CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden technische vragen ARC jaarstukken 2021_DEF.pdf

Gemeenteraad 14 juni 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Jaarstukken 2021 - resultaatbepaling6.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoorden technische vragen ARC jaarstukken 2021 (Op basis van versie 15-03-2022) Bestuurlijke beschouwingen 2021 1. (Blz. 8): Algemene baten en lasten (positief effect € 1,3 miljoen). “Dit kon begrotingstechnisch niet meer via de salarissen verwerkt worden.” Vraag: Wat wordt hier precies mee bedoeld? Antwoord: Omdat de gevolgen voor de kosten 2021 salarissen pas in januari 2022 een feit waren door instemming met de nieuwe CAO, konden deze niet meer via een begrotingswijziging verwerkt worden in 2021. Immers begrotingswijzigingen mogen maar tot 31 december gemaakt worden(BBV). Zodoende is deze stelpost niet ingezet, levert voordeel op van € 0,98 miljoen). 2. (Blz. 12.) Deelprogramma Leefbaarheid. “Het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte hebben wij uitgevoerd volgens het beeldkwaliteitsplan zoals dat door de raad is vastgesteld.” Vraag: Op pagina 9 staat dat het (extra) budget in 2021 niet geheel aangewend is. Zo lijkt het dat er teveel is begroot of dat er is al voorgesorteerd op een lagere beeldkwaliteit. Graag een toelichting. Antwoord: Dat het extra budget niet geheel is uitgegeven heeft niks te maken met al voorsorteren op een lagere beeldkwaliteit. Het inregelen van (extra) werkzaamheden onkruidbestrijding heeft gewoon extra tijd gekost. 3. (Blz.

15) Veilige leefomgeving.”COVID-19 heeft grote invloed gehad op de veilige leefomgeving in de gemeente Houten in 2021. Het draagvlak voor het naleven van de maatregelen nam af naarmate de pandemie langer duurde. De samenleving kwam in het algemeen meer onder druk te staan. Dit alles heeft uiteraard ook gevolgen gehad op de plannen voor de veilige leefomgeving.” Vraag: Wat zijn deze gevolgen op de plannen voor de veilige leefomgeving? Dit wordt namelijk niet duidelijk uit het betreffende programma. Antwoord: Dat deze wellicht wat vertraging hebben opgelopen. Toch wordt onder deze tekst uitgebreid ingegaan op wat wel is heeft plaatsgevonden en dat in Corona tijd, wat niet natuurlijk representatief voor een gewoon jaar, omdat plannen moeten worden aangepast aan deze situatie.

Programma Samen Leven 4. (Blz. 26, 29, 33) Op verschillende plekken in het programma Samenleven wordt bij indicatoren de volgende voetnoot geplaatst “Deze nieuwe indicator werd voorheen niet bijgehouden. In 2020 is er een 0-meting gedaan.” Waarna er toch geen cijfer wordt opgenomen onder 2020. Vraag: Kan aangegeven worden waarom dit zo is? Antwoord: Antwoord: Doordat er diverse personen betrokken zijn bij de beantwoording van deze vraag en deze personen om diverse redenen o.a. vakantie afwezig waren, is het niet gelukt een antwoord te geven op deze vraag, Voorstel om deze mee te nemen in technische ronde raad. 5. (Blz. 28) Kosten jeugdhulp. In onderstaande tabel wordt gesuggereerd dat het bedrag bij realisatie 2021 nog op grond van een prognose is, terwijl begin maart het definitieve cijfer bekend zou zijn. Wat is dit definitieve cijfer?

1

Effectindicatoren Doel Omschrijving

Bron

6.1

RBL

Kosten jeugdhulp jongeren tot 18 jaar (€)

Realisatie 2018

2019

Raming 2020

10.050.930 11.053.263 12.867.072

Realisatie

2021 X 13.273.000

Antwoord: Opgenomen in nieuwe versie: Voetnoot moest nog verwijderd worden! Waren al de cijfers op basis van Q4, wel afgerond op duizenden euro’s 6. (Blz. 30) Deelprogramma Saamhorigheid “We zien in de cijfers de invloed van corona. Zo daalde het aantal inwoners dat vrijwilligerswerk verrichtte of actief cultuur beoefende.” Vraag: welke cijfers staven dit? Antwoord: (concept) MSK 2021, de score voor participatie is afgelopen jaar iets gedaald. Na twee jaar corona, neemt het aantal vrijwilligers af onder invloed van beperkende maatregelen en lockdowns. Ook zijn minder Houtenaren actief in het verenigingsleven (met name bij sportverenigingen neemt dit af). 7. (Blz. 31) Huisvesting. “We ondersteunden en faciliteerden de zoektocht naar structurele huisvesting van Het Wereldhuis, Doorgeefluik, Krachtfabriek en de Voedselbank. We verwachten dit in 2022 af te ronden.” Vraag: Op welke wijze wordt dit ondersteund en gefaciliteerd? Antwoord: De gemeente heeft regelmatig overleg met het Wereldhuis, Doorgeefluik, Krachtfabriek en de Voedselbank en samen zijn diverse locaties geïnventariseerd en onderzocht op de mogelijkheid om deze organisaties daar een plek te geven. Uiteindelijk is het gebouw Essenkade 2 in beeld gekomen. De organisaties kregen een rondleiding in dit gebouw. De organisaties zijn enthousiast over deze optie.

