6 toelichting_Bijlage 4 Nader bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Nader bodemonderzoek Overeind 22 te Schalkwijk
Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv Postbus 74 Den Sliem 93 7140 AB Groenlo 7141 JG Groenlo TEL. 0544-474040 FAX. 0544-474049
TITELBLAD
Projectnaam
Overeind 22 te Schalkwijk
Projectnummer
MT-200289
Opdrachtgever
BJZ.NU
Adres Postcode en plaats
Versienummer
Twentepoort Oost 16 7609 RG te Almelo
1
Status
Definitief
Datum
31 augustus 2020
Vestiging
Groenlo
Opsteller
Dhr. J. Nijenhuis
Paraaf
Autorisatie Paraaf
Dhr. A.W. Ursinus
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ................................................................................................................................................................ 3 1.1
Achtergrond .................................................................................................................................................... 3
1.2
Kwaliteit.......................................................................................................................................................... 3
1.3
Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................ 3
1.4
Onafhankelijkheid ........................................................................................................................................... 3
1.5
Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 3
2.
VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen .................................................................................................................................. 4
2.2
Huidige situatie ............................................................................................................................................... 4
2.3
Voorgaande onderzoeken................................................................................................................................ 5
2.4
Conceptueel model ......................................................................................................................................... 5
3.
ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................................................................. 6 3.1
4.
Onderzoeksopzet ............................................................................................................................................ 6 RESULTATEN ............................................................................................................................................................ 7
4.1
Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 7
4.2
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................................... 7
4.3
Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................................................... 7
5.
CONCLUSIE............................................................................................................................................................... 8 5.1
Algemeen........................................................................................................................................................ 8
5.2
Conclusie en aanbevelingen............................................................................................................................. 8
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van BJZ.NU heeft Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een nader bodemonderzoek verricht aan de Overeind 22 te Schalkwijk (gemeente Houten). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een aangetroffen verontreiniging tijdens voorgaand verkennend bodemonderzoek. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er mogelijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, welke een belemmering kan vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRL-SIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters) en 2002 (nemen van grondwatermonsters). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico te Barneveld. 1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Technische Afspraak NTA 5755 (NTA 5755:2010 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’).
Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 9. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker(s), de heer N. ten Brinke. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen In juli 2020 is er door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo b.v. een verkennend bodem- en asbestonderzoek opgesteld onder projectnummer MT-200247. In dit onderzoek is een volledig historisch onderzoek uitgevoerd. Voor de historische informatie wordt derhalve verwezen naar het voorgaande bodemonderzoek dat is opgenomen in bijlage 8. In dit hoofdstuk worden enkel de relevante zaken besproken welke voor dit aanvullend onderzoek van belang zijn. 2.2 Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Overeind 22 te Schalkwijk (gemeente Houten). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Houten, sectie K, nummer(s) 673. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1700 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied ten zuidoosten van Schalkwijk. Het betreft een voormalig agrarisch erf waar een nieuwe twee-onder-een kap-woning wordt gebouwd. Verder wordt een bestaande woning gesplitst in twee woningen en wordt er een woning ondergebracht in een bestaande schuur. Op de locatie zullen bed-and-breakfast-faciliteiten worden gerealiseerd.
Figuur 1: Overzichtsfoto
4
2.3 Voorgaande onderzoeken In juli 2020 is door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: MT-200247. Destijds werden er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan zink, lood, PAK, nikkel, koper, cadmium, PCB en kwik en plaatselijk matig verhoogde gehalten aan lood aangetoond. In de ondergrond werden licht verhoogde gehalten aan lood en PAK aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met barium. Op basis van het matig verhoogde gehalte lood wordt een nader bodemonderzoek aanbevolen om de verontreiniging ter plaatse van boring 08 af te perken en na te gaan of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. 2.4 Conceptueel model Op basis van de resultaten van het voorgaande onderzoek is er mogelijk sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging op de locatie. De verontreiniging is in de bovengrond aangetroffen. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. Middels aanvullende boringen en analyses op lood zal worden getracht om de omvang van de verontreiniging in kaart te brengen en te bepalen of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en/of er sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. De onderzoeksopzet is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3.
