CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

9 toelichting_Bijlage 7 Archeologisch onderzoek.pdf

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Overeind 22 Schalkwijk en Besluit Hogere waarden6.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 470

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Overeind 22, Schalkwijk gemeente Houten (UT).

juni 2020 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 470

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT) Auteur: Jeroen Wijnen en Jesper de Raad

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: Erwin Brouwer Autorisatie: Erwin Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, juni 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v.2.3

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juni 2020 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Overeind 22 te Schalkwijk. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. De archeologische verwachting voor de perioden tot de Bronstijd is laag in de ondiepe ondergrond (tot ca. 5 m –mv). Mogelijke archeologische resten bevinden zich in het overgrote deel van het plangebied op grote diepte onder de oeverafzettingen en veenpakket. Vanwege de aanwezigheid van de Zouwe stroomgordel op korte afstand ten noorden van het plangebied kunnen archeologische resten verwacht worden vanaf de Bronstijd. Naar verwachting liggen er oeverafzettingen van tenminste 2 m dikte op veen-/komafzettingen. Archeologische resten uit verschillende perioden vanaf de Bronstijd kunnen op meerdere stratigrafische niveaus in de oeverafzettingen worden aangetroffen.

Archeologische resten vanaf de Volle Middeleeuwen liggen waarschijnlijk in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. Dit verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van verkennend booronderzoek. Het verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is aangetoond dat de bodem tot op een aanzienlijke diepte is opgehoogd of uit een dikke A-horizont bestaat. Daaronder bevindt zich wel een intact bodemprofiel, maar er zijn geen archeologische indicatoren of anderszins directe aanwijzingen voor archeologische sporen aanwezig. De intacte bodemopbouw ligt onder de voorziene verstoringsdiepten, in ieder geval waar de voornaamste bodemingrepen zijn voorzien. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Houten. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer drs. B. Peters.

Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed) of de gemeente Houten (Meldpunt.archeologie@landschaperfgoedutrecht.nl).

5

Samenvatting ____________________________________________________ 5 1 Inleiding _____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________ 7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 7 Administratieve gegevens ____________________________________________ 8 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________ 9 Gemeentelijk beleid ________________________________________________ 10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 11

2 Inventarisatie _________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3

Inleiding_________________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 12 Archeologie ______________________________________________________ 15

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________ 15 Waarnemingen _________________________________________________ 16 AMK-terreinen __________________________________________________ 16 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________ 17 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 17

Historie _________________________________________________________ 18

3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 22 3.1 3.2

Conclusie ________________________________________________________ 22 Verwachtingsmodel ________________________________________________ 22

4 Veldonderzoek ________________________________________________ 24 4.1 4.2 4.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________ 24 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________ 24 Resultaten: archeologie _____________________________________________ 25

5 Conclusie en verwachting _______________________________________ 26 6 Selectieadvies ________________________________________________ 27 literatuur ______________________________________________________ 28 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 30 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 31 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _________________________________ 32 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 33 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart _____________ 34 BIJLAGE 6 Bodemkaart __________________________________________ 35 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 36 BIJLAGE 8 Boorbeschrijvingen dinoloket _____________________________ 37 BIJLAGE 9 Boorpuntenkaart veldonderzoek __________________________ 38 BIJLAGE 10 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 39

6

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Houten heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT), zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied.

