3. Rapportage Evaluatie Burgerparticipatie december 2025
Tekst van het document
Gemeentebrede evaluatie burgerparticipatie - Houten, december 2025 Auteurs: Mats Gorter & Sibel Telli
En? Hoe hebben we het met elkaar gedaan?
Inhoud 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten 4. Beoordeling van de uitvoering door gemeente 5. Wanneer inwoners wel of niet meedoen 6. Top 3: Voorkeur van deelname 7. Mate van betrokkenheid 8. Afsluitende (open) vraag 9. Conclusies en aanbevelingen
1
1. Inleiding Op 28-06-2022 trad het huidige college van de gemeente Houten aan. Zoals de titel van het coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Samen met inwoners bouwen aan een toekomstbestendig Houten’ al verraadt, was in de plannen van de coalitie een prominente rol weggelegd voor burgerparticipatie. In het eerste hoofdstuk van het coalitieakkoord ‘Een gemeente die er is voor de inwoners’ is daarover het volgende te lezen: ‘Uitgangspunt voor goede besluitvorming is dat inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium worden betrokken. Het betrekken van inwoners bij de totstandkoming van nieuwe plannen zorgt uiteindelijk voor betere plannen, omdat er meer draagvlak zal ontstaan bij inwoners. Het gaat daarbij niet alleen om het luisteren naar inwoners, maar hier ook iets mee doen. We voeren met inwoners het gesprek over wat er met hun inbreng is gedaan. We maken gebruik van de deskundigheid van inwoners en voorkomen onnodige bezwaar- en juridische procedures.’ Ook worden er enkele concrete doelstellingen m.b.t. inwonersparticipatie geformuleerd, te weten: -
We betrekken inwoners bij de totstandkoming van beleid; Er komt een wethouder inwonersparticipatie.
Sinds het aantreden van het college is er inderdaad veelvuldig geparticipeerd. Prominente voorbeelden hiervan zijn het Houtens DNA (2022), het Burgerberaad Energietransitie (2023) en de Ronde van Houten (2024). Ook in het kader van de Houten Hub en de Gebiedsvisies CMK en Houten Oost is geparticipeerd. In sommige van deze trajecten zijn inwoners ‘slechts’ geïnformeerd, in andere trajecten hebben zij actief meebeslist en/of samengewerkt met de gemeente. Nu, aan het eind van de collegetermijn wil het college weten hoe inwoners de participatie hebben ervaren, wat er goed ging en wat er beter kan. Om dat te onderzoeken heeft de afdeling Onderzoek en Informatie van de gemeente Houten een onderzoek opgezet. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in deze rapportage.
2. Methode Er is gekozen voor een kwantitatieve aanpak. Om ervoor te zorgen dat de uitkomsten kunnen worden vergeleken in de tijd en met andere gemeenten, is ervoor gekozen een vragenlijst samen te stellen op basis van bestaande materialen. Het gaat hierbij om vragenlijsten die in Houten zijn gebruikt in het kader van een tweetal Burgerpanelonderzoeken (2016, 2020) en vragenlijsten die in andere, vergelijkbare gemeenten zijn gebruikt om vergelijkbare onderzoeken te doen (De Bilt, 2022). Waar relevant zullen in deze rapportage vergelijkingen worden getrokken met deze onderzoeken. De vragenlijst is geprogrammeerd in Enalyzer en uitgezet via Houten Praat Mee, een online participatieplatform waar inwoners kunnen worden betrokken bij beleid en/of specifieke projecten. Inwoners kunnen een account aanmaken en ideeën delen, stemmen, discussiëren en reageren op berichten en enquêtes. In week 38 is op Houten Praat Mee een link naar de vragenlijst geplaatst. In week 40 is een herinnering verstuurd. Inwoners hadden tot week 42 om de vragenlijst in te vullen. Om ervoor te zorgen dat de vragenlijst niet alleen zou landen bij inwoners die reeds een account op Houten Praat 2
Mee hadden, zijn er in deze periode nieuwsberichten geplaatst in ’t Groentje en Houtens Nieuws en op de social media van de gemeente. Inwoners zonder toegang tot het internet konden de vragenlijst op papier invullen in de ontvangsthal van het gemeentehuis. In week 42 is het invullen van de vragenlijst gesloten. De resultaten zijn opgeschoond en geanalyseerd in SPSS. In totaal zijn 469 inwoners begonnen aan de vragenlijst. Van deze inwoners zijn er 74 niet verder gekomen dan de eerste vraag. Omdat niet is na te gaan in hoeverre deze inwoners de eerste vraag echt hebben beantwoord of deze alleen hebben ingevuld om een beeld te krijgen van de vragenlijst alvorens te besluiten niet verder te gaan met invullen, is ervoor gekozen de antwoorden van deze inwoners niet mee te nemen. Voor de analyses is dus gebruik gemaakt van de antwoorden van de resterende 395 respondenten, waarvan er 292 de gehele vragenlijst hebben ingevuld en 102 minimaal de eerste twee vragen hebben beantwoord.
3. Resultaten 3.1 Wel of niet participeren Allereerst is respondenten gevraagd of zij de afgelopen drie jaar hebben geparticipeerd (‘Heeft u de afgelopen drie jaar uw mening gegeven over beleid, plannen of projecten van de gemeente?’). Deze vraag is beantwoord door 398 respondenten, waarvan ruim driekwart (78%; n=309) aangeeft dat dit inderdaad het geval is (‘Ja’). De overige 22% (n=89) geeft aan niet te hebben geparticipeerd (‘Nee’).
22%
Ja 78%
Nee
Opmerking vooraf Bij vragen waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren, kan het totaalpercentage hoger uitkomen dan 100 procent.
