Antwoorden technische vragen jaarstukken 2020 ARC
Tekst van het document
Technische vragen jaarstukken 2020 ARC Voorwoord 1. Blz. 6: “In de door AEF opgeleverde rapportage wordt aangegeven dat gemeenten structureel € 1,6 - € 1,8 miljard tekort komen om de taken op het gebied van jeugdhulp goed te kunnen uitvoeren.” Vraag: Hoeveel komt de gemeente Houten structureel tekort? Antwoord: De analyse van het structureel tekort voor de gemeente Houten is onderdeel van de voorbereiding op de perspectiefnota 2022. In de aanloop na de besluitvorming over de perspectiefnota 2022 wordt de raad hierover geïnformeerd.
Bestuurlijke beschouwingen 2020 2.
Blz. 8: Sociaal Domein (negatief effect van € 3,38 miljoen): “Extra compensatie corona als gevolg van omzetderving Jeugd (negatief € 0,13 miljoen). Vraag: Is dit een compensatie voor niet afgenomen maar wel te betalen diensten? Antwoord: Ja. De aanbieders van jeugdzorg konden tijdens de 1e lockdown minder cliënten behandelen dan normaal. Besloten is tot een (soort) garantiestelling, welke gedeeltelijk vergoed is door het Rijk. De garantiestelling hield in dat aanbieders van jeugdzorg compensatie (gebaseerd op de omzet van 2019) konden ontvangen voor de lagere omzet in 2020.
3. Blz. 9: Uitvoerings-/ regelingskosten WIL (positief effect € 0,98 miljoen): “Dit ontstaat vooral doordat WIL veel oude vorderingen heeft afgeboekt, waardoor het percentage oninbaarheid ongeveer 2% lager uitkomt dan vorig jaar.” Vraag: Hoe is de boekingsgang? Afboeken van oude vorderingen, al dan niet voorzien, leidt toch nooit tot een voordeel? Antwoord: De verantwoordelijkheid voor het debiteurenbeheer en of een vordering afgeboekt wordt ligt bij de WIL. De gemeente Houten ontvangt aan het einde van het jaar een lijst van de WIL met de debiteurenstand per 31 december. Ook bepaalt de WIL aan de hand van betalingsgedrag de hoogte van de voorziening dubieuze debiteuren. Aangezien de debiteuren van Houten zelf zijn, zet Houten deze op de balans. Aangezien het veelal oude vorderingen zijn, welke worden afgeboekt, waarvoor een hoog percentage al in de voorziening voorzien is, blijven recentere vorderingen openstaan, waarop vaak nog betaald wordt. Dus lager percentage oninbaarheid. 4. Blz. 10: Uitvoerings-/ regelingskosten WIL (positief effect € 0,98 miljoen): “Het verschil tussen de Buig-uitkering en de werkelijke kosten hoeft niet aan het Rijk te worden terugbetaald.” Vraag: Hoe zeker is het dat we niet hoeven terug te betalen. Waarom is het Rijk op dit dossier opeens zo soepel? Antwoord: De Buig-uitkering is niet gebaseerd op een regeling van verantwoording achteraf.
Het Rijk is altijd soepel geweest met deze regeling. Alleen kende Houten t/m 2019, juist grote tekorten. Gevolg vangnetuitkering aanvragen en daarvoor gelden strenge regels. 5. Blz. 10: Thuiswerken en effect minder gebruik sportaccommodaties/leerlingenvervoer (positief effect € 0,42 miljoen): “Ook is de vervanging van enkele informatiesystemen doorgeschoven van 2020 naar 2021 (positief € 0,18 miljoen).” Vraag: In hoeverre heeft dit met Covid-19 te maken? Antwoord: Vorige jaar moesten (bijna) alle medewerkers vanaf medio maart 2020 van de een op de andere dag thuiswerken. Om dit te faciliteren (vragen beantwoorden, mobile devices uitleveren et cetera) heeft team Informatie veel capaciteit moeten inzetten. Dit vond plaats naast de inzet ten behoeve van de instandhouding van de reguliere digitale dienstverlening aan onze medewerkers en externe klanten (RUD en WIL). Continuïteit was toen extra belangrijk, want meer dan ooit waren medewerkers afhankelijk van de computer/laptop. Als gevolg van deze verschuiving in prioriteiten is de vervanging van enkele informatiesystemen doorgeschoven naar 2021.
1
6. Blz. 11: Grijs (positief effect € 0,2 miljoen): “In het nieuwe Water- en rioleringsplan 2020-2023 wordt een klein gedeelte van de kosten straatvegen aan riolen toegerekend. Hier ontstaat een voordeel doordat dit niet helemaal juist geraamd is.” Vraag: Wat is niet juist geraamd? De kosten van straatvegen of het toe te rekenen deel? Antwoord: Het toe te rekenen deel was als een lagere opbrengst geraamd in plaats van een hogere opbrengst bij straatvegen. 7. Blz. 11: Onderwijs (positief effect € 0,09 miljoen): “Er zijn er minder schade-uitkeringen uitbetaald (positief € 0,03 miljoen). Op de overige exploitatiekosten zoals onderhoudskosten, belastingen, verzekeringen is ook nog een voordeel van € 0,06 miljoen gerealiseerd.” Vraag: Is dit geen verzekeringswerk? Antwoord: Nee. Dit soort vandalismeschades zijn niet te verzekeren of tegen een dusdanige hoge premie met hoog eigen risico’s, dat hiervoor niet gekozen is. 8. Blz. 17: Fysieke Veiligheid: "De maanden daarna hebben de Veiligheidsregio Utrecht (brandweer) en de gemeente Houten onaangekondigde controles uitgevoerd bij de maaltijdbezorgers in Houten.