7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Het plangebied heeft een omvang van 3410 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Utrecht

Gemeente

Houten

Plaats

Schalkwijk

Beheerder/eigenaar grond

Loes Schouten

Toponiem

Schalkwijk

Kadastrale perceelnummer(s)1

HTN04 - K - 673

Laagland Archeologie projectnummer

SCSC201

Datum conceptrapportage

10 juni 2020

Datum definitief rapport XY-coördinaten

NW 142360.00 / 444470.64 NO 142392.00 / 444453.28 ZW 142289.93 / 444429.84 NO 142316.36 / 444398.27

2

Kaartblad

39A

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

3410 m²

Complextype

onbepaald

Onderzoeksmeldingsnr

4865982100

AMK-terrein

11400

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek Datum begin veldonderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase 5 juni 2020

Datum eind veldonderzoek

5 juni 2020

Opdrachtgever

BJZ.nu

onbepaald

Goedkeuring bevoegde overheid

1 2

Bevoegde overheid

Gemeente Houten

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

Drs. B. Peters Archeologisch depot Utrecht E-depot voor de Nederlandse archeologie

kadastralekaart.com www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT) Archief Laagland archeologie BV Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel in gebruik als erf en grasland. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. Er zullen sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd, er wordt een twee-onder-een-kapwoning gebouwd en nieuwe verhardingen aangelegd. Een bestaande woning wordt gesplitst naar twee woningen en in een schuur wordt een woning gerealiseerd. Daarnaast wordt een bed and breakfast gerealiseerd. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Normaal is dat de funderingsstroken en/of balken, zoals die van de geplande twee-onder-een-kapwoning een aanlegdiepte van 80 cm –mv zullen hebben. Zeker de aanleg van de aanleg van de verharding voor de ontsluiting en de parkeerplaats zullen slechts een kleine mogelijke impact op het bodemarchief hebben. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Afbeelding 2. Huidige situatie.

Afbeelding 3. geplande nieuwe situatie.

1.5GEMEENTELIJK BELEID De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven. Het gemeentelijk archeologiebeleid is vertaald in bestemmingsplan “Eiland van Schalkwijk”. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming waarde archeologie 1 opgenomen voor het plangebied. Voor gebieden met een waarde archeologie 1 is archeologisch onderzoek

10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

verplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 0,5 m -mv. Archeologisch onderzoek is echter niet noodzakelijk als vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouw of een gedeelte van een perceel dat gelegen is binnen een zone met kabel- en leidingenstroken.4

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

4

Ruimtelijkeplannen.nl 11

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders rivierengebied. Dit gebied is ontstaan als riviervlakte. Tegen het einde van de laatste ijstijd ontstonden hier rivierduinen; langs de rivieroevers vormden zich oeverwallen. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten (afbeelding 4) blijkt dat. rond 5500 v. Chr. veenvorming optrad. Tot de periode ca. 1500 v. Chr. bleef het veengebied in stand. In de eeuwen daarna verdween door diverse invloeden het veen en/of werd het door rivierafzettingen afgedekt. De rivieren bleven actief binnen de regio (Kromme Rijngebied) tot de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 n. Chr.

12

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Afbeelding 4. Paleogeografische ontwikkeling van 9000 – 2750 voor Chr. (naar Vos e.a., 2013). Op de Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography van de Universiteit van Utrecht zijn er drie stroomgordels in het onderzoeksgebied aanwezig.5 Stroomgordel Zouwe (202) omringd tevens het plangebied. De Zouwe stroomgordel was vermoedelijk actief tussen 3700 tot 3000 BP6 (1750 – 1050 v. Chr.) De archeologische resten kunnen dateren uit Bronstijd tot en met de Middeleeuwen. De noordelijk gelegen Houten stroomgordel (74) was omstreeks 3795 tot 2590 BP (1845 – 640 v. Chr.) actief. De oudste archeologische restanten op deze stroomgordel zijn mogelijk afkomstig uit de Bronstijd, maar zeker vanaf de IJzertijd tot de Middeleeuwen. De westelijk en zuidelijk gelegen stroomgordel Blokhoven (22) was actief omstreeks 4600 tot 3800 BP (2650 – 1850 v. Chr.). De oudste archeologische resten kunnen dateren uit Late IJzertijd tot de Middeleeuwen.7

5

Cohen, et al. 2012 De term Before Present (BP) is een tijdsaanduiding die in 1950 is ontstaan vanwege de C14methode als nieuwe radiometrische datering. Hierdoor wordt het jaartal 1950 als het BP of vóór heden aangeduid. 7 Cohen, et al. 2012 6