Respondenten die aangaven te hebben geparticipeerd, is gevraagd naar de wijze waarop zij dit hebben gedaan. Respondenten die aangeven niet te hebben geparticipeerd, is gevraagd waarom zij dit niet hebben gedaan. De resultaten zijn weergegeven in tabel 1 en tabel 2. Wel geparticipeerd • Drie op de vijf (61%) van de respondenten die aangeven in de afgelopen drie jaar te hebben geparticipeerd, hebben hun mening gedeeld door middel van in ieder geval een online vragenlijst. Ongeveer twee op de vijf respondenten hebben dat (ook) gedaan door middel van het bijwonen van een fysieke bijeenkomst of het invullen van een enquête. Niet geparticipeerd • Respondenten die hun mening niet hebben gedeeld, hebben dit veelal gedaan omdat ze niet wisten dát en/of hóe ze dat konden doen. Andere redenen, zoals twijfel over nut of tijd, spelen een veel kleinere rol. • Deze 89 respondenten worden niet meer meegenomen in verdere analyses in dit rapport, waar de ervaringen met burgerparticipatie aan bod komen. 3
Tabel 1. “Op welke manier heef u uw mening gegeven? (n=309) (meerdere antwoorden mogelijk) (groen=vaak voorkomend) Abs
%
Online vragenlijst Fysieke bijeenkomst Enquête Houten Praat Mee Persoonlijk (fysiek of digitaal) contact met een ambtenaar, wethouder en/of burgemeester
189 129 123 105 61
61,2 41,7 39,8 34,0 19,7
Via een klankbordgroep
27
8,7
23 7,4 Via het indienen van een zienswijze of bezwaar 16 5,2 Digitale bijeenkomst 16 5.2 Inspreken tijdens een raadsvergadering 8 2,6 Anders* * De antwoorden die respondenten gaven bij ‘anders’: o.a. tijdens een demonstratie tegen de komst van het AZC (n=3), kopgroep, via meldingen op gemeente site, mail gestuurd naar de burgemeester. Tabel 2. “Waarom heeft u uw mening niet gedeeld?” (n=89) (meerdere antwoorden mogelijk) Abs % 35 40,4 Ik wist niet dat ik mijn mening kon geven 28 31,5 Ik wist niet hoe ik mijn mening kon geven 13 14,6 Ik denk dat er toch niets wordt gedaan met wat ik inbreng 11 12,4 Ik denk dat mijn mening weinig toevoegt/niet nuttig is 5 5,6 Ik heb geen tijd 4 4,5 Ik heb geen interesse 2 2,2 Ik heb geen mogelijkheid 1 1,1 Weet ik niet 12 13,5 Anders* * De antwoorden die respondenten gaven bij ‘anders’: o.a. net verhuisd (n=2), niet benaderd (n=2), niet in me opgekomen (n=2), andere prioriteiten, ziekte, vindt dat zaken al goed geregeld zijn.
Houtenaren doen vooral mee via digitale, ‘klassieke’ en laagdrempelige vormen van participatie, met de online vragenlijst als duidelijke koploper. Fysieke bijeenkomsten worden eveneens relatief vaak bezocht. Meer intensieve of formele participatievormen blijven beperkt tot een kleine groep. De grootste drempel voor Houtenaren om deel te nemen is een gebrek aan informatie: veel inwoners wisten niet dát of hóe ze konden meedoen.
4
Wat betekent dit voor beleid? Ter overweging: •
•
Informeer inwoners tijdig en helder over de participatiemogelijkheden en de concrete stappen om mee te doen. Gebruik daarbij een mix van communicatiekanalen om ook minder bereikte groepen te bereiken. Investeer in veelgebruikte, toegankelijke vormen zoals vragenlijsten en fysieke bijeenkomsten en benut deze eventueel als gerichte opstap naar meer verdiepende participatie.
3.2 Gemiddeld rapportcijfer participatie In totaal hebben 283 respondenten die in de afgelopen drie jaar hebben geparticipeerd een rapportcijfer gegeven voor hun ervaringen. Vijftien respondenten hebben de optie ‘weet ik niet’ gekozen. Deze respondenten zijn niet meegenomen in de berekening van het gemiddelde. Respondenten geven voor burgerparticipatie gemiddeld een 6,1, wat neerkomt op net voldoende.1 Uit de verdeling van de cijfers blijkt dat 29% van de respondenten de burgerparticipatie een onvoldoende (cijfer tussen de 1 en 5) geeft. De overige respondenten geven een voldoende, waarbij 27% de burgerparticipatie in de gemeente Houten met een 8 of hoger waardeert. 3.3 Rapportcijfer naar participatiewijze Wanneer we het rapportcijfer koppelen aan de manier waarop Houtenaren hun mening hebben gegeven (zie tabel 3), valt op dat vooral laagdrempelige participatievormen, zoals de online vragenlijst (6,5) en enquête (6,2), boven het totaalgemiddelde van 6,1 scoren. Met andere woorden: inwoners die hebben geparticipeerd middels laagdrempelige participatievormen zijn positiever over de participatiemogelijkheden. De meer formele en vaak ook tijdsintensievere vormen, zoals persoonlijk contact met een ambtenaar (5,5), het indienen van een zienswijze of bezwaar (5,5) of inspreken in de raad (4,7) blijven juist onder dit gemiddelde en worden daarmee duidelijk minder positief beoordeeld.
Wanneer we de open antwoorden bij deze specifieke vormen van participatie bekijken, zien we voornamelijk klachten over slecht luisteren en schijnparticipatie (‘de participatie is voor de bühne’, ‘plannen worden linksom of rechtsom toch uitgevoerd’, ‘vaak zijn plannen al bijna beslist en daarna wordt de burger ingelicht’, ‘er wordt niet écht geluisterd’).
