8. Reacties maatschappelijke partners Houten IRP.docx
Tekst van het document
Reacties maatschappelijke partners op Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 Inhoudsopgave p.
organisatie
2.
Veilig Verkeer Nederland
3.
Milieuwerkgroep Houten
4.
Opgewekt Houten
6.
Nederlandse Fruittelers Organisatie
8.
Jacob Batema (op persoonlijke titel, betrokken bij Coöperatie Duurzaam Eiland)
9.
Viveste
10.
Fietsersbond Houten
11.
Ondernemend Houten
1
Veilig Verkeer Nederland Hallo Liselotte, De reactietermijn is al verstreken, maar ik reageer toch nog even. Ik heb het document selectief doorgebladerd en gelezen. In de basis is de inhoud vooral gericht op een beleid met een vrij hoog abstractieniveau. De opbouw van het document is sterk gebiedsgericht, maar mobiliteit gaat over deze grenzen. Daar zou veel meer aandacht aan besteed moeten worden. Vervolgens worden er veel concrete projecten genoemd, zonder dat daar een (goede) onderbouwing wordt gegeven van nut en noodzaak. Als voorbeeld noem ik de SFR’s die genoemd worden, waarbij het niet duidelijk is voor wie deze een goede schakel zouden (kunnen) zijn en wat het te verwachten gebruik is. Er wordt een SFR genoemd tussen Wijk bij Duurstede en Houten langs het AmsterdamRijnkanaal. Maar ik zie nergens iets staan voor nut en noodzaak in relatie tot de ontwikkellocaties voor wonen en werken. Fietsen langs het AR-kanaal is natuurlijk aantrekkelijk vanwege de rechte lijn, maar hoeveel fietsers zijn er te verwachten tussen bv Wijk bij Duurstede en Houten of Nieuwegein. Daar zal een duidelijke onderbouwing voor moeten komen en een heldere kosten/bastenafweging.
Anders gaat het net als bij de ‘van Dam naar Dom route’ langs het andere deel van het AR-kanaal van rond de eeuwwisseling (het is nog steeds de vraag hoeveel (meer) fietsverplaatsingen dit heeft opgeleverd in verhouding tot de investeringen). In het document ligt de nadruk erg op het wiel en de spaken en die laatste zijn vooral gericht op Utrecht als de wiel-as waar alle spaken op gericht zijn. Een ander voorbeeld is de SFR Gorinchem – Utrecht – USP, die is zo lang dat de vraag is of werknemers op USP die in Gorinchem e.o. wonen zullen overstappen naar de fiets. Vanwege het abstractieniveau blijft het bij een paar algemene opmerkingen. Met vriendelijke groeten, Bert Henzen
2
Milieuwerkgroep Houten Beste Gerco, Via Frank Magdelyns kregen wij de concept-visie U16TRECHT GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN, INTEGRAAL RUIMTELIJK PERSPECTIEF onder ogen. De visie is interessant en integraal, en omvat een zo complexe materie dat het moeilijk is om er als buitenstaander een reactie op te geven. We zouden eerst een analyse en een verhaal over het voorafgaande proces willen zien. Toch een paar opmerkingen. De visie lijkt primair gestoeld op een omvangrijke en complexe bouwopgave voor de hele regio. Daarbij komen uitdagingen op alle gebieden, niet alleen energie en woningbouw, maar ook water, natuur en landschap. Er liggen een paar hoofdlijnen, maar er moet heel veel worden uitgewerkt. Hoe gaan de overheden hiermee om? Ligt er een afspraak om dit gezamenlijk op te pakken? Hoe verloopt de samenwerking? En wat als een van de gemeenten zijn deel niet gaat uitvoeren? In de regio ten zuiden van Utrecht is de integrale ontwikkeling van de as rond de A12 van essentieel belang, incl. het nieuwe OV-knooppunt Lunetten-Koningsweg. Er moeten daar ook veel woningen komen. Deze as ligt voor een deel aan of op het grondgebied van de gemeente Houten. Welk commitment heeft de gemeente voor de ontwikkeling van de as? Wat de bouwopgave in Houten zelf betreft neemt men in de visie de ruimtelijke koers als uitgangspunt.
