3. Altijd op een richeltje lopen.pdf
Tekst van het document
Klik hier om het volledige rapport
te lezen
Werkende armen Project om het bestaande ondersteuningsaanbod beter toegankelijk te maken voor kinderen en jongeren die opgroeien in een huishouden met werkende ouders en die onder de armoedegrens leven
Mogelijk gemaakt door het Ministerie SZW, uitgevoerd namens:
Aanleiding project
- Bijna 300.000 kinderen groeien op in armoede
- 40% van hen heeft werkende ouder(s): 115.000 kinderen - Beschikbare ondersteuning komt minder vaak terecht bij werkende ouders
Hoe doen we dat -
Onderzoek: Analyse van de situatie van werkende ouders onder
armoedegrens (rapport ‘Altijd op een richeltje lopen’)
-
Aan de slag: Met betrokken partijen in gesprek en concrete acties ontwikkelen en inzetten
-> door aan te haken bij bestaande netwerken én onze eigen organisaties
Looptijd project december 2019 – maart 2021
Onderzoeksaanpak Werkende Armen
Naast alle cijfers, willen we vooral: ouders een gezicht geven
- Desk research (literatuur, bestaand onderzoek)
- Gesprekken met betrokken professionals (o.a. Leergeld, SER) - Face to face interviews met ouders (22 gezinnen)
- Start vóór corona
Wie zijn de werkende armen 220.000 mensen met inkomen uit arbeid in armoede, van wie ➢
125.000 in loondienst
➢
95.000 zelfstandig ondernemer
115.000 kinderen met werkende ouder(s) in armoede, van wie ➢ 72.000 in een huishouden met loon
➢ 43.000 met winst uit onderneming als belangrijkste inkomstenbron
Recent: ➢ voormalig werkende ouders die door corona in de financiële problemen komen: zzp-ers, kleine ondernemers, flexwerkers, maar ook mensen die ‘gewoon’ hun baan verliezen
Wie we hebben gesproken - Vooral werkenden in vaste dienst, tussen de 20 en 40 uur per week - Alleenstaande moeders, ook gezinnen met moeder en vader - Werkzaam in uiteenlopende sectoren (zorg, schoonmaak, administratie, logistiek)
- Door het hele land - Netto inkomen tussen de €800 en €1.900 per maand
(vgl. SCP criterium: paar met twee kinderen 2.100, alleenstaande met een kind 1.464, alleenstaande met twee kinderen 1.691)
‘Altijd op een richeltje lopen’ Leven met een ontoereikend inkomen betekent:
- Een ingewikkeld leven, puzzelen om dagelijks rond te komen: ‘Altijd op een richeltje lopen’ - Financiële problemen komen nooit alleen - Stress, tekort aan tijd en geld, heeft invloed op je gedrag
- Vindingrijkheid en veerkracht - Ouders cijferen zich weg voor de kinderen, doen enorm hun best, kinderen voelen zich al jong verantwoordelijk
‘Altijd op een richeltje lopen’ (vervolg)
- Sociale beperkingen, isolement - Combinatie alleenstaand ouderschap (meestal moeders), werk en (mantel)zorg is zwaar
- Ontbreken van spontaniteit (vgl. coronasituatie, dat is hoe armoede altijd voelt)
Rol van betaalde arbeid De rol en het belang van arbeid is groot
- Bron van inkomsten, participatie en betekenisgeving Maar ook: - Bron van stress: bestaansonzekerheid, administratieve lasten
zwaarder - Combinatie (mantel)zorg en werk is lastig
Rol werkgever
- Meerderheid niet op de hoogte van geldproblemen werknemer - Werknemer en werkgever beschouwen geldzaken als privé
- Rol in signaleren en doorverwijzen - Voorbeelden van concrete, incidentele steun - Voorbeelden van wat werkgevers doen
Waar lopen werkende ouders tegenaan Structurele belemmeringen om hun financiële positie te verbeteren:
- Volledige baan en tóch geldzorgen (minimumloon volstaat niet in
kostwinnersmodel) - Geen mogelijkheid om meer te gaan verdienen, bijvoorbeeld een opleiding volgen kost tijd en geld of wegens lichamelijke en
psychische beperkingen - Armoedeval (meer werken heeft geen zin) - Kosten levensonderhoud stijgt harder dan lonen / inkomsten - Uitgaven beperken is geen optie - Ontbreken van buffer
Wat structureel helpt Ondersteuning voor kinderen verzacht de gevolgen van armoede, maar lost armoede niet op. -> Weg uit armoede ís niet altijd werk
Structurele verbeteringen nodig, onder meer: - Mogelijkheid verdiencapaciteit daadwerkelijk vergroten
- Eenvoudiger toeslagensysteem, minder regelzaken - Zorg en arbeid beter te combineren, bijv. flexibeler kinderopvang - Borgen bestaanszekerheid voor werkenden en niet werkenden (o.a. verhogen minimumloon)
Meedoen van kinderen is niet vanzelfsprekend Ouders ervaren belemmeringen bij: ➢ Meedoen op school (reisjes, schoolspullen) ➢ Meedoen in vrije tijd (sporten, feestjes, spontane acties) .
