gezinnen en wijkgebonden ouderen. Inwoners in nieuwere delen (vb. Leebrug en Hofstad) worden gekenmerkt door een hogere statusgevoeligheid en een modern waardepatroon: moderne gezinnen en zogenaamde ‘settlers’. De vraag is hoe groot de potentie is voor meer (ver)nieuwe(nde) woonvormen en woonmilieu’s in Houten. Zeker als we ons voor een groot deel richten op de bestaande inwoners.

13

14

De inclusieve samenleving en wonen en zorg In ons sociaal beleid vinden we het belangrijk dat alle inwoners - naar eigen kunnen - meedoen en een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving. Het gaat daarbij niet om eenrichtingsverkeer, maar om wederkerigheid. Iedereen voelt zich thuis in Houten, telt mee en draagt een steentje bij. Dit is ook de kern van de inclusie-gedachte, zoals die verwoord staat in het door Nederland geratificeerde VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap. Dit is tevens de kern van de Sociale Koers van Houten. De overheid doet een toenemend beroep op de zelfstandigheid van inwoners. Dit betekent voor de zorg ten eerste minder (langdurig) verblijf binnen instellingen. We spreken in dit kader van extramuralisering. Omdat deze mensen wel zorg of begeleiding nodig hebben stuurt de overheid aan op de ambulantisering van de zorg en begeleiding. Dit laatste is het streven om mensen met een beperking zo 'normaal' mogelijk te laten participeren in de samenleving en de benodigde hulp aan huis te bieden. Het betekent dat meer kwetsbare inwoners een plek krijgen in hun eigen wijk, onder meer 15

door nieuwe vormen van wonen (met begeleiding). Doelgroepen zijn o.a. ouderen, mensen met psychische of psychosociale kwetsbaarheid (die voorheen begeleid werden in een voorziening van beschermd wonen) en jeugdigen uit de jeugdzorg met verblijf. Door deze ontwikkeling in combinatie met de toenemende vergrijzing ligt er de komende jaren een aantal forse opgaven in Houten in relatie tot wonen en zorg, zowel in inhoudelijk als in financieel opzicht als het gaat om extramuralisering en ambulantisering. Prettig, veilig en gezond wonen Prettig en veilig wonen vraagt de komende jaren extra aandacht. De nabije leefomgeving dient uit te nodigen tot gezond leven, ontmoeten en bewegen. Er dienen zo weinig mogelijk ‘obstakels’ te zijn voor mensen met (mobiliteits)beperkingen. Met de juiste woningen, bereikbare (nabije) voorzieningen en een veilige, leefbare en aangename sociale omgeving proberen we het dagelijks welzijn op een zo hoog mogelijk peil te brengen en te houden. Voor al onze inwoners is het belangrijk om je thuis te kunnen voelen in je huis en in je wijk en daarbij zoveel mogelijk zelfstandig te zijn. Voor kinderen en jeugdigen zijn een stabiele omgeving en opvoedklimaat van belang om veilig op te kunnen groeien. Voor ouderen zijn, in het licht van langer thuis wonen, een passende woning en woonomgeving belangrijk.

Ook kwetsbare inwoners willen we een prettige en veilige woonplek bieden. In de komende periode moeten wonen en zorg meer worden verbonden. Daarom moet een integrale aanpak en samenwerking op sociaal en ruimtelijk vlak het uitgangspunt zijn. Deze aanpak richt zich daarmee op de volgende uitgangspunten zoals verwoord in de Sociale Koers van Houten: een gezonde stad (o.a. toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen, zorgverleners dichtbij); de inclusieve en zorgzame stad (mogelijkheden tot ontmoeting, er voor elkaar zijn); de levensloopbestendige en sociaal duurzame stad (flexibele woningen en woonomgeving passend bij elke levensfase en doelgroep).

Ouderen De toename van het aantal ouderen in combinatie met het langer zelfstandig wonen van ouderen betekent niet alleen een opgave voor de betaalbaarheid en praktische organisatie van de zorg. Er ontstaat ook een opgave voor de ruimtelijke inrichting van de stad en de aard van de benodigde woningvoorraad en voorzieningen in de nabije toekomst. Met name de toename van het aantal tachtig-plussers die vaak nog zelfstandig wonen, vraagt om aanpassing van woning en leefomgeving. Bij hen is sprake van een verhoogde fysieke en sociale kwetsbaarheid. Zo is de inschatting dat het aantal mensen met dementie in Houten meer dan verdubbeld de komende 15 jaar. In 2040 hebben we het over een groep van zo’n 1.400 mensen, tweeënhalf keer zoveel als nu. Op dit moment woont in Nederland 74% van deze doelgroep thuis. De actieradius onder ouderen neemt met de jaren af. Ouderen zijn minder verhuisbereid en willen graag in hun oude vertrouwde omgeving blijven wonen. Beleid gericht op doorstroming van ouderen zodat een versneld gewenst aanbod van eengezinswoningen vrijkomt, blijkt in de praktijk weerbarstig. Mogelijke nieuwbouw voor ouderen is dan ook met name kansrijk in bestaande buurten. Vanwege de geringe verhuismobiliteit van ouderen bestaat de opgave echter voor een groot deel uit het geschikt maken van de huidige woningen voor oudere bewoners.