13

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Afbeelding 5. Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands, Universiteit Utrecht. In Dinoloket staan meerdere geologische grondboringen aangegeven. Om het plangebied in kaart te brengen worden boringen B39A1385 en B39A1394 (zie afbeelding 6) hieronder beschreven. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 8. In boring B39A1385 is tot op 2.6 m –mv (1,35 m -NAP) sterk zandige klei aanwezig (Formatie van Echteld). Hieronder bevindt zich een dik veenpakket vanaf 2.60 – 6.50 m -mv (1,35 tot 5,25 m -NAP), behorend tot de Formatie van Nieuwkoop, met daaronder een dun kleipakket (6.50 – 6.80 m) en tenslotte de Pleistocene ondergrond (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) op 6,80 m -mv (5,25 m -NAP). In boring B39A1394 is er vanaf 0 m tot 1.1 m –mv (0,2 tot 1,3 m +NAP) sterk zandige klei aanwezig, vanaf 1.1 m tot 3.5 m –mv (2,2 m -NAP tot 0,2 m +NAP) een fijne zandlaag en vervolgens een matig grove tot zeer grove, grindige zandlaag tot een diepte van 4.1 m -mv (3,1 m-NAP), allemaal behorende tot de Formatie van Echteld. Vanaf 4.1 m (3,1 m-NAP) tot de maximaal verkende diepte van 4.7 m –mv (3,4 m NAP) is een veenlaag (Formatie van Nieuwkoop) aanwezig.

14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Afbeelding 6. Geraadpleegde boringen DINO-loket Op de geomorfologische kaart (0) ligt het plangebied in een niet-gekarteerde zone (bebouwde kom). Het plangebied is omringd door een rivierkom en oeverwalachtige vlakte (M48). In het noorden en westen van het onderzoeksgebied ligt een stroomrug. En ten westen, buiten het onderzoeksgebied, ligt een rivierkomvlakte (M46). Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 is het noordelijke deel van het plangebied gesitueerd op een hoogte van ca. 2 m +NAP. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied ligt op ca. 0 tot 0,5 m +NAP een stuk lager. Het noordelijke deel is ten behoeve van de lintbebouwing waarschijnlijk opgehoogd. Dit deel van het plangebied vormde waarschijnlijk in de middeleeuwen de ontginningsbasis. Bodemkunde Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied in kalkhoudende poldervaaggronden met zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 (Rn95A). het gebied wordt omringd door kalkloze poldervaaggronden; zavel en lichte klei, profielverloop 3, of 3 en 4 (Rn67C) en aan de westkant van het onderzoeksgebied zijn er kalkloze poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 4 (Rn44C). Volgens de bodemkaart fluctueren de grondwaterstanden jaarlijks in het onderzoeksgebied overwegend gemiddeld tussen 25 à 40 cm -mv tot 120 à 180 cm -mv (grondwatertrap V).

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn meerdere bekende waarden geregistreerd.

15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn vijf waarnemingen bekend: 3063771100 – 500 m ten noordwesten t.o.v. het plangebied – keramiek – Nieuwe tijd vroeg periode – complex niet te bepalen – Tijdens het rooien van een boomgaard, werd onder een hoogstamboom een Siegburg kruikje gevonden. 2693804100 – 450 m ten noordwesten t.o.v. het plangebied – keramiek – Late Middeleeuwen B & Nieuwe Tijd – complex niet te bepalen – roodbakkend geglazuurd aardewerk (3) en steengoed (2). 2719716100 – 350 m ten zuidoosten t.o.v. het plangebied – diversen keramische vondsten en bot – Late IJzertijd, Romeinse Tijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd – complex niet te bepalen – vondsten uit archeologische veldkartering in 1976 geregistreerd door Blommensteijn in 1986. 2748252100 – 500 m ten zuidoosten t.o.v. het plangebied– diversen keramische vondsten – Late Middeleeuwen A en Late Middeleeuwen B – complex niet te bepalen – vondsten uit archeologische veldkartering in 1980 geregistreerd door Blommensteijn in 1986. 2719684100 – 500 m ten zuidoosten t.o.v. het plangebied– diversen keramische vondsten – Late Middeleeuwen A en Late Middeleeuwen B – complex niet te bepalen – vondsten uit archeologische veldkartering in 1976 geregistreerd door Blommensteijn in 1986.