- Lastiger naarmate de kinderen ouder worden - Meedoen lukt vaak alleen met steun uit netwerk
en/of formele ondersteuning.
- Ouders hebben ook behoefte aan niet-materiële
zaken zoals contact met gelijkgestemden, meer tijd om met de kinderen door te brengen
Drempels bij vinden van hulp -
Deze ouders rekenen zich niet tot de doelgroep
-
Als ze zich het wél beseffen volgt de schaamte
-
Ouders zijn onbekend met wat er allemaal is, zijn niet ‘systeem- gericht’
-
Werkenden hebben grote behoefte aan autonomie, willen zelf oplossingen zoeken
-
Ouders hebben eerdere negatieve ervaringen met instanties of met vragen om ondersteuning
-
Administratieve last is relatief groot
-
Aanbod sluit niet altijd aan bij behoefte, is soms betuttelend
Wat zijn helpende factoren Om in contact te komen met werkende ouders: alleen bekendheid met of kennis van regelingen bleek vaak niet genoeg
1. Belang informele netwerk is groot 2. Benadruk belang van kinderen voorop 3. Benut niet voor de hand liggende ‘vindplaatsen’ en ontsluit nieuwe, zoals professionals na life-event (advocaat, mediator, makelaar,
consultatiebureau, werkgever) en recent: Tozo 4. Signalerende rol werkgever
Voorbeelden van ‘vindplaatsen’ Algemeen, werkenden maar ook niet werkenden 1) Basisscholen, ouderkamers 2) Middelbare scholen 3) MBO instellingen 4) Sportverenigingen 5) Muziekscholen 6) Culturele centra 7) Zwembaden 8) Scouting 9) Kindervakantiewerk 10) Buurtsportverenigingen 11) Kinderdagverblijven / BSO 12) Peuterspeelzalen 13) Gemeente, sociale diensten, 14) Werk en inkomen-organisaties (vaak werkzaam voor meerdere gemeente) 15) UWV 16) Reïntegratiebedrijven 17) Sociale werkvoorziening 18) Wijkteams 19) Centrum voor Jeugd en Gezin 20) Ouder-kind teams (OKT) 21) Maatschappelijk werk 22) Jeugdzorg 23) Maatschappelijke opvang 24) Huisartsen 25) GGD: Schoolartsen en consultatiebureaus 26) Woningbouwvereniging 27) Wijkcentra / buurthuizen / Wijkgebouwen /MFA’s 28) Kerken, moskeeën 29) Bibliotheek 30) Taalhuizen 31) Schuldhulpmaatje (vrijwilligersorganisaties) 32) Formulierenbrigade (vrijwilligersorganisaties zoals Humanitas)
33) Present (vrijwilligersorganisatie) 34) Apotheek 35) Lokale festivals 36) Voedselbank 37) Speeltuinverenigingen in de wijk 38) Binnenspeeltuinen 39) Quiet (lokale netwerken rondom armoede waarbij ook bedrijfsleven, ondernemers) 40) Spel-o-theken 41) Ruilwinkels 42) 2e handskledingwinkels 43) Kringloopwinkels 44) Supermarkten 45) Buurtwinkelcentra 46) AZC’s 47) Vluchtelingenwerk 48) Social mediagroepen 49) Bewindvoerders 50) Budgetcoaches 51) Mediators 52) Echtscheidingsadvocaten Specifiek werkenden / zzp’ers 53) Branche organisaties werkgevers (landbouw / metaal / horeca / detailhandel / zorg / kappers / schoonheidsspecialisten, schoonmaak) 54) Belangenverenigingen / vakbonden 55) Agrarische sector (bijv. ZLTO) 56) Werkgevers, personeelszaken 57) (Kleine) administratiekantoren (die zzp-ers als klant hebben) 58) Kamer van Koophandel 59) Ondernemersvereniging 60) Winkeliersvereniging 61) Ondernemersklankbord / -vereniging / ondernemers netwerken 62) Via sponsoren (specifiek Leergeld)
Helpende factoren Wanneer eenmaal in contact ..
1. Belang van goede bejegening, vertrouwen en brede blik
2. Ga uit van actueel besteedbaar inkomen 3. Benut mogelijkheid om via bestaand contact verdere hulp te ontsluiten
Zie ook factsheet
Contact Astrid Huygen a.huygen@leergeld.nl Catelijne Akkermans catelijne@bureau-akkermans.nl
Meer info via: www.samenvoorallekinderen.nl/werkende-armen
www.leergeld.nl/blog/publicatie-altijd-op-een-richeltje-lopen