Op 10 mei kan de gemeenteraad een principebesluit nemen over de intentie om het gebouw en het terrein voor 15 jaar te huren, o.a. als toekomstige plek van bovengenoemde organisaties. 8. (Blz. 35) Deelprogramma Leren en Werken “We zien een forse daling van het percentage kinderen met een (voor en vroegschoolse educatie (VVE) indicatie die ook daadwerkelijk gebruik maakt van de VVE. Deze daling lijkt niet corona-gerelateerd.” Vraag: Kan worden toegelicht waar deze daling dan wel aan gerelateerd is? En op grond waarvan kan deze conclusie worden getrokken? Antwoord: De ruwe data, waarop de conclusies zijn gebaseerd, zijn aangeleverd door het CJG. Deze zien er voor 2020 en 2021 er als volgt uit: 2020 2021 Aantal afgegeven indicaties (n) 62 56 Aantal kinderen geplaatst (n) 29 21 Redenen niet plaatsen Te jong Keuze voor dagopvang Reguliere PSZ Verhuisd Peuterplus Niet ingeschreven Wachtlijst Ouders willen niet

33 20 8 1 3 1 -

35 8 10 3 1 3 8 2

Als je de ruwe cijfers naast elkaar legt, zie je in de redenen van niet plaatsen forse verschillen. - Er zijn in 2021 veel minder kinderen te jong.

2

-

Er zijn drie nieuwe categorieën bijgekomen: ‘wachtlijst’, ‘ouders willen niet’ en ‘niet ingeschreven’. Dit leidt tot een lager bereik. 9. (Blz. 36) Deelprogramma Leren en Werken Vraag: Kan de stijging van de financiële zelfredzaamheid in 2021 (en daarvoor in 2020) nader worden geduid?

Antwoord: Mede dankzij verschillende steunmaatregelen van Rijk en het lokaal bestuur waren er weinig faillissementen en nam door een aantrekkende economie de druk op de arbeidsmarkt in 2021 zelfs toe. 10. (Blz. 37) Aantal deelnemers cursus taal -en digivaardigheden. Het aantal deelnemers is lager dan de raming in 2021. Vraag: waarom staat de prestaties dan toch op groen?

Antwoord: De raming was niet realistisch, zeker in coronatijd. Daarom toch op groen omdat dit toch nog een respectabel aantal is voor deze omstandigheden. 11. (Blz. 37) Kinderen met een VVE indicatie dat gebruik maakt van VVE Vraag 1: Hoeveel kinderen maken gebruik van VVE? Vraag 2: Waardoor wordt de wachtlijst veroorzaakt?

Antwoord: Zie tabel bij het antwoord op vraag 8. Let wel, dit zijn de nieuw geïndiceerde kinderen. De wachtlijst is onderwerp van gesprek met het CJG en de VVE-aanbieders. Dit gesprek is uitgesteld vanwege de werkzaamheden rondom de opvang van Oekraïense vluchtelingen. 12. (Blz. 38) Het aantal plaatsingen op betaald en onbetaald werk “Dat is een daling van 26. Dit is te verklaren, omdat we in 2020 nog meer potentieel in de bestanden ontdekten. In 2021 waren mensen zo goed in beeld dat we alleen nieuwe mensen in de bijstand of mensen waarvan de omstandigheden veranderden op vrijwilligerswerk plaatsten.” Vraag: Zijn er daarom in 2020 extra mensen geplaatst? Antwoord: Ja, omdat toen mensen in beeld kwamen die toch potentieel bleken te hebben. Er zat dus nog reserve potentieel in de bestanden en dat was in 2021 niet zo. 13. (Blz. 39) Aantal plaatsingen inwoners Houten op betaald en onbetaald werk De verklaring wijkt af van de indicator. Deze geeft 200 aan; in de verklaring staat echter dat de raming van 175 niet haalbaar is. Vraag: kan de werkelijke verklaring van afwijking worden gegeven?

3

Antwoord: De verklaring van de afwijking klopt inderdaad niet met de indicator. De verklaring is gebaseerd op de halfjaarlijkse cijfers (67). Deze halfjaarlijkse cijfers waren echter niet correct. De uiteindelijke afwijking is positief t.o.v. de raming (+25). 14. (Blz. 40) Aantal ingevulde garantiebanen. “Het aantal plaatsingen op garantie-banen is boven het verwachtte aantal. We zetten hier fors op in met specifieke plaatsings- en begeleidingscapaciteit. De huidige mensen met een indicatie garantie-baan zitten veelal nog in traject en kunnen we veelal nog niet plaatsen.” Vraag: Onduidelijk is wat met “De huidige mensen” wordt bedoeld. Hoe verhoudt deze ‘grootheid’ zich tot het aantal ingevulde garantiebanen van 244? Graag een nadere toelichting. Antwoord: In de regio lekstroom hebben we 367 mensen met een indicatie garantiebaan. Daarvan werken er 196 in een garantiebaan. Een garantiebaan is volgens de Rijksdefinitie 25,5 uur. De 196 mensen vervullen 244 garantiebanen. Met de huidige mensen wordt het aantal mensen bedoeld dat wel een indicatie baan-afspraak heeft, maar nog niet werkt op een baan. In de regio zijn dat er 171 (367-196). Voor Houten zijn dit er 58 (108 indicaties, waarvan 50 werken). 15. (Blz. 40) Zinvolle dagbesteding via HTW/ Op Koers Vraag: De voortgang is groen. Wat was vorig jaar het doel? Is er een ambitie het aantal jaar op jaar te doen toenemen?

Antwoord: De ambitie is 20 op koers trajecten per jaar. Dat is gehaald. 16. (Blz. 41) Het aantal inwoners, ouder dan 75 jaar die in een instelling wonen (per 1000 inwoners). Vraag: Klopt dit aantal? Staat per 1000 inwoners. Dan zouden er zo’n 3350 (67 x 50) 75-plussers in een instelling wonen.