1 In 2020 beoordeelden inwoners de mogelijkheden tot participatie nog met een 6,5. 19% van de inwoners beoordeelden
de participatiemogelijkheden toen met een vijf of lager, 25% van de inwoners beoordeelde de participatiemogelijkheden met een acht of hoger. Hieruit valt op te maken dat inwoners nu meer dan in 2020 geneigd zijn te kiezen voor een onvoldoende of een ruime voldoende, in plaats van een zes of een zeven. Inwoners van De Bilt beoordeelden de wijze waarop hun gemeente inwoners betrekt bij beleid, projecten en plannen in 2022 met een 5,3, waarbij 45% van de inwoners een vijf of lager gaf en 5% een acht of hoger.
5
Interpretatie van tabel 3 Respondenten hebben maar één rapportcijfer gegeven voor burgerparticipatie in het algemeen. In tabel 3 is dat cijfer gekoppeld aan alle participatievormen waaraan iemand heeft meegedaan. Iemand die bijvoorbeeld zowel een online vragenlijst als een fysieke bijeenkomst heeft bezocht, telt dus met hetzelfde cijfer in beide categorieën mee. De cijfers per participatievorm laten daarmee een tendens zien, geen afzonderlijke beoordeling.
Tabel 3. Rapportcijfer naar participatiewijze (n=283) Abs
Gemiddelde rapportcijfer 6,5 5,9 6,2 5,8 5,5
177 Online vragenlijst 123 Fysieke bijeenkomst 114 Enquête 98 Houten Praat Mee Persoonlijk (fysiek of digitaal) contact met een ambtenaar, wethouder 58 en/of burgemeester 22 5,5 Via het indienen van een zienswijze of bezwaar 15 4,7** Inspreken tijdens een raadsvergadering 27 5,7 Via een klankbordgroep 16 6,1** Digitale bijeenkomst 8 4,6** Anders **Deze rapportcijfers zijn minder betrouwbaar omdat het om een kleine groep respondenten (<20) gaat.
Houtenaren die hebben geparticipeerd via laagdrempelige participatievormen, zoals de online vragenlijst (6,5) en enquête (6,2), waarderen het participatieproces positiever dan het gemiddelde van 6,1. Formele en tijdsintensieve vormen, zoals persoonlijk contact (5,5), een zienswijze (5,5) of inspreken in de raad (4,7), scoren juist lager en worden minder positief beoordeeld. Schijnparticipatie en slecht luisteren zijn hierbij de grootste klachten.
Wat betekent dit voor beleid? Ter overweging: • • •
Wees vanaf de start duidelijk over welke onderdelen van een plan al vaststaan en welke inwoners nog kunnen beïnvloeden. Maak expliciet hoe input wordt meegewogen, om het gevoel van schijnparticipatie te voorkomen. Blijf inzetten op laagdrempelige vormen van participatie, waar inwoners zich het meest gehoord voelen.
6
3.4 Open antwoorden bij rapportcijfer In deze paragraaf worden de open antwoorden uitgewerkt die respondenten gaven ter toelichting op hun rapportcijfer. De reacties zijn gebundeld op basis van het gegeven cijfer: • • •
Negatieve beoordeling (20,1%) – cijfers 1 t/m 4 Kritisch maar constructief (26,5%) – cijfers 5 en 6 Positieve beoordeling (53,4%) – cijfers 7 t/m 10
In tabel 4 worden voor iedere groep de belangrijkste terugkerende thema’s beschreven, aangevuld met representatieve citaten. Opvallend is dat veel thema’s in alle drie de categorieën terugkomen, maar dat de waardering ervan sterk varieert. Dit laat zien dat bepaalde aspecten – zoals communicatie – een essentiële rol spelen in de ervaring van burgerparticipatie: dezelfde factor kan door de ene inwoner positief worden beoordeeld, terwijl een ander deze juist negatief ervaart. Daarnaast valt op dat het geven van een rapportcijfer sterk persoonsgebonden is. Een 1 en een 5 gaan vaak gepaard met vrijwel dezelfde negatieve toelichtingen, terwijl een 7 regelmatig nog duidelijke kritiek bevat. Het cijfer sluit dus niet altijd aan op de inhoud of toon van de toelichting.
7
Tabel 4. Open antwoorden bij rapportcijfer, per categorie en met citaten Cijfer 1,2,3,4 (GROEP 1)
Categorie(%) Negatief (20,1%)
Genoemde zaken Vaak genoemd: -Schijnparticipatie / er wordt niet veel gedaan met input -Weinig écht luisteren / gevoel niet gehoord zijn -Slechte communicatie (over inhoud proces, weinig persoonlijk, weinig terugkoppeling, pas aan het einde geïnformeerd) -Negatief over ambtenaren -Inwoners worden selectief betrokken Losse opmerkingen (1 tot 2 respondenten) Te veel stalken bij de Polders (aardgas vrij) (2x), schreeuwers krijgen te veel aandacht (1x), soms te veel vakjargon aan tafel (1x), lage digitale vaardigheden belemmeren deelname (1x).