5
3.
ONDERZOEKSOPZET
3.1 Onderzoeksopzet In eerste instantie worden er vier boringen rondom de aangetroffen verontreiniging geplaatst ter horizontale afperking. In de aangetroffen verontreiniging wordt een boring dieper doorgezet. Hiervan wordt de ondergrond ingezet om tot een verticale afperking te komen. Aantal boringen 5 tot ± 1,0 m-mv
Analyses grond 5* lood
6
4.
RESULTATEN
4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 10 augustus 2020. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur, oliewaterreactie en andere bijzonderheden. De bovengrond bestaat wisselend uit neutraalbruin, matig fijn zand en neutraalbruin sterk zandige klei. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit neutraalgrijs zwak siltige klei. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring 100 101 102 104
Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00 1,00 1,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,30 0,10 - 0,25 0,00 - 0,30 0,30 - 0,40
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
zwak puinhoudend Puin zwak zandig zwak puinhoudend Puin, zwak zandig
Zand
4.2 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Grondmonster 100-2 101-1 102-1 103-1 104-1
Traject (m-mv) 0,30 - 0,50 0,25 - 0,70 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30
Analyse Lood (Pb), Lutum + Organische stof Lood (Pb), Lutum + Organische stof Lood (Pb), Lutum + Organische stof Lood (Pb), Lutum + Organische stof Lood (Pb), Lutum + Organische stof
Motivatie Verticale afperking Horizontale afperking Horizontale afperking Horizontale afperking Horizontale afperking
4.3 Interpretatie analyseresultaten In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 6. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grondmonster(s)
Traject (m-mv)
Gehalte > AW/S
100-2 0,30 - 0,50 Lood 101-1 0,25 - 0,70 Lood 102-1 0,00 - 0,30 Lood 103-1 0,00 - 0,50 Lood 104-1 0,00 - 0,30 Lood Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens
Gehalte > T -
Gehalte > I
Indicatie BBK
Wonen Wonen Wonen Wonen Wonen Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar
Toelichting: Uit de resultaten blijkt dat er in de afperkende boringen licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Uit de aanvullende analyses komt naar voren dat het gaat om één beperkte spot. Aangezien er minder dan 25 m3 grond sterk is verontreinigd, is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
7
5.
CONCLUSIE
5.1 Algemeen In opdracht van BJZ.NU heeft Milieutechniek Rouwmaat een nader bodemonderzoek verricht aan de Overeind 22 te Schalkwijk (gemeente Houten). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een aangetroffen verontreiniging tijdens voorgaand verkennend bodemonderzoek. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er mogelijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, welke een belemmering kan vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ In de afperkende boringen zijn geen matig of sterk verhoogde gehalten aangetoond. Het betreft een beperkte spot. ▪ Het betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging (< 25 m 3). ▪ Indien er grondwerkzaamheden gaan plaatsvinden in of nabij de verontreinigde spot dient hierover contact opgenomen te worden met bevoegd gezag. Wij adviseren om geen grondwerkzaamheden op de locatie ter plaatse van boring 08 uit het verkennend bodemen asbestonderzoek uit te voeren. Indien er werkzaamheden plaats moeten vinden in de bodem binnen de aangegeven contouren, dient hiervoor contact opgenomen te worden met bevoegd gezag. Zonder goedkeuring van bevoegd gezag is het verboden op deze plek grondwerkzaamheden uit te voeren. Opmerking Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen.
Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
8
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCHE KAART
Topografische kaart
A4
Bodemonderzoek Overeind 22 te Schalkwijk
SCHAAL:1:25.000
PROJECTNUMMER: 200289
GETEKEND: JWI
DATUM: 22-7-2020 BIJLAGE: 1
BIJLAGE 2 KADASTRALE KAART
Kadastrale kaart
Kadastraal object Kadastrale gemeente:
Houten
Sectie:
K
Perceel:
673
A4
Bodemonderzoek Overeind 22 te Schalkwijk
SCHAAL:1:1.000
PROJECTNUMMER: 200289
GETEKEND: JWI
DATUM: 22-7-2020 BIJLAGE: 2
BIJLAGE 3 SITUATIETEKENING MET MONSTERNAMEPUNTEN
0
Legenda Bebouwing
5
10
15
20 m
Situatietekening met monsternamepunten
A4
Nader bodemonderzoek Overeind 22 Schalkwijk
SCHAAL:1:250
PROJECTNUMMER: 200289
GETEKEND: NTB
Locatiegrens VBO Boring tot 1,0 m -mv
DATUM:14-8-2020
Beton Gras
BIJLAGE: 3
BIJLAGE 4 BOORBESCHRIJVINGEN
Boring:
100
Boring:
101
Datum:
10-8-2020
Datum:
10-8-2020
0 -50
1 2 3
-100
0
gazon
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
-80
Klei, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
-100
Klei, matig siltig, bruingrijs, Edelmanboor
0 -10 -25
0 -50 -100
Grind, matig grof, zwak zandig, Schep Schep, Puin zwak zandig
1 2
gazon
-70
Klei, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
-100
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
Boring:
102
Boring:
103
Datum:
10-8-2020
Datum:
10-8-2020
0 -50
1 2 3
-100
0
gazon
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Schep
-70 -100
Klei, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
Projectcode: 200289 Projectnaam: Overeind 22 Schalkwijk
0
0
-50
-50
Klei, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor
2 -100
braak Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Schep
1
-100
Boring:
104
Datum:
10-8-2020
0 -50 -100
1 2 3
0
gazon
-30 -40
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk grindig, neutraalbruin, Schep
-70 -100
Schep, Puin, zwak zandig Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Klei, sterk siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Projectcode: 200289 Projectnaam: Overeind 22 Schalkwijk
BIJLAGE 5 ANALYSECERTIFICATEN GROND
Rouwmaat Milieutechniek T.a.v. Jeroen Nijenhuis Postbus 74 7140 AB GROENLO NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 14-Aug-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020121603/1 200289 Overeind 22 Schalkwijk 11-Aug-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix
200289 Overeind 22 Schalkwijk
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
2020121603/1 11-Aug-2020 14-Aug-2020/09:01 A,C 1/1
Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
Uitgevoerd
Malen m.b.v. Kaakbreker en spleet verdeler (1kg) S
Droge stof
% (m/m)
82.8
77.6
89.9
78.2
95.4
S
Organische stof
% (m/m) ds
3.7
3.8
7.0
4.4
4.4
Gloeirest
% (m/m) ds
95
94
92
93
95
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
22.4
30.6
15.0
31.3
6.6
mg/kg ds
83
60
150
55
100
S
Metalen
S
Lood (Pb)
Nr. Monsteromschrijving
1
100 (30-50)
2
101 (25-70)
3
102 (0-30)
4
103 (0-50)
5
104 (0-30) Q: door RvA geaccrediteerde verrichting
Datum monstername
Monster nr.
10-Aug-2020 10-Aug-2020
11515306
10-Aug-2020
11515310
S: AS SIKB erkende verrichting
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
V: VLAREL erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
11515308 11515309
A: AP04 erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
11515307
10-Aug-2020 10-Aug-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2020121603/1 Pagina 1/1 Barcode
Monstername ID/Monsteromsch.
Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
Tot
11515306
100
2
30
50
0537991556
100 (30-50)
11515307
101
1
25
70
0537991865
101 (25-70)
11515308
102
1
0
30
0537991789
102 (0-30)
11515309
103
1
0
50
0537991836
103 (0-50)
11515310
104
1
0
30
0537991861
104 (0-30)
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2020121603/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Malen kaakbreker (1kg)
W0101
Voorbehandeling
NEN-EN 16179
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Lood (Pb)
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2019.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
BIJLAGE 6 TOETSINGSTABELLEN
Toelichting toetsingskader De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van het Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2013. Grond Voor de beoordeling van grond worden achtergrond- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Achtergrondwaarden (AW) In het Regeling Bodemkwaliteit wordt de term “Achtergrondwaarden” gebruikt. De achtergrondwaarden zijn gebaseerd op het onderzoek “Achtergrondwaarden 2000” (AW2000). Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur en landbouwgronden in Nederland. Criterium voor nader onderzoek (1/2(AW+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(AW+I); gemiddelde van de som van achtergronden interventiewaarde) wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
Grondwater Voor de beoordeling van grondwater worden streef- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Streefwaarden (S) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I); gemiddelde van de som van streef- en interventiewaarde) wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden
1)
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
AW
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
1/2(AW+I)
6.8 102 115 18 290 96 68 430
I
920 13 190 190 36 530 190 100 720
RBK eis
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5 21 40
0.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor) (µg/kgds) 20
510
1000
4.9
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
2595
5000
35
1)
AW 1/2(AW+I) I RBK
190
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.
Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000) Toetsingswaarden
1)
S
1/2(S+I)
I
RBK
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65
338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432
625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800
20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen
0.20 7.0 4.0 0.20 6.0
15 504 77 35 153
30 1000 150 70 300
0.20 0.20 0.20 0.21 0.20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.01 35 70 polycyclische aromatische koolwaterstoffen 1 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan 7.0 454 1,2-dichloorethaan 7.0 204 1,1-dichlooretheen 0.01 5.0 dichloormethaan 0.01 500 som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) 0.01 10 1,1-dichloorpropaan 0.80 40 1,2-dichloorpropaan 0.80 40 1,3-dichloorpropaan 0.80 40 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.80 40 tetrachlooretheen 0.01 20 tetrachloormethaan 0.01 5.0 1,1,1-trichloorethaan 0.01 150 1,1,2-trichloorethaan 0.01 65 trichlooretheen 24 262 chloroform 6.0 203 vinylchloride 0.01 2.5 tribroommethaan MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
1)
S 1/2(S+I) I RBK
50
325
0.020
900 400 10 1000
0.20 0.20 0.10 0.20
20 80 80 80
0.14 0.20 0.20 0.20
80 40 10 300 130 500 400 5.0 630
0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20
600
50
streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).
Uw Project
Overeind 22 Schalkwijk (200289)
Certificaat
2020121603
Toetsing
BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb
Versie
BoToVa Default
Toetsingsdatum
26 August 2020 14:59
Analyse
Eenheid
100 (30-50) G.W.
G.S.S.D
101 (25-70) Oordeel
G.W.
G.S.S.D
102 (0-30) Oordeel
G.W.
G.S.S.D
Oordeel
180
> AW
Bodemtype correctie Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
22.4
30.6
15.0
Organische stof
3.7
3.8
7.0
Metalen Lood (Pb)
mg/kg DS
83
93
> AW
60
Page 1 of 2
60
> AW
150
Analyse
Eenheid
103 (0-50) G.W.
104 (0-30)
G.S.S.D
Oordeel
G.W.
G.S.S.D
Oordeel
140
> AW
Bodemtype correctie Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
31.3
6.6
Organische stof
4.4
4.4
Metalen Lood (Pb)
mg/kg DS
55
55
> AW
100
Monsteromschrijving
Eurofins Nr.
Datum Monstername
Uw Project
Eindoordeel
100 (30-50)
11515306
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Overschrijding Achtergrondwaarde
101 (25-70)
11515307
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Overschrijding Achtergrondwaarde
102 (0-30)
11515308
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Overschrijding Achtergrondwaarde
103 (0-50)
11515309
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Overschrijding Achtergrondwaarde
104 (0-30)
11515310
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Overschrijding Achtergrondwaarde
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
> AW
> Achtergrondwaarde
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Page 2 of 2
Uw Project
Overeind 22 Schalkwijk (200289)
Certificaat
2020121603
Toetsing
BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Versie
BoToVa Default
Toetsingsdatum
26 August 2020 14:58
Analyse
Eenheid
Gemiddeld G.S.S.D
100 (30-50)
Oordeel
G.W.
G.S.S.D
101 (25-70) Oordeel
G.W.
G.S.S.D
Oordeel
60
Wo
Bodemtype correctie Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
21.18
22.4
30.6
Organische stof
4.66
3.7
3.8
Metalen Lood (Pb)
mg/kg DS
100
Wo
83
93
Page 1 of 2
Wo
60
Analyse
Eenheid
102 (0-30) G.W.