Antwoord: In 2020 woonde van de 1.000 inwoners in Houten van 75 jaar en ouder: 938 inwoners zelfstandig en 62 in een instelling. Misschien een beetje een ongelukkige manier van opschrijven. Had beter kunnen staan per 1000 inwoners doelgroep of cliënten per 1000 inwoners.. 4

17. (blz. 42) Unieke cliënten in de verwijsindex. Vraag: Gezien de gehanteerde definitie van ‘unieke’ cliënten, klopt het dat er alsnog sprake kan zijn van overlap? Dat dezelfde cliënt meerdere keren kan voorkomen in de gepresenteerde cijfers?

* Unieke cliënten zijn totalen over alle instanties die registreren met betrekking tot inwoners van Houten en het totale aantal registraties van Veilig Thuis.

Antwoord: Unieke cliënten zijn, unieke cliënten die als uniek geregistreerd zijn. Hierin is geen sprake van dubbeltellingen.

Programma Duurzame leefomgeving 18. (Blz. 48) Behaalde maatschappelijke doelen. “De appartementencomplexen in de sociale huur in De Kiem, Eikenhout en Wegwijzer/Den Oord zijn in aanbouw en worden in 2022 opgeleverd.” Vraag: Wegwijzer/ Den Oord was toch niet in aanbouw in 2021? Klopt het wel wat hier staat? Antwoord: Inderdaad Wegwijzer/Den Oord was nog niet in aanbouw in 2021 en is dus uit de tekst op deze pagina verwijderd. (Planning was start bouw in Q4 2021 maar wordt Q2/Q3 2022). Stond overigens ook nog in de paragraaf Grondbeleid, ook daar tekst aangepast. 19. (Blz. 53) Extra woningen. “In 2021 zijn in gemeente Houten 128 nieuw gebouwde woningen opgeleverd. Het gaat om 80 eengezinswoningen en 48 appartementen.” Vraag: Is dit in of exclusief woningen tengevolge van transformatie kantoren? Zo niet: waar zijn die aantallen terug te vinden? Antwoord: In 2021 zijn er geen woningen opgeleverd als gevolg van transformatie van kantoren. 20. (Blz. 55) Leegstandspercentage Centrum (Het Rond). Vraag 1: Het percentage van 13% in 2021, is dit inclusief vulling door bijvoorbeeld ateliers van kunstenaars? Antwoord: Ja, betreft gewoon het leegstandspercentage in het algemeen.

Vraag 2: De verklaring van afwijking geeft aan: “Leegstandspercentage is ondanks de corona gelijk gebleven.” Deze verklaring strookt toch niet met de cijfers uit de tabel? Antwoord: Tekst is in nieuwere versie aangepast in “Leegstandspercentage is ondanks de corona afgenomen”.

21. (Blz. 57) Voldoende mogelijkheden voor sport, spel en bewegen voor alle leeftijden in de openbare ruimte: “Realisatie van 4 nieuwe chill-plekken” Vraag: Zijn deze plekken bedoeld voor kinderen tot 12 jaar? Antwoord:

5

Nee, maar wat hebben we daarvoor gedaan moet niet aan de effectindicator gelinkt worden, maar aan de doelstelling “Voldoende mogelijkheden voor sport, spel en bewegen voor alle leeftijden in de openbare ruimte”. 22. (Blz. 61) Ontwikkelingen en stand van zaken per deelprogramma: “Met het ontwikkelen van de omgevingsvisie is een start gemaakt.” Vraag: Kan dit worden toegelicht? Hoe is een start gemaakt? Antwoord: In 2021 is eerst gestart met een beleidsintensivering op het gebied van de omgevingsvisie. In 2022 worden of zijn er drie bijeenkomsten gepland of gehouden, waarvan een met de raad over dit onderwerp. 23. (Blz. 70) Omzetting van openbare verharding naar groen binnen de kern van Houten (incl. aanbrengen waterpasserende verharding op parkeerplaatsen) Verklaring van afwijking: “Ontstenen/vergroenen stuit eerder op weerstand. Daardoor is er meer afgekoppeld dan geraamd en minder ontsteend/vergroend dan geraamd.” Vraag: Waaruit bestaat deze weerstand tegen Ontstenen/vergroenen precies en hoe groot is deze? Antwoord: Helaas is er niet altijd voldoende draagvlak bij bewoners om overtollige verharding in de openbare ruimte om te vormen tot groen. De bezwaren van bewoners bestaan uit zorgen om het inleveren van onofficiële parkeermogelijkheden, langere looproutes en hondenpoep.

Bewoners zijn ook niet altijd enthousiast over een gazon, zij hebben dan een voorkeur voor vaste planten. Wanneer er extra financiële middelen beschikbaar zijn om een strook die ontsteend wordt niet om te zetten in gazon maar van vaste planten te voorzien neemt het draagvlak toe. Voor de aanschaf van vaste planten is echter dan aanvullend budget nodig met dekking vanuit de algemene middelen. De huidige kostendekking voor ontstenen en vergroenen vanuit de rioolheffing laat door BBV-regels de aanschaf van vaste planten niet toe. In de praktijk strand nu ca. 40% van de ontsteen en vergroen initiatieven door weerstand bij tegenstanders. In 2022 wordt er gewerkt met klimaatambassadeurs om ontsteen en vergroen initiatieven te stimuleren. Bij het afkloppelen en infiltreren van regenwater verandert er weinig in de indeling van openbare ruimte. Voor degelijke initiatieven is breed draagvlak bij de bewoners.