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMK-terreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied zijn onderstaande AMK-terreinen geregistreerd: 11400 – in het plangebied – Complextypen en datering: Huisterp (Middeleeuwen laat), Huisterp (Middeleeuwen laat), Huisterp (Middeleeuwen laat), Huisterp (Middeleeuwen laat), Huisterp (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd), Huisterp (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd), Huisterp (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd), Huisterp (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd), Huisterp (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd), Huisterp (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd), Nederzetting, onbepaald (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd) Het betreft een gedeelte van de dorpskern van Schalkwijk. Omdat het gaat om een langgerekt ontginningsdorp is het lastig om een dorpskern te onderscheiden. Bewoningsresten die deel uitmaken van deze ontginningsas zijn steeds apart geregistreerd. Dit zijn de diverse attentiegebieden langs de Schalkwijker Wetering.

16

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

AMK-terrein 11400 ligt ten zuiden van de Schalkwijker Wetering. Ten noorden van het kanaal, ca. 20 m ten opzichten van plangebied, ligt AMK-terrein 11399. AMK-terrein 11399 is vrijwel identiek aan het AMK-terrein 11400. Ze behoren eigenlijk bij elkaar.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone van archeologische waarde (categorie 2). Het betreft de omtrek van Schalkwijk, vastgesteld aan de hand van zichtbare bebouwing en percelering op de kadastrale minuut van 1820 (alsmede een zone van archeologische waarde wordt toegekend).

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7.

8

ONDERZOEKS-

SITUERING T.O.V. HET

NUMMER

PLANGEBIED

4011527100

350m ten westen

4731342100

300m ten noordwesten

2164971100

200m ten noorden

TYPE ONDERZOEK EN RESULTATEN/CONCLUSIES

Verkeerd onderzoek gedeponeerd in Archis (een archeologisch booronderzoek in de gemeente de Bilt) / niet gedeponeerd in Dans Easy. Archeologisch bureauonderzoek / Binnen het plangebied zijn een aantal crevasses aanwezig , gevormd vanuit de Houten stroomgordel en de Vuylkop stroomgordel waarvoor een hoge verwachting geldt voor archeologische resten uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Twee van dergelijke crevasses zijn op het AHN duidelijk te zien, maar mogelijk zijn er ook andere, kleinere takken van crevasses in het plangebied aanwezig. Oudere crevasses, te weten van de Zouwe stroomgordel met archeologische resten vanaf de bronstijd en van de Wiersch stroomgordel met archeologische resten vanaf het neolithicum kunnen binnen het plangebied niet worden uitgesloten. Langs de Schalkwijkse Wetering ligt een strook van circa 60 m waarbinnen resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd te verwachten zijn. Deze eventuele resten zijn te relateren aan het historisch bebouwingslint langs deze wetering. Het plangebied grenst direct aan AMK terrein 835, waar resten van Kasteel Marckenburg in de ondergrond aanwezig zijn.