103 (0-50)
G.S.S.D
Oordeel
G.W.
G.S.S.D
104 (0-30) Oordeel
G.W.
G.S.S.D
Oordeel
140
Wo
Bodemtype correctie Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
15.0
31.3
6.6
Organische stof
7.0
4.4
4.4
Metalen Lood (Pb) Gemiddelde eindoordeel
mg/kg DS
150
180
Wo
55
55
Klasse wonen
Monsteromschrijving
Eurofins Nr.
Datum Monstername
Uw Project
Eindoordeel
100 (30-50)
11515306
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Klasse wonen
101 (25-70)
11515307
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Klasse wonen
102 (0-30)
11515308
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Klasse wonen
103 (0-50)
11515309
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Klasse wonen
104 (0-30)
11515310
10-08-2020
Overeind 22 Schalkwijk
Klasse wonen
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
Wo
Oordeel Wonen
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Page 2 of 2
Wo
100
BIJLAGE 7 PROJECTFOTO’S
Overzichtsfoto
Overzichtsfoto
Overzichtsfoto
Overzichtsfoto
BIJLAGE 8 INFORMATIE VOORONDERZOEK
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Overeind 22 te Schalkwijk
Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv Postbus 74 Den Sliem 93 7140 AB Groenlo 7141 JG Groenlo TEL. 0544-474040 FAX. 0544-474049
TITELBLAD
Projectnaam
Overeind 22 te Schalkwijk
Projectnummer
MT-200247
Opdrachtgever
BJZ.nu BV
Adres Postcode en plaats
Versienummer
Twentepoort Oost 16 7609 RG te Almelo
1
Status
Definitief
Datum
16 juli 2020
Vestiging
Groenlo
Opsteller
Dhr. J. Nijenhuis
Paraaf
Autorisatie Paraaf
Dhr. A.W. Ursinus
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ................................................................................................................................................................ 3 1.1
Achtergrond .................................................................................................................................................... 3
1.2
Kwaliteit.......................................................................................................................................................... 3
1.3
Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................ 3
1.4
Onafhankelijkheid ........................................................................................................................................... 3
1.5
Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 3
2.
VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen .................................................................................................................................. 4
2.2
Huidige situatie ............................................................................................................................................... 4
2.3
Historie ........................................................................................................................................................... 5
2.4
Asbest ............................................................................................................................................................. 6
2.5
Voorgaande onderzoeken................................................................................................................................ 6
2.6
Geohydrologie ................................................................................................................................................ 6
2.7
Locatie inspectie ............................................................................................................................................. 7
2.8
Conclusie vooronderzoek ................................................................................................................................ 7
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ......................................................................................................................... 8 3.1
Verkennend bodemonderzoek......................................................................................................................... 8
3.2
Verkennend asbestonderzoek.......................................................................................................................... 8
4.
RESULTATEN ............................................................................................................................................................ 9 4.1
Visuele inspectie maaiveld............................................................................................................................... 9
4.2
Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 9
4.3
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................................. 10
4.4
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ....................................................................... 11
4.5
Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek........................................................................ 12
5.
CONCLUSIE............................................................................................................................................................. 13 5.1
Algemeen...................................................................................................................................................... 13
5.2
Conclusie en aanbevelingen........................................................................................................................... 13
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten asbest Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van BJZ.nu BV heeft Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Overeind 22 te Schalkwijk (gemeente Houten). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er een grond- of grondwaterverontreiniging aanwezig is, welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRL-SIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico te Barneveld.
1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5740 (NEN 5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5707 (NEN 5707+C2:2017 nl ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze normen, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 10. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door een erkende medewerker, de heer N. ten Brinke. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld.
Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 10 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de opdrachtgever informatie van de gemeente/omgevingsdienst informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl locatie inspectie 2.2 Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Overeind 22 te Schalkwijk (gemeente Houten). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Houten, sectie K, nummer(s) 673. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1700 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied ten zuidoosten van Schalkwijk. Het betreft een voormalig agrarisch erf waar een nieuwe twee-onder-een kap-woning wordt gebouwd. Verder wordt een bestaande woning gesplitst in twee woningen en wordt er een woning ondergebracht in een bestaande schuur. Op de locatie zullen bed-and-breakfast-faciliteiten worden gerealiseerd.