Citaten “Er worden wel pogingen gedaan, maar ik heb de indruk dat het vooral om het proces gaat, zodat achteraf gezegd kan worden dat burgers hebben geparticipeerd.” “Er wordt zelden echt geluisterd. De participatie is voor de bühne ook wel schijnparticipatie genoemd.” “Een serieus probleem is dat zodra inspraak een serieuze aanpassing van plannen inhoudt, de communicatie stopt of zeer ambtelijk afhoudend wordt, maar feitelijk de inspraakreactie terzijde wordt gelegd.” “[…] Daarna worden waterpompen c.a. de bewoners door de strot gedrukt en ben ik afgehaakt. Dan heb ik het nog niet eens over opvang AZC etc.” “Ambtenaren komen moeilijk achter hun bureau vandaan. Politiek heeft te weinig oog voor praktische belangen van bewoners” “De deelnemers uit mijn groep waren geheel NIET divers. 70+ en hoogopgeleid is niet echt een weerspiegeling van de Houtense samenleving”
5,6, (GROEP 2)
Kritisch maar constructief (26,5%)
Vergelijkbare thema’s als in Groep 1, milder verwoord -Wel luisteren, maar daarna niet veel mee gedaan -Wel luisteren, slechte terugkoppeling -Te laat informeren of beperkte mogelijkheid tot participatie -Slechte communicatie -Inwoners kunnen nóg beter betrokken worden -Onduidelijkheid over bereik groep (selectief groepje)
“Resultaat van de algehele conclusie wordt minimaal meegenomen in de besluitvorming.” “De gemeente doet goed haar best. Tegelijk krijg je de indruk dat je mening wordt genegeerd” “Het is fijn de gemeente zijn bewoners om hun mening vraagt. Het is mij niet duidelijk hoe de gegevens verwerkt worden en hoe en welke invloed deze op het beleid van de gemeente heeft”
8
-Proces voelt soms stroperig -Diepgang mist soms Losse opmerkingen (1 respondent) Vragen op enquête zijn sturend (1x), grootste schreeuwers krijgen de meeste aandacht (1x), mensen met eigen belang zitten aan tafel (1x), Te veel stalken over aardgasvrij in de Polders (1x)
“Het is goed om vooraf duidelijk te communiceren wat er onder participatie wordt verstaan. Welke mate van participatie? Gaat het om alleen meedenken, gaat het over co-creatie?” “De manieren van anticipatie zijn met name gericht op of de tegenstanders of de voorstanders. Mijn voorkeur zou hebben en een goede vertegenwoordiging van de Houtense bevolking te nemen […]” “Ik vind dat er wel genoeg gespreksmomenten zijn, maar niet genoeg diepgang”
7,8,9,10 (GROEP 3)
Positief (53,4%)
Komt vaak voor: -Gemeente doet zichtbaar moeite om burgers te betrekken -Veel verschillende opties / ruimte voor participatie -Goede / tijdige communicatie -Goede informatievoorziening -Goede terugkoppeling -Er wordt echt geluisterd
“Over álles mogen we meepraten. Zelf over zaken waar je toch al zeker weet dat een deel van de bevolking de hakken in het zand zet” “De gemeente probeert mensen op veel manieren te betrekken. Vragenlijsten, bijeenkomsten, Houtens Nieuws, social media, etc. Mensen lezen alleen slecht en lezen pas als er iets gebeurt waar ze het niet mee eens zijn.” “Veel mogelijkheden zijn geboden. Ook verschillende vormen.” “Ik word regelmatig geïnformeerd over de voortgang, dat is prettig”
Zorgen / negatieve mening (veelal bij cijfer 7) -kijkt iemand echt naar mijn inbreng? -goed dat mening mag geven, maar terugkoppeling mist. -diepgang / persoonlijke mist.
“Ik heb bij een bijeenkomst ervaren dat er geluisterd wordt. Ik heb ook meegedaan met het beraad.” “Voor grote projecten zoals het AZC zijn er open avonden waar je vragen kunt stellen en je mening kunt geven” Bij zorgen: “Goed dat er participatietrajecten zijn, maar uitkomst/vervolg/terugkoppeling vaak onduidelijk”
9
4. Beoordeling van de uitvoering door gemeente Respondenten kregen negen stellingen voorgelegd over de manier waarop de gemeente Houten inwoners betrekt bij beleid, plannen en projecten. De stellingen gingen over zichtbaarheid, communicatie, inspraakmogelijkheden en terugkoppeling. Respondenten konden per stelling op een vijfpuntsschaal aangeven in hoeverre zij het ermee eens waren. De belangrijkste resultaten zijn hieronder opgesomd (groen = positief, oranje = neutraal, rood = negatief). In figuur 1 worden de resultaten per stelling weergegeven. • • •
• •
• •
Terugkoppeling: Over de terugkoppeling is men kritisch. Slechts 24% vindt dat het duidelijk is wat er met de inbreng van inwoners wordt gedaan. Duidelijkheid rol: Ook is voor veel inwoners het onduidelijk wat hun rol is aan het begin van een traject; enkel een kwart (28%) ervaart hierover duidelijkheid. Serieuze omgang met inbreng: Inwoners zijn ook relatief kritisch over of hun inbreng wel serieus genomen wordt. Ongeveer een kwart van de inwoners (24%) vindt dat de gemeente de inbreng van inwoners serieus neemt, terwijl 42% het hier (helemaal) mee oneens is. Betrokkenheid bij onderwerpen: Over de mate waarin de gemeente inwoners betrekt bij de onderwerpen zijn de meningen verdeeld: 40% vindt dat de gemeente inwoners daadwerkelijk betrekt bij belangrijke onderwerpen, terwijl 33% dit niet zo ervaart. Mogelijkheid: Een relatief groot deel van de inwoners (45%) vindt dat hij/zij voldoende mogelijkheid heeft om de mening te geven, 26% is er neutraal over en 27% is het daar (helemaal) mee oneens. Informatie: Ruim de helft van de respondenten (55%) zegt te weten waar hij/zij informatie kan vinden om deel te nemen indien gewenst, 28% is neutraal en de rest weet het niet. Zichtbare inzet: De meeste inwoners vinden dat de gemeente zichtbaar moeite doet om inwoners te betrekken (64% (helemaal) eens). Een relatief klein aandeel (20%) is hier (helemaal) mee oneens.
