CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 Flora en fauna Plein 10 - 10a

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente HoutenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Plein 10 en 10a6.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum:

24-12-2021; versie 1 (definitief)

Opdrachtnummer:

153361

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Project:

Opdrachtgever/Architect:

sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

Studio In Motion Meidoornkade 22 3992 AE HOUTEN

:

Uitgevoerd: Veldbezoek:

27-10-2021 (dhr. S. van de Langenberg BSc.)

Projectleider:

mevr. E.R. Beekman MSc.

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ................................................................................................................................................... 3 2. BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................. 3 2.1 Omgeving ................................................................................................................................................. 3 2.2 Planlocatie en onderzoeksgebied .............................................................................................................. 3 3. VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING......................................... 4 3.1 Voorgenomen herontwikkeling ................................................................................................................ 4 3.2 Relevante wetgeving ................................................................................................................................. 4 4. ONDERZOEKSMETHODE ......................................................................................................................... 5 4.1 Soortbescherming .....................................................................................................................................

5 4.2 Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden ............................................................................... 6 5. TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN ............................................... 6 5.1 Vaatplanten ............................................................................................................................................... 6 5.2 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................................... 6 5.3 Vleermuizen .............................................................................................................................................. 6 5.4 Reptielen en amfibieën ............................................................................................................................. 7 5.5 Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren .................................................... 8 5.6 Vogels ....................................................................................................................................................... 8 6. TOETSING SOORTBESCHERMING .........................................................................................................

9 6.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 9 7 TOETSING GEBIEDSBESCHERMING ................................................................................................... 11 7.1 Natura 2000 ............................................................................................................................................ 11 7.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 12 8. CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 12 9. SLOTOPMERKINGEN .............................................................................................................................. 13

BIJLAGEN 1.1 Regionale situatie (niet op schaal) 1.2 Situatietekening (1:250; A4) 1.3 Foto-overzicht 2 Overzichtskaart Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN) 3 Wettelijk kader 4 Overzicht vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ provincie Utrecht

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 2

1.

INLEIDING In opdracht van Studio In Motion (d.d. 22-10-2021) is door van Dijk geo- en milieutechniek b.v. een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd aangaande de locatie Plein 10-10a te Houten. Aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming betreft de voorziene sloop en nieuwbouw van de op de locatie aanwezige opstallen. Op basis van een literatuuronderzoek, een veldbezoek en expertkennis wordt de voorgenomen herontwikkeling getoetst aan de vigerende natuurbeschermingswetgeving. Inzake de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming is tussen van Dijk geo- en milieutechniek b.v. en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.

2.

BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE

2.1

Omgeving Onderhavige locatie (gemeente Houten, sectie A, nrs. 2671, 2669 (gedeeltelijk), 3114, 5882 en 10723) zijn gelegen in de woonwijk Houten Noord-West. Circa 2,0 km ten noorden bevindt zich het bosgebied “Nieuw Wulven”. Op circa 700 m ten noorden bevindt zich het “Imkerpark” met gazon, watergangen en bomenrijen. De locatie wordt aan de zuid- en oostzijde begrenst door respectievelijk de straten Prins Bernhardweg en Plein; aan de noord- en westzijde bevindt zich parkeergelegenheid. De ligging van de locatie is globaal aangeduid op een topografische kaart, die is opgenomen als Bijlage 1.1.

2.2

Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een tweetal woningen, een schuur, twee overkappingen (in gebruik als carport) en een gedeelte van een parkeerplaats. Alle bebouwing is opgebouwd uit stenen muren zonder spouw. Uitzondering betreft de uitbreiding aan de westzijde van Plein 10 welke wel beschikt over een spouw. De daken van drie gebouwen (Plein 10, Plein 10a en de schuur achter Plein 9) zijn afgewerkt met dakpannen op houten dakbeschot. Deze dakpannen sluiten niet overal goed op elkaar aan waardoor er verschillende openingen bestaan die toegang geven tot de ruimte tussen de dakpannen en het dakbeschot. Achter de dakranden of dakgootbekisting van de woningen zijn meerdere ruimtes aanwezig. Daarnaast kan de zolder van de schuur achter Plein 9 via een opening bij een dichtgetimmerd raam bereikt worden. Op deze zolder zijn meerdere overwinterende dagpauwogen aangetroffen. De daken van de twee overkappingen zijn afgewerkt met golfplaten als dakbedekking (zonder dakbeschot). Op het westelijk deel van het terrein bevindt zich struikgewas (o.a. braam en hazelaar). Daarnaast bevindt zich tussen de overkapping en Plein 10 ook struikgewas bestaande uit voornamelijk braam. Het overige deel van het terrein is verhard met tegels en klinkers. De parkeerplaats ten westen van perceel is grotendeels verhard met klinkers met langs de randen enkele lage beukhagen.

De situatietekening van het onderzoeksgebied is opgenomen als Bijlage 1.2; een foto-overzicht als Bijlage 1.3.

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 3

3.

VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING

3.1

Voorgenomen herontwikkeling In de nabije toekomst zullen sloop-, nieuwbouw- en renovatiewerkzaamheden plaatsvinden, waarbij Plein 10 geheel wordt gerenoveerd en omgevormd tot een tweetal appartementen en de andere gebouwen en parkeerplaats geheel worden verwijderd. Op deze locaties zullen in totaal een zevental woningen worden gerealiseerd (een vijftal op het perceel Plein 10 en een tweetal op de voormalige parkeerplaats). De aanwezige groenstructuren zullen hierbij geheel worden gerooid.

3.2

Relevante wetgeving De voorgenomen herontwikkeling dient getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (2017). Deze wet vervangt en bouwt voort op drie wetten, gericht op soortbescherming (Flora- en Faunawet), gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet 1998) en de bescherming van houtopstanden (Boswet). In deze paragraaf is een beknopte beschrijving opgenomen van de natuurbeschermingswetgeving waaraan de voorziene herontwikkeling moet worden getoetst. In Bijlage 3 is een uitgebreidere beschrijving opgenomen. Voor de Wet natuurbescherming is de provincie het bevoegd gezag met betrekking tot de handhaving en het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen. Soortbescherming Vanuit de soortbescherming wordt een aantal dier- en plantensoorten streng beschermd. Al het handelen dat schadelijk is voor deze soorten is in beginsel verboden. Hierbij gaat het niet enkel om het doden of verstoren van individuen van deze soorten, maar tevens om vernietiging of verstoring van essentiële onderdelen van hun functionele leefomgeving (bijvoorbeeld voortplantings- en verblijfplaatsen). De streng beschermde soorten staan vermeld in drie onderdelen van de Wet natuurbescherming: - Vogelrichtlijn (artikel 3.1), - Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5), - Lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten (artikel 3.10).

Voor deze soorten geldt geen vrijstelling in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Uitzondering hierop betreft een aantal soorten van de ‘lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten’, waarvoor elke provincie afzonderlijk een soortenlijst heeft opgesteld. Desbetreffende lijst voor de provincie Utrecht is opgenomen in Bijlage 4. Tevens geldt voor alle in het wild levende planten en dieren een zorgplicht: schadelijke handelingen zoals het doden of opzettelijk verstoren van wilde dieren en het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van planten is in principe verboden. Dit houdt in dat eenieder zorg dient te dragen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving en dus niet enkel voor de eerder besproken streng beschermde soorten. Gebiedsbescherming Het doel van de gebiedsbescherming is het behouden van terreinen en wateren met bijzondere natuur- en landschapswaarden. Indien de planlocatie nabij een dergelijk gebied is gelegen, dient vastgesteld te worden of de voorziene herontwikkeling mogelijk een effect heeft op de beschermde natuur. De beschermde gebieden in kwestie vormen samen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het NNN liggen gebieden die onderdeel uitmaken van een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, de Natura 2000-gebieden, waarvoor strengere beschermingseisen gelden.

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 4

Bescherming houtopstanden Het doel van de bescherming van houtopstanden is het in stand houden van het areaal aan bos en houtopstanden. Onder een houtopstand wordt in de Wet natuurbescherming een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend bedoeld, gelegen buiten de bebouwde kom met een minimale oppervlakte van tien are, of bestaande uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen gerekend over het totaal aantal rijen. Bomen in een tuin vallen per definitie niet onder de houtopstanden. Sommige gemeenten hebben de bescherming van hun bomenbestand verder vastgelegd in een boomverordening. Hierin wordt soms een andere definitie voor een houtopstand gehanteerd en staan regels over herplanting of compensatie bij kap. Derhalve kan het voorkomen dat er, ondanks dat er volgens de Wet natuurbescherming geen vergunningsplicht is, toch een vergunning noodzakelijk is. Deze kan worden aangevraagd bij de gemeente. Dit rapport richt zich op houtopstanden zoals deze worden gedefinieerd in de Wet natuurbescherming.

4.

ONDERZOEKSMETHODE

4.1

Soortbescherming Literatuuronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens wordt bepaald welke streng beschermde soorten in en/of nabij de planlocatie zijn waargenomen. De gebruikte verspreidingsgegevens zijn afkomstig van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en andere gerenommeerde bronnen, zoals Soortenbank, Floron, Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, Ravon en Sovon. Veldbezoek Op 27-10-2021 is door een ecoloog (dhr. S. van de Langenberg BSc.) een veldbezoek uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is bepaald of binnen dan wel direct nabij onderhavig onderzoeksgebied biotopen aanwezig zijn die geschikt zijn voor streng beschermde soorten welke op basis van het literatuuronderzoek in de directe omgeving van de planlocatie worden verwacht. Tevens is het onderzoeksgebied globaal geïnventariseerd op het voorkomen van levende organismen of sporen (zoals resten, uitwerpselen of nesten) van streng beschermde flora en fauna. Vanwege het veldbezoek in de maand oktober sluit het niet aantreffen van individuen en/of sporen van beschermde soorten de aanwezigheid van deze soorten niet direct uit. Voor enkele soorten, zoals trekvogels en éénjarige planten, geldt dat deze seizoensgebonden zijn en derhalve niet jaarrond kunnen worden aangetroffen. Tijdens het veldbezoek wordt daarom tevens gekeken naar de aanwezigheid van specifiek habitat van beschermde soorten.

