CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.12 Aanmeldnotitie Luno - Kokermolen

Gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Ontwerp-VVGB aanvraag omgevingsvergunning 112 woningen Kokermolen 1-11 en De Molen 13 -172.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buro SRO B.V. 3525 AA Utrecht BTW nummer: NL8187.16.071.B01 KvK nummer: 30232281 Rekeningnummer: NL44 RABO 01421.54.024 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

Gemeente Houten t.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 30 3990 DA Houten

Utrecht 14 december 2021 Ons kenmerk: SR190383 Betreft: Verzoek besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling Luno - Kokermolen 1-11 en Molen 13-17 in Houten

Geacht college,

Hierbij verzoeken wij u namens WIHMAHO C.V. om een besluit te nemen op deze aanmeldnotitie voor de woningbouwontwikkeling Luno in Houten. De ontwikkeling betreft de sloop van de bestaande kantoorpanden aan de Kokermolen 1–11 en de Molen 13–17 te Houten en de ontwikkeling van een appartementengebouw, waarin 112 woningen, 250 m² vvo commerciële ruimte en 86 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals de bouw van woningen, staat vermeld als activiteit op de zogenaamde D lijst (D11.2). Bij een oppervlakte van 100 ha of meer en een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen is het verplicht een m.e.r.(-beoordeling) op te stellen. De beoogde ontwikkeling betreft een aanzienlijk kleinere oppervlakte en beduidend minder aantal woningen. Daarmee bestaat er geen verplichting om een m.e.r.(beoordeling) op te stellen en zou volstaan kunnen worden met een vormvrije m.e.r.beoordeling. Conform de gewijzigde regelgeving van 7 juli 2017 moet voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is: • • •

door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie worden opgesteld; het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen; de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit vergunningaanvraag voegen.

bij

de

De aanmeldnotitie heeft tot doel het bevoegd gezag een besluit te laten nemen omtrent de m.e.r. De aanmeldnotitie moet daarom inzicht geven in de gewenste activiteit, de verwachte milieugevolgen en het tijdspad. Voorliggende aanmeldnotitie en hoofdstuk 4 van de ruimtelijke onderbouwing ‘Luno – Kokermolen 1-11 en Molen 13-17’ voorzien hierin, waarmee wordt voldaan aan de in bijlage III bij de EU-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG) aangegeven criteria. Deze criteria hebben betrekking op: 1. 2. 3.

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit; De kenmerken van mogelijke effecten.

1. Kenmerken activiteit Omvang van het project De initiatiefnemer is voornemens de bestaande kantoorpanden aan de Kokermolen 1–11 en de Molen 13–17 in Houten te slopen en ter plaatse een appartementengebouw met haflverdiepte parkeergarage te realiseren met daarin 112 woningen, 86 autoparkeerplaatsen, 361 fietsparkeerplaatsen en 250 m² vvo commerciële ruimte. De locatie maakt onderdeel uit van de Molenzoom, een gemengde bedrijfslocatie waar het accent op kantoren ligt. De Molenzoom strekt zich uit van het centrum van Houten tot aan de Koppeling. De Molenzoom is een gebied in transitie, in het verleden waren hier met name kantoren gevestigd. Nu transformeert de Molenzoom meer naar de functie wonen. De locatie van het beoogde appartementengebouw is aan alle vier de zijden omgeven door openbare ruimten. Aan de westzijde grenst de locatie aan de Molen, een lommerrijke laan met vrijliggende fietspaden en aan de oostzijde aan de Rondweg. Aan de noordzijde grenst de locatie aan de Zaagmolen waaraan rijwoningen zijn gelegen. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan een fietspad die de Molen met de achter de Rondweg gelegen sportvelden verbindt. Het beoogde appartementengebouw zal zich oriënteren op alle vier de openbare ruimten die de locatie omgeven. Het appartementengebouw kent een wisselende massaopbouw, afgestemd op de directe omgeving.