De gemeente Houten wordt gezien als zichtbaar actief in participatie. Inwoners ervaren echter onvoldoende duidelijkheid over hun rol en misten vaak terugkoppeling over wat met hun inbreng is gedaan. Ook vinden relatief veel respondenten dat hun inbreng niet serieus wordt genomen
Wat betekent dit voor beleid? • • •
Maak vanaf de start van participatietrajecten duidelijk wat inwoners wel en niet kunnen beïnvloeden. Zorg voor structurele terugkoppeling over wat er met de input van inwoners is gedaan. Wees transparant over hoe afwegingen worden gemaakt, zodat inwoners beter begrijpen hoe hun inbreng wordt meegenomen.
10
Figuur 1. Antwoorden van respondenten op de negen stellingen (n=271) De gemeente geeft voldoende terugkoppeling over wat er met de inbreng van inwoners is gedaan
4
Ik ben na afloop geïnformeerd over het verdere verloop van het traject.
6
20
31 36
Het is bij de start van een traject, project of plan duidelijk 1 waarover ik wel en niet kan meepraten
27
De gemeente neemt de inbreng van inwoners serieus 2
22 36
De gemeente betrekt inwoners voldoende bij belangrijke onderwerpen
6
34
Ik heb voldoende mogelijkheden om mijn inbreng te geven bij beleid, projecten en plannen, als ik dat wil
6
39
Ik weet waar ik informatie kan vinden over hoe ik mee kan denken/werken
5
De gemeente Houten doet zichtbaar moeite om inwoners te betrekken bij beleid, plannen en projecten
9
Helemaal mee eens
Mee eens
Neutraal
15 25
25
6
Mee oneens
12
31
18
8 1
18 26
15 16
14 50
60
70
Helemaal mee oneens
2
11 3
28
40
6 9
24
30
8 4
21
55 20
3
21
50
10
17
31 29
Ik ben voldoende geïnformeerd over mogelijkheden om inbreng te geven / mee te denken / werken
0
25
14 12 80
21 8 1
90
100
Weet ik niet
Relatie tussen rapportcijfer en de 9 stellingen Om te onderzoeken of er een relatie is tussen het gegeven rapportcijfer en de antwoorden op de stellingen, zijn twee analyses uitgevoerd: 1. Correlatieanalyse: hierbij is gekeken naar de relatie tussen het rapportcijfer (1 t/m 10) en de negen stellingen over inzet, terugkoppeling en inspraak. 2. T-toets: hierbij is het rapportcijfer ingedeeld in drie groepen (negatief (1-4), neutraal (5,6), positief (7+) en zijn de gemiddelden op de negen stellingen met elkaar vergeleken. Uit beide analyses komt hetzelfde beeld naar voren: Respondenten die een hoger cijfer geven, beoordelen alle negen onderdelen van het proces duidelijk beter (p’s < .001). Hiermee kan worden gesteld dat de negen stellingen een mooie afspiegeling zijn van de factoren die het cijfer beïnvloeden.
11
Wat betekent dit voor beleid? Ter overweging: •
• •
Deze vier onderliggende elementen (zichtbaarheid, communicatie, inspraakmogelijkheden en terugkoppeling) vormen concrete stuurknoppen om de kwaliteit van burgerparticipatie te versterken. Investeren in transparantie, laagdrempelige contactmomenten, heldere verwachtingen en het sluiten van de participatiecirkel (terugkoppeling) is dus niet alleen procesmatig wenselijk, maar heeft aantoonbaar effect op de waardering door inwoners. Richt participatieprojecten zo in dat deze vier elementen standaard en zichtbaar worden meegenomen. Gebruik de negen stellingen als concrete kwaliteitscriteria voor het ontwerpen en evalueren van participatietrajecten.
5. Wanneer inwoners wel of niet meedoen Aan de respondenten is een aantal mogelijke factoren voorgelegd die van invloed kunnen zijn op hun bereidheid om mee te doen aan beleid en projecten van de gemeente. Zij konden per factor aangeven of dit wel of niet voor hen van toepassing is (zie tabel 3). • •
•
Bijna alle inwoners noemen het belang van het onderwerp (92%) als bepalend voor hun betrokkenheid. Daarnaast spelen ook de mate waarin het over de eigen wijk of buurt gaat (62%) en het gevoel dat iets wordt gedaan met hun inbreng (58%) voor veel respondenten een rol. Dit laatste is erg interessant. Veel inwoners die hebben geparticipeerd geven aan dat zij niet het gevoel hebben dat er iets met hun input wordt gedaan. Toch weerhoudt dat hen er blijkbaar niet van te participeren. Tijd, waardering en wie verder betrokken zijn worden het minst vaak genoemd.
Inwoners doen dus vooral mee als het onderwerp hen persoonlijk raakt en zij er vertrouwen in hebben dat hun bijdrage ertoe doet.
Wat betekent dit voor beleid? Ter overweging: •
•
Leg bij elk traject duidelijk uit waarom het onderwerp belangrijk is en welke invloed het heeft op wijken en buurten, omdat dit inwoners het meest motiveert om mee te doen. Versterk het vertrouwen door te laten zien wat er met inbreng gebeurt en hoe dit het besluitvormingsproces beïnvloedt.