Het veldbezoek betreft een oriënterende inspectie. Benadrukt wordt dat dit geen volledige inventarisatie betreft. Het onderzoek geeft een verwachting van het al dan niet voorkomen van beschermde soorten in de planlocatie. Toetsing Op basis van literatuur en ecologische deskundigheid wordt afgewogen of de voorziene ruimtelijke ingrepen mogelijkerwijs significant negatieve effecten hebben op het voorkomen van streng beschermde soorten. Wanneer dergelijke effecten niet vallen uit te sluiten zal geadviseerd worden over benodigd vervolgonderzoek.

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 5

4.2

Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden Met behulp van Atlas Leefomgeving wordt vastgesteld wat de afstand is van het onderzoeksgebied tot de dichtstbij gelegen Natura 2000 en NNN-gebieden. Op basis van de afstand tot de gebieden en de aard van de herontwikkeling wordt afgewogen of er mogelijk sprake is van significante aantasting of vermindering van het oppervlak of van de samenhang binnen de gebieden. Indien dit niet uit te sluiten valt zal advies worden gedaan over benodigd vervolgonderzoek. De bomen binnen onderhavig onderzoeksgebied maken deel uit van een tuin en vallen derhalve niet onder de bescherming van houtopstanden zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. Toetsing zal dan ook achterwege worden gelaten.

5.

TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN In onderstaande paragrafen 5.1 t/m 5.6 worden per soortgroep de resultaten van het literatuuronderzoek en veldbezoek beschreven.

5.1

Vaatplanten Op basis van verspreidingsgegevens komen de streng beschermde groot spiegelklokje, wilde ridderspoor, kartuizer anjer en stijve wolfsmelk voor in de omgeving van de planlocatie. Tijdens het bezoek zijn voornamelijk algemene plantensoorten aangetroffen (zoals noordse esdoorn, laurierkers en hazelaar). Er zijn geen exemplaren of resten van streng beschermde vaatplanten aangetroffen. Bovengenoemde soorten komen voor in blauw- of schraalgraslanden, graanakkers en (kalkrijke) ruderale plaatsen. Deze habitattypen zijn binnen het onderzoeksgebied niet voorhanden, waardoor bovengenoemde beschermde plantensoorten redelijkerwijs niet worden verwacht binnen het onderzoeksgebied.

5.2

Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens komen de streng beschermde boommarter, das, rode eekhoorn en steenmarter voor in de omgeving van de planlocatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen holen en/of sporen van streng beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. In verband met de afwezigheid van grote bomen, bos, verstoring door relatief veel menselijke activiteit, de geïsoleerde ligging van de planlocatie te midden van de bebouwde kom en het ontbreken van schuilen rustplaatsen kan het voorkomen van essentieel leefgebied van boommarter, das, rode eekhoorn en steenmarter binnen het onderzoeksgebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

5.3

Vleermuizen In Nederland komen rond de achttien vleermuissoorten voor die allen streng beschermd zijn. Bomen en gebouwen zijn essentiële elementen voor vliegroutes, foerageergebied en/of als verblijfplaats. Op basis van verspreidingsdata komen diverse soorten vleermuizen voor in de omgeving van de planlocatie.

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 6

Foerageergebied en vliegroutes De locatie bestaat uit open terrein gecombineerd met bebouwing en enkele bomen in de directe omgeving en wordt derhalve geschikt geacht als jachtterrein (foerageergebied) voor vleermuizen. De bomen en bebouwing maken tevens mogelijk onderdeel uit van vliegroutes. Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holtes in bomen (voornamelijk oude spechtengaten) en ruimtes in gebouwen zoals in spouwmuren, in ruimtes tussen dakbedekking en het dakbeschot, achter vensterluiken en in andere ruimtes die bereikbaar zijn door openingen (kieren, scheuren etc.) in het bouwwerk. Door het jaar heen worden verblijfplaatsen op verschillende manieren gebruikt. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen, waarbij vleermuizen andere eisen stellen aan ieder type verblijfplaats (Vleermuiswerkgroep Nederland). In de bomen direct nabij onderhavig onderzoeksgebied zijn geen holten en is geen loszittende schors waargenomen. Op basis van bovenstaande kunnen winter-, kraam-, zomer-, en/of paarverblijfplaatsen in de aanwezige bomen worden uitgesloten. De daken van woningen zijn gedekt met pannen op een houten dakbeschot. Verspreid over de daken bevinden zich tussen de dakpannen, hoekpannen en nokpannen verscheidene openingen (foto’s 7 t/m 11).