Aan de noordzijde is de laagste bouwmassa gesitueerd met een bouwhoogte van 3,5 bouwlagen (11,03 m). De bovenste bouwlaag ligt teruggesprongen ten opzichte van de voorgevel, zodat er geen schaalconfrontatie met de tegenoverliggende rijwoningen aan de Zaagmolen plaatsvindt. Aan de zijde van De Molen en aan de zijde van de Rondweg trapt de bouwmassa van noord richting zuid geleidelijk op. De hoogste bouwmassa is aan de zuidzijde gesitueerd, waar het bouwblok het fietspad begeleidt. Hier bedraagt de bouwhoogte 5,5 bouwlaag (17,11 m). Aan de zuidzijde van het plangebied is een hogere bouwhoogte passend in de omgeving doordat hier reeds gebouwen van 5 bouwlagen zijn gesitueerd. Aan de binnenzijde van het gesloten bouwblok is een halfverhoogd leefdek voorzien, met daaronder een halfverdiepte parkeergarage met 361 fietsparkeerplaaten en 86 autoparkeerplaatsen. De woningen zullen ontsloten worden middels galerijen aan de binnenzijde van het blok, hierdoor ontstaat er een sterke oriëntatie op de openbare ruimte om het blok heen. In totaal voorziet het beoogde appartementengebouw in 112 woningen, bestaande uit 75 tweekamerappartementen, 23 driekamerappartementen en 14 vierkamerappartementen. 2. Plaats activiteit De planlocatie heeft een oppervlak van 3.932 m².

Doordat de ontwikkeling zich in een stedelijk gebied bevindt en niet binnen of direct grenzend aan beschermd natuurgebied heeft het geen invloed op kwetsbare gebieden. Op Natura 2000-gebieden in de omgeving (Uiterwaarden van de Lek) heeft de ontwikkeling, gezien de aard en de omgang van de ontwikkeling en de afstand tot Natura 2000-gebieden, geen effect. Er is geen relatie met andere ontwikkelingen. In de omgeving zijn, voor zover bekend, geen andere ontwikkelingen. Derhalve hoeft geen cumulatie met andere projecten toegepast te worden.

pagina 2 van 7

3. Kenmerken mogelijke effecten In het kader van de planologische procedure zijn diverse zaken onderzocht, waaronder ook de milieueffecten van verschillende aspecten. Navolgend wordt een beknopt overzicht van de onderzoeksresultaten weergegeven: Bodem Voor de locatie is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met minerale olie. De bovengrond van het zuidelijke gedeelte van de onderzoekslocatie is indicatief beoordeeld als 'altijd toepasbaar' en de bovengrond van het noordelijke gedeelte van de onderzoekslocatie is indicatief beoordeeld als klasse 'iindustrie'. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt en indicatief beoordeeld als ‘altijd toepasbaar’. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Met het voorgenomen plan, de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie een appartementengebouw met een halfverdiepte parkeergarage wordt grond afgevoerd. In dit kader is er een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd met als doel het vaststellen van de gehaltes PFAS in de grond en het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van (1,5 tot 2,5 m -mv). Uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat er geen verontreinigingen zijn aangetoond in de bodemlagen van (2,0-3,0 m -mv). De zandlagen zijn indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar.

Verder is op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS de aangetoonde PFAS-gehalten in de bovengrond beoordeeld als toepasbaar met beperking voor toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden. De zandige ondergrond van (1,1-1,7 m -mv) is beoordeeld als toepasbaar met beperking voor toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden. De bodemlagen van (2,1-3,0 m -mv) zijn beoordeeld als toepasbaar zonder beperkingen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling Geluid Voor de locatie is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De locatie bevindt zich binnen de wettelijke geluidszone van de Rondweg, de Molen, de Koppeling, het Spoor, Het Gilde en de spoorlijn Utrecht - Culemborg. Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dienen de geluidsbelastingen op de gevels van de woningen te worden onderzocht en getoetst. De berekende geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Molen en de Rondweg ligt hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogste berekende waarde bedraagt 59 dB (inclusief aftrek art. 110g). Hiermee ligt de hoogst berekende geluidsbelasting lager dan de maximale ontheffingswaarde van de 63 dB voor nieuwbouw in binnenstedelijke gebieden.

De berekende geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Koppeling, Het Gilde en Het Spoor ligt lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogst berekende waarde van deze wegen bedraagt respectievelijk 40, 31 en 10 dB (inclusief aftrek art. 110g). De berekende geluidsbelasting vanwege het railverkeer op de spoorlijn Utrecht – Culemborg ligt lager dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. De hoogst berekende waarde bedraagt 46 dB. De geluidsbelasting op de gevels van de toekomstige bebouwing zorgt voor overschrijding ten gevolge van wegverkeer van de voorkeursgrenswaarde grenzend aan de Rondweg en de Molen. De beoogde ontwikkeling treft maatregelen om de overschrijding van de geluidsbelasting te minimaliseren. De gevels van de bebouwing grenzend aan de Rondweg en de Molen worden voorzien van geluidswerend isolatieglas. Dit zorgt voor een sterke reductie van de geluidsbelasting. Daarnaast wordt gesteld dat in een stedelijke omgeving als het