Mogelijk zijn er ook binnen het plangebied resten in de ondergrond aanwezig die gerelateerd zijn aan dit kasteelterrein8 Archeologisch boor- en bureauonderzoek / Uit het bureauonderzoek is gebleken dat beide deelgebieden vanwege de aanwezigheid van enkele stroomgordels of crevasses een hoge verwachting hebben voor het aantreffen van archeologische waarden. Het kan hierbij gaan om archeologische waarden daterend uit de IJzertijd, de Romeinse Tijd of de Middeleeuwen. Deze verwachting kon tijdens het veldwerk worden bevestigd. In deelgebied Van Zijl bevindt zich een brede stroomrug in de ondergrond; in deelgebied Pouw zijn enkele smalle stroomruggen of crevasses aangeboord. Daarnaast zijn in dit laatste deelgebied enkele archeologische indicatoren aangetroffen. Het betreft enkele kleine fragmenten aardewerk daterend uit de Late

Leuvering, 2019. 17

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT) Middeleeuwen en een mogelijke woonlaag in een tweetal boringen. In deze laag zijn fragmenten leem, houtskool en onverbrand bot aangetroffen.9

2429566100

300m ten zuidwesten

Archeologisch booronderzoek / Het plangebied ligt deels in een archeologisch terrein, de historische kern van Schalkwijk. Het plangebied ligt op enige afstand van de ontginningsas (de Schalkwijker Wetering, ca. 80 m) en is op historische kaarten altijd onbebouwd geweest. Uit booronderzoek blijkt dat de bovengrond bestaat uit een geroerde laag van 50 tot 110 cm dikte op crevasseafzettingen op komafzettingen. In geen van de lagen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Vermoedelijk zijn waardevolle archeologische resten afwezig.10

Tabel 2. Eerder archeologisch onderzoek

2.4 HISTORIE

Tussen het Overeind en de Provinciale weg loopt de Schalkwijkse Wetering. Deze is in de periode 1130 – 1135 gegraven nadat de Vaartsche Rijn ten zuiden van Utrecht was aangelegd.11 De Schalkwijkse Wetering werd vanaf de Lekdijk bij De Heul in westelijke richting gegraven en diende als dubbelzijdige ontginningsbasis: de hoeven werden zowel ten noorden als ten zuiden van de wetering gebouwd. Vervolgens werden de gronden ontgonnen in blokken waarbinnen langwerpige stroken werden gemaakt. In de loop van de Middeleeuwen klonk de veenondergrond steeds verder in als gevolg van de ontwatering. Om het gebied goed te kunnen blijven gebruiken als akkergrond bouwde men in de 15e en 16e eeuw molens waarmee het gebied werd bemalen. Die bemaling had weer tot gevolg dat de bodem nog verder inklonk en uiteindelijk werd het meeste land omgezet in weiland ten behoeve van veeteelt. De akkerbouw en later fruitteelt concentreerden zich op de hogere gronden.12 Op de eerste historische kaart van het plangebied uit het midden van de 17 eeuw (zie afbeelding 7) staat de Schalkwijkse Watering met de weg aangegeven. Omdat het een kleinschalige, gegeneraliseerde kaart is, staat daarop geen bebouwing aangegeven. Zeer waarschijnlijk was deze toen wel aanwezig.

9

Norde, 2007. Boer, 2014. 11 Hessing en Klerks 2007 12 Norde, 2007. 10

18

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Afbeelding 7. Kaart van Blaeu 1600-1638 Vltraiectvm dominivm, bron: oldmapsonline.org

Op de gedetailleerdere kaart van de Graafschappen Buuren en Culenburg uit 1761 (zie afbeelding 8) is er naast het kanaal en de weg ook zichtbaar bebouwing aanwezig.

Afbeelding 8. Kaart van de Graafschappen Buuren en Culenburg 1761, bron: oldmapsonline.org Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)13 is het plangebied en haar omgeving deels bebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als erf met tuin in combinatie met weideland, boomgaard en bouwland.

13

bron: hisgis.nl 19

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Afbeelding 9.Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: boomgaard, oranje: onverharde weg. lichtpaars: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1900 (zie afbeelding 10) is het plan- en onderzoeksgebied vrijwel onveranderd ten opzichte van de 19e eeuw. Op de topografische kaart van 1988 is pas sprake van mogelijke ophoging en nieuwe bebouwing in het plangebied (zie afbeelding 11).

Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl.

20

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1988. Bron: topotijdreis.nl.

21

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Landschappelijk gezien ligt het plangebied in een rivierkom en oeverwalachtige vlakte (M48), waarvan de afzettingen op basis van de bodemkaart uit oeverafzettingen bestaan. Naar verwachting liggen er oever-op-komafzettingen, mogelijk ook bestaande uit veen. Volgens de bodemkaart liggen er kalkhoudende poldervaaggronden met zware zavel en lichte klei. Vanwege de nabijheid van de Zouwe stroomgordel zijn deze waarschijnlijk daarvan afkomstig. Naar verwachting liggen er oeverafzettingen van tenminste 2 m dikte op veen-/komafzettingen. In de omgeving van het plangebied komen voornamelijk archeologische resten uit de Late Middeleeuwen voor. De verwachting voor deze resten is hoog. Hiernaast zijn er in het plangebied mogelijk ook archeologische resten vanaf de Bronstijd te verwachten, vanwege de nabijheid van de Zouwe stroomgordel. In historische tijden (vanaf het midden van de 17e eeuw) staat het terrein bekend als De Schalkwijkse Weteringen, een kanaal met weg, waar zeer waarschijnlijk ook al bebouwing aan lag. Vanaf 1761 staat op een meer gedetailleerde kaart langs deze weg verspreide bebouwing aangegeven. In het plangebied lijkt er – gedeeltelijk – ook sprake van historische bebouwing.

Deze bebouwing is in ieder geval zichtbaar op de kadastrale minuut uit 1832, maar deze bebouwing is mogelijk ouder. Uit oude kaarten blijkt dat er slechts ten dele rekening te houden is met bodemverstoring als gevolg van bebouwing. Het overgrote deel van het plangebied is in historische tijden aldoor onbebouwd geweest.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

Nederzettingen uit de periode ijzertijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).14 De archeologische verwachting voor de perioden tot de Bronstijd is laag in de ondiepe ondergrond (tot ca. 5 m –mv). Mogelijke archeologische resten bevinden zich in het overgrote deel van het plangebied op grote diepte onder de oeverafzettingen en veenpakket. Vanwege de aanwezigheid van de Zouwe stroomgordel op korte afstand ten noorden van het plangebied kunnen archeologische resten verwacht worden vanaf de Bronstijd. Naar verwachting liggen er oeverafzettingen van tenminste 2 m dikte op

14

bron: Tol e.a., 2006. 22

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

veen-/komafzettingen. Archeologische resten uit verschillende perioden vanaf de Bronstijd kunnen op meerdere stratigrafische niveaus in de oeverafzettingen worden aangetroffen. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Archeologische resten vanaf de Volle Middeleeuwen liggen waarschijnlijk in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. Onderstaande tabel geeft in het kort de archeologische verwachting weer: PERIODE

COMPLEXTYPE

DIEPTELIGGING

KENMERKEN

Volle Middeleeuwen - Nieuwe tijd -

nederzetting

circa 20-50 cm –mv

resten van bewoning, baksteen, paalkuilen, aardewerk, verbrande leem

Vroege Middeleeuwen - Bronstijd

nederzetting

20-200 cm –mv

(paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d..

VroegNeolithicumLaatNeolithicum

nederzetting

200 – 600 cm -mv

(paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d..

Laat paleolithicum – vroeg neolithicum

extractiekamp

600 – 700 cm -mv

vuursteen- en houtskoolconcentraties, ondiepe haardkuilen

Tabel 2. Gespecificeerde archeologische verwachting. Rood: hoge verwachting; oranje: matige verwachting; geel: lage verwachting.

23

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Bij het uitzeten van de boringen binnen het plangebied is rekening gehouden met de aanwezige bebouwing. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld15 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van vier verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.