Hierdoor bestaat voor vleermuizen toegang tot de ruimte tussen de dakpannen en het dakbeschot. Tevens bevindt zich een ruimte achter de dakrand van de uitbreiding welke geschikt is voor vleermuizen. De spouw in de gevels van de uitbreiding is via de ruimte achter de dakrand mogelijk ook toegankelijk voor vleermuizen (dit was ter plekke niet te controleren). De zolder van de schuur achter Plein 9 is toegankelijk via een open raam. Echter wordt de zolder wegens een gebrek aan schuilplaatsen ongeschikt geacht voor vleermuizen. De daken, de dakrand en de spouw van de woningen vervullen derhalve mogelijk functie als winter-, kraam-, zomer- en/of paarverblijfplaatsen voor de soorten baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, ruige dwergvleermuis en kleine dwergvleermuis. Gezien de afwezigheid van een groot/hoog gebouw met veel buffering in temperatuur en luchtvochtigheid kan het voorkomen van een massawinterverblijfplaats van gewone dwergvleermuis binnen onderhavig onderzoeksgebied redelijkerwijs worden uitgesloten. 5.4

Reptielen en amfibieën Op basis van verspreidingsdata komen de streng beschermde alpenwatersalamander, kamsalamander, heikikker, poelkikker, rugstreeppad, ringslang en hazelworm voor in de omgeving van de planlocatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of amfibieën binnen de planlocatie waargenomen. Gezien het ontbreken van bos of enige vorm van open water op of nabij onderhavige onderzoekslocatie en de ligging van het onderzoeksgebied (te midden van een drukke woonwijk met veel verkeer) kan het voorkomen van bovengenoemde soorten redelijkerwijs worden uitgesloten.

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 7

5.5

Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren Op basis van verspreidingsdata komen de streng beschermde grote vos, grote weerschijnvlinder, en gevlekte witsnuitlibel voor in de omgeving van het onderzoeksgebied. Er zijn geen individuen van streng beschermde soorten van in hoofde genoemde soortgroepen waargenomen. Wel zijn er op de zolder van de schuur achter Plein 9 meerdere overwinterende dagpauwogen (algemene vlindersoort) waargenomen. Vanwege het ontbreken van geschikte waardplanten (zoals grauwe wilg, gewone iep en zoete kers) en natuurlijke waterpartijen (zoals laagveenmoerassen of vegetatierijke vennen en duinplassen) kan het voorkomen van individuen van genoemde streng beschermde soorten van in hoofde genoemde soortgroepen binnen het onderzoeksgebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

5.6

Vogels Naast algemene vogelsoorten, waarvan de nesten enkel in het broedseizoen beschermd zijn, zijn er ook vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Deze vogelsoorten zijn opgedeeld in vijf categorieën (1 t/m 5). Nesten van vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd omdat de vogelsoorten uit deze categorieën het nest buiten het broedseizoen in gebruik nemen als vaste rust- en verblijfplaats, de soort erg honkvast is en afhankelijk is van bebouwing of biotoop, de (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar zijn of omdat de soort niet of nauwelijks in staat is zelf een nest te bouwen. Vogelsoorten uit categorie 5 zijn soorten die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed (of de directe omgeving er van), maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Nesten van vogelsoorten uit de categorie 5 zijn enkel jaarrond beschermd wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden (zoals onvoldoende alternatieven) dat rechtvaardigen. Daarnaast zijn vanuit de Wet natuurbescherming alle broedvogels, nesten en eieren beschermd. Algemene vogelsoorten Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels waargenomen in de planlocatie.

Mogelijk broeden algemene vogelsoorten in de struiken en/of bomen/bebouwing/hagen op en/of nabij de planlocatie en maken zij gebruik van de locatie als foerageergebied. Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 die op basis van verspreidingsgegevens in de omgeving van de planlocatie voor komen zijn boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen van vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 waargenomen binnen de planlocatie. Wegens het ontbreken van geschikte nestlocaties (zoals een rustige omgeving, hoge dichtheid van hoge bomen en oude open en hoge schuren/gebouwen) kunnen nesten van de meeste soorten worden uitgesloten. De verscheidene openingen tussen de dakpannen, hoekpannen, nokpannen en de ruimte onder de onderste rij dakpannen en achter de dakgootbekisting zijn echter wel toegankelijk voor huismus. De ruimtes tussen de dakpannen en de ruimte achter de dakgootbekisting zijn tevens toegankelijk voor gierzwaluw. Op basis van bovenstaande kan het voorkomen van nesten van huismus en gierzwaluw in de daken en dakgootbekisting niet worden uitgesloten. Mogelijk maken gierzwaluw en huismus tevens gebruik van onderhavig onderzoeksgebied als foerageergebied.

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 8

Soorten uit categorie 5 Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen van vogelsoorten uit de categorie 5 waargenomen. Mogelijk broeden/foerageren vogelsoorten uit de categorie 5, zoals koolmees en pimpelmees, in of nabij de planlocatie.

6.