Vanuit het Bouwbesluit konden we niets "eisen", slechts adviseren en aandacht vragen voor een veilige manier van laden en opslaan van accu's van elektrische bezorgvoertuigen." Vraag: Waarom konden we niets "eisen"? Graag nadere uitleg Antwoord: Omdat het bouwbesluit daarin niet voorziet. 9. Blz. 18: Betrokken bij de samenleving: De samenlevingsagenda werd in 2020 vastgesteld en daarmee ook de werkwijze hoe vraagstukken gezamenlijk aan te pakken. Vraag: Wanneer, door wie en op welke wijze is de samenlevingsagenda vastgesteld? Antwoord: Op 18 februari 2020 heeft het college de Notitie Samenlevingsagenda vastgesteld, alsmede de onderwerpen voor de agenda van 2020: lokaal sportakkoord, lokaal preventieakkoord, inburgering nieuwkomers, actieplan circulaire economie en veiligheidsbeleid. Op 3 november 2020 vond er een bijpraatavond/ werksessie met de raad plaats, op welke wijze deze vijf eerder bepaalde pijlers(notitie) als basis voor de samenlevingsagenda dienen en hoe deze uitgewerkt worden in de tijd. 10. Blz. 19: Weerstandsvermogen: “Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve eind 2020 is onveranderd gebleven ten opzichte van eind 2019 en bedraagt € 2,914 miljoen.
Uitgangspunt hierbij is dat het jaarrekeningresultaat 2020 niet aan het vrije deel van de algemene reserve wordt toegevoegd.” Vraag: Kan dit uitgangspunt nader worden toegelicht? Antwoord: Het jaarrekeningresultaat kan pas in 2021 worden toegevoegd omdat de raad het besluit pas in juni 2021 bij de vaststelling van de jaarstukken neemt. 11. Blz. 20: Weerstandsvermogen: "Continue monitoring blijft echter geboden, ook omdat ontwikkelingen voorzien zijn (de zogeheten kwalitatieve risico's) die op termijn tot een risico kunnen leiden en mogelijk op het weerstandsvermogen een aanspraak doen." Vraag: Kunnen wat voorbeelden van dergelijke kwalitatieve risico's worden gegeven? Antwoord: Voorbeelden: - Krapte op de arbeidsmarkt: wat betekent dit voor de kwantiteit en kwaliteit van de werkzaamheden binnen de gemeente. - Klimaatverandering: wat zijn de gevolgen hiervan voor het openbaar gebied, maar ook voor de leefbaarheid. Beide voorbeelden zijn een ontwikkelingen die op termijn tot kosten kunnen leiden, maar waarvan de omvang zich nu nog niet laat kwantificeren.
2
12. Blz. 20: Financiering: “Houten heeft in 2020 de renterisiconorm met € 9,6 miljoen overschreden (risico met betrekking tot herfinanciering en renteherziening). Grotendeels veroorzaakt door € 32 miljoen aan aflossingen.” Vraag: In hoeverre is dit (risico) een probleem? Antwoord: Geen probleem. Dit is een bewuste keus, omdat korte financiering op dit moment geld oplevert. Volgens de norm moeten we herfinancieren met lang geld. Ook hier zijn de rentepercentages laag, maar moet er wel betaald worden. Monitoren dit goed en zullen binnenkort wel tot herfinanciering over moeten gaan om binnen de regels te blijven werken. Ook wordt de geldmarkt constant in de gaten gehouden om bij stijgende rente, meteen in te grijpen.
Programma Samen Leven Deelprogramma Toegang en transformatie 13. Blz. 32: Zorg op maat, tegen zo laag mogelijk kosten: “Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van het aantal praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsen. Het effect hiervan is dat er betere zorg wordt verleend en daarnaast bespaard wordt op duurdere zorgtrajecten.” Op pagina 34 staat daarentegen bij de prestatie-indicator: “Maar op andere onderdelen zijn de werkelijke kosten aanzienlijk hoger uitgevallen dan de begrote bedragen, zodat er per saldo voor de jeugd en Wmo sprake is van een overschrijding ten opzichte van de begrote bedragen.” Vraag: Dit impliceert mogelijke tegenstrijdigheid. Kan dit worden toegelicht? Antwoord: De totaalkosten jeugdhulp & Wmo zijn voor 2020 € 3,8 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Het gewenste ombuigingsbedrag voor 2020 van € 468.000 is gerealiseerd. 14. Blz. 32: Inkoop van zorg: “In regionaal verband zijn wij in 2020 gestart met een nieuwe inkoopstrategie voor Wmo en jeugd.” Vraag: Wat is er precies veranderd ten aanzien van de vorige inkoopstrategie en wat voor een effect wordt ervan verwacht? Antwoord: De nieuwe inkoopstrategie wordt momenteel uitgewerkt en is nog niet vastgesteld. Op basis van gezamenlijk met zorgaanbieders en verwijzers vastgestelde ambities en doelstellingen (regiovisie) gaan we meer samen werken aan de transformatie van de zorg. We verwachten o.a.
minder gebruik te gaan maken van instellingsplekken en meer gebruik te maken van pleegzorg/gezinshuizen, meer mogelijkheden om eerder af te schalen door meer inzet van informele zorg en gebruik te maken van het persoonlijke netwerk en meer inzet van zorgaanbieders op het werken met en aan de gehele context van het gezin (en alle leefgebieden; wonen, werk, financiën). Door nog meer te sturen en regie te voeren op de inhoud verwachten we ook op financieel gebied een positieve ombuiging. Hiertoe gaan we in de Lekstroom de (regie-)rol van het lokale team eenduidiger vormgeven zodat voor alle betrokkenen helder is wat hier verwacht kan worden. In bepaalde trajecten (o.a. meervoudig complex, uithuisplaatsingen) is er door die regierol meer betrokkenheid bij en grip op de trajecten. Ambitie, doelstellingen en de manier van samenwerken worden vastgelegd in de nieuwe inkoopcontracten/-opdrachten. 15. Blz. 33: Cliëntervaringsonderzoek: “Voor het cliënttevredenheidsonderzoek voor de jeugd hebben wij in 2020 met twee andere Lekstroom gemeenten een pilot gedaan met Ervaringwijzer, een digitaal en laagdrempelig instrument voor cliëntervaringsonderzoek.
De eerste resultaten uit de pilot zijn positief maar moeten met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.” Vraag: Waarom moeten de eerste resultaten met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd? Antwoord: Omdat het hier gaat om een pilot met een nieuwe werkwijze en nog kleine aantallen. Bovendien zijn cliënten niet alleen uit Houten afkomstig, maar uit nog twee andere regiogemeenten.
