6. Aanbiedingsbrief AB ontwerp Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
Aanbiedingsbrief aan: van: steller: onderwerp: t.b.v.: bijlage:
Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur M. van Bockel AP03.4a_Ontwerp Programmabegroting 2023 Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022 b. Ontwerp Programmabegroting 2023 c. Begeleidende brief zienswijzen deelnemers
Status O ter kennisneming O ter (oriëntatie) bespreking X ter besluitvorming
Samenvatting Hierbij ontvangt u de ontwerp Programmabegroting 2023 van de RUD Utrecht. In deze ontwerp Programmabegroting is eveneens het meerjarenperspectief voor de jaren 2022-2026 opgenomen.
Voorstel De leden van het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld om: 1. de ontwerp Programmabegroting 2023 vast te stellen; 2. kennis te nemen van het meerjarenperspectief voor de jaren 2022-2026; 3. een zienswijzeprocedure te ondersteunen; 4. de aanbiedingsbrief aan de deelnemers inzake de zienswijzeprocedure van de ontwerp Programmabegroting 2023 van de RUD Utrecht vast te stellen.
Communicatie en medezeggenschap Na vaststelling zal de ontwerp programmabegroting 2023 overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling artikel 33 lid 3 en 4 voor zienswijze worden voorgelegd bij de gemeenteraden en provinciale staten.
Financiën De Programmabegroting 2023 is sluitend, evenals het meerjarenperspectief voor de periode 2022 – 2026. Voor de details verwijzen we naar de toelichting hier onder.
Juridische toets De deelnemers hebben de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerp Programmabegroting 2023. Hiervoor geldt een wettelijke termijn van acht weken. Bijgevoegd vindt u de begeleidende brief die naar de deelnemers verstuurd zal worden.
Onderwerp: Ontwerp Programmabegroting 2023 T.b.v.: Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 1 van 3
Toelichting De ontwerp Programmabegroting 2023 is afgeleid van de ontwerp Kadernota 2023, waarin de beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes van de RUD Utrecht voor het jaar 2023 zijn geschetst. De in de kadernota geschetste ontwikkelingen en keuzes hebben hun weerslag gevonden in deze programmabegroting. Hier onder zijn enkele onderwerpen beschreven die nog niet financieel vertaald konden worden. De Programmabegroting 2022 is sluitend, evenals het meerjarenperspectief voor de periode 2022 – 2026. Er zijn echter nog wel enkele ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de begroting 2023, die nog niet financieel verwerkt zijn in deze begroting. Dit betreft een gedeelte van de effecten die de invoering van de Omgevingswet op de RUD Utrecht zal gaan hebben. Bij de invoering van de Omgevingswet moet dan gedacht worden aan nieuwe of veranderde producten en diensten alsmede de verschuiving van bodemtaken. Vooral de verschuiving van bodemtaken brengt voor de RUD Utrecht en haar deelnemers een risico met zich mee. Onder de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag van de provincie naar de gemeenten. Over de financiering van deze taken is echter nog geen volledige duidelijkheid gegeven vanuit het Rijk. Hiermee lopen gemeenten momenteel het risico dat zij geen, niet op tijd, of onvoldoende middelen hebben om hun bodemtaken uit te voeren.
De financiële consequenties die de invoering van de Omgevingswet op de deelnemers zal hebben zijn nog niet volledig inzichtelijk met betrekking tot de verschuiving van bodemtaken (Bevoegd gezag van Provincie naar gemeenten). Momenteel is de RUD Utrecht met haar deelnemers in gesprek over de verwachte omvang van deze taken. De laatste inzichten daaruit zijn financieel door vertaald in deze begroting. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de RUD-gemeenten in principe hun bodemtaken (basis- en plustaken) die van de provincie overkomen bij de RUD zullen gaan beleggen. Daarnaast heeft de RUD de intentie om op het gebied van bodemtaken meer samen te gaan werken met de OdrU. Hiernaast is het ook nog niet volledig duidelijk hoe het (basis)takenpakket er per deelnemer uit zal gaan zien onder de Omgevingswet. Zowel binnen het programma Omgevingswet als het traject ‘Samen op weg’ is de RUD druk bezig om dit in samenwerking met alle deelnemers uit te werken. Gedurende 2022 zal het toekomstig takenpakket onder de Omgevingswet steeds verder uitgekristalliseerd gaan worden. De effecten die dit mogelijk zal gaan hebben op de variabele en vast bijdrage van onze deelnemers zal duidelijk moeten worden en zal middels eventuele begrotingswijzingen worden voorgelegd voor besluitvorming.