pagina 3 van 7

gebied rond de Kokermolen dergelijke niveaus alleszins aanvaardbaar geacht worden voor een goed woonklimaat. Er moeten hogere waarden worden vastgesteld door de gemeente Houten voor De Molen en de Rondweg. Door de hierboven genoemde maatregelen zal het effect worden geminimaliseerd. Op deze manier worden de bewoners optimaal beschermd tegen de geluidbelasting in de omgeving en wordt een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Milieuzonering Omliggende bedrijven veroorzaken geen milieugevolgen voor het plangebied en de ontwikkeling in het plangebied beperken omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering. Luchtkwaliteit Voor dit plan is sprake van een plan dat niet in betekende mate (<1.500 woningen) bijdraagt aan een eventuele verslechtering van de luchtkwaliteit. De wettelijke normen ten aanzien van luchtkwaliteit worden daarnaast niet over- schreden. Externe veiligheid Er overlappen geen plaatsgebonden risicocontouren als gevolg van Bevi-inrichtingen, transportroutes gevaarlijke stoffen en buisleidingen met het plangebied. Ook ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van risicobronnen. Daarmee zijn er belemmeringen vanuit externe veiligheid. Ecologie Er is een oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna uitgevoerd en een aanvullend onderzoek naar vleermuizen.

Soortenbescherming In het plangebied of de directe omgeving hiervan komen beschermde diersoorten van de Wet natuurbescherming voor. De te slopen kantoorgebouwen hebben mogelijk een essentiële betekenis voor vleermuizen. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels. Er is nader onderzoek naar de vleermuis uitgevoerd. Uit het vleermuisonderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de volgende beschermde soort: de gewone dwergvleermuis. Er zijn in het plangebied 2 zomerverblijfplaatsen en 3 balts- en/of paarverblijfplaatsen aangetroffen. Als gevolg van de geplande werkzaamheden worden negatieve effecten verwacht en treedt vernietiging op van de verblijfplaatsen. Hierbij is het van belang dat in de nieuwe situatie de gebouwen weer geschikt zijn als verblijfplaats voor de betreffende soort. Het treffen van maatregelen is noodzakelijk om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en om te allen tijde een verblijfplaats aan de beschermde soorten aan te bieden. Met de voorgenomen werkzaamheden wordt dan ook niet verwacht dat de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis in het geding komt, vooral niet na het treffen van enkele maatregelen.

Het verstoren en wegnemen van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis is wel ontheffingsplichtig. Hiervoor dient een ontheffing aangevraagd te worden. Een ontheffingsaanvraag is verkregen van de provincie Utrecht. De concrete maatregelen zijn vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Gebiedsbescherming De locatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park, Nationaal Landschap en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 12 km ligt het Natura 2000-gebied

pagina 4 van 7

Uiterwaarden van de Lek, op 13 km van het plangebied is Rijntakken gelegen. De locatie ligt op een afstand van ca. 2 m ten zuidoosten van het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland. In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Omdat de ontwikkeling mogelijk gepaard gaat met enige uitstoot van stikstof in de bouw- en de gebruiksfase is middels de nieuwe AERIUS Calculator een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er in de bouw- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Daarmee is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Met het oog op de Wet natuurbescherming is het plan uitvoerbaar. Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een melding- of vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Waterhuishouding Ten behoeve van het voorgenomen plan is een waterparagraaf opgesteld. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het voorgenomen plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt.

De waterparagraaf omschrijft daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het voorgenomen plan of besluit en omvat het wateradvies en de gemaakte afwegingen. Onderstaand een beknopte samenvatting van de waterparagraaf. Verharding Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak nagenoeg ongewijzigd blijven. Waterberging In het kader van het voorgenomen plan is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden adviseert positief over het ruimtelijk plan. Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen wordt vanuit de gemeente Houten als eis gesteld dat op eigen terrein per m² verhard oppervlak 10 mm waterberging wordt gerealiseerd. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis vanuit de gemeente Houten bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 40 m³. Hemelwater Infiltratie van water in de bodem bij de afvoer van (overtollig) hemelwater is bij de toekomstige planvorming het uitgangspunt. De mogelijkheden ten aanzien van een oppervlakkige afvoer naar een bovengrondse infiltratievoorziening zoals bijvoorbeeld een wadi, is vanwege het ruimtegebruik zeer beperkt.

