8 toelichting_Bijlage 6 Ecologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Ecologisch flitsonderzoek (Quick scan)
Overeind 22, Schalkwijk
Eco-line Ecologisch Onderzoek en -Advies Frambozengaarde 1 3992 KC Houten
1 Inhoud 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Inhoud ........................................................................................................................2 Opdracht Flitsonderzoek (Quick-scan) .......................................................................3 Locatie ........................................................................................................................4 Methode ....................................................................................................................5 Resultaat ....................................................................................................................5 Conclusie ....................................................................................................................8 Aanbeveling ...............................................................................................................8 Bijlagen.......................................................................................................................9 Literatuur .................................................................................................................10
Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door Eco-line. Ecologisch adviesbureau Eco-line is opgericht door bioloog M.C.J. van Leeuwen. Eco-line is gevestigd op Frambozengaarde 1 te Houten en is al ruim 20 jaar actief in de branche Ingenieurs en overig technisch ontwerp- en advies. Het bedrijf is bij de kamer van koophandel geregistreerd onder KvK nummer 30210632.
\
Foto omslag: Vooraanzicht te slopen stallen, 16-05-2020 (M. van Leeuwen)
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
2
2 Opdracht Flitsonderzoek (Quick-scan) Op verzoek van de eigenaren, dhr. Jurjen van Rossum en Loes Schouten , onderzocht ik als ecoloog de opstallen aan het Overeind 22 te Schalkwijk. Het flitsonderzoek is uitgevoerd ten behoeve van aan te vragen sloopvergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Hierin staan beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Vanwege de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet komen te vervallen. Zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming zijn nu in de Wet natuurbescherming geregeld.. Er gaat ongeveer 20 m2 regulier gazon (*zie bijlage) verloren voor de geplande bebouwing. Aan de overige erfbeplanting zullen geen werkzaamheden plaatsvinden, afgezien van regulier onderhoud. Erfflora en -Fauna zijn derhalve buiten beschouwing gelaten. De opdrachtgever onderstreept het streven naar het behoud en zeer wezenlijke uitbreiding van de (aanwezige) natuurwaarden en laat zich derhalve zorgvuldig in een vroeg stadium ecologisch adviseren. Voorliggend flitsonderzoek illustreert dit. Doel van het hier beschreven onderzoek is een indruk te geven van het mogelijke gebruik van de betreffende opstallen door beschermde dieren zoals bijvoorbeeld vogels (uilen), vleermuizen en/of marterachtigen.
Zicht op de binnenkant van de stal, nu in gebruik als kippenverblijf.
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
3
3 Locatie Het betreft de opstallen aan de Overeind 22 te Schalkwijk. Een oud gebied met landschapselementen dat voorheen werd gekenmerkt door een goede biodiversiteit maar door intensief agrarisch gebruik ernstig is verarmd. Eigenaren zijn vastbesloten dit proces terug te draaien en hebben daar ook goede plannen voor, mede geadviseerd door de gemeente Houten (dhr, K. Helling) en Landschap Erfgoed Utrecht. De coöperatie ‘Land van Ons’, die gericht is op systematisch biodiversiteitsherstel, is ook al benaderd om belangstelling voor een deel van de achterliggende gronden (tot voor kort intensief gebruikt weiland) te peilen. Dit was mede aanleiding om dit flitsonderzoek extra zorgvuldig uit te voeren om een soort nulmeting te verkrijgen. Binnen de rode contouren de onderzochte opstallen.
A > B C
Overzicht van de locatie (google earth 17-05-2020)
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
4
4
Methode De locatie is op 20 april en 16 mei 2020 bij daglicht bezocht en zowel vanaf buiten als van binnen visueel onderzocht op (sporen van) gebruik door dieren. Zo laten bijvoorbeeld vleermuizen herkenbare prooiresten en ontlasting achter. De zoogdiervereniging geeft cursussen met bouwkundige criteria voor de waarschijnlijke aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen. We volgenden deze cursus en hanteren voor dit rapport deze criteria. Ook marters laten prooiresten, en keutels, achter op specifieke plaatsen en met een karakteristieke geur. Kieren en scheuren bij boeiborden en dakgoten, en aansluitingen van dakdelen die mogelijk onderdak zouden kunnen bieden aan vogels en/of vleermuizen of andere kleine zoogdieren zijn zonodig onderzocht met behulp van een endoscoopcamera. Van alle plekken zijn foto’s gemaakt.
5 Resultaat De constructie van de opstallen is dusdanig dat daar op basis van expertise de kans op gebruik door beschermde dieren zo goed als uitgesloten kan worden. Er zijn nergens sporen van gebruik, ook niet door bijvoorbeeld huismussen. Lage spleten zijn in het algemeen minder in trek bij vleermuizen vanwege kwetsbaarheid voor katten en andere rovers.. Kieren bij de afdichting van de dakgoten zijn erg klein en tonen ook geen sporen van bewoning. De achterliggende stal en het annex fietsenhok zijn van een andere constructie en daar is in meer detail gekeken naar sporen van diergebruik. Het plafond hiervan heeft loslatende isolatieplaten. Op plaatsen waar deze platen loshangen kan hier en daar daglicht worden gezien, wat betekent dat de tussenliggende ruimte toegankelijk is voor kleinere zoogdieren en vogels. Het betekent ook dat de ruimte thermisch zeer instabiel is en daardoor ongeschikt voor vleermuizen. Ook tussen de dakspantverbindingen zijn geen vleermuizen aangetroffen. En er waren ook geen prooiresten aanwezig. De ruimte zelf is goed schoon en in gebruik voor opslag van ingepakte huisraad. Daardoor zouden eventuele sporen als keutels en andere prooiresten duidelijk zichtbaar zijn. Er zijn geen oude huismusnesten aangetroffen en er is ook geen recente activiteit van huismussen geconstateert. Idem voor zwaluwen, merels en winterkoninkjes.