Programma Goede bereikbaarheid 24. (blz. 85) Effectindicator: Aantal deelauto’s per 100.000 inwoners (geen particuliere deelauto’s). Vraag: Om wat voor auto’s gaat het hier precies? Antwoord: Het gaat hierbij om auto’s van commerciële deelauto aanbieders zoals bijvoorbeeld Greenwheels en Mywheels. Deze deelauto’s staan verspreid in de wijken en kunnen door abonnementhouders worden gebruikt indien nodig. Doordat deze auto’s voor meerdere mensen beschikbaar zijn (en het gebruik ervan dus worden gedeeld), worden kosten en ruimte bespaard. Naast commerciële deelauto aanbieders, zijn er ook particulieren die hun auto tegen een vergoeding ter beschikking stellen aan andere gebruikers. Dit zijn de particuliere deelauto’s. 25. (Blz. 85) Verklaring van afwijking: “De waarde van deelauto’s via de klimaatmonitor blijft maar dalen terwijl in december juist 6 deelauto’s zijn toegevoegd. Navraag bij CROW leert dat de opgave voor aantal deelauto’s voor Houten niet klopt met de werkelijkheid.” Vraag: Graag een nadere toelichting. Hoe wordt dit een volgende keer voorkomen? Antwoord: CROW past de methode aan in het kader van de opzet van een nieuw dashboard deelmobiliteit voor alle gemeenten.

Programma Veilige leefomgeving 26. (Blz. 96) “Opvallende stijgers zijn: - Woninginbraken (van 79 naar 106,+34%).” Dit betreft meer dan het dubbele (+212%) dan geraamd en is ook flink hoger dan voorgaande jaren. Weinig over opgemerkt anders dan betrokkenheid inwoners verhogen. Vraag: Is er een duiding te geven van het hoe en waarom? Antwoord: De stijging van de woninginbraken is niet echt te verklaren (wel steevast stijging tijdens vakantieperiodes) maar er zijn wel diverse acties op gepleegd: 6

De politie heeft (met name Houten Noord-Oost was een hotspot) veel geïnvesteerd in extra toezicht (ook in de nachtelijke uren), buurtonderzoek na een woninginbraak, en getracht op basis van de modus operandi de dader(groep) te achterhalen. De gemeente heeft de zomercampagne “geef inbrekers geen kans” gevoerd (sandwichborden, flyers uitdelen, met onze campagnefiets op de markt staan, vlog van de burgemeester etc.) en het “donkere dagen offensief”. Dit jaar gaan we investeren in extra alertheid bewoners (berichten plaatsen in de WhatsApp veiligheidsgroepen, nieuwe flyer met tips als sneller 112 bellen en beter hang en sluitwerk en preventieve middelen als de digitale deurbel en een IP camera). Daarbij organiseert de Stichting Houten Veilig workshop “Oog voor (on)Veiligheid” om verdacht gedrag te leren herkennen en daar vervolgens ook iets mee te doen. 27. (Blz. 97) Aantal deelnemers Burgernet* Vraag: Welk cijfer is dit? Waarop gebaseerd? Er zijn tenslotte geen app cijfers beschikbaar.

Antwoord: In nieuwe versie jaarstukken 2021 is ook ingevuld 2020 ingevuld. Prestatie-indicatoren Doel Omschrijving

Bron

2.1

Team Samenleving

Aantal deelnemers Burgernet*

Realisatie 2018 5.696

2019 5.715

Raming 2020 5.525

Realisatie

2021 5.925

nnb 3

* Inwoners kunnen lid worden van Burgernet via aanmelding op de website van burgernet of via het downloaden van een app. Over het aantal appgebruikers zijn geen cijfers beschikbaar. Het werkelijk aantal burgernetdeelnemers ligt daarom hoger dan het aantal dat hier wordt weergegeven.

Cijfers uit het verleden en de wetenschap, dat ook burgers gebruik zullen maken van de app.

Programma Betrokken 28. (Blz. 109) % Inwoners dat vindt dat de gemeente hen voldoende betrekt bij haar plannen, activiteiten en voorzieningen: Vraag: Kan de score 2021 (en de dalende trend) worden toegelicht?

Antwoord: Ten opzichte van 2020 geringe daling 1%. Pas als de maatschappij weer als voor de coronatijd kan functioneren, kan geconcludeerd worden, dat het aan corona heeft gelegen. Opvallend feit i namelijk dat zowel 2020 als 2021 lager scoren. Dus deze verklaring zou logisch kunnen zijn.

7

29. (Blz. 111) % Inwoners dat vindt dat burgers en organisaties voldoende ruimte krijgen om ideeën en initiatieven te realiseren: Vraag: Kan de score 2021 (en de dalende trend) worden toegelicht?

Antwoord: Zie antwoord 28. 30. (Blz. 110/111) Inwoners voelen zich bij plannen en activiteiten van de gemeente steeds goed en op tijd geïnformeerd, gehoord en betrokken. “We hebben in 2021 evaluaties van en onderzoeken naar participatietrajecten gedaan die zijn gelopen of nog lopen. Dit betrof onder andere Ruimtelijke Koers, het Referendum, de actualisering Leidraad participatie, de Woonvisie, Woningbehoefte ’t Goy, Tull en ’t Waal en Schalkwijk, Toekomst Speelboerderij Houten, Houten Zuid aardgasvrij, Parkeervisie en Beverakker 1.”Vraag: Wordt hier met Beverakker 1 ‘het Schoolhuys’ bedoeld? En/of moet hier Beverakker 19 (De Velduil (?)) staan? Zie ook prestatie indicator 1.3 op pagina 111. Graag voor beide plekken verduidelijken. Antwoord: Het moet op beide plekken de Beverakker 19 zijn. 31. (Blz. 113) Toegankelijkheid. “De website van de gemeente is getoetst in 2021 door een extern bureau dat toetst op basis van Europese standaards en regelgeving.” Vraag: Wat was het resultaat van deze toets? Graag een toelichting. Antwoord: Uit het onderzoek is gebleken dat er op veel punten al goed rekening gehouden wordt met digitale toegankelijkheid. Hierdoor is de website op de meeste punten al goed te gebruiken voor mensen met een functiebeperking. Het toegankelijkheidsonderzoek laat echter zien dat nog niet aan alle gestelde succescriteria wordt voldaan.