3
16. Blz. 33: Cliëntervaringsonderzoek: “Voor jeugd hebben we in 2020 geen andere vorm van cliëntervaringsonderzoek gedaan.” Vraag: Was dit ook de bedoeling? Antwoord: Ja. Omdat de respons voor jeugd over het algemeen laag is, hebben we ervoor gekozen dit jaar alleen aandacht te geven aan de pilot. Met dubbel uitvragen worden cliënten onnodig belast en dit brengt mogelijk de respons nog verder omlaag. Deelprogramma Jeugd en onderwijs 17. Blz. 36: Prestatie-indicator 2.1:“Op basis van de Sociale Koers 2020-2023 stellen we samen met onze partners, de adviesraad sociaal domein en inwoners het uitvoeringsplan 2021 vast. Waarbij we inzichtelijk maken welke opgaven op ons afkomen in 2021 en welke dilemma’s er zijn.” De toelichting staat op groen: “Het concept Uitvoeringsplan Sociale Koers 2021-2022 is eind 2020 aan partners voorgelegd.” Vraag: Uit de toelichting valt nu niet op te maken of het in gezamenlijkheid is vastgesteld. Is dit gebeurd? Antwoord: Bij de totstandkoming van het Uitvoeringsplan 2021-2022 is gebruik gemaakt van de input van inwoners en partners voor de Sociale Koers 2020-2023. Die bijdrage was nog zo recent en daarnaast was het organiseren van bijeenkomsten vanwege corona niet mogelijk. Daarnaast hebben we onze kernpartners uitgenodigd om hun specifieke ideeën in te brengen. Eén daarvan was de adviesraad sociaal domein.
Met een kleiner aantal partners (Stichting Sociaal Team Houten, Van Houten&co en de adviesraad sociaal domein) is vanwege hun grote rol in de uitvoering de concept eindversie besproken die vervolgens met hun inbreng nog is aangepast. Met de ketenpartners zetten we tevens vervolgstappen om de onderlinge samenwerking vanuit een gezamenlijke ambitie beter op elkaar af te stemmen om de opgaves effectiever op te pakken. 18. Blz. 38: Netwerk van pleegouders/gezinshuisouders en Buurtgezinnen: “Daarnaast zijn dit jaar 16 koppelingen gemaakt tussen vraag- en steungezinnen. Daarnaast zijn 19 koppelingen tussen vraag en steun gezin onderhouden. Verder zijn 31 steungezinnen aangemeld en 20 vraaggezinnen aangemeld in 2020.” Vraag: Is dit nu goed of niet? Is er een referentiekader? Graag nadere duiding. Antwoord: Ja. Dit is conform de gemaakte subsidieafspraken met Buurtgezinnen over het kalenderjaar 2020. 19. Blz. 40: POH GGZ jeugd: “We hebben in 2020 praktijkondersteuners jeugd-GGZ (POH-GGZ Jeugd) gepositioneerd in drie grote huisartsenpraktijken. De POH-GGZ Jeugd zorgen ervoor dat jeugdigen met een hulpvraag snel en laagdrempelig geholpen worden in een vertrouwde omgeving. Zo kunnen zij (de noodzaak tot) zwaardere zorg voorkomen.
Doordat er minder verwijzingen nodig zijn naar jeugd-GGZ, draagt de inzet van de POH-GGZ Jeugd ook bij aan het beter beheersbaar houden van de kosten voor jeugdhulp.” Vraag: Kan dit worden onderbouwd met cijfers? Antwoord: De POH-GGZ’ers Jeugd hebben in 9 maanden tijd 178 jeugdigen gezien. Voor 124 van hen is geen verwijzing naar GGZ meer nodig geweest. Daarnaast zien we een afname van ruim € 300.000 aan kosten van verwijzingen bij de EMC’s waar een POH-GGZ werkzaam is. 20. Blz. 42: Prestatie-indicator 3.1: “Aantal registraties in verwijsindex”. Vraag: Hoe lang blijven mensen in deze verwijsindex staan? Is de verwijsindex AVG proof? Antwoord: - Een professional kan voor maximaal 2 jaar zijn betrokkenheid aangeven. Daarna wordt het gegeven van betrokkenheid 5 jaar bewaard. - Ja.
4
Deelprogramma Inkomen 21. Blz. 57: Prestatie-indicatoren 2.2 en 2.3: “2.2 Personen met een bijstandsuitkering, aantal per 10.000 inwoners, 18 jaar en ouder (BBV)” en “2.3 Bijstandsvolume Houten”. Vraag: Het aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners is gestegen tussen 2019 en 2020 van 187,1 naar 234,6, terwijl het bijstandsvolume in dezelfde periode is gedaald van 533 naar 514. Dit lijkt niet in overeenstemming. Kan dit worden uitgelegd? Antwoord: Bij CBS is nagevraagd wat de verklaring is voor de stijging van het aantal personen met een bijstandsuitkering in 2020 in Houten en in Nederland. Er is inderdaad een stijging zichtbaar. Deze gegevens tonen het aantal personen dat een bijstandsuitkering (Participatiewet) of bijstandsgerelateerde uitkering (IOAW, IOAZ, Bbz) ontvangt. Het CBS meldt hierover het volgende: Met terugwerkende kracht is vanaf 1 maart 2020 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van kracht. Dit heeft gezorgd voor een sterke toename van het aantal personen met een bijstandsgerelateerde uitkering. Wanneer alleen wordt gekeken naar personen met een algemene bijstandsuitkering, dan zijn er geen bijzondere stijgingen zichtbaar. De stijging wordt dus voornamelijk veroorzaakt door de personen die via de Tozo-regeling een bijstandsgerelateerde uitkering ontvangen. 22. Blz.