Dat is een probleem want die bestaat niet meer. In de visie wordt het debat rond de ruimtelijke koers wel genoemd (pag 61), maar alle illustraties en schetsen gaan uit van het plan dat in het referendum en daarna in de gemeenteraad is verworpen. Wij zijn heel benieuwd wat er uit de onderzoeken naar Houten-oost (woningbouw) resp. Houten Noordwest (woningbouw, herstructurering bedrijventerrein nabij de A27) zal komen. Het lijkt ons dat er eerst een debat over deze onderzoeken moet komen voordat Houten verder kan werken met de visie. Het is goed om ook maatschappelijke actoren hierbij te betrekken. Toch op voorhand een inhoudelijke reactie op de visie. Wij zijn blij met de opties voor groen die aansluiten bij wat al in de ruimtelijke koers stond aangegeven: een ‘Houtense Rijn’ en het groene scheggenverhaal voor de Waterlinies. Ook komt duidelijk naar voren dat bos Nieuw Wulven verbonden dan wel uitgebreid moet worden met andere en nieuwe groengebieden. Wij pleiten ervoor deze groene opties niet te laten verwateren, en als een hard element uit de visie te onderschrijven en verder uit te werken. Als Milieu Werkgroep Houten willen we gaarne worden betrokken bij het vervolg van het planproces. Met vriendelijke groet, voor de Milieu Werkgroep Houten, Ben Hermans Jacco Hoogendoorn
3
Opgewekt Houten beste mevrouw Smeets, Het college van Houten bij monde van Bregje Tettelaar Coöperatie Opgewekt Houten uitgenodigd om te reageren op het Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de samenwerkende gemeenten in de regio U16 vanuit onze expertise en deze reactie aan u te versturen. Bij deze. De nota omschrijft een ambitieus en veelomvattend perspectief, wat zeker ook complimenten verdient. Als COH (energiecoöperatie) beperken we onze reactie tot het energievraagstuk. De doelen die rond energie in de nota zijn gesteld zijn in lijn met de RES en zijn gebaseerd op de pijlers energie besparen, omschakelen naar duurzame technieken en benutten van duurzame energiebronnen in de regio. Kwantitatief gezien is de nota ook gebaseerd op de RES en onderliggende studies. In de nota is het thema energie onderwerp op de pagina's 69 en 93-95. Zoals wij overzien worden de juiste prioriteiten gesteld. Daarbij voorzien wij wel een aantal aandachtspunten: 1. Wat opvalt is dat de visie op locaties voor duurzame energie-opwek als een apart element wordt bezien. Waar wonen, werken en mobiliteit duidelijke onderwerpen zijn die in samenhang een plaats krijgen in de ruimtelijke perspectieven van de deelgebieden, is energie-opwek dat niet. Het aanwijzen van gebieden voor die opwek wordt als een apart traject voorzien.
Begrijpelijk, gezien de gevoeligheid, maar daarmee wordt wel een kans gemist om het juist in verbinding en samenhang te doen met de andere ruimtelijke aspecten. Dit is extra een punt omdat in de nota ook wordt geconstateerd dat clustering van elektriciteitsopwekking wenselijk is vanuit netefficiency en maatschappelijke kosten perspectief. 2. Tegelijkertijd doet zich de vraag voor wat de voorziene ontwikkelingen op gebied van wonen, werken, mobiliteit (en recreëren) gaan betekenen voor de vraag naar energie. Zo rekent Houten er al op dat de voorziene uitbreiding energieneutraal is, wat nogal ambitieus lijkt. Dat zal breder het geval zijn. De kans, dat de opgave voor duurzame opwek groter zal worden dan nu voorzien, is nogal groot. Die onzekerheid is niet meegenomen in de visie. 3. Er wordt terecht gewezen op de noodzaak tot participatie. Tegelijkertijd moet worden onderkend dat participatie niet het toverwoord is voor succes. Vooral voor windmolens geldt, dat er zorgen zijn rond het gezondheidseffect en speelt de vraag of vigerende afstandsnormen in dat opzicht nog wel volstaan. De mogelijke effecten van duurzame opwek op leefbaarheid is geen onderwerp van de visie. Het is echter wel wenselijk hier aandacht aan te besteden. 4. De vraag is of er voldoende recht wordt gedaan aan de urgentie. Doelen worden gesteld voor 2030, 2040 e.v.