Een reeks aan nieuwe technologieën zoals 3 4 sensoren, virtual en augmented reality , ambient intelligence en domotica kunnen daarbij nu of in de toekomst een rol spelen.

3

Augmented reality betreft een live, direct of indirect, beeld van de werkelijkheid waaraan elementen worden toegevoegd door een computer.

16

Voor ouderen zit weinig tussen het zo lang mogelijk zelfstandig wonen en het verpleeghuis. Dat hiaat zou moet worden opgevuld. Er moet meer (vraaggestuurd) worden ontwikkeld, getransformeerd en geëxperimenteerd met nieuwe woonvormen zoals kangoeroewoningen, hofjeswoningen en complexen of woonservicegebieden waarin wonen, zorgvoorzieningen en faciliteiten bij elkaar komen. Woonservicegebieden zijn buurten, wijken of dorpen waar wonen, welzijn en zorg aan elkaar zijn gekoppeld. Een wijk-, buurt- of gezondheidscentrum is vaak de spil. Idealiter zijn voorzieningen als winkels en openbaar vervoer dichtbij huis. Bekend is dat in het centrum relatief veel kwetsbare - vaak oudere inwoners - wonen. Er is hier sprake van een stapeling van problematiek en zorgvraag. Deze inwoners participeren minder (verenigingsleven, sportactiviteiten, culturele activiteiten en moeilijk rond kunnen komen) en eenzaamheid ligt hier dan ook op de loer. Indien in het centrum voor verdichting wordt gekozen en een nieuw stedenbouwkundig concept, dient nadrukkelijk ook met deze doelgroep rekening te worden gehouden. Een hogere mate van verdichting kan de sociale cohesie kwetsbaar maken als er in het fysieke en sociale domein onvoldoende maatregelen worden genomen die de sociale interactie tussen mensen bevorderen.

Jongeren Ook voor jongeren is het belangrijk dat er voldoende ruimte is om zelfstandig te (gaan) wonen. Beleid gericht op doorstroming van ouderen kan hierbij helpend zijn. Voor jongeren die nog wat extra steun nodig hebben bij het volwassen worden en zelfstandig gaan wonen, zetten we in op meer gezinsachtige vormen van ondersteuning. We bevorderen initiatieven waarbij inwoners/gezinnen elkaar helpen en/ of ontlasten met opvoeden en opgroeien. Voorbeelden van dergelijke initiatieven zijn pleegzorggezinnen, gezinshuizen en ‘Kamers met aandacht’. Voor jeugdigen betekent dit dat er gezocht wordt naar een plek die zo dicht mogelijk bij huis is en die zoveel mogelijk een natuurlijke gezinssituatie benaderd. Helaas is dit nog niet altijd haalbaar. We zien dit als een belangrijk element in de transformatie van de jeugdzorg. De komende tijd zal hier daarom veel aandacht voor zijn. De bedoeling is dat er minder kinderen in jeugdzorg instellingen verblijven. Hiervoor is intensieve samenwerking nodig met de hele regio. Inwoners met complexe vragen Een kleine groep inwoners heeft ingewikkelde en ernstige problemen waarbij veel verschillende en vaak wisselende zorg- en veiligheidspartners betrokken zijn.

Voorbeelden van complexe casuïstiek bij gezinnen of een- of meerpersoonshuishoudens zijn een opeenstapeling van verschillende problemen, zoals psychische klachten, een verstandelijke beperking, verslaving, schulden, werkloosheid, problemen bij maatschappelijke integratie, enz. Dat vraagt om een persoonsgerichte aanpak waarin gemeente, zorg- en veiligheidspartners de krachten bundelen en samen optrekken. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen, ook als het gaat om een geschikte woning of verblijfplaats in wijken en buurten. Voor alle inwoners is het namelijk belangrijk dat er een plek of extra steun beschikbaar is als het even tegenzit. In de buurt of nabije omgeving moeten initiatieven of voorzieningen zijn die ook voor kwetsbare doelgroepen beschikbaar en toegankelijk zijn. Publieke ruimte, mobiliteit en voorzieningen De vergrijzing en ambulantisering vragen behalve aanpassing van de woningvoorraad ook aanpassing van de publieke ruimte, de verkeersinfrastructuur en het voorzieningenaanbod. Nabijheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en laagdrempeligheid zijn daarbij leidend. Het betekent in elk geval ook een nieuwe organisatie van ontmoeting en welzijnsactiviteiten in wijken en zorg aan huis.