12
Tabel 3. Redenen om wel of niet deel te nemen aan beleid en projecten van de gemeente (n=263) (meerdere antwoorden mogelijk)
Hoe belangrijk ik het onderwerp vind De mate waarin het over mijn eigen wijk of buurt gaat Het gevoel dat er iets wordt gedaan met mijn inbreng De kennis die ik zelf over het onderwerp heb Het vertrouwen dat ik heb in de afloop van het initiatief Hoeveel tijd het me kost Wie er verder nog betrokken zijn De mate waarin ik waardering voor mijn inzet krijg Anders
Abs 241 163 153 136 91 65 30 14 14
% 91,6 61,6 58,2 51,7 34,6 24,7 11,4 5,3 5,3
6. Top 3: Voorkeur van deelname Respondenten konden hun top drie aangeven van manieren waarop zij het liefst deelnemen aan beleid, plannen en projecten van de gemeente. In figuur 2 is de volledige ranking weergegeven.
Opmerking bij de interpretatie Bij de vraag ‘Op welke manier heef u uw mening gegeven?’ is de optie referendum/burgerberaad niet afzonderlijk uitgevraagd. Daardoor is het niet mogelijk om te vergelijken in hoeverre de wens om via een referendum of burgerberaad deel te nemen groter is dan de daadwerkelijke ervaring met deze vormen.
Uit de resultaten blijkt dat respondenten het liefst deelnemen aan beleid, plannen en projecten van de gemeente via de meer ‘klassieke’ vormen van participatie: een enquête (eerste voorkeur), gevolgd door deelname aan een fysieke bijeenkomst (tweede voorkeur) en via een referendum, burgerberaad of volksraadpleging (derde voorkeur). Meer (nieuwe) digitale vormen, zoals sociale media en flitspeilingen, scoren het laagst. Tot slot valt op dat de groep die aangeeft ‘ik wil hier niet bij betrokken worden’ erg laag is. Met andere woorden: de bereidheid om te participeren is erg hoog onder Houtenaren!
Wat betekent dit voor beleid? Ter overweging: Zet vooral in op vertrouwde participatievormen zoals enquêtes en fysieke bijeenkomsten, en gebruik digitale opties aanvullend. Omdat niet is gemeten of inwoners eerder aan een referendum of burgerberaad konden deelnemen, is het verstandig eerst te verkennen hoeveel draagvlak deze vormen in de praktijk hebben.
13
Figuur 2. Top 3 – Voorkeursmanieren van deelname aan beleid, plannen en projecten
7. Mate van betrokkenheid Figuur 3 toont op welke wijze inwoners per themagebied betrokken willen worden, weergegeven langs de treden van de participatieladder2 (1 = informeren, 2 = raadplegen, 3 = adviseren, 4 = samenwerken, 5 = meebeslissen). Uit de resultaten blijkt dat de gewenste mate van participatie duidelijk verschilt per onderwerp. Bij thema’s die direct ingrijpen op de leefomgeving geven respondenten aan de hoogste trede(n) van de participatieladder te prefereren. Zo kiest 33% bij Woon- en leefomgeving, 25% bij Bouwprojecten en ruimtelijke ordening en 20% bij Veiligheid en openbare orde voor meebeslissen. Op deze thema’s wordt ook relatief weinig het antwoord ‘weet ik niet’ aangekruist. Voor meer financieel of beleidsmatig georiënteerde thema’s volstaat vaak een lage mate van betrokkenheid. Een relatief groot deel van de respondenten wil vooral geïnformeerd worden over Werk en inkomen (44%), Ondernemen (45%) en Belastingen en heffingen (40%).
Wat betekent dit voor beleid? Ter overweging: Stem de participatievorm af op het onderwerp. Inwoners willen meebeslissen bij dossiers die direct hun leefomgeving raken, terwijl zij bij financiële of beleidsmatige thema’s vaak voldoende hebben aan informatie. Kies daarom per thema bewust de passende trede op de participatieladder en voorkom een uniforme aanpak. Dit maakt participatie effectiever én sluit beter aan bij verwachtingen van inwoners.
2 De participatieladder maakt deel uit van de methode ‘Het Relevant Gesprek’, welke door de gemeente
Houten wordt gebruikt om participatie vorm te geven.
14
Figuur 3. Hoe wilt u betrokken zijn bij plannen (1=informeren, 2=raadplegen, 3=adviseren, 4=samenwerken, 5=meebeslissen) (n=242)
Belastingen en heffingen
40
22
Ondernemen
45
Werk en inkomen
44
7
14
7
39
21
Wmo en maatschappelijke ondersteuning
40
18
14
7
19
Onderwijs en educatie
4 5
6
6
7
23 8
10
8
13
12
17 7
15
8
14
Zorg en gezondheid
33
28
10
13
10
Sport, cultuur en recreatie (vrije tijd)
36
26
10
15
5
Verkeer en vervoer
30
Veiligheid en openbare orde
27
Energie, klimaat en duurzaamheid
25
Natuur en milieu
32 25
7
26 24
11
Bouwprojecten en ruimtelijke ontwikkeling
24
0% Informeren
10%
20%
30%
40%
Raadplegen
Adviseren
Samenwerken
18 15
Meebeslissen
5 15
10 60%
5 3
33
9 50%
10
14
19
29
9
20
11
12
25
11
17 12
31
Woon- en leefomgeving
13
6
70%
0 25
80%
5
2 90%
100%
? = weet ik niet/geen interesse
15
Op de vraag ‘Zijn er nog andere onderwerpen die niet in de lijst stonden, maar waar u graag bij betrokken zou willen worden?’ antwoordde 24,5% (n=58) van de respondenten bevestigend. De open antwoorden van deze 58 respondenten laten zien dat ongeveer de helft een thema rondom het asielbeleid of de opvang van asielzoekers noemt. Daarnaast worden een reeks andere onderwerpen slechts incidenteel (d.w.z. door één tot maximaal vier respondenten) genoemd. Deze kleinere thema’s gaan onder meer over de energietransitie (aardgasvrij), bestemmingsplannen, leefbaarheid, veiligheid en radicalisering, en de werkwijze van de gemeente zelf. Enkele citaten: “Asiel en Migratie. Vraag je inwoners wat zij willen, voordat je afspraken gaat maken en tonnen gaat uitgeven.” “Vergunning voor evenementen. Geluidsoverlast wordt steeds meer. Laatste 2 zaterdagen non-stop harde muziek.” “Houten Zuid moet van het gas af. Daar zijn veel bewoners het niet mee eens. Houd maar eens een enquête onder alle bewoners! “Meedenken over de wijze waarop participatie wordt georganiseerd.”