57: Prestatie-indicator 2.4: “Aantal volwassenen in het bezit van een U-pas”. Het aantal in 2020 (1.426) ligt hoger dan de raming (1.266). In 2019 was het aantal nog 1.597. Vraag: Waarom lag de raming in 2020 lager dan in 2019 en is het uiteindelijk toch hoger uitgepakt in tijden van corona? In de verklaring van afwijking staat “Vermoedelijk coronacrisis en betere vindbaarheid.” Kan dit beter worden uitgelegd? Antwoord: - De lagere raming 2020 is gebaseerd op een dalende trend in de jaren daarvoor. - Ondanks dat in tijden van corona veel activiteiten niet mogelijk waren hoeft dat nog niet iets te zeggen over het aantal mensen in het bezit van de U-pas (dat staat los van het daadwerkelijke gebruik of de mogelijkheid tot gebruik). 23. Blz. 58: Prestatie-indicator 2.2: “Gemiddelde doorlooptijd aanvragen bijzondere bijstand”. Verklaring van afwijking: “Doordat er meer aanvragen zijn binnengekomen voor bijzondere bijstand is de doorlooptijd van aanvraag tot beschikking langer geworden en bedroeg deze in 2020 gemiddeld 56 werkdagen.” Vraag: In hoeverre blijft de doorlooptijd binnen de norm met gemiddeld 56 werkdagen? Moeten dit niet dagen zijn (8 weken) in plaats van werkdagen? Antwoord: Ja. Het gaat over 56 dagen en dus over gemiddeld 8 weken. In het jaarverslag 2020 WIL wordt ook van deze 56 dagen gesproken, vertaald naar 8 weken. 24. Blz.
58-59: Prestatie-indicator 3.1: “Aantal kinderen dat participeert in sport of cultuur met behulp van het Jeugdfonds Sport & Cultuur” De raming voor 2020 was 185 en bleek uiteindelijk 233 (in 2019 was deze nog 266). De gegeven verklaring: “De stijging van het aantal aanvragen komt enerzijds door betere vindbaarheid en toegankelijkheid van de ondersteuningsmogelijkheden en anderzijds door de gevolgen van de coronacrisis.” Vraag: De gegeven verklaring roept wat vragen op. Waarom was het aantal in 2020 zoveel lager ingeschat dan in 2019 en bleek er in tijden van corona toch een vraag van 233 terwijl veel activiteiten tenminste een deel van het jaar niet mogelijk bleken vanwege de corona-pandemie? Antwoord: - De lagere raming 2020 is gebaseerd op een dalende trend in de jaren daarvoor. - Gezien het brede aanbod zijn toch veel activiteiten wel (in beperkte of aangepaste vorm) doorgegaan. Ook deelname aan slechts 1 (beperkte) activiteit als “een kind dat participeert in sport of cultuur” telt mee.
5
Deelprogramma Sport en gezondheid 25. Blz. 62: Effectindicator 2.3: “Volwassenen die minimaal 1x per week sporten/bewegen – georganiseerd en/of ongeorganiseerd (%)” Het cijfer is in 2020 met 77% hoger gebleken dan de raming van 68%. Vraag: Vanwege de corona-pandemie kon er in 2020 minder worden gesport bij verenigingen/ sportscholen. Je hoort in het nieuws over de coronakilo’s. Hoe kan het dan toch hoger uitpakken in Houten? Graag een nadere toelichting. Antwoord: Meer mensen zijn (frequenter) gaan sporten en bewegen. Vooral ongeorganiseerd en buiten, bijvoorbeeld door te wandelen of hardlopen. Dit nam toe van 63% naar 71%, waarvan 50% tenminste wekelijks (was 39% in 2019). Het aandeel inwoners dat nooit sport is verder teruggelopen van 13% in 2019 naar 10% in 2020. Tegelijkertijd geven inwoners in de Monitor Sociale Kracht aan minder te zijn gaan sporten en bewegen. Een mogelijke verklaring voor deze ogenschijnlijke discrepantie is dat de zeer frequente sporters minder vaak zijn gaan sporten (bijvoorbeeld van drie keer per week naar één keer per week). Ook kan het minder sporten en bewegen voortkomen uit het minder lang sporten (in tijd) per keer. Uit de Jongerenpeiling blijkt verder: De meerderheid van de jongeren sport en vier op de vijf jongeren doen dit zelfs wekelijks.
Het aandeel jongeren dat iedere dag minimaal 60 minuten beweegt is desondanks - onder invloed van corona - duidelijk gedaald van 73% in 2018 naar 60% in 2020. Ook hier is een verschuiving te zien van de sportschool naar de openbare ruimte of sporten op een andere wijze. Het aandeel jongeren dat problemen ervaart met zijn of haar gewicht is gestegen van 6% naar 10%.
Programma Duurzame leefomgeving Deelprogramma Wonen 26. Blz. 75: Effectindicator 1.2: “Nieuwbouw van gelijkvloerse woningen” De realisatie in 2019 was 78. In 2020 lag de realisatie op 273. Vraag: Was 2020 zo hoog omdat 2019 zo laag was? Antwoord: Dit wordt veroorzaakt door een verschuiving in oplevering van 2019 naar 2020. De nieuwbouw van gelijkvloerse woningen vindt vrijwel altijd per complex plaats. Dat betekent dat het vaak om een flink aantal woningen tegelijk gaat waardoor het bouwproces meer tijd vergt en gereed melding pas gebeurt als alle woningen zijn gerealiseerd. In 2020 ging het om 37 sociale huurwoningen Het Spoor (oplevering was gepland in 2019 maar enige vertraging zorgde er voor dat dit voorjaar 2020 werd), 36 aan Kokermolen, 124 appartementen Koningsspoor/Citadel en 43 appartementen Standerdmolen. 27. Blz. 75: Effectindicator 1.5: “Nieuwbouw van middenhuurwoningen (huur > liberalisatiegrens sociale huur en < € 1.000 per maand)” In de bijbehorende voetnoot staat: “Het onderscheid tussen middenhuur en vrije sectorhuur is niet scherp. Ontwikkelaars hebben aangegeven geen afspraken te willen maken met de gemeente over meerjarig huurbeleid. Vooralsnog worden deze als middenhuur gerekend.