Men kan in plaats van de sociaal-culturele centra nieuwe gemeenschappelijke voorzieningen ontwikkelen als eigentijdse vormen van huizen of kamers van de wijk, wijkbedrijven, nieuwe generatie bibliotheekfilialen, lotgenotengroepen, ‘sociale marktplaatsen’, et cetera. Daarnaast zijn in ieder geval voldoende “Triple A voorzieningen” (arts, apotheek en supermarkt) in de directe omgeving nodig. Ook andere voorzieningen om elkaar te treffen zijn belangrijk: De Veldacademie rustte een groep senioren uit met GPS-trackers. Het onderzoek liet verrassende ontmoetingsplekken in nabijheid zien: een oud bushokje, een bank bij een vijver en op nummer 1 de supermarkt. Met dergelijke initiatieven en voorzieningen kan worden bewerkstelligd dat informele netwerken in de buurten sterker worden, de sociale cohesie toeneemt en de vereenzaming vermindert. Het project Sterk Buurten inclusief het 4

Ambient intelligence betreft een invloedrijke visie op de toekomst waarin mensen op een heel natuurlijke manier met computers communiceren. Computers kleiner dan een postzegel beloven dat niet langer de techno- logie centraal zal staan, maar de mens.

17

zogenaamde Initiatieventeam in Houten draagt nadrukkelijk bij aan het faciliteren en verbinden van wijkinitiatieven. Door economische schaalvergroting en internet-shoppen staat het winkelaanbod In de directe woonomgeving echter behoorlijk onder druk. De dagelijkse boodschappen en andere spullen worden wel tot aan de deur gebracht, maar het vanzelfsprekende dagelijkse contact in de buurt dreigt te verdwijnen. Wat als de grote buurtsuper er niet meer is? Het is tijd voor een nieuwe blik. Wat te denken van bijvoorbeeld een kiosk nieuwe stijl, in de buurt, laagdrempelig en met ruimte voor meerdere functies? Benodigd aantal woningen Tellen we alle wensen bij elkaar op dan kent Houten een woningbehoefte in de periode 2019-2040 van 4.300 woningen (exclusief 24/7 zorg). Dit noemen we het nul-scenario. Met dit aantal woningen draagt Houten naar rato bij aan de regionale woningmarktopgave. We lossen de Houtense opgave op en doen dan niets extra’s voor het oplossen van het regionale tekort. De woningbehoefte van de Houtense bevolking concentreert zich per saldo de komende jaren in belangrijke mate in de appartementensfeer: huur en koop. Deze vraag is het gevolg van een combinatie van groeiend aantal kleine huishoudens, vergrijzing en beperkt appartementenaanbod in Houten.

Naast meer koopappartementen zijn er in de koopsector tekorten bij grondgebonden woningen in prijssegmenten tot € 350.000. Tegelijkertijd zien we ook bij luxere woningen (tweekappers en vrijstaande woningen boven € 450.000) een kwaliteitsvraag waarbij er voldoende rijwoningen zijn boven € 350.000, maar onvoldoende tweekappers en vrijstaande woningen. De rijwoningen boven € 350.000 komen vrij door doorstroming van ouderen. Voor de vrijkomende woningen is een beperkte lokale behoefte. Daarvoor zijn de woningen vaak te duur. Zo wordt met deze woningen vooral een regionale vraag bediend, en met de huidige druk op de regionale woningmarkt zullen deze woningen afzet vinden. Figuur 7: Fricties vraag en aanbod bij optimale doorstroming, inclusief inloop actueel woningtekort 2019 - 2040

Bron: WoON2018, CBS-Microdata 2018; Woningbehoefteonderzoek Ruimtelijke Koers Houten. Bewerking Companen 2019

In de huursector is er sprake van een verschuiving van traditionele rijwoningen naar appartementen. Dit komt doordat de huursector steeds minder een functie heeft voor gezinnen met kinderen en steeds meer van betekenis is voor alleenstaanden. Bovendien is betaalbaarheid van het wonen in de sociale 18

huursector een belangrijke drijfveer voor woningzoekenden, waarbij appartementen beter scoren. Het tekort in de sociale huur bedraagt de komende decennia een kleine 1.100 woningen. Het tekort concentreert zich in de kortere termijn van 10 jaar (33% deel van de lokale behoefteontwikkeling in die periode). Daarna daalt de behoefte door een lagere huishoudensgroei in combinatie met welvaartsgroei, de voorkeuren van nieuwe generaties (meer pensioen, meer focus op koopwoningen) en de uitstroom van babyboomgeneraties. In de vrije sector huur is de behoefte tot 2030 ruim 400 woningen (bijna 10% van de behoefteontwikkeling). Volgens marktpartijen gaat het om woningen met een prijs van maximaal € 1.000. Na 2030 is de behoefte in de vrije sector huur volgens deze raming nog circa 65 woningen. Overwegingen bij deze behoefte/dilemma’s en oplossingsrichtingen Door doorstroom- en substitutie-effecten is het niet altijd nodig exact te bouwen waar de behoefte zich voordoet. Bovendien voorzien woningen die voldoende aanwezig zijn in een woningbehoefte als alternatief voor mensen met een andere vraag, of voor de regionale vraag. Hieronder enkele overwegingen:  De behoefte aan appartementen is groot.