8. Afsluitende (open) vraag De slotvraag van de enquête was open van aard: respondenten konden aangeven of zij nog iets wilden toevoegen over burgerparticipatie. In totaal vulden 72 respondenten hier een reactie in. De terugkerende thema’s sluiten sterk aan bij de open toelichtingen die eerder zijn gegeven bij het rapportcijfer. Op de volgende pagina volgt een overzicht van de belangrijkste thema’s, aangevuld met enkele illustratieve citaten (tabel 4).
16
Tabel 4: Open antwoorden bij laatste vraag gecategoriseerd (n=72) Genoemde zaken:
Citaten
Vaak genoemd (door meerdere respondenten): • Onvrede over AZC-proces / asielbeleid • Schijnparticipatie: gevoel dat niks wordt gedaan met input / onvoldoende serieus nemen van inwoners / bewoners voelen zich niet gehoord / participatie start te laat / pas als besluiten al genomen lijken • Slechte of te late communicatie (geen brieven, onduidelijke informatie, niet weten wat er met input gebeurt) • Behoefte aan betere deskundigheid bij projectleiders en ambtenaren • Selectieve participatie (steeds dezelfde inwoners, voor- of tegenkampen, niet representatief) • Vraag naar meer transparantie over hoe participatie wordt meegewogen • Verzoek om duidelijkere instructies en meer toegankelijkheid (voor o.a. ouderen, minder taalvaardige inwoners) • Verlangen naar meer vertrouwen, openheid en respectvolle omgang (zowel van gemeente als inwoners)
“Participatie is verworden tot een schijnvertoning.”
Losse opmerkingen (1 tot 2 respondenten): • Wens voor anoniem online platform • Te veel nadruk op digitale bijeenkomsten bij gevoelige thema’s • Wens voor buurthuis als ontmoetingsplek • Zorgen over bestuurlijke kwaliteit / afstand politiek–burger • Verzoek om meer inzet van referenda • Onvrede over niet-handhaafbare regels • Inwoners willen eerder betrokken worden bij bouwprojecten • Kwaliteit van enquêtevragen soms onvoldoende
“Dat als er een duidelijk geluid komt vanuit de inwoners, dat daar ook wat mee gedaan moet worden en niet genegeerd.”
“Mijn ervaring is dat participatie voor de gemeente vooral ‘ophalen’ is, maar dat de gemeente heel slecht is in ‘samenwerken’.” “Bij gevoelige onderwerpen wordt participatie gemeden… ik heb me aangemeld en daarna nooit meer iets gehoord.” “Zet informatie in groentje of facebook of gewoon huis-aan-huis… daar wordt echt aan voorbij gegaan.” “Probeert de gemeente echt om een doorsnede van alle voorkomende meningen te laten participeren?” “Neem bewoners zéér serieus en geef projectleiders een cursus ‘omgaan met’.” “De mensen uit de gemeenteraad staan ver van de gewone man.”
“Ik heb ook gezien hoe burgers zich hebben misdragen… een gedragscode zou wenselijk zijn.” “Hoe betrek je mensen die minder taalvaardig of minder mobiel zijn? Ga ook actief naar mensen toe.”
17
9. Conclusies en aanbevelingen Voorafgaand aan het bespreken van de conclusies is het goed om te benoemen dat er waarschijnlijk sprake is van een vertekening van de resultaten, meer specifiek een selectie-effect op de afhankelijke variabele. Het Relevant Gesprek onderscheidt acht voorwaarden voor succesvolle participatie, waarvan de eerste twee luiden dat alle relevante belanghebbenden in beeld zijn en geïnformeerd zijn en voldoende gelegenheid hebben om deel te nemen. Hetzelfde kan worden gesteld voor dit onderzoek: om een goed beeld te krijgen van wat de gemiddelde inwoner vindt van inwonersparticipatie, moet de gemiddelde inwoner diens mening kunnen geven. Hoewel met een openbare vragenlijst, nieuwsberichten in lokale en sociale media en de mogelijkheid tot het invullen van een papieren versie van de vragenlijst is getracht zo veel mogelijk inwoners de kans te geven om deel te nemen aan dit onderzoek, is het waarschijnlijk dat er een groep inwoners, namelijk mensen die de weg naar de lokale politiek niet of nauwelijks weten te vinden, niet is bereikt. Concluderend kan worden gesteld dat de gemiddelde inwoner van de gemeente tevreden is met de mogelijkheden om te participeren, maar dat de uitwerking nog te wensen overlaat.