De realiteit is dat er op korte termijn dan al investeringsbeslissingen moeten worden genomen. De ervaring is dat het langdurige trajecten zijn tussen plan en realisatie. En wat minstens zo belangrijk is: de netbeheerder moet weten waaraan hij toe is. Zolang er geen besluiten zijn genomen door gemeenten over de aan te leggen opwek kunnen zij niet besluiten over netverzwaring. En die besluiten moeten zij wel op redelijk korte termijn nemen om klaar te zijn voor die beoogde opwek. Het is derhalve belangrijk de zoekgebieden voor duurzame elektriciteit opwek, die nu nog in het IRP ontbreken, op korte termijn vast te stellen. Daarbij al rekening houdend met de opgave na 2030. 4
Met vriendelijke groet, Geert Gerritse Bestuurslid Coöperatie Opgewekt Houten
5
Nederlandse Fruittelers Organisatie
6
7
Jacob Batema (op persoonlijke titel, betrokken bij Coöperatie Duurzaam Eiland)
8
Viveste (informele! reactie) Hallo Cees, Hierbij zoals gevraagd een korte reactie mijnerzijds, dit is niet noodzakelijkerwijs de zienswijze of reflectie van Viveste. Deze email dient dan ook niet gelezen te worden als een formele zienswijze van Viveste. Het IRP is door de U16 gemeenten opgesteld en uitkomst van een proces waarin de afgelopen jaren in fasen aan is gewerkt om tot een gezamenlijke visie en integraal perspectief te komen. Zoals op verschillende plekken in het document beschreven staat, is het geen eindbeeld maar bevat het een strategie en een adaptief ontwikkelpad. Het gaat om ‘flexibiliteit en adaptief meebewegen met de veranderende context’ en ‘het langjarig met elkaar scherp sturen en monitoren om de benoemde opgaven te realiseren’. Vanuit dit oogpunt zie ik ook een logische doorvertaling naar de lokale context, waarbij we ons in hoofdzaak richten op de sociale woonopgave. Ik herken de gekozen verstedelijkingsstrategie (o.a. ‘wiel met spaken’, binnenstedelijk verdichten nabij OV knooppunten) en de voorkeur voor het realiseren van meer stedelijke woonmilieus. Keuzes die ook (deels) zijn gemaakt in het Ruimtelijke Koers document en doorklinken in onze huidige portefeuillestrategie.
In aansluiting daarop lees ik in het IRP dat er gebouwd wordt voor de doorstroming, ook een belangrijk onderwerp in onze portefeuillestrategie: we kiezen ervoor om meer balans aan te brengen in onze woningportefeuille en voornamelijk compacte 2- en 3 kamer appartementen toe te voegen in stedelijke woonmilieus wat leidt tot een betere bezetting en gebruik van de sociale woningvoorraad. Een groot deel van de huidige voorraad aan grondgebonden woningen kent in 2040 immers andere bewoners en de verkleining van huishoudens plus vergrijzing vragen om andere woonvormen. De geformuleerde (regionale) woon opgave is herkenbaar en sluit aan bij de opgave zoals geformuleerd in onze portefeuillestrategie, waarbij we lokaal op de best passende wijze er invulling aan willen geven. ‘Samen krijgen we meer voor elkaar’ staat er in het IRP en dat onderschrijf ik. Bij de realisatie van de geformuleerde opgave (zo weinig mogelijk uitleglocaties), zie ik een gebrek aan geschikte bouwlocaties als een continu belangrijk aandachts-/knelpunt. Ook het binnenstedelijk verdichten om ruimte te behouden voor landschap, water en groen, leidt tot het risico van onrendabele toppen (zie ook p145) en een onhaalbare business case voor sociale woningbouw.
Gezamenlijke werksessies met de gemeente, korte (informele) lijnen en meerjarige samenwerkingsafspraken zie ik als goede instrumenten om te komen tot een gedeelde uitvoeringsstrategie voor sociale woningbouw (hoeveel woningen, welke woningen, waar en wanneer). Door gezamenlijk op te trekken richting provincie en Rijksoverheid zijn er wellicht goede mogelijkheden om onrendabele toppen af te dekken. Met vriendelijke groet, René Vernooij Coördinator Assetmanagement
9
Fietsersbond Houten Hallo Liselot, Hierbij desgevraagd een reactie op zowel de Contourenschets als het Concept-IRP. Het ambitieniveau in de Contourenschets is vrij stevig, en wij ondersteunen dit als Fietsersbond van harte. Wat wij echter missen bij het onderdeel over snelfietsroutes (vanaf de 12e pagina) is de expliciete vermelding van de snelfietsroute USP-Houten-Culemborg en verder richting Den Bosch. Deze fietsverbinding is (zij het met stippellijn) wel ingetekend als potentiële snelfietsroute 2027-2040, maar de Fietsersbond dringt er bij de gemeente op aan om in het overleg met de provincie de realisering van deze route een hogere urgentie te geven. Het zelfde geldt voor de doorfietsverbinding Houten-Wijk bij Duurstde (langs het ARK) : ook deze is met een duidelijk mindere prioriteit slechts als stippellijn op genomen in het kaartje van pag. 12. FBH dringt er op aan te bewerkstelligen dat deze route met meer voorrang behandeld wordt. Ook in het Concept-Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de samenwerkende gemeenten in de regio U16 ontbreekt helaas de verbinding naar Culemborg (zie blz. 109): vrijwel alles wat niet in de U16-regio ligt blijft buiten beeld. Dit is des te opvallender omdat het rapport tegelijk constateert: "De opgave voor mobiliteit is groot en is niet door de regio alleen op te lossen.