TOETSING SOORTBESCHERMING

6.1

Algemeen In dit hoofdstuk worden de effecten (verstoring en/of vernietiging) van de voorgenomen herontwikkeling beschreven op streng beschermde soorten die (mogelijk) voorkomen in en/of nabij de planlocatie. Deze effecten kunnen tijdelijk of permanent van aard zijn. Een tijdelijke effect bestaat bijvoorbeeld uit verstoring ten gevolge van geluid, trillingen en licht (bouwlampen) tijdens sloop- en/of nieuwbouwwerkzaamheden. Permanente effecten bestaan bijvoorbeeld uit het verdwijnen dan wel aanbrengen van begroeiing, bebouwing, verlichting, bestrating of tuinen. Aan de hand van deze effecten wordt aangegeven of de Wet natuurbescherming een belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden. Voor specifieke situaties zal worden beschreven hoe overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen. Indien het voorkomen van overtredingen niet mogelijk is, zal het uitvoeren van een nader onderzoek naar de desbetreffende soort(en) en/of een aanvullend onderzoek gericht op beschermde natuurgebieden worden geadviseerd. Vleermuizen Foerageren en vliegroutes Onderhavig onderzoeksgebied maakt mogelijk deel uit van foerageergebied van vleermuizen. Met de geplande herinrichting verdwijnt een deel van de bestaande open structuur, waardoor er verlies van foerageergebied is.

Echter wordt op basis van het grote aanbod gelijkwaardige foerageer-alternatieven in de directe omgeving niet verwacht dat de planlocatie een essentieel onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van vleermuizen. De bomen en/of bebouwing maken mogelijk onderdeel uit van vliegroutes. Echter, omdat er in de directe omgeving van de planlocatie voldoende (al dan niet betere) opgaande structuren (in de vorm van bebouwing en bomen) aanwezig zijn, zal er geen sprake zijn van significante aantasting van eventuele essentiële vliegroutes. Wel dient er tijdens de werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) rekening te worden gehouden met vleermuizen. Vleermuizen kunnen bijvoorbeeld verstoord worden door verlichting. Vleermuizen vliegen en foerageren bij schemer en in het donker. Derhalve zullen werkzaamheden bij daglicht geen verstoring veroorzaken. Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende groenstructuren optreedt.

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 9

Vaste verblijfplaatsen Mogelijk bevinden zich vaste verblijfplaatsen van baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, ruige dwergvleermuis en kleine dwergvleermuis achter de dakgootbekisting, in de daken en in de spouw van onderhavige woningen. Bij de toekomstige herontwikkeling is derhalve mogelijk sprake van vernietiging van eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen. Vleermuizen genieten binnen de Wet natuurbescherming een strikte bescherming. Om het voorkomen van vaste verblijfsplaatsen in de bebouwing uit te sluiten dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd conform het vleermuisprotocol (2021) dat is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Onderzoek naar genoemde soortgroep vindt plaats in de periode mei t/m uiterlijk oktober; opgesplitst in een voorjaarsonderzoek en een najaarsonderzoek. Dagvlinders Op de zolder van de schuur achter Plein 9 zijn meerdere overwinterende dagpauwogen aangetroffen. Deze vlindersoort is enkel beschermd middels de zorgplicht. Aangeraden wordt om de werkzaamheden in de actieve periode van deze vlinders (maart/april tot en met oktober/november) te verrichten zodat geen verstoring tijdens de winterslaap optreedt.

Indien dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld vanwege de planning of aanwezige broedvogels) dienen de vlinders te worden verplaatst naar houten vlinderkastjes die op aangeven van een ecoloog op een rustige plek buiten worden opgehangen waarbij de openingen naar het oosten of noorden gericht dienen te worden. Na het verplaatsen van de vlinders kan dan met de werkzaamheden worden begonnen. Vogels Foerageren Onderhavig onderzoeksgebied maakt mogelijk deel uit van foerageergebied van algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 5. Met de geplande herinrichting blijft een groot deel van de aanwezige groenstructuur aanwezig, waardoor er geen verlies van foerageergebied is. Daarnaast wordt gezien de beperkte omvang van de planlocatie en de gelijkwaardige foerageeralternatieven in de directe omgeving aangenomen dat de planlocatie geen essentieel onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van algemene vogelsoorten en soorten uit de categorieën 1 t/m 5. Broeden vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 Mogelijk broeden huismus en gierzwaluw (beide soorten uit de categorie 2) in de aanwezige bebouwing. Bij de geplande herontwikkeling worden derhalve mogelijk nesten van genoemde vogelsoorten vernietigd. Nesten van de huismus en gierzwaluw zijn strikt beschermd.

De huismus en gierzwaluw zijn vogelsoorten die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Om het al dan niet voorkomen van nesten in de daken en dakgootbekisting te kunnen aantonen (en eventuele aantallen nesten te kunnen vastleggen) dient een nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw te worden uitgevoerd conform de geldende protocollen (kennisdocument BIJ12 en het soorteninventarisatieprotocol NGB). Een onderzoek naar het voorkomen van huismus dient te worden uitgevoerd in de periode 1 april t/m 20 juni (twee inventarisatierondes). Een onderzoek naar het voorkomen van gierzwaluw dient te worden uitgevoerd in de periode 1 juni t/m 15 juli (drie inventarisatierondes).