Een deel van de bevindingen betreft technische aanpassingen welke over het algemeen van kleine aard lijken te zijn. Op basis van de resultaten van onze toets en die van andere aangesloten gemeenten heeft de leverancier zijn product doorontwikkeld en zijn door ons inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Naar verwachting zal dit jaar een hertoetsing plaatsvinden.

Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie 32. (Blz. 115) Overhead. “De overheadkosten 2021 bedragen 41,5% (begroot 43,4%) van de totale kosten van de organisatie (apparaatskosten).” Vraag: Zou een toelichting op het hoe en waarom op de hogere personeelskosten kunnen worden gegeven? Antwoord: De begrote personeelskosten zijn gebaseerd op de primitieve begroting 2021 en worden op basis van een percentage door verdeeld naar producten o.a. overhead. Lopende het begrotingsjaar vinden er (tijdelijk (extra)) personeelsmutaties plaats en /of inhuur personeel van derden, zeker in een jaar van grote projecten. Begrotingstechnisch worden deze mutaties, niet meer verwerkt in de kostenverdeling, maar begroot op saldo kostenplaatsen. De werkelijke kosten worden wel toegerekend op basis van de kostenverdeling naar producten. Ter illustratie extra communicatieadviseur om de participatie rondom grote projecten te begeleiden e.d.

Paragrafen 33. (Blz. 123) Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing “Voor eventueel toekomstige kosten van de nazorg- en herstelfase wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van (in 2021) 8

ontvangen, maar niet uitgegeven vrij besteedbare corona-middelen. Bijvoorbeeld op basis van de specifieke TONK-regeling en de algemene corona-compensatie van het Rijk. Deze middelen worden gestort in de bestemmingsreserve Overlopende posten. Hierdoor blijven deze middelen ook in 2022 beschikbaar.” Vraag: De niet uitgegeven vrij besteedbare corona-middelen bedragen 1,1 miljoen? Zo ja, kan dit erbij worden vermeld in de tekst? Antwoord: In de huidige versie staat: Voor eventueel toekomstige kosten van de nazorg- en herstelfase wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van (in 2021) ontvangen, maar niet uitgegeven vrij besteedbare corona-middelen(€ 1,1 miljoen). Bijvoorbeeld op basis van de specifieke TONKregeling en de algemene corona-compensatie van het Rijk. Deze middelen worden gestort in de bestemmingsreserve Overlopende posten. Hierdoor blijven deze middelen ook in 2022 beschikbaar. Aanpassing in tekst heeft dus al plaatsgevonden. 34. (Blz. 127) Herijking gemeentefonds (Gewijzigd) “Als antwoord hierop heeft de minister van BZK op 9 juli 2021 een gewijzigd verdeelvoorstel gepubliceerd en advies gevraagd aan het ROB. Op 12 augustus is vervolgens het gewijzigde verdeelvoorstel geactualiseerd naar peiljaar 2019.

Het effect voor Houten op basis van dit voorlopige voorstel loopt vanaf 2023 op van € 0,75 miljoen negatief tot € 3,0 miljoen negatief in 2026.” Vraag: hoe (on)zeker/omstreden is dit nou eigenlijk? Is deze tekst voldoende actueel, tactisch verwoord? Antwoord: Ja, deze is voldoende actueel. Dit is geen kwestie van tactisch, want dit betreft namelijk de feiten. Inmiddels is er een kamer op 6 april 2022 verschenen Kamerbrief over invoering van nieuwe verdeling gemeentefonds | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl waarin weer wat meer bekend is. Invoering inderdaad 1 januari 2023 en het nadeel voor nadeelgemeenten geen maximaal € 15 maar € 7,50 per inwoner in 2023 en voor 2024 en 2025 komt er nog per jaar maximaal € 15 per inwoner bij. Daadwerkelijke uitwerking wordt pas bekend bij de meicirculaire 2022. 35. (Blz. 129) Risico op Wmo-openeinde-regelingen (in het bijzonder Woonvoorzieningen (Gewijzigd) “Omdat de kosten op dit onderdeel moeilijk te voorspellen zijn, zijn de geraamde uitgaven bedragen in de meerjarenbegroting 2022 en verder gebaseerd op de demografische bevolkingssamenstelling en de realisatie in de periode 2018-2021.

Op basis hiervan is rekening gehouden met extra Wmo voorzieningen als gevolg van de coronapandemie.” Vraag: Dus er is een bedrag opgeplust? Hoeveel? Antwoord: Tekst 2de Berap 2021: Zorgkosten Wmo obv Q2 RBL In de Q2 rapportage is door RBL een inschatting gemaakt van de voorzieningen op gebied van Wmo voor 2021. Deze prognose laat zien dat de uitgaven in voornamelijk de categorieën 'begeleiding' en 'woonvoorzieningen' zullen toenemen, waardoor bijstelling van de huidige begroting met € 310.000 noodzakelijk is. De stijging bij begeleiding wordt verklaard door een evenredige stijging van het aantal cliënten in zorg, met name op groepsbegeleiding. Een reden kan zijn dat er na 2020, toen er juist een enorme daling was op groepsbegeleiding i.v.m. Covid, nu weer meer inwoners gebruik durven te maken van -aangepaste, op 1,5 metergroepsbegeleiding. Ook de kosten van kortdurend verblijf stijgen. Hier is echter sprake van een stijging in de zorgzwaarte (meer dagen in verblijf) en niet om een toename in cliënten. De stijging van de woonvoorzieningen is mede te verklaren door een enkele inwoner met veel dure woningaanpassingen. Daarnaast merkt het Sociaal Team op dat er meer woningaanpassingen (per client) worden ingezet omdat de woningmarkt zo krap is. Het lukt inwoners niet om te verhuizen dus blijven ze langer in een woning die niet geschikt is en waar woningaanpassingen op nodig zijn.