De NAP-maaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 10. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 9.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Boring 3 is gestuit op recent puin. Boring 2 bestaat tot op een diepte van circa 70 cm mv (0.61 m- NAP) uit een opgebrachte grondlaag met puin, baksteenfragmenten en kolengruis. In boring 4 is tot een diepte van circa 130 cm -mv (0.25 m- NAP) een opgebrachte laag zand aanwezig waarin klei- en baksteenfragmenten zijn vermengd. Deze lagen betreffen de recente tot subrecente ophogingen. De ophoging van het terrein ter hoogte van boring 3 en 4 is waarschijnlijk uit de jaren ’80, gezien de op de

15

Raad, de 2020 24

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

topografische kaart uit 1988 geconstateerde ophoging (zie afbeelding 8). Naast de huidige boerderij die uit 192616 dateert is boring 2 gezet. De daar opgebrachte laag is toen mogelijk ook opgebracht gezien de aanwezige bijmengingen van puin, baksteenfragmenten en kolengruis. Onder de opgebrachte laag is in boring 2 en 4 sprake van een sterk siltig, zwak humeuze kleilaag vanaf 70 en 130 cm –mv. In boring 2 en 4 is afgaande op de kleurverschillen in het profiel een begraven A-horizont aanwezig van respectievelijk 40 en 10 cm, bovenin de oeverafzettingen. Vanaf 110 cm en 140 cm –mv zijn in wezen de oeverafzettingen zonder bodemvorming aanwezig, bestaande uit zwak humeuze, sterk siltige klei (C-horizont). In boring 2 wordt deze laag op een diepte van circa 190 cm mv (-0.89 m- NAP) opgevolgd door een matig humeuze, sterk siltige kleilaag met wat plantenresten (laklaag). Alleen in boring 1 is een enigszins oorspronkelijke bodemopbouw aanwezig, zonder duidelijke opgebrachte lagen. Van beneden naar boven is in boring 1 vanaf 250 cm –mv (1,58 m –NAP) broekveen aanwezig. Vervolgens is van 90 tot 190 cm –mv sterk siltige klei aanwezig (oeverafzettingen), met vanaf 230 cm –mv (1,38 m –NAP) wat hout- en plantenresten, op de overgang naar het onderliggende broekveen. Vanaf 90 cm –mv (0,1 m –NAP) is een zwak humeus, sterk siltig kleipakket aanwezig.

In deze oeverafzettingen bevindt zich een laklaag bestaande uit matig humeuze, sterk siltige klei met wat plantenresten vanaf 165 tot 175 m –mv (0,73 tot 0,78 m –NAP). Bovenop deze afzettingen is een dikke A-horizont van maar liefst 90 cm dikte aanwezig. De bovenste 40 cm bestaat uit zwak humeuze, sterk zandige, zwak grindige klei met wat roestvlekken en de onderste 50 cm bestaat uit zwak humeuze, sterk siltige klei met wat roestvlekken en wat schelpresten. Mogelijk is de bovenste subhorizont (0 tot 40 cm – mv) in een keer opgebracht. De bodem met een dikke A-horizont is karakteristiek voor een oude woongrond. .

4.3RESULTATEN: ARCHEOLOGIE

In de boringen zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen die aan een vindplaats gekoppeld kunnen worden. Boring 3 is gestuit in een verharding. In boring 4 is een (sub)recent, opgebrachte laag van 130 cm dikte aangetroffen op ongeveer dezelfde hoogte als boring 3. Volgens de topografische kaart uit 1988 is het terrein, zoals ook uit boring 4 kan worden geconcludeerd opgehoogd, terwijl in boring 2 een ophoging aanwezig is met een bijmenging van steenkolengruis, baksteen en houtskool van 70 cm dikte. De 90 cm dikke A-horizont in boring 1, al is deze mogelijk enigszins opgehoogd met een 40 cm dikke bouwvoor, kan doorgaan als oude woongrond. Verder zijn intacte oeverafzettingen op broekveen (gegroeid in een komgebied) aanwezig. De onverstoorde oeverafzettingen bevinden zich op een aanzienlijke diepte 90 tot 140 cm, omdat onder de opgebrachte grond in boring 2 en 4 ook nog een A-horizont aanwezig is tot respectievelijk 110 en 140 cm –mv. Om die reden bevindt een eventueel archeologisch niveau zich waarschijnlijk onder de verstoringsdiepte. Wel is er in twee van de vier boringen op aanzienlijke diepte (circa 170 en 190 cm -mv) een laklaag aangetroffen.