Figuur 1: Overzichtsfoto
4
2.3 Historie Informatie van de gemeente/omgevingsdienst In het verleden heeft er een bovengrondse dieselolie-tank op de onderzoekslocatie gestaan. De tank is in de huidige situatie niet langer aanwezig. De peilbuis uit onderhavig onderzoek zal na overleg met de Gemeente Houten ter plaatse van de vermoedelijke voormalige locatie van de tank geplaatst worden. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat het perceel vanaf 1926 bebouwd is geraakt. In de jaren ’60 en ’70 hebben verdere uitbreidingen plaatsgevonden.
Figuur 2: Historische kaart 1900
Figuur 3: Historische kaart 1965
Figuur 4: Historische kaart 1990
Figuur 5: Historische kaart 2015
5
Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten bekend zijn die van invloed kunnen zijn op de onderzoeksstrategie.
Figuur 6: Weergave bodemloket.nl 2.4 Asbest Een deel van de opstallen is bedekt met asbestverdachte dakplaten. Gezien voorgaande en het feit dat het voorheen agrarisch terrein betrof wordt direct asbestonderzoek conform de NEN5707 en/of NEN5897 uitgevoerd. Derhalve is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.
Figuur 7: Overzichtsfoto bebouwing
Figuur 8: Overzichtsfoto bebouwing
2.5 Voorgaande onderzoeken Op en in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. 2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 1,00 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,50 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,50 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noord-noordoostelijk is gericht. Het grondwater is voor zover bekend niet onderhevig aan invloeden van buitenaf.
6
2.7 Locatie inspectie Bij de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. De onderzoekslocatie werd aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht. Het terrein is gedeeltelijk verhard met tegels en beton. Het terrein is gedeeltelijk opgehoogd met een puinverharding. 2.8 Conclusie vooronderzoek De onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. Wel zal ter plaatse van de voormalige tank een peilbuis geplaatst worden zodat kan worden nagegaan of er sprake s van vervuiling. De onderzoekslocatie is verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.
7
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET
3.1 Verkennend bodemonderzoek De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aanvullend op onderstaande wordt 1 boring tot 2,0 m -mv geplaatst ter plaatse van de toekomstige vijver om zodoende een indicatief beeld van de plaatselijke grondkwaliteit te verkrijgen. Aantal boringen (excl. peilbuizen) Aantal peilbuizen Analyses grond Analyses water 8 tot ± 0,5 m-mv 1 3 Standaardpakket grond 1 Standaardpakket grondwater 2 tot ± 2,0 m-mv Standaardpakket grond: • Lutum en organische stof (volgens AS3010)(bovengrond en optioneel in de ondergrond) • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) (volgens AS3010) • PCB's (volgens AS3010 en AS3020) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (10 PAK uit Leidraad Bodembescherming, volgens AS3010) • Minerale olie (C10-40) )(volgens AS3010) Standaardpakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn)(volgens AS3110) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) (volgens AS3110 en AS3130) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) (volgens AS3110) • Minerale olie (C10-40), (volgens
AS3110)
3.2 Verkennend asbestonderzoek De gehele locatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' gehanteerd. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) 6 (2 per druppelzone; 0,3m*0,3m*0,1mmv) 8 (0,3m*0,3m*0,5m-mv) Asbest in grond (NEN 5707): • Droge stof • Fijne fractie asbest
Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag -
Analyses 3 Asbest in grond (NEN 5707)
2
2 Asbest in grond (NEN 5707)
8
4.
RESULTATEN
4.1 Visuele inspectie maaiveld In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Inspectiepunten Weersomstandigheden Type grond Conditie maaiveld
Resultaat Droog Zand + klei Droog Los Matige vegetatie 70%-90% Ja, verharding Nee
Inspectie-efficiëntie Beperkingen van de inspectie Asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen?