Met andere woorden: de eerste fase van het participatieproces lijkt in Houten op een bevredigende wijze vorm te hebben gekregen, de latere fases (nog) niet. Inwoners beoordelen de inwonersparticipatie in de gemeente gemiddeld met een 6,1. Factoren die bijdragen aan lagere cijfers zijn o.a. de (gebrekkige) terugkoppeling, de (on)duidelijkheid van de rol van de participerende inwoner, onduidelijkheid over de omgang met de inbreng en slechte communicatie. Factoren die bijdragen aan hogere cijfers zijn o.a. de zichtbare inzet van de gemeente en de beschikbaarheid van informatie over participatie en participatiemogelijkheden. In 2020 werd de inwonersparticipatie in de gemeente nog gewaardeerd met een 6,5. Voor de daling van de gemiddelde waardering zijn enkele mogelijke verklaringen te bedenken: - Op het moment dat de vragenlijst uitstond, speelden er heftige demonstraties voor en tegen de komst van een AZC in Houten. Landelijk wordt de komst van AZC’s veelal gezien als een onderwerp waar (lokale) overheden niet voldoende luisteren naar de zorgen van inwoners. Mogelijk heeft de actualiteit van juist dit thema gemaakt dat mensen iets negatiever waren in hun oordeel. - Zowel landelijk als lokaal staat het vertrouwen in de overheid onder druk 3.
Dit zien we terug in opmerkingen over ‘schijnparticipatie’ en het feit dat mensen meer dan eerder geneigd zijn om te kiezen voor extreme(re) beoordelingen 4. Mogelijk zijn mensen kritischer op de gemeente in de context van een breder zichtbare afname van het vertrouwen in de politiek. Het relatief recente opstappen van de burgemeester en twee wethouders, die ‘inwonersparticipatie en communicatie’ allebei in hun portefeuille hadden, zal hierbij niet hebben geholpen. - Zoals in de inleiding besproken, heeft het huidige college in haar coalitieakkoord stevig ingezet op participatie, waarbij een forse nadruk is gelegd op terugkoppeling. De resultaten laten zien dat met name op het gebied van de terugkoppeling nog winst te behalen is. 3 In een kennisnotitie constateert het SCP bijvoorbeeld dat het vertrouwen in de politiek na 2021 zichtbaar
lager is dan daarvoor. 4 29% van de respondenten geeft burgerparticipatie een vijf of lager, 44% van de respondenten geeft een zes of een zeven en 27% geeft een acht of hoger. In 2020 gaf 19% van de inwoners de participatiemogelijkheden een vijf of lager, 56% gaf een zes of een zeven en 25% van de inwoners gaf een acht of hoger.
18
Mogelijk zijn mensen negatiever in hun oordeel omdat de verwachtingen hooggespannen waren. Tegelijkertijd moet niet te veel waarde worden gehecht aan het gemiddelde cijfer. Zoals eerder besproken is een rapportcijfer een relatief subjectieve uitdrukking van een persoonlijke ervaring: wat de ene inwoner een onvoldoende waard vindt, kan voor de ander een voldoende zijn. Als we het rapportcijfer inderdaad achterwege laten en kijken naar de aspecten van participatie die inwoners hebben beoordeeld (de negen stellingen), zien we dat er slechts drie stellingen zijn waar meer dan een op de drie inwoners het (helemaal) mee oneens is. Dat betekent absoluut dat er ruimte is voor verbetering, maar ook dat er veel goed gaat. Door het hele rapport zijn in kaders concrete aanbevelingen voor beleid gedaan en het zou weinig zinvol zijn om deze aanbevelingen hier letterlijk te herhalen. Toch is een korte samenvatting op zijn plaats:
Wat betekent dit voor beleid? Ter overweging: 1. Informeer inwoners tijdig en helder over aanstaande participatiemomenten: a. Gebruik een mix van communicatiekanalen om zoveel mogelijk (relevante) inwoners te bereiken en zorg voor een goede afspiegeling van de gehele bevolking; b. Leg uit waarom het onderwerp relevant is en welke invloed de participatie kan hebben op de wijk en/of buurt waarin de inwoner woonachtig is; c. Manage de verwachtingen: i. Wees duidelijk over de rol van de participant (zie de participatieladder: wordt er geïnformeerd, geraadpleegd, geadviseerd, samengewerkt of meebeslist?); ii. Laat weten wat er al vaststaat en wat er nog kan worden beïnvloed; iii. Wees transparant over de wijze waarop afwegingen worden gemaakt en input wordt meegewogen. iv. Denk vooruit: laat participanten weten of en zo ja, welke terugkoppeling zij kunnen verwachten. 2. Koppel terug: vraag participanten in een vroeg stadium van de participatie of zij op de hoogte willen worden gehouden en zo ja, hoe. Laat hen door middel van bijvoorbeeld een nieuwsbrief of een update weten hoe het traject verder verloopt en hoe hun input hierin is meegenomen. 3. Kies per thema een passende participatievorm en trede op de participatieladder; 4. Vertrouw op veelgebruikte en toegankelijke vormen van participatie, zoals vragenlijsten en fysieke bijeenkomsten.
Inwoners zijn het meest tevreden over die vormen en geven er desgevraagd de voorkeur aan om via die vormen te participeren; 5. Voor inwoners zijn zichtbaarheid, communicatie, inspraakmogelijkheden en terugkoppeling de factoren die bijdragen aan hun tevredenheid over de kwaliteit van de participatie. Richt participatietrajecten zodanig in dat deze standaard en zichtbaar worden meegenomen; 6. Op termijn is het wellicht goed om een standaardtool te ontwikkelen voor de aftrap en afronding van een participatieproces. Hierin kan een afvinklijst worden opgenomen bestaande uit concrete acties die deel uitmaken van het traject. Denk 19
bijvoorbeeld aan de wijze waarop we inwoners uitnodigen om te participeren en hoe we hen op de hoogte houden van het traject na de participatie.
20