In de context van Houten (rekening houdend met de leefstijlen in Houten) zullen deze appartementen vooral niet in een te grootschalige stedelijke setting gerealiseerd moeten worden (hoogbouw en hoge dichtheden), maar eerder in een groenstedelijke setting. Zo is een ‘grondgebonden toegankelijke woning’ (het gemak van een appartement, maar ook met een tuintje) minstens zo in trek als een appartement.  Indien beperkt op de appartementenvraag wordt ingespeeld zullen veel woningzoekers blijven zitten in hun huidige gezinswoning. Het potentiële aanbod aan woningen boven € 350.000 komt dan niet beschikbaar. Dit zelfde mechanisme speelt ook in de huursector. Toch betekent dit ook het risico dat mensen niet hun woning vinden die zij zoeken en een alternatief (moeten) zoeken buiten Houten. Een ander risico is dat ouderen onvoldoende een toegankelijke woning vinden en in een niet passende woonsituatie komen (ook met het risico van vereenzaming).  Het tekort is groot in woningmarktsegmenten tot € 250.000 (appartementen) of € 350.000 (grondgebonden woningen). Vanuit de betaalmogelijkheden van woningzoekers (vooral ook jonge startende huishoudens die nog geen koopwoning hebben) is deze prijs voor velen het maximaal haalbare. Een deel kan de woonwens naar boven bijstellen, maar dat geldt zeker niet voor iedereen. We zien daardoor op veel plekken dat de prijsstijging van woningen stagneert.

De rek is er uit aan de vraagkant. Kopers geven feitelijk aan dat zij de prijs voor de bestaande kwaliteiten als te hoog ervaren. Tegelijkertijd geldt dat deze segmenten in de huidige markt moeilijk te realiseren zijn. Als bij nieuwbouw voorzien wordt in deze vraag, zijn woningen na oplevering snel duurder. Het langdurig betaalbaar houden van deze woningen is dan ook moeilijk. Laat onverlet dat de vraag er wel is en dus alternatieve creatieve oplossingen gevonden moeten worden om op deze vraag in te spelen. Daarbij is te denken aan een combinatie van verkoop van huurwoningen, alternatieve bouwvormen, financieringsvormen en afspraken hierover met ontwikkelaars (publiekof privaatrechtelijk). Woningbehoefte Houten wonen en zorg Behoefte aan toegankelijke woningen De totale extra behoefte aan toegankelijke woningen wordt in Houten geschat op minimaal 3.000 5 6 woningen t/m 2036. Het gaat daarbij om zogenaamde nultredenwoningen , rollator toegankelijke 7 woningen en rolstoel toegankelijke woningen . Het betreft ongeveer evenveel huur- als koopwoningen. Deze vraag naar woningen zal overigens niet alleen worden ingevuld door nieuwbouw. Een groot gedeelte zal voortkomen uit bestaande aangepaste woningen. De onderstaande analyse beschrijft de vraag per specifieke doelgroep. Deze vraag maakt onderdeel uit van (heeft overlap met) de 5

Niet alle mensen met een mobiliteitsbeperking (die minder goed ter been zijn) (willen) wonen in een toegankelijke woning. Evenmin hebben alle bewoners van toegankelijke woningen een mobiliteitsbeperking. Er zijn ook mensen die met het oog op de toekomst nu al kiezen voor een toegankelijke woning. Op basis van deze effecten heb je in de regel meer toegankelijke woningen nodig dan het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking. 6 Gelijkvloerse woning waar alle voor bewoning bestemde ruimten, waaronder woon- en eetruimte, keuken, toilet, badkamer/douche, alle slaapkamers, alle overige kamers bereikbaar zijn (drempels maximaal 2 cm). 7 Woning waar de woon- en eetruimte, keuken, toilet, badkamer/douche, ten minste één slaapkamer en het terras of het balkon (indien aanwezig) geschikt zijn voor een bewoner die gebruik maakt van een rollator dan wel een rolstoel. Rolstoeltoegankelijkheid eist meer, zo is de benodigde ruimte (draaicirkel) bij een rolstoel groter dan bij een rollator.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=6198e88e-22e4-4668-b5ed-03d13337f2c4