20251028 Memo omgevingsagenda raad
Tekst van het document
Memo aan de raad P Van:
College van burgemeester en wethouders
CC: Onderwerp:
Omgevingsagenda
Datum raad:
11 november 2025
1. Aanleiding Tijdens het Rondetafelgesprek over de Omgevingsagenda op dinsdag 14 oktober heeft portefeuillehouder van den Berg toegezegd een memo op te stellen. Het doel van het memo is een goed raadsdebat over de Omgevingsagenda te kunnen voeren. Het raadsdebat en de besluitvormende raad vinden plaats op 11 november 2025. Via het griffiebericht van donderdag 16 oktober heeft de portefeuillehouder aan de raad aangegeven welke vragen in het memo beantwoord worden: 1. Wat het college vraagt aan de raad bij het voorleggen van de Omgevingsagenda? 2. Hoe uw raad het college aanvullende thema’s kan meegeven voor de omgevingsvisie of de inhoud van de omgevingsagenda kan aanpassen? 3. Het proces, de tijdlijn en de raadsbetrokkenheid bij de voorbereiding en vaststelling van de omgevingsvisie? D66, CDA en SGP hebben aanvullende vragen gesteld. In dit memo gaan we eerst in op de toezeggingen van de portefeuillehouder. Vervolgens geven we antwoord op de vragen van de raad. Om dubbelingen te voorkomen nemen we vraag 2 uit de toezegging bij de beantwoording van vraag 1 van D66 mee.
2. De omgevingsagenda en wat ons college nu vraagt aan de raad De omgevingsagenda is het inhoudelijke kader op weg naar de omgevingsvisie. In de omgevingsagenda staan de strategische keuzen en ambities voor de fysieke leefomgeving van Houten beschreven. Die keuzen en ambities werken we in de volgende stap uit in de omgevingsvisie. Uw raad is opdrachtgever voor de omgevingsvisie. We vragen de raad ons daarom, bij de voorbereiding van de visie, op twee momenten inhoudelijke kaders mee te geven. Dat heeft u na fase 1 gedaan door het omgevingspalet vast te stellen als basis voor de omgevingsagenda. We vragen u nu, aan het eind van fase 2, om de omgevingsagenda vast te stellen als basis voor de omgevingsvisie. Via het raadsvoorstel omgevingsagenda brengen we u in positie om tussentijds bij te sturen op de inhoud van de omgevingsvisie, als u dat wenselijk vindt. Het is nu het moment om in te kaderen waar de omgevingsvisie over moet gaan – om er waar nodig meer scherpte in aan te 1
brengen, richtinggevende keuzen te maken en thema’s toe te voegen die in de omgevingsvisie ook een plek zouden moeten krijgen. 2.1 De bedoeling van de Omgevingswet
Samen met het omgevingsplan vormen de omgevingsvisie en de programma’s het beleidshuis voor de fysieke leefomgeving. In het omgevingsplan staan de juridische regels die onze leefomgeving beschermen en gewenste ontwikkelingen mogelijk maken. De gemeenteraad is de bestuurlijke opdrachtgever voor het omgevingsplan. Het college verleent vergunningen op basis van het omgevingsplan. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Als na de vaststelling van de visie omstandigheden veranderen, nieuwe strategische doelen moeten worden gesteld of de doelen moeten worden aangepast, dan kan de omgevingsvisie worden geactualiseerd met een nieuw raadsbesluit. De omgevingsvisie is een dynamisch document dat we zo actueel mogelijk houden. Onderwerpen waarop nu nog geen visie is kunnen dus ook later nog worden ingepast in de omgevingsvisie.
3. Vervolgproces en betrokkenheid van de raad
In onderstaande overzicht is de voorlopige planning voor fase 3 – omgevingsvisie opgenomen. We hebben het proces opgedeeld in drie stappen. Uw raad wordt op verschillende manieren bij de voorbereiding betrokken. De paarse nummers verwijzen naar momenten waarop we uw raad informeren en/of in gesprek gaan met uw raad. De besluitvormingsmomenten in de raad zijn in de grote paarse blokken weergegeven.