Ten opzichte van de Kadernota 2023 hebben we de begroting aangepast op basis van de nieuwste uitvoeringsplannen, aangezien dit een realistischere inschatting is voor het jaar 2023. De afname binnen de DVOafspraken is verlaagd. Als gevolg hiervan zijn de variabele bijdragen van deze deelnemers en de daarmee samenhangende salariskosten binnen de programma's Handhaving en Vergunningverlening aangepast. Bij de berekening van de vaste en variabele bijdrage is gebruik gemaakt van de DVO’s voor die deelnemers waar de DVO’s opnieuw zijn vastgesteld. In totaal is de variabele bijdrage met € 45.000 verhoogd ten opzichte van de begroting van 2022 (eerste begrotingswijziging 2022). Ten opzichte van de Kadernota 2023 is de variabele bijdrage met € 78.000 verlaagd. Tegenover bovengenoemde dalingen in variabele bijdrage staat een stijging van de regionale en provinciale taken. De tarieven voor de consignatiediensten (grijs, groen, zwemwater) zijn al een aantal jaar niet meer geïndexeerd. De vergoedingen voor consignatie zijn in de tussentijd echter wel verhoogd en daarom in deze begroting verwerkt. De structurele verlaging van de DVO m.b.t. Bedrijven Vergunningverlening (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Woudenberg), zoals is besloten in het Algemeen Bestuur van 3 december 2021, is verwerkt in de variabele bijdrage.
Voor 2022 is afgesproken dat dit nog geen effect zal hebben op de eigendomspercentages en daarmee op de verdeling van de vaste bijdrage over de deelnemers. Vanaf 2023 is dit dus wel het geval. Op de volgende pagina vindt u de nieuwe verdeling van de vaste bijdrage. Met het invoeren van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de provincie naar de gemeenten. Voor de provincie is rekening gehouden in het DVO met de afname van de bodemtaken aangezien hier afspraken over zijn gemaakt. Van verschillende gemeenten hebben we hier echter nog geen toezegging op. Wel is er een inschatting van de afname per gemeente gehanteerd in de begroting. Deze inschatting (zie de tabel hier onder) is gebaseerd op lopende gesprekken tussen de deelnemende gemeenten en de RUD Utrecht. Naar verwachting is in 2023 de eerste verschuiving van bevoegd gezag zichtbaar. Aangezien de inschatting van de afname van bodemtaken nog niet definitief is voor onze deelnemende gemeenten, moet er rekening mee gehouden worden dat de variabele en vaste bijdragen nog kunnen veranderen. Frictiekosten zullen ontstaan indien de afname van bodemtaken te veel worden verlaagd. De huidige gesprekken met gemeenten leveren nog geen aanleiding op hier op dit moment al vanuit te gaan. Daarnaast is de begroting nog gebaseerd op de uitvoeringsplannen onder de oude wetgeving.
Naar het einde van 2022 zal er meer bekend zijn met betrekking tot de uitvoeringsplannen onder de Omgevingswet en dit zal mogelijk nog tot wijzigingen in de begroting leiden. Onderwerp: Ontwerp Programmabegroting 2023 T.b.v.: Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 2 van 3
Ontwerp Programmabegroting 2023
De ontwerp Programmabegroting 2023 is als volgt: Staat van baten en lasten over 2023 Programma
Baten
Lasten
€
6.416.000 €
6.443.000
€
-27.000
Directe variabele kosten
€
5.232.000 €
5.259.000
€
-27.000
Directe vaste kosten
€
1.184.000 €
1.184.000
€
-
2 Vergunningverlening
€
5.013.000 €
4.982.000
€
31.000
Directe variabele kosten
€
4.098.000 €
4.068.000
€
30.000
Directe vaste kosten
€
915.000
914.000 €
1.000
3 Bedrijfsvoering
€
4.040.000 €
Totaal programma's
€
1 Handhaving
15.469.000
€
Saldo
4.040.000
€
-
€ 15.465.000
€
4.000 -
Stelpost loon- en prijscompensatie
€
50.000
€
50.000 €
Onvoorzien
€
225.000
€
225.000 €
€
15.744.000
Totaal saldo van baten en lasten
€ 15.740.000
€
4.000
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: Gerealiseerd resultaat
€
-
€
15.744.000
€
- €
€ 15.740.000
€
4.000
De resulterende bijdrage per opdrachtgever voor 2023 wordt in de volgende tabel gepresenteerd: Opdrachtgever: Amersfoort
Variabele bijdrage 2023
Vaste bijdrage 2023:
Totale bijdrage 2023:
Percentage Eigenaarschap:
1.116.000
768.000
1.884.000
12,0%
Baarn
265.000
183.000
448.000
2,9%
Bunschoten
316.000
219.000
535.000
3,4%
Eemnes
138.000
95.000
233.000
1,5%
Houten
228.000
157.000
385.000
2,4%
Leusden
270.000
187.000
457.000
2,9%
Lopik
306.000
211.000
517.000
3,3%
Nieuwegein
232.000
161.000
393.000
2,5%
Provincie
4.732.000
3.241.000
7.973.000
50,5%
Soest
454.000
313.000
767.000
4,9%
Utrecht
1.059.000
730.000
1.789.000
11,4%
Woudenberg Totaal
214.000
148.000
362.000
2,3%
9.330.000
6.413.000
15.743.000
100%
Zienswijze
De deelnemers hebben de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerp Programmabegroting 2023. Hiervoor geldt een wettelijke termijn van acht weken. Bijgevoegd vindt u de begeleidende brief die naar de deelnemers verstuurd zal worden.
Onderwerp: Ontwerp Programmabegroting 2023 T.b.v.: Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2022
Pagina 3 van 3