De belangrijkste infrastructuur voor wegen en spoor wordt beheerd door het Rijk, waardoor samenwerking tussen bestuurslagen essentieel is. Daarbij komt dat veel van het verkeer in de regio een bestemming en/of oorsprong buiten de regio heeft. De drukte op de weg en in de trein wordt dus voor een aanzienlijk deel bepaald buiten onze regio". (zie pag.20). Uit recente overleggen met buurafdelingen (Culemborg, Buren, West-Betuwe, Wijk bij Duurstede e.d.) en met bestuurders/staten- en gemeenteraadsleden in Gelderland en Utrecht blijkt dat er draagvlak voor interregionale routes die ook provinciegrenzen overschrijden aanwezig en zelfs groeiende is . Uit onze contacten met Culemborg en Geldermalsen blijkt bijvoorbeeld dat er een sterke oriëntatie op Utrecht is voor wat betreft werk en studie. In Culemborg stelt men vast dat dat in toenemende mate woningzoekenden uit de regio Utrecht hun heil daar zoeken voor het vinden van een betaalbare woning. Dit gevoegd bij het al bestaande werk- en studieverkeer genereert uiteraard groei van de mobiliteit tussen de regio Utrecht en de regio Rivierenland. Daardoor is de doorfietsverbinding tussen de regio's met een fietsbrug over de Lek volgens de Fietsersbond noodzakelijk.
Bovendien sluit dat aan bij de ontwikkeling van de fietsroute F2 (ter ontlasting van de A2) van Den Bosch naar Utrecht , waarvan het deel Den Bosch -Zaltbommel nu in uitvoering is. Het verdere traject naar Culemborg en Utrecht is opgenomen in het Regionaal Fietsplan Rivierenland (zie bijlage). Als positief ervaren wij dat (in tegenstelling tot de Contourenschets, zie hier boven) de verbinding Houten -Wijk bij Duurstede wel in het concept-IRP is opgenomen. Dit geldt niet voor de doorfietsverbinding Houten- Bunnik - USP (zgn. snelfietsroute oost), maar wellicht heeft dit er mee te maken dat deze route al in de provinciale planning is opgenomen. Wij hopen en verwachten dat de gemeente deze (gecombineerde) reactie op juiste waarde weet te schatten en mede zal betrekken in de verdere besluitvormingsprocedure. Graag blijven wij op de hoogte van de verdere ontwikkelingen voor wat betreft het Nationaal Toekomstbeeld en het IRP! Met vriendelijke groet, mede namens het bestuur, Johan Jol, secretaris FBH. 10
Ondernemend Houten Geacht college, Middels bericht van 12 april ’21 ontvingen wij de uitnodiging om te reageren op het concept, waarop wij hierbij graag ingegaan. Het bestuur heeft met belangstelling kennis genomen van het rapport en zien hier samengebracht wat op eerdere momenten reeds in afzonderlijke deel -onderwerpen is gepubliceerd. Een complexe uitdaging! Als Ondernemend Houten gaat onze aandacht met name uit naar de in onze gemeente aanwezige bedrijvigheid: Dus de Bedrijventerreinen en de Kantoor- en Winkelgebieden, en in samenhang daarmee de mobiliteit en leefbaarheid. Voor wat betreft de Winkelgebieden volgt de ontwikkeling in Houten het landelijke beeld van afname van de vierkante meters. De Retailvisie blijft wat ons betreft leidend. Dat geldt ook voor het oppervlakte aan Kantoorruimte; ook daar neemt de gevraagde oppervlakte af, in het kader van een landelijke trend. Wel zien wij het als een aandachtspunt dat er in de toekomst (2020-2040) kantoorruimte voorzien wordt bij OV centra, zoals het (voorgestelde) te ontwikkelen gebied Lunetten/Koningsweg. Terwijl de Molenzoom nu juist in de huidige jaren veel leegstand kent en mede daarom wordt omgebouwd tot woningen. Het lijkt erop dat hier het tempo bepalend is (het lang leeg laten staan van de kantoren is geen optie), maar wel tot gevolg heeft dat de Molenzoom goeddeels aan de Kantorenmarkt onttrokken zal worden.