Het betreft de projecten Citadel/Koningsspoor (124 appartementen) en Kokermolen (36 appartementen).” Vraag: Wat is de reden dat afspraken over meerjarig huurbeleid niet zijn gelukt? En wat is de inzet van de gemeente hierin? Antwoord: - Het betreft hier het huurniveau boven de liberalisatiegrens (anno 2021 prijspeil > € 752,-). Dit is vrije huursector. - In nieuwe Woonvisie wordt het juridisch instrumentarium versterkt om ook in de vrije huursector eisen te kunnen stellen in ruil voor planologische medewerking bij planontwikkeling.
6
Programma Goede bereikbaarheid Programma in vogelvlucht 28. Blz. 101: Niet gerealiseerde prestaties: “Verder is er geen haalbaarheidsonderzoek naar vervoer over water uitgevoerd in 2020. Dit zal in 2021 samen met de provincie, Utrecht en Nieuwegein worden uitgevoerd.” Vraag: Wat was de reden om dit onderzoek niet in 2020 uit te voeren? Antwoord: Omdat de provincie, Utrecht en Nieuwegein in 2021 bezig gaan met dit onderwerp wordt dit ook door Houten, in samenwerking met deze partijen, in 2021 opgepakt. Deelprogramma Autoverkeer 29. Blz. 103: Wat hebben we bereikt: “Omdat veel inwoners thuiswerkten stonden auto's veelal stil. Minder werknemers gingen naar kantoor in Houten en ook het centrum kende minder bezoekers. Daarom was ook de bezetting van parkeerplaatsen niet anders dan andere jaren.” Vraag: De getrokken conclusie m.b.t. de bezetting van parkeerplaatsen is niet vanzelf logisch. Kan deze nader worden toegelicht? Antwoord: Het woord ‘niet’ klopt niet in deze tekst. Het moet zijn daarom was ook de bezetting van parkeerplaatsen anders dan andere jaren. Dat is inmiddels aangepast in de jaarstukken. 30. Blz.
104: Doelstelling 1 Wat hebben we ervoor gedaan?: “Tevens zijn afspraken gemaakt met de provincie over de verrekening van het restbudget van 1,3 miljoen euro van A12 Salto, die onderdeel uitmaken van de financiering voor de projecten uit het bestedingsplan mobiliteit en bereikbaarheid.” Vraag: Graag een toelichting. Wat zijn die afspraken? Welke projecten betreft het? Antwoord: Afspraken: - De aanvraag voldoet aan de door de provincie gestelde criteria. Daarom besloten tot verlening van subsidie tot een bedrag van maximaal € 1.306.000. Deze projectsubsidie dient te worden aangewend voor de bekostiging van de activiteiten zoals beschreven in het ingediende projectplan, gedurende de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2023.
Projecten: - fietsbeleid en projecten voor fietsstimulering (fietsbeleid, (fiets)parkeerbeleid, onderzoek veiligheid - kruispunt de Molen-busstation, F10 onderzoek stimuleren fietsen bedrijven terreinen, Beusichemseweg; - aanvulling (verwachte) subsidies van 50% naar 100% (scopewijziging Heemsteedseweg en jaarlijkse lokale infrastructuur verbetering); - buitengebied Bunnik-Houten (uitgevoerd onderzoek doorstroming kruispunt N410 en bijdrage aan vrij liggend fietspad, kruispunt N410-Binnenweg-Rondweg); - onderzoek doorstroming verkeer rondweg; - projecten Eiland van Schalkwijk (onderzoek sterke Lekdijk, parkeerverbod Lekdijk, Achterweg fietsvriendelijk, aanpassen Tunnel Waalseweg, projectmanagement, onderzoek betaald parkeren, onderzoek mobiliteitsgedachte recreanten, camerapoort Waalseweg, dynamische bewegwijzering, recreatieve route Kanaaldijk); - projecten Eiland van Schalkwijk, verhoging verwachte subsidie naar 100% (Provincialeweg, uitbouw transferia, Blasenburgseweg, Schalkwijk-Kanaaldijk, onderzoek vervoer over water, fietsbrug Amsterdam Rijnkanaal, fietsroute Vianen-Houten); - fietsroute (kruispunt) Molenzoom. 31. Blz. 108: Prestatie-indicator 3.1: “Herijking visie oude dorp.” Deze indicator staat op rood.
Bij de toelichting staat: “Streven is om deze in 2021 vast te stellen.” Vraag: Kan worden toegelicht waarom deze indicator überhaupt op rood staat? Waarom deze niet is gerealiseerd in 2020? Antwoord: De Herijking visie oude dorp heeft om verschillende redenen vertraging opgelopen. College heeft besloten om extra consultatieronde in te voeren.
7
Deelprogramma Fietsverkeer 32. Blz. 109: Prestatie-indicator 1.1: “Vaststellen Programma Fiets.” Deze indicator staat op rood. Bij de toelichting staat: “Wordt in delen opgepakt.” Vraag: Kan worden toegelicht waarom deze indicator überhaupt op rood staat? Waarom deze niet is gerealiseerd in 2020? Wat wordt in delen opgepakt, welke delen en wanneer? Gaat het hier nu om het vaststellen van het programma of de uitvoering daarvan? Antwoord: Vanwege de corona-crisis zijn onderzoeken naar het stimuleren van fietsen naar scholen en bedrijventerreinen in de loop van 2020 stilgezet. Het gaat om vaststellen van beleid om fietsen te stimuleren. 33. Blz. 110: Prestatie-indicator 1.6: In 2020 wordt gestart met meerdere projecten uit de mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk, conform planning/ prioritering uit het bestedingsplan mobiliteit en bereikbaarheid. Projecten gericht op de fiets zijn: De Achterdijk wordt fietsvriendelijker.” Vraag: Staat dit project ‘Achterdijk’ op groen of rood? Indien van toepassing graag een toelichting bij deze score. Antwoord: Dit project staat op rood. Vorig jaar is vooral aandacht besteed aan andere projecten uit de mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk, zoals de provinciale weg, klachten over motoren op de Lekdijk, project sterke Lekdijk en de Kanaaldijk Zuid. Deelprogramma Openbaar vervoer 34. Blz.