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 10

De aanwezige bramenstruiken/hedera bieden mogelijk essentiële schuilplaatsen voor eventuele in de bebouwing nestelende huismussen. Het rooien van deze struiken kan hierdoor mogelijk lijden tot een significante verstoring van broedgevallen. Derhalve dient met het rooien van dit opstaande groen te worden gewacht tot bekend is of binnen de planlocatie daadwerkelijk nesten van huismus aanwezig zijn. Indien nesten aanwezig zijn, zal het rooien van de bramenstruiken/hedera onderdeel uitmaken van een eventuele aanvraag ontheffing. Broeden algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5 Mogelijk broeden binnen of nabij de planlocatie algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5. Voor algemene soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Voor de soorten uit de categorie 5 die binnen de planlocatie kunnen voorkomen geldt dat er geen sprake is van een afnemende trend in het voorkomen (sovon.nl). Voorts worden geen bomen gekapt en blijven na de herinrichting nog voldoende alternatieven voor genoemde soorten over in de directe omgeving van de planlocatie. Er is dan ook geen sprake van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden voor vogelsoorten uit categorie 5. Alle vogels Vanuit de Wet natuurbescherming zijn alle broedvogels, nesten en eieren beschermd.

Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd worden mogelijk nesten verstoord of vernietigd. Derhalve dient rekening te worden gehouden met broedvogels in het algemeen. Geadviseerd wordt met de start van de werkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen met voorkeur in de winter aan te vangen. De meeste vogels broeden in de periode van circa 15 maart tot 15 juli. Echter wordt benadrukt dat alle broedvogels beschermd zijn ook als zij buiten het reguliere broedseizoen broeden. Indien de aanvang van de werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie kort voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Aanwezigheid van eventuele nesten kan er toe leiden dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden tot na het broedseizoen.

7

TOETSING GEBIEDSBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt de voorziene ruimtelijke ingreep getoetst aan de gebiedsbescherming van Natura2000 en het NNN. Een kaart van de ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van Natura 2000 en het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 4.

7.1

Natura 2000 et dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Lingegebied & Diefdijk-Zuid (10km) ten zuiden van de planlocatie. In het beheerplannen van dit Natura 2000-gebied zijn diverse doelstellingen opgenomen met betrekking tot specifieke habitattypes (o.a. behoud oppervlakte en kwaliteit of uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit). Activiteiten buiten deze Natura 2000-gebieden kunnen de natuurwaarden in het gebied beïnvloeden, waardoor er negatieve gevolgen voor de beschermde Natura habitattypen en doelsoorten kunnen ontstaan. Dit wordt “externe werking” genoemd. Mogelijke effecten die zich kunnen voordoen door activiteiten buiten de Natura 2000-gebieden zijn chemische effecten (o.a. verzuring en vermesting), fysische effecten (o.a. verdroging en vernatting), mechanische effecten (o.a. verstoring door geluid, licht en trilling) en

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 11

directe menselijke effecten (toename van betreding en bewuste ingreep soortensamenstelling). De gevoeligheid van habitattypes en doelsoorten voor bovenstaande genoemde effecten kan variëren. Gezien de aard van de voorziene herontwikkeling, de ligging van de planlocatie te midden van de bebouwde kom en de grote afstand tot het Natura 2000-gebied wordt een negatief effect van de voorgenomen herontwikkeling op de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied niet aannemelijk geacht. 7.2

Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt op circa 2 km ten zuiden van het dichtstbijzijnde gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit betreft een bosgebied (Nieuw Wulven). Een kaart van de ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 2. Gezien de aard van de werkzaamheden en de grote afstand tussen de planlocatie en het NNN wordt niet aannemelijk geacht dat de voorziene ruimtelijke ingreep zal lijden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

8.

CONCLUSIE Aan de hand van de bevindingen van het literatuuronderzoek en het veldbezoek kan worden geconcludeerd dat het voorkomen van streng beschermde vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw in de aanwezige bebouwing niet kan worden uitgesloten. Mogelijk zullen bij de geplande werkzaamheden derhalve vaste verblijfplaatsen en jaarrond beschermde nesten worden vernietigd, wat zou leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de aan- dan wel afwezigheid en mogelijke aantallen en typen vaste verblijfplaatsen en nesten aan te kunnen tonen, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw conform de hiervoor opgestelde protocollen (e.e.a. zoals is verwoord in paragraaf 5.2). Omdat de aanwezige bramenstruiken/hedera mogelijk essentiële schuilplaatsen bieden voor mogelijk binnen de planlocatie nestelende huismussen, kan het rooien van deze struiken lijden tot significante verstoring van broedgevallen. Derhalve dient met het rooien van dit opgaande groen te worden gewacht tot bekend is of binnen de planlocatie daadwerkelijk nesten van huismus aanwezig zijn. Indien nesten aanwezig zijn, zal het rooien van de bramenstruiken/hedera onderdeel uitmaken van een eventuele aanvraag ontheffing.

Naar aanleiding van de resultaten van de uit te voeren nader onderzoeken naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw kan worden bepaald of, en zo ja, welke compenserende maatregelen noodzakelijk zijn om de voorgenomen herinrichting te kunnen verwezenlijken. Ontheffing voor dit project kan alleen worden aangevraagd bij de provincie Utrecht indien geen alternatieve oplossingen voor handen zijn waardoor schade aan de genoemde soorten wordt voorkomen, wanneer reden van groot openbaar belang in het spel is en wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de genoemde soorten. Wanneer de af- of aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en nesten van huismus en gierzwaluw is vastgesteld en een eventuele ontheffing is goedgekeurd, dient voorafgaand en tijdens de werkzaamheden tevens rekening te worden gehouden met:

24-12-2021 versie 1 (definitief)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 12

 vleermuizen (foerageren en vliegroutes); werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) dienen, i.v.m. verstoring door kunstlicht, bij daglicht uitgevoerd te worden. Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen op aangeven van een ecoloog goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt,  dagvlinders (overwinterende vlinders): aangeraden wordt om de werkzaamheden in de actieve periode van deze vlinders (maart/april tot en met oktober/november) te verrichten zodat geen verstoring tijdens de winterslaap optreedt. Indien dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld vanwege de planning of aanwezige broedvogels) kunnen de vlinders worden verplaatst naar houten vlinderkastjes die op aangeven van een ecoloog op een rustige plek buiten worden opgehangen waarbij de openingen naar het oosten of noorden gericht dienen te worden. Na het verplaatsen van de vlinders kan dan met de werkzaamheden worden begonnen,  broedvogels in het algemeen; met de start van de werkzaamheden dient buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) met voorkeur in de winter te worden aangevangen.

Indien de start van de geplande werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Benadrukt wordt dat ten allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.

9.

SLOTOPMERKINGEN Er is gestreefd naar het verkrijgen van een goede inschatting van het voorkomen van beschermde soorten in de planlocatie. Echter kan op basis van de bevinding en resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten dat er binnen de planlocatie incidenteel streng beschermde soorten voorkomen die redelijkerwijs niet op het onderzoeksgebied worden verwacht. Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming een momentopname is. Hierdoor zijn de waarnemingen tijdens het veldwerk beperkt houdbaar (3 tot 5 jaar; afhankelijk van het beschermingsregime van de betreffende soort). In vertrouwen u hiermede van dienst te zijn geweest, verblijven wij, hoogachtend, van Dijk geo- en milieutechniek b.v.

dhr. drs. M.R. Hanraads (directeur)

24-12-2021 versie 1 (definitief)

mevr. E.R. Beekman MSc. (projectleider Milieu)

Quickscan Wet natuurbescherming Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a te Houten

153361 Pagina 13

Bijlage 1

1.1 Regionale situatie 1.2 Situatietekening 1.3 Foto-overzicht

REGIONALE SITUATIE

Deze kaart is noordelijk georiënteerd

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern

Legenda onderzoekslocatie

Bijlage 1.1

Project:

sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a

Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:

Houten 153361 niet op schaal November 2021

Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl

9a-9b

schuur g

1

overkappin

3

10a

10 5 2

Plein

4 g

overkappin

6

1a-1b

1

parkeerpla

ats

0

Legenda:

hardweg Prins Bern

onderzoekslocatie struikgewas foto

2,5

5

7,5

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN

10

12,5

15

Tel. : 030 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl

Project: Plein 10-10a en terrein ten oosten van Prins Bernhardweg 5 te Houten Gewijzigd: 23-12-2021 AD Opdrachtnr.: 153361 Gewijzigd: Schaal: 1:250 (A4) Gewijzigd: Datum: 24-11-2021 Controle: Getek.: A.Demir

FOTOREPORTAGE Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN

Project:

Bijlage 1.3

Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl

Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a en Prins Bernhardweg

Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:

Houten 153361 november 2021 1/3

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN

Project:

Bijlage 1.3

Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl

Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a en Prins Bernhardweg

Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:

Houten 153361 november 2021 2/3

Foto 13

Foto 14

Foto 15

Foto 16

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN

Project:

Bijlage 1.3

Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl

Sloop en nieuwbouw, Plein 10-10a en Prins Bernhardweg

Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:

Houten 153361 november 2021 3/3

Bijlage 2

Natura 2000-gebieden & Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Natura 2000 en NNN-gebieden rondom het plangebied

Lingegebied en Diefdijk-Zuid (10 km)

Deze kaart is noordelijk georiënteerd bron: Atlas Leefomgeving

Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern

Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl

Natura-2000 gebied

Project:

,

NNN-gebied

Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:

Legenda

onderzoekslocatie

sloop en nieuwbouw Plein 10-10a Houten 153361 niet op schaal november 2021

Bijlage 3

Wettelijk kader

NATUURBESCHERMINGSWETGEVING

Algemeen De natuurwetgeving in Nederland bestaat uit drie onderdelen, te weten soortbescherming (voormalige Flora- en faunawet), gebiedsbescherming (voormalige Natuurbeschermingswet 1998) en bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet) die per 1 januari 2017 allen vallen onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Soortbescherming De Wet Natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkomende wilde dier- en plantensoorten. Het uitgangspunt van de soortenbescherming is 'Nee, tenzij'. Dit houdt in dat alles wat schadelijk is voor bedreigde soorten in beginsel verboden is. Met behulp van een ontheffing of vrijstelling kan van dit verbod worden afgeweken. Onderstaand zijn de verbodsbepalingen opgesomd. De Wet Natuurbescherming verdeelt soorten over drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten (incl. Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn) en andere soorten. Soorten Vogelrichtlijn Hier onder vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Voor activiteiten zoals ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.1: Verboden m.b.t. van nature in Nederland in het wild levende vogels 1.

levende vogels opzettelijk te doden of te vangen 2. nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Vogels opzettelijk te verstoren. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.5: Verboden ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoelt in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen

5.

Het is verboden planten van deze soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Naast de bescherming van vogels middels de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is door de RVO een aanvullend beschermingsregime opgesteld. Binnen dit beschermingsregime geldt voor alle broedvogels een gelijke bescherming. Hierdoor is het vaak noodzakelijk dat werkzaamheden buiten het broedseizoen (over het algemeen van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd. Ook vogels die buiten het reguliere broedseizoen broeden zijn beschermd. Aanvullend zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Deze vogelsoorten zijn ingedeeld in de volgende vijf categorieën: 1. 2.

3.

4. 5.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

De nesten van vogelsoorten opgenomen in categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd; de nesten van vogelsoorten uit categorie 5 zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Om te bepalen of er voldoende alternatieven zijn kan een inventarisatie of omgevingscheck te worden uitgevoerd. Voor de aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Soorten van de lijst ‘andere soorten’ Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Elke provincie geeft middels een vrijstellingsverordening aan welke soorten uit artikel 3.10 binnen de betreffende gemeente een vrijstelling genieten voor het verrichten van handelingen in het kader van ruimtelijke ingrepen, bestendig beheer en bestendig gebruik. De lijst met beschermde soorten binnen dit beschermingsregime is dus per provincie verschillend. Art 3.10: Verboden ten aanzien van de soorten van de lijst ‘andere soorten’. Het wetsontwerp bestaat uit twee lijsten waarvan één met diersoorten (bijlage; onderdeel A) en één met plantensoorten (bijlage; onderdeel B). 1. Het is verboden om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen. 2.

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te vernielen. 3. Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De beschermingsregimes met de daarin beschreven beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming zijn te vinden op de website van de RvO (www.rvo.nl). Daarnaast geldt de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Voor nadere informatie met betrekking tot de Wet Natuurbescherming wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Gebiedsbescherming Met behulp van de Wet Natuurbescherming (de voormalige Natuurbeschermingswet 1998) worden Natura 2000-gebieden (habitat- en vogelrichtlijngebieden) beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden algemene en gebiedsspecifieke doelstellingen. Verder zijn gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (NNN; voormalige EHS) planologisch beschermd. Deze wettelijke bescherming van het NNN verloopt niet via de natuurwetgeving maar via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). In of in de nabijheid van de beschermde gebieden zijn handelingen verboden die de waarden, kenmerken of functies van het gebied kunnen aantasten. Voor nadere informatie met betrekking tot gebiedsbescherming wordt verwezen naar de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).

Bescherming van houtopstanden Vanuit de Wet Natuurbescherming (de voormalige Boswet) geldt dat het vellen van een (deel van een) houtopstand van te voren gemeld moet worden. Na het vellen geldt de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000doel.

Bijlage 4

Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten' provincie Utrecht

Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ provincie Utrecht Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Amfibieën

bruine kikker

Rana temporaria

Amfibieën

gewone pad

Bufo bufo

Amfibieën

kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Amfibieën

meerkikker

Pelophylax ridibundus

Amfibieën

middelste groene kikker/bastaardkikker

Pelophylax kl. esculentus

Zoogdieren-landzoogdieren

aardmuis

Microtus agrestis

Zoogdieren-landzoogdieren

bosmuis

Apodemus sylvaticus

Zoogdieren-landzoogdieren

bunzing

Mustela putorius

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergmuis

Micromys minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergspitsmuis

Sorex minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

egel

Erinaceus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Zoogdieren-landzoogdieren

haas

Lepus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

hermelijn

Mustela erminea

Zoogdieren-landzoogdieren

huisspitsmuis

Crocidura russula

Zoogdieren-landzoogdieren

konijn

Oryctolagus cuniculus

Zoogdieren-landzoogdieren

ondergrondse woelmuis

Pitymys subterraneus

Zoogdieren-landzoogdieren

ree

Capreolus capreolus

Zoogdieren-landzoogdieren

rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Zoogdieren-landzoogdieren

tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Zoogdieren-landzoogdieren

veldmuis

Microtus arvalis

Zoogdieren-landzoogdieren

vos

Vulpes vulpes

Zoogdieren-landzoogdieren

wezel

Mustela nivalis

Zoogdieren-landzoogdieren

woelrat

Arvicola terrestris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=d2831b10-c00f-4ff0-955c-ff2d7875120f