De enige mogelijkheid is gelegen in de groene ruimte tussen het plangebied en de Rondweg. In de brede groenstrook langs de Rondweg is voldoende ruimte aanwezig om de wateropgave van 40 m³ te bergen. Hiermee is de voorziening echter buiten de plangrens gelegen. Ten aanzien van de verwerking van hemelwater is het voornemen een IT-buis rondom het appartementengebouw aan te leggen, waardoor het hemelwater wordt geinfiltreerd in de bodem.

pagina 5 van 7

Grondwater Het voorgenomen plan voorziet in een halfverdiepte parkeerkelder. Voor ondergrondse bouwwerken dienen waterdichte materialen en constructies te worden gebruikt. Een permanente grondwateronttrekking is niet toegestaan. Voor een tijdelijke onttrekking van grondwater (bijv. tijdens bouwfase) dient, afhankelijk van het waterbezwaar, het onttrekkingsdebiet en de duur van de bronnering, een watervergunning of melding gedaan te worden bij het waterschap. Ondergrondse werken kunnen daarnaast een vrije afstroming van grondwater belemmeren waardoor het grondwater aan de bovenstroomse zijde mogelijk kan worden opgestuwd en aan de benedenstroomse zijde kan zorgen voor een verlaging van de grondwaterstand (barrièrewerking). Bij de aanleg van ondergrondse bouwwerken mag de grondwaterstroming niet worden verstoord. Uit de opgesteld waterparagraaf blijkt dat er geen risico op grondwateroverlast of onderlast als gevolg van barrièrewerking van de aanleg van de kelder wordt verwacht. Riolering Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een verandering in het aanbod van vuilwater op het riool.

Het vuilwater zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. Archeologie en cultuurhistorie Ten behoeve van het voorgenomen plan is de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Houten geraadpleegd. De locatie is gelegen in een gebied met categorie 5; een gebied of terrein met lage archeologische verwachting of geen archeologische verwachting. Voor dergelijke gebieden geldt dat bij m.e.r.-plichtige projecten en projecten die onder de Tracéwet vallen een archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. In onderhavig geval is echter geen sprake van een dergelijk project. Archeologisch onderzoek kan derhalve achterwege blijven. In de directe omgeving van de locatie zijn geen monumenten of cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Ook ligt de locatie niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Daarmee is uitgesloten dat de ontwikkeling eventuele monumentale en cultuurhistorische waarden aantast. Schaduwhinder Om de effecten van de beoogde ontwikkeling ten aanzien van bezonning op de omliggende gebouwen in beeld te brengen is een bezonningsstudie opgesteld.

Hierin is inzichtelijk gemaakt of en hoeveel beperking van direct zonlicht (schaduwhinder) de nieuwe bebouwing oplevert voor de (directe) omgeving ten opzichte van de huidige situatie. Geconcludeerd wordt dat er wordt voldaan aan de TNO-norm aan de omliggende gebouwen geen verslechtering ervaren door het beoogde appartementengebouw. Het aspect schaduwhinder geen belemmering is voor het voorgenomen plan.

pagina 6 van 7

Duurzaamheid Ten behoeve van het voorgenomen plan is memo opgesteld omtrent de duurzaamheidsmaatregelen. Hierin is toegelicht hoe er aansluiting wordt gevonden met de thema’s uit het programma Duurzaam Houten 2016 – 2018. Het appartementengebouw wordt gasloos uitgevoerd, tevens wordt er een energieconcept toegepast met lucht/water- en water/water-warmtepompen en PV-panelen. Verder wordt er luchtdicht gebouwd en hoogwaardige isolatie toegepast. Hiermee wordt voldaan aan de Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 conform het Bouwbesluit. Beoordeling Om te beoordelen of er een milieueffectrapport noodzakelijk is, is een eerste verkenning naar de milieueffecten uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling geeft antwoord op de vraag of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Uit de hierboven genoemde aspecten blijkt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen gesignaleerd zijn als gevolg van de voorgenomen ontiwkkeling. Conclusie Op grond van artikel 7.19 van de Wet milieubeheer wordt geconcludeerd dat er geen ‘verplicht’ milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling welke wordt ingevuld middels voorliggende aanmeldnotitie.

Dit geeft in voldoende mate inzicht in de milieueffecten om deze volwaardig mee te kunnen wegen in het nog te nemen besluit tot verlening omgevingsvergunning Luno - Kokermolen 111 en Molen 13-17 in Houten’. Mocht u naar aanleiding van dit verzoek nog vragen hebben dan kunt u uiteraard met ons contact opnemen.

Met vriendelijke groet,

Buro SRO B.V.

pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=8b814182-0c07-4da3-a432-83e163e5727f