112: Effectindicator 3.2: Verklaring van afwijking: “Vanwege Corona hebben de elektrokarren niet het hele jaar gereden.” Vraag: Hoeveel tijd is er wel gereden? Wanneer wel/ niet? Antwoord: Er is wel gereden in de maanden januari, februari, (half) maart, juli, augustus, september en oktober. In totaal zijn er 4.688 ritten uitgevoerd. Vervoer Houten had de verwachting in 2020 10.000 ritten uit te voeren (zonder Corona). Wat heeft het gekost? 35. Op blz. 113 staat de onderstaande tabel. Vraag: De getallen die hieronder rood zijn gearceerd lijken niet overeen te komen met de ‘Toelichting op de staat van baten en lasten per programma’. Kan dit worden toegelicht?
8
Antwoord:
Staat van baten en lasten per programma Nr.
Programma
03.
Goede bereikbaarheid
Bedrag Bedrag begroot begroot uitgaven na inkomsten na wijziging wijziging 2020 2020
Saldo begroot na wijziging
Bedrag werkelijke uitgaven
Bedrag werkelijke inkomsten
Saldo werkelijk
2020
2020
2020
2020
6.978.929
2.174.752
4.804.177
5.062.925
1.119.158
3.943.767
1.496.388
2.548.089
-1.051.701
1.496.385
1.842.487
-346.102
8.475.317
4.722.841
3.752.476
6.559.310
2.961.645
3.597.665
Mutaties reserves Goede bereikbaarheid
Totaal
Hierboven het programma Goede bereikbaarheid uit de staat van baten en lasten. Bij staat mutaties reserves apart. Bij ”Wat heeft het gekost” zitten deze in programma-brede kosten. Totalen sluiten wel aan( Zie hierboven).
9
Programma Veilige leefomgeving Deelprogramma Fysieke veiligheid 36. Blz. 128: Prestatie-indicator 3.3: “Groot onderhoud Provincialeweg Schalkwijk.” Deze indicator staat op rood. Bij de toelichting staat: “Verschoven naar 2021.” Vraag: Kan worden toegelicht waarom deze indicator überhaupt op rood staat? Waarom deze werkzaamheden niet zijn gerealiseerd in 2020, maar zijn doorgeschoven naar 2021? Antwoord: Naast groot onderhoud staat in de mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk het verbeteren van de verkeersveiligheid en de fietsoversteken op de provinciale weg genoemd. Dit wordt gecombineerd uitgevoerd met het groot onderhoud. Het heeft tijd gekost om voor deze complexe situatie een oplossing te vinden die geschikt is en waar geen nadelen voor anderen aanzitten. Deze oplossing is in 2020 gevonden en afgestemd met partijen als VVN en fietsersbond en provincie. Er is in 2020 subsidie aangevraagd en toegekend. In 2021 vinden de laatste informatie bijeenkomsten met bewoners plaats, de definitieve vaststelling van het ontwerp, aanbesteding en gunning . dus zowel het onderhoud als de verbetering van de verkeersveiligheid en fietsoversteken provinciale weg worden in 2021 aangepakt.
Programma Betrokken bij de samenleving Deelprogramma Politiek en bestuur 37. Blz. 140: Prestatie-indicator 1.1: “We organiseren kennissessies en trainen medewerkers, college- en raadsleden in het vormgeven van overheids- en burgerparticipatie bij belangrijke programma’s en projecten.” Vraag: Kan preciezer worden aangegeven wat het gegeven aanbod was in 2020? Antwoord: In februari 2020 is door SIR een bijeenkomst georganiseerd. Voor de rest hebben er in 2020, mede als gevolg van Covid-19, geen grote activiteiten plaatsgevonden.
10
Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie 38. Blz. 146: Overhead. Vraag: Kan het in onderstaande tabel gearceerde bedrag van 455.669 euro achter ICT nader worden toegelicht? Werkelijkheid 2019 € Personeelskosten Directie Personeelskosten Leidinggevenden primair proces Personeelskosten Managementondersteuning primaire proces Personeelskosten Financiën. toezicht en control
Begroting 2020 €
Werkelijkheid Afwijking 2020 € €
301.337 1.068.963
299.174 1.118.864
293.144 1.142.531
298.371
309.146
328.154
1.301.887
1.336.104
1.371.119
-35.015
Personeelskosten P&O/ HRM
739.682
755.828
783.627
-27.799
Personeelskosten Inkoopfunctie
196.434
204.564
213.912
-9.348
Personeelskosten Communicatiefunctie
624.378
625.716
669.796
-44.080
Personeelskosten Juridische zaken Personeelskosten Bestuurszaken en bestuursondersteuning Personeelskosten Informatievoorziening en automatisering Personeelskosten Informatiebeheer(DIV)
201.519
195.813
214.110
-18.297
641.082
622.928
681.137
1.009.877
964.773
974.847
212.735
219.302
222.886
-3.584
833.556
892.215
845.229
46.986
1.471.053
1.541.696
1.086.027
455.669
Huisvesting
984.034
991.184
934.344
66.840
Uitbestedingskosten bedrijfsvoering
371.107
362,035
298.647
63.388
Concernbrede personeelskosten
891.886
607.716
683.898
-76.182
Bedrijfsvoeringkosten diverse afdelingen
510.744
575.962
488.279
87.683
11.658.647
11.623.020
11.221.689
401.331
Personeelskosten Facilitaire zaken en huisvesting ICT
Totaal overhead
Antwoord: Op pagina 10 staat bij de analyse op hoofdlijnen: Covid 19 (positief effect € 0,42 miljoen) Ook is de vervanging van enkele informatiesystemen is doorgeschoven van 2020 naar 2021 (positief € 0,18 miljoen). Voor de vervanging van systemen is resultaatbestemming aangevraagd € 0,11 miljoen. ICT/Informatisering (positief effect € 0,28 miljoen) Hogere doorbelasting (op basis van nacalculatie) van personele kosten aan de WIL (positief € 0,08 miljoen) Hogere doorbelasting van reguliere kosten (op basis van nacalculatie) van kosten (telefonie, printers, kapitaallasten) aan RUD en WIL (positief € 0,14 miljoen). Diverse kleinere bedragen (positief € 0,06 miljoen) Als de vervanging van enkele informatiesystemen doorgeschoven van 2020 naar 2021 (positief € 0,18 miljoen) en de ICT/Informatisering (positief effect € 0,28 miljoen) bij elkaar geteld worden is dit de € 0,46 miljoen in bovenstaand overzicht bij ICT.
11
6.030 -23.667 -19.008
-58.209 -10.074
Paragrafen Paragraaf Covid-19 39. Blz. 152: Tabel Financiële effecten Covid-19 (t/m besluitvorming 16 februari 2021): “Diverse andere kosten en inkomsten (betreft onder andere kosten die in de jaarrekening 2020 tot uitdrukking komen en waar compensatie tegenover staat)”. Vraag: Vanwege de omvang van dit bedrag (291K) is meer toelichting gewenst. De huidige omschrijving zegt weinig. Antwoord: Dit betreft vooral (circa € 250K) kosten op het gebied van Jeugdzorg, Wmo en Participatie, waarvoor via de coronaregelingen van het Rijk (deels) compensatie beschikbaar is gesteld. 40. Blz. 159: Tabel scenario 3: “Ten opzichte van de risico impact-analyse in de begroting 2021 is het risico afgenomen van € 3,82 miljoen naar € 2,25 miljoen. De huidige omvang van de vrije en beklemde algemene reserve en het weerstandsvermogen van de grondexploitaties zijn, op basis van de door de raad gestelde voorwaarden, voldoende om dit risico af te dekken. Hierdoor is een herijking van de inzet van bestemmingsreserves niet meer nodig.” Vraag: Het zou de lezer helpen wanneer bij de beklemde algemene reserve de ondergrens wordt benoemd. Wat is deze ondergrens? Antwoord: De door de raad vastgestelde ondergrens is € 15 miljoen. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 41. Blz.
175: Tabel gekwantificeerde risico’s: “In 2021 nog onvoldoende sturing op structurele kostenontwikkeling jeugdhulp en Wmo.” Vraag: Waarom maar 1 jaar als risico bij Jeugdhulp en Wmo? Antwoord: Weerstandscapaciteit wordt in principe altijd ingezet als incidenteel ‘dekkingsmiddel’. Voor een meerjarig (structureel) tekort moeten aanvullende beheersmaatregelen worden genomen. Dit is nodig voor een structureel sluitende meerjarenbegroting en een goede eigen vermogenspositie. 42. Blz. 175: Tabel gekwantificeerde risico’s: “In 2021 nog onvoldoende sturing op structurele kostenontwikkeling jeugdhulp en Wmo.” Vraag: Wmo/jeugd staat in het totaaloverzicht voor 875K. Klopt het dat we verder met deze 2,1 miljoen rekenen? Antwoord: In de risicomatrix (pagina 174) staan de normbedragen per categorie vermeld. Voor Jeugdhulp en WMO is dat volgens de standaardmethodiek 875K. In de nadere uitwerking die daarna volgt, is het werkelijke risico voor Jeugdhulp en WMO vastgesteld op 2,1 miljoen. Dit hogere bedrag van 2,1 miljoen wordt ook gebruikt bij de berekening van de ratio weerstandsvermogen. 43. Blz.
175: Tabel gekwantificeerde risico’s: “Vertraging in de recreatieve ontwikkeling van Fort Honswijk en de Honswijkerplas bij Tull en ’t Waal.” Vraag: (1) Is er al inzicht hoe lang het gaat duren dat de capaciteit van de Lekdijk wordt vergroot? (2) Wat is de precieze relatie tussen het vergroten van de capaciteit van de Lekdijk en een vertraging van de recreatieve ontwikkeling (ingeschat risico)? Antwoord: 1. Het project Sterke Lekdijk betreft twee onderdelen: wegverbreding Lekdijk tussen A27 en Fort Honswijk (Project Wegverbreding) en aanpassen weginrichting (Project Beeldkwaliteit). De verbreding van de Lekdijk betreft twee dijkvakken: 1) A27 – Pont Culemborg (CuB) en 2) Pont Culemborg – Grens Wijk bij Duurstede ICu). Uitvoering respectievelijk 2025/2026 en 2027/2029. 2. Voor een verantwoorde / veilige groei van de recreatieve ontwikkeling van Fort Honswijk en de Honswijkerplas is het van belang dat de mobiliteitsinfrastructuuur (en de Lekdijk in het bijzonder) is aangepast op een te verwachten groei van toeristen/recreanten.
12
44. Blz. 184: Beoordeling financiële kengetallen: “De verbetering belastingcapaciteit raming 2020 t.o.v. werkelijk 2020 van rood naar geel is te verklaren doordat bij het bepalen van het begrotingscijfers het cijfer voor 2020 nog niet bekend is. Wordt dus gebruik gemaakt van cijfer 2019.” Vraag: Kan het kengetal belastingcapaciteit worden toegelicht? Antwoord: Op het moment dat de begroting 2020 in eind oktober vastgesteld werd, moeten de belastingvoorstellen 2020 nog in de raad van december vastgesteld worden. Deze gegevens worden aangeleverd aan het Ceolo, die dan het landelijk gemiddelde voor 2020 vaststelt. Wordt pas in maart bekent. Dus moet er nog met een cijfer van vorig jaar gewerkt worden. Paragraaf Financiering 45. Blz. 195: Renterisiconorm (lang): “Afgezet tegen de risiconorm 2020 van € 22,4 miljoen, blijkt uit bovenstaand overzicht dat we de norm met € 9,6 miljoen hebben overschreden. Grotendeels veroorzaakt door € 32 miljoen aan aflossingen.” Vraag: Gezien de overschrijding van de norm met bijna 50%, graag een uitgebreidere toelichting. Antwoord: Zie antwoord vraag 12. 46. Blz. 196: Financieringsbehoefte en rentetoerekening: “Meerjarig is er een stijgende financieringsbehoefte. De belangrijkste reden hiervoor zijn meerdere aflossingen op bestaande leningen.
Daarnaast dragen de toegenomen kosten voor het sociaal domein en verminderde inkomsten vanuit het rijk ook bij tot deze stijging.” Vraag: De toegenomen kosten leiden toch niet tot een stijgende financieringsbehoefte? Antwoord: Jawel, dit moet toch betaald worden. Dus zijn er extra liquide middelen nodig. Paragraaf Bedrijfsvoering 47. Blz. 200: Organisatieontwikkeling: Vraag: De ARC is benieuwd wat de (tussen-)resultaten zijn van de reorganisatie van twee jaar geleden (per 1 januari 2019). Hoe wordt de huidige organisatie door de medewerkers ervaren en waar staat ze ten opzichte van de verbeterdoelen van twee jaar geleden? Wat is de planning van deze evaluatie en wanneer wordt de raad geïnformeerd? Antwoord: De tussenevaluatie van de reorganisatie per 1 januari 2019 wordt momenteel uitgevoerd. Het doel van deze tussenevaluatie is in beeld brengen waar de organisatie staat in haar ontwikkeling, zodat op basis van die inzichten gerichte verbeteringen kunnen worden doorgevoerd naar de toekomst toe. In deze tussenevaluatie worden verschillende onderzoeksmethoden toegepast; vragenlijst over werkbeleving, interviews en focusgroepsgesprekken. Tezamen leiden de inzichten tot één adviesrapport; de tussenevaluatie. De planning is erop gericht dat dit adviesrapport in juni wordt opgeleverd.
Hierna volgt zo spoedig mogelijk het proces van verspreiding en toelichting richting verschillende doelgroepen, waaronder de raad. 48. Blz. 203: Kosten inhuur derden meerjarig: “Overigens blijkt uit het resultaat van de personeelslasten voor de algemene dienst dat er naast specifieke budgetten ook incidentele dekking voor deze inhuur is gerealiseerd in de vorm van UWV-gelden en vergoedingen voor gedetacheerd personeel.” Vraag: Wat voor een vergoedingen zijn dit? Antwoord: - UWV-gelden: gelden die de gemeente ontvangt als zwangerschaps- en bevallingsuitkering. - Vergoedingen voor gedetacheerd personeel: vergoeding voor personeel dat tijdelijk bij een andere gemeente of bij de provincie aan het werk is.
13
Jaarrekening 49. Blz. 233: Waarderingsgrondslagen baten en lasten: “Als bedrijfsresultaat van de grondexploitatie wordt aangemerkt de resultaten van de afgewikkelde complexen Niet-Vinex. Voordelen op financieel afgewikkelde deelcomplexen Vinex worden niet als winst verantwoord. Eventuele voordelen worden ingezet om tekorten van andere deelcomplexen binnen Vinex te dekken. De baten en lasten die betrekking hebben op de verspreide percelen, de nog niet in exploitatie genomen gronden en de onderhanden werken, worden verrekend met de boekwaarde van deze gronden.” Vraag: Vanaf wanneer gaan we percentage of completion toepassen? Antwoord: Op het moment dat bij Vinex het zover is, dat dit moet. 50. Blz. 237: Toelichting op de balans:
Vraag: Hoe vaak wordt/ hoe recent is getaxeerd? Antwoord: Onroerend goed wordt niet tussentijds getaxeerd, alleen bij verkoopplannen. Afschrijven mag uit historische aanschafwaarde, dus ook niet noodzakelijk. 51. Blz. 246: 13. ICT Werk en Inkomen Lekstroom:
Vraag: Waar is de vrijval van het resultaat van 585K zichtbaar? Is dit de reden van de meevaller in ICT kosten (vraag 39)? Antwoord: - Niet zichtbaar in de jaarstukken 2020, is namelijk al gemeld als een meevaller in de eerste bestuursrapportage 2020’ - Nee (zie vraag 39). 52. Blz. 246: 23. Bestemmingsreserve implementatie Omgevingswet:
Vraag: Dit klinkt alsof er extra budget wordt toegekend voor de Omgevingswet? Graag een toelichting. Antwoord: In de perspectiefnota 2017 heeft de raad eerder, vooruitlopend op het programmaplan Omgevingswet (vastgesteld oor de raad in juli 2020), middelen beschikbaar gesteld voor ‘de faciliterende rol van de overheid programma Ruimte / implementatie Omgevingswet’. De laatste tranche (€ 100.000) hiervan stond voor 2020 gepland. Deze middelen zijn gedeeltelijk ingezet. Het restant € 60.457 is omdat deze werkzaamheden door vertraging pas in 2021 uitgevoerd worden doorgezet naar 2021 via de reserve. Daardoor blijft dit budget beschikbaar voor het doel waarvoor dit beschikbaar is gesteld.
14
53. Blz. 248: 7. Egalisatie tarieven afvalstoffenheffing:
Vraag: Hoe verhoudt de toevoeging van 217K zich tot de tariefsverhoging om de voorziening weer op niveau te brengen? Antwoord: Volgens de notitie reserves en voorzieningen moet deze voorziening minimaal 5% van de de uitgaven bedragen. In 2021 is € 267.000 meegenomen in de tariefsberekening 2021. 54. Blz. 248: 14. Sanitairgebouwtjes woonwagencentra:
Vraag: 600 euro voor groot onderhoud? Relatief kleine bedragen aan groot onderhoud staan ook op andere plekken. Wordt hier voldoende toegezien op een juiste toepassing van de regels? Antwoord: Het groot onderhoud wordt conform het door de raad vastgestelde meerjarenonderhoudsplan uitgevoerd. In december 2020 heeft de raad een nieuw meerjarenonderhoudsplan voor de gemeentelijke accommodaties vastgesteld voor de periode 2021 tot en met 2025. 55. Blz. 249: Verloopoverzicht van de vaste schulden:
Vraag: Wat zijn de gemiddelde looptijd (eventueel duration) en het rentepercentage? Antwoord:
15
Antwoord: De oudste leningen zijn fixed (in een keer aflossen). Laatste jaren alleen nog maar lineaire (jaarlijks aflossen) leningen afgesloten. Looptijden variëren van 2 tot 40 jaar.
16