Effect: € 310.000 nadelig 36. (Blz. 129) Risico op kostenontwikkeling LTA (Gewijzigd) “Omdat de kosten voor jeugdzorg dus moeilijk te voorspellen zijn, zijn de geraamde uitgaven in de meerjarenbegroting 2022 en verder gebaseerd op de demografische bevolkingssamenstelling en de realisatie in de periode 20182021. Op basis hiervan is rekening gehouden met extra jeugdhulp i.v.m. vereenzaming ten tijde van lockdown gedurende de coronapandemie.” Vraag: Dus er is een bedrag opgeplust? Hoeveel? Antwoord: Tekst 2de Berap 2021: 9

Zorgkosten jeugd o.b.v. Q2 RBL In de Q2 rapportage is door RBL een inschatting gemaakt van de zorgkosten jeugd voor 2021 (met bandbreedte van 3%). Deze prognose laat zien dat de uitgaven in voornamelijk de categorieën 'GGZ' en 'Jeugd en opvoedhulp / Kinderen met beperking' toenemen, waardoor bijstelling van de huidige begroting met € 1.335.000 noodzakelijk is. Op de inzet van GGZ wordt een grote toename waargenomen. Kinderen hebben dit jaar, vanwege de intelligente lockdown, grotendeels thuis gezeten en gingen in juni weer volledig naar school. Hierbij wordt problematiek op het gebied van depressie, sociale angststoornissen, gedragsstoornissen en eetproblematiek waargenomen. Binnen J&O/KmB is een grote autonome stijging zichtbaar op de inzet van het product 'Behandeling overig'. Dit product wordt ingezet om kinderen met meervoudige problematiek zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Effect: € 1.335.000 nadelig 37. (Blz. 131) Europese aanbesteding ICT diensten: RUD en of WIL doen niet mee in deze aanbesteding (Gewijzigd) “RUD en WIL zijn voornemens niet meer mee te doen met Houten en gaan zelf de ICT voorzieningen regelen.

De bijdrage van WIL en RUD valt dan weg ultimo 2023.” Vraag: Dus geen afname ICT diensten meer door WIL en RUD vanaf 2024? Antwoord: Dit is pas van toepassing als er gekozen wordt voor uitbesteding van onze eigen ICT diensten via een Europese aanbesteding, dan hebben de WIL en RUD de keuze om mee te doen, ze geven aan dit niet te willen doen. Maar dat is pas als hiertoe wordt overgegaan. 38. (Blz. 136) Kwantitatieve risico's, Toelichting bij de matrix. Vraag 1: Bedragen lijken niet aan te sluiten bij voorgaande overzichtstabel. Graag een toelichting. Antwoord: Conclusie lijkt juist, maar insteek van tabel is net iets anders waardoor bedragen niet geheel aansluiten. Voorbeeld hoogste risico in kans in klasse 41-60% is € 625.000 in risicomatrix bij een risico >€ 1 miljoen. In tabel € 875.000 bij een risico tussen € 1.000.000 en € 2.500.000. Vraag 2. De kosten voor jeugdzorg, Wmo en Fort honswijk stonden er vorig jaar prominent in. Graag toelichten waarom deze grote risico’s nu zijn komen te vervallen en dus ook niet zijn opgenomen in het ratio weerstandsvermogen. Antwoord: In de jaarrekening worden de risico’s beoordeeld naar de toekomst. Dus niet hebben ze zich voor gedaan in 2021, maar bestaat het risico nog in 2022. Actualisatie dus. En de inschatting vanuit de teams is dat deze risico’s niet meer gelden voor 2022.

Vraag 3: De kosten van een cyberaanval zijn substantieel hoger geschat dan vorig jaar. Waarop is de schadeberekening gebaseerd? Antwoord: Antwoord: Ervaring bij andere overheden. 39. (Blz. 140) Financiële kengetallen. Vraag: Graag de kengetallen tekstueel toelichten en duiden. Wat betekent bijvoorbeeld de score op belastingcapaciteit?

Antwoord: In de begroting 2022 staan deze helemaal uitgeschreven. In dit verantwoordingsdocument is gekozen dit niet te herhalen:

10

Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten.

Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De uitkomst van de berekening van dit kengetal is voor het jaarverslag hetzelfde als bij de begroting.

Het kengetal hoeft dus voor het opnemen in het jaarverslag niet opnieuw te worden berekend. Het toch opnieuw opnemen houdt verband met het feit dat de kengetallen gezamenlijk en in samenhang bezien inzicht geven in de financiële positie van een provincie of gemeente.

11

40. (Blz. 143) Ontwikkeling risicobuffer Vraag: Het saldo Grex (0,7) (zie tabel hieronder) sluit niet aan op de eindsaldo van vorig jaar (jaarrekening 2020: maart 2021 4,3). Graag uitleg waarom dit zo is.