16

Pers. Comm. eigenaar Loes Schouten 25

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

5C

ONCLUSIE EN VERWACHTING

Bij twee van de vier boringen is tot aanzienlijke diepte sprake van een recent opgehoogd pakket en één boring is gestuit op het recente puin, terwijl de A-horizont in boring 1 een diepte van maar liefst 90 cm -mv. Onder de opgebrachte grond en dikke A bevindt zich een onverstoord pakket oeverafzettingen met op een aanzienlijke diepte een laklaag, met daaronder een veenpakket. Algemeen zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Archeologische relevante lagen of eventuele vindplaatsen worden door de geplande bodemwerkzaamheden niet bedreigd omdat de maximale verstoringsdiepte waarschijnlijk 80 cm –mv zal zijn.

26

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

6S

ELECTIEADVIES

Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is aangetoond dat de bodem tot op een aanzienlijke diepte is opgehoogd of uit een dikke A-horizont bestaat. Daaronder bevindt zich wel een intact bodemprofiel, maar zijn er geen archeologische indicatoren of anderszins directe aanwijzingen voor archeologische sporen aanwezig. De intacte bodemopbouw ligt onder de voorziene verstoringsdiepten, in ieder geval waar de voornaamste bodemingrepen zijn voorzien. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Houten, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer B. Peters. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

27

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Boer, A. 2014. Bureau voor Archeologie Rapport 2014.01 Overeind 33, Schalkwijk, gemeente Houten: een bureau- en booronderzoek. Utrecht. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht University. Hessing, W.A.M, en K. Klerks. 2007. “Toelichting op de archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten voor het grondgebied van de gemeente Houten Inventarisatie, onderbouwing en vertaling naar het ruimtelijk beleid.” Vestigia rapport V335. Amersfoort: Vestigia BV. Raad, J.H.M. 2020. PVA ivo-verkennend Schalkwijk, Schalkwijk, Houten. Leuvering, J.H.F. 2019. Plangebied Bypass Marckenburgerwetering te Schalkwijk, gemeente Houten; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. Weesp. RAAP. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989.

Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Norde, E. 2007. Archeologisch onderzoek voor een ontwikkeling te Schalkwijk - fase 3 gemeente Houten Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (IVO-B). Houten. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com ruimtelijkeplannen.nl

Gebruikte kaarten

Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd

28

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

op 5/26/2020 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 5/28/2020 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 5/26/2020 Beleidskaart. Bron: gemeente Houten. Geraadpleegd op 5/28/2020 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 5/26/2020 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 5/26/2020 Vos, P. & S. de Vries, 2013. 2e Generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0), Deltares, Utrecht. Op 21 juli 2017 gedownload van www.archeologieinnederland.nl Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 5/26/2020 Verwachtingskaart. Bron: gemeente Houten. Geraadpleegd op 5/26/2020

29

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

30

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

31

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

32

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

33

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

gwk

34

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 6 BODEMKAART bodem

35

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

36

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 8 BOORBESCHRIJVINGEN DINOLOKET

37

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 9 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

38

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

BIJLAGE 10 BOORSTATEN VELDONDERZOEK

39

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

40

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Overeind 22 te Schalkwijk, gemeente Houten (UT)

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=4bbd296b-bbf5-4a8a-be37-0fb85e0243d7