Hieruit blijkt dat er geen (frequent) gebruik van betreffende ruimtes wordt gemaakt door dieren. Nergens zijn sporen, prooiresten, dan wel uitwerpselen aangetroffen van beschermde diersoorten. Ook niet van niet-beschermde soorten, afgezien van spinnen en andere geleedpotigen.
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
5
Loshangende dakisolatie (in schuur A)
Verschillende rommelhoekjes, maar toch overzichtelijk (in B)
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
6
Potentieel zijn de opstallen van buitenaf goed toegankelijk voor dieren (in B)
Potentieel vleermuisverblijf onder dakafwerking.
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
7
6 Conclusie Er werden geen beschermde planten- of diersoorten aangetroffen in de opstallen en de betreffende grasstrook, noch sporen daarvan. Op basis van deze bevindingen zijn er vanuit de Wet Natuurbescherming (januari 2017) op dit moment géén belemmeringen voor de geplande werkzaamheden.
7 Aanbeveling NB: Vanuit de algemene zorgplicht ten aanzien van wilde fauna dient bij de werkzaamheden rekening te worden gehouden met mogelijk toch voorkomende dieren. Verplaatsing van dieren is gebonden aan ontheffingen en dient door een ecologisch bureau te worden uitgevoerd. Drs. M.C.J. van Leeuwen, ecoloog
Eco-line Houten, 18 juni 2020 Eco-line@hetnet.nl
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
8
8 Bijlagen Gazon Het streepje gazon dat zal verdwijnen, omkaderd door gele lijn. Nader onderzoek bracht geen beschermde plantensoorten aan het licht.
Gazon met: Kweekgras (Agropyon repens) Straatgras (Poa annua) Grassoorten door maaibeheer niet alles op soort te brengen. Verder: Witte klaver (Trifolium repens) Vijfvingerkruid (Potentilla reptans) Paardenbloem (T. officinale) Moerasspirea (F. ulmaria, 1 jonge zaailing) Madeliefjes (B. perennis) Kompassla/streepzaad (nog te klein om te determineren) Hondsdraf (Glechoma hederacea)
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
9
9 Literatuur
Amfibieëngids van Europa Atlas van de Nederlandse zoogdieren; Atlas van Nederlandse vleermuizen; Bedreigde en kwetsbare vaatplanten in Nederland; basisrapport met voorstel voor de Rode Lijst; De Nieuwe Vlindergids; De Orchideeën van Nederland; Flora van de Lage Landen; Grassengids Habitattypen; Handboek Natuurdoeltypen; Handleiding broedbiologisch onderzoek Steenuil. Handleiding Ecologisch Onderzoek, onderdeel flora en fauna; Herkenning van Nederlandse vleermuissoorten Meerjarenprogramma Uitvoering Soortenbeleid 2000-2004 Natuurvoorzieningen aan Gebouwen Rode lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren in Nederland; Rode Lijst van de Nederlandse Broedvogels; Soorten van de Habitatrichtlijn Sprinkhanen en Krekels, Veldgids Topografische Inventarisatieatlas voor Flora en Fauna van Nederland Veerkracht. Hoe de kerkuil terugkeerde in Midden-Nederland Veldgids Nederlandse Flora Veldgids Europese Zoogdieren Vleermuizen in en om het Huis Vlinders en Rupsen; Vogels van Europa Waarnemen en Herkennen van Amfibieën en Reptielen in het Veld;
Nollert, A. en C. Nollert Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J. B. M. Thissen, Limpens, H. J. G. A., K. Mostert & W. Bongers, Meijden, R. van der, B. Odé, C.L.G. Groen, J.P.M. Witte & D. Bal,
Tirion, Baarn, 2001 KNNV Utrecht, 3e druk 1992
Tolman & Lewington, Kreuz & Dekker J. Marijnissen, Aichele & Schwegler Janssen, J. en Schaminee, J. Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Haveman, et al., Van Harxen, R. & Stroeken, P.
Tirion, Baarn 1994 Sechel & Kreuz, Landgraaf 2000 Tirion, Baarn 2000 Tirion, Baarn 2002 KNNV, Utrecht 2003 Ministerie van LNV, ’s-Gravenhage 2001
Provincie Utrecht, H. Limpens & H. Hollander
KNNV Utrecht 1997 Gorteria 26 (4): 85-208. 2000.
STONE steenuilen overleg Nederland, Heiloo, 2011. Provincie Utrecht, 2002.
Ministerie van LNV
Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming 2001 Ministerie van LNV,’ s-Gravenhage, 2000.
Stichting Bouwresearch Lina, P. H. C. & G. van Ommering,
Rotterdam , maart 1999 1994
Vogelbescherming, en anderen, Janssen, J. en Schaminee, J. Kleukers, R. en R. Krekels Huigen, P. en Vogel, R.
Tirion, Baarn 2005 KNNV, Utrecht 2004 KNNV Utrecht 2004 Vogelbescherming, Zeist 2007
Marc van Leeuwen et al
Werkgroep Kerkuilen Utrecht en West Betuwe, Houten 2012 KNNV, Utrecht 2000 KNNV, Zeist 2010 Stichting LB Gelderland –VZZ Tirion, Baarn 1995 Thieme, Baarn 1994 RAVON, Nijmegen 1993
Henk Eggelte, Peter Twisk et. Al. Thomas Ruckstuhl, Lars Jonsson, Lenders et. Al.,
Eco-line flitsonderzoek – Overeind 22, Schalkwijk, april/mei 2020
10