Dit speelt wel een rol in de verhouding arbeidsplaatsen ten opzichte van inwoners dan wel beroepsbevolking. Het is immers bekend dat onze gemeente een lage verhouding kent wat dat betreft, gerelateerd aan de omliggende gemeenten. En die cijfers die in de stukken ‘Ruimtelijke koers’ zijn opgenomen, zijn ongetwijfeld achterhaald door de actualiteit; vermoedelijk ligt bedoelde verhouding nog ongunstiger. En dat baart zorg voor de mobiliteit (de beroepsbevolking in Houten werkt buiten de gemeente) en de leefbaarheid (wonen en werken in dezelfde gemeente heeft een positieve invloed op de sociale coherentie en daarmee de leefbaarheid). In het licht van het voorgaande is het des te interessanter dat er voor Bedrijventerreinen een significante toename van de vraag wordt ingeschat tot 2040 blijkens het IRP. En daar zien we voor Houten wel mogelijkheden. Daarbij kan worden gedacht aan een combinatie van feiten die in samenhang bezien de aandacht vestigen op de Doornkade en de belendende ongeveer 6 hectare ten oosten van de A27 (Hof van Wulven): -Binnen 300 meter van de A27 kan woningbouw niet plaatsvinden volgens de Raad -Revitalisatie van de Doornkade is gewenst blijkens de Ruimtelijke Koers. In hoeverre dat hoogst actueel is kan worden betwist, nu leegstand ook verband kan houden met gemeentelijke plannen tot woningbouw, waarop werd/wordt gewacht.
-Gegeven de ontwikkelingen als digitaliseren en robotisering wordt een ander profiel Bedrijventerrein voorzien blijkens het voorliggende rapport; er kan meer worden geïntensiveerd (minder parkeerplaatsen) en de hoogte kan meer worden benut. In die toekomstige (dus niet de huidige) situatie is ‘mengen’ van wonen en werken op de Doornkade eerder voor de hand liggend. 11
-De ontwikkeling van het gebied Lunetten/Koningsweg (Lunetten als intercitystation) maakt een ontsluiting van het gebied Doornkade/Hof van Wulven mogelijk volgens het IRP. -Op lange termijn kan bedrijvigheid in De Schaft mogelijkheden zien tot verplaatsing naar dit gebied, bijvoorbeeld bij groei van de onderneming. Wat resteert op De Schaft kan zich mogelijk beter lenen tot ‘mengen’ van wonen en werken. -Mogelijk ontwikkelt de bedrijvigheid zich veel sneller dan gedacht tot een schone activiteit, zonder lawaai, zwaar verkeer, gevaarlijke stoffen etcetera. Als dat de feiten worden of op enig moment blijken te zijn, kan Houten zich daarin invoegen. En kan ‘mengen van wonen en werken’ worden toegepast op Doornkade/Hof van Wulven. Voor wat betreft de Houtense ambitie om op het gebied van “Bedrijven” haar plek in te nemen in de Utrechts regio wordt nog het volgende opgemerkt. Houten is als Vinex locatie bekend, met een speciale en positieve connotatie; de stedenbouwkundige opzet met veel “groen en blauw” is (inter)nationaal geroemd en het begrip ‘fietsstad’ wordt steevast aan Houten gekoppeld. Deze combinatie maakt Houten populair om te wonen.
Kan die ‘reputatie’ niet worden uitgebreid en doorgevoerd naar de Bedrijventerreinen in Houten, zodat Houten als vestigingsplaats voor bedrijven meer en mogelijk evenzeer een uniek en aantrekkelijk profiel krijgt voor het type bedrijven waarvan belangstelling voor de U16 regio wordt verwacht? ? Het lijkt ons een goed idee om daar met u verder over van gedachten te wisselen; Hoe wordt Houten een ‘blikvanger’ voor die bedrijven? Natuurlijk is het ons niet ontgaan dat in het IRP in dit verband met name wordt gedacht aan de as Utrecht, USP, De Bilt, Zeist. Maar volgens Ondernemend Houten is daarmee niet gezegd dat Houten op de handen moet gaan zitten als in de U16 de bedrijventerreinen aan de orde zijn. Als laatste wordt nog opgemerkt dat in dit verband tevens gepleit wordt voor compleet op -en afrittenstelsel bij Bunnik, voor een optimale bereikbaarheid van Houten; een wervende kracht van Houtense bedrijvigheid die niet verloren mag gaan. Wij verwachten u hiermee voorshands voldoende te hebben geïnformeerd en zijn geïnteresseerd in uw reactie. Met vriendelijke groeten, Bestuur Ondernemend Houten Bram Alblas Peter de Rooij Joost Uytewaal
12