2
1. Stap 1: Opstellen ontwerp omgevingsvisie De eerste stap richt zich op de voorbereiding van de ontwerp-omgevingsvisie en loopt tot eind februari 2026: 1. Uw raad neemt op 11 november 2025 een besluit over de omgevingsagenda. Daarmee stelt u inhoudelijke kaders voor de omgevingsvisie vast. 2. Nummer 1 verwijst naar een RIB waarin we de inhoud van de participatie met u delen. De participatie zal in ieder geval gaan over de nog uit te werken thema’s zoals het economisch profiel en de strategische mobiliteitsdoelstellingen. 3. Nummer 2 verwijst naar de raadswerkgroep Omgevingswet op 9 januari 2026. Tijdens de raadswerkgroep informeren we de raadsvertegenwoordigers over het proces en de stand van zaken rond de omgevingsvisie. 4. Nummer 3 verwijst naar uw rol als toehoorder bij de externe participatie. 5. Nummer 4 verwijst naar een College bijpraat, waarin we met u in gesprek gaan over de ontwerp omgevingsvisie. 2. Stap 2: Terinzagelegging De tweede stap richt zich op de wettelijk verplichte terinzagelegging en de verwerking van de ingediende zienswijzen. Deze stap loopt grotendeels parallel aan de verkiezingen, het inwerken van de nieuwe raad en de vorming van een nieuw college. In deze stap: 1. Informeert ons college u over de ontwerp omgevingsvisie en de terinzagelegging (nummer 5). 2.
Krijgt de nieuwe raad via het inwerkprogramma informatie over de werking van de omgevingswet, de stand van zaken van de uitvoering en de projecten omgevingsvisie en omgevingsplan (nummer 6). 3. Praten we de raadswerkgroep Omgevingswet bij over het proces en de stand van zaken omgevingsvisie. Wij gaan ervanuit, op basis van de planning van de raad voor 2026, dat de raadswerkgroep blijft bestaan (nummer 7).
3
3. Stap 3: Besluitvorming De laatste stap betreft de besluitvorming over de omgevingsvisie. 1. Nummer 8 verwijst naar de raadswerkgroep Omgevingswet op 8 september 2026. 2. De planning is erop gericht dat de raad in oktober-november 2026 een besluit neemt over de omgevingsvisie. Volgens de regels uit de Omgevingswet moet de raad uiterlijk op 31 december 2026 een besluit nemen over de omgevingsvisie. De laatste debat- en besluitronde van de raad in 2026 valt op 10 december.
4. Vragen uit de raad Vraag 1 (D66): In een stuk van 17 pagina's zijn er altijd wat zaken te vinden die voor ons wat duidelijker of wat anders hadden gemogen. Denk bijvoorbeeld aan de houding tegenover de regio, de reikwijdte van inclusie, of de visie op de agrarische ontwikkelingen rondom Houten. Als een meerderheid een motie steunt om hierin wat aan te scherpen, kunnen we er dan vanuit gaan dat het college hier in een volgende versie opvolging aan geeft? Dus is dat instrument zwaar genoeg? Ja, dat kan. Deze afweging is in principe aan de raad. Ons college geeft de voorkeur aan aanvullende thema’s voor de omgevingsvisie mee te geven via een motie. U draagt dan ons college op bij de voorbereiding van de omgevingsvisie ook aandacht te besteden aan een bepaald onderwerp. Ook als u de inhoud wil aanscherpen, volstaat wat ons betreft een motie. Als u de inhoud van de omgevingsagenda ingrijpend wil aanpassen of andere keuzen wil maken, dan kan dat met een amendement.
Vraag 2 (D66): Zou het helpen als we weten dat er op sommige onderwerpen binnenkort beleid/visie wordt geformuleerd en dit alsnog als kader wordt meegenomen in de omgevingsvisie? Toelichting: In de omgevingsagenda staan veel beleidsstukken die kaders meegeven voor de Omgevingsvisie. Maar op sommige onderdelen is die visie er nog niet of is die niet actueel. Soms wordt geprobeerd dat te ondervangen door een korte tekstuele toelichting (bijvoorbeeld als het gaat om ons economisch profiel). Soms ontbreekt die visie (bijvoorbeeld als het gaat om een visie op onze maatschappelijke voorzieningen). Het zou helpen als we weten dat er op deze onderwerpen binnenkort beleid/visie wordt geformuleerd en dit alsnog als kader wordt meegenomen in de omgevingsvisie. Want dan hoeven we daar nu niet het gesprek over aan te gaan. Als dit niet het geval is, zal de raad denk ik middels een motie en/of amendement moeten aanvullen/verduidelijken hoe ze hier tegenaan kijkt. Vraag: ziet het college dat ook zo? Zie de toelichting onder kopje 2: De omgevingsagenda. Het is nu het moment om bij te sturen en aanvullende thema’s in de omgevingsagenda te benoemen, zodat ze meegenomen kunnen worden in de omgevingsvisie.