Antwoord: Naar aanleiding van de jaarrekening 2020 is het saldo gecorrigeerd met de winstneming van afgerond € 3,1 miljoen en de voorziening negatieve exploitatie ’t Goy met € 0,5 miljoen. Gecorrigeerd saldo is € 4,3 – € 3,1 - € 0,5 = € 0,7 miljoen. 41. (Blz. 143) Winstneming. Vraag: De tussentijdse winstneming GREX wordt aan het concern weerstandsvermogen grondexploitaties toegevoegd. Hoe wordt deze winstneming precies bepaald? Antwoord: In het jaarverslag staat op Blz. 188 bij Uitgangspunten financiële verslaglegging onder het kopje voorraden: Bij de grondexploitaties vindt (tussentijdse) winstneming plaats. Dit gebeurt met behulp van de percentage of completion (poc) methode. Bij de poc methode wordt deze winstneming als percentage berekend op basis van het % kosten te vermenigvuldigen met het % opbrengsten die zijn gerealiseerd per individuele grondexploitatie. 42. (Blz. 145). Civieltechnische kunstwerken. “Als gevolg van een langdurig openstaande vacature die moeilijk vervulbaar bleek voor de functie van beheerder civieltechnische kunstwerken, zijn er in 2021 geen inspecties en groot onderhoud- en vervangingsprojecten uitgevoerd. Dit betrof alle 7 grotere voorgenomen projecten met een totaal bedrag aan kosten van €390.000.

In 2022 vindt een inhaalslag plaats.” Vraag 1: Uitstel levert blijkbaar geen risico’s op (dus onderhoud was niet strikt noodzakelijk)? Antwoord: Klopt, maar dat wil niet zeggen dat het onderhoud niet strikt noodzakelijk is. Als het onderhoud gepland wordt in een jaarplan is onderhoud noodzakelijk, alleen wordt dan de afweging gemaakt kan het iets naar achteren zonder risico’s. Vraag 2: Past dit in 2022 in de planning bovenop de geplande jaarschijf? Antwoord: Wordt getracht dit in te passen.

12

43. (Blz. 152). Schuldpositie. “De schuldpositie van de gemeente is het best weer te geven als de netto schuld ten opzichte van de exploitatiebaten (netto schuldquote).” Vraag: Deze norm hadden we in Houten toch losgelaten? Antwoord: Ik snap deze vraag niet. Dit is bij mij niet bekend. Is overigens geen norm maar een financieel kengetal, dat inzicht geeft in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. 44. (Blz. 158) Informatiemanagement. “Door afwezigheid van een programmamanager is de uitvoering van het Programma Informatie in 2021 sterk onder druk komen te staan.” Vraag: Waarom was er geen programmamanager? Hoe is dat nu? Antwoord: Er is voor gekozen om dit onder te brengen bij diverse functionarissen binnen het team informatie en te kijken of het zo ook te managen is. Uit de paragraaf bedrijfsvoering blijkt dan ook dat er niet stil gezeten is en volop door gewerkt wordt aan dit programma. 45. (Blz. 160) Resultaat. Personeelslasten algemene dienst. “Af: Projectontwikkeling (*Dit bedrag wordt via de producten doorbelast aan de grondexploitatie)” Vraag: In de voorgaande tabel (Kosten inhuur derden meerjarig) stond dit op 0. Hoe kan dit?

Kosten inhuur derden meerjarig

Antwoord: Omdat er bij Projectontwikkeling geen inhuur heeft plaatsgevonden. Werkzaamheden t.b.v. de grondexploitaties zijn door eigen personeel uitgevoerd. 46. (Blz. 160) Externe inhuur (BBV). De realisatie 2020 staat op 10,4%. In de jaarstukken 2020 en begroting 2021 stond hier nog 11,5%. Vraag 1: Waarom is dit cijfer aangepast? Vraag 2: Waarom is de raming voor 2021 zo laag (1,1%)? (Er wordt ook geen verklaring van afwijking gegeven.) Antwoord: Even eerst iets rechtzetten in de begroting 2021 stond ook 1,1%. Dit is ook logisch want begrotingstechnisch wordt er relatief weinig begroot. Uitgangspunt is namelijk, dat ons takenpakket uitgevoerd wordt met eigen personeel. De inhuur ontstaat in de loop van het jaar doordat er tijdelijk personeel moet worden ingehuurd voor ziekte, maar ook omdat er mensen vertrekken en moeten worden opgevuld door tijdelijk personeel. Vervulling van vacatures duurt langdurig door krapte op de arbeidsmarkt of is in sommige gevallen mijn onmogelijk omdat ze er gewoon niet zijn. Dit maakt inzet van ZZP-ers noodzakelijk. Dekking van deze kosten vindt plaats uit de reguliere personeelsbudgetten, zijnde vacaturegelden onderuitputting van de 13

personeelsbudgetten. Ook wordt er inhuur ten laste van projectgelden gebracht of in het geval van de implementatie omgevingswet ten laste van een reserve. 47. (Blz. 162) Paragraaf Ombuigingen. We zien in de tabel met ombuigingsmaatregelen jeugd/ Wmo dat iedere ombuigingsmaatregel tot op de euro is gerealiseerd. Iets vergelijkbaars (op twee posten na) bij de tweede tabel met ombuigingsmaateregelen ‘overig’. Vraag: Hoe wordt bepaald of een ombuigingsmaatregel en de voorgenomen bezuinigingen (in bedragen) daadwerkelijk zijn gerealiseerd? Hebben opgeleverd wat van tevoren is ingeschat? Antwoord: Dat kan alleen op basis van werkelijke kosten in combinatie met een beoordeling door de beleidsmedewerker Jeugd en WMO van de genomen maatregelen, welke beschreven onder de tabel onder punt 1 t/m 8. Doordat dit niet gespitst op onderdelen naar punt 1 t/m 8 verantwoord kan worden, kan dit alleen op totaal niveau beoordeeld worden. Dit kan niet anders als op deze wijze. Bij overige ombuigingen is dit veel concreter kunt zo aan het onderwerp wel of niet gerealiseerd. Blijkt ook aan onderstaande tekst blz.163: Niet-gerealiseerd is 3,7% (€ 27.500). Voor het proces van digitale bekendmakingen is bij het vaststellen van de begroting 2022 een amendement aangenomen waardoor de officiele bekendmakingen in het Houtens Nieuws worden gehandhaafd en de ombuiging niet kan worden gerealiseerd.