4.2 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 15 juni 2020 en op 22 juni 2020 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur, oliewaterreactie en andere bijzonderheden. Per proefgat wordt het uitkomende materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 cm dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt al het uitkomende materiaal gezeefd (zeeffractie 20 mm) en worden de mengmonsters samengesteld. De bovengrond bestaat wisselend uit neutraalbruin, matig fijn zand en neutraalbruin sterk zandige klei. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit neutraalgrijs zwak siltige klei. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring 01
Diepte boring (m -mv) 2,50
02 03 04 05 06 08 10 12 13 14 15 16 17
0,50 0,50 0,50 2,00 0,50 0,50 0,50 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10
Traject (m -mv) 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,40 0,10 - 0,40 0,10 - 0,50 0,20 - 0,50 0,10 - 0,50 0,00 - 0,35 0,10 - 0,30 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Klei Klei Klei
sterk puinhoudend matig puinhoudend zwak baksteenhoudend matig puinhoudend Puin zwak zandig Puin sterk zandig zwak puinhoudend Puin zwak zandig zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend
Klei Zand Klei Zand Zand Zand Zand Klei Klei
In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 01
Filterstelling (m-mv) 1,50 - 2,50
Grondwaterstand (m-mv) 0,88
Zuurgraad (pH) 6,8
Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 1660
Troebelheid (NTU) 126
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
9
4.3 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Grond(meng)monster(s) Samenstelling MM01 02 (0,00 - 0,40) + 05 (0,20 - 0,50) + 10 (0,10 - 0,30) MM02 03 (0,00 - 0,10) + 04 (0,00 - 0,10) + 06 (0,00 - 0,10) MM03 07 (0,35 - 0,50) + 09 (0,15 - 0,50) + 11 (0,10 - 0,50) MM04 01 (1,00 - 1,50) + 01 (1,50 - 2,00) + 05 (0,50 - 1,00) + 09 (0,70 - 1,00) + 09 (1,00 - 1,50) 01-1 01 (0,00 - 0,30)
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,10 0,10 - 0,50 0,50 - 2,00
0,00 - 0,30
01-3
01 (0,50 - 1,00)
0,50 - 1,00
08-1
08 (0,00 - 0,35)
0,00 - 0,35
18-1
18 (0,00 - 0,50)
0,00 - 0,50
Grondwatermonster(s) 01-1-1 Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Grond(meng)monster(s) Samenstelling ASMM01 Gat 02-04 + 06 Asmm02-1 Gat 07, 09 + 11 Asmm03-1 Gat 05, 08 + 10 Asmm04-1 Gat 12 + 13 Asmm05-1 Gat 14 + 15 Asmm06-1 Gat 16 + 17
Analyse Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS
1,50 - 2,50
Standaardpakket grondwater
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50 0,10 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10
Analyse Asbest Puin NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016
Motivatie: MM01 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de kleiige bovengrond met zwak tot matige bijmenging van puin. MM02 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de zanderige, zintuiglijk schone bovengrond. MM03 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de kleiige, zintuiglijk schone bovengrond. MM04 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de kleiige, zintuiglijk schone ondergrond. 01-1 wordt separaat geanalyseerd in verband met de voormalige bovengrondse brandstoftank nabij de boring. 01-3 wordt separaat geanalyseerd in verband met de zwakke bijmenging van baksteen. 08-1 wordt separaat geanalyseerd in verband met de zwakke bijmenging van puin. Aangezien het zand betreft mag dit monster niet opgemengd worden met de klei in MM01. 18-1 wordt separaat geanalyseerd in verband met de plannen voor aanleg van een vijver/poel ASMM01, ASMM02 en ASMM03 zijn samengesteld uit de individuele puin- en grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van het erf. ASMM04, ASMM05 en ASMM06 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van de druppelzones.