4
In de omgevingsvisie benoemt de raad straks ook welke integrale programma’s nodig zijn om de strategische doelen te realiseren. Totdat die programma’s er zijn, staan de korte of middellange termijn doelen en maatregelen in het lopende (sectorale) beleid. Het is dus niet nodig om voor de omgevingsvisie uit op specifieke/nieuwe thema's beleid te formuleren. Dit kan op hoofdlijnen in de omgevingsvisie, de uitwerking kan later in programma's. Via een motie kunt u wel specifieke thema's agenderen, zie vraag 1.
Vraag 3 (D66): Naar aanleiding van het kaartje van Houten met kern, schil en buitengebied (pagina 10). Voor onze fractie is het kassengebied van Jongerius (en ook het sportpark van SV Houten) geen onderdeel van het buitengebied, maar onderdeel van de schil. Ziet het college dit ook zo? (D66) Het kassengebied heeft nu een agrarische functie. In de door de raad vastgestelde Agenda Buitengebied is het onderdeel van het buitengebied. De sportpark van SV Houten zou op basis van de gekozen definitie wel tot de schil moeten behoren. Wij passen de kaart op basis hiervan nog aan.
Vraag 4 (CDA): Ruimte voor grootschaliger evenementen in buitengebied
Blz. 20 Omgevingsagenda: Recreatie in het buitengebied focust op kleinschalig en rustig. Waar is de ruimte voor wat grootschaliger evenementen? Houten middelgrote stad, hier liggen ook behoeften. Moet er niet ook een accent mogelijk zijn voor grootschaliger evenementen?
De focus op kleinschalige evenementen in het buitengebied sluit aan bij de ambities uit de door de raad vastgestelde Agenda Buitengebied. Wat grootschaliger evenementen kunnen plaatsvinden bij Down Under of op evenemententerreinen in de regio.
Vraag 5 (CDA): Visie vs. realiteit
In de omgevingsagenda staat dat uitvoerende partijen vraagtekens zetten bij de uitvoering i.v.m. beperkte middelen. Genoemd wordt dat dit invloed op de tijd van realiseren heeft, maar de prioriteit mist hoe de fysieke leefomgeving zich verhoudt tot alle andere zaken die we belangrijk vinden in Houten? Hoe groot is dan het risico dat het bij dromen blijft?
De omgevingsvisie is en blijft een visie. Het is geen blauwdruk maar een richting die we op willen. In de programma’s onder de omgevingsvisie wordt uitgewerkt hoe we concreet stappen zetten om de gewenste ontwikkeling te bereiken. Inzicht in de uitvoering, prioritering en toewijzing van capaciteit en middelen vinden plaats via de P&C cyclus. Ook voor het opstellen van de programma's is prioritering van belang: niet alles kan tegelijk. Ons college monitort en evalueert de feitelijke ontwikkelingen. Dat doen we door in de programma’s zoveel mogelijk te werken met meetbare doelen. Uit de monitoring en evaluatie blijkt straks of bijstellen van de strategische doelen uit de omgevingsvisie nodig is, of dat we de instrumenten van de Omgevingswet (zoals een programma of plan) anders moeten inzetten om de doelen te behalen.
5
Vraag 6 (CDA): U schrijft dat voor het buitengebied gewerkt wordt aan het verbeteren en waarborgen van de verkeersveiligheid op de wegen in het buitengebied in het licht van groter wordend landbouwverkeer. Waarom schrijft u hier niet bij "het terugdringen en voorkomen van (zwaar) transport? De keuze om niet te spreken over het terugdringen van (zwaar) transport vloeit voort uit de beleidsmatige ambitie om de agrarische sector in het buitengebied te behouden, zoals verwoord in onder andere de Agenda Buitengebied. Deze sector is afhankelijk van transportbewegingen voor onder meer loonwerkers, bewerking van het agrarische perceel, bevoorrading en afzet van producten. Het uitsluiten of beperken van zwaar transport zou daarmee haaks staan op het faciliteren van deze economische functie. Wel wordt nadrukkelijk ingezet op het verbeteren van de verkeersveiligheid in het buitengebied, met specifieke aandacht voor locaties waar langzaam verkeer en zwaar verkeer elkaar kruisen.
Vraag 7 (SGP): Wij missen biodiversiteitsdoel/norm/ambitie in het document Zie het antwoord op vraag 2. Als u een thema wil toevoegen, dan kan dat via een motie.
6