Niet gerealiseerd is ook de ombuiging met betrekking tot het beheer en onderhoud van accommodaties (€ 11.000). Voor de verkoop van de wijkpost De Plantage zijn de gesprekken in verband met corona vertraagd, voor wijkpost De Vlinder wordt naar alternatieven gezocht omdat de huurder het pand niet wil kopen.

Jaarrekening 48. (Blz. 195). Toelichting op de balans. Vraag: n.a.v. toelichting: wanneer is de laatste keer (integraal) getaxeerd?

Antwoord: Integrale taxatie vindt niet plaats, tenminste niet voor dit doel. Aangezien Houten op basis van integrale kostprijs mag afschrijven bestaat de behoefte ook niet aan een integrale taxatie. Dit gebeurt op het moment dat er een pand verkocht gaat worden. Dit is bijvoorbeeld in 2020 gebeurd bij de verkoop van de schoolwoningen Beekmos. Dan wordt de boekwaarde aangepast aan de taxatiewaarde. 49. (Blz. 203). Toelichting overige vorderingen. Vraag: Hoe komen deze grote vorderingen op bijstandsverlening tot stand; en wat is de impact op betrokken inwoners? 14

Antwoord: Deze vorderingen komen tot stand doordat voor de bijstand Werk en inkomen Lekstroom(WiL) en voor de bijzondere bijstand zelfstandigen(bbz) de gemeente Utrecht op basis van beleidregels vorderingen op boeken. Op wat de impact is op betrokken inwoners, dit zou ik niet weten. 50. (Blz. 206) Overlopende posten. Vraag: Graag een specificatie van de 1,1 miljoen aan Covid gelden (onder overlopende posten).

Antwoord: Een gedeelte van de door het Rijk ontvangen compensatie voor de gevolgen van corona zal niet meer in 2021 worden uitgegeven. Voorgesteld is om deze verwachte overschotten door te schuiven naar 2022 € 728.659, omdat de verwachting is dat ook in 2022 extra steun nog noodzakelijk is. Het betreft ontvangen middelen ten behoeve van steun aan de cultuursector € 181.971, ondernemers € 317.556 (Minder gebruik gemaakt van Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten(TONK)), armoedebeleid € 98.779 (schuldhulpverlening, bijzondere bijstand en inkomensondersteuning), Cliëntenondersteuning Jeugd en WMO € 99.548, peuterspeelzalen € 20.849 en diversen € 9.956. Daarnaast is ook nog toegevoegd compensatie Covid 19 decembercirculaire 2021 € 319.000, Overschot compensatie corona Samenleving in 2021 € 18.298 restant 2021 compensatie Covid 19 € 3.124. Omdat er in 2022 een andere situatie ontstaan is rond eventuele steunmaatregelen heeft het college op 11 januari 2022 een nieuw bestedingsplan voor deze middelen vastgesteld. De specificatie vindt de raad terug in bijlage 2 bij het raadsvoorstel maandelijkse begrotingswijziging april 2022.

15

51. (Blz. 209) Wethouderspensioen. Vraag: Waarom wordt een afslag van 5 jaar op de levenstabel bij het wethouderspensioen gehanteerd?

Antwoord: Dit betreft op levenstabel van de actuaris, niet op die van het CBS. Deze tekst moesten wij vorig jaar van de accountant opnemen. Ik denk dat 5 jaar niet helemaal juist is. Want dit verschilt van persoon. 52. (Blz. 213) Gewaarborgde geldleningen. Vraag: Waarvoor is de garantie voor Habion? En is die nieuw?

Antwoord: Ja, die is nieuw. Het betreft hier de in Houten gevestigde Stichting HABION VASTGOED ZORGSECTOR. Het gaat hier om een garantstelling zijn voor een door deze partij in Houten gefinancierd woningbouwproject. Habion heeft op Beekmos 1 in totaal 17 plekken (24-uursopvang) voor tienermoeders. De begeleidende zorginstelling is Timon. 53. (Blz. 220) Toelichting Programma Goede Bereikbaarheid: Uit de toelichting blijkt dat er veel is vertraagd. Vraag: Welke impact heeft de vertraging op de organisatie voor 2022? Antwoord: Dat getracht moet worden om de vertragingen in te halen. Maar hier zijn we afhankelijk van zowel de arbeidsmarkt als van de marktpartijen. 54. (Blz. 221) Toelichting Programma Betrokken bij de samenleving. Voormalig bestuur. Vraag: Het verschil op wethouderspensioenen was toch veel kleiner dan € 123.000,-? Eerder op blz. 205 staat onder B1: Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s; wethouderspensioen: noodzakelijk om 211K toe te voegen, begroot 215K. Dat lijkt op een klein marginaal verschil. Kan dit worden toegelicht?

16

Antwoord: Toevoegingen aan de voorziening wethouderspensioenen betreft niet alleen de pensioenopbouw van voormalige wethouders(voormalig bestuur), maar ook van de huidige wethouders. Is verwerkt via ander product College. Vergelijking gaat zo dus niet op. 55. (Blz. 226) Tabel Wet normalisering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector Vraag 1: Waarom staan in deze tabel ook de gegevens van 2020? Vraag 2: Wat betekent de post: ‘Beloning betaalbaar op termijn’ Antwoord: De voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn in dit geval betreft het de pensioenpremies.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=3eb01915-5b8e-4ba0-be09-2d1b37bafbf6