10
4.4 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen, in bijlage 6 van het asbest en in bijlage 7 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grond (meng)monster(s)
Traject (m-mv)
Gehalte > AW/S
Gehalte > T
Gehalte > I
Indicatie BBK
MM01
0,00 - 0,50
-
-
Wonen
MM02
0,00 - 0,10
-
-
AW
MM03
0,10 - 0,50
-
-
Wonen
MM04 01-1
0,50 - 2,00 0,00 - 0,30
-
-
AW Industrie
01-3
0,50 - 1,00
-
-
Wonen
08-1
0,00 - 0,35
Zink Lood PAK Zink Lood Nikkel Koper Cadmium Lood PCB Zink Cadmium Kwik Lood PAK Lood PAK Zink Kwik PAK Nikkel
Lood
-
Industrie
-
-
AW
18-1 0,00 - 0,50 Grondwatermonster(s) 01-1-1 1,50 - 2,50 Barium Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens
-
N.v.t. Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar
Toelichting: Het is bekend dat in de grond en in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. Het gehalte lood in monster 08-1 overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek is benodigd om na te gaan of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. De verhoogde gehalten PAK in de grond kunnen veroorzaakt worden door antropogene bestandsdelen (puin/kooldeeltjes) en/of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. PCB's werden onder andere toegepast als isolatievloeistof in transformatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof en weekmaker in kunststoffen. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen bron aanwezig of aanwezig geweest die een dergelijke verontreiniging met PCB’s veroorzaakt kan hebben. De bodemkwaliteit ter plaatse van de boringen 01 en 08 voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij eventuele herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden.
11
4.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. Bij het asbestonderzoek zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen.
12
5.
CONCLUSIE
5.1 Algemeen In opdracht van BJZ.nu BV heeft Milieutechniek Rouwmaat een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Overeind 22 te Schalkwijk (gemeente Houten). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen vanuit de WBB geen belemmering voor het toekomstige gebruik. ▪ Het aangetroffen matig verhoogde gehalte in de grond aan lood overschrijdt de waarde voor nader onderzoek. ▪ De hypothese voor het bodemonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt verworpen. ▪ De bodemkwaliteit ter plaatse van de boringen 01 en 08 voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij eventuele herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. ▪ ▪
Bij het asbestonderzoek zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. De hypothese voor het asbestonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt verworpen.
Op basis van het matig verhoogde gehalte lood welke is aangetroffen in de bovengrond ter plaatse van boring 08, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de aard en omvang van de verontreiniging. Hierbij dient bepaald te worden of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 verontreinigde grond). Dit betekent dat de verontreiniging in zowel het horizontale als in het verticale vlak afgeperkt dient te worden middels een aantal aanvullende boringen. Indien blijkt dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, zal bepaald dienen te worden of er sprake is van een spoedeisend geval. Op basis hiervan kan worden bepaald of eventuele saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn. Opmerking Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
13
Legenda Bebouwing Locatiegrens 0
Beton Voormalige bovengrondse tank Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Asbestgat druppelzone
5
10
15
20
25 m
Situatietekening met monsternamepunten
A4
Bodemonderzoek Overeind 22
SCHAAL:1:500
PROJECTNUMMER: 200247
GETEKEND: NTB DATUM:3-7-2020
Asbestgat + boring tot 0,5 m-mv Asbestgat + boring tot 2,0 m-mv
BIJLAGE: 3
BIJLAGE 9 ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING
BIJLAGE 10 TOEGEPASTE NORMEN
NEN 5104 NEN 5707 NEN 5709
Geotechniek Asbest Bodem
Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond NEN 5725 Bodem Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en nader onderzoek NEN 5740 Bodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek NPR 5741 Bodem Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek NPR 6616 Water en slib Routinebepaling van de pH NEN 5742 Bodem Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. NEN 5743 Bodem Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. NEN 5744 Bodem Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen. NEN 5745 Bodem Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. NEN 5120 Geotechniek Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen . NEN 5751 Bodem Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses NEN 5733 Bodem Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.
zeef en pipet NEN 5766 Bodem Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek NEN 5861 Milieu Procedures voor monsteroverdracht NEN-EN-ISO 5667- Water Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling 3 van watermonsters NEN 5897 Asbest Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat NEN-ISO 7888 Water Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen SIKB protocol 2001 Milieu Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen SIKB protocol 2002 Water Het nemen van grondwatermonsters SIKB protocol 2018 Asbest Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem